B-4.9 Besluit B&W om het jaarverslag 2024 over juridische aangelegenheden (klachten, Woo-verzoeken, claims en bezwaren) ter kennisgeving te delen met de raad, d.d. 3-6-2025
Tekst van het document
Aandachtsgebied: Dienstverlening Team Bestuursondersteuning Behandelaar: L.P. Berg Telefoonnummer: 06 21 38 21 66 Onderwerp:
Voorstelnr. 4121 Barneveld, 20 mei 2025 Portefeuillehouder: J. van der Tak
Jaarverslag 2024 juridische aangelegenheden
Gevraagde beslissing: het jaarverslag 2024 over juridische aangelegenheden vast te stellen en dit ter kennisneming door te geleiden aan de raad via de Lijst ingekomen stukken, rubriek B.
1. Inleiding Na afloop van elk kalenderjaar stelt het team bestuursondersteuning/juridische zaken een verslag op over de behandeling van klachten, verzoeken op basis van de Wet open overheid (Woo), aansprakelijkstellingen en bezwaarschriften in dat jaar.
2. Beoogd effect Met dit jaarverslag wordt beoogd inzichtelijk te maken wat er in 2024 aan bovengenoemde onderwerpen is ontvangen en wat de resultaten hiervan zijn. Tevens wordt een vergelijking gemaakt met voorgaande jaren om te bezien of een en ander in de meerjarige trend past of niet.
3. Argumenten Samengevat geven de vier deelonderwerpen het volgende beeld in 2023: Klachten In 2024 zijn er 35 klachten ingediend. Dat is weliswaar meer dan in 2023, maar dit aantal wijkt weinig of van het beeld dat te zien is in de afgelopen jaren. In de meerderheid van de gevallen (25 van de 35) gebeurde de klachtafhandeling op informele wijze. Vooral doordat er in 2024 minder klachten formeel behandeld werden dan in 2023 is het aantal (gedeeltelijk) gegrond verklaarde klachten afgenomen van 3 naar 1. Dat aantal is kleiner dan het aantal ongegronde klachten: 7 in 2024 (in 2023: 6). De klachten gingen net als in de voorgaande jaren meestal over de manier van communicatie, inclusief het uitblijven daarvan. Woo-verzoeken Het aantal in 2024 ingediende Woo-verzoeken is ten opzichte van 2023 met 3 afgenomen, van 51 naar 48. Na een grote stijging in 2022 blijft het aantal verzoeken ten opzichte van voorgaande jaren ongeveer gelijk. Aansprakelijkstellingen Het aantal aansprakelijkstellingen dat in 2024 is ingediend is hoger (63) dan in 2023 (55). Het aantal dat in 2024 toegewezen is (7), is iets lager dan het aantal van 2023 (9). Het totaal in 2024 uitgekeerde schadebedrag is echter een stuk hoger (€ 9.534,-) dan in 2023 (€ 6.554,-).
Het verschil tussen deze bedragen heeft vooral te maken met het gedeeltelijk toewijzen van een claim als gevolg van een fout bij de vergunningverlening door de omgevingsdienst. Bezwaarschriften Het aantal ontvangen bezwaarschriften is toegenomen (van 110 in 2023 naar 118 in 2024). Het percentage (gedeeltelijk) gegronde bezwaarschriften in 2024 was ongeveer gelijk: 6% (in 2023: 7%). Het aandeel ongegronde bezwaarschriften steeg van 39% in 2023 naar 44% in 2023. De zogeheten informele behandeling van bezwaarschriften blijft net als in voorgaande jaren positieve effecten houden. Voor een volledig beeld van de cijfers en voor vergelijkingen verwijzen wij u kortheidshalve naar het bijgevoegde (concept)jaarverslag.
4. Kanttekeningen N.v.t.
-2-
5. Financiën N.v.t.
6. Participatie en communicatie a) Participatie N.v.t. b) Communicatie N.v.t.
7. Vervolgstap N.v.t.
8. Bijlagen - concept jaarverslag 2024
Jaarverslag 2024
klachten, aansprakelijkstellingen, Woo-verzoeken en bezwaarschriften
1
Inhoudsopgave
Pagina
1. Inleiding
3
2. Samenvatting
4
3. Klachten
5
4. Woo-verzoeken
10
5. Aansprakelijkstellingen
12
6. Bezwaarschriften (c.a.)
21
2
1. Inleiding Voor u ligt het jaarverslag 2024 over verschillende juridische aangelegenheden. In dit verslag wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: •
Klachten;
•
Woo-verzoeken;
•
Aansprakelijkstellingen; en
•
Bezwaarschriften (c.a).
Voordat de onderdelen in afzonderlijke hoofdstukken uiteen worden gezet, volgt hierna eerst een samenvatting van de verschillende onderwerpen. Per onderdeel worden de cijfers voor het jaar 2024 besproken en worden hieraan conclusies verbonden, ook in vergelijking met het afgelopen jaar, dan wel de afgelopen jaren.
3
2. Samenvatting 2.1 Klachten In 2024 zijn er 35 klachten ingediend. Dat is weliswaar meer dan in 2023, maar dit aantal wijkt weinig of van het beeld dat te zien is in de afgelopen jaren. In de meerderheid van de gevallen (25 van de 35) gebeurde de klachtafhandeling op informele wijze. Vooral doordat er in 2024 minder klachten formeel behandeld werden dan in 2023 is het aantal (gedeeltelijk) gegrond verklaarde klachten afgenomen van 3 naar 1. Dat aantal is kleiner dan het aantal ongegronde klachten: 7 in 2024 (in 2023: 6). De klachten gingen net als in de voorgaande jaren meestal over de manier van communicatie, inclusief het uitblijven daarvan. 2.2 Woo-verzoeken Het aantal ingediende Woo-verzoeken is ten opzichte van de in de voorgaande jaren ingediende Woo verzoeken toegenomen. Er is in 2024 geen bezwaar gemaakt tegen een beslissing op een Woo-verzoek. In 2024 zijn twee Woo-verzoeken buiten de gestelde termijn afgehandeld. 2.3 Aansprakelijkstellingen Het aantal aansprakelijkstellingen dat in 2024 is ingediend is hoger dan in 2023. Het aantal dat toegewezen is, is ongeveer gelijk aan dat van 2023. Het totaal in 2024 uitgekeerde schadebedrag is echter een stuk hoger dan in 2023. De aard van de meldingen blijft divers, waarbij schade als gevolg van vermeende gebreken in de openbare ruimte, zoals losliggende stoeptegels, boomwortelopdruk en gladheid, de boventoon voert.
