CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.8 Memo van B&W inzake Plan van Aanpak Omgevingsvisie RO d.d. 14-12-21.pdf

Gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken5.286 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmemo

Datum:

Onderwerp: Ter attentie van: Afzender: Portefeuillehouder: Mail behandelaar

18 november 2021 Vastgesteld Plan van aanpak Omgevingsvisie De raad College van Burgemeester en Wethouders B. Wijnne p.valkier@barneveld.nl

Telefoonnummer

0624884899

Samenvatting Op 15 december 2020 heeft het college van Burgemeester en Wethouders ingestemd met de projectopdracht voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 18 maart 2021 de Vertrekpuntennotitie Omgevingsvisie Barneveld vastgesteld. Een Plan van Aanpak is opgesteld zodat er een helder uitvoeringsplan ligt voor het opstellen van de Omgevingsvisie Barneveld. Doel Via deze raadsmemo wenst het college de Raad tussentijd te informeren over het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Inhoud memo Wij informeren u via deze raadsmemo over de voortgang van het proces van ontwikkelen, opstellen en vaststellen van de Omgevingsvisie. Het doel van het proces is, vanuit een brede dialoog, te komen tot een maatschappelijk gedragen en afgestemde Omgevingsvisie, waarbij recht is gedaan aan de eigen identiteit van de gemeente Barneveld, kernwaarden in beeld zijn gebracht en problematiek een plaats is gegeven. Om tot dit product te komen is er een Plan van aanpak opgesteld met daaraan ten grondslag een helder uitvoeringsplan. In deze raadsmemo nemen we u nauwkeuriger mee in het proces voor de komende twee jaar. Wettelijk kader De Omgevingsvisie is de opvolger van de Structuurvisies met een verbrede reikwijdte voor het zogenaamde fysieke leefomgeving. Voor het opstellen van een Omgevingsvisie geldt een termijn tot uiterlijk 1-1-2024.

Vastgestelde structuurvisies blijven onder het overgangsrecht tot dat moment geldig. De Omgevingsvisie geeft voor de gemeente op hoofdlijnen een integrale langetermijnvisie over de noodzakelijke en gewenste ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving binnen de eigen gemeentegrenzen. De fysieke leefomgeving is een breed begrip en omvat onder meer de beleidsterreinen cultureel erfgoed, wonen, duurzaamheid, infrastructuur , landbouw, landschap, natuur, gezondheid, milieu en water. Door de benadering vanuit nieuwe thema’s zoals duurzaamheid en gezondheid ontstaat er een nieuw speelveld, met nieuwe opgaven en stakeholders. Korte omschrijving Plan van Aanpak (voor uitwerking zie bijlage 1) Het maken van een Omgevingsvisie kan worden gezien als een omvangrijk beleidsontwikkelproces. Zeker een Omgevingsvisie, waarbij al in de geest van de aanstaande Omgevingswet wordt gewerkt, omvat veel.

Daarbij moeten we uitgaan van verwachtingen, de betrokkenheid van de samenleving, bestuur (College) en politiek (Raad) in ontwikkeling (denk hierbij aan nieuwe verkiezingen). Tevens speelt de opgave om de interne organisatie goed aan te haken. Niet alleen wordt bestaand beleid verweven in de visie, ook maken we samen nieuwe beleidskeuzes, zowel thematisch als gebiedsgericht. Dit betekent dat in het proces voldoende tijd en aandacht moet zijn voor deze betrokkenheid én dat het proces goed beheerst moet worden, aangezien tijd, capaciteit en geld ‘slechts’ in zekere mate voorhanden zijn. Er wordt namelijk aan veel opgaven gewerkt in Barneveld, de Omgevingsvisie is daar één van. Dat moet efficiënt en doelmatig plaatsvinden. Om te komen tot de Omgevingsvisie willen we werken in vier parallelle sporen: 1. Bestuur en politiek 2. Inhoud (potloodschets/omgevingsvisie en Milieueffectrapportage (hierna: MER) 3. Participatie en communicatie 4. Projectmanagement Regionale samenwerking Gemeente Barneveld maakt deel uit van de bestuurlijke regio FoodValley en Amersfoort. Een aantal regionale onderwerpen, zoals bijvoorbeeld woningbouw, bereikbaarheid, economische ontwikkeling (incl. toerisme en recreatie, bedrijventerreinen), klimaatadaptatie en energietransitie, en gezonde leefomgeving vraagt om bovenlokale of zelfs (boven)regionale benadering.

In de Omgevingsvisie spelen deze regionale opgaven een rol. Richtingen en beleidskeuzes voor deze opgaven werken door in de Omgevingsvisie. Een Omgevingsvisie komt in nauwe afstemming met de regio/externe overlegpartners tot stand. Het proces De vier sporen hebben interactie met elkaar. Ieder spoor dient gericht te worden op de andere. Voor voortgang en tempo werken we met mijlpalen. Deze mijlpalen bestaan uit zowel momenten (bijvoorbeeld vaststelling ontwerp Omgevingsvisie) als resultaten/producten (bijvoorbeeld afronding potloodschets). Het navolgende verbeeldt schematisch de procesgang met daarin de verschillende onderdelen. Een uitvergrote versie is opgenomen in het Plan van aanpak.

