CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-4.25 Besluit B&W over Raadsinformatiebrief Regio Foodvalley met afspraken Bestuurlijke Overleggen L, d.d. 25 juni 2025

Gemeenteraad 16 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen stukken28.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Beleid Leefomgeving Behandelaar: P. Hekman Telefoonnummer: (0342) 495 247 Onderwerp:

Voorstelnr. 4186 Barneveld, 24 juni 2025 Portefeuillehouder: M.H.J. Pluimers-Foeken

Afspraken Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving juni 2025

Gevraagde beslissing: 1. De raadsinformatiebrief, opgesteld door het Algemeen Bestuur Regio Foodvalley met als onderwerp "BO Leefomgeving 2 en 10 juni 2025" (kenmerk 25/RFv/250617), aan te bieden aan de raad. 1. Inleiding Het bestuurlijk overleg Leefomgeving (BOL) en het bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) zijn bestuurlijke overlegrondes tussen bewindspersonen van het Rijk en gedeputeerden van provincies op landsdeelniveau. Het BOL wordt jaarlijks georganiseerd in de lente en gaat met name over ruimtelijke zaken. Het BO MIRT wordt jaarlijks in de herfst georganiseerd en gaat over de planning van (financiële middelen voor) ruimtelijke en infrastructurele ingrepen. Voor Regio Foodvalley zijn het BOL van het landsdeel Oost Nederland (Gelderland en Overijssel) en het BOL van het landsdeel Noordwest Nederland (Utrecht, Flevoland, Noord-Holland) relevant. Op het BOL Oost van 2 juni jl. kwamen diverse zaken met betrekking tot verstedelijking (NOVEX-gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley) en landelijk gebied samen die voor onze regio relevant zijn. Dit betreft naast wonen onder andere mobiliteit, stikstof en defensie. Een volledige lijst is te lezen in het Ruimtelijk Arrangement Gelderland. 2.

Beoogd effect De raadsinformatiebrief is bedoeld om de raden in de Regio Foodvalley te informeren over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg Leefomgeving (BOL) dat op 2 juni 2025 (BOL Oost Nederland) en op 10 juni 2025 (BOL Noordwest Nederland) plaatsvond, met een doorkijk richting het bestuurlijk overleg MIRT (BO MIRT) van het najaar. In de brief wordt een beeld gegeven van de inhoudelijke agenda, de inzet die gepleegd is en de belangrijkste afstemmingsmomenten tussen regio, provincies en het Rijk. 3. Argumenten 1.1 In regioverband is afgesproken dit proces te volgen Door de brief aan de raad door te zenden, houden wij ons aan deze afspraak. 4. Kanttekeningen Geen 5. Financiën Dit besluit heeft geen financiële consequenties. 6. Participatie en communicatie a) Participatie Nvt b) Communicatie NVT 7. Vervolgstap Geen

8. Bijlagen A. Raadsinformatiebrief BO Leefomgeving 2 en 10 juni dd 17 juni 2025

• • •

-2Bijlage 1. Kamerbrief Uitkomsten Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 2025 dd 12 juni 2025 Bijlage 2. Kamerbrief MIRT-brief voorjaar 2025 dd 12 juni 2025 Bijlage 3. Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Gelderland dd 2 juni 2025

Aan de raden van de deelnemende gemeenten Regio Foodvalley

uw kenmerk: --

ons kenmerk: 25/RFv/250617

onderwerp: BO Leefomgeving 2 en 10 juni 2025

behandeld door: doorkiesnummer: Holmer Doornbos 0318-680142 bijlage: 2

e-mailadres: holmer.doornbos@regiofoodvalley.nl datum: 17 juni 2025

Geachte raad,

Inleiding Deze raadsinformatiebrief is bedoeld om u te informeren over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg Leefomgeving (BOL) dat op 2 juni 2025 (BOL Oost Nederland) en op 10 juni 2025 (BOL Noordwest Nederland) plaatsvond, met een doorkijk richting het bestuurlijk overleg MIRT (BO MIRT) van het najaar. We gaan er vooralsnog van uit dat het BO MIRT door zal gaan, ook nu het kabinet demissionair is. Beide overleggen zijn belangrijk voor de regio omdat hier afspraken worden gemaakt over (de randvoorwaarden voor) ruimtelijke onderwerpen. We geven een beeld van de inhoudelijke agenda, de inzet die gepleegd is en we schetsen de belangrijkste afstemmingsmomenten tussen regio, provincies en het Rijk. Noël Vergunst (wethouder Nijmegen) en Jan Pieter van der Schans (portefeuillehouder landelijk gebied Regio Foodvalley) namen, naast Dirk Vreugdenhil (gedeputeerde Gelderland) deel aan het BOL Oost ter vervanging van NOVEX ANF voorzitter Carol van Eert. Algemeen Het BOL en het BO MIRT zijn bestuurlijke overlegrondes tussen bewindspersonen van het Rijk en gedeputeerden van provincies op landsdeelniveau. Het BOL wordt jaarlijks georganiseerd in de lente en gaat met name over ruimtelijke zaken. Het BO MIRT wordt jaarlijks in de herfst georganiseerd en gaat over de planning van (financiële middelen voor) ruimtelijke en infrastructurele ingrepen.

Voor Regio Foodvalley zijn met name het BOL Oost (Gelderland en Overijssel) en het BOL Noordwest (Utrecht, Flevoland, NoordHolland) relevant. Op het BOL komt een aantal verschillende zaken met betrekking tot verstedelijking en landelijk gebied samen die voor onze regio relevant zijn. Het NOVEXgebied Arnhem Nijmegen Foodvalley wordt geagendeerd voor het BOL Oost.

Datum: Betreft:

17-6-2025 BO Leefomgeving 2 en 10 juni 2025

Bespreekpunten bestuurlijke overleggen Leefomgeving voorjaar 2025 •

Ruimtelijk Arrangement per provincie Het gaat om het vaststellen van afspraken tussen het Rijk en provincie als uitwerking van het ruimtelijk voorstel dat de provincies eerder (2024) hebben ingediend bij het Rijk. In het Ruimtelijk Arrangement Gelderland zijn onder meer afspraken gemaakt tussen de provincie en Defensie over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD). Onder andere is afgesproken dat Rijk en provincie de inpassing van de gekozen (bovenregionale) voorkeurslocaties in een gezamenlijk proces uitwerken. Daarbij wordt, indien relevant, gebruik gemaakt van al lopende interbestuurlijke gebiedsprocessen (NOVEX-gebieden, verstedelijkingsstrategieën etc.).

•

NOVEX Arnhem Nijmegen Foodvalley De afgelopen periode hebben we in NOVEX-verband belangrijke prioriteiten en verkenningen opgepakt die in de uitvoeringsagenda NOVEX Arnhem-NijmegenFoodvalley (ANF) waren opgenomen. Tijdens het BOL wordt de stand van zaken besproken. Er is onder meer gewerkt aan een gezamenlijk beeld van de onrendabele toppen voor woningbouw. Ook hebben we verkend wat we precies onder uitloopgebieden verstaan en hoe we realisatie hiervan verder kunnen vormgeven. Met name voor de uitloopgebieden, die we “groene scheggen” noemen is een interessant concept ontwikkeld, waarin deze scheggen de verbinding leggen tussen de bestaande steden en dorpen met hun nieuwe woningbouwlocaties en de omringende landschappen. De groene scheggen zijn geen traditionele parken, maar bestaan uit een productief landschap met functies als landbouw, waterbeschikbaarheid, recreatie, energie-opwek en bestaande natuur. Daarnaast zijn we begonnen met een (infrastructurele) netwerkanalyse, die in beeld brengt welke mobiliteitsmaatregelen randvoorwaardelijk zijn voor de schaalsprong in verstedelijking. En we hebben verkend hoe de beschikbare rijksmiddelen voor woningbouw en mobiliteit (WoMo) hieraan kunnen bijdragen. Voor belangrijke doorfietspaden in het gebied hebben we verkenningen uitgevoerd om kosten en baten hiervan goed scherp te maken.

