CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.8 Besluit B&W inzake Nota Bovenwijkse Investeringen 2023 d.d. 28-3-23.pdf

Gemeenteraad 26 april 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken15.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

-1Organisatieonderdeel: Leefomgeving Behandelaar: M. Seijdell Telefoonnummer: 06-29 76 71 52 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. 2711 Barneveld, 23 maart 2023 Portefeuillehouder: B. Wijnne Op overzicht Bestaand beleid (website)

Nota Bovenwijkse Investeringen 2023 (NBI 2023)

Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met de Nota Bovenwijkse Investeringen 2023 (NBI 2023) 2. Dit besluit en de NBI 2023 ter kennisname (via rubriek B) aan te bieden aan de raad

1. Inleiding Voorliggende Nota Bovenwijkse Investeringen 2023 (NBI 2023) betreft een technische actualisatie van de NBI 2021. De NBI wordt, conform raadsbesluit 19-59 (d.d. 10 juli 2019), jaarlijks geactualiseerd, de actualisatie is dit jaar wat verlaat omdat de aansluiting gezocht is bij de nieuwe marktcijfers voor werken. De actualisatie ziet op de nacalculatie en het herijken van de raming van kosten naar een nieuw prijspeil en waar nodig de bijstelling van de planning van werken, werkzaamheden en maatregelen van de bovenwijkse investeringen. Er zijn geen beleidstoevoegingen en/of -wijzigingen. Wel zijn er twee reeds vastgestelde raadsvoorstellen, Financiering fiets- en voetpad Bloemendal – nr.: 2219 en Financiering fiets-/voetgangersbrug Kromme Akker Zuid Voorthuizen – nr.: 2420, verwerkt in het NBI 2023. Verder zijn de prijzen uit de directieraming voor Oostbroek opgenomen in het NBI 2023.

2. Beoogd effect a) Meetbaar effect a. Toepassing geven aan de wettelijke mogelijkheden voor kostenverhaal van bovenwijkse investeringen; b. Het benoemen en leveren van een actueel overzicht van de bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld en de te verhalen exploitatiebijdrage hier op aan te passen; c. Het vaststellen van een methodiek, gebaseerd op de wettelijke mogelijkheden, om kosten die de gemeente maakt met betrekking tot bovenwijkse investeringen te verhalen op ontwikkelende partijen; d. Inzicht te verschaffen in de bovenwijkse investeringen door de relevante aspecten (voortgang, (restant) kosten, doorlooptijd, etc.) hiervan toe te lichten en op eenduidige wijze hierover te rapporteren, per investering en in samenhang.

b) Maatschappelijk effect N.v.t. 3. Argumenten De opgenomen ‘Bovenwijkse investeringen’ en ‘Ontwikkelingslocaties’ zijn gebaseerd op de Structuurvisie Kernen Barneveld 2022. Met het gebruik van diverse verdeelsleutels geeft de gemeente op objectieve wijze nader invulling om de kosten van bovenwijkse investeringen te verdelen over de in de NBI aangewezen ontwikkelingslocaties. De jaarlijkse evaluatie van de nota zorgt voor een actueel overzicht van de voorgenomen bovenwijkse investeringen, ontwikkelingslocaties, bij de investeringen behorende kosten en de verdeling hiervan. Dit wordt telkens gebaseerd op de dan geldende inzichten ten aanzien van deelplanuitwerkingen, voortgang realisatie, ontwikkeling van kosten en rente etc. Voor zover dit geen aanleiding geeft tot wijzigingen in het gevoerde beleid zal de raad jaarlijks worden geïnformeerd, waarbij de financiële consequenties worden afgestemd met de jaarrekening, kadernota en/of begroting.

-2-

4. Kanttekeningen De effecten van het NBI zijn al deels verwerkt in de eerder gecommuniceerde ‘Raadsmemo marktontwikkelingen op grondexploitaties’ en worden bij de jaarrekening, middels de geactualiseerde grondexploitaties in het MPG, aangeboden aan de raad.

5. Financiën Het NBI heeft als doel het verhalen van de kosten voor gemeentelijke infrastructurele projecten en ziet daarmee op verhalen van kosten bij ontwikkelende partijen en op onze eigen grondposities, doormiddel van een bijdrage uit de grondexploitatie. De kosten nemen door de kostenstijging toe. Door de bijstellingen van de ramingen en het verwerken boekwaarde van de kosten van bovenwijkse investeringen en bijdragen ruimtelijke ontwikkeling in het NBI op te nemen wordt een deel van de hogere kosten voor de infrastructurele projecten doorgelegd naar de ontwikkelende partijen middels de te betalen exploitatiebijdragen. Hierdoor kunnen we de hogere kosten die door de gemeente gemaakt worden ook daadwerkelijk verhalen. De aanvullende bijdragen vanuit de grondexploitaties worden bij de jaarrekening, middels de geactualiseerde grondexploitaties in het MPG, aangeboden voor de raad. In de Raadsmemo marktontwikkelingen op grondexploitaties’ is al deels gerekend met een stijging van de kosten die zijn opgenomen in het NBI.

6. Participatie en communicatie a) Participatie: n.v.t. b) Communicatie: via rubriek B, ter kennisname, naar de raad voor zover de actualisatie niet ziet op beleidswijzigingen (geen wijzigingen in de aangewezen bovenwijkse investeringen en/of verdeelsleutels).

7. Uitvoering Planning: eenmaal per jaar. Evaluatie/controle: jaarlijkse evaluatie en actualisatie. 8. Bijlagen ‘Nota Bovenwijkse Investeringen 2023’. Digitaal beschikbaar (pdf).

Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) 2023 t.b.v. kostenverhaal

Kaftfoto: Aanleg hoofdontsluiting nieuwbouwwijk Bloemendal op Nijkerkerweg (Bron: Obliek)

5. Ruimtelijke ontwikkelingen ............................................................... 27

Inhoudsopgave

5.1 Toelichting........................................................................................ 27 5.2 Harselaar-tunnel .............................................................................. 28 5.3 Esvelderbeekzone........................................................................... 30

1. Doel en reikwijdte ................................................................................. 3

5.4 Randweg West ................................................................................ 32

1.1 Aanleiding en doelstelling ................................................................ 3

5.5 Fiets(snel)paden.............................................................................. 34

1.2 Status en reikwijdte .......................................................................... 3

Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose ....................................... 36

1.3 Aanpak............................................................................................... 4

Bijlage 2 Verdeelsleutel opbrengstpotentie ....................................... 45

1.4 Leeswijzer.......................................................................................... 6

Bijlage 3 Verdeelsleutel woningequivalenten .................................... 47

2. Wettelijk kader....................................................................................... 7

Bijlage 4 Begrippenlijst .......................................................................... 49

2.1 Wet ruimtelijke ordening en grondexploitatie ................................. 7 2.2 Bovenwijkse investeringen............................................................... 7 2.2.1 Bovenwijkse voorzieningen .......................................................... 8 2.2.2 Ruimtelijke ontwikkelingen............................................................ 9 3. Voorfinanciering en kostenverhaal ..................................................10 3.1 Voorfinanciering ...............................................................................10 3.2 Kostenverhaal ..................................................................................10 3.3 Nacalculatie en afrekenen ..............................................................11 4.

