CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-4.27 Memo B&W inzake svz Arhi-procedure Scherpenzeel d.d. 16-12-20.pdf

Commissie Bestuur 19 januari 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Stand van zaken Arhi-procedure Scherpenzeel5.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

Datum: 16 december 2020 Onderwerp:

Ter attentie van:

Afzender:

Stand van zaken Arhi-procedure Scherpenzeel Gemeenteraad van Barneveld College van burgemeester en wethouders Aanleiding In vervolg op onze eerdere memo’s informeren wij u in deze memo over de stand van zaken met betrekking tot de lopende Arhi-procedure in de gemeente Scherpenzeel. Terugkoppeling bestuurlijk overleg 15 december jl. Op 15 december jl. heeft het laatste bestuurlijke overleg plaats gevonden met vertegenwoordigers van de provincie Gelderland en de gemeente Scherpenzeel in het kader van het open overleg. Naar aanleiding van deze bijeenkomst hebben alle partijen besloten om met een gemeenschappelijke verklaring naar buiten te treden. Deze verklaring treft u ter kennisname als bijlage 1 bij deze memo aan. Het verslag van het bestuurlijk overleg van 15 december jl. zal naar verwachting 12 januari a.s. openbaar worden gemaakt. Verslag bestuurlijk overleg 8 december jl. Het vastgestelde verslag van het bestuurlijk overleg van 1/8 december jl. (nb 8 december was een voortzetting van het op 1 december geschorste overleg) is ter kennisname als bijlage 2 bij deze memo gevoegd. Vervolg procedure 17 december a.s is voor zowel het college van Scherpenzeel als van Barneveld een overleg met Gedeputeerde Staten gepland waarin men kan reflecteren op het gevoerde proces. Naar verwachting zal het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland op 12 januari a.s.

een besluit nemen over het vervolg van het Arhiproces. Bijlagen - Verklaring naar aanleiding van het bestuurlijk overleg van 15 december jl. - Vastgestelde verslag bestuurlijk overleg 8 december jl.

Bestuurlijk overleg afgerond: provincie neemt in januari besluit Het bestuurlijk overleg tussen Barneveld, Scherpenzeel en de provincie over de toekomst van Scherpenzeel is afgerond. Tijdens het laatste overleg, op dinsdagavond 15 december, hebben de delegaties kennis genomen van de laatste rapportages en van gedachten gewisseld over de drie mogelijke varianten. Het gaat om een keuze uit drie varianten: Scherpenzeel blijft een zelfstandige gemeente, met ambtelijk één of meer samenwerkingspartners; Scherpenzeel en Barneveld gaan een intensieve samenwerking aan; of beide gemeenten gaan herindelen. Nu is de provincie aan zet. Het college van GS moet voor 14 januari 2021 een besluit nemen, om binnen de wettelijke termijn van zes maanden te blijven. Het provinciebestuur zal zijn besluit in januari op meerdere bronnen baseren: de uitkomsten van het participatietraject, inclusief de gesprekken met de omliggende gemeenten en het onderzoek door Kieskompas; het zogenaamde brondocument, waarin feitelijke informatie, onder meer van beide gemeenten, is opgenomen; en de uitkomsten van het bestuurlijk overleg, waarin veel van de andere informatie in onderlinge samenhang is afgewogen.

Verslag

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

1 van 9

Onderwerp

Bestuurlijk overleg bestuurskracht Scherpenzeel 1 en 8 december 2020

Aan

Van

Kopie aan

Aanwezig 1 december Afvaardiging gemeente Barneveld: dhr. A. van Dijk, dhr. H. van Daalen en dhr. E. van Steden. Afvaardiging gemeente Scherpenzeel: dhr. G. Van Deelen, mw. W. van de Werken Afvaardiging provincie Gelderland: dhr. J. Berends (voorzitter), dhr. J. Markink en mw. K. Oldenburger Projectteam: dhr. D. Louter, dhr. P. Droste en dhr. R. Duzijn.

Aanwezig 8 december Afvaardiging gemeente Barneveld: dhr. A. van Dijk, dhr. H. van Daalen en dhr. E. van Steden. Afvaardiging gemeente Scherpenzeel: mw. H, van Dijk, Dhr. I. van Ekeren, dhr. G. Van Deelen, mw. W. van de Werken Afvaardiging provincie Gelderland: dhr. J. Berends (voorzitter), dhr. J. Markink en mw. K. Oldenburger Projectteam: dhr. D. Louter (verslag), dhr. P. Droste

Afwezig met kennisgeving: dhr. R. Duzijn

Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl

BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

2 van 9

1 december De voorzitter opent de vergadering om 17.30 en voegt een agendapunt 0 toe vanwege de aanwezigheid van Scherpenzeel. Hij heet de delegatie van Scherpenzeel welkom en geeft hen de gelegenheid te motiveren waarom men aan tafel komt. Door de delegatie van Scherpenzeel wordt een verklaring voorgelezen en een positionpaper overhandigd (zie bijlagen 1 en 2). B&W Scherpenzeel herhaalt de eerdere bezwaren tegen de start van het open overleg en de werkwijze in het plan van aanpak. De delegatie zit daarom aan tafel met een strikt mandaat. Door de provincie wordt gevraagd naar een toelichting op het beperkte mandaat waarmee Scherpenzeel aan tafel zit. Scherpenzeel geeft aan dat men een open gesprek wil aangaan over het model zelfstandigheid en mogelijke optimalisatie daarvan, waarbij gesproken kan worden over een preferred supplier. Men geeft erbij aan dat van de Spiegelgroep en van Barneveld de suggestie is gekomen om aan te schuiven in het overleg. Door de provincie worden de in het Bestuurlijk Overleg vastgelegde spelregels voor het overleg aangehaald en uitgereikt (zie bijlage 3). De provincie benadrukt dat het bestuurlijk overleg plaatsvindt in het kader van het open overleg, waarbij 3 varianten gelijkwaardig worden besproken, e.e.a. op basis van de brief van de minister van BZK.

