B-4.13 Memo B&W inzake informeren uitkomsten meicirculaire 2021 d.d. 14-6-21.pdf
Tekst van het document
Memo
Datum: 14 juni 2021 Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
Informeren uitkomsten Meicirculaire 2021 College van B&W/ Raad Financiën
Inleiding De meicirculaire 2021 is op 1 juni 2021 verschenen. In de regel verschijnen jaarlijks drie circulaires, in mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september gaat over de uitkomsten van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Dit jaar verscheen in maart nog een extra brief over het compensatiepakket corona. Aanvankelijk zou de vertaling van het nieuwe verdeelstelsel met ingangsjaar 2022 in deze Meicirculaire worden opgenomen. Dat is echter een jaar doorgeschoven. Voor nu blijft een reguliere circulaire over, maar wel met een wezenlijke impact op het meerjarenperspectief. In dit memo hebben we ons met name gericht op de uitkomsten voor de jaren 2022 en verder in relatie tot de Kadernota. Voor de effecten op het jaar 2021 komen we nog terug in een volgende maandrapportage. Hoofdpunten Meicirculaire 2021 ▪ In deze memo worden eerst de belangrijkste landelijke ontwikkelingen gemeld in de Meicirculaire en vervolgens de specifieke uitkomsten hiervan voor Barneveld. ▪ In deze circulaire is een incidentele compensatie 2021 voor de extra kosten jeugdhulp van € 493 miljoen aangekondigd, waarvan € 438 is verwerkt. Het restant volgt in de septembercirculaire; ▪ Er is een bedrag van € 120 miljoen via specifieke uitkeringen toegekend.
▪ De accressen vanaf 2022 zijn bijgewerkt op basis de huidige normeringmethodiek. Omdat de loon- en prijsstijging lager is dan eerder gedacht, leidt dit tot een daling van het accres de komende jaren t.o.v. de meicirculaire 2020. Op macro niveau: o 2022: - € 126,5 miljoen o 2023: - € 127,4 miljoen o 2024: - € 111,3 miljoen o 2025: - € 30,7 miljoen
▪
Loon- en prijscompensatie (LPO) 2021 in het sociaal domein voor taken die in 2019 niet zijn geïntegreerd in de algemene uitkering: o Voogdij/18+ ± € 15 miljoen structureel, compensatie 2,0% o Beschermd Wonen ± € 30 miljoen structureel, compensatie 1,6% o WSW en overig participatie ± € 40 miljoen structureel, compensatie 2,25%. ▪ Middelen ten uitvoering van de Wet Open Overheid. De incidentele compensatie 2022 bedraagt € 25 miljoen en de structurele compensatie loopt vanaf 2022 op van € 21 miljoen naar € 42 miljoen.
In deze meicirculaire is nog niets opgenomen over de uitkomsten van het nieuwe verdeelstelsel. Momenteel lopen er gesprekken tussen Rijk en VNG over twee onderwerpen: o Extra middelen jeugdzorg o Opschalingskorting. Het nieuwe kabinet zal hierover nog besluiten moeten nemen. Kort na het verschijnen van de meicirculaire is op 3 juni wel de belangrijke uitspraak van de arbitragecommissie bekend geworden over structurele compensatie voor jeugdzorg. De uitkomst is dat het huidig kabinet in de komende Miljoenennota 2022 € 1,3 miljard extra beschikbaar gaat stellen boven op de € 300 miljoen die eerder al beschikbaar is gesteld. De komende periode zal meer helderheid komen over de wijze van uitkeren en verdelen. Over 2023 en volgende jaren is nog geen uitspraak gedaan, dat is aan het nieuwe kabinet. Hiermee is dus in deze circulaire en berekening geen rekening gehouden.