Bovenwijkse voorzieningen ..............................................................13 4.1 Toelichting ........................................................................................13 4.2 Harselaar-projecten .........................................................................14 4.2 Thorbeckelaan-Noord......................................................................16 4.8 Voorthuizen-Zuid..............................................................................18 4.9 Bloemendal (Barneveld-Noord) ......................................................20 4.10 Verbindingsweg .............................................................................22 4.11 Oostbroek .......................................................................................24 Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

2

1. Doel en reikwijdte

1. Doel en reikwijdte

1.1 Aanleiding en doelstelling Aanleiding Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) De Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008), met als onderdeel de grondexploitatiewet (afdeling 6.4), biedt de gemeente publiekrechtelijke instrumenten voor kostenverhaal en het stellen van (uitvoeringsgerichte) locatieeisen bij particuliere grondexploitaties (ook bekend als zelfrealisatie). Een van de aspecten die een rol speelt bij het kostenverhaal zijn de ‘bovenwijkse investeringen’, een verzamelterm voor diverse investeringen waar meerdere ontwikkelingslocaties profijt van ondervinden en/of die het algemeen belang dienen waarbij het nut verder gaat dan die ene straat of (nieuwbouw)wijk. Voor Barneveld zijn de volgende bovenwijkse investeringen van belang: A. Bovenwijkse voorzieningen (Bro, artikel 6.2.4, sub e en f); B. Ruimtelijke ontwikkelingen (Wro 6.24 lid 1). De basis van de in de NBI genoemde bovenwijkse investeringen en ontwikkelingslocaties zijn de vastgestelde Structuurvisie Kernen 2022 (december 2011) en de daaropvolgende deeluitwerkingen (masterplannen e.a.). De komende jaren worden de in de structuurvisie aangewezen gronden verder ontwikkeld. De gemeente heeft niet alle gronden in eigendom. Om een integrale ontwikkeling te borgen is voor elk van de plangebieden het voorgenomen programma en de hoofdstructuur van wegen, groen en water vastgelegd.

Aanvragen van derden worden hieraan getoetst. Deze hoofdstructuur betreft bovenwijkse voorzieningen die door de gemeente veelal worden voorgefinancierd, waarna de kosten op een later moment worden verhaald op de betrokken grondexploitanten cq. ontwikkelaars van de deellocaties. Van belang bij het toepassen van de wettelijke mogelijkheden om te komen tot kostenverhaal is dat zowel de relatie tussen de investering en de ontwikkelingslocatie als de hoogte van de exploitatiebijdrage kan worden gemotiveerd. De wet en genoemde begrippen worden in hoofdstuk 2 nader toegelicht. Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

Actualiteit Voorliggende Nota Bovenwijkse Investeringen 2023 (NBI 2023) betreft een actualisatie van de NBI 2021. Deze actualisatie ziet op de nacalculatie en raming van kosten en de beoogde planning van werken, werkzaamheden en maatregelen van de bovenwijkse investeringen. Er zijn geen beleidstoevoegingen en/of -wijzigingen anders dan de twee raadsvoorstellen. De twee reeds vastgestelde raadsvoorstellen zijn: ▪ Financiering fiets- en voetpad Bloemendal – nr.: 2219; ▪ Financiering fiets-/voetgangersbrug Kromme Akker Zuid Voorthuizen – nr.: 2420. Verder zijn de prijzen uit de directieraming voor Oostbroek opgenomen. Doelstellingen De doelstellingen van de NBI zijn: • Toepassing geven aan de wettelijke mogelijkheden voor kostenverhaal van bovenwijkse investeringen; • Het benoemen en leveren van een actueel overzicht van de bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld; • Het vaststellen van een methodiek, gebaseerd op de wettelijke mogelijkheden, om kosten die de gemeente maakt met betrekking tot bovenwijkse investeringen te verhalen op ontwikkelende partijen; • Inzicht te verschaffen in de bovenwijkse investeringen door de relevante aspecten (voortgang, (restant) kosten, doorlooptijd, etc.) hiervan toe te lichten en op eenduidige wijze hierover te rapporteren, per investering en in samenhang.

1.2 Status en reikwijdte De NBI gaat in op alle bekende bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Barneveld. De peildatum van de NBI is 1-1-2023, waarmee de prijspeildatum twee jaren opschuift. Door de marktontwikkelingen zijn de prijzen toegenomen. Gezien het financiële karakter van voorliggende NBI worden de inzichten hiervan meegenomen in de reguliere planning-en-control cyclus (Kadernota, begroting en jaarverslaggeving, waaronder de actualisatie van de meerjarenprognose grondexploitaties (MPG)).

3

1. Doel en reikwijdte Dat wil zeggen dat deze ieder jaar wordt geactualiseerd in de periode rondom de jaarrekening (idealiter gelijktijdig met de jaarrekening of de kadernota). Deze actualisatie ziet op alle aspecten, dus: actualiseren van de gerealiseerde kosten en opbrengsten, kostenramingen, (detail)ontwerpen, kosten-verdeelsleutels, planning en fasering etc. De NBI heeft consequenties voor alle in de nota genoemde ontwikkelingslocaties. Het maakt daarbij niet uit of het om een particuliere dan wel om een door de gemeente geïnitieerde ontwikkeling gaat. Voor zover er wordt voldaan aan de criteria uit de Wro dient een ontwikkelingslocatie in beginsel bij te dragen aan de bekostiging van de in deze NBI benoemde bovenwijkse investeringen. Deze criteria worden in hoofdstuk 2 toegelicht. De laatst vastgestelde NBI vormt de basis voor (i) de door de gemeente op te nemen financiële voorwaarden met betrekking tot de bovenwijkse investeringen in de op dat moment te sluiten overeenkomsten met ontwikkelende partijen en waar mogelijk (ii) voor een exploitatieplan. De regeling Ontwikkeling Fonds Platteland Barneveld, reeds eerder door de raad vastgelegd in een raadsbesluit (raadsvoorstel nr 09-109, vastgesteld d.d. 19 januari 2010), blijft separaat van de NBI van kracht.

Echter, daar waar de NBI van kracht is, geldt niet de regeling Ontwikkeling Fonds Platteland noch het Functieveranderingsbeleid.

1.3 Aanpak Opzet NBI Omwille van de leesbaarheid, mede richting derden en zelfrealiserende partijen, zijn de bovenwijkse voorzieningen per integrale ontwikkelingslocatie behandeld. Daarnaast zijn de gemoeide kosten (investeringen) en te ontvangen opbrengsten (dekking: bestaande uit subsidie, exploitatiebijdrage derden, exploitatiebijdrage gemeente en bijdrage ‘bestaand gebied’) middels kasstromen weergegeven, vergelijkbaar met de wijze waarop de grondexploitaties zijn weergegeven in de meerjarenprognose grondexploitaties (MPG). Een kasstroomoverzicht is een weergave van kosten en opbrengsten per jaar. Bij toepassing van deze methode wordt rekening gehouden met rente Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

en prijsstijgingen gedurende de looptijd van het project. De opgenomen bedragen zijn nominaal bepaald op het huidige prijspeil (1 januari 2023). Werkwijze De stappen die gezet zijn om te komen tot de actualisatie van de bovenwijkse voorzieningen zijn: • Doorlopen traject (proces) om alle projectkenmerken te beoordelen op houdbaarheid en leesbaarheid; • Actualiseren rekenparameters en prijspeil (zie toelichting hieronder); • Verwerken van de gerealiseerde kosten en ontvangen bijdragen (boekwaarden) in de kasstroomoverzichten; • Actualiseren van de fasering in de tijd van de werken en werkzaamheden; • Actualiseren van ramingen van kosten en te ontvangen bijdragen. Per investering is alle input financieel vertaald en zijn de kasstromen van de investeringen opgesteld. Kosten geraamd Voor zover werken, werkzaamheden en maatregelen nog niet zijn gerealiseerd, zijn de kosten hiervan geraamd. De aard van deze kosten sluit aan bij de kostensoorten uit het Bro. De kosten worden geraamd op normatieve bedragen vanuit een planeconomisch prijzenboek en ervaringscijfers. Deze ramingen worden vervangen door een ‘directiebegroting’ zodra deze bekend is of, na oplevering, door de gerealiseerde kosten. De volgende kostensoorten zijn hierbij in beschouwing genomen: • Inbrengwaarde benodigde gronden.

