B-4.3 Besluit B&W inzake memoTijdelijke wet maatregelen COVID-19 d.d. 8-12-20.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Bestuur en Dienstverlening Behandelaar: Tempelman, Cornelie Telefoonnummer: 495 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. 1080 Barneveld, 30 november 2020 Portefeuillehouder: J.W.A. van Dijk Op overzicht Bestaand beleid (website)
memo Tijdelijke wet maatregelen covid-19
Gevraagde beslissing: 1. kennisnemen van memo 2. memo ter kennisname aan gemeenteraad zenden
1. Inleiding In de bijlage treft u een korte memo aan over de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, waarbij met name wordt ingegaan op de rol van de gemeente. Ook de eerste Ministeriele Regeling zoals deze op 1 december 2020 in werking treedt is bijgevoegd. We vragen u kennis te nemen van deze memo en deze ook ter kennisname aan de gemeenteraad te zenden. 2.Bijlagen -Memo Tijdelijke wet maatregelen covid-19 -Ministeriele Regeling 1 december 2020
Memo
Datum: 26 november 2020 Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
Tijdelijke wet maatregelen covid-19 college b&w en gemeenteraad team VVT
Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) Deze tijdelijke wet bestaat uit het wijzigen van een aantal wetten met als belangrijkste onderdeel het invoegen van een extra hoofdstuk Va “Tijdelijke bepalingen bestrijding epidemie covid-19” in de Wet publieke gezondheid. Hierdoor is er een steviger democratische legitimatie en is er een wettelijke basis voor maatregelen die de grondrechten beperken. De Twm is ingegaan op 1 december 2020 en heeft een looptijd van 3 maanden. Indien nodig kan de coronawet steeds 3 maanden worden verlengd. Ook is het mogelijk de wet tussentijds in te trekken, zodra deze niet meer nodig is. De Tweede Kamer is betrokken bij deze besluiten. De Noodverordeningen zijn op 1 december vervallen. Mogelijkheden in Twm voor gemeenten De Twm is een algemene wet, die de specifieke besluiten uitwerkt in Ministeriele Regelingen (MR). De Twm geeft de gemeente drie verschillende soorten aanvullende bevoegdheden: 1. de burgemeester kan van een aantal nationale coronamaatregelen ontheffing verlenen en daarmee in lokaal maatwerk voorzien; 2. de burgemeester krijgt bevoegdheden om de coronamaatregelen te handhaven door middel van aanwijzingen, bevelen en lasten onder bestuursdwang of dwangsom; en 3. de burgemeester kan in een ministeriële regeling de bevoegdheid krijgen om plaatsen aan te wijzen waar bepaalde regels gelden, die in de ministeriële regeling worden gesteld.
Ad1 en 3: Bijna alle regio’s hebben nu de schaal “zeer ernstig”, zodat MR geen mogelijkheid voor ontheffing van de burgemeester kent of bevoegdheden voor de burgemeester om plaatsen aan te wijzen waar bepaalde maatregelen gelden. Wellicht kan dit in latere ministeriele regelingen wel als het niveau van besmettingen lager ligt. Dan wordt het mogelijk om in te spelen op lokale ontwikkelingen en meer lokale afwegingen te maken. Daarvoor is dan ook lokale controle en verantwoording nodig in de gemeenteraad. De burgemeester zou dan ontheffing kunnen verlenen voor de regels in de MR met betrekking tot
groepsvorming, openstelling publieke plaatsen en evenementen (ad1) en overige ontheffingen (ad 3). Voordat de burgemeester een ontheffing geeft, vraagt hij advies aan de GGD. Dit naast de reguliere advisering door in- en externe (veiligheids)partners. Ad 2: De handhaving van de maatregelen in de Twm en MR liggen bij de burgemeester en niet meer bij de voorzitter VGGM met controle mogelijkheid gemeenteraad. De voorzitter van de Veiligheidsregio blijft coördineren en is belast met de bestrijding van de epidemie. Afstemming door burgemeesters in het Regionaal Beleid Team en met de buurgemeenten bij gemeentelijke maatregelen en/of ontheffingen blijft, zodra deze mogelijk worden, aangeraden.
In bovenstaand schema is aangegeven welke bevoegdheden de burgemeester zou kunnen krijgen in de MR. Bij de behandeling van de Twm is een aantal voorbeelden genoemd bij de verschillende ontheffingen. Bij ontheffing groepsvorming kan gedacht worden aan bijzondere uitvaart of een verjaardagsbijeenkomst van een terminaal zieke. Er zal dan ook een ontheffing voor openstelling van de publieke plaats nodig zijn. Bij een ontheffing voor een evenement kan worden gedacht aan het toestaan van een evenement voor meer toeschouwers wanneer het in de buitenlucht plaatsvindt, iedereen een zitplaats heeft ed. De reikwijdte van deze ontheffingen overlappen en vullen elkaar aan, zodat er ontheffingen voor meerdere ontwerpen nodig kunnen zijn. Bij de ontheffing die in de MR zelf bepaald zou kunnen worden, kan men denken aan het ontheffen van standaard hygiënemaatregelen in een bijzondere situatie. Rol gemeenteraad en college van B&W De Twm en MR maken -als de bestrijding dat toelaat- lokale afwegingen mogelijk. Over die lokale afwegingen kan rechtstreeks debat plaatsvinden tussen de burgemeester en de gemeenteraad. Net als voor alle andere bevoegdheden die de burgemeester als eenhoofdig orgaan uitoefent, legt hij hierover verantwoording af aan de raad. De gemeenteraad bepaalt samen met de burgemeester de precieze wijze van verantwoording.
In de Twm is ook vastgelegd dat de burgemeester het college van B&W informatie over de uitoefening van zijn bevoegdheden uit de Twm en MR geeft, die zij nodig hebben voor de uitoefening van de taken van het college. Inwerkingtreding 1 december 2020 De Twm en de MR treden op 1 december in werking. De maatregelen zoals deze gelden in de laatste noodverordening zijn hierin opgenomen. Er is dus nog geen ruimte voor ontheffingen of plaatselijke maatregelen.
