B-4.2 Besluit B&W inzake Tussenrapportage Participatie in Barneveld d.d. 16-3-21.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Bestuur en Dienstverlening Behandelaar: Berg, Lars Telefoonnummer: (0342) 495 255 (Bert Komdeur)
Voorstelnr. 1306 Barneveld, 12 maart 2021 Portefeuillehouder: A.H. van de Burgwal
Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Op overzicht Bestaand beleid (website)
Tussenrapportage Participatie in Barneveld
Gevraagde beslissing: 1. Tussenrapportage Partipatie in Barneveld vaststellen. 2. Tussenrapportage ter kennisneming aan de raad brengen. Kortheidshalve wordt verwezen naar de inhoud van de ‘memo Tussenrapportage Participatie in Barneveld’.
Bijlagen 1. memo Tussenrapportage Participatie in Barneveld. 2. memo uitgangspunten burgerinitiatieven gemeente Barneveld.
Memo
Datum: 26 februari 2021 Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
Tussenrapportage stand van zaken aanbevelingen Participatie in Barneveld Gemeenteraad Barneveld College Burgemeester en Wethouders Barneveld
1. Inleiding Op 9 oktober 2019 stelde de gemeenteraad de notitie Participatie in Barneveld vast, met daarin een aanbevelingen voor het college en de raad. In dit memo rapporteren wij over de uitvoering van deze aanbevelingen.
2. 2020: online participatie neemt een grote vlucht Voordat wij ingaan op de aanbevelingen die in de notitie zijn gedaan, staan wij graag stil bij het afgelopen kalenderjaar. De gemeentelijke organisatie heeft in 2020 een groot aantal participatietrajecten uitgevoerd over een breed scala van onderwerpen, variërend van duurzaamheid tot speeltuinen en van een centrumvisie voor Barneveld tot afvalscheiding. Nadat trajecten tijdens de eerste golf van het coronavirus zijn uitgesteld is vooral het laatste half jaar een inhaalslag gemaakt. Door de coronacrisis is er in 2020 veel geëxperimenteerd met online participatie. Er zijn allerlei nieuwe vormen uitgeprobeerd. Door de lagere drempel is de opkomst en deelname soms groter dan fysieke bijeenkomsten. Dit maakt dat online participatie een belangrijke en waardevolle aanvulling is geworden in het betrekken van inwoners bij het maken van beleid. De komst van online participatie en de nieuwe eisen die hierdoor worden gesteld aan de bijeenkomsten en interactie met inwoners en stakeholders, is dit jaar veel aandacht gegeven aan training en presentatie door gespreksleiders en participanten vanuit de gemeente. Online vraagt om nieuwe skills en vaardigheden. Hoewel er vanuit inwoners regelmatig contact is opgenomen met de gemeente over het starten van een burgerinitiatief, zijn er in 2020 weinig tot stand gekomen.
De verwachting is dat dit met de komst van de Omgevingswet gaat veranderen.
3. Aanbevelingen uit de notitie Participatie in Barneveld In de notitie Participatie in Barneveld deed de raadswerkgroep Participatie de volgende aanbevelingen, waarbij de aanbevelingen 1 t/m 5, 7 en 8 gericht zijn aan het college, 6 aan de raad en 5d, 7 en 8 mede aan de raad. 1. Stimuleer participatie zoveel mogelijk vanuit de gemeente en faciliteer initiatieven vanuit de samenleving. 2. Kies bij initiatieven die zich daarvoor lenen voor co-creatie volgens niveau 4 van de participatieladder. 3. Benoem de aanpak van aardgasvrij wonen als pilot voor daadwerkelijke vormgeving van participatie op niveau 4 van de participatieladder: co-creatie. 4. Verbreed de Inspraakverordening tot Participatieverordening. 5. Naar aanleiding van het onderzoek Participatie in Barneveld: a. Ga planmatiger aan het werk met participatie. Maak aan het begin van een traject keuzes over de aanpak en richt formats voor startnotities en projectvoorstellen hierop in. b. Zorg voor betere aansluiting van de hele organisatie op participatieprocessen; maak vaart met de pilot gebiedsregisseur en pas deze figuur zo spoedig mogelijk gemeentebreed toe. c. Houd rekening met de factor tijd bij het ontwerp van een participatieproces. d. Tijdens het participatieproces staan ambtenaren op de voorgrond; wethouders en raadsleden blijven op de achtergrond. e.