Het gaat om kosten voor de benodigde gronden, inclusief eventuele opstallen, vrijmaken van de gronden en sloopwerkzaamheden. Per project wordt de inbrengwaarde voorafgaand aan het project vastgesteld. De inbrengwaarde wordt niet geïndexeerd; • Plan- en onderzoekskosten. Deze kosten hebben betrekking op: o Onderzoeken van omgevingsaspecten zoals archeologie, flora en fauna, bodem, niet-gesprongen explosieven, geluid, luchtkwaliteit etc.); o Gemeentelijke apparaatskosten (inzake verwerving, stedenbouw, milieu en verkeer; planologisch besluit (ruimtelijke ordening); o Voorbereiding, toezicht en administratie (inzake engineering civiele werken, bestek en aanbesteding); 4

1. Doel en reikwijdte

•

• •

o Directievoering op de werken; o Landmeten/vastgoedinformatie; o Communicatie; o Projectmanagement en financieel beheer. De hoogte van de plan- en onderzoekskosten wordt bepaald middels een forfaitair omslagpercentage van 30% over de kosten van werken en werkzaamheden. Uitzondering dit op de hoogte van het forfaitair omslagpercentage is de oostelijke rondweg, onderdeel van het totaal aan hoofd-infrastructurele werken, werkzaamheden en maatregelen voor de ontwikkeling van Harselaar-Driehoek (oost resp. west) en Harselaar-Zuid (fase 1A, resp. fase 1B en fase 2). In verband met de integrale project- en procesaansturing van de rondweg is het forfaitair omslagpercentage verlaagd naar 10%. Realisatiekosten werken en werkzaamheden voorziening (civiele werkzaamheden). Deze kosten hebben betrekking op: o Grondverbeteringen; o Riolering HWA en/of DWA; o Verharding; o Hoofdwatergangen en wadi’s en groen t.b.v. de hoofdstructuur; o Civiele kunstwerken (bruggen, tunnels, dam met duikers); o Verlichting, bebording, verkeersveiligheidsmaatregelen. Kosten voor (milieu- en natuur-)maatregelen (zoals boscompensatie en opheffen hindercontouren); Betaalde rente van gerealiseerde werken, werkzaamheden en maatregelen.

De hoogte van de rentelast wordt per jaarschijf bepaald en voor dat jaar gefixeerd, waarbij het rentepercentage van dat jaar aansluit bij de rekenrente in de grondexploitaties (aansluiting bij BBV-stelsel).

Rekenparameters De (prijs)peildatum van de NBI is 1-1-2023.

2020 was de rente 2,1%. In 2021 en 2022 wordt gerekend met een percentage van 1,24%. De gemeente hanteert bedrijfseconomisch en fiscaal dezelfde rente. De kostenindex was t/m 2021 ieder jaar 2%. Voor 2022 is de index op de grondexploitaties conform de memo ‘Parameters grondexploitatie (MPG 31-122021)’ bijgesteld naar 3,0% (vastgesteld in de B&W vergadering van 21 december 2021) voor de grondexploitaties is dit opgenomen in het MPG 31-122021. In het vorige NBI 2021 was de hogere kostenstijging niet verwerkt. Het prijspeil van de kosten was eveneens verouderd; de geraamde kosten hadden deels het prijspeil 1-1-2021 en waren deels gebaseerd op verouderde ervaringsgetallen. De nominale kosten op het prijspeil zijn aangepast op basis van een recent civieltechnisch prijzenboek, met als prijspeil 1-1-2023. Recentelijk zijn de prijzen van civieltechnische werken sterk gestegen. Ook dit is te merken in de kosten in het NBI en daaruit voortvloeiende bijdragen. De kosten worden in de kasstroom geïndexeerd op basis van de systematiek die ook geldt binnen de grondexploitaties. Op basis van de (actuele) memo ‘Parameters en Effecten marktontwikkelingen grondexploitaties MPG 31-122022’ (vastgesteld in de B&W vergadering van 24 januari 2023) wordt voor 2023 een kostenindex van 4% gebruikt en voor de jaren 2024 en verder wordt gerekend met een kostenstijging van 3%.

De geraamde kosten worden in het NBI geïndexeerd en de daarop gebaseerde bijdragen worden in grondexploitaties opgenomen zonder in de grondexploitatie nogmaals te indexeren. Doorlopende verbetercyclus De NBI wordt jaarlijks geactualiseerd en, aan de hand van de resultaten van een doorlopende evaluatie, inhoudelijk verbeterd.

De rekenrente was voor de jaren 2009 t/m 2012 4,5%. Voor de periode 2013 t/m 2014 is deze vastgesteld op 4,25%. In 2015 is de rekenrente verlaagd naar 4,0%. Met het raadsbesluit 17-84 d.d. 10 oktober 2017 hebben we onze rekenrente in lijn gebracht met de BBV en Vpb regels die per 1 januari 2016 inwerking zijn getreden. De rente die is geboekt in 2016 is verder verlaagd naar 2,7%. De rente voor 2017 en 2018 was 2,4%, die voor 2019 was 2,2% en voor Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

5

1. Doel en reikwijdte 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader geschetst. In hoofdstuk 3 wordt stil gestaan bij de wijze van (voor)investeren en het kostenverhaal. In hoofdstuk 4 zijn de bovenwijkse voorzieningen per integrale ontwikkeling, beschreven en toegelicht. Middels kasstromen is de boekwaarden-ontwikkeling per investering weergegeven. Hiermee wordt inzicht verkregen in de voortgang van de realisatie (kosten) alsmede het kostenverhaal (dekking). In hoofdstuk 5 wordt een nadere toelichting gegeven op het ongewijzigde gemeentelijk beleid met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkelingen en de te betalen bijdrage.

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

6

2. Wettelijk kader Toelichting – verplicht kostenverhaal

2. Wettelijk kader

2.1 Wet ruimtelijke ordening en grondexploitatie De NBI is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008), met als belangrijk onderdeel afdeling 6.4 inzake grondexploitaties. Met de inwerkingtreding van de Wro hebben gemeenten wettelijke instrumenten gekregen om kosten die zij maken bij de ontwikkeling van locaties (onder andere voor de inrichting van de openbare ruimten en plankosten) publiekrechtelijk te verhalen en uitvoeringsgerichte locatie-eisen te stellen. De gemeente is hiermee in staat om deze ontwikkelingen te sturen. Belangrijk daarbij is dat het stelsel rechtszekerheid biedt en ‘free-riders’ niet meer de kans geeft het kostenverhaal te ontwijken. In de wet blijft vrijwillige samenwerking voorop staan.

Een van de belangrijkste vernieuwingen die de Wro bracht is het verplichtende karakter van het kostenverhaal. Een gemeente moet de kosten verhalen en mag er niet van afzien. Is het kostenverhaal met alle grondeigenaren verzekerd en is het stellen van locatie-eisen niet nodig, dan kan de gemeenteraad afzien van het publiekrechtelijke instrumentarium en hoeft er geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Door deze constructie werkt het publiekrechtelijke instrument van het kostenverhaal en locatie-eisen in de praktijk aanvullend, voornamelijk als een stok achter de deur. De verplichting om het publiekrechtelijke spoor te volgen is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1.

2. Gemeenten kunnen en zullen bij voorkeur nog steeds proberen om privaatrechtelijke overeenkomsten te sluiten met ontwikkelende partijen. Partijen hebben dan voorafgaand aan het planologisch besluit zekerheid over het programma, fasering en volgordelijkheid van werken, werkzaamheden en maatregelen, betaalmomenten etc. Indien contracteren niet lukt zijn gemeenten wettelijk verplicht om via het publiekrechtelijk spoor hun kosten te verhalen. Het publiekrechtelijke spoor bestaat uit het vaststellen van een exploitatieplan – gelijktijdig met de vaststelling van het daaraan gekoppelde planologisch besluit. De mogelijkheid om publiekrechtelijk kostenverhaal en locatie-eisen te regelen betekent in de praktijk dat de methodiek van kostenverhaal zoals uitgewerkt in een exploitatieplan haar schaduw vooruit werpt over de te sluiten vrijwillige overeenkomst. In onderstaand kader wordt het verplicht kostenverhaal uit de Wro nader toegelicht.