Stap 1 t/m 5: afgerond. • Stap 1: Vaststellen Vertrekpuntennotitie (december 2020). • Stap 2: Opdrachtverstrekking stedenbouwkundig bureau (maart 2021) • Stap 3: Beleidsinventarisatie (maart - juni 2021), een ronde van 32 gesprekken met 37 collega’s van 5 afdelingen over ambities, opgaves, trends en de positie van Barneveld op de verschillende beleidsvelden. De uitkomsten van deze inventarisatie vormen een bouwsteen voor de Omgevingsvisie. • Stap 4: vaststellen Hoofdlijnennotitie Koers Barneveld 2040 (juli 2020) • Stap 5: Interne werksessies:. Dit zoveel mogelijk gebiedsgericht, zodat ook eventuele knelpunten inzichtelijk worden.

Stap 5: Interne werksessies (lopend vanaf juni 2021) Met collega’s wordt gewerkt aan het in beeld brengen van de ruimteclaims van de verschillende beleidsopgaves. Er wordt extra ingezet om de opgaven gebiedsgericht te gaan vertalen en vastleggen op kaartbeelden zodat daarmee gestuurd kan worden op de ruimtelijke scope (geheel gemeente Barneveld) en eventuele knelpunten inzichtelijk gemaakt worden. Stap 6: Naar Buiten toe (oktober/ november 2021) In deze fase is het participatieproces gestart met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, belangenverenigingen en andere stakeholders. In dialoog met inwoners, ondernemers en stakeholders zijn de beleidsmatige uitgangspunten (o.a. Hoofdlijnennotitie) getoetst, geijkt en verrijkt om wensen, richtingen en opgaven te inventariseren. De dialoog heeft zowel online als offline plaats gevonden. Doel is een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Speciale aandacht gaat in deze fase uit naar het betrekken van de jeugd en jongeren. Deze fase wordt nog afgerond met een notitie opbrengsten 1ste Participatieronde. Stap 7: Opstellen Potloodschets, ‘beeld van de toekomst’ (Q1 2022) In deze fase vindt de vertaling plaats van de input van de analyse van de trends, ontwikkelingen en opgaven (en koppelkansen), de gewenste ontwikkelrichting en opbrengsten 1ste participatieronde naar een integrale visie op hoofdlijnen.

Daarbij worden de dilemma’s (o.a. uit de Notitie Reikwijdte en Detailniveau) en te maken beleidskeuzes uitgelicht en voorgelegd aan het college, commissie en raad (‘oude’ gemeenteraad). Stap 8: Doorvertaling ontwerp Omgevingsvisie en ontwerp M.E.R. (Q2 2022 – Q1 2023 In deze fase worden de keuzes uit het college, commissie en raad door vertaald naar een ontwerp Omgevingsvisie en ontwerp M.E.R. Stap 9:2e Participatieronde.(Q2 2022) De keuzes uit stap 8 wordt extern gecommuniceerd en in dialoog besproken met belanghebbenden door middel van informatiebijeenkomsten. Daarnaast wordt er met de ‘nieuwe’ raad een inhoudelijke sessie gepland. Stap 10: Terinzagelegging (Q2/ Q3 2023) In deze fase worden de ontwerp Omgevingsvisie en ontwerp M.E.R. ter inzage gelegd. Na de periode van terinzagelegging worden eventuele zienswijzen verwerkt. Stap 11: Procesbeschrijving monitoring i.r.t. gebiedsgericht werken en dorpenbeleid (Q2 2023) De visie gaat een uitnodigend en toegankelijk toetsingskader vormen voor nieuwe initiatieven waarbij participatie en gebiedsgerichtheid belangrijke onderdelen vormen. De visie zal daarom in samenhang met het gebiedsgericht werken en het dorpenbeleid elke vier jaar worden gemonitord. Stap 12: Vaststellen Omgevingsvisie.(Q3/ Q4 2023) Deze fase eindigt met een besluit door de raad tot vaststelling van de Omgevingsvisie.

Vervolg In de raadswerkgroep van 15 november jongsleden is afgesproken om u via een online nieuwsbrief op de hoogte te houden. De eerst volgende raadswerkgroep bijeenkomst is 10 januari 2022. Hierin worden de uitkomsten uit de eerste participatieronde gedeeld en de eerste ontwikkelingen en opgaven op kaart.

Bestuurlijk opdrachtgever: Bennie Wijnne

Omgevingsvisie Plan van aanpak

Ambtelijk opdrachtgever: Ruud Schouwaert Projectleider: Paula Valkier

204

HOE ZIET BARNEVELD ER IN

UIT?

● Versie (datum): 14-12-2021 ● Status projectplan: definitief college 14-12-2021 ● Voorbereidingsgroep: 24-09-2021 ● MT: 04-11-2021

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Wat willen we bereiken met de Omgevingsvisie?

4

2. 1 DOEL EN RESULTAAT 4 2. 2 BOUWSTENEN EN KADERS 5 3. Aanpak, rolverdeling en planning 6 3.1 AANPAK 6 3.2 ROLVERDELING 7 3.3 BESLISMOMENTEN EN PLANNING: 8 4. Projectbeheersing (via systematiek Grotik) 9 4.1 TIJD 9 4.2 KWALITEIT 9 4.3 ORGANISATIE 10 4.4 GELD 12 4.5 INFORMATIE & COMMUNICATIE 12 5. Risicobeheersing

13

Bijlage A: Overzicht (beleids)documenten

14

Bijlage B: Planning op Hoofdlijnen

15

Bijlage C: Communicatieplan

16

1

INLEIDING Op 15 december 2020 heeft het college van Burgemeester en Wethouders ingestemd met de projectopdracht voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 18 maart 2021 de Vertrekpuntennotitie Omgevingsvisie Barneveld (hierna: Vertrekpuntennotitie) vastgesteld. Een Plan van Aanpak wordt opgesteld zodat er een helder uitvoeringsplan ligt voor het opstellen van de Omgevingsvisie Barneveld. In dit plan van aanpak wordt aangegeven hoe we de Omgevingsvisie gaan opstellen. Daarbij besteden we aandacht aan: • de definitie van de Omgevingsvisie voor gemeente Barneveld; • de verschillende processtappen om te komen tot een Omgevingsvisie; • de organisatie van de participatie op hoofdlijnen (wordt uitgewerkt in het participatie- en communicatieplan); • de financiën en organisatie; • de planning.