2.4 Bezwaarschriften (c.a.) Na een daling van 29 in 2023, is in 2024 het aantal ontvangen bezwaarschriften met 8 gestegen. Ten opzichte van 2023 is het percentage gegronde bezwaren gedaald met 1 procentpunt en is het percentage ongegronde bezwaren gestegen met 5 procentpunt. Het percentage bezwaarschriften dat binnen 18 weken is afgehandeld is gedaald van 79% naar 57%, wat niet altijd betekent dat er te laat beslist is op een bezwaarschrift.
4
3. Klachten 3.1 Inleiding Inwoners kunnen op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bij de gemeente een klacht indienen over gedragingen van gemeentelijke bestuursorganen, leden van gemeentelijke bestuursorganen en ambtenaren in dienst van de gemeente. Een klacht wordt na binnenkomst door de gemeente behandeld. Afhankelijk van de aard van klacht wordt door de leidinggevende van degene over wie geklaagd is, dan wel door de klachtbehandelaar van het team Bestuursondersteuning, contact opgenomen met de klager om de klachtprocedure te bespreken. Een klager kan desgewenst zijn klacht in een gesprek nader toelichten. Vaak leidt een dergelijk gesprek tot een oplossing van de klacht. In het geval een gesprek niet leidt tot een oplossing, dan wordt de formele klachtprocedure opgestart en volgt een schriftelijke inhoudelijke beoordeling van de klacht. Op basis van de ervaringen in de praktijk is de conclusie gerechtvaardigd dat het de moeite waard is om informele behandeling als uitgangspunt van de klachtenbehandeling te (blijven) nemen. Het belangrijkste voordeel is dat de klager vrij snel direct contact heeft met een teamleider, die weinig afstand heeft tot de inhoud van de klacht en vaak mogelijkheden heeft om eventuele gewenste actie te (laten) ondernemen.
Deze combinatie maakt dat de klager zich serieus genomen voelt en later vaak met tevredenheid kan terugkijken op wat de gemeente met zijn klacht heeft gedaan. Alhoewel deze manier van werken ook tijd kan kosten, is deze manier van werken voor de totale werklast van de gemeente efficiënter. De informele werkwijze heeft tot slot als voordeel dat de klachtprocedure meestal (ruim) binnen de wettelijke termijn en ook binnen de gemeentelijke servicenorm kan worden afgesloten. Indien de klager niet tevreden is over de formele afdoening van zijn klacht, kan de klager de Nationale Ombudsman vragen een onderzoek in te stellen. In het geval een klacht door een inwoner rechtstreeks bij de Nationale Ombudsman wordt ingesteld, wordt deze klacht niet in behandeling genomen. Eerst moet de gemeente zelf de klacht behandelen en in gesprek treden met de klager. Met dit jaarverslag wordt voldaan aan de publicatieverplichting van artikel 9:12a van de Awb. Dit verslag geeft een overzicht van alle ingekomen klachten die (in)formeel zijn afgehandeld. 3.2 Overzicht behandelde klachten en conclusies Er zijn klachten ingediend over uiteenlopende onderwerpen. In veel gevallen ging de klachten over de bejegening of werkwijze van medewerkers, werkzaam bij de gemeente. Het totaal klachten heeft de volgende ontwikkeling gehad:
5
Totaal aantal klachten
2024
2023
2022
2021
2020
35
29
36
35
32
In het onderstaande schema is het aantal klachten per aandachtsgebied en per uitkomst uitgesplitst. Alleen bij de formeel afgedane klachten wordt er aangegeven of een klacht (gedeeltelijk) gegrond is dan wel ongegrond. Hieronder treft u het schema aan met de aantallen uit 2024. Daarna volgt het schema met de aantallen uit 2023.
6
Tabel 2024 Uitkomstklachten
Totaal
Samenleving
Leefomgeving
Dienstverlening
2024 Formele afdoening 2023
8
1
1
-
-
7
4
3
-
middels gesprek
25
18
5
2
Niet-ontvankelijk
1
-
1
-
1
1
-
-
35
24
9
2
(Gedeeltelijk) gegrond
Ongegrond
Informele afdoening
Doorverwijzing Totaal derde
7
Tabel 2023: Uitkomst klachten 2023
Totaal
samenleving
leefomgeving
dienstverlening
3
1
2
-
6
3
1
2
17
11
5
1
Niet-ontvankelijk
2
2
-
-
Doorverwijzing
1
-
-
-
-
-
-
29
17
8
(Gedeeltelijk) gegrond
Ongegrond
Opgelost
met
gesprek
(persoonlijk; telefonisch)
Niet afgehandeld
Totaal
3
Hieronder is de ontwikkeling van (gedeeltelijk) gegronde klachten in de afgelopen jaren te zien: Gegrondverklaringen
2024
2023
2022
2021
2020
Totaal
1
3
-
-
2
8
3.3 Lessons learned Uit bovengenoemde klachten kunnen verschillende conclusies en lessen worden getrokken: •
De klachten zijn enigszins toegenomen van 29 klachten in 2023 naar 35 in 2024, maar het aantal gegronde klachten is afgenomen. Bovendien is het aantal van 35 klachten geen schrikbarende stijging in vergelijking met de jaren 2020/2021 en 2022 en blijft het aantal klachten vrij stabiel.
•
Denk niet vanuit jezelf, de gemeente en jouw, maar vanuit een inwoner. Een inwoner is belangrijk en je zal moeten inventariseren waar zijn behoefte ligt en er niet vanuit gaan dat hij alles weet, of niets.
•
Zo snel mogelijk contact zoeken; telefonisch is de meest efficiënte werkwijze om een klacht af te handelen. De concerndirectie en de teamleiders hebben expliciet aandacht hiervoor.