Daaruit blijkt dat investering in deze routes op korte termijn veel oplevert en de groei van de automobiliteit op het hoofdwegennet beperkt. In de spoorzone Arnhem-Oost hebben we stappen gezet om de voorwaarden en middelen voor grootschalige woningbouw verder te verkennen en dichterbij te brengen. Ook op een aantal onderdelen uit het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied van Regio Foodvalley zijn goede vorderingen gemaakt. De vorderingen zijn te lezen in de raadsinformatiebrief ‘voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied’ welke juni ’25 naar uw raden is gestuurd.

Datum: Betreft:

17-6-2025 BO Leefomgeving 2 en 10 juni 2025

•

Woningbouw en mobiliteit Hierbij wordt de voortgang van de (bestaande) 17 grootschalige woningbouwgebieden besproken. Foodvalley is met vier deellocaties onderdeel van deze gebieden. Daarnaast komt het proces tot aanwijzen van nieuwe grootschalige woningbouwgebieden aan de orde. De inzet van Regio Foodvalley is, samen met de provincie Gelderland, geweest om ook Nijkerk aan deze lijst toe te voegen. Dit is helaas vooralsnog niet gelukt: het Rijk benoemt vier andere kansrijke locaties die in aanloop naar de Nota Ruimte verder worden uitgewerkt en vastgesteld. Het Rijk introduceert wel een nieuwe categorie woningbouwlocaties: de regionale grootschalige woningbouwlocaties, met drie typen (metropoolkernen, centrumsteden en regiokernen). Deze worden ook opgenomen in de kaartbeelden van de Nota Ruimte. Nijkerk en Ede stad komen waarschijnlijk in aanmerking als regiokern resp. centrumgemeente.

•

MIRT De afweegkaders voor de verdeling van € 2,5 miljard voor nieuwe woningen en de bereikbaarheid daarvan zullen worden vastgesteld.

•

Project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken De afgelopen tijd zijn meerdere moties aangenomen die de minister van IenW oproepen om het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken met prioriteit op te pakken. Tijdens dit BOL heeft de regio nogmaals het nationaal belang van een snelle herstart van het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken kracht bijgezet en is de minister gevraagd hoe hij deze moties zal uitvoeren. Afgesproken is dat Rijk en regio het urgente belang van de realisatie van het MIRT project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken voor de verstedelijkingsopgave in de NOVEX-gebieden Utrecht-Amersfoort én Foodvalley onderschrijven. Omdat er nog geen zicht is op volledige herstart van het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken hebben Rijk en regio in het BO MIRT 2024 afgesproken om te onderzoeken of het mogelijk is om het project in kleinere projecten op te delen en te faseren. Met het oog op de eerste fase heeft het Rijk van vier varianten het effect op bereikbaarheid en doorstroming, stikstof en kosten doorgerekend. Vanwege de samenhang is de Voorkeursvariant van de aanpassing van aansluiting A1/A30 Barneveld onderdeel van enkele varianten. De variant waarbij de capaciteit van de A1 deels wordt vergroot en knooppunt A1/A30 wordt aangepakt (variant 4), lost het grootste deel van de structurele bereikbaarheidsknelpunten rond knooppunt Hoevelaken op.

Op het onderliggende wegennet zal daardoor met name aan de oostkant van Knooppunt Hoevelaken minder sluipverkeer zijn, waardoor de leefbaarheid verbetert. Knooppunt Hoevelaken zelf maakt geen onderdeel uit van variant 4. Daarvoor is de aanpak van het knooppunt met al haar viaducten en bruggen te complex. In het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving hebben Rijk en regio de tussenresultaten met elkaar gedeeld en afgesproken om in het BO MIRT 2025 een besluit te nemen over een plan van aanpak. Beoogd resultaat is een (ontwerp)projectbesluit voor variant 4. Het Rijk zet zich in om bijbehorende financiering en capaciteit vast te leggen. De stikstofopgave voor het project is groot. Rijk en regio werken samen

Datum: Betreft:

17-6-2025 BO Leefomgeving 2 en 10 juni 2025

om een oplossing te vinden voor de stikstofopgave. Bij de uitwerking wordt door ons nadrukkelijk aandacht gegeven aan de afspraken die zijn gemaakt met het Rijk in het kader van de leefbaarheid en de bereikbaarheid van (Regio) Amersfoort. Deze afspraken zijn vastgelegd in de bestuursovereenkomst BOK2 van 2013 en onderdeel van het Ontwerp Tracébesluit (OTB) van 2018. Onze inzet blijft de volledige realisatie van Knooppunt Hoevelaken conform BOK2 en het OTB. Uitkomsten In bijgevoegde brief aan de Tweede Kamer (34682 nr. 228) zijn de uitkomsten van de BOL-overleggen weergegeven. Ook de MIRT-brief voorjaar 2025 (36600 nr. A-63) is bijgevoegd waarin het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken is benoemd. Achtergrond informatie • In het NOVEX-gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley is een eerste versie van het lange termijn ontwikkelperspectief (2040) opgesteld op basis van de verstedelijkingsstrategie ‘Meer landschap, meer stad’. •

In het NOVEX-ontwikkelperspectief staan de drie hoofdopgaven centraal: het realiseren van een schaalsprong in verstedelijking met oog voor de leefomgeving; het realiseren van natuurherstel en een robuust watersysteem; en het realiseren van een doorontwikkeling in de landbouw.

•

Het Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley is een bouwsteen voor het ruimtelijke arrangement en de op te stellen ruimtelijk arrangementen van provincies Utrecht en Gelderland.

•

In een uitvoerings- en regionale investeringsagenda spreken het Rijk en regio gezamenlijk af hoe we werken aan het realiseren van de ambities en doelen uit het ontwikkelperspectief. De uitvoeringsagenda NOVEX Arnhem Nijmegen Foodvalley is op 10 oktober 2024 geaccordeerd door het bestuurlijk overleg NOVEX Arnhem Nijmegen Foodvalley en is bekrachtigd op het BO Leefomgeving van 7 november 2024.

•

Het komend jaar worden de acties uit de uitvoeringsagenda uitgevoerd, wordt de uitvoeringsagenda verder uitgewerkt en werken de betrokken partijen gezamenlijk een aan regionale investeringsagenda (RIA).

Vervolg Het vervolg van het BOL is het BO MIRT van het najaar. De verwachting is dat in dit overleg besluiten zullen worden genomen over de toekenning van de € 2,5 mld. voor woningbouw en mobiliteit die via verschillende regelingen opengesteld worden. Op dit moment is Regio Foodvalley samen met de gemeenten en beide provincies in gesprek met het Rijk over de financiering van verschillende maatregelen in onze regio. Met vriendelijke groet, namens het Algemeen Bestuur Regio Foodvalley,

Monique Esselbrugge secretaris-directeur

René Verhulst voorzitter

> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Postbus 20011 2500 EA Den Haag Onze referentie 2025-0000378741 Uw referentie

Datum Betreft

12 juni 2025 Uitkomsten Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 2025

Bijlage(n) 15

We staan in Nederland voor grote opgaven met een ruimtelijke vertaling. Om in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en leven moeten we de schaarse ruimte slim benutten en rechtvaardig verdelen. Ruimtelijke ordening raakt ons allemaal: van woningzoekenden tot boeren, van ondernemers tot recreanten. De ruimtelijke keuzes kunnen niet op zich laten wachten. Daarom gaat dit kabinet demissionair onverkort door met het voeren van regie op de ruimtelijke ordening en de integrale afweging van opgaven met een ruimtelijke vertaling, binnen de ruimte die uw Kamer daartoe biedt. Het kabinet werkt daarbij samen met de provincies, gemeenten, waterschappen en de samenleving, zoals bij de vastgestelde Ruimtelijke Arrangementen en blijft dat doen. Omdat dergelijke bestuurlijke afspraken zo op breed draagvlak kunnen rekenen. Daarbij zal het kabinet uiteraard ook draagvlak in de Tweede Kamer vergaren en werk ik door aan de nieuwe Nota Ruimte. Het kabinet heeft tijdens de jaarlijkse Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving (BO’s Leefomgeving) onder mijn leiding, vanuit mijn coördinerende verantwoordelijkheid als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, op 2, 10 en 11 juni het gesprek gevoerd met een bestuurlijke vertegenwoordiging van medeoverheden (gemeenten, provincies en waterschappen) over opgaven die om een ruimtelijke vertaling vragen.