3

2

WAT WILLEN WE BEREIKEN MET DE OMGEVINGSVISIE? 2.1 DOEL EN RESULTAAT Het hoofddoel van de Omgevingsvisie is te zorgen voor samenhang in beleid voor de fysieke leefomgeving. Het vormt daarmee de gemeentelijke, strategische koers voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving voor de lange termijn (2040), maar met mogelijkheid voor tussentijdse actualisatie. Het is daarmee een dynamisch beleidsdocument . Het is één integrale visie voor de fysieke leefomgeving met beleidskeuzes op hoofdlijnen, met name in de vorm van doelen en ambities. De Omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, duurzaamheid, gezondheid, veiligheid, natuur, landschap, verkeer en vervoer en cultureel erfgoed. Voor een goede inbreng op al deze aspecten wordt afstemming gezocht met alle betrokken afdelingen, nadrukkelijk ook met het Sociaal Domein, zoals beschreven in de Vertrekpuntennotitie. De Omgevingsvisie vormt de inhoudelijke basis voor de nog op te stellen Omgevingsprogramma’s, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunningen. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De uitwerking van de Omgevingsprogramma’s bij het college van B&W. Doel van de Omgevingsvisie Barneveld: Met de Omgevingsvisie willen we een aantal doelen bereiken en stelt een aantal voorwaarden aan de inhoud, vorm en het proces.

Inhoudelijk, de Omgevingsvisie: • Is één integrale visie voor het gehele grondgebied van Barneveld door het verbinden van opgaven en het creëren van samenhang in beleid. Onze huidige beleidsnota’s vormen belangrijke bouwstenen of gaan op in de visie; • beschrijft een heldere ambitie en verbindende kernopgaven; • is de basis voor uitvoerings- en omgevingsprogramma’s, omgevingsplannen en andere besluiten voor de fysieke leefomgeving; • maakt duidelijke keuzes over de gewenste omgevingskwaliteit; • werkt met doelstellingen in plaats van regels. Vorm, de Omgevingsvisie is: • Overzichtelijk en digitaal toegankelijk voor alle burgers en partijen in Barneveld; • Gebiedsgericht en geeft per deelgebied heldere en richtinggevende uitspraken.

Het proces: • biedt vanuit haar integraliteit en (lange) termijn een kader waaraan de positie van Barneveld in de regio kan worden bepaald; • maakt strijdigheden of koppelkansen zichtbaar, met als streven hiermee een samenhangende, duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving te bevorderen; • maakt het via participatie mogelijk om samen met onze inwoners, ondernemers en partners aan de slag te gaan met de inhoudelijke ontwikkeling van hun gebied; • is uitnodigend voor onze inwoners, ondernemers en partners en is duidelijk over de inzet en rolinvulling(en) van de gemeente (maakt keuzes en geeft duidelijkheid); • wordt zodanig opgezet dat we de visie integreren in onze beleidscyclus; • geeft de onderbouwing voor inzet van juridische, financiële of andere instrumenten ter realisering van de opgenomen doelen (capaciteit en financiën); • draagt bij aan een aanpassing van de werkwijze van de interne organisatie (gebiedsgericht werken en gebiedstafels). 4

2

Het resultaat van de Omgevingsvisie is: Een gedragen integrale visie met duidelijke kaderstelling en heldere en zorgvuldige formulering van de doelen op de ontwikkeling van het grondgebied van Barneveld op lange termijn, waarin belangen zijn afgewogen en de meest wenselijke ontwikkeling is verbeeld en verwoord. De reikwijdte van de Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie kiezen we voor een gebiedsgerichte benadering. Wij onderscheiden daarin de volgende tien samenhangende deelgebieden: Barneveld, Voorthuizen, Zwartebroek/ Terschuur, De Glind (inclusief buitengebied Achterveld), Kootwijkerbroek, Stroe, Kootwijk, Garderen, Harselaar Zuid en Buitengebied. De Omgevingsvisie gaat over onze eigen gemeente, maar Barneveld is ook onderdeel van regionale netwerken en maakt regionale afspraken in Foodvalley verband en in de Regio Amersfoort. Gedacht kan worden aan de afspraken omtrent verstedelijking, maar ook omtrent wonen, bedrijvigheid, mobiliteit en energietransitie. Omdat de gemeentelijke afwegingsruimte groter wordt onder de Omgevingswet, verwachten we dat het belang van afstemming tussen gemeenten ook groter wordt. Daarom kijken we nadrukkelijk naar de doelen, ambities en opgaven van omliggende gemeenten om daarin afstemming te zoeken en daar waar nodig elkaar te versterken. Ook sluiten we aan op doelen en ambities van onze bestuurlijke partners waterschap en provincie.

