CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-4.13 Besluit B&W over Raadsmemo toezegging 69_Rol van de raad binnen participatiebeleid d.d. 7-1-25

Commissie Bestuur 21 januari 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Projectplan uitwerking ombuigingsscenario's1.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Planologie, Bezwaar en Beroep Behandelaar: M. Moulijn Telefoonnummer: 06 2976 9097 Onderwerp:

Voorstelnr. Barneveld, 20 december 2024 Portefeuillehouder: M.H.J. Pluimers-Foeken

Raadsmemo toezegging 69: rol van de raad binnen participatiebeleid

Gevraagde beslissing: 1. De raadsmemo toezegging 69: rol van de raad binnen het participatiebeleid ter beschikking stellen aan de gemeenteraad

2. Inleiding Tijdens de raadsvergadering van 23 oktober 2024 is gevraagd om informatie over de rol van de raad bij participatietrajecten. De wethouder heeft toegezegd om de rol uit te leggen in een overzicht (toezegging 69). In deze raadsmemo wordt de rol van de raad binnen het participatiebeleid uitgelegd. De Agendacommissie heeft verzocht dit raadsmemo voor de commissievergadering van 21 januari 2025 ter beschikking te stellen aan de raad als bijlage bij B-4.6 Raadsmemo projectplan uitwerking ombuigingsscenario's gemeente Barneveld (participatieaanpak).

3. Beoogd effect Het informeren van de gemeenteraad over de rol van de raad bij participatietrajecten en daarmee voldoen aan toezegging 69.

4. Argumenten De raad wil graag geïnformeerd worden over haar rol bij participatietrajecten. De rol van de raad staat omschreven in het Participatiebeleid. Op verzoek van de griffie is extra uitleg gegeven over de verschillende rollen met voorbeelden. Omdat de raad al vaker vragen heeft gesteld over haar rol en de bevoegdheidsverdeling tussen raad en college is daarover ook uitleg gegeven en verwezen naar de uitwerking van motie 18.

4. Kanttekeningen In de laatste evaluatie van het Participatiebeleid is al geconstateerd dat het Participatiebeleid in een opzicht in strijd is met de Omgevingswet. Dit betreft de eisen die de gemeente kan stellen aan initiatiefnemers (spoor 1). Dit beïnvloedt ook de rol van de gemeenteraad, zoals dat in het Participatiebeleid is vastgelegd. Dit is ook uitgelegd bij de Raadswerkgroep van 14 oktober 2024. Het beleid wordt aangepast bij de evaluatie en herziening van het beleid in 2025.

5. Financiën Er zijn geen financiële gevolgen.

6. Participatie en communicatie a) Participatie Dit betreft geen beleidswijziging, slechts informatie over het beleid. Er heeft daarom geen participatie plaatsgevonden.

-2-

b) Communicatie Deze informatie is bestemd voor de gemeenteraad. Verder wordt er niet over gecommuniceerd.

7. Vervolgstap Komende zomer wordt het Participatiebeleid geëvalueerd en bijgesteld zodat het voldoet aan de Omgevingswet.

8. Bijlagen 1.

Bijlage 1. Raadsmemo toezegging 69: rol van de raad binnen participatiebeleid

Memo

Datum: 7 januari 2025 Onderwerp: Ter attentie van: Afzender: Portefeuillehouder:

Toezegging 69: rol van de raad binnen participatiebeleid Gemeenteraad College van Burgemeester en Wethouders Wethouder Pluimers-Foeken Doel Deze memo informeert u over de rol van de gemeenteraad binnen en rond het participatiebeleid. Aanleiding Tijdens de raadsvergadering van 23 oktober 2024 is gevraagd om informatie over de rol van de raad bij participatietrajecten. De wethouder heeft toegezegd om de rol uit te leggen in een overzicht (toezegging 69). In de Ontwikkelagenda bewonersparticipatie gemeente Barneveld 2025 is opgenomen om deze rol in 2025 nader te verkennen. Ook eerder (8 november 2023) heeft de raad via motie 18 gevraagd om de raad beter in positie te brengen en meer grip op kaderstelling te krijgen. Deze motie wordt op dit moment uitgevoerd in samenwerking met de raadswerkgroep motie 18 en de Auditcommissie. Algemeen Formeel is vastgelegd dat de raad kaderstellend en controlerend is en het college voert uit. Daarbij zijn er bevoegdheden aan het college gedelegeerd. Dit is vastgelegd in de Organisatieverordening. Het is iedere keer een afweging hoe raad en college elkaar goed in positie kunnen zetten. We zijn hier nog ontwikkelend in. Maar bij de start van een project of proces moet intern en extern wel duidelijk zijn hoe de bevoegdheden verdeeld zijn.