Daarnaast komt er een MR voor de mondkapjesplicht. De VNG en ministeries hebben een ondersteuningsstructuur voor gemeenten ingericht. Daar kunnen vragen worden gesteld (via de helpdesk covid19@vng.nl of 070-3738393) en er is op internet veel informatie te vinden https://vng.nl/artikelen/tijdelijke-wet-maatregelen-covid-19 Via deze site is ook de VNG-handreiking “Tijdelijke wet maatregelen COVID-19” te vinden, een VNG “voorbeeld-beleidskader Twm voor burgemeesters”, een Q&A en dergelijke. Voor meer en diepgaandere informatie verwijzen we graag naar alle documenten en filmpjes die hier beschikbaar zijn. Verantwoording voorzitter VGGM en communicatie De voorzitter van de veiligheidsregio, de heer Marcouch, zal aan alle gemeenteraden verantwoording afleggen over de tijd dat de noodverordeningen golden. Ook zal hij hierbij ingaan op de nieuwe Twm en de veranderde situatie. Het team communicatie zal -waar nodig- zorgdragen voor de interne en externe communicatie met betrekking tot de gewijzigde wet- en regelgeving. Bijlage: Ministeriele regeling: Tijdelijke regeling maatregelen covid-19
Regeling van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 november 2020, houdende tijdelijke bepalingen voor het Europese deel van Nederland in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 (Tijdelijke regeling maatregelen covid-19)
1784401-214492-WJZ De Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Handelende in overeenstemming met de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Infrastructuur en Waterstaat, van Economische Zaken en Klimaat, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media; Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad; Gelet op de artikelen 58e, eerste lid, 58f, vijfde lid, 58g, eerste lid, 58h, eerste lid, 58i, 58j, eerste lid, aanhef en onder a, b en e, 58l, vijfde lid, en 58p, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid; Besluiten: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - ander bedrijfsmatig personenvervoer: besloten busvervoer en taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, alsmede bedrijfsmatig vervoer van personen op andere wijze dan met een bus of taxi, niet zijnde openbaar vervoer; - beheerder: degene die bevoegd is tot het aan een plaats treffen van voorzieningen of tot het toelaten van personen tot die plaats; - besloten binnenruimte: besloten plaats, met uitzondering van een daarbij behorend erf en een woning; - coffeeshop: inrichting waar de verkoop van hennep of hasjiesj als bedoeld in lijst I behorende bij de Opiumwet mag plaatsvinden op grond van
een expliciete verklaring of bestendige gedragslijn van de burgemeester; - contactberoep: beroep waarbij het niet mogelijk is ten minste de veilige afstand te houden tot een klant of patiënt; - doorstroomlocatie: publieke plaats waar sprake is van doorstroom van publiek; - eet- en drinkgelegenheid: inrichting waar bedrijfsmatig of anders dan om niet etenswaren of dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse, inclusief een daarbij behorend terras, met uitzondering van een besloten plaats; - gezondheidscheck: het verkrijgen van bevestiging van de betrokkene dat hij geen ziekteverschijnselen van covid-19 heeft; - instelling voor beroepsonderwijs: instelling waar beroepsonderwijs of een opleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt verzorgd of geëxamineerd; - instelling voor hoger onderwijs: instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; - instelling voor voortgezet onderwijs: school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
1
-
mondkapje: voorwerp dat op grond van zijn ontwerp bestemd is om te worden gedragen en in ieder geval de mond en de neusgaten volledig te bedekken teneinde de verspreiding van virussen en andere ziektekiemen tegen te gaan;
-
onderwijsactiviteit: door of namens een onderwijsinstelling georganiseerde activiteit op de locatie van een onderwijsinstelling of daarbuiten, die onderdeel uitmaakt dan wel rechtstreeks verband houdt met het onderwijs dat door de onderwijsinstelling wordt verzorgd; openbaar vervoer: openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000; placeren: toewijzen van een zitplaats of, wanneer de aard van de activiteit dit vergt, een vaste plaats waar de activiteit uitgevoerd mag worden; publiek: personen die ergens aanwezig zijn, met uitzondering van de daar al dan niet tegen betaling werkzame personen; publieke binnenruimte: publieke plaats, met uitzondering van een erf behorend bij een voor het publiek openstaand gebouw; sekswerker: persoon die zich beschikbaar stelt tot het tegen betaling verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander en daarbij niet de veiligeafstandsnorm in acht kan nemen; uitvaart: laatste plechtigheid voordat lijkbezorging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de lijkbezorging plaatsvindt of een bestemming wordt gegeven aan de as van een gecremeerd lichaam van een overledene of doodgeborene; veiligeafstandsnorm: de norm, bedoeld in artikel 58f, eerste lid, van de wet; warenmarkt: een markt op gewone marktdagen, als bedoel in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet; wet: Wet publieke gezondheid; winkel: publieke
plaats waar in overwegende mate goederen plegen te worden verkocht; zelfstandige ruimte: ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door bouwkundige scheidingsconstructies; zorgvrijwilliger: natuurlijke persoon, niet zijnde een mantelzorger, die zorg, jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning verleent zonder daarvoor een marktconforme beloning als tegenprestatie te ontvangen.
-
-
Artikel 1.2 Werkingssfeer Deze regeling is van toepassing in het Europese deel van Nederland.
Hoofdstuk 2 Aanvullende uitzonderingen veiligeafstandsnorm Artikel 2.1 Leerlingen en 18-’ers 1. De veiligeafstandsnorm geldt niet tussen: a. personen tot en met twaalf jaar en andere personen; b. personen tot en met zeventien jaar onderling; c. leerlingen onderling die zich bevinden op een locatie van een instelling voor voortgezet onderwijs. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, geldt niet voor personen tot en met zeventien jaar die zich bevinden in een instelling voor beroepsonderwijs of een instelling voor hoger onderwijs of een andere ruimte die door een van deze instellingen voor onderwijsactiviteiten wordt gebruikt. Artikel 2.2 Beroepsmatige werkzaamheden De veiligeafstandsnorm geldt niet voor personen bij de uitoefening van hun beroep, voor zover werkzaamheden in het kader van de uitoefening van dat beroep noodzakelijk zijn en niet op
2
gepaste wijze kunnen worden uitgevoerd met inachtneming van de veilige afstand, en degenen jegens wie zij hun werkzaamheden uitoefenen. Artikel 2.3 Podiumkunsten De veiligeafstandsnorm geldt niet voor personen die podiumkunsten beoefenen of acteren, voor zover deze activiteiten niet op gepaste wijze kunnen worden uitgeoefend met inachtneming van de veilige afstand. Artikel 2.4 Zorgvrijwilligers De veiligeafstandsnorm geldt niet tussen zorgvrijwilligers, voor zover zij hun werkzaamheden niet op gepaste wijze kunnen uitoefenen met inachtneming van de veilige afstand, en degenen jegens wie zij hun werkzaamheden uitoefenen. Artikel 2.5 Praktijk- en contactonderwijs De veiligeafstandsnorm geldt niet voor personen die een onderwijsactiviteit in het voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of hoger onderwijs verzorgen dan wel daaraan deelnemen, voor zover: a. deze werkzaamheden niet op gepaste wijze kunnen worden uitgevoerd met inachtneming van de veilige afstand; en b. voor de beroepsmatige werkzaamheden waartoe de betreffende leerlingen of studenten worden opgeleid, een uitzondering op de veiligeafstandsnorm geldt.
Hoofdstuk 3 Groepsvorming Artikel 3.1 Groepsvorming boven vier personen 1. Plaatsen waar het niet is toegestaan zich in groepsverband op te houden met meer dan vier personen, zijn: a. een openbare plaats; b. een erf behorende bij een publieke plaats; c. een erf behorende bij een besloten plaats, niet zijnde een woning. 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. personen tot en met twaalf jaar; b. personen tot en met zeventien jaar die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten en personen die deze activiteiten organiseren of begeleiden; c. bezoekers bij een uitvaart, mits het groepsverband niet groter is dan honderd personen; d. bezoekers bij een huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, mits het groepsverband niet groter is dan dertig personen; e. personen die podiumkunsten beoefenen of acteren; f. groepsverbanden die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties; g. zorgverleners of zorgvrijwilligers enerzijds en personen met een handicap die zij begeleiden anderzijds, alsmede de personen die zij begeleiden onderling; h.
ambtenaren die werkzaam zijn in het kader van de behandeling van een asielaanvraag, opvang, begeleiding, bewaring of gedwongen terugkeer van vreemdelingen in de uitoefening van hun functie enerzijds en degenen jegens wij zij hun taak uitoefenen anderzijds, alsmede deze laatste personen onderling.
3
Artikel 3.2 Groepsvorming boven dertig personen 1. In besloten binnenruimten is het niet toegestaan zich in groepsverband op te houden met meer dan dertig personen per zelfstandige ruimte. 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. personen tot en met zeventien jaar die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten en personen die deze activiteiten organiseren of begeleiden; b. bezoekers bij een uitvaart, mits het groepsverband niet groter is dan honderd personen; c. personen die podiumkunsten beoefenen of acteren; d. personen in doorstroomlocaties; e. personen die deelnemen aan onderwijsactiviteiten, trainingsactiviteiten en educatieve activiteiten, locaties voor kinderopvang en zorglocaties; f. groepsverbanden die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties.