Maak de rol van de wijkplatforms in participatieprocessen duidelijk. f. Experimenteer met participeren in initiatieven van inwoners. g. Blijf investeren in zorgvuldige communicatie; vertaal dit in praktische vuistregels voor communicatie. h. Reageer vlot en geef duidelijkheid over wat wel en niet kan. Maak ook voorafgaand en tijdens het proces steeds duidelijk wat wel en niet kan. 6. Aanbevelingen over participatie bij de raad: a. Bied meer ruimte voor inspraak en meespraak; bied ruimte voor afzonderlijke, informele gesprekken buiten de commissievergadering. b. Bied als fractie ruimte om ideeën van inwoners in te brengen als motie. Organiseer als raad een ideeënmarkt. c. Inwoners kunnen themabijeenkomsten organiseren om de raad van informatie/kennis te voorzien op een bepaald thema. d. Maak als raad ook gebruik van het burgerpanel. e. Maak als raad vaker gebruik van een schouw of werkbezoek. 7. Pas in participatietrajecten de uitgangspunten van “gefaseerde besluitvorming” toe. 8. College en raad verantwoorden zich over de daadwerkelijke invulling en ontwikkeling van participatie en evalueren dit in elk geval aan het eind van een bestuursperiode. Het college wordt tevens gevraagd de raad in oktober 2020 te informeren over de stand van zaken van de uitvoering van deze aanbevelingen.
3. Stand van zaken uitvoering aanbevelingen Hieronder gaan wij puntsgewijs in op de aanbevelingen van de raadswerkgroep. Door de grote druk die de coronacrisis op de organisatie heeft veroorzaakt, heeft de uitvoering her en daar vertraging opgelopen.
2
1. Stimuleer participatie zoveel mogelijk vanuit de gemeente en faciliteer initiatieven vanuit de samenleving.
Er is dit afgelopen jaar en ook in 2019 veel tijd en energie gestopt in het ontwerpen en uitvoeren van participatietrajecten. Door het coronavirus is het accent verschoven naar online. Voorbeelden van participatie waarin sprake was van hoge deelname zijn de bijeenkomsten over de centrumvisie en afvalscheiding. Met name ook bij de uitvoeringsactiviteiten in de openbare ruimte of met betrekking tot infra wordt steeds intensiever geparticipeerd en worden inwoners betrokken bij de uitvoering. Denk onder andere aan het speelplekkenplan in de wijken en dorpen. Verder zijn er het afgelopen jaar verschillende gesprekken geweest met initiatiefnemers maar deze hebben nog niet geleid tot tastbare burgerinitiatieven, behalve het initiatief van de stichting NiVo voor het plaatsen van een standbeeld van Lodewijk Napoleon. De verwachting is dat dit het komend jaar meer op gang komt, vooruitlopend op de start van de Omgevingswet. In een speciaal overleg van de raadswerkgroep participatie op 9 september 2020 is, aansluitend op een raadstafel over het initiatief van de stichting NiVo, gesproken over een notitie met uitgangspunten voor burgerinitiatieven (zie bijlage). Een van de conclusies van deze bespreking was dat het belangrijk is dat de raad extra wordt meegenomen in hoe burgerinitiatieven werken en welke rol raadsleden hierin hebben. Dit met het oog op de komst van de Omgevingswet.
Tijdens ditzelfde overleg is besloten om de raadswerkgroep participatie op te heffen. Het onderwerp participatie komt verder aan de orde in de raadswerkgroep Omgevingswet en in de raadswerkgroep communicatie. 2 en 3. Kies bij initiatieven die zich daarvoor lenen voor co-creatie volgens niveau 4 van de participatieladder. Benoem de aanpak van aardgasvrij wonen als pilot voor daadwerkelijke vormgeving van participatie op niveau 4 van de participatieladder: cocreatie.