Rol van de raad in het Participatiebeleid Wat betreft de rol van de raad bij participatietrajecten is deze duidelijk verwoord in het Participatiebeleid. Kort gezegd komt het hier op neer: Alleen bij participatietrede 4 wordt uw raad vooraf geconsulteerd over het gesprekskader (ook wel participatieplan genoemd). Bij andere treden in principe niet. Bij participatietreden 1 tot en met 4 ontvangt uw raad bij de besluitvorming na afloop van het participatietraject een participatieverslag. Daarmee kunt u controleren of het participatietraject voldoet aan het Participatiebeleid (zijn de 4 processtappen gevolgd?) en

kunt u de uitkomsten van het participatietraject meewegen in uw oordeelsvorming. Bevoegdheidsverdeling en participatietrajecten De bevoegdheidsverdeling kan gevolgen hebben voor de rol van de raad bij participatietrajecten. Gedelegeerde bevoegdheden Als de raad bevoegdheden aan het college heeft gedelegeerd, dan vindt de besluitvorming in het college plaats, inclusief de participatie en binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. In die gevallen vindt er wel participatie plaats (als het voldoet aan de in het beleid gestelde randvoorwaarden1). De raad wordt daar echter niet actief bij betrokken omdat de beslissingsbevoegdheid bij het college ligt. Dit is onder andere het geval als de raad alleen het krediet en de kaders vaststelt. Uiteraard staat het de raad vrij om vragen te stellen of het onderwerp te agenderen. Een voorbeeld hiervan was de herinrichting van de Churchillstraat. Niet-gedelegeerde bevoegdheden Als de gemeenteraad de besluitvorming niet aan het college heeft gedelegeerd, dan wordt de raad in de meeste gevallen pas aan het eind van het participatieproces betrokken. De raad ontvangt bij de besluitvorming het participatieverslag om haar controlerende en beslissende rol te kunnen uitvoeren. Voorbeelden hiervan zijn Omgevingsplanwijzigingen, Integraal Veiligheidsplan en Toetsingskader landelijk gebied.

Uitzonderingen Het komt soms voor dat het college een uitzondering voorstelt op de rolverdeling, zoals die in het Participatiebeleid is vastgesteld. In die gevallen consulteert het college de raad al eerder in het proces. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het college een opdracht niet kan uitvoeren binnen de vastgestelde kaders van de raad. Een voorbeeld hiervan is Herzien kaders ivm voortgang verplaatsing Flying Bikes en Tour de Force. Het college kan ook een uitzondering maken als het college vermoedt dat een onderwerp gevoelig ligt binnen uw raad of als het een nieuw onderwerp is. Voorbeelden hiervan zijn het Programmaplan Bestaanszekerheid en de Omgevingsvisie. Een uitgebreide uitleg over de verschillende rollen vindt u in de bijlage: extra uitleg over de rol van de raad in het Participatiebeleid. Evaluatie van het participatiebeleid In 2025 wordt het participatiebeleid geëvalueerd. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de rol van de raad, zoals die is vastgelegd in het Participatiebeleid. Vervolg 1. Er wordt verder gewerkt aan de uitvoering van motie 18 met de Auditcommissie. 2. Voor de evaluatie van het Participatiebeleid wordt de gemeenteraad bevraagd over de uitvoering van het participatiebeleid en hun rol daarin. 3. Na de zomer ontvangt de gemeenteraad de evaluatie van het Participatiebeleid en de Ontwikkelagenda.

2

BIJLAGE:

Extra uitleg over de rol van de raad in het Participatiebeleid In het Participatiebeleid is de rol van de raad als volgt geformuleerd2: “De gemeenteraad vormt het algemeen bestuur en heeft vier verschillende rollen gedurende een participatieproces: • Kaderstellend: Vaststellen van kaders voor het participatietraject doormiddel van beleid. • Controlerend: Voldoet het participatieproces en de participatieopbrengst aan het Participatiebeleid? • Beslissend: Er wordt in de afweging altijd gekeken naar het algemeen belang. De participatie is onderdeel van die afweging. • Verbindend: Uitleggen aan de samenleving hoe de afweging is gemaakt. De gemeenteraad organiseert daarnaast ook zelf mogelijkheden om in gesprek te gaan met inwoners.” Wat houden deze rollen concreet in? • Kaderstellende rol: - Proceskaders: In het Participatiebeleid zijn er kaders3 vastgesteld waaraan een participatieproces moet voldoen. - Financiële kaders: Onder andere in de Meerjarenbegroting (MJB) en in het Meerjaren Investeringsplan (MIP) worden de financiële kaders voor beleid en projecten vastgesteld. - Inhoudelijke kaders: Door middel van beleid stelt de raad inhoudelijke kaders op hoofdlijnen vast waaraan de uitkomst van het participatieproces moet voldoen.