9
4. Woo-verzoeken De Wet openbaarheid overheid (hierna: Woo) regelt het recht op informatie. Een kerndoel van de Woo is het reguleren van de openbaarheid over alles wat de overheid doet en de informatievoorziening hiervan. Met het oog op een goede en democratische bestuursvoering zijn de regels over openbaarheid van de overheidsdocumenten zoveel mogelijk in de Woo opgenomen. Zo bepaalt de Woo welke informatie openbaar is en wanneer deze verstrekt moet worden aan een verzoeker om informatie, dan wel achterwege dient te blijven. Iedereen kan zo’n verzoek indienen, waarbij de verzoeker bij de openbaarmaking geen belang hoeft te stellen. De Wet dwangsom is niet van toepassing op de Woo. Dit betekent dat indien niet binnen de beslistermijn van vier weken (eventueel te verlengen met twee weken) is beslist op het Woo-verzoek, het bestuursorgaan dus geen dwangsom verbeurt. Mede gezien het belang van een transparante overheid spant de gemeente zich evenwel in om de wettelijke termijnen die gelden voor het behandelen van een Woo-verzoek niet te overschrijden. Ondanks dat de termijnen in de Woo zijn verkort, blijkt dat in de praktijk de termijnen in zo goed als alle gevallen worden gehaald. 4.1 Totaaloverzicht Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de ingediende verzoeken op grond van de Wob en de Woo, evenals de bijbehorende bezwaarschriften, over de jaren 2019 tot en met 2024.
De overgang van Wob naar Woo vond plaats op 1 mei 2022; verzoeken vóór die datum vallen onder de Wob, verzoeken daarna onder de Woo.
Wob/Woo verzoeken Bezwaar tegen besluiten
2024
2023
2022
2021
2020
48
51
50
25
19
1
1
Bezwaar (kennelijk) gegrond Bezwaar ongegrond Bezwaar niet-ontvankelijk Bezwaar ingetrokken
Het aantal ingediende verzoeken is ten opzichte van de jaren 2022 en 2023 redelijk gelijk gebleven. In 2024 zijn 48 Woo-verzoeken ingediend. 4.2 Lessons learned Het aantal Woo-verzoeken is in 2024 op een vergelijkbaar niveau gebleven als in voorgaande jaren. De ingediende verzoeken weerspiegelen de brede maatschappelijke betrokkenheid bij het lokaal bestuur en
10
beslaan een grote variëteit aan onderwerpen. De aard van de verzoeken varieerde van handhavingstrajecten en vergunningverlening tot milieuvraagstukken, communicatie met externe partijen en ruimtelijke ontwikkeling. Opvallende thema’s waarover in 2024 Woo-verzoeken zijn ingediend zijn onder andere: •
Vergunningen, handhaving en milieuvraagstukken rondom locaties zoals Haarkampstraat 10 en de Helihaven aan de Wesselseweg.
•
Communicatie tussen de gemeente en externe partijen, bijvoorbeeld inzake de opvang van asielzoekers, autonome inwoners , en incidenten met wolven.
•
Informatie over bestemmingsplannen en ruimtelijke ordening in onder andere Stroe, Garderen, Nieuw Milligen en Zwartebroek.
•
Inzageverzoeken met betrekking tot de toeslagenaffaire, uithuisplaatsingen, kabelschade, leidingschade en noodverordeningen.
•
Verzoeken om contractinformatie, bijvoorbeeld inzake brandstofverkooppunten, reclameexploitatie en uitgaven aan Oekraïense vluchtelingen.
•
Communicatie over grootschalige gebiedsontwikkeling, zoals de wateroverlast in Bloemendal en de bouw van villa’s.
Deze brede spreiding van onderwerpen bevestigt het belang van toegankelijke en transparante informatievoorziening. In meerdere gevallen merkten we dat verzoekers in het primaire proces niet altijd over de juiste informatie beschikten. Dit benadrukt het belang van het actief beschikbaar stellen van documenten en besluitvormingstrajecten. De praktijk leert dat na grote beleidsbesluiten – bijvoorbeeld over ruimtelijke ontwikkelingen of incidenten in het publieke domein – geregeld aanvullende informatieverzoeken volgen. Door het actief publiceren van Woo-besluiten op iBabs kon in veel gevallen snel worden verwezen naar reeds openbaar gemaakte stukken. Deze werkwijze verkort de doorlooptijd, vermindert de werkdruk en versterkt de transparantie naar onze inwoners.
11
5. Aansprakelijkstellingen 5.1 Inleiding Het Nederlandse rechtsstelsel bepaalt dat een ieder zijn of haar eigen schade draagt. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan een derde verplicht worden om de schade van een ander te dragen. Deze verplichting bestaat voor de gemeente wanneer een burger schade heeft geleden, doordat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld of doordat de schade is ontstaan door een gebrekkige opstal, zoals de weg of het riool. Op het moment dat iemand schade heeft geleden, kan deze een verzoek om schadevergoeding (hierna: aansprakelijkstelling) indienen bij de gemeente. De juridische medewerkers van het team bestuursondersteuning hebben de taak om deze aansprakelijkstellingen af te handelen. Zij zijn gemachtigd om namens het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) aansprakelijkstellingen te behandelen tot een bedrag van € 7.500,-. Als het schadebedrag in de aansprakelijkstelling hoger is dan dit bedrag of het letselschade betreft, wordt het dossier afgehandeld door onze verzekeringsmaatschappij, Melior Verzekeringen, mits dit onder de polisvoorwaarden valt. In paragraaf 2 wordt kort ingegaan op de wettelijke vormen van aansprakelijkheid. In paragraaf 3 komen de algemene cijfers aan bod, waarna in paragraaf 4 specifiek wordt ingegaan op de claims die door het team bestuursondersteuning zijn ontvangen.