De gesprekken met de regio heb ik samen met de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister van Klimaat en Groene Groei, de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de staatssecretaris van Defensie en de staatssecretaris Herstel Groningen gevoerd. Via deze brief wil ik uw Kamer mede namens hen en namens de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de minister van Economische Zaken en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap informeren over de uitkomsten. De minister van Infrastructuur en Waterstaat a.i. informeert uw Kamer separaat over de voortgang van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT), in relatie tot de MIRT-projecten en programma’s. Ruimte slim benutten en rechtvaardig verdelen Om de ruimtelijke vertaling van alle ambities en vraagstukken integraal af te wegen en keuzes te maken, werkt het kabinet aan de Nota Ruimte, die een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland geeft. De Nota Ruimte bevat de ruimtelijke keuzes voor nu (2030), Pagina 1 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

straks (2050) en met een doorkijk naar later (2100). De Nota Ruimte schetst het integrale toekomstperspectief op Nederland met keuzes en richtingen voor wonen, werken en bereikbaarheid, de economie en energievoorziening, landbouw en natuur en doorsnijdende thema’s als water en bodem, Defensie en erfgoed. In de Nota Ruimte, die formeel de nationale Omgevingsvisie is vanuit de Omgevingswet, wordt een ruimtelijke vertaling gemaakt van al deze keuzes en de samenhang daartussen. Er staan bijvoorbeeld afspraken in over (nieuwe) verstedelijking, inclusief nieuwe locaties voor grootschalige woningbouw, bereikbaarheid, plekken voor en verduurzaming van energievoorziening, ruimte voor economie en industrie en landbouw en natuur. Ik streef ernaar voor de zomer tot besluitvorming te komen binnen het kabinet over structurerende keuzes en integrale afwegingen in de Nota Ruimte. Omdat het ontwerp van de Nota Ruimte met daarin deze ruimtelijke keuzes een plan-MER-proces moet doorlopen zal de formele publicatie van de ontwerp-Nota Ruimte na de zomer plaatsvinden.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Het Rijk voert regie op de ruimtelijke ordening, maar kan dit niet alleen. Daarom werken alle overheden gebiedsgericht samen aan de ruimtelijke inrichting van Nederland via de zogenaamde NOVEX-aanpak. Deze aanpak houdt in: het versnellen van de uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), het versterken van de ruimtelijke regierol van de Rijksoverheid en het vernieuwen van de samenwerking in de (uitvoerings)relatie met provincies, gemeenten en waterschappen. Zo kunnen we maatwerk leveren per gebied of regio. NOVEX kent twee samenhangende trajecten: regie per provincie en gebiedsgerichte regie in 16 NOVEX-gebieden. In de aanpak per provincie maken Rijk en provincies afspraken die worden vastgelegd in een Ruimtelijk Arrangement. Concreet is het Ruimtelijk Arrangement een set aan wederkerige bestuurlijke afspraken tussen Rijk en provincie over de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven in een provincie. Zo stemmen Rijk en provincies nationaal en provinciaal omgevingsbeleid op elkaar af. Dit leidt tot maatwerk per regio, doorwerking en tot snellere uitvoering van de ruimtelijke opgaven. Het Ruimtelijk Arrangement is geen statisch document, maar kent een jaarlijkse cyclus die ervoor zorgt dat effecten en doorwerking van keuzes nationaal en regionaal op elkaar worden afgestemd, gericht op de ambities en doelen per provincie.

In 16 NOVEX-gebieden zijn de fysieke opgaven en de stapeling daarvan dusdanig complex, dat rijk en regio een gezamenlijk gebiedsgericht proces doorlopen. Rijk en regio stellen samen met stakeholders voor elk gebied een Ontwikkelperspectief, Uitvoeringsagenda en Regionale Investeringsagenda (RIA) op. Versterken van ruimtelijke kwaliteit in gebieden Bij het slim benutten en rechtvaardig verdelen van de ruimte heeft het kabinet aandacht voor ruimtelijke kwaliteit: de manier waarop we keuzes maken, draagt bij aan de maatschappelijke ambities, is toekomstbestendig en versterkt de kwaliteit van onze leefomgeving. In gebieden waar sprake is van een complexe stapeling van ruimtelijke opgaven is soms een aanvullende aanpak nodig. Door

Pagina 2 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

middel van ontwerpend onderzoek verkennen we in deze gebieden een mogelijke toekomst zodat keuzes goed kunnen worden onderbouwd. Als onderdeel van de Ruimtelijke Kwaliteitsaanpak organiseert het Ministerie van VRO samen met provincies en gemeenten jaarlijks vier werkplaatsen – voornamelijk in NOVEX-gebieden - waarin ontwerpkracht wordt ingezet om ingewikkelde ruimtelijke vraagstukken aan te pakken en tot kwalitatieve oplossingen te komen. In 2025 worden werkplaatsen georganiseerd in de Kraag van Utrecht (onderdeel van de Hollandse Waterlinie), Fellenoord in Eindhoven (NOVEX-gebied Stedelijk Brabant), NOVEX-gebied North Sea Port District in Zeeland en de Wieringermeer in Noord-Holland aan het IJsselmeer.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Uitvoeringsstrategie langjarige infra en woningbouw Het kabinet investeert €2,5 miljard in bereikbaarheid ten behoeve van de woningbouwopgave. Daarnaast hebben medeoverheden in hun regionale ontwikkelperspectieven aandacht voor toekomstige, langjarige, investeringen in infrastructuur om schaalsprongen mogelijk te maken. Het kabinet ziet dat het de laatste jaren steeds moeilijker is om grote structuurversterkende projecten op te starten. Dit is mede het gevolg van verschillende factoren: de aanhoudende krappe arbeidsmarkt (zeker bij een vergrijzende bevolking), schaarse fysieke ruimte, beperkte vergunningverlening (onder meer als gevolg van gerechtelijke uitspraken over stikstof en private belangen), netcongestie en dalende Rijksuitgaven voor infrastructuur binnen het Mobiliteitsfonds in de toekomst. Om de in de Nota Ruimte geschetste ontwikkelrichting te bereiken is een andere manier van werken nodig om de geschetste structuurversterkende projecten uit te voeren en te bekostigen. Het kabinet werkt daarom aan een ontwikkelstrategie grootschalige infra die de ontwikkeling van Nederland faciliteert. Het gaat hierbij nadrukkelijk om projecten waarover nog geen besluiten zijn genomen en waarover nog moet worden besloten. Bij de strategie onderzoekt het kabinet mogelijkheden van alternatieve bekostiging. Daarnaast onderzoekt het kabinet realistische begrotingen (o.a.

passende en uitvoerbare kasritmes) voor de investeringen. Realisme in ambities is van belang om teleurstellingen achteraf te voorkomen. Daarnaast bevat de strategie een overzicht wat naar verwachting nodig is om dergelijke projecten te kunnen starten, inclusief de keuzes en prioriteiten (in de eerdergenoemde factoren) die nodig zijn en eventueel aanvullend beleid dat nodig is. Voor de departementale begrotingsbehandelingen van het najaar van 2025 stuurt het kabinet de voortgang aan de Tweede Kamer. Uitkomsten Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 2025 Ik licht de uitkomsten hieronder toe. Een volledig overzicht van de afspraken per landsdeel is opgenomen als bijlage bij deze Kamerbrief. 1. Ruimtelijke ordening