Hoofdstuk 4 Publieke plaatsen Artikel 4.1 Algemene voorwaarden voor openstelling publieke plaatsen Een publieke plaats wordt slechts voor publiek opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat: a. degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt; b. stromen van publiek gescheiden worden; c. hygiënemaatregelen worden getroffen. Artikel 4.2 Maximaal dertig personen publiek per zelfstandige ruimte 1. Een publieke binnenruimte wordt slechts voor publiek opengesteld, indien per zelfstandige ruimte ten hoogste dertig personen als publiek aanwezig zijn. 2. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot: a. personen tot en met zeventien jaar die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten en personen die deze activiteiten organiseren of begeleiden; b. bezoekers bij een uitvaart, mits niet meer dan honderd bezoekers aanwezig zijn; c. personen die podiumkunsten beoefenen of acteren; d. personen op doorstroomlocaties; e. personen in voor publiek toegankelijke delen van onderwijsinstellingen, trainingsinstellingen en educatieve instellingen, locaties voor kinderopvang en zorglocaties; f. personen en activiteiten als bedoeld in artikel 58g, tweede lid, onder c, d, e en h, van de wet; g. personen die direct zijn betrokken bij een onderzoek ter zitting of het horen in verband met een bezwaarschrift of administratief beroep.
Artikel 4.3 Reservering doorstroomlocaties Een doorstroomlocatie, met uitzondering van een station, halteplaats, of een andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften, winkel en warenmarkt, wordt slechts voor publiek opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat het publiek vooraf reserveert voor aankomst in een bepaald tijdvak en alleen wordt toegelaten in het vooraf gereserveerde tijdvak.
4
Artikel 4.4 Eet- en drinkgelegenheden 1. Een eet- en drinkgelegenheid en daarbij behorende dansvoorziening wordt niet voor publiek opengesteld. 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. eet- en drinkgelegenheden, met uitzondering van daarbij behorende dansvoorzieningen, in een hotel voor gasten die daadwerkelijk in het hotel overnachten; b. eet- en drinkgelegenheden waar uitsluitend sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking van etenswaren of dranken voor gebruik anders dan ter plaatse, mits de inrichting tussen 01.00 uur en 07.00 uur gesloten is en de duur van het verblijf van publiek in de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt; c. eet- en drinkgelegenheden in een uitvaartcentrum of in een andere locatie waar een plechtigheid plaatsvindt ten behoeve van een uitvaart; d. eet- en drinkgelegenheden in pret- en dierenparken, waar uitsluitend sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking van etenswaren of dranken voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid; e. eet- en drinkgelegenheden in zorglocaties voor patiënten en cliënten en bezoekers van patiënten en cliënten; f. eet- en drinkgelegenheden die zich bevinden op luchthavens na de securitycheck. 3. Het eerste lid en tweede lid, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op coffeeshops, mits de coffeeshop tussen 20.00 uur en 07.00 uur gesloten is voor publiek.
Artikel 4.5 Sluitingstijd winkels Een winkel wordt tussen 20.00 uur en 06.00 uur niet voor publiek opengesteld, met uitzondering van een winkel in de levensmiddelenbranche. Artikel 4.6 Venstertijd supermarkten Een supermarkt wordt slechts voor publiek opengesteld, indien de beheerder zich inspant om de toegang ten minste twee keer per dag een uur te beperken tot mensen die zichzelf beschouwen als oudere of als kwetsbare persoon. Artikel 4.7 Verkoop alcoholhoudende drank Een publieke plaats wordt slechts voor publiek opengesteld, indien daar tussen 20.00 uur en 06.00 uur niet bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt.
Hoofdstuk 5 Evenementen Artikel 5.1 Evenementen 1. Evenementen worden niet georganiseerd. 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen die behoren tot de reguliere exploitatie van die ruimte en die plaatsvinden tussen 06.00 uur en 01.00 uur in: i. publieke binnenruimten; ii. besloten binnenruimten. b. huwelijksvoltrekkingen, registraties van partnerschappen en uitvaarten; c. warenmarkten; d. beurzen en congressen. 3. Onverminderd de verplichtingen, bedoeld in artikel 4.1 wordt een evenement als bedoeld in het tweede lid, onder a, b of d, slechts georganiseerd, indien de organisator: a. werkt met reserveringen voor ten hoogste vier personen per reservering;
5
b. het publiek placeert in groepen van ten hoogste vier personen, tenzij het om personen gaat die vallen onder een uitzondering als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid; c. bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck uitvoert; d. hygiënemaatregelen treft. 4. In afwijking van het derde lid, onder a, b en c, is de organisator van een evenement waarbij sprake is van doorstroom van publiek verplicht ervoor zorg te dragen dat het publiek vooraf reserveert voor aankomst in een bepaald tijdvak en alleen wordt toegelaten in het vooraf gereserveerde tijdvak.
Hoofdstuk 6 Bijzondere onderwerpen § 6.1 Sport Artikel 6.1 Uitzondering veiligeafstandsnorm topsport De veiligeafstandsnorm geldt, voor zover de sport niet op gepaste wijze kan worden beoefend met inachtneming van de veilige afstand, tijdens de beoefening van de sport niet voor: a. topsporters in instellingen voor topsport; b. voetballers behorende tot de A-selectie van clubs die uitkomen in de Eredivisie, Vrouwen Eredivisie en Eerste divisie; c. voetballers die uitkomen in internationale voetbaltoernooien die worden georganiseerd door de UEFA of de FIFA; d. voetballers van vertegenwoordigende elftallen van de KNVB. Artikel 6.2 Uitzonderingen groepsvorming bij het sporten De artikelen 3.1, eerste lid, en 3.2, eerste lid, gelden niet voor: a. topsporters en voetballers als bedoeld in artikel 6.1; b. personen tot en met zeventien jaar die sport beoefenen; c. trainers of begeleiders van een sportactiviteit. Artikel 6.3 Sportwedstrijden en toeschouwers bij sporten 1. Het verbod op evenementen, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, geldt niet voor sportwedstrijden zonder toeschouwers van: a. topsporters en voetballers als bedoeld in artikel 6.1; b. personen tot en met zeventien jaar, op de locatie en tussen de leden van de sportvereniging waarbij zij als lid zijn aangesloten. 2.
Voor andere sportactiviteiten zonder toeschouwers kunnen publieke plaatsen voor het publiek worden opengesteld. Artikel 6.4 Douches en kleedkamers 1. Een publieke plaats die een sportaccommodatie is, wordt slechts voor publiek opengesteld, indien de douches en kleedkamers gesloten zijn. 2. Het eerste lid geldt niet voor de openstelling van: a. kleedkamers ten behoeve van topsporters en voetballers als bedoeld in artikel 6.1; b. kleedkamers inzwemgelegenheden; c. kleedkamers in sportaccommodaties die door een onderwijsinstelling voor onderwijsactiviteiten worden gebruikt.