In paragraaf 5 wordt een vergelijking gemaakt ten opzichte van eerdere jaren, om hieruit vervolgens conclusies te trekken. 5.2 Wettelijke vormen van aansprakelijkheid Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) maakt onderscheid tussen risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid. Deze vormen van aansprakelijkheid worden beheerst door het privaatrecht. 5.2.1 Risicoaansprakelijkheid Artikel 6:174 van het BW ziet op risicoaansprakelijkheid aan de zijde van de gemeente. Op grond van risicoaansprakelijkheid kan de gemeente aansprakelijk worden gehouden voor gebreken aan een opstal, zonder dat zij van dat gebrek op de hoogte is. Bij risicoaansprakelijkheid wordt er gekeken of er sprake is van een gebrek en niet of de gemeente een verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van dat gebrek. De gemeente dient ervoor te zorgen dat wegen in een goede staat van onderhoud verkeren en dat het rioolstelsel naar behoren functioneert. Als wegbeheerder kan de gemeente bijvoorbeeld risicoaansprakelijk worden gehouden voor gaten in de weg, losliggende stoeptegels of ondeugdelijk geplaatste drempels. Toch leidt niet ieder gebrek per definitie tot risicoaansprakelijkheid. De weggebruiker dient ook een bepaalde
12
zorgvuldigheid in acht te nemen. Eigen schuld van de weggebruiker kan ertoe leiden dat de schadevergoeding lager kan uitvallen dan de daadwerkelijk geleden schade. 5.2.2 Schuldaansprakelijkheid Artikel 6:162 van het BW ziet op schuldaansprakelijkheid en heeft betrekking op de onrechtmatige daad. Hierbij speelt de verwijtbaarheid van het handelen of het nalaten van de gemeente wel een rol. Anders dan bij risicoaansprakelijkheid is de gemeente pas aansprakelijk als het ontstaan van de schade aan de gemeente kan worden toegerekend. Ook bij deze vorm van wettelijke aansprakelijkheid kan eigen schuld van degene die de schade heeft geleden de schadevergoedingsplicht verminderen. 5.2.3 Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie kan aan de orde zijn bij schade die is geleden als gevolg van rechtmatig overheidshandelen. Dit kan zich voordoen als een overheidsbesluit zelf rechtmatig is, maar wel zorgt voor schade. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de gemeente middels een rechtmatig overheidsbesluit bepaalt dat een deel van de weg is afgesloten voor gemotoriseerd verkeerd, waardoor een ondernemer inkomsten misloopt, omdat klanten zijn zaak niet meer kunnen bereiken. 5.3 Totaaloverzicht aansprakelijkstellingen In 2024 zijn er 63 aansprakelijkstellingen ontvangen. Voor 10 van deze aansprakelijkstellingen is de indiener doorverwezen naar andere partijen, omdat de gemeente geen partij was.
Veruit de meeste aansprakelijkstellingen zijn behandeld door het team Bestuursondersteuning. 16 aansprakelijkstellingen zijn afgehandeld door de verzekeraar (Melior) namens de gemeente, vanwege de hoogte van het bedrag of de aanwezigheid van letselschade. Behandeld door:
Aantal:
Team bestuursondersteuning/jz
37
Melior / CAR Verzekeringen (namens de gemeente)
16
Doorverwezen naar andere partijen (gemeente was geen partij)
10
5.4 Behandeling aansprakelijkstellingen
13
Het team Bestuursondersteuning heeft 37 aansprakelijkstellingen in behandeling genomen. Waarvan 161 in
samenwerking
met
de
verzekeraar
(Melior/CAR).
De
verdeling
tussen
schuld-
en
risicoaansprakelijkheidszaken was in 2024 als volgt: Behandelde aansprakelijkstellingen
63
Risicoaansprakelijkheid
36
Schuldaansprakelijkheid
25
Nadeelcompensatie
2
Van de 37 aansprakelijkstellingen, is er in 7 gevallen een financiële schadevergoeding toegekend waarvan in
2
coulancehalve
is
betaald.
13
aansprakelijkstellingen
zijn
afgewezen.
De overige
15
aansprakelijkstellingen zijn buiten behandeling gesteld vanwege gebrek aan informatie, het ontbreken van een reactie van de indiener of intrekking van aansprakelijkstelling door claimant. In totaal is een bedrag van € 9.534,- aan schadevergoeding uitgekeerd. Afgehandelde claims door Bestuursondersteuning
Aantal
Percentage
Toegewezen
7
18%
Afgewezen
13
36%
Coulancehalve vergoeding
2
5%
Buiten behandeling gesteld of ingetrokken
15
41%
In behandeling
0
0%
37
100%
5.5 Vergelijking met voorgaande jaren Het aantal binnengekomen aansprakelijkstellingen lag in 2024 hoger dan in 2023. Dat is een andere tendens dan doorgaande jaren waarin het aantal telkens iets afnam. Er zijn geen specifieke gebeurtenissen aan te wijzen die deze stijging kunnen verklaren.
1
Eenmaal heeft Melior de aansprakelijkstelling afgewezen omdat de gemeente geen partij was.
14
Aantal binnengekomen claims (2017-2024) 80
70
70
63
59
60
55
53
48
50
46
41
40 30 20 10 0
Aantal claims 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
5.5.1 Toegekende aansprakelijkstellingen door Bestuursondersteuning De meeste aansprakelijkstellingen in 2024 hebben betrekking op risicoaansprakelijkheid. In onderstaande grafiek is per categorie te zien hoeveel claims er zijn toegewezen en hoeveel claims er zijn afgewezen.
Aantal afgewezen en toegewezen claims per categorie (2020-2024) 25 20 15 20 16
i.. . lij k pr
ns ld aa hu Sc
hu
ld aa
ns
pr
ak e
lij k
he
i.. .
3 4
ak e
lij k ak e pr ns ld aa
hu
7
he
i.. .
5
he
i.. . he ak e Sc
Sc
hu
ld aa
ns
pr ns ld aa hu Sc
pr
ak e
lij k
he lij k
kh lij ke ra sp aa n
si co
Afgewezen
9 5
i.. .
... ei
... ei kh ke ra sp
aa n si co
9 5
3
lij
kh lij ke ra sp aa n
si co Ri
2
ei
... ei kh lij ke ra sp
aa n si co Ri
Ri
si co
aa n
sp
ra
ke
lij
kh
ei
...
0
1 ...