Pagina 3 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Eerste Ruimtelijk Arrangement per provincie Het Ruimtelijk Arrangement is een set van wederkerige bestuurlijke afspraken tussen Rijk en provincies, gericht op een langjarig inhoudelijk commitment op afspraak en koers. De afspraken hebben betrekking op de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven en de ordening en de inpassing daarvan. De ruimtelijke arrangementen zijn bedoeld om het nationaal en provinciaal omgevingsbeleid op elkaar af te stemmen, gericht op samenhangende ruimtelijke keuzes. Dit voorjaar heeft een brede hoog-ambtelijke vertegenwoordiging van het Rijk met provinciale bestuurders gesproken over afspraken die nodig zijn om de ruimtelijke vraagstukken verder te brengen. Met alle provincies zijn afspraken gemaakt over langjarige samenwerking bij de fysieke vraagstukken. Met 11 provincies zijn de afspraken tijdens de BO’s Leefomgeving bestendigd in de vorm van eerste ruimtelijke arrangementen. Met de provincie Groningen heb ik de procesafspraak ‘Op weg naar het Ruimtelijk Arrangement’ ondertekend, waarin met het recent aangetreden college van Gedeputeerde Staten is afgesproken om in het najaar van 2025 een Ruimtelijk Arrangement vast te stellen.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

De gemaakte afspraken hebben logischerwijs een divers karakter en doen daarmee recht aan de verscheidenheid van de verschillende provincies. Het betreft een eerste generatie van ruimtelijke arrangementen. Bovendien is de Nota Ruimte nog niet gereed. Daarom zijn over sommige onderwerpen concrete afspraken gemaakt, terwijl we over andere onderwerpen in gesprek blijven en procesafspraken hebben gemaakt. Ook is afgesproken deze zomer te werken aan een werkwijze voor het geval dat zich in de gebiedsgerichte uitwerking van nationale ruimtelijke keuzes nieuwe conflicterende ruimteclaims voordoen. Deze werkwijze zal ik vanwege mijn coördinerende rol samen met mijn collega’s en medeoverheden verder uitwerken. Zo werken Rijk en provincies aan de doorontwikkeling van de interbestuurlijke NOVEX-samenwerking. De nationale ruimtelijke keuzes in de Nota Ruimte en de hieraan gerelateerde opgaven vormen belangrijke bouwstenen voor het Ruimtelijk Arrangement. Dat is mogelijk doordat het opstellen van de ontwerp-Nota Ruimte en de eerste ruimtelijke arrangementen grotendeels parallel plaatsvond. Het Rijk benut zowel de inhoud van de provinciale Ruimtelijke Voorstellen als de afspraken in de ruimtelijke arrangementen bij nationale ruimtelijke keuzes in de (ontwerp-)Nota Ruimte.

Na vaststelling levert de Nota Ruimte als nationale Omgevingsvisie vanuit de Omgevingswet bouwstenen voor de volgende generatie ruimtelijke arrangementen binnen een cyclisch proces. Afspraken in alle ruimtelijke arrangementen In alle ruimtelijke arrangementen komen – met aandacht voor de gebiedsspecifieke kenmerken en met een gebiedsgerichte vertaling- afspraken terug over ruimte voor wonen, werken en bereikbaarheid (inclusief groen in en om de stad), economie, landbouw en natuur, Defensie, energie, water en bodem en cultureel erfgoed en landschap. Graag spreek ik mijn dank uit voor het

Pagina 4 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

gezamenlijke proces dat we hebben doorlopen en de goede samenwerking tussen de betrokken overheden in het vertrouwen dat dit wordt voortgezet. Wonen, werken en bereikbaarheid Het Rijk zet in op een regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkelstrategie. Deze strategie zal ook onderdeel zijn van de Nota Ruimte en valt uiteen in vijf types: Vitaliseren, Initiëren, Stimuleren, Transformeren en Accommoderen (VISTA). In het Ruimtelijk Arrangement zijn afspraken gemaakt dat Rijk en provincies de indeling uit het VISTA-model nader uitwerken zodat deze past bij de kenmerken van regio’s en de ambities en beleidskaders van provincies. Deze regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkelstrategieën zijn daarmee basis voor deze samenwerking.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Rijk en provincies hebben afspraken gemaakt om in te zetten op robuuste verbindingen tussen stedelijk en niet-stedelijk gebied. Bestuurlijke afspraken over mobiliteit landen op de jaarlijkse BO’s MIRT. Het Rijk inventariseert op welke Europese middelen mogelijk aanspraak gemaakt kan worden. Dit als onderdeel van het traject in het kader van de Natuurherstelverordening om breder Europese financieringsmogelijkheden in beeld te brengen. Er is in Nederland een groot tekort aan woningen. Rijk en provincies hebben daarom afspraken gemaakt om sneller meer woningen te bouwen in lijn met bestaande afspraken zoals de Woontopafspraken en Woondeals. Rijk en provincies erkennen ieders rol en verantwoordelijkheid en hebben aandacht voor de woningbouwvoorwaarden, zoals netcongestie, stikstof, geluid en water en bodem. Zo blijven we gezamenlijk werken aan passende oplossingen. Er is afgesproken open te staan voor en invulling te geven aan de toekomstige woningbouwopgave en -ambities richting 2050 in samenhang met andere ruimtelijke opgaven. VRO en de provincies geven de komende maanden gezamenlijk invulling aan de toekomstige woningbouwopgave en ambities. Voor Zeeland is de afspraak gemaakt om gezamenlijk een ontwikkelstrategie op te stellen met het accent op verstedelijking richting 2050.

Hierbij worden ontwikkelkansen voor wonen, werken, leefkwaliteit en bereikbaarheid in samenhang opgepakt, passend bij de vele ontwikkelingen in Zeeland en aansluitend op de ontwikkelingen in relatie tot het NOVEX-gebied North Sea Port District. Voor Zuid-Holland verkennen Rijk en Provincie hoe middelen vanuit (bestaande) lange termijn regionale investeringsagenda’s van verschillende beleidsdomeinen (als zorg, onderwijs, economie, bereikbaarheid), meer gebundeld kunnen worden ingezet in Zuid-Hollandse deelgebieden. In Drenthe en Groningen gaan Rijk en Provincie voortvarend aan de slag met het opstellen van de startnotitie voor de MIRT-verkenning voor de Nedersaksenlijn. Met deze toekomstige verbinding kan een impuls ontstaan voor de regio Zuid- en Oost- Drenthe en Oost-Groningen op het gebied van economie, werkgelegenheid en brede welvaart evenals de sociaaleconomische verbinding met Duitsland. Rijk en regio gaan in dat kader tevens in gesprek over mogelijke extra woningbouw.

Pagina 5 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

In Fryslân is met het Rijk afgesproken te bezien welke gerichte ondersteuning de provincie en de vier Friese Steden (F4) verder zou kunnen helpen, onder meer in het licht van economisch beleid en de woningbouwopgave.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Economie In diverse ruimtelijke arrangementen zijn afspraken gemaakt over het nader versterken van de ruimte voor economische activiteit. In onder andere de Oostelijke en Noordelijke provincies, Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland zijn samenwerkingsafspraken opgenomen waarbij zowel Rijk als de regio zich gezamenlijk inspannen voor behoud van ruimte voor economie. In een aantal provincies zijn daarnaast afspraken gemaakt over economie-gerelateerde onderwerpen als woon-werk balans en circulaire economie. Er is een breed gedeeld besef dat ruimte voor economische activiteit cruciaal is voor het verdienvermogen van regio's en Nederland en dat het zoveel mogelijk borgen van deze ruimte cruciaal is voor de brede welvaart van de provincies. Landbouw en Natuur In het Ruimtelijk Arrangement herbevestigen Rijk en provincie dat het Ministerie van LVVN, in samenspraak met het Ministerie van VRO, bestuurlijk en ambtelijk in gesprek blijven met de provincies over de uitwerking van de ruimtelijke keuzes voor het landelijk gebied. Het Rijk maakt op het BO Landelijk Gebied afspraken met medeoverheden over ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur in het landelijk gebied. Afgesproken is deze keuzes en afspraken vervolgens te laten landen in de Nota Ruimte en te betrekken bij het NOVEX-proces met de cyclus van ruimtelijke arrangementen.