Co-creatie is niet altijd mogelijk. Dit kan alleen als er voldoende beleidsruimte is. In het afgelopen jaar is een aantal keer sprake geweest van vormen van co-creatie. Een voorbeeld is het traject rond de centrumvisie Voorthuizen en de Wijk van de Toekomst in De Glind. Op dit moment zijn er meerdere trajecten in voorbereiding met als uitgangspunt co-creatie. Het gaat hierbij onder andere om de afvalstrategie en de dorpentour over energietransitie waar aardgasvrij wonen onderdeel van uitmaakt. 4. Verbreed de Inspraakverordening tot Participatieverordening.
Dit komend jaar wordt participatiebeleid en een participatieverordening opgesteld. Beiden zijn voorwaarde voor de start van de Omgevingswet. 5. Naar aanleiding van het onderzoek Participatie in Barneveld: a. Ga planmatiger aan het werk met participatie. Maak aan het begin van een traject keuzes over de aanpak en richt formats voor startnotities en projectvoorstellen hierop in. b. Zorg voor betere aansluiting van de hele organisatie op participatieprocessen; maak vaart met de pilot gebiedsregisseur en pas deze figuur zo spoedig mogelijk gemeentebreed toe. c. Houd rekening met de factor tijd bij het ontwerp van een participatieproces. d. Tijdens het participatieproces staan ambtenaren op de voorgrond; wethouders en raadsleden blijven op de achtergrond. e. Maak de rol van de wijkplatforms in participatieprocessen duidelijker, dit is een goed moment om die helderheid te verschaffen. De relevantie is toegenomen door het herindelingsontwerp. f. Experimenteer met participeren in initiatieven van inwoners.
3
g. h.
Blijf investeren in zorgvuldige communicatie; vertaal dit in praktische vuistregels voor communicatie. Reageer vlot en geef duidelijkheid over wat wel en niet kan. Maak ook voorafgaand en tijdens het proces steeds duidelijk wat wel en niet kan.
Het thema ‘gebiedsregie’ is in 2020 grondig onder de loep genomen door een brede ambtelijke vertegenwoordiging. Dit geeft een visie en definitie voor gebiedsgericht werken, beleidsuitgangspunten en organisatiestructuur waarin de wijkplatforms en hun rol in participatie is meegenomen. Op basis hiervan wordt de komende tijd een start gemaakt met gebiedsregie. Daarbij zorgen we voor een goede permanente borging in de organisatie en gaan we na hoe we het gemeentebreed kunnen toepassen via de invulling van de rol van gebiedsregisseur. Gebiedsgericht werken als onderdeel van de doorontwikkeling van het dorpenbeleid en het participatiebeleid Gebiedsgericht werken is een vorm van opgavegericht werken maar dan voor specifieke gebieden. Het zorgt voor de noodzakelijke verbinding met initiatieven in de dorpen en wijken en sluit ook nauw aan bij participatieprocessen aldaar. Wat dat betreft vormt de gebiedsgerichte manier van werken en interactie via gebiedsregisseurs een essentieel onderdeel van het door te ontwikkelen dorpenbeleid en participatiebeleid. Planmatige aanpak van participatie Het afgelopen jaar is een traject voorbereid dat in 2021 – gekoppeld aan de komst van de Omgevingswet – van start gaat. Projectleiders, beleidsadviseurs, betrokkenen bij participatie en ook raadsleden gaan hierin aan de slag met een eenduidige methodiek en planmatige aanpak voor participatie.
De aanbevelingen vanuit de raadswerkgroep die gaan over zorgvuldigheid, goede voorbereiding, duidelijkheid over wat wel en wat niet kan, invulling van verschillende rollen en hoe goed in te spelen op burgerinitiatieven, zijn hierin meegenomen. 6. Aanbevelingen over participatie bij de raad: a. Bied meer ruimte voor inspraak en meespraak; bied ruimte voor afzonderlijke, informele gesprekken buiten de commissievergadering. b. Bied als fractie ruimte om ideeën van inwoners in te brengen als motie. Organiseer als raad een ideeënmarkt. c. Inwoners kunnen themabijeenkomsten organiseren om de raad van informatie/kennis te voorzien op een bepaald thema. d. Maak als raad ook gebruik van het burgerpanel. e. Maak als raad vaker gebruik van een schouw of werkbezoek.