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

Er is een ruimtelijk besluit op grond van de Wro nodig. Het publiekrechtelijke instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, een wijzigingsplan van een bestemming of een afwijkingsbesluit (omgevingsvergunning voor bouwen in afwijking van het vigerende bestemmingsplan). Het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in een belangrijk en omvangrijk verbouwplan met functiewijzigingen, zoals de verandering van een bedrijfsgebouw in bijvoorbeeld appartementen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 6.2.1 aangewezen.

2.2 Bovenwijkse investeringen In de NBI wordt nader invulling gegeven aan de bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld. Het betreft investeringen waar meerdere ontwikkelingslocaties profijt van ondervinden of die het algemeen belang dienen van de gemeente Barneveld. Het profijt gaat hierbij verder dan die ene straat of (nieuwbouw)wijk. De Wro maakt hierbij onderscheid tussen: • Bovenwijkse voorzieningen (Bro, artikel 6.2.4, sub e en f); • Ruimtelijke ontwikkelingen (Wro, artikel 6.24 lid 1).

7

2. Wettelijk kader Om dit onderscheid tussen de bovenwijkse investeringen te maken hanteert de Wro drie toetsingscriteria, te weten: ‘profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit’. De drie criteria worden hieronder toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de definities van ‘bovenwijkse voorzieningen’ en ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ Toetsingscriteria Wro • Profijt De ontwikkelingslocatie moet nut ondervinden van de te treffen werken, maatregelen of voorzieningen. Deze toets geldt alleen voor de ontwikkelingslocatie als zodanig. Bij maatregelen zoals het opheffen van stankcirkels en bij compensatie buiten het gebied schuilt het profijt in het feit dat dankzij deze ingrepen een groter gebied ontwikkeld kan worden. • Toerekenbaarheid (causaliteit) Er moet een causaal verband bestaan tussen de ontwikkelingslocatie en de kosten. De werken, maatregelen en voorzieningen zouden niet aan de orde zijn zonder dat plan of de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van het plan. Wanneer uitgaven langs een andere weg gedekt dan wel gefinancierd worden (subsidies, gebruikstarief) zijn deze niet toerekenbaar. • Proportionaliteit Indien meerdere gebieden profijt hebben van een werk, maatregel of voorziening moeten de kosten naar evenredigheid (neergelegd in expliciet gemaakte verdeelmaatstaven) worden verdeeld.

Dat betekent dat de gemeente transparant moet aanduiden langs welke criteria deze kosten verdeeld worden. Verdeelmaatstaven die veel worden gebruikt zijn opbrengstpotentie, verkeersprognoses, uitgeefbaar-m2, aantal woningen of woningequivalent etc.

2.2.1 Bovenwijkse voorzieningen Met bovenwijkse voorzieningen worden voorzieningen bedoeld die een functie hebben voor meerdere ontwikkelingslocaties. Deze kunnen zowel buiten als binnen de in exploitatie te nemen ontwikkelingslocatie liggen. Het zijn dus niet altijd voorzieningen die buiten het exploitatiegebied zijn gesitueerd. Voorbeelden (niet uitputtend) van bovenwijkse voorzieningen zijn: • de aanleg van een randweg die meerdere ontwikkelingsgebieden met elkaar verbindt en/of de hoofdontsluiting vormt naar het bestaande wegennet; • aanpassingen van bestaande kruispunten omwille van de nieuwe ontwikkelingen; • de aanleg van een centraal gelegen park dat openbaar toegankelijk is; • watercompenserende maatregelen; • het opheffen van hindercontouren (stankcirkels etc.); • etc. (zie Bro). In artikel 6.2.4 sub e en f van het Bro zijn de kostensoorten beschreven die betrekking hebben op de bovenwijkse voorzieningen. Als de investering voldoet aan de drie criteria profijt, toerekenbaarheid (causaliteit) en proportionaliteit is sprake van een bovenwijkse voorziening. De gemeente is verplicht deze kosten te verhalen. Het gaat namelijk om een investering die is opgenomen in de kostensoortenlijst van het Bro en de kosten zijn onderdeel van de grondexploitatie. Deze kosten kunnen zowel anterieur als publiekrechtelijk – middels het vaststellen van een exploitatieplan- worden verhaald.

Per investering dient te worden bezien in hoeverre invulling kan worden gegeven aan de drie criteria. Voor zover een investering valt onder het begrip ‘bovenwijkse voorziening’, valt deze niet onder het begrip ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Een bovenwijkse investering kan niet voor de ene ontwikkelingslocatie beschouwd worden als bovenwijkse voorziening en voor de andere als een ruimtelijke ontwikkeling. Het is voor de gemeente dus niet mogelijk om kostendekking voor een specifieke bovenwijkse investering te realiseren door beide sporen te bewandelen.

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

8

2. Wettelijk kader 2.2.2 Ruimtelijke ontwikkelingen Artikel 6.24 lid 1 van de Wro stelt dat een financiële bijdrage voor ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ kan worden gevraagd. Voorwaarde die voor het vragen van een bijdrage wordt gesteld is dat de desbetreffende ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in een vastgestelde structuur- of omgevingsvisie. Om een financiële bijdrage te vragen is het niet noodzakelijk dat de drie criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit van toepassing zijn. Het gaat bovendien om een investering die niet hoeft voor te komen in de kostensoortenlijst van het Bro. Een bijdrage dient voorafgaand aan het planologisch besluit -in een anterieure overeenkomst- te worden overeengekomen. In een exploitatieplan kan de bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen niet worden opgenomen. Dat betekent ook dat via een posterieure overeenkomst het vragen van een bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen niet mogelijk is omdat daarbij het exploitatieplan (en de bijbehorende limitatieve kostensoorten uit de Bro) leidend is. De gemeente Barneveld vraagt om een financiële bijdrage als een ontwikkelingslocatie in ieder geval ‘profijt’ heeft van de desbetreffende ruimtelijke ontwikkeling. Ontwikkellocaties die niet of nauwelijks profijt ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen worden niet gevraagd om een financiële bijdrage.

De relaties tussen ruimtelijke ontwikkelingen en ontwikkelingslocaties voor Barneveld is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5 van deze nota. Voorbeelden van ruimtelijke ontwikkeling zijn: • rood voor groenarrangementen, ruimte voor ruimte; • uitloopgebieden en recreatieve netwerken; • natuur, waterberging en infrastructuur in een ander gebied; • saneren of opknappen van oude bedrijventerreinen; • parkeerfonds.

2.3 Aanstaande wetswijzigingen Omgevingswet De aanvaarde Omgevingswet kent enkele wijzigingen ten opzichte van de Wro en het kostenverhaal (van o.a. bovenwijkse investeringen). Zo bevat de Omgevingswet de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te weigeren wanneer de exploitatieopzet een tekort vertoont dat niet is gedekt. Op grond van de Aanvullingswet grondeigendom, een aanvulling op de Omgevingswet, hoeft een tekort op de grondexploitatie geen rol te spelen om te komen tot kostenverhaal. Ook het principe dat niet meer kosten verhaald mogen worden dan dat de opbrengsten dit toelaten (macro-aftopping) wordt losgelaten. Naast de bestaande methode uit de Wro, waarbij de kostenomslag op basis van opbrengstpotentie van uitgeefbare gronden plaatsvindt, wordt met de Aanvullingswet derhalve een tweede methode van kostenomslag toegevoegd. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is opnieuw (5e keer) uitgesteld, vooral door de problemen rondom de ICT (software) van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, en staat thans gepland voor 1 januari 2024.

Het verschil tussen de investeringen ‘bovenwijkse voorzieningen’ en ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ is, dat de investering die noodzakelijk is ten behoeve van een ruimtelijk project als bovenwijkse voorziening wordt beschouwd, waarbij de onderbouwing van de investering ruimtelijke ontwikkeling zijn grondslag vindt in een structuur- of omgevingsvisie.