Dit om keuzes voor het landelijk gebied in samenhang met andere ruimtelijke opgaven te bekijken en te wegen. Defensie Op 23 mei 2025 heeft het kabinet het ontwerp-Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) uitgebracht. 1 In het Ruimtelijk Arrangement hebben Rijk en de provincies afspraken opgenomen die voortkomen uit dit ontwerp en die een bredere ruimtelijke doorwerking hebben. Zo is in de provincies die dit betreft de afspraak gemaakt om het planologisch regime voor de laagvlieggebieden in overleg met hen uit te werken. Het Rijk, de Provincie Overijssel en Gemeente Staphorst gaan een gezamenlijke inspanningsverplichting aan voor een veilige verkeersontsluiting van de grootschalige munitieopslag. Koppelkansen, bijvoorbeeld met natuur, kunnen ook aanleiding zijn voor een gezamenlijk gebiedsproces. Waar relevant wordt gebruik gemaakt van bestaande interbestuurlijke gebiedsprocessen, zoals NOVEXgebieden (incl. Uitvoeringsagenda’s) en de trajecten voor Verstedelijkingsstrategieën. Voor een aantal provincies is ook een aantal aanvullende afspraken gemaakt. De ministeries van VRO en Defensie, Limburg en Noord-Brabant verkennen met elkaar de mogelijkheid van het inrichten van een ontwerptafel vrede en veiligheid. Hierin brengen Rijk en regio expertise bij elkaar om de slagkracht te vergroten.

In Flevoland worden de koppelkansen tussen het toekomstig economisch profiel verkend, waaronder in relatie tot hightech en Defensie. Het Rijk biedt 1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36592, nr. 17 Pagina 6 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

ondersteuning om een Ontwikkelperspectief Noord-Holland-Noord op te stellen, met daarbij in het bijzonder aandacht voor onder meer Defensie (Maritiem Cluster Den Helder) en energie.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Energie Rijk en provincies hebben in het Ruimtelijk Arrangement afspraken gemaakt in relatie tot het belang, de omvang en de toenemende ruimtelijke impact van de langjarige energieopgave. Dit in samenhang met economisch toekomstperspectief met een focus op ruimte, randvoorwaarden en netwerken op orde voor hoogwaardige economie, strategische autonomie en leveringszekerheid van energie. Ook hebben de afspraken betrekking op de rol van provincies om ruimtelijk toe te zien op ruimtelijke reserveringen voor het energiesysteem, zoals vestigingsplaatsen voor grootschalige elektriciteitsopwekking en buisleidingenstroken en integraal te wegen in de provinciale Omgevingsvisie. Waar mogelijk nemen provincies dit op in provinciale ruimtelijke kaders. Ook zijn afspraken gemaakt om ruimte te bieden aan grootschalige batterijen daar waar hiertoe noodzaak bestaat door deze toe te staan op locaties waar de ruimtelijke voorwaarden passen. Verder zijn er afspraken gemaakt over het uitwisselen van onderzoeksresultaten rondom de inzet van waterstof voor clusters van bedrijven buiten de 5 clusters aan de waterstofbackbone. Water en bodem Rondom het thema water delen Rijk en provincies de opvatting dat het belangrijk is rekening te houden met waterbeschikbaarheid bij alles wat we doen.

Provincies spreken hun zorg uit over de beschikbaarheid van zoetwater voor landbouw, natuur, bedrijven en woningen en over het mogelijke ruimtebeslag van waterbuffers en roepen het rijk op daarin partner te zijn. In het Ruimtelijk Arrangement zijn, in aanloop naar besluiten over het zoetwatervraagstuk in het Deltaprogramma, procesafspraken gemaakt over nadere gezamenlijke verkenningen en onderzoeken. In Noord-Brabant is afgesproken dat de provincie aanpakken gaat verkennen om de herontwikkeling van het regenwatersysteem tot uitvoering te brengen en dit inbrengt op de overlegtafels van het Deltaprogramma. Op basis daarvan wordt de integrale samenhang verkend en besproken. Met Gelderland is onder andere afgesproken om via de Deltaprogramma’s Rijn en Maas en het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 samen op te trekken in het waterverdelingsvraagstuk. Met een aantal provincies is de afspraak gemaakt om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de beschikbaarheid van zoetwater te vergroten. Zo is met de Provincie Overijssel de afspraak gemaakt dat zij aan de tafel van het Deltaprogramma Zoetwater inbrengt een onderzoek uit te voeren naar hoe het vasthouden van water in de intrekgebieden van drinkwaterwinningen kan bijdragen aan het verzekeren van de drinkwaterproductie en het voorkomen van negatieve effecten in de omgeving (gebiedscasus Twente).

Voor het Rijk en Gelderland is herstel van het grondwatersysteem op de Veluwe van groot belang met het oog op een duurzame drinkwatervoorziening voor de lange termijn. Een rol van het Veluwse grondwatersysteem in de nationale drinkwatervoorziening heeft mogelijk gevolgen voor onder meer landbouw,

Pagina 7 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

woningbouw, Defensie en ruimte voor bedrijven. Daarom is een brede integrale afweging nodig. De provincie Gelderland brengt daarom een verkenning naar de rol van de Veluwe in de toekomstige drinkwatervoorziening in op de tafel van het Deltaprogramma Zoetwater.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

De provincies die een sterke relatie met het IJsselmeer kennen - waaronder Noord-Holland, Flevoland, Utrecht, Gelderland, Fryslân, Groningen en Drenthe onderzoeken gezamenlijk hoe de zoetwatervoorraad van het IJsselmeer optimaal kan worden benut en behouden, nu en in de toekomst. Ook zijn er afspraken gemaakt over drinkwatervoorziening bij ontwikkeling van woningbouwlocaties zoals in Flevoland waar sprake is van een grote woningbouwopgave. Hiermee wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie Van der Plas 2 die verzoekt om in de bestuurlijke akkoorden en startpakketten voor provincies afspraken op te nemen om de drinkwatervoorziening voor woningbouw zeker te stellen. Vernatting van veenweiden (zoals het Groene Hart onder andere in de Provincie Zuid-Holland) wordt meegenomen als één van de nieuwe grote watervragers in het kader van de herijking van het Deltaprogramma. Het Rijk gaat samen met de veenweideprovincies aan de slag met gerichte en specifieke veenweide strategieën richting 2030, 2050 en 2100. Om de veenweideopgave ruimtelijk het hoofd te bieden is afgesproken dat provincies werken aan hogere waterstanden en pogen dit ruimtelijk in te passen. Zo is bijvoorbeeld met de Provincie Utrecht de afspraak gemaakt om de vernattingsopgave in de veenweiden mee te wegen in ruimtelijke keuzes om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de bodemdaling te remmen.

Waar gewenst zal voor het maken van keuzes de samenwerking met het Rijk worden geïntensiveerd, zoals in Fryslân. Daarnaast is met Overijssel afgesproken om in de IJssel-Vechtdelta integraal met alle betrokken overheden aan de slag te gaan met de ruimtelijke opgaven in dat gebied. Cultureel erfgoed en landschap Het Rijk betrekt cultureel erfgoed in een vroeg stadium bij de planvorming, uitvoerings-, inrichtings- en beheervraagstukken van ruimtelijke ontwikkelingen. Hiervoor worden passende instrumenten ingezet zoals de gebiedsbiografie en ontwerpend onderzoek. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) werkt samen met de provincies aan een extra aanpak voor het benutten en versterken van de unieke Nederlandse cultuurlandschappen. De aanpak is gericht op het definiëren van de kernkwaliteiten en het formuleren van een langetermijnambitie voor het betreffende landschap. Vervolgens zal met de aanpak worden onderzocht hoe deze kernkwaliteiten meegenomen kunnen worden bij ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij het uitgangspunt is dat er juist veel mogelijk is in het combineren en benutten van deze landschappen. OCW en de provincies onderzoeken samen hoe gemeenten ondersteund kunnen worden om in omgevingsplannen en -visies (niet bindend) rekening te houden met cultuurlandschappelijke waarden en tegelijkertijd de ruimte maximaal te benutten.