Afgelopen jaar is geëxperimenteerd met een nieuwe vorm van in gesprek gaan met inwoners en stakeholders: de raadstafel. De eerste ging over windenergie, de tweede over het initiatief van de stichting NiVo. Hoewel wat onwennig over deze nieuwe vorm, waarin de dialoog centraal staat, hebben deelnemende raadsleden aangegeven dit vaker te willen doen. De ideeënmarkt die vorig jaar zou plaatsvinden is door de coronacrisis uitgesteld. Het is de bedoeling dat deze dit jaar nog voor de zomer (digitaal) plaatsvindt (nu gepland op 5 juni). Door het coronavirus is het niet goed mogelijk om schouwen of werkbezoeken te doen. Zodra hier weer ruimte komt wordt dit opgepakt. 7. Pas in participatietrajecten de uitgangspunten van “gefaseerde besluitvorming” toe.
Dit is onderdeel van het traject dat zich richt op het werken volgens een vaste en herkenbare methodiek voor participatietrajecten (zie onder aanbeveling 5). 8. College en raad verantwoorden zich over de daadwerkelijke invulling en ontwikkeling van participatie en evalueren dit in elk geval aan het eind van een bestuursperiode. Het
4
college wordt tevens gevraagd de raad in oktober 2020 te informeren over de stand van zaken van de uitvoering van deze aanbevelingen.
Deze tussenrapportage, die later komt door de druk die is ontstaan door de coronacrisis, schetst de stand van zaken rond de aanbevelingen van de raadswerkgroep burgerparticipatie. Voor het aflopen van de bestuursperiode volgt een uitgebreidere evaluatie.
5
Memo
Datum: 28 november 2020 Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
Uitgangspunten proces burgerinitiatieven gemeente Barneveld Raadswerkgroep burgerparticipatie Annet Bol
1. Inleiding Dit memo heeft als doel om een aantal uitgangspunten te bepalen voor de raad over het omgaan met burgerinitiatieven. In de notitie ‘Participatie in Barneveld’ wordt een aantal keer gesproken over burgerinitiatieven. Hier is nog geen verdere verdieping in aangebracht. De recente ervaringen met het proces in de raad rond het initiatief van de stichting NiVo rond het beeld van Napoleon en de komst van de Omgevingswet, waarin specifiek een rol is benoemd voor de initiatiefnemer bij de Omgevingsvergunning, geeft stof tot nadenken over hoe vanuit de raad om te gaan met burgerinitiatieven. Hoe verloopt het proces rond een burgerinitiatief? Welke rollen zijn er? Met welke uitgangspunten wordt er gewerkt? Wanneer is er sprake van een geslaagd proces en een goede uitkomst?
2. Definitie burgerinitiatief Onder burgerinitiatieven verstaan we initiatieven van individuele burgers of groepjes burgers die zich inzetten om een bijdrage te leven aan de (lokale) samenleving. Dat kan te maken hebben met individuele ondersteuning van medeburgers, de leefbaarheid van de buurt of de sociale cohesie. Het initiatief kan betrekking hebben op anderen maar ook wel op de initiatiefnemers zelf. Kenmerk van het burgerinitiatief is dat er geen gevestigde organisatie achter zit. Het gaat om de eigen ideeën en inzet van burgers. Het onderscheid tussen een burgerinitiatief en een vrijwilligersorganisatie is niet altijd even helder. Er zijn burgerinitiatieven die zichzelf meteen tot stichting of vereniging omvormen, maar nog steeds de lichtvoetige en kleinschalige kenmerken van een burgerinitiatief hebben. (definitie Movisie)