2
3
Ri
7
13
10
9
8
Ri
5
Sc
10
Toegewezen
15
Aantal toegewezen claims per onderwerp (2024) 1
1
1
1
1
1 1
Schade verlichtingskabel door graafwerkzaamheden Autoschade door omgevallen boom Schade door oneffen fietspad Autoschde gat in de weg Wateroverlast door gebrekkig onderhoud Autoschade betonverhoging Kosten gemaakt door verkeerd verleend vergunning
Toelichting toekenningen risicoaansprakelijkheid De kwesties waarbij in 2024 risicoaansprakelijkheid is erkend hadden betrekking op situaties waarin de staat van de openbare ruimte of weguitrusting niet aan de geldende normen voldeed. Het betrof onder andere een situatie waarbij een weggebruiker in het donker tegen een omgewaaide boom reed, autoschade door een gat in het wegdek en autoschade veroorzaakt door een paal of balk op de rijbaan. In deze gevallen hoefde de weggebruiker niet bedacht te zijn op het gebrek, waardoor de schade (deels) is vergoed. Toelichting toekenningen schuldaansprakelijkheid In 2024 is schuldaansprakelijkheid erkend in gevallen waarbij schade werd veroorzaakt door onvoldoende onderhoud of onzorgvuldig handelen. Voorbeelden zijn schade aan de verlichtingskabel op de Vellerselaan door graafwerkzaamheden, een lekke band door een oneffen fietspad, en wateroverlast door gebrek aan onderhoud van een sloot. In deze gevallen werd de gemeente als verantwoordelijke partij aangemerkt en werd schadevergoeding verstrekt. Daarnaast is in een andere zaak sprake van schuldaansprakelijkheid vanwege de verkeerd verleende vergunning door Omgevingsdienst de Vallei (Oddv), die handelde onder mandaat van de gemeente
16
Barneveld. In dit geval is de gemeente volledig aansprakelijk gesteld. Wij hebben echter geoordeeld dat wij voor de helft van het schadebedrag aansprakelijk zijn. Toelichting toegekende schades Met € 9.534,- aan uitkeringen is een hoger bedrag uitgekeerd dan in 2023 (€ 6.554,-), met meer aansprakelijkstellingen. Dit verschil zit hem waarschijnlijk in één zaak waarin € 3.593,- is uitgekeerd vanwege de verkeerd verleende vergunning door Omgevingsdienst de Vallei (Oddv), die handelde onder mandaat van de gemeente Barneveld. Wanneer dit bedrag wordt vergeleken met de uitgekeerde bedragen uit de periode 2018-2023, dan ziet dat er als volgt uit.
Uitbetalingen per categorie (2018-2024) 6000
5027
5352
5000
4507 3929
3708
4000 3257 3000
2490
4108
3166 2603
2355
2000
1506
1202
1000 148 0
Risicoaansprakelijkhei... 2018
2019
Schuldaansprakelijkhei... 2020
2021
2022
2023
2024
5.5.2 Afgewezen aansprakelijkstellingen Er zijn in 2024, 13 aansprakelijkstellingen afgewezen, waarvan er 10 betrekking hadden op risicoaansprakelijkheid en 3 op schuldaansprakelijkheid. In al deze gevallen was de gemeente van oordeel dat zij niet aansprakelijk was, omdat geen sprake was van nalatigheid of een onrechtmatige daad, dan wel omdat het risico niet voor haar rekening kwam. Toelichting afwijzingen risicoaansprakelijkheid De 10 claims waarbij in 2024 risicoaansprakelijkheid is afgewezen hadden betrekking op schade aan auto’s, wateroverlast, rioleringsproblemen en vermeende schade aan een poel. Deze claims zijn afgewezen omdat geen sprake was van een gebrekkige toestand van gemeentelijke eigendommen, of omdat extra
17
oplettendheid had kunnen en mogen worden verwacht van degenen die de gemeente aansprakelijk hebben gesteld. Bij het riool bij een adres aan de Wildenborglaan betrof het een verstopping in het particuliere deel. In de zaak over de poel is geen sprake gebleken van een onrechtmatige gedraging door de gemeente. Toelichting afwijzingen schuldaansprakelijkheid De 3 claims die in 2024 is afgewezen met betrekking tot schuldaansprakelijkheid hadden betrekking op schade aan een auto door een open put aan de Anjelierstraat, betonpuin in de berm ter hoogte van een adres aan de Lage Boeschoterweg en autoschade op de Hoevelakenseweg. In alle gevallen is geconcludeerd dat onvoldoende causaal verband kon worden vastgesteld tussen het handelen of nalaten van de gemeente en de ontstane schade. Daarnaast werd van de betrokken claimanten een zekere mate van oplettendheid en voorzichtigheid verwacht. Om die reden is in deze gevallen geen aansprakelijkheid erkend. 5.6 Lessons learned In veel gevallen kan schade voorkomen worden door eerder en frequenter te signaleren. In een aantal zaken bleek sprake van een gebrek dat (al langer) zichtbaar was. Door tijdig te signaleren en op te lossen, kunnen schadegevallen voorkomen worden.
In 2024 bleek opnieuw dat bij een aantal erkende claims sprake was van een situatie waarbij een gebrek al zichtbaar was geweest, maar waarbij geen herstel plaatsvond vóórdat de schade ontstond. Dit benadrukt het belang van tijdige opvolging van meldingen of bevindingen bij inspecties. Ook komt naar voren dat het maken van foto's vóór herstel een waardevol hulpmiddel is bij de beoordeling van aansprakelijkheid. Als die ontbreken, is het lastiger om claims gemotiveerd te kunnen beoordelen. Daarnaast is het belangrijk dat aannemers en derden die werkzaamheden uitvoeren in de openbare ruimte zich houden aan heldere instructies ten aanzien van afzetting en herstel. In 2024 is opnieuw gebleken dat onduidelijke afspraken of onzorgvuldig handelen door derden aanleiding kunnen geven tot schade. Tot slot blijft een goede samenwerking en informatiedeling tussen verschillende afdelingen van belang, met name bij complexe dossiers of wanneer vergunningverlening via gemandateerde partijen zoals de ODDV loopt. In een schadezaak in 2024 leidde een onvolledig vergunningsadvies tot erkenning van aansprakelijkheid. Dit onderstreept het belang van zorgvuldige afstemming. 5.7 Conclusie In 2024 zijn meer aansprakelijkstellingen (63) ontvangen dan in 2023 (55). In 2024 waren er geen opmerkelijke gebeurtenissen die tot een groter aantal schadegevallen hebben geleid.