Door de delegatie van Barneveld wordt aangegeven dat de spelregels er in essentie op neerkomen dat alle partijen over hun schaduw heen zouden moeten stappen om het open overleg betekenisvol te laten zijn. Verder stelt Barneveld dat in het open overleg wordt nagedacht over 3 varianten, de provincie neemt een besluit. De provincie onderstreept dat van vooringenomenheid geen sprake is: de 3 varianten worden gelijkwaardig onderzocht. De delegatie van Scherpenzeel herhaalt dat zij vanwege het strikte mandaat aan de overlegtafel alleen een bijdrage levert aan de variant zelfstandigheid en de mogelijke optimalisatie daarvan en geeft erbij aan te zoeken naar verbinding. Aangegeven wordt dat er zo nodig vanuit het college schriftelijk gereageerd kan worden op stukken. De voorzitter concludeert dat de delegatie van Scherpenzeel geen mandaat heeft om volledig mee te praten over alle 3 de varianten, hetgeen juist onderwerp is van dit bestuurlijk overleg. Hij benadrukt dat alle stukken in dit overleg worden besproken, alleen schriftelijk reageren is niet aan de orde. Vanuit de delegatie van Scherpenzeel wordt aangegeven dat het aan de overlegtafel is om te beoordelen of Scherpenzeel met het beperkte mandaat aan tafel kan blijven en of dit past binnen de

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

3 van 9

spelregels. De voorzitter verzoekt de delegatie van Scherpenzeel om in te stemmen met de spelregels. Wethouder van Deelen geeft aan dat daarvoor nader beraad nodig is. De delegatie van Scherpenzeel vertrekt. Na het vertrek van de delegatie van Scherpenzeel wordt vanuit de delegatie van Barneveld een procedurevoorstel gedaan om de vergadering een week te verdagen en hierdoor aan Scherpenzeel de gelegenheid te bieden na hun beraad opnieuw aan tafel te komen. De voorzitter stemt in met dit verzoek en schorst de vergadering tot 8 december. Vervolg 8 december De vergadering wordt op 8 december om 18.30 uur heropend en de voorzitter stelt voor om voorafgaand aan de bespreking van de agenda agendapunt “nul” te vervolgen en wederom te bespreken vanuit welk mandaat en intentie partijen aan tafel zitten. Hij memoreert dat in het overleg op 1 december jl. de delegatie van Scherpenzeel zich niet gemandateerd achtte om aan de bespreking deel te nemen over alle in dit open overleg aan de orde zijnde varianten voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel, en aangaf in eigen kring dit mandaat te willen bespreken, voordat tot eventueel verder overleg overgegaan kon worden van hun zijde.

De voorzitter geeft aan dat tussentijds contact is geweest tussen hem en de delegatie van Scherpenzeel over de uitgangspunten voor (verdere) deelname van de delegatie van Scherpenzeel aan het open overleg. Deze zijn: •

• •

De door de delegatie van Scherpenzeel naar voren gebrachte verklaring is uitgangspunt voor de deelname aan de vergadering van deze delegatie, waarbij de delegatie aanwezig is bij de gehele bespreking, en uitgenodigd (doch niet uitgedaagd) zal worden om een reactie te geven op alle varianten. Naar eigen inzicht kan al dan niet worden gereageerd op de andere varianten De in de vorige vergadering ter tafel gebracht spelregels voor het open overleg worden door alle deelnemers gerespecteerd. De delegatie van Scherpenzeel bestaat uit (maximaal) 3 woordvoerders.

Door de delegatie van Scherpenzeel wordt aangegeven dat ingestemd wordt met deze uitgangspunten. Door hen wordt gevraagd hoe om te gaan met schriftelijke inbreng van stukken. Door de voorzitter wordt aangegeven dat het mondeling bestuurlijk overleg centraal staat; dat kan eventueel geïllustreerd of onderbouwd worden met documenten, doch dat er geen aparte schriftelijke discussie buiten de vergadering wordt gevoerd tussen partijen. Hiermee wordt door alle aanwezigen ingestemd.