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

9

3. Voorfinanciering en kostenverhaal

3. Voorfinanciering en kostenverhaal

3.1 Voorfinanciering Als de gemeente contracteert over kostenverhaal met een ontwikkelende partij zal in principe sprake zijn van een door de gemeente te aanvaarden verplichting de voorziening(en) op enig moment aan te leggen. Dit betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar moet stellen. De voorinvestering kan in principe plaatsvinden als 70% hiervan is gedekt door de som van de eigen verplichte gemeentelijke bijdrage, de bijdragen vanuit gemeentelijke grondexploitaties en/of bijdragen van gecontracteerde overeenkomsten met derden (conform Kadernota 2018-2021, juni 2017). Zodra de investeringen concreet ingepland zijn, worden deze als beleidstoevoeging (in de Kadernota) opgenomen, waarbij de raad een integrale afweging kan maken en invulling kan geven aan haar budgetrecht. Na akkoord (vaststelling) worden de lasten van de investering (rente en afschrijving) toegevoegd aan de begroting en betrokken bij de reguliere P&C cyclus. De investeringsaanvraag kan ook via een separaat raadsvoorstel plaatsvinden (deze route verdient niet de voorkeur). Het is voorstelbaar dat een aantal investeringen voorafgaand aan de te ontvangen bijdragen wordt gedaan. Een voorbeeld van deze situatie doet zich voor als (in opdracht van) de gemeente eerst een hoofdontsluitingsweg realiseert om bouwkavels bereikbaar te maken.

Op een later moment ontvangt de gemeente een exploitatiebijdrage en/of financiële bijdrage van een ontwikkelende partij.

3.2 Kostenverhaal De realisatie van bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen (samen de bovenwijkse investeringen) kent veelal een eigen dynamiek, planning en fasering. De termijn van de realisatie hiervan loopt daarom vaak niet parallel aan de looptijd van de grondexploitaties. Een grondexploitatie is op enig moment afgesloten terwijl de bovenwijkse investering nog niet of slechts gedeeltelijk is gerealiseerd. De andere situatie kan zich ook voordoen. Een Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

bovenwijkse investering is gerealiseerd, terwijl één of meer van de ontwikkelingslocaties die hier profijt van hebben nog ontwikkeld moeten worden. Dit tijdsaspect is vastgelegd in de artikelen 6.2.4 sub f en 6.2.4 sub n en 6.2.7 van het Bro. Hieruit blijkt dat kosten voor gerealiseerde en nog te realiseren bovenwijkse investeringen in rekening mogen worden gebracht, inclusief reeds betaalde rente. Subsidie en bijdragen derden In sommige gevallen is het mogelijk om voor investeringen een bijdrage en/of subsidie te ontvangen van derden (rijk, provincie, nutsbedrijven) dan wel een subsidie door de gemeente zelf. Indien sprake is van een subsidie voor een investering dient deze in mindering te worden gebracht op het totaal aan kosten van de investering – alvorens de resterende kosten naar rato (proportioneel) te verdelen over de profijtelijke (ontwikkelings)locaties (bestaand gebied, gemeentelijke ontwikkelingslocaties en die van derden). Deze aftopping voorkomt dat kosten niet dubbel worden verhaald. Bijdrage bestaand gebied De investeringen ‘bovenwijkse voorzieningen’ en ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ worden gevoed met bijdragen afkomstig vanuit de grondexploitaties van bepaalde ontwikkelingslocaties (waaronder gemeentelijke grondexploitaties).

Daarnaast geldt dat voor een aantal (dus niet alle) van de in deze nota beschreven bovenwijkse investeringen een deel van de kosten moet worden toegerekend aan bestaand gebied omdat deze ook profijt ondervindt. Vanuit de algemene middelen betaald de gemeente deze bijdrage. Voor zover de kosten toe te rekenen zijn aan bestaand gebied worden deze niet verhaald op ontwikkelingslocaties. Bijdrage gemeentelijke grondexploitaties De gemeente ontwikkelt zelf ook haar gronden en heeft diverse grondposities die profijt ondervinden en die mede ten grondslag liggen aan de noodzaak om de genoemde bovenwijkse investeringen te plegen. De gemeente in de hoedanigheid van ontwikkelende partij betaalt derhalve hier aan mee. Dit komt tot uitdrukking in de gemeentelijke grondexploitaties. De bijdrage hieraan, conform de methodiek zoals beschreven in deze nota, is opgenomen als kostenpost in de gemeentelijke grondexploitaties waarover in de MPG wordt gerapporteerd. Op dit moment gaat het om de ontwikkelingen: Harselaar,

10

3. Voorfinanciering en kostenverhaal Thorbeckelaan-Noord, Voorthuizen-Zuid, Bloemendal, Verbindingsweg en Oostbroek. Bijdragen derden, verplicht kostenverhaal Het kostenverhaal bij derden komt tot uitdrukking door invulling te geven aan de criteria ‘profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit’ (zie uitleg termen in hoofdstuk 2). Er is nog een tweetal criteria waaraan wordt getoetst voordat sprake kan zijn van verplicht kostenverhaal, te weten: 1. Er is een nieuw ruimtelijk besluit op grond van de Wro nodig. Ontwikkelingslocaties die reeds planologisch zijn geregeld worden beschouwd als ‘bestaand gebied’. Deze locaties zijn immers contractueel niet meer aan te slaan voor een kostenbijdrage, dit ondanks de mogelijkheid dat deze locaties feitelijk nog gerealiseerd moeten worden. Uitzondering hierop wordt gevormd door ruimtelijke plannen die samen met een exploitatieplan zijn vastgesteld. 2. Er moet sprake zijn van een aangewezen bouwplan. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro, wordt verstaan: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² brutovloeroppervlakte of met een of meer woningen; d.

de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² brutovloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. Het daadwerkelijk kostenverhaal bij derden vindt uiterlijk plaats rond het moment dat een omgevingsgunning voor bouwen wordt verleend. Bij grote ontwikkelingslocaties kan dit enige jaren duren na vaststelling van het planologisch besluit en de door de gemeente gepleegde (voor)investeringen. Tot die tijd zal de gemeentelijke begroting in de lasten daarvan moeten voorzien.

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

Eigendom en bijdrage per particulier De in de NBI berekende exploitatiebijdrage heeft betrekking op de totale bijdrage van een ontwikkelingslocatie. Het is niet ongebruikelijk dat een ontwikkelingslocatie gefaseerd en door verschillende partijen/grondeigenaren wordt ontwikkeld. Door het ontbreken van een gedetailleerd overzicht van programma’s en eigendomssituaties, die met de tijd onderhevig zijn aan veranderingen, geeft de NBI –logischerwijs- geen nadere invulling aan de exploitatiebijdrage per partij/grondeigenaar. Dit wordt uitgewerkt op het moment dat plannen concreet zijn gemaakt en de planologische besluitvorming plaatsvindt. Voor het toerekenen van de kosten van de bovenwijkse voorzieningen per partij/grondeigenaar binnen de desbetreffende ontwikkelingslocatie wordt gebruik gemaakt van de systematiek uit de Wro (afdeling 6.4). Hierbij worden de totale kosten naar rato van de opbrengstpotentie verdeeld over de percelen binnen de ontwikkelingslocatie. Deze verplichte exploitatiebijdrage wordt in een anterieure overeenkomst opgenomen of, indien contracteren niet slaagt voorafgaand aan de vaststelling van het ruimtelijk planfiguur, in een exploitatieplan.