Daarbij gaat het primair om de Blauwe Omgevingsvisie (waterschap) en de Provinciale Omgevingsvisie. 2.2 Bouwstenen en kaders Voor de Omgevingsvisie beginnen we niet met een blanco vel. Er is al veel vastgelegd waar we gebruik van maken. In bijlage A is een overzicht gemaakt van die (beleids)documenten die ten grondslag liggen aan de Omgevingsvisie. Actualisatie van deze beleidsdocumenten dienen als bouwsteen voor de Omgevingsvisie vastgesteld te worden.

5

3

AANPAK, ROLVERDELING EN PLANNING 3.1 AANPAK Het maken van een Omgevingsvisie kan worden gezien als een omvangrijk beleidsontwikkelproces. Zeker een Omgevingsvisie, waarbij al in de geest van de aanstaande Omgevingswet wordt gewerkt omvat veel. Daarbij moeten we uitgaan van verwachtingen in betrokkenheid van samenleving, bestuur (College) en politiek (Raad) in de ontwikkeling. Tevens speelt de opgave om de interne organisatie goed aan te haken. Niet alleen wordt bestaand beleid verweven in de visie, ook maken we samen nieuwe beleidskeuzes, zowel thematisch als gebiedsgericht. Dit betekent dat in het proces voldoende tijd en aandacht moet zijn voor deze betrokkenheid én dat het proces goed beheerst moet worden, aangezien tijd, capaciteit en geld ‘slechts’ in zekere mate voorhanden zijn. Er wordt namelijk aan veel opgaven gewerkt in Barneveld, de Omgevingsvisie is daar één van. Dat moet efficiënt en doelmatig plaatsvinden. Om te komen tot de Omgevingsvisie willen we werken in vier parallelle sporen: 1. Bestuur en politiek 2. Inhoud (potloodschets/omgevingsvisie en MER) 3. Participatie en communicatie 4. Projectmanagement Deze vier sporen hebben interactie met elkaar. Ieder spoor dient gericht te worden op de andere. Voor voortgang en tempo werken we met mijlpalen.

Deze mijlpalen bestaan uit zowel momenten (bijvoorbeeld vaststelling ontwerp Omgevingsvisie) als resultaten/producten (bijvoorbeeld afronding potloodschets). Het navolgende verbeeldt schematisch de procesgang met daarin de verschillende onderdelen. Een uitvergrote versie is opgenomen in bijlage B.

BIJLAGE B.

PLANNING OP HOOFDLIJNEN

Spoor politiek en bestuur

Spoor inhoud

Vertrekpunten notitie (december 2020)

Deelspoor MER

Spoor participatie & communicatie

Spoor project management

Vaststellen ontwerp NRD Q3 20121

Besluit college/raad

Hoofdlijnen notitie (juli 2021)

Vaststellen NRD Q4 2021

Inhoudelijke sessie College / Commissie / Raad

Potloodschets Q3 2021 – Q1 2022

Beleidsinventarisatie

Notitie afweging MER

Ontwerp NRD (Q3 2021)

Interne voorbereiding

Inspraak NRD

Definitieve NRD

Vaststellen Ontwerp (college) Q1 2023

Inhoudelijke sessie College / Commissie / Raad

Ontwerp Omgevingsvisie Barneveld Q2 2022 - Q1 2023

Inspraak Ontwerp Omgevingsvisie Barneveld Q2/Q3 2023

Ontwerp MER

Inspraak Ontwerp MER / Advies Cie MER

Aanbesteden MER

1e ronde in gebieden

2e ronde in gebieden

Gesprekken stakeholders

Gesprekken stakeholders

Algemene communicatie

Plan van aanpak

Vaststellen Omgevingsvisie (Raad) Q4 2023

Algemene communicatie

Omgevingsvisie Barneveld Q3/Q4 2023

Zienswijzen & verdiepende gesprekken Algemene communicatie

Beheersing en verantwoording Afstemming gemeentelijke jaarcyclus begroten, verantwoorden, bijstellen

Via het inhoudelijk spoor en het spoor participatie en communicatie ontstaan de resultaten in de vorm van (tussen) producten, met als meest belangrijke natuurlijk de uiteindelijke Omgevingsvisie. De resultaten in (digitaal) product vorm zijn: Omgevingsvisie: • Vertrekpuntennotitie (reeds afgerond) • Hoofdlijnennotitie (reeds afgerond) • Beleidsinventarisatie (reeds afgerond) 6

3

Potloodschets • Ontwerp Omgevingsvisie • Zienswijzennota • Definitieve Omgevingsvisie • Nota intrekken beleid MilieuEffectRapportage: • Notitie Reikwijdte en Detailniveau • Milieu Effectrapportage • Advies Cie MER Participatie en communicatie: • Communicatie aanpak (reeds afgerond) • Actieplan Participatie (reeds afgerond) • Participatieverslagen • Digitaal platform (Buurbook) • Posters, flyers, brieven • Online campagne • Film De mijlpalen op het spoor projectmanagement zijn vooral gericht op het tijdig aanhaken van het College en Raad inclusief de besluitvorming en de daaraan verbonden voortgang van werkzaamheden in de projectorganisatie. Daarnaast is er aandacht voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zodra de ‘nieuwe’ raad is benoemd vindt er een afstemmingsmoment plaats om de potloodschets dan wel het ontwerp Omgevingsvisie te bespreken. In de tijd zijn de formele stappen: • Vaststellen Vertrekpuntennotitie (Raad, 18 maart 2021) • Vaststellen Hoofdlijnennotitie (Raad, 7 juli 2021) • Vaststellen ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) (College) • Vaststellen NRD definitief (College) • Vaststellen ontwerp MER (College) • Vaststellen ontwerp Omgevingsvisie (College) • Vaststellen definitieve Omgevingsvisie en MER (Raad) In maart 2021 is de eerste mijlpaal bereikt, namelijk de vaststelling van de Vertrekpuntennotitie.