6
§ 6.2 Personenvervoer Artikel 6.5 Uitzonderingen personenvervoer 1. De veiligeafstandsnorm geldt niet voor personen in het openbaar vervoer, ander bedrijfsmatig personenvervoer en personen in vervoer voor privédoeleinden, mits: a. het vervoer primair de verplaatsing van de ene naar de andere locatie behelst; en b. het vervoer geen recreatieve activiteit is. 2. Het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op luchtvaartuigen. 3. De artikelen 3.2 en 4.2 gelden niet in het openbaar vervoer en ander bedrijfsmatig personenvervoer. Artikel 6.6 Mondkapjes in het personenvervoer 1. Personen van dertien jaar en ouder in het openbaar vervoer of ander bedrijfsmatig personenvervoer dragen een mondkapje. 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. leerlingen tijdens vervoer van en naar een instelling voor voortgezet onderwijs; b. personen tot en met zeventien jaar die deelnemen aan vervoer van en naar de locatie waar jongeren jeugdhulp ontvangen of zorglocaties voor jeugd; c. personen die het vervoer uitvoeren voor zover zij zich in een afgesloten ruimte bevinden ten opzichte van de passagiers; d. personen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen; e.
begeleiders van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld raken, en voor personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien; f. personen in ander bedrijfsmatig personenvervoer, indien in het voertuig maximaal twee personen aanwezig zijn; g. personen aan wie krachtens een wettelijke bepaling gevraagd wordt hun mondkapje af te zetten om zich te identificeren met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, op het moment van identificatie; h. personen waarbij het dragen van een mondkapje de goede en veilige uitoefening van hun werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt. Artikel 6.7 Reservering ander bedrijfsmatig personenvervoer De aanbieder van ander bedrijfsmatig personenvervoer, met uitzondering van veerponten, draagt er zorg voor dat personen alleen aan dat vervoer deelnemen indien: a. zij gereserveerd hebben; en b. bij aankomst een gezondheidscheck is uitgevoerd.
7
§ 6.3 Contactberoepen Artikel 6.8 Klantgegevens contactberoepen 1. De beoefenaar van een contactberoep stelt klanten en patiënten in de gelegenheid de volgende gegevens beschikbaar te stellen ten behoeve van de mogelijke uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst: a. volledige naam; b. datum en aankomsttijd; c. e-mailadres; en d. telefoonnummer. 2. De beoefenaar van een contactberoep vraagt toestemming voor de verwerking en overdracht van de in het eerste lid bedoelde gegevens ten behoeve van de uitvoering van bron- en 3. contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst. Daarbij wordt vermeld dat het geven van deze toestemming vrijwillig is. 4. De in het eerste lid genoemde gegevens worden op zodanige wijze verwerkt dat daarvan geen kennis kan worden genomen door andere klanten. 5. De in het eerste lid genoemde gegevens worden uitsluitend verwerkt voor de uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst, worden veertien dagen bewaard en worden daarna vernietigd door de beoefenaar van het contactberoep. 6. Het eerste en tweede lid geldt niet voor zorgverleners, sekswerkers en mantelzorgers. § 6.4 Alcoholhoudende drank op openbare plaatsen Artikel 6.9 Alcoholhoudende drank op openbare plaatsen 1.
Het is verboden tussen 20.00 uur en 06.00 uur alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet te gebruiken of voor consumptie gereed te hebben op openbare plaatsen. 2. Het eerste lid geldt niet in woongedeelten van voertuigen of vaartuigen.
Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Artikel 7.1 Uitzonderingen op aanwijzings- en bevelsbevoegdheid burgemeester bij religieuze en levensbeschouwelijke gebouwen en plaatsen Artikel 58l, tweede tot en met vierde lid, van de wet is niet van toepassing op gebouwen en plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet.
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen Artikel 8.1 Inwerkingtreding en verval Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 in werking treedt en vervalt op het tijdstip waarop hoofdstuk Va van de wet vervalt.
8
Artikel 8.2 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F.B.J. Grapperhaus
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollengren
9
Toelichting Algemeen 1. Inleiding Sinds de eerste vastgestelde uitbraak van het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2; hierna: het virus) in Europees Nederland op 27 februari 2020, waart het virus rond in Nederland. Nadat Nederland er in het voorjaar door gerichte maatregelen en een gemotiveerde bevolking in is geslaagd de snelle verspreiding van het virus een halt toe te roepen, nam de verspreiding in de zomer weer toe. Maatregelen zijn daarom ook nu nog hard nodig. Wij realiseren ons dat de impact van deze maatregelen op de samenleving groot is en effect heeft op iedereen, jong en oud. Afstand houden en sociale contacten beperken vraagt veel van iedereen. Deze ministeriële regeling bevat de maatregelen die vanaf de invoering van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) zullen gelden op basis van hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid (Wpg).1 Het gaat om een beleidsneutrale vertaling van de maatregelen in de noodverordeningen die op het moment van invoering van de Twm zullen worden ingetrokken. Dit betekent dat deze regeling geen nieuwe maatregelen bevat ter bestrijding van het virus in vergelijking met de noodverordeningen. Wel zijn sommige bepalingen uit de noodverordening niet opgenomen, omdat de Wpg die rechtstreeks regelt. Ook zijn soms andere begrippen gebruikt, omdat dit volgt uit hoofdstuk Va Wpg en is een andere opzet gekozen dan de noodverordeningen.
In bijlage 1 is een transponeringstabel opgenomen die een overzicht geeft van de wijze waarop maatregelen uit de noodverordeningen al dan niet zijn teruggekeerd in deze regeling. Naast de voorschriften in deze ministeriële regeling blijven vanzelfsprekend de basisregels essentieel: bij klachten thuisblijven en zo spoedig mogelijk testen, drukte vermijden en anderhalve meter afstand houden, handen wassen en hoesten en niezen in de ellenboog. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de systematiek van hoofdstuk Va Wpg (§ 2), de hoofdlijnen van deze regeling (§ 3), de verhouding tussen Rijk, gemeenten en veiligheidsregio’s (§ 4), de regeldruk (§ 4a), consultatie en advies (§ 5) en de parlementaire zeggenschap en inwerkingtreding (§ 6). De specifieke bepalingen en daarin opgenomen maatregelen worden verder toegelicht in de artikelsgewijze toelichting.
2. Systematiek van hoofdstuk Va Wpg Het uitgangspunt van hoofdstuk Va Wpg is dat maatregelen ter bestrijding van de epidemie van het virus centraal, namelijk bij ministeriële regeling, worden vastgesteld. Dit betekent dat in beginsel bij ministeriële regeling wordt bepaald welke maatregelen landelijk, regionaal of lokaal gelden. Op grond van artikel 58e, eerste lid, Wpg kan in de ministeriële regelingen onderscheid worden gemaakt binnen en tussen gemeenten en met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, personen op basis van leeftijd, activiteiten en openbare, publieke en besloten plaatsen, of gedeelten daarvan, als dit op basis van de beschikbare informatie mogelijk en wenselijk is. De werkingssfeer van deze ministeriële regeling betreft uitsluitend het Europese deel van Nederland.
1
Kamerstukken 35526.
10
De Wpg bepaalt de bandbreedte waarbinnen bij ministeriële regeling kan worden op- en afgeschaald ter bestrijding van het virus. Dit betekent dat niet meer beperkingen kunnen worden opgelegd dan de Wpg toelaat. Daarbij wordt steeds de noodzaak en evenredigheid afgewogen (artikel 58b, tweede lid, Wpg). De bepalingen in deze ministeriële regeling gelden in aanvulling op en ter uitwerking van de bepalingen in de Wpg, met name het tijdelijke hoofdstuk Va. Voorschriften en bevoegdheden die al bij wet geregeld zijn, zijn niet nogmaals in deze ministeriële regeling opgenomen. Daarom bevat deze ministeriële regeling geen regels over de zorgplicht op publieke plaatsen (artikel 58k Wpg) en besloten plaatsen (artikel 58l Wpg) of over de verschillende aanwijzings- en bevelsbevoegdheden. Hoofdstuk Va Wpg bevat tevens een aantal wettelijke uitzonderingen, bijvoorbeeld voor situaties waarin de veiligeafstandsnorm niet van toepassing is (artikel 58f, derde lid, Wpg) en personen die buiten de bepalingen over groepsvorming vallen (artikel 58g, tweede lid, Wpg). Omdat deze categorieën reeds in de wet worden genoemd, is het niet nodig om hiernaar te verwijzen in de bepalingen van deze regeling.