Rijk en Waterlinieprovincies hebben afgesproken een ruimtelijk perspectief op te stellen voor de toekomst van de Hollandse Waterlinies. Rijk en provincies zien 2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022-2023, 36200-XII, nr. 33 Pagina 8 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

binnen de Hollandse Waterlinies het belang voor de realisatie van de ruimtelijke transities. Met het ruimtelijk perspectief wordt gekeken naar een balans tussen behoud en ontwikkeling. De instandhouding van de uitzonderlijke universele waarde vormt hierbij de basis.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Uitvoeringsagenda’s NOVEX-gebieden Naast de aanpak per provincie werkt het Rijk met de regio samen in 16 specifieke NOVEX-gebieden. Ook voor de NOVEX-gebieden zijn tijdens de BO’s Leefomgeving afspraken gemaakt. In de 16 NOVEX-gebieden staan verschillende hoofdopgaven centraal. Er zijn drie verschillende soorten gebieden, namelijk haven/industrieclusters, landelijke gebieden en verstedelijkingsgebieden. Voor alle 16 NOVEX-gebieden is inmiddels een Ontwikkelperspectief bestuurlijk vastgesteld. In het Ontwikkelperspectief is een gezamenlijk toekomstbeeld voor het gebied beschreven, dat de basis vormt voor strategische besluiten en uitvoeringsafspraken. Op de ontwikkelperspectieven volgt per NOVEX-gebied een Uitvoeringsagenda met afspraken over wie wat doet en wanneer om het Ontwikkelperspectief te realiseren. Veelal betreft het maatregelen over (nadere uitwerking van de) thema’s wonen, mobiliteit, groen, leefbaarheid, cultuurlandschap, energie en economie. Inmiddels zijn er 14 Uitvoeringsagenda’s bestuurlijk vastgesteld. Het NOVEX-gebied Lelylijn werkt momenteel aan een Masterplan. Het kabinet werkt aan een uitvoeringsstrategie langjarige infra en woningbouw om eventuele volgende investeringen in grootschalige structuurversterkende infrastructuur, zoals de Lelylijn, te kunnen uitvoeren en bekostigen.

De Uitvoeringsagenda voor NOVEX-gebied Groningen/Masterplan zeehavens wordt naar verwachting tijdens het BO Leefomgeving 2026 vastgesteld. De volgende stap is samenwerken aan de verdere uitwerking en uitvoering van de Uitvoeringsagenda en het opstellen van een regionale investeringsagenda (RIA). De RIA is een adaptief instrument en maakt zowel bestaande investeringen als de investeringsbehoefte van projecten uit de Uitvoeringsagenda inzichtelijk. NOVEX-verstedelijkingsgebieden De NOVEX-verstedelijkingsgebieden (Zuidelijke Randstad, Metropoolregio Amsterdam, Utrecht-Amersfoort, Regio Zwolle, Stedelijk Brabant en Regio Groningen-Assen) hebben zich met name gefocust op de uitwerking en uitvoering van belangrijke ruimtelijke opgaven en hebben dat vastgelegd in Uitvoeringsagenda’s. De NOVEX-gebieden Stedelijk Brabant en Zuidelijke Randstad hadden al een Uitvoeringsagenda vastgesteld. Voor de Zuidelijke Randstad is dit BO Leefomgeving een 2.0-versie van de Uitvoeringsagenda vastgesteld. De NOVEX gebieden Utrecht-Amersfoort, Regio Zwolle, Regio Groningen-Assen en Metropoolregio Amsterdam hebben tijdens de BO’s Leefomgeving een eerste Uitvoeringsagenda vastgesteld.

Vanuit NOVEX Zuidelijke Randstad wordt verder onderzoek gedaan naar het verbeteren van het regionale groenblauwe netwerk, om ook een impuls te kunnen geven aan de leefbaarheid die nodig is gezien de grote aantallen woningen die daar in de toekomst gebouwd gaan worden.

Pagina 9 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Voor NOVEX Utrecht-Amersfoort is de Uitvoeringsagenda een concretisering van de eerder vastgestelde adaptieve ontwikkelstrategie. De Uitvoeringsagenda geeft een overzicht van de te maken keuzes en te nemen besluiten en de onderlinge relatie van maatregelen. Daarmee biedt het een basis om te komen tot integrale en haalbare plannen ten behoeve van de realisatie.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Voor NOVEX Metropoolregio Amsterdam (MRA) zijn maatregelpakketten geformuleerd voor drie hoofdopgaven: meerkernige ontwikkeling met menselijke maat, groenblauw netwerk in en om de stad en watersysteem, en energieinfrastructuur. Om tot nader uitgewerkte uitvoeringsafspraken te komen is afgesproken om het komende half jaar een integrale prioritering en fasering te maken van de voorgestelde maatregelpakketten uit de Uitvoeringsagenda. Daarbij zoomen we expliciet in op de te maken keuzes in zeven gebieden. In NOVEX Regio Groningen-Assen is in de uitwerking geconcludeerd dat er voldoende ruimte is voor de woningbouwopgave, en wordt toegewerkt naar afspraken over de randvoorwaarden van verstedelijking. In NOVEX Stedelijk Brabant ligt op dit moment de focus op het uitvoeren van de afspraken uit de al eerder vastgestelde Uitvoeringsagenda. Voor NOVEX Regio Zwolle is de Uitvoeringsagenda vastgesteld. In de Uitvoeringsagenda staan zowel bestaande en nieuwe afspraken met als doel de vier hoofdopgaven (woningbouw, werkgelegenheid, bereikbaarheid en klimaatadaptatie) van het NOVEX gebied te concretiseren en operationaliseren.

NOVEX-haven- en industrieclusters Tijdens het BO Leefomgeving hebben Rijk en regio het Ontwikkelperspectief voor NOVEX-gebied Groningen-Masterplan Zeehavens en de eerste generatie Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda voor NOVEX-gebied Zuid Limburg (met Chemelot) vastgesteld en de Uitvoeringsagenda 1.0 voor NOVEX-gebied North Sea Port District onderschreven. Eind 2024 werd al de Uitvoeringsagenda voor Noordzeekanaalgebied vastgesteld en in maart 2025 is de Uitvoeringsagenda voor de Rotterdamse haven gepubliceerd. De haven- en industriegebieden zetten hiermee een belangrijke stap bij het realiseren van de beweging naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving in 2050. De Uitvoeringsagenda’s dragen bij aan een duurzame ontwikkeling van de haven- en industriegebieden in samenhang met leefomgevingskwaliteit, duurzame bereikbaarheid en logistiek en een balans met de opgaven in de omgeving zoals woningbouw en een robuust en klimaatadaptief watersysteem. De haven- en industriegebieden spelen een sleutelrol voor het duurzaam verdienvermogen en werkgelegenheid, de strategische autonomie en de leveringszekerheid van Nederland. In de ontwerp-Nota Ruimte is het Rijk voornemens om nadere invulling te geven aan de richting en keuzes voor de energie-intensieve industrieclusters gezien hun sleutelrol.