Hoewel het aantal meldingen licht steeg, is het percentage erkende claims beperkt gebleven. Wel werd in 2024 een fors bedrag aan schadevergoeding uitgekeerd in één specifieke zaak, waarin sprake was van een
18
vergunningsfout. Dit heeft relatief veel invloed op het totale schadebedrag, dat in 2024 uitkwam op € 9.534,tegenover € 6.555,67 in 2023. De gegevens uit 2024 onderstrepen dat preventie en dossiervorming essentieel blijven: tijdige inspecties, adequate vastlegging (bijv. foto’s) en heldere afbakening van verantwoordelijkheden zijn cruciaal om aansprakelijkheid te voorkomen of te beperken.
19
6.
Bezwaarschriften (c.a.)
6.1 Inleiding Tegen een primair besluit van het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of (soms) de gemeenteraad kan bezwaar worden aangetekend. Tijdens de bezwaarprocedure wordt het primaire besluit volledig heroverwogen. Dit verslag heeft betrekking op de bezwaarschriften die in het kalenderjaar 2024 zijn ingediend. Net zoals ieder jaar zijn in dit verslag geen zaken opgenomen die betrekking hebben op de waardering van onroerende zaken (WOZ) en belastingen. De teams die rechtsbeschermingsprocedures - zoals bezwaarschriftprocedures – behandelen zijn Bestuursondersteuning/jz, Samenleving/jz en Planologie, bezwaar en beroep. In dit hoofdstuk zijn deze teams afgekort als respectievelijk BO, SOC en PBB. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat bij het team BO ook bezwaarschriften c.a. zijn meegeteld die door de jurist van het team Vergunningen, veiligheid en toezicht (VVT) zijn behandeld. Hier is voor gekozen omdat het ook voorkomt dat juristen van het team BO bezwaarschriften behandelen tegen besluiten die door het team VVT opgesteld zijn. Verder heeft deze verdeling als voordeel dat daardoor de cijfers te vergelijken zijn met de cijfers van verslagjaren van vóór 2022 van de voormalige afdeling Bestuur en Dienstverlening, waar beide teams voorheen onder vielen.
Tot slot sluiten de onderwerpen van het team VVT meer aan bij de onderwerpen van het team BO, dan bij de onderwerpen die bij de andere twee teams aan bod kunnen komen. 6.2 Voorwoord voorzitter Voor u ligt het jaarverslag 2024 van de bezwarencommissie van de gemeente Barneveld. Dit verslag geeft inzicht in de werkzaamheden van de commissie en de ontwikkelingen die het afgelopen jaar zijn opgevallen. In 2024 hebben wij diverse zaken behandeld, waarbij met name bezwaren op het gebied van ruimtelijke ordening in het buitengebied opvielen. De groeiende druk op de leefomgeving en ruimtelijke ontwikkelingen zorgen voor discussies tussen belanghebbenden en de gemeente, wat terug te zien is in het aantal ingediende bezwaren. Een andere opvallende ontwikkeling was de toename van bezwaren tegen de plaatsing van laadpalen voor elektrische voertuigen. Dit onderstreept de maatschappelijke transitie naar duurzame mobiliteit en de uitdagingen die daarmee gepaard gaan. Positief is dat de informele aanpak bij de behandeling van bezwaren goed heeft gewerkt. In een aantal gevallen kon door vroegtijdig overleg en afstemming een bevredigende oplossing worden gevonden, zonder dat een formele uitspraak nodig was. Bovendien heeft het college in meerdere gevallen tijdens de hoorzitting flexibiliteit getoond en was het bereid om ter plekke tot een oplossing te komen.
Dit heeft bijgedragen aan een efficiënte en oplossingsgerichte bezwaarprocedure. De commissie bedankt alle betrokkenen – speciaal de secretarissen die de commissie met raad en daad hebben bijgestaan - voor hun inzet en bijdragen aan een betekenisvolle bezwaarprocedure. De
20
commissie blijft zich ook in 2025 inzetten voor een zorgvuldige en rechtvaardige behandeling van bezwaren, waarbij wij streven naar een balans tussen formele rechtsbescherming en een pragmatische en oplossingsgerichte aanpak. Ilona van Wamel, Voorzitter van de bezwarencommissie Gemeente Barneveld 6.3 Overzicht bezwaarschriften In onderstaande tabel I is voor de jaren 2021 tot en met 2024 het aantal bezwaarschriften per bestuursorgaan opgenomen. In 2024 zijn er 8 bezwaarschriften meer ingediend dan in 2023. De stijging ten opzichte van 2023 bedraagt ongeveer 7%. De aantallen bezwaarschriften van 2021 en 2022 (139 en 135) zijn echter niet gehaald. Aantal bezwaarschriften
2024
2023
2022
2021
College van B&W
115
101
136
130
Burgemeester
3
8
3
5
Gemeenteraad
-
1
-
-
Totaal
118
110
139
135
Tabel I