Ook de regels over bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving van de verboden en geboden die in deze ministeriële regeling zijn opgenomen, zijn te vinden in de Wpg (zie onder andere de artikelen 58u, 64, 64a, 65a en 68bis). De regels in deze ministeriële regeling moet dus steeds worden bezien in samenhang met de regels in de Wpg, in het bijzonder het tijdelijke hoofdstuk Va.
3. Hoofdlijnen van deze regeling 3.1. Opzet regeling en hoofdlijnen maatregelen Met de invoering van de Twm worden de geldende noodverordeningen vervangen door hoofdstuk Va Wpg en de daarop gebaseerde regelgeving: het Tijdelijk besluit veilige afstand en ministeriële regelingen.2 Deze ministeriële regeling bevat een vertaling van de maatregelen in de noodverordeningen naar de systematiek van hoofdstuk Va Wpg. Deze vertaling heeft op een zoveel mogelijk beleidsneutrale wijze plaatsgevonden. Om duidelijkheid te bieden over de benutte grondslagen in hoofdstuk Va Wpg is in deze regeling in beginsel de volgorde van de delegatiegrondslagen in hoofdstuk Va gevolgd: aanvullende uitzonderingen op de veiligeafstandsnorm van artikel 58f Wpg staan in hoofdstuk 2, bepalingen over groepsvorming (artikel 58g Wpg) in hoofdstuk 3, bepalingen over publieke plaatsen (artikel 58h Wpg) in hoofdstuk 4, bepalingen over evenementen (artikel 58i Wpg) in hoofdstuk 5 en overige regels (artikel 58j Wpg) in hoofdstuk 6.3 Van dit uitgangspunt is afgeweken bij de bepalingen over sport (§ 6.1) en personenvervoer (§ 6.2), om verspreiding van de desbetreffende bepalingen door de regeling te voorkomen.
Verder is gekozen voor een opzet die het mogelijk maakt om toekomstige bepalingen op basis van hoofdstuk Va Wpg zo overzichtelijk mogelijk in deze ministeriële regeling in te voegen.4 De hoofdstukken worden hierna op hoofdlijnen toegelicht. Een specifiekere toelichting op de verschillende maatregelen volgt in de artikelsgewijze toelichting.
Voor het Caribische deel van Nederland worden aparte ministeriële regelingen vastgesteld. Zie ook aanwijzing 3.63 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. 4 Zie aanwijzing 2.34 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. 2 3
11
Aanvullende uitzonderingen veiligeafstandsnorm (hoofdstuk 2) Kern van de maatregelen ter bestrijding van de epidemie is de zogenoemde veiligeafstandsnorm: iedereen die zich buiten een woning ophoudt, moet anderhalve meter afstand houden tot andere personen.5 Op dit verbod worden in de wet al uitzonderingen gemaakt voor bijvoorbeeld personen die op hetzelfde adres woonachtig zijn, zorgverleners, geestelijke bedienaren, mantelzorgers, de medewerkers van hulpdiensten en voor kinderen tot en met twaalf jaar en hun begeleiders.6 Hoofdstuk 2 bevat aanvullende uitzonderingen voor onder meer kinderen, leerlingen en personen die podiumkunsten beoefenen. Uitzonderingen voor sport en personenvervoer zijn te vinden in hoofdstuk 6. Groepsvorming (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 bevat regels over groepsvorming (artikel 58g Wpg). Die houden in de kern in dat groepsvorming in de buitenlucht wordt beperkt tot een maximum van vier personen en dat zich per binnenruimte maximaal 30 bezoekers mogen bevinden. Op deze hoofdregels bestaan uitzonderingen die zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Publieke plaatsen (hoofdstuk 4) Het vierde hoofdstuk bevat regels over de openstelling van publieke plaatsen, zoals restaurants, cafés, sportscholen en theaters.
De hoofdlijnen zijn dat discotheken in het geheel gesloten moeten blijven, cafés, bars en restaurants alleen een afhaalfunctie mogen exploiteren, doorstroomlocaties met een reserveringssysteem moeten werken en de detailhandel gesloten moet zijn tussen 20.00 uur en 06.00 uur. Evenementen (hoofdstuk 5) Hoofdstuk 5 bevat de regels over evenementen. Het evenementenbegrip in hoofdstuk Va Wpg is ruim: het gaat om voor het publiek toegankelijke verrichtingen van vermaak, waaronder activiteiten in musea en concertzalen, herdenkingsplechtigheden, braderieën, optochten en uitvaarten. Veel evenementen zijn momenteel verboden; er gelden uitzonderingen voor onder andere activiteiten in musea en bioscopen. Hoewel sportevenementen ook onder het evenementenbegrip vallen, zijn regels over sportevenementen opgenomen in de specifieke paragraaf over sport in hoofdstuk 6. Bijzondere onderwerpen (hoofdstuk 6) Hoofdstuk 6 regelt een aantal bijzondere onderwerpen. Paragraaf 6.1 bevat zoveel mogelijk de regels die van toepassing zijn op sport. De hoofdlijn is dat sporten in groepsverband wordt beperkt tot maximaal vier personen en bij binnensport een maximum geldt van dertig sporters per zelfstandige ruimte. Voor personen tot en met zeventien jaar en topsporters, waaronder voetballers in de Eredivisie, Vrouwen Eredivisie en Eerste divisie, gelden uitzonderingen.
Toeschouwers zijn niet toegestaan bij sportactiviteiten en kleedkamers en douches zijn in beginsel gesloten. Specifieke bepalingen over personenvervoer zijn terug te vinden in paragraaf 6.2. De hoofdregels zijn dat de veiligeafstandsnorm niet geldt in het openbaar vervoer, dat personen vanaf 13 jaar in het vervoer een mondkapje dragen en dat in het ander bedrijfsmatig personenvervoer met reserveringen wordt gewerkt. Deze paragraaf bevat uitzonderingen op de mondkapjesplicht, waaronder in het privévervoer. Voor ander bedrijfsmatig personenvervoer geldt een reserveringsplicht. Artikel 58f, eerste lid, Wpg en het Tijdelijk besluit veilige afstand, dat de veilige afstand bepaalt op anderhalve meter. 6 Artikel 58f, derde lid, aanhef en onder a en b, Wpg. 5
12
Tot slot bevat hoofdstuk 6 een tweetal overige onderwerpen. Voor contactberoepen geldt een verplichting om klanten in de gelegenheid te stellen contactgegevens ten behoeve van bron- en contactopsporing (§ 6.3) achter te laten en paragraaf 6.4 verbiedt alcoholgebruik tussen 20.00 uur en 06.00 uur op openbare plaatsen. Overige bepalingen (hoofdstuk 7) Hoofdstuk 7 bevat een uitzondering op overheidsinterventie ter zake de zorgplicht voor de beheerders van religieuze en levensbeschouwelijke gebouwen en plaatsen. 3.2. Noodzaak en proportionaliteit De maatregelen in deze ministeriële regeling moeten op grond van artikel 58b, tweede lid, Wpg noodzakelijk zijn gelet op de ernst van de bedreiging van de volksgezondheid (onderdeel a). Voorts moeten ze in overeenstemming zijn met de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat (onderdeel b). Ten slotte moet de uitoefening van grondrechten zo min mogelijk worden beperkt en moeten de gevolgen van de maatregelen in een evenredige verhouding staan tot het doel van de bestrijding van de epidemie (onderdeel c). Deze vereisten vormen een waarborg dat bij het vaststellen, wijzigen en intrekken van maatregelen bij ministeriële regeling telkens de vereiste afweging van de verschillende belangen plaatsvindt en dat daarbij steeds de consequenties voor burgers en ondernemers worden betrokken.