Bij plannen en projecten in de openbare ruimte zijn bijvoorbeeld het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan, het Beheerplan wegen en het Gemeentelijk rioleringsplan inhoudelijke kaders. • Controlerende rol: - Proces: De raad controleert of het gelopen participatieproces voldoet aan de kaders die in het Participatiebeleid zijn gesteld, onder andere of de 4 processtappen zijn gevolgd. - Inhoudelijk: De raad controleert of de participatieopbrengst voldoet aan de inhoudelijke kaders. - Financieel: De raad controleert of de participatieopbrengst voldoet aan de financiële kaders. • Beslissende rol: De raad betrekt de participatieopbrengsten bij de besluitvorming in haar maatschappelijke belangenafweging. • Verbindende rol: De gemeenteraad heeft een volksvertegenwoordigende rol en is aanspreekbaar voor participanten. En legt – indien het aan de orde is – aan inwoners uit hoe een participatieproces eruit ziet en achteraf hoe de beslissing tot stand is gekomen. Raadsleden kunnen bijvoorbeeld als toeschouwer aanwezig zijn bij participatietrajecten en het gesprek aangaan via raadstafelgesprekken en werkbezoeken. Participatiebeleid gemeente Barneveld 2022, pagina 10. Dit zijn: - Het participatieproces doorloopt 4 stappen (1. Randvoorwaarden, 2. Gesprekskader, 3. Het gesprek en 4. Afronding).

- In het gesprekskader is opgenomen wat de participatietrede is, wie de belanghebbenden zijn en welke participatie- en communicatievormen wanneer in het participatieproces worden ingezet. - De participatietrede wordt vastgesteld aan de hand van de participatiemeter. - Er wordt een participatieverslag en participatieparagraaf opgesteld. 2

3

3

Daarnaast is nog bepaald dat het college de gemeenteraad consulteert over het gesprekskader (ook wel participatieplan of plan van aanpak voor de participatie genoemd) via een startnotitie indien het initiatief aan een van onderstaande voorwaarden voldoet: • Het betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) met adviesrecht voor de gemeenteraad én een participatieverplichting (SPOOR 1). • Het beleid- of projectinitiatief scoort hoger dan 4 op de Participatieladder en het college kiest voor de trede meebepalen | co-creatie (SPOOR 2). Kanttekening In de laatste evaluatie van het Participatiebeleid is al geconstateerd dat de gemeente aan externe initiatiefnemers geen voorwaarden mag stellen aan het participatieproces op grond van de Omgevingswet. En daarom kan het college niet voldoen aan de consultatie bij de situatie onder de eerste bullet. Het Participatiebeleid is in dit opzicht in strijd met de Omgevingswet. Dit is ook uitgelegd bij de Raadswerkgroep van 14 oktober 2024. Het beleid wordt aangepast bij de evaluatie en herziening van het beleid in 2025. Startnotitie bij participatietrede 4: co-creatie Bij projecten met participatietrede 4 wordt een startnotitie ter consultatie voorgelegd aan de raad met daarin het gesprekskader. Dit is gebeurd bij de herinrichting van het gemeentelijk deel van het Pastoriebos en bij de herinrichting van het Oldebarneveldplein.

De raad kan tijdens de consultatie vooraf aangeven wat zij vindt van de keuzes die gemaakt zijn ten aanzien van het participatieproces (trede, kaders, belanghebbenden, participatievormen en communicatiemiddelen). Het is vervolgens de keuze van het college in hoeverre het gesprekskader wordt aangepast. Participatieproces Hieronder wordt grafisch weergegeven hoe het participatieproces eruit ziet en hoe de raad hier bij betrokken is. Gesprekskader

Rol raad: Consultatie bij spoor 2, participatietrede 4; Uitzondering: soms consultatie of besluitvorming over startnotitie nieuw beleid, waarin het gesprekskader is opgenomen

Goede gesprek

Afronding

Rol raad: Mag als toehoorder aanwezig zijn bij participatiebijeenkomsten

Rol raad: Indien besluitvorming niet gedelegeerd is: beoordeelt participatie en belangenafweging aan de hand van participatieverslag

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=0cf2e83a-7250-41c4-b561-c13ada76232f