Gebrek aan fysieke ruimte en milieuruimte is naast stikstof en netcongestie een vraagstuk dat in alle haven- en industriegebieden speelt. In het kader van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) wordt in opdracht van KGG en VRO een onderzoek uitgevoerd naar ruimte voor de verduurzaming van de industrie. Dit onderzoek wordt voor de zomer van 2025 gepubliceerd. Ook wordt momenteel in

Pagina 10 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

opdracht van Rijk en Regio een onderzoek uitgevoerd naar ruimtegebruik en ruimtegebrek in de Rotterdamse haven. Tijdens het BO Leefomgeving hebben Rijk en regio afgesproken om voor NOVEXgebied Rotterdamse haven een startbeslissing voor het BO MIRT van november 2025 voor te bereiden met daarin het voorstel om een ’Verkenning ruimtegebrek haven & impuls leefomgeving’ uit te voeren. Omwille van een herkenbaar en navolgbaar proces maken Rijk en regio gebruik van de MIRT-systematiek. Het betreft hier geen MIRT-project. Concreet gaat het om een onderzoek naar nut, noodzaak en impact op de omgeving van verschillende oplossingsrichtingen voor ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en impuls van de leefomgeving. Onder de verschillende te onderzoeken oplossingsrichtingen voor het ruimtegebrek vallen in ieder geval intensivering en optimalisering van het ruimtegebrek in het bestaande haven- en industriegebied, de potentie van bestaande bedrijventerreinen in de regio en de mogelijkheden van een zeewaartse uitbreiding.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

North Sea Port District is een NOVEX-gebied met een grensoverstijgend karakter waarin langjarige en integrale samenwerking tussen Rijk, regio en de Vlaamse overheid centraal staat. Tijdens de Vlaams-Nederlandse Top op 1 april 2025 hebben de partijen de samenwerking bekrachtigd met een strategische nota die de intentie uitspreekt voor een langjarige samenwerking, de bestaande samenwerking formaliseert en de organisatie structureert. Tijdens het BO Leefomgeving is voor zowel North Sea Port District het Noordzeekanaalgebied afgesproken om samen te werken aan een RIA om de investeringsbehoefte te concretiseren. Voor Zuid Limburg is afgesproken tijdens het BO MIRT 2025 een Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda 2.0 vast te stellen. Powerport regio Moerdijk De Powerport regio Moerdijk is geen NOVEX-gebied, maar wel een haven- en industriecluster van nationaal belang. De groei van het haven en industriecluster is onafwendbaar, omdat Rijk en regio de strategische autonomie van Nederland willen vergroten, concurrerend willen blijven en duurzamer willen worden. Rijk en regio besluiten daarom om – naast maximale inzet op inbreiding en herstructurering - het haven- en industriecluster van Moerdijk en het Amerterrein in Geertruidenberg strategisch uit te breiden en de brede welvaart en leefbaarheid in de regio te versterken. Daarbij is een rechtvaardige en menselijke aanpak nodig.

Daarom worden inwoners van het gebied, het havenbedrijf, industrie en de agrarische sector actief betrokken en wordt de indexatie van de Moerdijkregeling weer in werking gesteld. Daarnaast werken Rijk en regio een nationaal strategisch profiel uit in samenhang met de andere haven- en industrieclusters, zodat in de toekomst selectief ruimte geboden kan worden aan economische activiteiten. NOVEX-landelijke gebieden Voor de NOVEX-landelijke gebieden Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (ANF), De Peel en Groene Hart zijn de opgaven voornamelijk duurzaam ondernemerschap, landbouw en veeteelt, natuurbehoud en -versterking en een gezonde leefomgeving, in combinatie met verstedelijking (vooral bij ANF). Als onderdeel van het startpakket 3 van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel is 3

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 35334, nr. 362 Pagina 11 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

in de voorjaarsnota € 600 miljoen gereserveerd voor de start van de regionale maatwerkaanpak in de Peel en de Veluwe. Met deze aangekondigde extra inzet voor de Peel en de Veluwe gericht op o.a. stikstofreductie en natuurherstel kan een eerste stap gezet worden in de uitvoering van de motie structuurbeleid. Dit koppelt de inzet op de urgente stikstofopgave en het werken naar duurzaam geborgde vergunningsverlening aan het ontwikkelen van lange termijn perspectief voor de regio’s.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

NOVEX-gebied De Peel is van oudsher een intensief land- en tuinbouwgebied dat van belang is voor de voedselzekerheid van ons land. Het creëren van een gezond evenwicht tussen natuur en landbouw met water en bodem als drager, duurzame energietransitie, klimaatadaptatie, het opvangen van verstedelijkingsdruk, leefbaarheid van kleine kernen en het ontwikkelen van nieuwe economische dragers is de kern van NOVEX-gebied De Peel. Redenerend vanuit haar Ontwikkelperspectief werkt NOVEX De Peel zo toe naar een ‘meerkleurige Peel’ met als doel het realiseren van een toekomstbestendige, gezonde en natuurlijke leefomgeving voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. Op dit BO Leefomgeving is afgesproken om de komende periode een voorstel uit te werken voor een solide, meerjarige (pakket)financiering voor de Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda van De Peel vanaf 2026, om in dit najaar nadere afspraken te maken over de vormgeving van structuurbeleid in de Peel en om de bestaande verkenning van sleutelthema’s verder uit te werken tot projecten met een financiële onderbouwing. In NOVEX-gebied Het Groene Hart zijn de opgaven divers en urgent: bodemdaling en CO2 -uitstoot door veenoxidatie, waterkwaliteit- en kwantiteit, de toekomst van de melkveehouderij, economische vitaliteit van het gebied en het versterken van natuur en weidevogels in het karakteristieke landschap.

Met het Ontwikkelperspectief Groene Hart als basis zijn de eerste structurerende keuzes en sleutelopgaven benoemd. Deze worden de komende maanden verder uitgewerkt tot projecten met een financiële onderbouwing. In het najaar van 2025 landt de investeringsopgave in de Regionale Investeringsagenda Groene Hart. Daarbij wordt ook verkend op welke wijze betrokken overheden en gebiedspartners kunnen bijdragen aan de financiering In NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley ligt de focus op het uitvoeren van de afspraken uit de eerder vastgestelde Uitvoeringsagenda. Centraal daarin staan de drie verweven opgaven: schaalsprong in verstedelijking – met als belangrijke grootschalige woningbouwlocaties Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone, Spoorzone Arnhem-Oost en Foodvalley – en deze uit te voeren in balans met de doorontwikkeling van de landbouw, natuurherstel en een robuust watersysteem. Voor de doorontwikkeling zijn uitloopgebieden verkend, het concept “groene scheggen” is hieruit voortgekomen. Dit legt een verbinding tussen bestaande kernen met nieuwe woningbouwlocaties en omringende landschappen. In het najaar van 2025 wordt de investeringsopgave neergelegd in de Regionale Investeringsagenda. Daarbij wordt ook verkend op welke wijze betrokken overheden en gebiedspartners kunnen bijdragen aan de financiering.

Verstedelijkingsstrategieën Twente, Stedendriehoek en Limburg Centraal

Pagina 12 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

In het BO Leefomgeving 2024 heeft het Rijk met partners uit regio’s Twente, Stedendriehoek en Limburg Centraal (omgeving langs de intercitystations van Heerlen, Maastricht, Roermond, Sittard-Geleen, Weert en Venlo) afgesproken om voor deze drie gebieden integrale verstedelijkingsstrategieën op te stellen. In deze regio’s is namelijk een schaalsprong mogelijk op het gebied van verstedelijking in combinatie met economie, zoals benoemd in het voorontwerp van de Nota Ruimte. De verstedelijkingsstrategie heeft als doel de urgentie, aard en omvang van de opgaven in beeld te brengen en vervolgens een gezamenlijke aanpak te formuleren. In deze gebieden hebben Rijk en regionale partners de samenwerking in de afgelopen maanden verder vormgegeven en zijn de eerste inhoudelijke stappen gezet voor het opstellen van de verstedelijkingsstrategieën. Het streven is om in het BO Leefomgeving van 2026 voor deze gebieden verstedelijkingsstrategieën vast te stellen.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Friese Steden en Regio Zuid- en Oost-Drenthe Tijdens het BO Leefomgeving hebben de provincie Fryslân en de gemeenten Heerenveen, Leeuwarden, Smallingerland en Súdwest-Fryslân de Verstedelijkingspropositie Fries Stedelijk Netwerk 2050 aangeboden. De propositie richt zich op de toekomst van het Fries Stedelijk Netwerk (FSN) met de vier Friese stedelijke centra Drachten, Heerenveen, Leeuwarden en Sneek. De provincie Fryslân en de vier Friese steden werken de propositie uit tot een verstedelijkingsstrategie en investeringsagenda en benutten daarbij het Ontwikkelperspectief NOVEX Lelylijn 2050 en de integrale gebiedsverdiepingen uit het Masterplan Lelylijn. De regio Zuid- en Oost-Drenthe heeft tijdens het BO Leefomgeving laten weten groeipotentie te zien met ontwikkeling van woningbouw, inzet op innovatie, (maak)industrie en onderwijs. De regio werkt samen met het Rijk een conceptOntwikkelperspectief uit in het kader van het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Als bouwsteen wordt het Ontwikkelperspectief uit de deelstudie ‘Ruimtelijke verkenning Brede Welvaart’ van het MIRT-onderzoek Nedersaksenlijn benut. Het concept-Ontwikkelperspectief wordt in de tweede helft van 2025 met stakeholders besproken en zal worden uitgewerkt in een Uitvoeringsagenda. 2.