3.3 Nacalculatie en afrekenen Anterieure overeenkomst In de gevallen dat er een anterieure overeenkomst tot stand is gekomen geldt geen vereiste van nacalculatie. Het betreft immers een overeenkomst die op vrijwillige basis tot stand is gekomen waarbij tevens de toetsingscriteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit in principe niet van toepassing hoeven te zijn. Publiekrechtelijk kostenverhaal In de gevallen dat de gemeente een exploitatieplan heeft vastgesteld moet het college, op grond van artikel 6.20 lid 1 van de Wro, binnen 3 maanden na uitvoering van de in het exploitatieplan opgenomen werken, werkzaamheden en maatregelen een eindafrekening vaststellen. Uit deze afrekening moet blijken of de werkelijk gemaakte kosten overeenkomen met de in de exploitatieopzet opgenomen geraamde kosten, die aan de basis hebben gestaan voor de berekening van de kostenbijdrage. In hetzelfde artikel, onder lid 3, is bepaald dat indien een herberekende exploitatiebijdrage meer dan vijf procent lager is 11

3. Voorfinanciering en kostenverhaal dan een betaalde exploitatiebijdrage, de gemeente binnen een maand na vaststelling van de afrekening het verschil , voor zover het groter is dan vijf procent, naar evenredigheid terugbetaalt met rente. De houder van de omgevingsvergunning is niet verplicht tot bijbetaling als de werkelijke kosten hoger uitvallen dan de geraamde kosten. De gemeente kan in dit geval blijven zitten met een tekort dat door de gemeente moet worden gedekt. Dit betekent dat het van groot belang is dat de gemeente de kosten en opbrengsten realistisch raamt. Kosten gerealiseerde werken, werkzaamheden en maatregelen: • Werken, werkzaamheden en maatregelen o.b.v. werkelijke kosten; • Grondverwervingen o.b.v. gerealiseerde/werkelijke kosten. Dat wil zeggen tegen de, ten tijde van de aanwending daarvan, dan geldende getaxeerde inbrengwaarde; • Plankosten o.b.v. forfaitair omslagpercentage van 30% over de gerealiseerde/werkelijke kosten. Hiermee worden deze kosten gemaximeerd; • De rentelast wordt bepaald over de gerealiseerde kosten met betrekking tot werken, werkzaamheden en maatregelen, waarbij de hoogte van de rente per jaarschijf wordt bepaald en gefixeerd. Deze rente sluit aan bij de rekenrente in de grondexploitaties. Posterieure overeenkomst Een posterieure overeenkomst kan worden gesloten na vaststelling van het planologisch besluit en exploitatieplan.

Deze overeenkomst dient ter vervanging van het exploitatieplan maar mag niet strijdig zijn met het vigerende exploitatieplan. De contractvrijheid is daardoor beperkt en minder dan bij een anterieure overeenkomst. Zo wordt de te betalen exploitatiebijdrage bepaald door het exploitatieplan. In de posterieure overeenkomst kunnen wel afspraken worden gemaakt waarin het exploitatieplan niet had kunnen voorzien en/of die betrekking hebben op een nadere uitwerking van de eisen en regels uit het exploitatieplan. Bepalingen die zien op betaaltermijnen, (vervroegde) nacalculatie en bepalingen die zien op meer- en minderwerk zijn geen vereiste maar kunnen worden toegevoegd.

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

12

4. Bovenwijkse voorzieningen

4. Bovenwijkse voorzieningen 4.1 Toelichting In dit hoofdstuk worden de bovenwijkse voorzieningen per (deel)ontwikkelingslocatie weergegeven. Per (deel)ontwikkelingslocatie worden de relevante en karakteristieke aspecten op twee pagina’s behandeld. Op de linker pagina is een korte omschrijving van de bovenwijkse voorzieningen opgenomen, de duiding van de aangewezen ontwikkelingslocaties waar het kostenverhaal op ziet, een duiding van de kostenverdeelsleutel, een weblink naar de kaderstelling en een (schetsmatige) verbeelding van de bovenwijkse voorzieningen. Op de rechterpagina zijn een kasstroomschema en de beoogde planning en fasering opgenomen. Kasstroom en boekwaarden ontwikkeling Het kasstroomschema benadert de kosten en opbrengsten vanuit het perspectief van het investeringsproject. De doorlooptijd waarbinnen kosten worden gemaakt en dekking wordt verkregen geeft een goede indicatie van de voortgang. Doordat onderscheid is gemaakt tussen kosten en dekking, de boekwaarden (gerealiseerde kosten resp. dekking) en de te realiseren bedragen zijn weergegeven, is aan de hand van de kasstromen te volgen wat de stand van zaken is met de werken, werkzaamheden en maatregelen. Dekking wordt verkregen door een bijdrage vanuit de ontwikkelingslocaties en/of bestaand gebied.

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

13

4. Bovenwijkse voorzieningen 4.2 Harselaar-projecten Projectbeschrijving Investeringsnummer(s) Omschrijving Profijtelijk voor

: 733118, 733119, 733120, 733121, 733122, 733123, 733124, 733128, 733129, 733130, 733131 en Verlengde Mercuriusweg (gerealiseerd) : hoofdstructuur bestaande uit doorgaande wegen, rotondes en kruispuntaanpassingen : Harselaar-Driehoek (Oost) , Harselaar-Driehoek West, Harselaar-Zuid Fase 1A, Harselaar-Zuid Fase 1B, Harselaar-Zuid Fase 2 en bestaand gebied (inclusief Harselaar afvalverwerking) Proportionaliteit : Verdeelsleutel Verkeersprognose (bijlage 1) Voortgang : Deels gerealiseerd, deels in voorbereiding Kaderstelling (financieel) : klik hier: Kadernota 2016-2019 (definitieve versie, blz. 29).

Mutaties (t.o.v. vorige NBI) • •

Boekwaarden (t/m 2022) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

14

4. Bovenwijkse voorzieningen Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor

Hoofdstructuur Verkeer inclusief kruispunt(aanpassing)en, kunstwerken en inpassingen 733118, 733119, 733120, 733121, 733122, 733123, 733124, 733128, 733129, 733130 en 733131 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van bedrijventerreinen Harselaar-Driehoek (Oost), Harselaar-Driehoek West (Hanzeweg), Harselaar-Zuid Fase 1A, Harselaar-Zuid Fase 1B en Harselaar-Zuid Fase 2

BoVo Rapportage Kasstroom

4,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

2028 2029 2030 2031 -1.929.951 € - € - € - € -326.084 € -1.630.421 € -1.956.505 € -1.630.421 € -2.193.783 € -10.968.913 € -13.162.695 € -10.968.913 € -473.627 € -2.817.162 € -3.935.588 € -3.756.026 € -4.923.445 € -15.416.495 € -19.054.788 € -16.355.360 €

Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten

Totaal Boekwaarde Te realiseren € -12.942.316 € -5.222.512 € -7.719.804 € € -7.902.502 € -1.380.817 € -6.521.684 € € -53.165.315 € -9.289.664 € -43.875.651 € 3,0% € -11.625.628 € - € -11.625.628 € € -85.635.761 € -15.892.993 € -69.742.767 €

2023 -771.980 € -65.217 € -438.757 € -9.981 € -1.285.934 €

2024 -771.980 € -260.867 € -1.755.026 € -111.851 € -2.899.725 €

2025 -771.980 € -326.084 € -2.193.783 € -219.605 € -3.511.452 €

2026 -1.543.961 € -326.084 € -2.193.783 € -301.789 € -4.365.616 €

2027 -1.929.951 € - € - € - € -1.929.951 €

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen Harselaar-Driehoek (Oost) Bijdragen Harselaar-Driehoek West Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1A Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1B Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 2 Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

€ 155.328 € 155.328 € - € 4,3% € 3.683.867 € 3.043.828 € 640.039 € 0,7% € 426.360 € 426.360 € - € 14,5% € 12.371.282 € 9.865.394 € 2.505.889 € 6,1% € 5.194.290 € 17.170 € 5.177.120 € 4,3% € 3.654.485 € - € 3.654.485 € 70,2% € 60.019.896 € - € 60.019.896 € € 85.505.509 € 13.508.079 € 71.997.429 €

- € 320.020 € - € 2.505.889 € - € - € - € 2.825.908 €

- € 320.020 € - € - € - € - € - € 320.020 €

- € - € - € - € 1.294.280 € - € - € 1.294.280 €

- € - € - € - € 1.294.280 € - € - € 1.294.280 €

- € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € 1.294.280 € 1.294.280 € - € - € - € 913.621 € 913.621 € 913.621 € 913.621 € - € - € 12.003.979 € 12.003.979 € 12.003.979 € 12.003.979 € 12.003.979 2.207.901 € 14.211.881 € 12.917.600 € 12.917.600 € 12.003.979 € 12.003.979

1.539.974 € -844.940 €

-2.579.705 € -3.424.645 €

-2.217.172 € -5.641.817 €

-3.071.336 € -8.713.153 €

277.950 € -8.435.203 €

Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief

€ €

-2.384.914 -2.384.914

€ €

9.288.435 € 853.232 €

-2.498.895 € -1.645.663 €

2032 -

-6.137.188 € -4.351.381 € 12.003.979 -7.782.850 € -12.134.231 € -130.252

* Dit percentage is theoretisch; maar is niet meer uitvoerbaar door het afsluiten van de grondexploitatie.