Vervolgens zijn– aan de hand van een aantal ontwikkelscenario’s en ter voorbereiding op het opstellen van de Omgevingsvisie Barneveld – nagedacht over de toekomstige ontwikkeling. Dat heeft geleid tot een zevental uitgangspunten in een Hoofdlijnennotitie dat op 7 juli 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze kaders worden voorgelegd aan de samenleving. 3.2 ROLVERDELING Het maken van de Omgevingsvisie is een coproductie tussen gemeentelijke inzet en inzet van een extern bureau. Ieder spoor krijgt een trekker/ coördinator vanuit de interne organisatie en deze wordt gekoppeld aan een partner vanuit het externe bureau. Door de inhoud uit de organisatie te halen zorgen we ervoor dat het eindproduct voldoende draagvlak krijgt en dat het uiteindelijk een werkbaar document wordt. Vanwege de reeds ervaringen rondom het opstellen van een Omgevingsvisie hebben we een extern bureau gekoppeld om hun kennis vroegtijdig mee te nemen in het proces. In samenwerking met het bureau zijn er drie actieplannen opgesteld voor de sporen Inhoud, Participatie en MER welke leiden tot een detaillering van activiteiten en werkzaamheden met detailplanning. 7

3

De volgende actieplannen zijn momenteel aan dit plan van aanpak (peilmoment augustus 2021) verbonden: -Actieplan Potloodschets -Actieplan Participatie -Actieplan Nota Reikwijdte en detail De actieplannen zijn de basis voor het maken van formele afspraken over de inzet van het bureau en in relatie daarmee de inzet vanuit de gemeente Barneveld. Het bureau is in de basis ondersteunend op het proces en meewerkend op de inhoud. Dat betekent o.a. het uitwerken van de potloodschets en Omgevingsvisie in kaartmateriaal en tekst. De gemeente levert hiervoor de inhoud naar aanleiding van de beleidsinventarisatie en participatie. 3.3 Beslismomenten en planning: zie voorgaand. Het is belangrijk de governance in het licht van de organisatie goed te beschrijven: wie besluit waarover, op de niveaus: ambtelijk/college/raad.

8

4

PROJECTBEHEERSING (VIA SYSTEMATIEK GROTIK) 4.1 Tijd Voor de grove opzet van de planning wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Gedurende het project wordt de voortgang door de procesmanager gemonitord aan de hand van de mijlpalen. 4.2 Kwaliteit De kwaliteit van de Omgevingsvisie wordt geborgd door een aantal maatregelen: 1. We werken vanuit het afsprakenkader van opdracht en vertrekpuntennotitie. Indien het noodzakelijk is daarvan af te wijken vindt dat plaats in overleg met ambtelijk opdrachtgever, college en indien nodig gemeenteraad. 2. Het instrument MER wordt ingezet om de inhoudelijke kwaliteit van de visie te borgen. De MER ondersteunt het besluitvormingsproces van college en raad. Onderdeel van de MER is passend toetsingskader. Daarbij kan worden aangesloten op de methodiek zoals de VNG die voorstelt (zie onderstaand figuur)

3. We benutten de gemeentelijke ruimtelijke basisinformatie voor staand en te handhaven beleid. Dat brengen we samen in de visiekaarten en thematische raamwerken in de visie. We werken in de basis met ARCGIS. Dit biedt de meest passende mogelijkheid om de uiteindelijk vertaling te kunnen gaan maken naar het DSO Omgevingswet. De vereisten van het DSO zijn momenteel onvoldoende uitgewerkt om daar een passende invulling aan de te geven. 4. De kwaliteit van de participatie is naar verwachting onderwerp van gesprek in 9

4

college, raad en in de samenleving. We volgen het gemeentelijke beleid aangaande participatie en werken volgens het kader zoals meegegeven in de Vertrekpunten notitie. 5. Waar mogelijk leren van voorbeelden van andere gemeenten voor de opzet en het ontwerp van de Omgevingsvisie. We vinden daarmee het wiel niet opnieuw uit. Bij passende voorbeelden leggen we contact met betreffende gemeenten 6. De werkwijze in sporen en opeenvolging van producten biedt de mogelijkheid tot leren: wat is effectief, wat niet. Dat vergroot de kwaliteit van het ontwikkelproces. Dit wordt na elk processtap besproken in het Visieteam. 7. Toetsing in de interne organisatie van de gemeente (management, werkvloer) moet leiden tot draagvlak voor en acceptatie van het uiteindelijke resultaat. De kwalitatieve waarde van de visie willen we daarmee borgen. We zetten daarvoor passende middelen in (presentaties, representatie in werksessies, review en feedbackronden) 4.3 Organisatie Een integrale aanpak van de Omgevingsvisie vraagt veel inzet van verschillende eenheden in de organisatie. Voor het participatietraject en het opstellen van de Omgevingsvisie ligt het zwaartepunt van de benodigde uren bij Ruimtelijke ontwikkeling, Communicatie en Participatie. Tegelijk is continue bijdrage vereist van Sociaal Domein, Vastgoed & Infrastructuur en Bestuur & Dienstverlening.

Om het proces te sturen is er een werkorganisatie gemaakt. Deze organisatie sluit aan op die van de Omgevingswet. Organisatorisch wordt gekozen voor een model zonder uitgebreide structuren, waarin we snel kunnen schakelen en waarin we de juiste verbanden kunnen leggen. Alle overleggen hebben een doelgericht karakter. Plichtmatig overleg wordt zoveel mogelijk vermeden.