Huidig meerjarenperspectief Kadernota 2022 bedragen x € 1.000 Begroting 2022
MJR 2023
MJR 2024
MJR 2025
A) Begrotingsbeeld Programmabegroting 2021 Mutaties lasten
- 1.483
- 2.235
- 1.617
- 1.617
01. Structurele mutaties o.b.v. raadsbesluiten
- 679
- 2.914
- 2.295
- 2.295
Prognose meerjarenbegroting
Begrotingsresultaat t/m raad van 30 april
- 2.161
B) Mutaties t.o.v. voorgaand jaar Mutaties lasten 02. Sociaal domein 02a. Extra benodigde middelen jeugd (prognose volume)
- 1.200
02b. Loon/prijsindexatie 2021 3,1%
- 700
02c. Saldo vervallen en bijkomende uitgaven Jeugd woonplaatsbeginsel
6.900
02d. Reeds opgenomen voordeel woonplaatsbeginsel in meerjarenbegroting
- 400
03. Vervangingsinvesteringen en bedrijfsmiddelen
- 215
04. Vrijval afschrijvingen
180
05. Rente
- 57
06. Compensatie soc/cult instellingen
- 60
07. Beleidstoevoegingen structureel
- 663
15
- 135
08. Groei-voor-groei
Totaal mutaties lasten
- 582 - 100
3.877
15
- 135
- 774
09. Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds
199
49
pm
pm
09a. Compensatie loon/prijsindexatie jeugd
600
09b. Minder inkomsten woonplaatsbeginsel
- 6.000
Mutaties baten
2
09c. Effect herijking gemeentefonds
450
450
10. Groei gemeente
11. Tariefsontwikkeling belastingen (inflatie)
160
34
34
12. Maatregelen 2022
3.474
271
Totaal mutaties baten
- 1.693
C) Saldo mutaties jaarschijf
D) Resultaat mutatie jaarschijven cumulatief
Prognose resultaat per begrotingsjaar
180
34
203
804
484
543
1.505
819
349
- 231
1.505
2.324
2.673
2.442
23
89
1.056
826
Budgettaire uitkomsten Meicirculaire 2021 Prognose resultaat per begrotingsjaar
Stand meerjarenbegroting Kadernota 2022
2022
2023
2024
2025
23
89
1.056
826 967
0. Beginstand nieuw begrotingsjaar a. Correcties tbv eerder opgenomen mutaties
700
800
900
900
a. Accres
-356
-714
-1.029
-1.120
b. Ontwikkeling uitkeringsbasis
965
461
162
46
c. Effecten van WOZ waardeontwikkeling
347
351
356
362
2. Aanpassen (aantallen) basisgegevens o.a inwoners, woonruimten etc.
807
787
726
590
173 -173
194 -194
213 -213
232 -232
1. Uitkeringsfactor en basis
3. Taakmutaties 3a. Taakmutaties 3b. Stelpost voor taakmutaties (nog in te vullen)
4. IU/DU's Ontwikkeling decentralisatie en integratieuitkeringen
47
31
24
16
Stelpost decentralisatie en integratieuitkeringen
- 47
- 31
- 24
- 16
-7.029
-7.029
-7.029
-7.029
106
110
98
92
5. Sociaal domein a. Voogdij 18+ b. Integratieuitkering Participatie (WSW en Niet ontwikkeling en Wajong) Uit Kadernota 09a. Compensatie loon/prijsindexatie jeugd
-600
-600
-600
-600
Uit Kadernota 09b. Minder inkomsten woonplaatsbeginsel
6.000
6.000
6.000
6.000
Mutaties Meicirculaire
940
166
- 416
208
Nieuwe prognose resultaat per begrotingsjaar na meicirculaire
963
255
640
1.034
0. Beginstand nieuw begrotingsjaar Omdat er in de nog op te stellen Begroting 2022 een nieuw basisjaar wordt toegevoegd (2025) moet de beginstand van de algemene uitkering hier nog op worden aangepast (€ 967.000). a. De ontwikkeling van de uitkeringsbasis is nu verwerkt in de meicirculaire (zie 1b.). De eerder opgenomen stelpost ter correctie van de uitkeringsbasis kan hiermee vervallen. Voor Barneveld betekent dit: - 2022: € 700.000 - 2023: € 800.000 - 2024: € 900.000 - 2025: € 900.000 3