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

4 van 9

Hierna stelt de voorzitter voor de beraadslagingen conform de oorspronkelijke agenda van het Bestuurlijk Overleg van 1 december te doen. Hiermee wordt ingestemd door de vergadering. 1. Opening en mededelingen Door Scherpenzeel wordt een toelichting gegeven op de beslissing om aan dit bestuurlijk overleg te willen deelnemen. B&W Scherpenzeel vinden het de hoogste tijd dat GS conclusies trekt. Er is de afgelopen jaren (zeker ook door Scherpenzeel) veel huiswerk gedaan; veel rapporten gemaakt, veel gepeild en dialoog gevoerd. B&W Scherpenzeel heeft mede op grond daarvan veel kanttekeningen bij proces en inhoud van het open overleg, waaronder het participatie-aspect. Ook is B&W van mening dat nog niet duidelijk gemaakt is van de zijde van GS – na herhaalde verzoeken daarom - waarom deze procedure noodzakelijk is. B&W Scherpenzeel heeft behoefte aan rust en duidelijkheid in dit dossier, in het belang van de inwoners en dringt daarom nogmaals aan op het zo spoedig mogelijk stoppen van dit proces. Daarbij wordt ook verwezen naar de aanbevelingen uit het recente rapport-Frissen. B&W wil dit overleg benutten om, gebruikmakend van eigen analyses, haar voorkeuren uit te spreken en te onderbouwen. B&W acht het van belang dat haar standpunten op tafel komen, kunnen worden toegelicht en in dit traject ook kunnen worden vastgelegd met het oog op mogelijke vervolgprocedures.

Door de provincie wordt in reactie hierop aangegeven dat over de gestelde waaromvraag bij de (voorlopige) standpuntbepaling naar aanleiding van de besluitvorming in Scherpenzeel over de Kadernota (juni, resp. juli 2020) uitvoerige onderbouwing is gegeven. Het staat B&W Scherpenzeel uiteraard vrij om het met die onderbouwing oneens te zijn, doch die is zeker wel gegeven. Daarnaar wordt verder voor nu verwezen. Tevens geeft de provincie aan dat GS zeker met een reactie op het rapport Frissen zullen komen, nadat ook de raad van Scherpenzeel de gelegenheid heeft gehad om een standpunt hierover te formuleren. Dit lopende proces van open overleg zal conform de eerdere besluitvorming worden voortgezet. Dit betekent dat op 15/12 het laatste Bestuurlijk Overleg is gepland en dat op 12 januari GS haar standpunt zal bepalen naar aanleiding van de resultaten van het open overleg. Barneveld vraagt om een toelichting op het “stoppen van dit proces” en wat dit in de ogen van B&W Scherpenzeel betekent. Vanuit de delegatie van Scherpenzeel wordt aangegeven dat dit wat hen betreft betekent dat zij – buiten het in hun ogen oneigenlijke verband van het Arhi-proces – met buurgemeenten kan overleggen om een constructieve samenwerkingsrelatie op te bouwen. Daar is veel behoefte aan bij Scherpenzeel.

De voorzitter constateert dat kennis genomen wordt van de bij dit agendapunt gegeven opvattingen en de overwegingen van B&W Scherpenzeel en dat over het punt van de onderbouwing van de

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

5 van 9

“waarom”-vraag sprake is van een verschil van opvatting, waar voor dit moment kennis van wordt genomen (“agree to disagree”).

2. Verslag bestuurlijk overleg 19 november Het verslag wordt zonder wijzigingen en verdere bespreking conform vastgesteld.

3. Participatie Door de provincie wordt een korte toelichting gegeven op de bijgeleverde documenten en op het lopende traject met Kieskompas, zoals op de agenda vermeld. Scherpenzeel plaatst een aantal kanttekeningen gemaakt bij het proces van participatie, de verslaglegging daarvan en het traject met Kieskompas. Deze worden samengevat worden in de volgende hoofdpunten: • • •

•

•

•

B&W Scherpenzeel ziet niet de meerwaarde van deze participatie ten opzichte van eerdere door de gemeente reeds uitgevoerde participatie- en peilingtrajecten. B&W Scherpenzeel meent dat met de beperkte deelname aan de participatie-activiteiten geen sprake kan zijn van representativiteit van de uitkomsten. B&W Scherpenzeel heeft zorgen, naar aanleiding van geluiden van deelnemers (o.a. Burgerinitiatief) over inhoudelijke sturing in de discussies en de verslaglegging van de participatiegesprekken. B&W Scherpenzeel is verbolgen over uitlatingen inzake mogelijke intimidaties van voorstanaders van fusie, zoals door GS naar buiten gebracht. B&W neemt dit overigens zeer serieus en heeft hiervoor een vertrouwenspersoon aangesteld. B&W Scherpenzeel vraagt zich af of met de vraagstelling in het Kieskompas inwoners wel voldoende serieus worden genomen, of het niet een “doolhof” van vragen is en hoe de uitkomst meegenomen wordt bij de afweging van de varianten. B&W Scherpenzeel mist nog scherpte en evenwicht in de onderliggende documenten ten aanzien van voorzieningen en financiën.

De provincie geeft een toelichting op het karakter en doelstelling van het participatieproces. Het gaat niet om het peilen van draagvlak voor een of meer varianten. Het gaat om het inventariseren,

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

6 van 9

expliciteren, ordenen en prioriteren van verwachtingen en belangen van inwoners die bij de afweging van varianten gewogen moeten worden. Vanuit die doelstelling biedt de gekozen methodiek een valide representativiteit naar verwachting, juist door de toepassing van de methodiek van Kieskompas. Barneveld wijst op de specifieke methodologie die ten grondslag ligt aan de werkwijze van Kieskompas en waar de vraagstelling op gebaseerd is. Dit is wat Barneveld betreft een goed gevalideerde methode. Barneveld onderschrijft het belang van actuele en evenwichtige gegevens in de onderliggende documenten. De provincie geeft aan dat in de onderliggende documenten gewerkt zal worden met zo compleet en actueel mogelijk bronmateriaal en dat deze documenten voortdurend daarop worden aangepast. Ook wordt aangegeven dat de resultaten van Kieskompas, wanneer beschikbaar, zullen worden betrokken bij de verdere oordeels- en besluitvorming. Scherpenzeel geeft aan dat er ongenoegen bestaat over het feit dat in het openbaar – naar de mening van Scherpenzeel onterecht - een relatie wordt gelegd tussen de woningbouwinzet voor de komende jaren en de financiële positie van de gemeente. Scherpenzeel bouwt voor de woningbouwbehoefte en niet ter dekking van gaten in de begroting of uitbreiding van ambtelijke capaciteit, zo wordt betoogd.