Eindwaarde

BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten

Totaal 100% 100% 100% 100%

Boekwaarde 40% 17% 17% 19%

Te realiseren 60% 83% 83% 81%

2023 6% 1% 1% 2%

2024 6% 3% 3% 3%

2025 6% 4% 4% 4%

2026 12% 4% 4% 5%

2027 15% 0% 0% 2%

2028 15% 4% 4% 6%

2029 0% 21% 21% 18%

2030 0% 25% 25% 22%

2031 0% 21% 21% 19%

2032 0% 0% 0% 0%

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen Harselaar-Driehoek (Oost) Bijdragen Harselaar-Driehoek West Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1A Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1B Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 2 Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%

100% 83% 100% 80% 0% 0% 0% 16%

0% 17% 0% 20% 100% 100% 100% 84%

0% 9% 0% 20% 0% 0% 0% 3%

0% 9% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 25% 0% 0% 2%

0% 0% 0% 0% 25% 0% 0% 2%

0% 0% 0% 0% 25% 25% 0% 3%

0% 0% 0% 0% 25% 25% 20% 17%

0% 0% 0% 0% 0% 25% 20% 15%

0% 0% 0% 0% 0% 25% 20% 15%

0% 0% 0% 0% 0% 0% 20% 14%

0% 0% 0% 0% 0% 0% 20% 14%

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

15

4. Bovenwijkse voorzieningen 4.2 Thorbeckelaan-Noord Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling (financieel)

: 733157 : Hoofdstructuur bestaande uit wegen met kruisingen (o.a. rotonde), water en groen : Thorbeckelaan-Noord : Verdeelsleutel Opbrengstpotentie (bijlage2) : In voorbereiding : klik hier: Kadernota 2018-2021 (definitieve versie, blz. 43).

Mutaties (t.o.v. vorige NBI) • •

Boekwaarden (t/m 2022) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

16

4. Bovenwijkse voorzieningen Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor

Hoofdstructuur Verkeer, water en groen 733157 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van bedrijventerrein Thorbeckelaan-Noord

BoVo Rapportage Kasstroom

4,0%

3,0%

3,0%

Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten

Totaal Boekwaarde Te realiseren 2023 2024 € -2.827.641 € -192.960 € -2.634.681 € -1.317.340 € -1.317.340 € € -1.033.335 € -126.074 € -907.261 € -181.452 € - € € -3.444.450 € -420.247 € -3.024.203 € -604.841 € - € 3,0% € -553.926 € - € -553.926 € -15.572 € - € € -7.859.352 € -739.282 € -7.120.070 € -2.119.205 € -1.317.340 €

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingsloc. gemeente Bijdragen ontwikkelingsloc. derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

€ - € 8,7% € 682.192 € 91,3% € 7.177.160 € 0,0% € - € € 7.859.352 €

-

€ €

-739.282 -739.282

Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief

€ - € € 682.192 € € 7.177.160 € € - € € 7.859.352 €

-

€ € € € €

-

€ € € € €

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

2025 - € - € - € - € - €

2026 - € -181.452 € -604.841 € -94.169 € -880.462 €

2027 - € -181.452 € -604.841 € -120.583 € -906.876 €

2028 - € -181.452 € -604.841 € -147.790 € -934.082 €

2029 - € -181.452 € -604.841 € -175.812 € -962.105 €

-

- € 682.192 € - € - € 682.192 €

€ € € € €

-

3,0%

€ - € - € € - € - € € 3.588.580 € 3.588.580 € € - € - € € 3.588.580 € 3.588.580 €

€ -2.119.205 € -1.317.340 € - € -198.270 € -906.876 € 2.654.498 € 2.626.475 € € -2.858.486 € -4.175.827 € -4.175.827 € -4.374.097 € -5.280.973 € -2.626.475 € - €

3,0%

3,0%

2030 - € - € - € - € - €

2031 - € - € - € - € - €

2032 -

-

€ € € € €

-

€ € € € €

-

- € - €

- € - €

Eindwaarde

BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten

Totaal Boekwaarde Te realiseren 100% 7% 93% 100% 12% 88% 100% 12% 88% 100% 9% 91%

2023 47% 18% 18% 27%

2024 47% 0% 0% 17%

2025 0% 0% 0% 0%

2026 0% 18% 18% 11%

2027 0% 18% 18% 12%

2028 0% 18% 18% 12%

2029 0% 18% 18% 12%

2030 0% 0% 0% 0%

2031 0% 0% 0% 0%

2032 0% 0% 0% 0%

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties gemeente Bijdragen ontwikkelingslocaties derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

0% 100% 100% 0% 100%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 100% 0% 0% 9%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 50% 0% 46%

0% 0% 50% 0% 46%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0%

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

0% 0% 0% 0% 0%

0% 100% 100% 0% 100%

17

4. Bovenwijkse voorzieningen 4.8 Voorthuizen-Zuid Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling (financieel)

: 733159 : Hoofdstructuur bestaande uit wegen met kruisingen, water en groen (incl. robuuste speelplek) : Alle fasen binnen ontwikkelingslocatie Voorthuizen-Zuid (Kromme Akker Zuid, Wikselaarse Eng en overige gronden) – zie verbeelding : Verdeelsleutel Opbrengstpotentie (bijlage 2) : Deels gerealiseerd, deels in voorbereiding : klik hier: Kadernota 2018-2021 (definitieve versie, blz. 43).

Mutaties (tov vorige NBI) • • •

Boekwaarden (t/m 2022) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen Fiets-/voetgangersbrug Kromme Akker Zuid Voorthuizen (raadsvoorstel nr.: 2420) toegevoegd aan de raming

S

Zoekgebied speelplek

S

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

18

4. Bovenwijkse voorzieningen Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor

Hoofdstructuur Verkeer, water en groen 733159 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van woningbouwlocatie Voorthuizen-Zuid

BoVo Rapportage Kasstroom

4,0%

Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten

Totaal Boekwaarde Te realiseren € -2.517.935 € -1.198.442 € -1.319.493 € € -1.188.078 € -427.383 € -760.695 € € -4.075.259 € -1.465.977 € -2.609.282 € 3,0% € -308.725 € - € -308.725 € € -8.089.997 € -3.091.802 € -4.998.196 €

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingsloc. gemeente Bijdragen ontwikkelingsloc. derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

€ - € - € 28,0% € 2.262.302 € 1.122.472 € 66,2% € 5.358.550 € 597.417 € € - € - € € 7.620.852 € 1.719.889 €

Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief

- € 1.139.830 € 4.761.133 € - € 5.900.963 €

€ -1.371.913 € -1.371.913

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

2023 2024 2025 2026 -659.746 € -659.746 € - € - € - € -237.616 € -237.616 € -237.616 € - € -815.052 € -815.052 € -815.052 € - € -58.407 € -91.739 € -126.071 € -659.746 € -1.770.821 € -1.144.407 € -1.178.739 €