1. Accres, ontwikkeling uitkeringsbasis en ontwikkeling rekentarief WOZ uitkeringsbasis a. De accressen 2020 en 2021 zijn vastgezet op het niveau van de meicirculaire 2020. Dit om rust en stabiliteit te creëren tijdens de corona-pandemie. In deze circulaire zijn de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. Dit valt voor alle jaren negatief uit. Voor Barneveld betekent dit: - 2022: - € 356.000 - 2023: - € 714.000 - 2024: - € 1.029.000 - 2025: - € 1.120.000 In alle jaren zijn de lagere accressen volgens de circulaire het gevolg van lagere loonen prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Vanaf 2023 is het accres neerwaarts bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en lagere EU-afdrachten. b. Als gevolg van nominale ontwikkelingen (actualiseren landelijke volumeontwikkelingen) is sprake van een positieve ontwikkeling van de uitkeringsbasis voor de jaren 2021 t/m 2024. Voor Barneveld betekent dit: - 2022: € 965.000 - 2023: € 461.000 - 2024: € 162.000 - 2025: € 46.000 c. Op basis van de landelijke waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen is het rekentarief van de WOZ aangepast. De waardeontwikkeling van woningen voor Barneveld is 7,2%. Landelijk is dit 9%. Voor niet-woningen is dit -0,5% en voor Barneveld en gelijk aan het landelijk beeld.
Per saldo leidt het aanpassen van het rekentarief tot een voordeel: - 2022: € 347.000 - 2023: € 351.000 - 2024: € 356.000 - 2025: € 362.000 2. Ontwikkelingen als gevolg van aanpassen eenheden per maatstaf Barneveld De aantallen eenheden per maatstaf zijn voor Barneveld op basis van groei en actuele informatie aangepast. Per saldo leiden deze tot hogere inkomsten: - 2022: € 807.000 - 2023: € 787.000 - 2024: € 726.000 - 2025: € 590.000 3. Te reserveren uitgavenbudgetten (taakmutaties) De circulaire bevat informatie over een 15-tal taakmutaties met macro een omvang kleiner dan € 10 miljoen. We noemen alleen die voor Barneveld relevant en substantieel zijn. Één taakmutatie is groter dan € 10 miljoen. Dat betreft de Wet Open Overheid. Deze initiatiefwet is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de WOO. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO. Conform het gebruikelijk beleid worden de bedragen die met taakmutaties zijn gemoeid gereserveerd tot het moment dat meer duidelijk is wat dit voor Barneveld betekent (zie 3b. stelpost).
Hierdoor leiden deze toevoegingen van in totaal € 173.000 in 2022 oplopend tot € 232.000 in 2025 in deze fase niet tot budgettaire effecten. Het betreft de volgende taken: -
Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Handhaving energielabel C kantoren Handelsregister 4
-
Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Verrekening Voogdij 18+ Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Wet Open Overheid (structureel en incidenteel 2022 t/m 2026)
4. Decentralisatie uitkeringen (neutraal) In deze meicirculaire is tevens sprake van mutaties in reeds bestaande integratie- en decentralisatie-uitkeringen (IU’s en DU’s) Voor Barneveld gaat het om de DU’s Inburgering en Armoedebestrijding kinderen. De mutaties voor de betreffende DU’s voor de komende jaren bedragen: - Inburgering 2022 € 37.000 2023 € 20.000 2024 € 13.000 2025 € 5.000 - Armoedebestrijding alle jaren € 11.000 Conform het gebruikelijk beleid worden de bedragen die met IU’s/DU’s zijn gemoeid gereserveerd tot het moment dat meer duidelijk is wat dit voor Barneveld betekent.