De voorzitter stelt vast dat de participatieverslagen en de voortgang van het traject met Kieskompas hiermee besproken zijn en dat de vergadering daar kennis van neemt.

4. Variantenonderzoek De provincie geeft aan de hand van enkele sheets een toelichting op de voor de vergadering aangeleverde “gespreksnotitie/redeneerlijn” en de “eerste aanzet tot een beschouwing van de varianten”. Barneveld vraagt naar aanleiding van de redeneerlijn of wel voldoende rekening is gehouden met het belang van relationele en gedragsaspecten in het kiezen voor en verder uitwerken van varianten van samenwerking en/of samenvoeging van gemeenten. De vergadering onderschrijft het belang hiervan en wil dit graag meegewogen zien bij de verschillende varianten. Naar aanleiding van de beschouwing over de varianten wordt door Scherpenzeel aangegeven dat variant 2 (duurzame samenwerking Scherpenzeel – Barneveld) gezien wordt als een uitdagende en interessante optie, doch dat hierbij dan geen “stip op de horizon i.c. bestuurlijke fusie” zou moeten worden bepaald. Zo geclausuleerd zou dit voor Scherpenzeel de meest kansrijke optie zijn. Door Barneveld wordt aangegeven dat voor het alleen al kunnen verkennen van een dergelijke optie het allereerst nodig is dat in de relatie tussen Barneveld en Scherpenzeel een verbetering en

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

7 van 9

verheldering optreedt. Er is in het recente verleden het nodige gezegd en gebeurd in die relatie dat nog in de weg zit om tot een inhoudelijke discussie over een dergelijke variant te kunnen komen. De vertrouwensrelatie is daardoor behoorlijk geschaad. Scherpenzeel erkent dat er eerst “kou uit de lucht” moet zijn in de relatie en dat men bereid is om daar stappen in de zetten. De provincie vraagt hoe beide partijen aankijken tegen het aspect “stip op de horizon” in deze variant 2. Barneveld geeft aan dat zij de meest vergaande vormen van ambtelijke samenwerking (i.c. ambtelijke fusie) alleen denkbaar achten indien dat in het perspectief van een bestuurlijke fusie wordt vormgegeven. Bij minder vergaande samenwerkingsvormen is een bestuurlijke fusie als eindpunt niet een sine qua non voor Barneveld; wel dienen partijen zich te realiseren dat samenwerking een voorsorteren is op mogelijk verdergaande samenwerking en samenvoeging in de toekomst. Aangegeven wordt dat uit de praktijk blijkt dat de kwaliteit van de samenwerking en de relatie het eindperspectief beïnvloeden; in het algemeen zal bij een slechte samenwerking/relatie er eerder behoefte zijn aan bestuurlijke fusie dan bij een goed verlopende samenwerking in een goede relatie. Scherpenzeel geeft aan dat er op dit moment zeker geen voorkeur bestaat voor ambtelijke fusie of het worden van een regiegemeente.

Het gaat wat Scherpenzeel betreft in de samenwerking om een pragmatische aanpak van samenwerking met mogelijkheid tot uitbreiding wanneer daar behoefte aan is en in het vertrouwen dat telkens in goed overleg afspraken over mogelijk verdere ontwikkeling in de samenwerking kunnen worden gemaakt. De provincie vraagt aan Scherpenzeel of zij de samenwerking zouden willen inrichten vergelijkbaar met de samenwerking tussen Renswoude en Veenendaal. Scherpenzeel reageert dat zij niet meteen een oordeel heeft over de technische invulling van dat model, maar dat zij waarnemen dat die samenwerking vanuit een open en constructieve relatie wordt vormgegeven en dat die zich op een natuurlijke en organische manier ontwikkelt. Dat spreekt de delegatie van Scherpenzeel aan. Daarbij wordt aangegeven dat er – wellicht wat moeilijk zichtbaar – in Scherpenzeel een grote genegenheid is richting Barneveld als mogelijke samenwerkingspartner. Het type samenwerking zoals tussen Renswoude en Veenendaal zou “naar de geest’ daarom passend kunnen zijn vanuit het perspectief van Scherpenzeel. Vanuit de delegatie van Barneveld wordt gevraagd hoe Scherpenzeel aankijkt tegen meerdere samenwerkingspartners en het waargenomen “shopgedrag”. Scherpenzeel geeft aan in principe bereid te zijn om te kiezen voor een exclusieve samenwerkingsrelatie met Barneveld.