De beoordeling van noodzaak en evenredigheid is dus breder dan de beoordeling van de invloed op de verspreiding van het virus. Het gaat niet uitsluitend om de beoordeling van de gevolgen voor de uitoefening van grondrechten, maar ook om de gevolgen voor andere betrokken belangen, zoals de maatschappelijke en economische effecten van de maatregelen. Deze ministeriële regeling wordt dan ook vastgesteld door de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Justitie en Veiligheid (JenV) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gezamenlijk, in overeenstemming met de bewindspersonen die het mede aangaat en in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad (artikel 58c, eerste lid, Wpg). Hierdoor wordt de evenredigheid van de maatregelen in een breder kader bezien. Voor de noodzakelijkheidstoets zoals neergelegd in artikel 58b, tweede lid, Wpg wordt aangesloten bij de noodzakelijkheidstoets zoals die in de jurisprudentie over het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en andere mensenrechtenverdragen is ontwikkeld.7 Waar het om een beperking van grondrechten gaat, moet zijn voldaan aan de grondwettelijke eisen en de eisen op grond van Europeesrechtelijke en internationale mensenrechtelijke verdragen.
Gelet op de vaste jurisprudentie over het EVRM en andere mensenrechtenverdragen kent de beoordeling van noodzaak verschillende aspecten: elke beperkende maatregel moet geschikt zijn om het doel te bereiken en er dient geen minder vergaande maatregel mogelijk te zijn waarmee hetzelfde doel bereikt kan worden (subsidiariteit). Aan de hand van de actuele stand van het virus, de wetenschappelijke inzichten en de voortgang van de bestrijding wordt beoordeeld in hoeverre maatregelen noodzakelijk zijn voor het doel van de bestrijding van de epidemie. Daarnaast moet het met de maatregel gediende belang in verhouding zijn met de mate waarin beperking van grondrechten aan de orde is en de voor een of meer belanghebbenden mogelijk nadelige gevolgen (ook aangeduid als proportionaliteit).
7
Kamerstukken II 2019/20, 35526, nr. 3, p. 76-77, en Kamerstukken II 2020/21, 35526, nr. 23, antwoord 262.
13
In deze regeling zijn de maatregelen opgenomen die thans in de noodverordeningen zijn geregeld. Bij de huidige stand van de epidemie zijn verstrekkende maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat het aantal besmettingen daalt. Op dit moment achten wij de maatregelen die in deze regeling zijn opgenomen noodzakelijk om het aantal contactmomenten en reisbewegingen van burgers terug te dringen en daarmee de kans op besmetting te verkleinen en het aantal besmettingen te verlagen. Door minder besmettingen zijn er onder andere minder ziekmeldingen op werk, kunnen mensen meer sociale contacten hebben en wordt de druk op de zorg verminderd. Niet alleen maatregelen hebben invloed op de economie, maar ook het gedrag van mensen ten opzichte van het virus. Uit academische publicaties8 van gegevens van hoogfrequente transacties blijkt dat de verklaring voor de terugval van de economische bedrijvigheid voor een groot deel moet worden gezocht in het effect van de angst voor het virus. Bij minder besmettingen, zal deze angst een minder grote rol spelen. Om voorgaande medische, sociale en economische redenen is het van belang maatregelen te nemen. Een aantal maatregelen uit de modelnoodverordening keert niet terug.
Het gaat dan onder meer om het verbod om op aangewezen gebieden en locaties geluidsapparatuur en muziekinstrumenten aanwezig te hebben.9 Ook het algehele verbod op gezamenlijk zingen of schreeuwen uit de modelnoodverordening10 wordt niet overgenomen. Hiervoor is geen basis in de Wpg opgenomen. De in bijlage 1 opgenomen transponeringstabel biedt een overzicht van de wijze waarop de bestaande maatregelen al dan niet zijn teruggekeerd in deze regeling. De beoordeling van noodzaak en proportionaliteit van de verschillende maatregelen wordt verder toegelicht in de artikelsgewijze toelichting. 3.3. Verschillen met de geldende noodverordeningen Deze ministeriële regeling bevat een zoveel mogelijk beleidsneutrale vertaling van de maatregelen die zijn opgenomen in de noodverordeningen die bij de invoering van de Twm komen te vervallen. Een aantal bepalingen uit de noodverordeningen keert echter niet terug in deze ministeriële regeling, bijvoorbeeld omdat het desbetreffende onderwerp al in hoofdstuk Va Wpg is geregeld, omdat ze niet langer noodzakelijk worden geacht of omdat hoofdstuk Va Wpg geen basis biedt voor opneming in deze regeling. In de transponeringstabel in bijlage 1 is weergegeven waar de bepalingen uit de laatst geldende noodverordeningen te vinden zijn.
Gehanteerde begrippen Bij de totstandkoming van hoofdstuk Va Wpg hebben verschillende betrokken organisaties, zoals VNO NCW, MKB Nederland, het Veiligheidsberaad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, aandacht gevraagd voor het belang van eenduidige begrippen die zoveel mogelijk overeenstemmen met het gewone spraakgebruik. Ook hebben de genoemde organisaties het kabinet verzocht om in de regelingen zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande noodverordeningen. Met het oog op de uitvoerbaarheid voor de praktijk geldt als uitgangspunt dat deze regeling de begrippen uit de bestaande modelnoodverordening volgt, tenzij er goede redenen zijn om van een bestaand begrip af te wijken. Zo is het begrip ‘verificatie van de gezondheid’ vervangen door het meer gangbare ‘gezondheidscheck’.
Zie bijvoorbeeld Gupta, S. e.a., ‘Mandated and voluntary social distancing during the COVID-19 epidemic’, Brookings Papers on Economic Activity (2020). 9 Artikel 2.5a van de modelnoodverordening van 14 oktober 2020. 10 Artikel 2.4 van de modelnoodverordening van 14 oktober 2020. 8
14
4. Verhouding Rijk, gemeenten en veiligheidsregio’s 4.1. Ontheffingen en aanwijzen van plaatsen Uitgangspunt van hoofdstuk Va Wpg is dat de bestrijding van de epidemie landelijk beleid vergt.11 De minister van VWS houdt daarom de leiding over die bestrijding en in lijn daarmee worden maatregelen ter bestrijding van de epidemie (hoofdzakelijk) bij ministeriële regeling vastgesteld. Voor lokaal maatwerk kan ruimte zijn bij de bestrijding van het virus. Dit kan bijdragen aan de proportionaliteit van maatregelen. Binnen de Wpg is lokaal maatwerk op twee manieren mogelijk. De eerste mogelijkheid betreft het verlenen van een ontheffing. De burgemeester kan in bijzondere gevallen door middel van een ontheffing afwijken van de landelijk gestelde regels over groepsvorming, publieke plaatsen en evenementen (artikel 58e, tweede lid, onder a, Wpg).