5. Sociaal domein Afspraken Rijk – VNG Jeugdzorg compensatie 2022 Zoals eerder in deze memo gemeld hebben het kabinet en de VNG de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW) besproken en daarover afspraken gemaakt inzake extra compensaties jeugdzorg. Uitkomst is dat het huidig kabinet in de komende Miljoenennota 2022 € 1,3 miljard extra beschikbaar gaat stellen boven op de € 300 miljoen die eerder al beschikbaar is gesteld. Over 2023 en volgende jaren is nog geen uitspraak gedaan, dat is aan het nieuwe kabinet. Dit is nog niet verwerkt in deze Meicirculaire, maar wordt bekend bij de Miljoenennota. Dan wordt ook meer bekend over de wijze van uitkeren en verdelen. Op basis van een grove benadering zou het voor Barneveld om circa € 4 mln. kunnen gaan. Hiermee is nu geen rekening gehouden in deze berekening op basis van de meicirculaire. We komen hierop terug bij de Begroting 2022. a. Voogdij 18+ / Woonplaatsbeginsel Hier in sprake van een fundamentele wijziging. Zoals bekend wordt voor dit onderdeel tot en met uitkeringsjaar 2021 een historisch verdeelmodel gehanteerd. In 2021 krijgt Barneveld de afrekening van het aantal zorgdagen * gemiddelde dagprijzen (Q * P) van twee jaar daarvoor ofwel in 2019. Een historisch verdeelmodel geeft jaarlijks schommelingen in de bedragen, dat is niet fijn.
In 2022 geldt een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en de gemeente wordt verantwoordelijk voor de kinderen die uit de eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Landelijk gaat het naar schatting om 20.000 jongeren die over gaan. Het nieuwe woonplaatsbeginsel leidt voor onze gemeente tot een lager integratieuitkering van structureel € 7.029.000. In de kadernota 2022 -2025 is het nieuwe woonplaatsbeginsel al aangekondigd en verwerkt. Op basis van de op dat moment bekende informatie is de lagere bijdrage berekend op € 6.000.000. De lagere bijdrage van het Rijk als gevolg van het vervallen van het woonplaatsbeginsel ligt ongeveer in lijn met de werkelijke kosten. Daar staat tegenover dat Barneveld voor de toekomst geen financieel risico meer draagt voor deze groep jeugdigen. b. Participatie Voor het onderdeel wijzigen de bedragen per gemeente in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de WSW-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie. De Wsw-verdeling vanaf 5
2021 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2020 en de blijfkansen voor de jaren 2021 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. Voor Barneveld gaat het om € 110.000 in 2021 aflopend naar € 90.000 in 2025. Loon- en prijsontwikkeling (LPO) In de meicirculaire 2018 is met ingang van uitkeringsjaar 2019 ± € 7 miljard overgeheveld van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering. Voor 2019 is nog één keer een aparte Loon-Prijs-mutatie (LPO) verstrekt. Vanaf 2020 gebeurt dat niet meer en moet worden opgevangen binnen het accres. Tot nu toe heeft voor ruim € 3 miljard ten behoeve van enkele deeltaken in het sociaal domein geen overheveling plaats gevonden naar de algemene uitkering. Ze zijn achtergebleven in een integratie-uitkering. Daar is het oude regime nog op van toepassing, ofwel jaarlijks wordt in de meicirculaire compensatie ontvangen voor LPO en volume. In deze meicirculaire gaat het om: a) Voogdij/18+ ± € 15 miljoen structureel, compensatie LPO 2,0% b) Beschermd Wonen ± € 30 miljoen structureel, compensatie LPO 1,6% c) WSW en overig participatie ± € 40 miljoen structureel, compensatie LPO 2,25%.
Deze bedragen lopen structureel door naar 2022 en volgende jaren en zijn toegevoegd aan de betreffende integratie-uitkering. De loon- prijscompensatie voor Jeugd vindt deels plaats via de integratie uitkering. Het overige deel moet opgevangen worden binnen het accres. Hiervoor was in de Kadernota 2022 nog gerekend met een compensatie van € 600.000 structureel.
6