Woningbouw en mobiliteit Proces aanwijzen nieuwe grootschalige woningbouwlocaties Twee typen grootschalige woningbouwlocaties in de Nota Ruimte Om recht te doen aan de woningbouw opgave introduceert het kabinet in de Nota Ruimte twee typen grootschalige woningbouwlocaties 1. Regionale grootschalige woningbouwlocaties Deze grootschalige woningbouwlocaties dragen bij aan de regionale woningbouwopgave. Bij de selectie van de regionaal grootschalige woningbouwlocaties kijken we naar de verschillende typen dagelijkse systemen (metropoolkernen, centrumsteden, regiokernen) die in de Nota Ruimte worden onderscheiden. Per typologie hanteren we een minimale ondergrens van het aantal te bouwen woningen op een individuele locatie om zo de omvang van het Pagina 13 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

label ‘grootschalig’ te kunnen waarborgen. De minimale ondergrenzen die we hanteren zijn voor: • Regiokernen: een ondergrens per locatie van 400 woningen; • Centrumgemeenten: een ondergrens van 1000 woningen (centrumsteden in metropoolregio’s: 2000 woningen); en • Metropoolkernen: een ondergrens van 2000 woningen.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

De komende periode gaan we met alle provincies in gesprek om te bezien welke regionale grootschalige woningbouwlocaties (in ieder geval t/m 2034) we kunnen opnemen in de kaartbeelden van de Nota Ruimte. Het exacte aantal woningen dat hiermee samenhangt is na deze inventarisatie goed in te schatten. 2. Grootschalige woningbouwlocaties die extra Rijksregie vergen In de Nota Ruimte wordt een beperkt aantal grootschalige woningbouwlocaties opgenomen die door hun complexe uitdagingen vanwege de omvang en schaal extra Rijksregie vergen. Voor dit type grootschalige woningbouwlocaties kijken we naar locaties met een minimale omvang van 3.500 woningen t/m 2034 (waarvan een substantieel aantal voor 2030) moet worden gerealiseerd. In het regeerakkoord is opgenomen dat er nieuwe grootschalige woningbouwlocaties worden aangewezen. Diverse provincies, regio’s en gemeenten hebben zich dan ook al gemeld met voorstellen daartoe. Dit enthousiasme en deze energie juich ik van harte toe. Tegelijkertijd vragen niet alle voorstellen daadwerkelijk om de vorm van rijksregie die we nu op de huidige 17 grootschalige woningbouwgebieden inzetten. Het is daarbij ook vooral van belang om door te zetten en af te maken waar we mee begonnen zijn. Dit vraagt aan de ene kant breedte en aan de andere kant focus.

In de bestuurlijke overleggen leefomgeving heb ik daarom twee typen grootschalige woningbouwlocaties geïntroduceerd die uiteindelijk in de Nota Ruimte moeten worden geborgd, te weten: regionale grootschalige woningbouwlocaties die bijdragen aan regionale woningbouwopgave én daaruit voortvloeiend een beperkt aantal nieuwe grootschalige woningbouwlocaties die extra rijksregie vragen. Op deze manier kan worden aangesloten bij de regionale gedifferentieerde strategie (VISTA-strategie), die in de Nota Ruimte wordt uitgedragen. Door in te zetten op deze grote (regionale) woningbouwlocaties wordt bijgedragen aan het doel om de agglomeratiekracht in de stedelijke regio’s te versterken. De locaties die extra rijksregie vragen vormen een aanvulling op de huidige 17 grootschalige woningbouwgebieden. Voor deze categorie zijn nu in de gemeenten Alkmaar, Apeldoorn, Hengelo/Enschede en Helmond kansrijke woninglocaties in beeld die in aanloop naar de Nota Ruimte nader moeten worden uitgewerkt en vastgesteld. Daarbij is het van belang om te komen tot een gezamenlijk beeld van: de specifieke scope van de locaties, de specifieke ruimtelijke opgaven/uitdagingen (wonen/werken-(bestaande) bedrijvigheid/bereikbaarheid), de besluiten die daarover genomen kunnen worden en de bijbehorende noodzakelijke investeringen.

Hierbij zal ook expliciet het belang van bestaande en nieuwe bedrijvigheid op deze locaties of eventuele bedrijfsverplaatsingen worden Pagina 14 van 17

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

meegenomen. Dit vraagt ook om een meer intensieve samenwerking van de ministeries van VRO, IenW, EZ samen en met relevante gemeenten. Voor de selectie van woningbouwlocaties die in aanmerking komen voor het label regionale grootschalige woningbouwlocaties wordt verbinding gezocht met de Nota Ruimte, waarin onderscheid wordt gemaakt in verschillende type dagelijkse stedelijke systemen (metropoolkernen, centrumsteden, regiokernen en kleine regiokernen). In aanloop naar de Nota Ruimte gaan Rijk en regio het gesprek aan over welke locaties definitief op deze wijze kunnen worden aangewezen en vervolgens op te nemen in de Nota Ruimte. Hiermee worden deze locaties ruimtelijk geborgd en ontstaat er duidelijkheid en richting voor alle betrokken overheden. Het aanwijzen van regionale grootschalige woningbouwlocaties werkt door naar provinciaal en gemeentelijk (omgevings)beleid en vergroot de ruimtelijke en bestuurlijke samenhang. Daarnaast kan het Rijk de betrokken gemeenten ondersteuning bieden via het organiseren van netwerkbijeenkomsten of communities of practice op gelijksoortige vraagstukken die spelen de gemeenten, bijvoorbeeld rondom verdichting van na-oorlogse wijken of het realiseren van stedelijkheid en stedelijke woon-werkmilieus.

Datum 12 juni 2025 Onze referentie 2025-0000378741

Beide typen grootschalige woningbouwlocaties zullen dus worden geborgd in de Nota Ruimte. Hiermee onderkennen we als Rijk het belang van deze grotere woningbouwlocaties, en wordt het woningbouwbelang stevig verankerd in de Nota Ruimte. Deze locaties zullen vervolgens door de provincies en gemeenten doorvertaald worden in de ruimtelijke arrangementen op provinciaal niveau en verstedelijkingsstrategieën op regionaal niveau. Op deze wijze geven we ook uitvoering aan de motie van het lid Mooiman die verzoekt om zo veel mogelijk gewicht te geven aan de woningbouwopgave in de Nota Ruimte 4; de motie van het lid Peter de Groot over het onderzoeken van nieuwe grootschalige woningbouwlocaties onder ander in Zeeland, Limburg en de noordelijke provincies 5; en de motie van Mooiman c.s. over het toevoegen van de locatie Bleizo-West als grootschalige woningbouwlocatie 6. Het aanwijzen van nieuwe grootschalige woningbouwlocaties laat onverlet dat we ook blijven inzetten op het toevoegen van woningbouw (waaronder ‘straatje erbij’ en ‘straatje erin’) in gebieden met een beperktere woningbehoefte, mede omwille van de leefbaarheid en doorstroming in die gebieden. Programma Woningbouw en Mobiliteit (€ 5 miljard + € 2,5 miljard) Het kabinet heeft € 5 mld. beschikbaar gesteld voor het stimuleren van de woningbouw. Daarnaast is € 2,5 mld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8cc62a3e-78fb-40f4-834e-09cf4e1f7de1