10

4

Spoor Politiek en Bestuur: Overleg: Doel: Deelnemers: Frequentie:

Voorbereidingsgroep Inhoudelijke terugkoppeling tussen de 7 projecten van de Omgevingswet en toetsing op producten die voor besluitvorming worden aangeboden aan College en/of de gemeenteraad. Beide betrokken portefeuillehouders, directeur Ruimtelijke ontwikkeling, ambtelijk opdrachtgever, afdelingshoofden Ruimtelijke Ontwikkeling en Bestuur & Dienstverlening, alsmede de projectleider Omgevingswet. Daarnaast sluiten op afroep de projectleiders van de 7 projecten aan. 1 x per 6 wkn (1,5 uur)

Spoor Inhoud: Overleg: Doel: Deelnemers: Frequentie:

Werkgroep Omgevingsvisie (potloodschets) De werkgroep is inhoudelijk integraal verantwoordelijk voor het opstellen van potloodschets, ontwerp-Omgevingsvisie en Omgevingsvisie. zie bijlage D 1 x per 4 wkn (1,5 uur)

Overleg: Doel: Deelnemers: Frequentie:

Werkgroep MER De werkgroep is inhoudelijk integraal verantwoordelijk voor het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detail en de Milieueffectrapportage of de Omgevingseffectrapportage. zie bijlage D 1 x per 3 wkn (1 uur)

Spoor Participatie en communicatie: Overleg: Doel: Deelnemers: Frequentie:

Werkgroep Participatie en communicatie De werkgroep is inhoudelijk integraal verantwoordelijk voor de organisatie van de eerste en tweede participatie ronde, de communicatie in de interne organisatie en communicatie met externen (na afstemming met procesmanager). zie bijlage D 1 x per 4 wkn (1 uur)

Spoor Projectmanagement: Overleg: Doel: Deelnemers: Frequentie:

Voortgangsoverleg Terugkoppeling tussen bestuurlijk en ambtelijk niveau over de voortgang van het project (inhoudelijk en procesmatig). Planning, budget en kwaliteit i.r.t de projectopdracht, vormen de hoofdagendapunten. Verantwoordelijk wethouder Bennie Wijnne, ambtelijk opdrachtgever Ruud Schouwaert, en procesmanager Paula Valkier (verantwoordelijk voor spoor Bestuur en Politiek en Projectmanagement) 1 x per 4 wkn (1 uur)

Overleg: Visieteam Doel: Afstemming tussen alle coördinatoren over de voortgang van hun sporen, tijdig signaleren van knelpunten in planning, budget of kwaliteit. Deelnemers: Procesmanager Paula Valkier, coördinator Alfred Gijlers, coördinator Martine Tekelenburg, coördinator Peter Hermens en ondersteuner Chantal Borgers. Om de 4 weken haken ook de sparringpartners van AT Osborne en Pouderoyen aan. Frequentie: 1 x per 2 wkn (1 uur) 11

4

Overleg: Doel: Deelnemers: Frequentie:

Kernteam Omgevingswet Afstemming tussen 7 projecten van de Omgevingswet en worden de verschillende documenten die voor besluitvorming bestemd zijn voorbereid. Vanuit de Omgevingsvisie bezien is dit overleg bedoeld voor afstemming en een goede inhoudelijke afstemming en inbedding van de Omgevingsvisie in het implementatieproces van de Omgevingswet. De projectleider van de Omgevingswet en de projectleiders van de 7 projecten van de Omgevingswet. 1 x per 4 wkn (1,5 uur)

4.4 Geld Vanuit de Programmabegroting 2020 is voor het opstellen van de Omgevingsvisie een budget beschikbaar van € 100.000,-, in de vorm van een beleidstoevoeging. Dit budget was oorspronkelijk bedoeld voor een update van de Strategische Visie. Er is voorgesteld dit budget in te zetten om te kunnen starten met het opstellen van de Omgevingsvisie. Een bedrag van € 100.000,-- is niet voldoende voor het opstellen van de Omgevingsvisie. In het Koersdocument Implementatie Omgevingswet is een financiële paragraaf opgenomen (zie afbeelding hieronder). Daarin worden alle kosten voor de implementatie van de Omgevingswet opnieuw geraamd, waaronder de resterende kosten voor het maken van de Omgevingsvisie. Voor de Omgevingsvisie is een bedrag beschikbaar van in totaal € 645.700. De middelen zijn in te zetten in de jaren 2021, 2022 en 2023.

4.5 Informatie & communicatie Informatiebeheer en –opslag vindt plaats op één centrale plaats die voor alle interne projectmedewerkers is ontsloten en actueel is voor wat betreft definitieve, vastgestelde stukken en bespreekstukken. Er is een map aangemaakt op de P-schijf P: P:\Ruimtelijke ordening\ Omgevingsvisie overall. Er sprake is van één aanspreekpunt op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau. Besluitvormende stukken worden opgeslagen in ibabs net als de verslaglegging van de informele raadswerkgroepen. Aanvullend op dit plan van aanpak is een communicatieplan geschreven welke als bijlage C is toegevoegd. 12