6.4 Informele afhandeling Sinds november 2020 geldt organisatiebreed als uitgangspunt dat na ontvangst van een bezwaarschrift eerst het gesprek aangegaan wordt met bezwaarde (en eventuele andere belanghebbenden) om te bezien of er een andere manier is om het geschil ‘achter’ diens bezwaarschrift op te lossen. De omstandigheden van het geval bepalen wat een dergelijke informele fase precies inhoudt. Voorbeelden zijn het geven van een nadere uitleg over het bestreden besluit, relevante wet- en regelgeving of het toepassen van mediation in de vorm van buurtbemiddeling. In het geval dat blijkt dat het bestreden besluit zonder meer onjuist was, kan dat in sommige gevallen tot ambtshalve herstel van dat besluit leiden zonder dat daarvoor de formele bezwaarschriftprocedure doorlopen behoeft te worden. In onderstaande tabel II is weergegeven in hoeveel gevallen er eerst geprobeerd is om het bezwaarschrift informeel af te handelen. Vervolgens is in de onderstaande tabel III weergegeven in hoeveel gevallen de informele behandelwijze de intrekking van een bezwaarschrift tot gevolg gehad heeft. Informeel gesprek Ja Nee
Totaal
BO
PBB
SOC
58 46
39 3
8 42
11 1
21
In behandeling, maar nog niet afgerond
14
-
14
-
Totaal
118
42
64
12
Totaal
BO
PBB
SOC
Intrekking bezwaarschrift Formele behandeling bezwaarschrift nodig
26 32
14 25
5 3
7 4
Totaal
58
39
8
11
Tabel II
Uitkomst informeel gesprek
Tabel III
Uit tabel II volgt dat bij 56% van de afgeronde bezwaarschriften geprobeerd is om het geschil op een andere manier dan via de formele procedure op te lossen. De afweging om een dergelijke poging te wagen ligt voornamelijk bij de behandelaar van het bezwaarschrift die, mocht het tot een formele behandeling van het bezwaarschrift komen, daarbij optreedt als secretaris van de bezwaarcommissie. Als redenen om de informele fase over te slaan worden bijvoorbeeld genoemd dat voorafgaande aan het nemen van het bestreden besluit al inspanningen geleverd zijn om te voorkomen dat een handhavingsbesluit genomen moest worden en dat uit de voorfase al gebleken is dat bezwaarde en/of andere belanghebbenden niet open staan voor een minnelijke oplossing. De informele werkwijze is vooral een extra mogelijkheid van uitwisseling van informatie tussen de gemeente en bezwaarde die niet per definitie tijdens een hoorzitting van de bezwaarcommissie aan de orde komt. Een afname van het aantal formeel af te handelen bezwaarschriften is niet zo zeer een doel van de informele werkwijze maar meer een bijgevolg. Uit het oogpunt van bedrijfsvoering is het bijvoorbeeld wel interessant om in beeld te hebben of de informele fase tot gevolg heeft gehad dat een bezwaarschrift ingetrokken is.
Uit tabel III blijkt dat in ongeveer 45% van de gevallen waarin de informele werkwijze gehanteerd is, er een intrekking van het bezwaarschrift volgde. 6.5 Per team In tabel IV is vermeld wat de uitkomst van de bezwaarschriften was. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat de bezwaarschriften die het team BO behandelt de bezwaarschriften zijn die niet door de twee andere teams behandeld worden. Voorbeelden zijn bezwaarschriften tegen verkeersbesluiten, besluiten op het gebied van de basisregistratie personen (BRP), huisnummeringsbesluiten, besluiten op grond van de Wet open overheid (Woo), besluiten van de burgemeester, etc. Uitkomst
Totaal
BO
PBB
SOC
Gegrond Gedeeltelijk gegrond
3 4
2 2
1 2
-
Ongegrond
52
24
24
4
Niet-ontvankelijk
8
-
7
1
22
Ingetrokken
37
14
16
7
Nog in behandeling
14
-
14
-
Totaal
118
42
64
12
Tabel IV
6.6 Toelichting per team BO: In 2024 is het aantal bezwaarschriften ten opzichte van het aantal van 2023 met 11 stuks gestegen. Er zijn 42 bezwaarschriften ingediend in 2024 tegenover 31 bezwaarschriften in 2023. In 2023 was er nog een daling te zien: van 37 in 2022 naar 31 in 2023. Van de 42 bezwaarschriften hadden er 33 betrekking op een verkeersbesluit tot aanwijzing van laadplekken voor elektrische voertuigen. Dat is 79%. PBB: Het aantal ingediende bezwaarschriften is dit jaar ten opzichte van het voorgaande jaar met 6 stuks gestegen: van 58 in 2023 naar 64 in 2024. In 2023 was er nog sprake van een daling van 13 ten opzichte van 2022. SOC: Bij dit team is het aantal ingekomen bezwaarschriften met 9 gedaald: van 21 bezwaarschriften in 2023, naar 12 bezwaarschriften in 2024. In 2023 was er sprake van een daling van 10 ten opzichte van 2022. Volledigheidshalve wordt hierbij opgemerkt dat zowel in 2022 als in 2023 nog sprake was van 11 bezwaarschriften in het kader van de Tijdelijke regeling eenmalige energietoeslag. Als dit gegeven buiten beschouwing gelaten wordt, lijkt het aantal bezwaarschriften, na een daling ten opzichte van 2022, zich met ingang van 2023 te stabiliseren. 6.7 Beslissingen op bezwaar In tabel V zijn de beslissingen op bezwaar in 2024 uitgesplitst in uitkomst. Daarnaast zijn de beslissingen op bezwaar voor 2024 in percentages uitgedrukt.