Door Barneveld wordt nogmaals gewezen op het belang van het werken aan de onderlinge relatie voordat een inhoudelijke discussie over vormen of constructies van samenwerking kan worden

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

8 van 9

aangegaan. En dat dit onder regie van de provincie dient te gebeuren. Dus nu geen afzonderlijke “mediation-gesprekken tussen Scherpenzeel en Barneveld” buiten het open overleg om. Door de provincie wordt geconstateerd dat het lijkt alsof een invulling van variant 2 zoals besproken de mogelijkheid in zich zou bergen dat gemeenten hierop elkaar vinden. Er zijn dan nog wel de nodige randvoorwaarden in te vullen op het gebied van relatie en inhoud. Barneveld geeft aan dat zij het te vroeg achten om nu al conclusies te verbinden aan de beschouwingen in dit overleg. De delegatie van Barneveld is wel bereid om in het College van B&W te overleggen of er draagvlak is om deze optie verder te verkennen en wat daar voor nodig is. Barneveld komt daar in een volgend overleg op terug. Indien er daarbij sprake zou zijn van vervolggesprekken, ziet Barneveld in alle gevallen hier een blijvende regierol van de Provincie in. Naar aanleiding van de beschouwing over variant 3 (bestuurlijke fusie) wordt door Scherpenzeel gewezen op het belang van een proces van onderop als randvoorwaarde voor deze variant; de eerder door Scherpenzeel vastgestelde en benutte Argumentenkaart wordt ingebracht als basis voor hun overwegingen bij deze variant. Vanuit Barneveld wordt nog een nadere explicatie/illustratie gevraagd over situaties waarin gemeenten niet vrijwillig tot fusie hebben besloten.

Door de provincie worden enige casussen hiervan benoemd. Daarbij wordt ook verwezen naar de wettelijke verplichting voor gemeentebesturen om een herindeling goed voor te bereiden. De voorzitter concludeert dat de gegeven beschouwingen in het volgende overleg van 15 december desgewenst kunnen worden voortgezet en sluit dit agendapunt af. 5. Afspraken communicatie Gesproken wordt over het belang om transparant te zijn over wat vandaag besproken is en tegelijk de prudentie te betrachten om de afwegingen in de verschillende kringen niet nodeloos te belasten en verschillen uit te vergroten. Afgesproken wordt dat door de woordvoerder van de Provincie een korte algemene verklaring over dit overleg in concept zal worden opgesteld die, na gezamenlijke vaststelling, uitgangspunt is voor de communicatie op korte termijn. Op 15 december kunnen dan vervolgafspraken worden gemaakt. 6. Rondvraag, sluiting Van de zijde van Scherpenzeel wordt nog aangegeven dat er behoefte is aan duidelijkheid waarom er vanuit de optiek van Barneveld sprake zou moeten zijn van een zogenaamde lichte samenvoeging bij variant 3. Door Barneveld wordt verwezen naar enkele hierover gevoerde overleggen en ambtelijke afstemmingen in het verleden. De voorzitter sluit om 20.40 uur de vergadering.

Datum

15 december 2020 Zaaknummer

2020-007489 Blad

9 van 9

Bijlagen (alle uitgereikt op 1 december): 1. Verklaring Scherpenzeel 2. Positionpaper Scherpenzeel 3. Spelregels

Positon Paper Bestuurlijk Overleg

1 december 2020 In dit position paper lichten wij onze inbreng in het Open Overleg toe. A. Onze principiële mening is niet veranderd 1. Scherpenzeel heeft al 2 x ‘Open Overleg’ gevoerd 2. Zelfstandigheid is het beste voor Scherpenzeel 3. Onze koers is toekomstbestendig 4. Waarom onder regie van de provincie? 5. Het Open Overleg is niet open B. Overwegingen om (niet) deel te nemen C. De Oplossingsrichting: Duurzame samenwerking met een preferred partner

A. Onze principiële mening is niet veranderd Wij hechten er aan om hier toe te lichten waarom onze principiële houding ten aanzien van het Open Overleg niet is gewijzigd. 1. Scherpenzeel heeft al 2 x ‘Open Overleg’ gevoerd Het Open Overleg dient om verschillende oplossingsrichtingen open tegen elkaar af te wegen. Naar onze mening is dat reeds 2x gedaan. Zowel in 2019 als in 2020 zijn de voor- en nadelen van zelfstandigheid of herindeling met Barneveldi onderzocht, dit ook in nauwe samenspraak met Barneveld. De uitkomsten hiervan zijn weergegeven in:  Stuurgroepanalyse najaar 2019 o Niet-openbare deelrapporten werkgroepen Organisatieversterking, Immateriele Waarden, Bestuurskracht en Financiën o Eindrapport Stuurgroep (unaniem vastgesteld door raad, 30 oktober 2019) o Argumentenkaart 2019 (als afgeleide van de unanieme raadsanalyse)  Spiegel voorjaar 2020 o Financiële analyse herindeling (bijlage 3 Kadernota) o Vergelijking kerncondities scenario zelfstandigheid vs herindeling (bijlage 1 Kadernota) o Spiegel alternatief Herindeling (p. 19-22 Kadernota) o Argumentenkaart 2020 Tot op heden hebben wij geen argumenten ontvangen waarom onze eigen analyse onvoldoende zou zijn, of welke argumenten dan wel of niet zouden kloppen. Wij zijn van mening dat de provincie daar nooit serieus naar heeft willen kijken.

De meerwaarde om deze hele exercitie nog een keer over te doen (naar onze mening een welles-nietes discussie) zien wij dan ook niet.