De rijksoverheidi beschrijft het belang van burgerinitiatieven: 1. Actief burgerschap is een beweging waar je niet meer omheen kunt 2. Burgers nemen op alle maatschappelijke terreinen initiatieven 3. Initiatieven van burgers vinden hun oorsprong in zingeving 4. Burgers zoeken naar allianties bij het realiseren van hun initiatief 5. Er ontstaan allerlei nieuwe sociale, informele verbanden 6. Veel burgerinitiatieven vragen om ’vertrouwen’ 7. Burgers leveren met hun initiatieven vaak maatwerk en een hoge kwaliteit 8. Burgerinitiatieven worden sociale ondernemingen 9. Burgers kunnen nieuwe oplossingen vinden voor maatschappelijke problemen
3. Burgerinitiatief in opmars In ons land doet het fenomeen burgerinitiatief steeds meer opmars. Het komt regelmatig voor dat inwoners initiatieven nemen voor verbetering van hun leefomgeving. Veel initiatieven hebben te maken met sociale aspecten maar kunnen ook te maken met de fysieke woonomgeving. De Ombudsman besteedde hier al in september 2018 uitgebreid aandacht aan: https://www.nationaleombudsman.nl/burgerinitiatief-wat-is-dat-nou-eigenlijk Inmiddels zijn burgerinitiatieven niet meer weg te denken uit onze samenleving en zijn er professionele netwerken ontstaan waarin begeleiding wordt gegeven of mensen met elkaar in contact worden gebracht. Zie onder andere: https://www.righttochallenge.nl/right-to-challenge-hoe-werkt-r2c https://www.nlzorgtvoorelkaar.nl/default.aspx https://www.lsabewoners.nl/ https://krachtinnl.nl/ De aanstaande Omgevingswet stelt eisen aan participatie en legt een specifieke verantwoordelijkheid neer bij de initiatiefnemer bij het aanvragen van de omgevingsvergunning. Dit betekent dat er veel accent komt te liggen bij burgerinitiatieven. https://www.omgevingswetportaal.nl/publicaties/documenten/brochures/2018/04/05/inf ormatieblad-participatie-in-de-omgevingswet
4. Wat is er bepaald in Barneveld? In Barneveld is er nog niet sprake van een duidelijk beleid rond burgerinitiatieven. Ook is dit in onze gemeente nog geen veel voorkomend fenomeen, maar dit zal waarschijnlijk de komende tijd gaan veranderen. In 2007 is de verordening ‘burgerinitiatief Barneveld’ vastgesteld in de raad: https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Barneveld/CVDR 74389.html In 2017 is op initiatief van de raad ‘right to challenge’ geïntroduceerd. Hier wordt tot nu toe weinig gebruik van gemaakt. Er is in 2019 een succesvol traject doorlopen met speelplekken in Terschuur. https://ibabsonline.eu/Agenda.aspx?site=barneveld&agendaid=4bff1af3-bbb5-41868a47-322f8ca66b93&FoundIDs=&year=2017
In de zomer van 2019 is de notitie ‘Participatie in Barneveld’ vastgesteld in de raad. Hierin is een aantal teksten opgenomen over burgerinitiatieven.
4. Voorwaarden en uitgangspunten voor omgang met burgerinitiatieven De VNG refereert aan een onderzoek dat in opdracht van de Ombudsman is gedaan naar de rol van overheidsinstanties bij burgerinitiatieven (zie het rapport in de bijlage). Veel gemeenten worstelen nog met burgerinitiatieven omdat deze een verandering van houding en werkwijze vragen. Immers, niet de gemeente, maar initiatiefnemers agenderen onderwerpen op de agenda. De omgang met dit steeds meer voorkomende fenomeen vraagt om een aantal duidelijke uitgangspunten van waaruit gewerkt kan worden. Burgerinitiatieven die zich tot de overheid wenden, verwachten dat de overheid de plannen van het initiatief als uitgangspunt neemt, in plaats van de eigen plannen en doelstellingen. Zij willen dat de overheid initiatieven ruimte biedt, niet door zich terug te trekken, maar door het initiatief te faciliteren. De Nationale ombudsman concludeert in haar rapport dat “de ontwikkeling van burgerinitiatieven en de wens van de overheid om in te zetten op een participatiesamenleving, gepaard dient te gaan met andere rol van de overheid.