Daarnaast kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat de burgemeester bevoegd is ontheffing te verlenen van bij ministeriële regeling vastgestelde regels over hygiënemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, de uitoefening van contactberoepen, het gebruik van voor het publiek toegankelijke voorzieningen, de bezettingsgraad van plaatsen waar verblijf wordt geboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen (toeristen) en het gebruik of voor consumptie gereed hebben van alcoholische dranken (artikel 58e, tweede lid, onder b, Wpg). Een ontheffing ziet op een individueel geval. Het is de burgemeester niet toegestaan om ontheffingen te verlenen voor bepaalde categorieën zoals festivals of cafés met een bepaald vloeroppervlak. Dit zou namelijk neerkomen op het verlenen van vrijstellingen. Voordat de burgemeester overgaat tot het verlenen van een ontheffing vraagt hij advies aan de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) (artikel 58e, derde lid, Wpg). Het afwegingskader van de burgemeester om tot het verlenen van een ontheffing over te gaan volgt uit artikel 58e, vierde lid, Wpg.
Het gaat om een belangenafweging die ziet op het individuele geval waarbij in ieder geval de aard van de plaats, de aard van de activiteit en het aantal personen waarop de ontheffing betrekking heeft, moeten worden meegewogen in de belangenafweging alsmede de gevolgen die de ontheffing heeft op de mogelijkheid voor personen om de gestelde regels omtrent de veiligeafstandsnorm in acht te nemen. De burgemeester kan aan een ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden. Tegen het besluit van de burgemeester om al dan niet tot ontheffing over te gaan, staat voor belanghebbenden bestuursrechtelijke rechtsbescherming open. De tweede mogelijkheid tot lokaal maatwerk kan bij ministeriële regeling aan de burgemeester worden toegekend. Hieraan wordt, zoals hierna in paragraaf 4.3 aan de orde komt, nu geen uitwerking gegeven, in verband met de huidige fase van de bestrijding van het virus. Het gaat om de mogelijkheid voor de burgemeester om de (gebieden met) plaatsen in de gemeente aan te wijzen waar de bij ministeriële regeling vastgestelde maatregelen van toepassing zijn (artikel 58e, vijfde lid, Wpg).12 Dit stelt de burgemeester in staat maatregelen breed in de gemeente in te zetten of deze juist te beperken tot specifieke plaatsen als dat volgens hem proportioneel en noodzakelijk is.
Een voorbeeld hiervan is het aanwijzen van plaatsen waar een groepsvormingsverbod geldt of plaatsen waar evenementen niet zijn toegestaan.
11 12
Kamerstukken II 2019/2020, 35526, nr. 3, § 4.1. Zie daarover Kamerstukken II 2019/2020, 35526, nr. 24, p. 7.
15
4.2. Autonome aanvulling Gemeentebesturen hebben autonome regelgevende bevoegdheid. Deze bevoegdheid kunnen zij ook inzetten om regels te stellen ter bestrijding van de epidemie. Te denken valt aan het afsluiten van straten, gebieden en parken, het verplaatsen van markten en het verbieden van stadswandelingen, collectanten en straatartiesten vanwege het risico van opeenhoping van mensen. De regels die een gemeentebestuur stelt, mogen niet in strijd zijn met de bij of krachtens de Wpg vastgestelde maatregelen (zie de artikelen 121 en 122 van de Gemeentewet). Wanneer in een ministeriële regeling bijvoorbeeld wordt bepaald dat alle eet- en drinkgelegenheden om 22.00 uur gesloten dienen te zijn, dan is het niet denkbaar dat gemeentebesturen de sluitingstijd op 23.00 uur vaststellen. Wel zal het in sommige omstandigheden toelaatbaar zijn dat voor de eigen gemeente, gelet op de lokale omstandigheden, strengere regels worden gesteld. Hier wordt in de artikelsgewijze toelichting nader op ingegaan. 4.3. Beperkt lokaal maatwerk in de huidige fase De fase waarin de bestrijding van het virus zich bevindt op het moment van het vaststellen van deze ministeriële regeling laat lokaal maatwerk slechts in zeer beperkte mate toe.
Vrijwel alle gemeenten zitten in een hoog inschalingsniveau, het aantal besmettingen ligt hoog, de druk op de zorg is groot en de roep om landelijk optreden is sterk, ook onder lokale bestuurders. Dit maakt dat op het niveau van het Rijk uniforme maatregelen moeten worden genomen om het aantal besmettingen terug te brengen. Deze ministeriële regeling bevat daarom geen aanvullende ontheffingsmogelijkheden voor de burgemeester op grond van artikel 58e, tweede lid, aanhef en onder b, Wpg. Om dezelfde reden bevat deze ministeriële regeling evenmin bevoegdheden voor de burgemeester om plaatsen aan te wijzen waar bepaalde maatregelen gelden (artikel 58e, vijfde lid, Wpg). De maatregelen die in deze ministeriële regeling worden genomen gelden ook al voor veel plaatsen. Zo zijn eet- en drinkgelegenheden gesloten en geldt een alcoholverbod vanaf 20.00 uur. Bij wijzigingen van de geldende maatregelen, wordt opnieuw beoordeeld of meer ruimte voor lokaal maatwerk tot de mogelijkheden behoort.
4a. Regeldruk Deze regeling heeft geen gevolgen voor de regeldruk voor burgers, bedrijven/instellingen of professionals, omdat het maatregelenpakket aansluit bij het al geldende maatregelenpakket op grond van de noodverordeningen. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) kan zich vinden in de conclusie dat de regeling geen nieuwe regeldruk met zich brengt, aangezien de maatregelen nu ook al in de noodverordeningen zijn opgenomen. Het ATR geeft voorts aan dat noodzaak en proportionaliteit van de maatregelen in de toelichting expliciet zijn gewogen en vervolgens ook helder zijn gemotiveerd.
16
5. Consultatie en advies 5.1. Inleiding Een ontwerp van deze regeling is op 28 oktober 2020 gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl13 en voorgelegd aan verschillende (advies)organen, bestuurlijke partners en andere instanties. Vanwege het spoedeisende karakter en omdat sprake is van een zoveel mogelijk beleidsneutrale omzetting van reeds geldende maatregelen gold daarbij een reactietermijn van een week. De consultatie heeft op verschillende punten geleid tot verduidelijking van de toelichting en voorts is een aantal artikelen aangepast. Omdat de communicatie over (onderdelen van) de regeling in verschillende reacties en adviezen aan de orde komt, wordt daarop in deze inleiding al ingegaan. In de paragrafen 2 tot en met 5 wordt vervolgens ingegaan op de overige ontvangen reacties en adviezen en de wijze waarop deze in de regeling of toelichting zijn verwerkt. Publiekscommunicatie Door verschillende partijen en adviesorganen wordt gewezen op het belang van heldere en toegankelijke communicatie aan het publiek (waaronder aan veldpartijen). Zoals ook uit de Lessons Learned Covid-19 brief van de minister van VWS14 is gebleken, is publiekscommunicatie essentieel voor het draagvlak, de naleving en de handhaving van maatregelen. De communicatie over de Twm en de daarop te baseren ministeriële regelingen maakt deel uit van de bredere communicatieaanpak.