1

2. Zelfstandigheid is het beste voor Scherpenzeel Wij blijven op basis van onze eigen (raadsbreed gedeelde) analyse uit 2019, en de actualisatie daarvan in 2020, van mening dat onze zelfstandige koers de beste optie is voor het realiseren van de maatschappelijke ambities van Scherpenzeel. E.e.a. wordt onderbouwd met een vergelijking van kerncondities bij zelfstandigheid vs. herindeling (bijlage 1). Vooral de eigen regie over (behoud van) voorzieningen en dienstverlening, de nabijheid van samenleving en bestuur, en de mogelijkheid om flexibel en met maatwerk in te spelen op lokale ontwikkelingen spelen daarbij een rol. Een zelfstandige gemeente is geen doel op zich. Wel is zelfstandigheid dé manier om ook in de toekomst regie te houden over ons voorzieningenniveau en om de uitdagingen waar Scherpenzeel voor staat, in verbinding met de samenlevingii te adresseren. Dit niet alleen in financiële zin (o.a. exploitatie De Breehoek), maar ook in operationele zin: een bestuur dat middenin de samenleving staat, en exclusief gefocust is op Scherpenzeel, kan de belangen van Scherpenzeel – ook in regionaal verband – het beste behartigen. Naar aanleiding van onze eigen analyses, op basis van de nu beschikbare informatie iii, zijn wij van mening dat het alternatief ‘herindelen met Barneveld’ niet beter is voor Scherpenzeel.

Zonder aan de kwaliteiten van Barneveld (die wij waarderen als goede buur en belangrijke partner) af te doen, zien wij reële risico’s in de zorgelijke financiële positie van Barneveldiv, en in het gebrek aan toekomstperspectief voor Kulturhus De Breehoek, indien de zelfstandige gemeente Scherpenzeel verdwijntv. In bredere zin kunnen geen structurele garanties worden gegeven voor het voorzieningenniveau in Scherpenzeel, of (instandhouding van) het niveau van dienstverlening dat de Scherpenzelers waarderenvi. Zelfstandigheid is de beste garantie om als dorp regie te houden. Onze keuze voor zelfstandigheid is sinds 9 december 2019 al twee keer door de gemeenteraad herbevestigd. Ook de Scherpenzeelse samenleving onderschrijft onze analyse dat zelfstandigheid het beste is voor Scherpenzeel: 87% van de inwoners koos voor een zelfstandig Scherpenzeel vii.

2

3. Onze koers is toekomstbestendig Wij vertrouwen op onze reeds ingezette koers, die gericht is op het werken aan de maatschappelijke opgaven waar Scherpenzeel voor staat. De maatschappelijke ambities van ons dorp zijn bepaald in de Toekomstvisie 2030, en als beleidsvoornemens vertaald in de Roadmap Scherpenzeel 2030:

Randvoorwaarden Scherpenzeel heeft de randvoorwaarden gecreëerd om aan de eigen maatschappelijke en bestuurlijke opgaven te werken. De (voortgang in) bestuurskrachtverbetering wordt beschreven in het rapport ‘Zicht op bestuurskracht’ (review bestuurskrachtopgaven, BMC, september 2020) en sterkt ons in het vertrouwen dat wij op de goede weg zijn met de democratisch gekozen koers.

Met onze ambtelijke samenwerkingsstrategie (zie raadsmemo 2020-102) Hebben we de uitgangspunten vastgelegd om onze resterende kwetsbaarheden als een kleine gemeente te worden ondervangen. Vanuit het principe ‘zelf doen als dat meerwaarde heeft voor Scherpenzeel, uitbesteden als het effectiever (of efficiënter/goedkoper) is’, willen wij Strategie & Beleid en Klantcontact & Uitvoering als zelfstandige gemeente uit blijven voeren. Voor backoffice werkzaamheden (administratie in brede zin, BAG / BGT en belastingen) en specialismen zoeken wij zelf een duurzame samenwerking , liefst met één partner binnen de regio. 3

Toekomstbestendigheid De toekomstbestendigheid van deze koers wordt onderschreven door gemeentefonds-specialist dr. Jan Verhagen, die oordeelt dat Scherpenzeel een zeer solide financiele positie heeft. De gemeente is financieel in staat duurzaam (> 10 jaar) de bestuurskracht, benodigd voor het realiseren van onze maatschappelijke opgaven, te vergroten. In de Programmabegroting 2021 – 2024 is dit uitgewerkt in een sluitend meerjarenperspectief, waarbij incidentele inkomsten worden gebruikt om de ambities van ons dorp te realiseren, en we tegelijkertijd onze structurele lasten met structurele inkomsten dekken.

4

4. Waarom onder regie van de provincie? Scherpenzeel is dus prima in staat om zelf, vanuit eigen kracht en in eigen regie, te werken aan haar maatschappelijke en bestuurlijke opgaven. Er is naar onze mening geen sprake van een acute situatie, waarin onvoldoende zicht is op verbetering van knelpunten ten aanzien van bestuurskracht en / of dienstverlening. Evidente bestuurskrachtproblematiek (of stagnatie daarin), een voorwaarde voor

provinciale regienemingviii, is niet aangetoond. We zijn dan ook allerminst overtuigd van de noodzaak die de provincie kennelijk ziet om (op dit moment) in te grijpen. Onze bezwaren tegen de provinciale regieneming over de toekomst van Scherpenzeel zijn