Voor de jaren 2021 tot en met 2023 zijn alleen de percentages weergegeven. Uitkomst
2024
2024
2023
2022
2021
(Ged.) gegrond
7
6%
7%
2%
8%
Ongegrond
52
44%
39%
19%
24%
Niet-ontvankelijk
8
7%
7%
6%
5%
Ingetrokken
37
31%
39%
33%
42%
Nog in behandeling
14
12%
8%
40%
21%
Totaal
118
100%
100%
100%
100%
Tabel V
23
Het aantal bezwaarschriften dat ongegrond is verklaard is met 5 procentpunt gestegen ten opzichte van 2023 (van 39% naar 44%). Ten aanzien van het aantal (gedeeltelijk) gegronde bezwaarschriften is er een daling te zien ten opzichte van het voorgaande jaar, van 7% naar 6%. Wat betreft het aantal bezwaarschriften dat niet-ontvankelijk is, is het percentage gelijk gebleven (7%). Het aantal ingetrokken bezwaarschriften is gedaald met 8 procentpunt: van 39% naar 31%. Het percentage bezwaarschriften uit 2024 dat op 1 april 2025 nog in behandeling is, is gestegen van 8% naar 12%. 6.8 Behandeltijden In onderstaande tabel VI zijn per team de behandeltijden van de in 2024 ingediende bezwaarschriften opgenomen. Behandeltijd
Totaal
BO
PBB
SOC
< 18 weken
21
1
19
1
> 18 weken
46
27
15
4
Ingetrokken
37
14
16
7
Nog in behandeling
14
-
14
-
Totaal
118
42
64
12
Tabel VI uitslag
In 2024 is ongeveer 57% van het aantal in dat jaar ingediende bezwaarschriften - uitgezonderd de op 1 uitslag april 2025 nog in behandeling zijnde bezwaarschriften uit 2024 – ingetrokken of binnen 18 weken inhoudelijk afgehandeld. In 2023 was dit 79%. De daling met ongeveer 22 procentpunt is vooral het gevolg van een groter aantal bezwaarschriften ten aanzien waarvan sprake is van een noodzakelijke langere behandeltijd. Deze langere tijd komt vooral doordat gewacht moest worden op (aanvullende) adviezen en onderzoeken die nodig waren om op bezwaarschriften te kunnen beslissen. Dit wil overigens niet per definitie zeggen dat er sprake is van een termijnoverschrijding. De genoemde afhandelingsperiode van 18 weken is de standaardperiode zoals gesteld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit artikel 7:10, in samenhang gelezen met artikel 7:13 van de Awb volgt dat het bestuursorgaan moet beslissen binnen twaalf weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Verlenging van deze periode met zes weken is wettelijk mogelijk wanneer de termijn wordt verdaagd in overeenstemming met artikel 7:10, derde lid van de Awb. Ook kan de termijn worden verlengd wanneer er bijzondere wettelijke procedurevoorschriften zijn of wanneer verder uitstel van de afhandelingstermijn in overleg met de belanghebbenden plaatsvindt.
De langere behandeltijden in 2024 hadden bijvoorbeeld te maken met het feit dat in sommige gevallen:
24
•
ingezet is op een minnelijk overleg ter oplossing van het onderliggende geschil tussen betrokken partijen, wat meer tijd kostte dan alleen het behandelen van het bezwaarschrift. Te denken valt aan het organiseren van gesprekken met de betrokken partijen;
•
in overeenstemming met de bezwaarden is de hoorzitting voor een langere tijd uitgesteld;
•
bij handhavingsbesluiten gewacht werd op een legaliserende vergunning; en
•
enige tijd gewacht moest worden op onderzoeken of interne adviezen die nodig waren om bezwaarschriften te kunnen behandelen.
6.9 Verzoeken om voorlopige voorziening en (hoger) beroep Tabel VII laat het aantal in 2024 aangevraagde voorlopige voorzieningen zien. De uitkomst hiervan alsmede het aantal voorlopige voorzieningen die nog in behandeling zijn, zijn weergegeven in deze tabel. Uitkomst
Totaal
BO
PBB
SOC
1 -
-
1 -
-
Niet-ontvankelijk
-
-
-
-
Ingetrokken
2
-
2
-
Nog in behandeling
-
-
-
-
Totaal
3
-
3
-
Toegewezen Afgewezen
Tabel VII
Het aantal verzoeken om een voorlopige voorziening in 2024 is ten opzichte van 2023 afgenomen: van 9 verzoeken in 2023 naar 3 verzoeken in 2024. Dit jaar is 1 verzoek toegewezen. De beroepschriften en de uitkomsten hiervan voor het jaar 2024 zijn in tabel VIII zichtbaar. Ook het aantal beroepschriften dat ingediend is in 2024 en dat nog in behandeling is, is in de laatste rij opgenomen. Uitkomst
Totaal
BO
PBB
SOC
(Ged) gegrond
-
-
-
-
Ongegrond
2
1
1
-
Niet-ontvankelijk
1
1
-
-
Ingetrokken
3
-
3
-
Nog in behandeling
9
-
8
1
Totaal
15
2
12
1
Tabel VIII
Het totaal aantal ingediende beroepen is in 2024 (15) gedaald ten opzichte van het aantal van 2023 (23). Het aantal beroepszaken dat aan het einde van de verslagperiode nog in behandeling was, is lager dan in 2023 (9 in 2024 en 18 in 2023). In 2024 is er bij het team SOC 1 beroepszaak bijgekomen, in 2023 was dat er ook 1. Voor het team BO bedraagt het aantal nieuwe beroepszaken 2 in 2024, terwijl er in 2023 nog 3
25
beroepszaken ingediend werden. Het team PBB had in 2024 te maken met 12 nieuwe beroepszaken, terwijl dat aantal in 2023 nog 19 bedroeg. Het aantal hoger beroepszaken in 2024 en de uitkomsten zijn in onderstaande tabel IX weergegeven. Uitkomst
Totaal
BO
PBB
SOC
Gegrond Ongegrond
-
-
-
-
Niet-ontvankelijk
-
-
-
-
Ingetrokken
-
-
-
-
Nog in behandeling
-
-
-
-
Totaal
-
-
-
-
Tabel IX
In 2024 zijn er in totaal geen hoger beroepszaken bijgekomen. Dit aantal bedroeg in 2023 nog 5. 6.10 Conclusies Aantallen In 2024 is er sprake van een stijging van het aantal bezwaarschriften (8), terwijl in 2023 nog een grote daling van 29 en in 2022 nog een stijging van 4 te zien was. In 2024 bedroeg het aantal bezwaarschriften 118, terwijl er in 2023, 2022 en 2021 respectievelijk 110, 139 en 135 bezwaarschriften werden ingediend. Uitkomsten Het percentage bezwaarschriften dat (gedeeltelijk) gegrond was (6%), is iets lager dan vorig jaar. Het percentage bezwaarschriften dat ongegrond was, was hoger (44%) dan in 2023 (39%). Doorlooptijden In 2024 is 57% van de ingediende en afgehandelde bezwaren ingetrokken of binnen 18 weken afgehandeld. Dit percentage ligt lager dan in 2023 (79%). Dat heeft vooral te maken met noodzakelijk overleg of met het feit dat gewacht moest worden op aanvullend advies en onderzoek. Een langere behandeltijd dan de bedoelde termijn van 18 weken betekent overigens niet per definitie dat er sprake is van een termijnoverschrijding.
26