Vanuit de behoorlijkheid mogen burgerinitiatieven een uitnodigende houding van de overheid verwachten, doordat de overheid een constructieve houding heeft, optreedt als één overheid en heldere en kenbare keuzes maakt.” In het rapport zijn drie uitgangspunten opgenomen voor een behoorlijke invulling van de omgang met burgerinitiatieven vanuit overheidsinstanties: 1. constructieve houding, 2. optreden als één overheid 3. heldere en kenbare keuzes maken 1. Constructieve houding – oplossingsgerichte houding – hulp en ondersteuning op maat – gepaste rolverdeling 2. Optreden als één overheid – er is een duidelijk aanspreekpunt – burgerinitiatieven worden niet van het kastje naar de muur gestuurd – de overheid spreekt met één mond 3. Heldere en kenbare keuzes – actieve informatie over de mogelijkheden – helderheid over de mogelijkheden – helderheid over de voorwaarden
5. Veranderende rol De Ombudsman constateert het volgende: “In de praktijk blijkt dat het voor gemeenten lastig is om een verbinding te leggen tussen de leefwereld van burgerinitiatieven enerzijds en die van de eigen organisatie en doelen anderzijds. Dit dilemma lijkt samen te hangen met de verschillende taken die de gemeente uitvoert. Het is begrijpelijk dat het perspectief van het burgerinitiatief en het perspectief van overheidsinstanties niet zondermeer op elkaar aansluiten. Overheidsinstanties zijn er op ingericht om wetten en regels op te stellen, uit te voeren en te handhaven, steeds het algemeen belang in het oog houden en een grote hoeveelheid taken goed te
organiseren. Er wordt van hen verwacht dat ze zich verantwoorden over het uitgeven van publiek geld en dat zich hoeden voor willekeur. Daarnaast is de overheid gewend om zelf beleid te maken en zich zo te organiseren, dat de doelstellingen zo effectief en efficiënt mogelijk worden behaald. Van oudsher is dit de rol die de overheid voor zichzelf zag en de overheidsinstanties zijn zo georganiseerd dat zij aan die rol invulling kunnen geven. Een participatiesamenleving komt echter niet van de grond, wanneer de overheid ook bij burgerinitiatieven sterk vasthoudt aan deze klassieke rol. Waken voor legitimiteit, rechtmatigheid, effectiviteit en efficiency blijft een belangrijke taak van de overheid, maar de focus van de overheid moet in de omgang met burgerinitiatieven ergens anders liggen. De overheid moet meer aansluiten bij wat er in de samenleving gebeurt en de overheid zal moeten accepteren dat publieke waardebepaling niet enkel meer plaatsvindt binnen de overheid maar ook in de maatschappij.”
6. Hobbels en hindernissen Het omgaan met burgerinitiatieven levert in de praktijk vaak wat hoofdbrekens op. Het is goed om deze te onderkennen zodat daar vooraf rekening mee gehouden kan worden. Hieronder een aantal aspecten die extra aandacht vragen: Timing en doorloop Initiatiefnemers zijn vaak minder goed georganiseerd, hebben tijd nodig om tot een solide plan te komen en hebben minder zicht op ‘hoe de hazen lopen’ waar het gaat om besluitvorming. Het is van belang om hiermee rekening te houden en hierin mee te bewegen. Vraagstuk van de vertegenwoordiging en draagvlak Het is niet altijd duidelijk of de initiatiefnemers een brede achterban vertegenwoordigen. In de Omgevingswet worden er eisen gesteld aan de rol van de initiatiefnemer bij het aanvragen van een omgevingsvergunning, maar voor andere onderwerpen gelden eisen niet. Het is van belang om goed te kijken naar of de initiatiefnemers een bredere behoefte invullen en welke groepen betrokken zijn bij dit initiatief. Als uitgangspunt moet gelden dat initiatiefnemers aan moeten kunnen tonen dat er voldoende draagvlak is voor hun idee en dat er sprake is van een bepaalde vorm van participatie (zie ook de Omgevingswet). De gemeente betrekt deze informatie in de integrale afweging over of dit initiatief ondersteund kan worden of niet.
Transparantie tijdens het proces Op het moment dat een burgerinitiatief wordt ondersteund vanuit de gemeente, gaan er mensen intern mee aan de slag. Het is belangrijk om de initiatienemers voortdurend op de hoogte te houden van welke stappen er doorlopen moeten worden en waarom en waar mogelijke hindernissen zijn. Dit met als doel om optimaal samen te werken met de initiatiefnemers en te voorkomen dat ze het gevoel krijgen ‘er niet meer van te zijn’. 7. Tot slot Het goed omgaan met burgerinitiatieven vraagt om een andere werkwijze en benadering vanuit de gemeente. Het traject dat in het najaar start dat zich richt op de versterking van participatie zal hierin behulpzaam zijn. Daarnaast is het verstandig en raadzaam om – voortdurend - gesprekken te gaan voeren met inwoners om tijdig te identificeren wat er aan initiatieven leven en hoe hier tijdig en goed op kan worden ingespeeld.