daarmee onverminderd (zie bijlagen 2 en 3) . Door de niet-ontvankelijk verklaring van onze bezwaren wordt de inhoudelijke discussie over de legitimiteit van dit proces niet gevoerd. Dat tast ons aan in ons rechtsgevoel. 5. Het Open Overleg is niet open Wij blijven van mening dat de opzet van het Open Overleg ongelukkig is en geen recht doet aan de historie van dit dossier, of aan de gevoelens binnen de Scherpenzeelse samenleving (peiling Motivactionvii). Zoals tijdens op 1 oktober jl. aangegeven zijn wij van mening dat  de proportionaliteit van oplossingen zou moeten voortvloeien uit een herbezinning op opgaven;  gegeven het in variant 2 vereiste perspectief op bestuurlijke fusie er feitelijk slechts sprake is van 2 varianten: zelfstandigheid (met subvarianten) en herindeling (al dan niet met lange aanloop). De recente ontwikkelingen in Druten sterken ons in deze overtuiging;  de kwalitatieve stakeholderbenadering in het participatietraject geen objectief beeld geeft van het draagvlak;  de grote haast, om binnen het tijdspad van herindeling per 1-1-23 te blijven, ten koste gaat van de zorgvuldigheid en volledigheid van dit proces.

Het participatieproces tot op heden, en de uitlatingen van gedeputeerde Markink in de media, in de Barneveldse Raad en in Provinciale Staten, en het Kieskompas dat inmiddels is verschenen, hebben ons gevoel versterkt dat hier geen sprake is van een onbevooroordeeld proces.

B. Heroverweging Eind oktober bleek dat geen gehoor wordt gegeven aan onze vraag om inhoudelijke toetsing, of de provinciale regieneming over de toekomst van Scherpenzeel op grond van het Beleidskader gelegitimeerd was. De minister en de Spiegelgroep adviseren ons, om onze bezwaren tegen het starten van het Open Overleg, in het overleg zelf aan de orde te stellen. Alhoewel dit ons onlogisch voorkomt (in lijn met het Beleidskader dient de vraag waarom regieneming gerechtvaardigd is, gesteld te worden voorafgaand aan de feitelijke regieneming, niet gedurende de rit) is ook dat voor ons een punt van overweging. Wat betekent dit voor onze deelname aan het Open Overleg? Alhoewel onze bezwaren tegen de lopende procedure onverminderd zijn, en imagoschade niet uit te sluiten valt (een besluit om alsnog deel te nemen kan worden geframed als het ‘bekennen van het eigen ongelijk’), zouden er voor ons drie redenen zijn om in dit stadium alsnog toe te treden tot het lopende Open Overleg: 1. Het biedt een (kleine) opening om onze inhoudelijke bezwaren nogmaals voor het voetlicht te brengen. 2. We willen laten zien dat we niet alleen maar ‘tegen’ zijn, maar echt uit zijn op constructieve samenwerking met onze buren. 3.

Het college van Barneveld wil, vooruitlopend op het (‘eventuele’) besluit van GS de lopende gesprekken over uitbreiding van onze bestaande ambtelijke samenwerking enkel onder provinciale regie voortzetten. Wij hadden deze gesprekken graag als gelijkwaardige en willige partners gevoerd, maar zien ons geconfronteerd met een situatie waarin juist de provinciale regieneming ons belemmert in het realiseren van onze eigen bestuurskrachtverbetering. 5

Met name onze wens, om de in gang gezette bestuurskrachtversterking in zijn geheel uit te voeren, is voor ons doorslaggevend. Op het gebied van belastingsamenwerking achten wij het onwenselijk om de huidige impasse (die wij noodgedwongen hebben ondervangen door externe inhuur, maar onze kwetsbaarheid niet afdoende opheft) nog langer te laten voortduren.

C. De oplossing: Uitwerking duurzame samenwerking met een sterke partner De maatschappelijke ambities en opgaven voor Scherpenzeel, zoals vastgelegd in Toekomstvisie 2030 en verwerkt in onze Roadmap, en expliciet draagvlak in de Scherpenzeelse samenleving zijn leidend bij onze overwegingen. Oplossingsrichtingen moeten altijd ten dienste staan van die Scherpenzeelse samenleving, en proportioneel zijn in relatie tot de resterende bestuurskrachtopgave die benodigd is om deze maatschappelijke ambities te realiseren (= BMC Bestuurskrachtreview 2020). Onze samenwerkingsstrategie is niet ‘solitair met verschillende samenwerkingsarrangementen’, maar gericht op duurzaam partnerschap, zo mogelijk in één samenwerkingsrelatie Ook al delen we de nu voorliggende analyses nietix, het ambtelijke voorstel voor optimalisatie van de zelfstandige koers door duurzame samenwerking met een sterke partner is iets wat we allemaal haalbaar en toekomstbestendig achten. We onderschrijven de ambtelijke constatering dat hier nadere verkenning voor nodig is. Wij betreken daar graag ook potentieel samenwerkingspartners Ede en Veenendaal bij. Wij vertrouwen erop dat Barneveld bereid is om hierover verder met ons in gesprek te gaan. Wij streven ernaar om dit overleg op open, transparante en harmonieuze wijze te voeren.

Barneveld en Scherpenzeel hebben immers nog een lange toekomst voor zich, waarbij een goede buur belangrijker is dan een verre vriend. Uiteraard begrijpen en accepteren wij de behoefte van GS om hierin mee te kijken en input te geven. Tegelijk zijn wij er van overtuigd dat een langjarig partnerschap alleen gaat werken als alle partijen hiervoor uit vrije wil, en vanuit eigen kracht, voor kiezen. Wij vragen GS zich hierin faciliterend en terughoudend op te stellen, om zo duurzaam partnerschap van onderop een faire kans te geven.