Voor de informatievoorziening aan en communicatie met het publiek over de epidemie, de maatregelen die mensen zelf kunnen treffen en de maatregelen die de overheid treft, is de afgelopen maanden een uitgebreide communicatieaanpak gebruikt. Zo wordt gebruikgemaakt van onder andere persconferenties en allerlei informatieproducten voor verschillende doelgroepen die via een veelheid aan communicatiekanalen zijn verspreid. Deze aanpak zal bij de overgang van de noodverordeningen naar hoofdstuk Va Wpg worden gecontinueerd, waarbij ook telkens actualisatie plaatsvindt. Het doel van het kabinet is om de juiste informatie vindbaar te maken op de plekken waar mensen die informatie zoeken. Daarbij zal de informatie over de concrete maatregelen steeds – net als nu het geval is – worden geactualiseerd, waarbij ook aandacht is voor de verduidelijkingen waar het publiek of het veld om vraagt. De beschikbare informatie wordt bijgehouden op de rijksoverheidswebsite15. Op deze website is onder meer een uitleg van het juridische kader en de geldende maatregelen en adviezen te vinden. Deze website bevat tevens een aantal relevante vragen en antwoorden die steeds worden geactualiseerd en aangevuld. Daarnaast worden alle rijksoverheidspagina’s waar toelichting wordt gegeven op de maatregelen geactualiseerd na elk kabinetsbesluit en bij de inwerkingtreding van de Twm en de regeling.
Momenteel wordt bezien of er nog meer communicatiemiddelen nodig zijn om de na inwerkingtreding van de Twm geldende regels, goed uit te leggen. Naast de toegankelijkheid van de informatie beoogt het kabinet de informatie op een heldere manier te presenteren en waar nodig toe te spitsen op verschillende thema’s of onderscheiden doelgroepen, bijvoorbeeld gezondheidszorg of onderwijs. Uit deze consultatie komt naar voren dat https://www.rijksoverheid.nl/documenten/regelingen/2020/10/28/tijdelijke-regeling-maatregelen-covid-19 Kamerstukken II 2018/19, 25295, nr. 508. 15 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19 13 14
17
er behoefte bestaat aan nadere duiding van de begrippen publieke plaats, publieke binnenruimte, erven en besloten plaatsen, binnen de specifieke context waarin partijen werkzaam zijn (zoals bijvoorbeeld diverse soorten zorglocaties of vervoer). Aan dit thema zal dan ook nader aandacht worden besteed in de (doelgroepen)communicatie. Tot slot wordt de nodige aandacht besteed aan het tegengaan van mis- en desinformatie. Beoogd wordt onjuistheden bij te sturen in de berichtgeving over de epidemie en maatregelen ter bestrijding daarvan, die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. Dit gebeurt onder meer door goede voorlichting via social media, informatie over het herkennen van mis- en desinformatie en het verwijzen naar de juiste bronnen. 5.2. Adviescolleges 5.2.1. College voor de rechten van de mens Het College voor de rechten van de mens (College) benadrukt allereerst het grote belang van betrokkenheid van de volksvertegenwoordiging, aangezien in het Nederlandse grondwettelijk systeem het waken tegen ongerechtvaardigde inbreuken op grondrechten hoofdzakelijk in handen van de volksvertegenwoordiging wordt gelegd.
Met het College menen wij dat de rol van de volksvertegenwoordiging, in het bijzonder de Tweede Kamer, bij het uitvaardigen van vrijheidsbeperkende maatregelen via algemene maatregelen van bestuur of ministeriële regelingen op basis van het nu vastgestelde hoofdstuk Va Wpg stevig is verankerd. Het College ziet geen reden om te twijfelen aan de motieven voor het uitvaardigen van deze tijdelijke maatregelen. Wij zijn verheugd dat het College ook het nut en de noodzaak ervan onderschrijft en dat het de uitzonderingen op de veiligeafstandsnorm logisch, helder, zeer relevant en terecht vindt. Het College schrijft zich te realiseren dat het heel lastig zal zijn om heel precies per afzonderlijke maatregel de noodzaak en proportionaliteit te beargumenteren, aangezien de effectiviteit ervan voor het terugdringen van het virus eigenlijk alleen kan worden afgemeten aan het totaalpakket van de maatregelen, zonder dat heel exact per onderdeel bepaald kan worden wat de bijdrage aan het totaal is. Desalniettemin acht het College een nadere precisering hier op haar plaats, vooral met het oog op de kenbaarheid van de gemaakte afweging en de overtuigingskracht van de toelichting, aangezien deze van invloed zou kunnen zijn op de bereidheid van burgers om zich te houden aan de uitgevaardigde maatregelen.
Deze opmerking heeft op verschillende onderdelen aanleiding gegeven tot aanvulling van de artikelsgewijze toelichting. Dit geldt voor de toelichting op de uitzondering van kinderen van de veiligeafstandsnorm (artikel 2.1), het verbod op groepsvorming boven vier personen (artikel 3.1), het verbod op groepsvorming boven dertig personen (artikel 3.2) en het maximum van dertig bezoekers per zelfstandige ruimte van een publieke binnenruimte (artikel 4.2). Het College is verheugd over de uitzondering op de mondkapjesplicht voor mensen met een beperking of ziekte, maar wijst erop dat het van groot belang zal zijn om heldere informatie over deze uitzonderingen te verschaffen, opdat personen die een beroep doen op deze uitzonderingen niet te maken krijgen met afwijzende of negatieve bejegening door handhavers of derden op het moment dat zij geen mondkapje dragen. Wij onderschrijven het belang van goede communicatie. Hierop is ingegaan in de inleiding, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen.
18
5.2.2. Nationale ombudsman De Nationale ombudsman vraagt aandacht voor de communicatie over de maatregelen aan burgers en geeft aan dat toegankelijke en begrijpelijke informatie voor burgers absoluut noodzakelijk is. Hierop is ingegaan in de inleiding, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen. 5.2.3. De Autoriteit Persoonsgegevens De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) maakt in haar advies opmerkingen over de verplichting voor beroepsbeoefenaren die niet ten minste de veilige afstand kunnen houden (contactberoepen) om aan klanten toestemming te vragen om hun contactgegevens in voorkomend geval voor bron- en contactopsporing aan de GGD beschikbaar te mogen stellen. De AP onderschrijft de wenselijkheid van toestemming en dus vrijwilligheid als grondslag voor deze verwerking. De bijzondere combinatie van wettelijke verplichting voor de één en vrijwillige opvolging voor de ander stelt echter bijzondere eisen aan de informatieverstrekking door de beroepsbeoefenaar. In de praktijk is de kans immers aanzienlijk dat de beroepsbeoefenaar of klant in veel gevallen verplichte verstrekking van de gegevens ziet als logisch vervolg op de verplichting van de beoefenaar. Ook vraagt de AP aandacht voor de beveiliging van de verwerking.
De AP adviseert het concept aan te vullen met een concrete waarborg voor bewustheid van het vrijwillige karakter van de medewerking bij de klant en voor afscherming van diens gegevens van andere klanten. Naar aanleiding van dit adviespunt zijn de tekst en de toelichting van artikel 6.8 in die zin aangepast. De AP adviseert tevens gerichte communicatie-inspanningen op deze punten te verrichten en te bevorderen. Wij onderschrijven het belang hiervan. Dit onderwerp zal worden meegenomen in de doelgroepencommunicatie, waartoe wij ook verwijzen naar de inleiding van deze paragraaf. Verder adviseert de AP met betrekking tot de reikwijdte van deze verplichting toe te lichten waarom deze specifiek en (vooralsnog) alleen voor deze beroepen noodzakelijk is. Het belang van bron- en contactopsporing zou immers ook gediend kunnen zijn met bijvoorbeeld verplichte uitvraag bij de op beperkte schaal nog toegestane evenementen met onbekend publiek. Naar aanleiding hiervan is de toelichting op dit punt aangevuld. De reden om deze verplichting alleen voor te schrijven bij contactberoepen is dat daar de veilige afstand niet in acht kan worden genomen en dus ook niet geldt. Bij evenementen geldt de veiligeafstandsnorm onverkort, waardoor deze verplichting niet strekt tot evenementen. 5.3. Openbaar bestuur 5.3.1.