RISICOBEHEERSING Om de risico’s voor het project te beheersen, worden deze inzichtelijk gemaakt worden. Dit inzichtelijk maken van de risico's wordt gedaan door het opstellen van een risicoanalyse. In deze analyse wordt naast het benoemen van de risico's ook aangegeven wat de kans van optreden is, en wat het gevolg is als dat risico daadwerkelijk optreedt. Door zowel de kans (%) als het gevolg (in geld, tijd, en imago) inzichtelijk te maken, worden de risico's gecategoriseerd en beheersmaatregelen geformuleerd. RISICODOSSIER Initiële risicoscore

Beheersmaatregelen Actiehouder Status Opmerkingen

Mede i.h.k.v. nieuwe regeerakkoord kon de Vertraging, kapitaalvernietiging ontwerpomgevingswet een koerswijziging opleveren voor de rol van de omgevingsvisie. Vertrek van personeel, onvoldoende sturing op Vertraging, kwaliteitsverlies, capaciteit, onvoldoende capaciteit beschikbaar ziekteverzuim, onvoldoende door grote werklast in ambtelijke organisatie interne borging en draagvlak

1

1

3

1

5

Monitoring van beleidsmatige (en politieke) ontwikkelingen op rijksniveau.

2

2

2

2

12

Afspraken maken bij PvA. Aanhouden financiele Projectleiding reserve voor extra inhuur.

Ambities van gemeente Barneveld zijn hoog. Ambtelijke capaciteit is beperkt.

Budgetoverschrijdingen door meerwerk/hogere kosten

Nieuwe vraagstukken, extra werk uit participatietrajecten, ontbreken van data

Extra inhuur, extra onderzoek etc.

3

2

2

2

18

Goede monitoring. Aanhouden financiele reserve.

Projectleiding

Traject is inhoudelijk ongewis.

Fusie perikelen

Fusie tussen gemeenten Barneveld en Scherpenzeel leidt tot wijziging van opdracht. Beoogde fusie is 1-1-2023 Behoefte aan zekerheid waar bestaand of nieuw beleid landt, en omgevingsplan er nog niet is

Vertraging. Mogelijk ook politieke koerswijziging en/of meningsverschillen Te grote werklast, discussie op details en niet over hoofdlijn en doorslaggevende ruimtelijke keuzes langdurig proces, ontwikkeling verloopt met horten en stoten

3

2

3

3

24

Projectleiding

Gemeente Scherpenzeel beschikt al over OGV.

2

3

3

3

18

Alternatieve planning opstellen. Na fusiebesluit direct nut en noodzaak van alternatieve aanpak verkennen. Visieteam bewaakt uitgangspunten, Voorbereidingsgroep bewaakt abstractie (tussen) producten

2

2

3

2

14

Wetswijzigingen Personele capaciteitstekorten

Visie krijgt te veel detail

Lange procesgang college en raad

Raad onvoldoende meegenomen in ontwikkeling visie (managen verwachting)

Patstelling inhoudelijke ontwikkeling

Deelnemers in ontwikkelproces gaan voor 'eigen' zaak. Onduidelijk rijksbeleid, gebrek aan poltieke keuze.

Onduidelijkheid over toekomst landbouw

Visie is onduidelijk in keuzes, pakt Maatschappelijke weerstand leidt tot (in) opgaven niet aan met heldere ambities formele bestuurlijke druk, openlijk protest vanuit delen van de samenleving

Inhoudelijke ontwikkeling stokt

1

1

3

2

6

Inhoudelijke ontwikkeling stokt

2

1

3

3

14

Visie wordt een 'lege' huls.

2

1

1

3

10

tijd

imago

0 klassekans 1 2 3

Beheersmaatregel

Risicoscore

Gevolgen

Tijd

Omschrijving risico Oorzaak

Imago

Risico

Geld

#

Kans

5

00 -25% (onwaarschijnlijk) 25 - 50% (er is een reële kans) > 50% (grote kans)

geld

€ 0 - € 100.000 € 100.000 - € 500.000 > € 500.000

< 1 maand 1 maand - 3 maanden > 3 maanden

Klein Middel Groot

13

Projectleiding

Inhoudelijk geen invloed op. Gemeente is volgend.

Ambtelijk opdrachtgever en projectleiding.

uitlijnen procesgang bestuurlijk en politiek Bestuurlijk en trajecten, meenemen raadswerkgroep in proces ambtelijk opdrachtgever en projectleiding Escaleren naar management Projectleiding Escaleren naar management en input omgeving Bestuurlijk en meenemen in proces landbouwperspectief ambtelijk opdrachtgever en projectleiding Zorgvuldige en intensieve invulling participatie. Bestuurlijk en Goed verwachtingsmanagement (politiek en ambtelijk opdrachtgever en extern) projectleiding

De toekomst van de landbouw is een wezenlijk onderdeel van de omgevingsvisie.

BIJLAGE A: OVERZICHT (BELEIDS)DOCUMENTEN

14

BIJLAGE B: PLANNING OP HOOFDLIJNEN

15

BIJLAGE C: COMMUNICATIEPLAN

16

BIJLAGE A.