Bijlagen: 1. Vergelijking kerncondities bij zelfstandigheid vs. herindeling 2. Bezwaar dd. 15 juli 2020 tegen het besluit van GS van 14 juli 2020 om een art. 8 arhi proceure te starten 3. Pleitnota hoorzitting dd. 6 oktober 2020 4. Memo 2020-102

6

Noten i

De raad van Scherpenzeel wilde ook andere door Seinstra van de Laar aangedragen varianten, zoals ambtelijke fusie of regiegemeente, en samenwerking met andere Regiogemeenten dan Barneveld, onderzoeken (raadsbesluit 27 juni 2019). Op aandringen van de CdK is het aantal te onderzoeken varianten ingeperkt tot 2: zelfstandig of herindelen met Barneveld (overleg vertrouwenscommissie i.o. 8 juli 2019, brief CdK aan B&W, 22 juli 2019). ii Scherpenzeel wil partner van de samenleving zijn en blijven. Wij hanteren ons Participatiekompas (afwegingskader voor een zorgvuldige vormgeving van het participatietraject) en geven komende jaren verder vorm aan dialoog en partnerschap met de samenleving, o.a. door het instellen van een Inwonerspanel. iii Barneveld en Scherpenzeel hebben ieder voor zich, en in gezamenlijkheid, ambtelijk en bestuurlijk geïnvesteerd in het ophalen en delen van informatie, waaronder een vertrouwelijk onderzoek van BMC naar de gevolgen van herindeling in opdracht van de gemeente Barneveld. Daarbij is geconstateerd dat voor verdere duiding van de consequenties van het scenario herindeling een uitwerking van de organisatie op taakveldniveau en het bepalen van gezamenlijke ambities voor dienstverlening en voorzieningenniveau noodzakelijk is (herindelingsscan).

Ten aanzien daarvan heeft Barneveld aangegeven hieraan pas te willen meewerken na een bestuurlijke keuze van Scherpenzeel voor het scenario herindeling. In onze analyse van de consequenties van herindeling is daarom (en om discussies te voorkomen) stelselmatig voor een positieve uitleg van de effecten van herindeling gekozen. Ondanks dat de herindelingsscan niet is uitgewerkt, zijn wij van mening dat wij voldoende inzicht hebben om op basis daarvan tot een zorgvuldig en gewogen oordeel over de consequenties van herindeling te komen. iv In het rapport ‘Financiële veenbrand: tekorten lopen op, meer gemeenten in het rood’ (BDO, 2020, https://www.bdo.nl/nl-nl/lp/2020/benchmark-gemeente-ps-dzb-bmz-gem-lo-20) scoort Barneveld als één van de 3 slechtst presterende gemeenten in de grootteklasse 50.000 – 100.000 inwoners. Met name de schuldquote van 175 % (de een-na hoogste in Nederland) is zorgelijk volgens dit onderzoek. Daarnaast is voor ons het oordeel van de provincie Gelderland, op grond van hun verantwoordelijkheid in het InterBestuurlijk Toezicht, ten aanzien van de begroting 2020 relevant.

Oordeel IBT Scherpenzeel

Oordeel IBT Barneveld Volgens Draaijer & Partners (2020) loopt het jaarlijks exploitatietekort bij herindeling op naar ca. € 400.000,= vi Zie brief gemeente Barneveld dd. 25 05 2020 (Bijlage 2 bij onze Kadernota): ‘Het is voor ons niet mogelijk om op dit onderwerp een gedegen reactie te formuleren’. vii Peiling door onafhankelijk onderzoeksbureau Motivaction, juni / juli 2020 op basis van de voorliggende Kadernota en argumentenkaart onder de inwoners van 16 jaar en ouder. Bij een opkomst van 59% koos 86,91% voor een zelfstandige toekomst van Scherpenzeel. viii Het Beleidskader Herindeling 2018 (uit 2019) perkt de discretionaire bevoegdheid van provincies, om de regie te nemen over de bestuurlijke toekomst van een gemeente, in. Het starten van een art. 8 arhi procedure is alleen gerechtvaardigd als sprake is van aantoonbare (stagnatie in de aanpak van) Evidente Bestuurskrachtproblemen. Zoals de Minister heeft geconstateerd in haar brief van 10 juli jl. zijn de provincie en wij het ten principale oneens over de omvang van de bestuurskrachtopgaven waar Scherpenzeel voor staat. Wij blijven van mening dat de art. 8 arhi procedure niet had mogen worden gestart zolang de noodzaak tot provinciale regieneming niet is getoetst. ix Onze huidige samenwerking is minder gefragmenteerd dan wordt gesteld.

In onze huidige samenwerking is feitelijk slechts sprake van 2 samenwerkingsarrangementen, bovenop de regiobrede samenwerking (waarin alle potentieel samenwerkingspartners reeds participeren): ICT samenwerking met Veenendaal, en alle overige samenwerkingen met Barneveld. Daarbij is het samenvoegen van beide samenwerkingsrelaties binnen 1 preferred partnership voor Scherpenzeel een reële optie. v

7

Bron: bijlage bij verslag van het BO met Barneveld op 21 september 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9e44bd49-704e-42fa-99f5-4c5904ab9a8b