8. Leerpunten uit bespreking raadswerkgroep In de raadswerkgroep participatie zijn in september de ervaringen rond het burgerinitiatief van de stichting NiVo besproken in een raadstafel. Daarnaast is de inhoud van deze notitie besproken in een nabespreking. De leerpunten uit de raadstafel en nabespreking zijn: Raadstafel - de motie vanuit de raad over het niet ingaan op een nieuw initiatief over het beeld van Napoleon kwam voor de stichting NiVo onverwacht en leek niet iets toe te voegen. De stichting had al aangegeven dat zij het initiatief opnieuw zou bekijken omdat er veel discussie was ontstaan. Het was beter geweest om de initiatiefnemers hierover vooraf te informeren en/of te betrekken. - het doel van de stichting NiVo is breder dan het beeld. Dit is onvoldoende over het voetlicht gebracht en wordt de komende periode ‘gerepareerd’ door Voorthuizen beter te betrekken bij de doelen van de stichting NiVo (door een enquête in het najaar van 2020). - een lastig aspect is ‘draagvlak’. Wanneer is er sprake van voldoende draagvlak voor een initiatief en hoe meet je dat? De stichting NivO nodigt de gemeente uit om bij te dragen aan draagvlakverkenning. - Het proces rond het beeld heeft behoorlijk vast gezeten terwijl er een lange voorgeschiedenis aan vooraf is gegaan. Aspecten om bij dit soort initiatieven te bewaken zijn: - een burgerinitiatief ontstaat niet zo maar.
Hier is veel tijd en overleg aan vooraf gegaan. Neem het serieus. - insprekers zijn geen politici. Zij zijn betrokken bij het initiatief en spreken vanuit betrokkenheid, gebruiken niet altijd de juiste woorden. - Het is bij burgerinitiatieven belangrijk om de raad eerder te betrekken (vanuit de verbinding met de samenleving) en niet met een pasklaar voorstel te komen. Dit is een wederkerig proces. Nabepreking - Raad en college moeten ruimte (leren) bieden voor initiatieven; dat betekent ook een zekere mate van afstaan van beslissingsruimte. - Belangrijk: neem niet de regie op een burgerinitiatief over. Laat het bij de initiatiefnemers en faciliteer het proces vanuit de gemeente als er sprake is van een haalbaar initiatief.. Initiatiefnemers weten meestal niet ‘hoe de hazen lopen’ intern. Haalbaar is een lastig aspect maar wordt in eerste instantie bepaald door: past het binnen de wettelijke en gemeentelijke regelgeving. Zorg voor partnerschap en biedt als gemeente ondersteuning aan initiatiefnemers, help ze op weg. - Kijk bij burgerinitiatieven zorgvuldig naar rollen: wie is verantwoordelijk voor wat en waar ligt het mandaat? - Besteed aandacht aan verwachtingenmanagement: een gedragen burgerinitiatief betekent niet automatisch een weg naar realisatie.
Dit vraagt om een intensief proces van afwegingen wat wel en niet kan en goede samenwerking met meerdere partijen: wie heeft mandaat, wie beslist waarover? Wat zijn de kaders? Welke ruimte is er voor dit initiatief? - In het algemeen is het belangrijk om na te gaan of er sprake is van een brede vertegenwoordiging. Wie zijn de initiatiefnemers? Is er sprake van een brede en gedragen vertegenwoordiging vanuit een kern? Draagvlak van belangenverenigingen is nog geen draagvlak van het grondvlak. - Als laatste: is er voldoende sprake van transparantie over het proces? Wanneer gebeurt wat? Wat is de status? Waarover moet besluitvorming plaats vinden en waarom?
i Van Doe-het-zelf naar Doe-het-samen Maatschappij. Experimenteren
met burgerinitiatief. Uitgave ministerie van Binnenlandse Zaken.