OVERZICHT (BELEIDS)DOCUMENTEN

1. Strategische Visie 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’. De bepaald mede op hoofdlijnen de koers voor de inhoud van de Omgevingsvisie. Een koerswijziging kan aan de orde zijn indien de doorkijk naar 2040 leidt tot andere inzichten. 2. Sociaal Beleidsplan ‘Mensen Voorop’: de volgende kernwaarden als uitgangspunt:  Voor iedereen zijn er - dichtbij en toegankelijk - aantrekkelijke plekken  De leefomgeving is beweegvriendelijk en draagt bij aan een gezond gewicht  Wonen en druk verkeer zijn gescheiden  Functies (wonen, werken, voorzieningen) zijn goed gemengd, overlast gevende bedrijven staan op afstand  Actief vervoer (lopen en fietsen) is in beleid, ontwerp en gebruik de standaard  Tussen kernen zijn goede (e-)fietsverbindingen en OV-verbindingen  Er zijn voldoende betaalbare levensloopgeschikte woningen 3. Hoofdlijnennotitie: koersbepaling op hoofdlijnen t.a.v. mate van groei, werken, mobiliteit etc., waarbij die koers moet worden gezien als de (voorlopige) voorkeurrichting van de raad voor de ontwikkeling van de gemeente Barneveld. 4. Notitie Vertrekpunten Omgevingsvisie: nieuwe opgaven, uitgangspunten en richtingen voor de Omgevingsvisie. 5. Structuurvisies “Kernen Barneveld 2022” en “Buitengebied Barneveld 2011”: de Omgevingsvisie gaat de structuurvisies vervangen. 6. Dorpsplannen: de meeste dorpen hebben een dorpsplan of dorpsvisie.

Ze variëren van al wat ouder (2012 tot recent 2018) en anderen zijn bijna gereed (Garderen) of worden weer herzien (Kootwijkerbroek). Ook varieert het abstractieniveau waarin doelen en ambities zijn beschreven. Belangrijk is dat we in gesprek gaan met vertegenwoordigers van de verschillende dorpsbelangengroepen. We zullen per dorp bezien in hoeverre de door hen opgestelde dorpsvisie of dorpsplan input kan zijn voor de omgevingsvisie. Zo nodig worden onderwerpen opgepakt en meegenomen in het proces van de omgevingsvisie. 7. De omgevingsvisie Barneveld Centrum: deze visie beslaat het centrum van Barneveld. De omliggende wijken zijn dus geen onderdeel van de centrumvisie. Daarmee kan de centrumvisie dus niet dienen als integraal deelplan dat zo kan worden overgenomen. Wel zijn de meest heikele kwesties onderdeel van de centrumvisie. De centrumvisie is input zijn voor de omgevingsvisie. Ten aanzien van de omliggende wijken kunnen we putten uit andere beleidsplannen (ten aanzien van voorzieningen in de woonwijken, verkeer en dergelijke). 8. Overig lokaal beleid van belang voor de Omgevingsvisie. Het betreft hier veelal sectoraal beleid, die in meer of mindere mate een (potentiële) fysiek ruimtelijke component bevat.

Behalve de geijkte onderwerpen die ook al zijn opgenomen in de bestaande structuurvisies, gaat het ook om beleid omtrent bijvoorbeeld thema’s als gezondheid en veiligheid. 9. Coalitieakkoord periode 2018 – 2022: o Verbonden – op weg naar een inclusieve samenleving waar iedereen zich thuis voelt. o Duurzaam – Verantwoordelijkheid nemen op het gebied van duurzaamheid en energie o Dynamisch – Rol gemeentelijke overheid en hoe deze zich over de tijd aanpast. Ook wil het College actief inzetten op burgerparticipatie. Het actief betrekken van inwoners, organisaties en ondernemers en communicatie krijgen deze bestuursperiode nadrukkelijker aandacht. 10. Regionale Visies: in regio wordt gewerkt aan drie documenten: Het Ontwikkelbeeld 2030-2040 (regio Amersfoort), de verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley en de Regionale Ruimtelijke Verkenning (regio Foodvalley). Deze documenten leiden tot een set van

ruimtelijke principes die gemeentelijk doorvertaald moeten worden in ondermeer de Omgevingsvisie (kaderstellend). 11. Nationale Omgevingsvisie, Blauwe Omgevingsvisie, Provinciale Omgevingsvisie met bijbehorende omgevingsverordening. NB: de provinciale Omgevingsverordening wordt op dit moment geheel herschreven en Omgevingswetproof gemaakt. Getrapt (via de regio) hebben we daarop ook invloed.

BIJLAGE B.

PLANNING OP HOOFDLIJNEN

Spoor politiek en bestuur

Spoor inhoud

Vertrekpunten notitie (december 2020)

Deelspoor MER

Spoor participatie & communicatie

Vaststellen ontwerp NRD Q3 20121

Besluit college/raad

Hoofdlijnen notitie (juli 2021)

Vaststellen NRD Q4 2021

Beleidsinventarisatie

Notitie afweging MER

Ontwerp NRD (Q3 2021)

Interne voorbereiding

Plan van aanpak

Inspraak NRD

Definitieve NRD

Vaststellen Ontwerp (college) Q1 2023

Inhoudelijke sessie College / Commissie / Raad

Potloodschets Q3 2021 – Q1 2022

Algemene communicatie

Spoor project management

Inhoudelijke sessie College / Commissie / Raad

Vaststellen Omgevingsvisie (Raad) Q4 2023

Ontwerp Omgevingsvisie Barneveld Q2 2022 - Q1 2023

Inspraak Ontwerp Omgevingsvisie Barneveld Q2/Q3 2023

Ontwerp MER

Inspraak Ontwerp MER / Advies Cie MER

Aanbesteden MER

1e ronde in gebieden

2e ronde in gebieden

Gesprekken stakeholders

Gesprekken stakeholders Algemene communicatie

Beheersing en verantwoording Afstemming gemeentelijke jaarcyclus begroten, verantwoorden, bijstellen

Omgevingsvisie Barneveld Q3/Q4 2023

Zienswijzen & verdiepende gesprekken Algemene communicatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=6f1d9084-7c88-4b99-8d40-2199ebd6ae91