-

€ - € - € € 322.783 € 339.345 € € 964.539 € 964.539 € € - € - € € 1.287.322 € 1.303.884 €

3,0%

2027 - € -47.849 € -164.127 € -32.508 € -244.483 €

3,0%

2028 - € - € - € - € - €

- € - € - € - € 294.099 € 183.602 € 964.539 € 964.539 € 902.977 € - € - € - € 964.539 € 1.258.638 € 1.086.579 €

€ -659.746 € -483.499 € 159.478 € -214.200 € 1.014.155 € 1.086.579 € € -2.031.659 € -2.515.158 € -2.355.680 € -2.569.880 € -1.555.725 € -469.145 €

3,0%

3,0%

3,0%

2029 - € - € - € - € - €

2030 - € - € - € - € - €

2031 - € - € - € - € - €

2032 -

-

-

-

€ € € € €

-

- € -469.145 €

-469.145

€ € € € €

- € -469.145 €

€ € € € €

- € -469.145 €

Eindwaarde

BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten

Totaal Boekwaarde Te realiseren 100% 48% 52% 100% 36% 64% 100% 36% 64% 100% 38% 62%

2023 26% 0% 0% 8%

2024 26% 20% 20% 22%

2025 0% 20% 20% 14%

2026 0% 20% 20% 15%

2027 0% 4% 4% 3%

2028 0% 0% 0% 0%

2029 0% 0% 0% 0%

2030 0% 0% 0% 0%

2031 0% 0% 0% 0%

2032 0% 0% 0% 0%

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties gemeente Bijdragen ontwikkelingslocaties derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

0% 100% 100% 0% 100%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 14% 18% 0% 17%

0% 15% 18% 0% 17%

0% 0% 18% 0% 13%

0% 13% 18% 0% 17%

0% 8% 17% 0% 14%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0%

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

0% 50% 11% 0% 23%

0% 50% 89% 0% 77%

19

4. Bovenwijkse voorzieningen 4.9 Bloemendal (Barneveld-Noord) Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling (financieel)

: 733158 : Hoofdstructuur bestaande uit wegen met kruisingen (o.a. aantakking rotonde), water en groen : Alle fasen binnen ontwikkelingslocatie Bloemendal (zie voor begrenzing de verbeelding hieronder) : Verdeelsleutel Opbrengstpotentie (bijlage 2) : In voorbereiding : klik hier: Kadernota 2018-2021 (definitieve versie, blz. 43).

Mutaties (tov vorige NBI) • • •

Boekwaarden (t/m 2022) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen Fiets- en voetpad Bloemendal (raadsvoorstel nr.: 2219) toegevoegd aan de raming

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

20

4. Bovenwijkse voorzieningen Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor

Hoofdstructuur Verkeer, water en groen 733158 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van woningbouwlocatie Bloemendal

BoVo Rapportage Kasstroom

4,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten

Totaal Boekwaarde Te realiseren 2023 2024 2025 € -4.044.761 € -166.745 € -3.878.015 € -1.011.190 € -1.011.190 € -1.011.190 € € -3.542.950 € -335.112 € -3.207.838 € -531.443 € -531.443 € -531.443 € € -12.112.834 € -1.145.699 € -10.967.135 € -1.816.925 € -1.816.925 € -1.816.925 € 3,0% € -1.597.924 € - € -1.597.924 € -46.507 € -130.299 € -204.659 € € -21.298.469 € -1.647.556 € -19.650.913 € -3.406.065 € -3.489.856 € -3.564.216 €

2026 -844.445 € -531.443 € -1.816.925 € -281.249 € -3.474.062 €

2027 2028 - € - € -354.295 € -354.295 € -1.211.283 € -1.211.283 € -240.092 € -294.262 € -1.805.670 € -1.859.840 €

2029 2030 - € - € -177.148 € -196.331 € -605.642 € -671.226 € -175.029 € -225.828 € -957.818 € -1.093.385 €

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingsloc. gemeente Bijdragen ontwikkelingsloc. derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

€ 76,5% € 23,5% € 0,0% € €

- € 1.776.672 € - € - € 1.776.672 €

- € 1.776.672 € 999.204 € - € 2.775.876 €

- € 1.776.672 € 999.204 € - € 2.775.876 €

- € 1.776.672 € 999.204 € - € 2.775.876 €

€ 147.279 € -1.713.185 € -1.787.545 € € -1.187.875 € -2.901.060 € -4.688.604 €

-698.186 € -5.386.790 €

970.206 € 916.036 € 1.818.058 € -4.416.585 € -3.500.549 € -1.682.491 €

- € 16.302.448 € 4.996.021 € - € 21.298.469 €

Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief

- € 312.402 € - € - € 312.402 €

- € 15.990.046 € 4.996.021 € - € 20.986.067 €

€ -1.335.154 € -1.335.154

- € 3.553.344 € - € - € 3.553.344 €

- € 1.776.672 € - € - € 1.776.672 €

- € 1.776.672 € 999.204 € - € 2.775.876 €

3,0% 2031 - € - € - € - € - €

2032 -

- € 1.776.672 € 999.204 € - € 2.775.876 €

-

€ € € € €

-

1.682.491 € - €

- € - €

Eindwaarde

BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten

Totaal 100% 100% 100% 100%

Boekwaarde 4% 9% 9% 8%

Te realiseren 96% 91% 91% 92%

2023 25% 15% 15% 16%

2024 25% 15% 15% 16%

2025 25% 15% 15% 17%

2026 21% 15% 15% 16%

2027 0% 10% 10% 8%

2028 0% 10% 10% 9%

2029 0% 5% 5% 4%

2030 0% 6% 6% 5%

2031 0% 0% 0% 0%

2032 0% 0% 0% 0%

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties gemeente Bijdragen ontwikkelingslocaties derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

0% 100% 100% 0% 100%

0% 2% 0% 0% 1%

0% 98% 100% 0% 99%

0% 22% 0% 0% 17%

0% 11% 0% 0% 8%

0% 11% 0% 0% 8%

0% 11% 20% 0% 13%

0% 11% 20% 0% 13%

0% 11% 20% 0% 13%

0% 11% 20% 0% 13%

0% 11% 20% 0% 13%

0% 0% 0% 0% 0%

0% 0% 0% 0% 0%

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

21

4. Bovenwijkse voorzieningen 4.10 Verbindingsweg Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling (financieel)

: 733156 : Hoofdstructuur bestaande uit weg met kruisingen (o.a. aantakking rotonde), water en groen : Alle fasen binnen ontwikkelingslocatie Verbindingsweg (zie voor begrenzing de verbeelding hieronder) : Verdeelsleutel Opbrengstpotentie (bijlage 2) : In voorbereiding : klik hier: Kadernota 2018-2021 (definitieve versie, blz. 43).

Mutaties (tov vorige NBI) • •

Boekwaarden (t/m 2022) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen

Nota Bovenwijkse Investeringen – 2023

22

4. Bovenwijkse voorzieningen Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor

Hoofdstructuur Verkeer, water en groen 733156 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van gemengde functies Verbindingsweg

BoVo Rapportage Kasstroom

4,0%

Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten

Totaal Boekwaarde Te realiseren € -653.850 € -330.405 € -323.445 € € -508.550 € -235.656 € -272.894 € € -3.341.862 € -1.548.577 € -1.793.285 € 3,0% € -180.557 € - € -180.557 € € -4.684.819 € -2.114.638 € -2.570.181 €

Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingsloc. gemeente Bijdragen ontwikkelingsloc. derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten

€ - € 17,7% € 829.932 € 82,3% € 3.854.886 € 0,0% € - € € 4.684.819 €

Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief

-

€ - € € 829.932 € € 3.854.886 € € - € € 4.684.819 €

€ -2.114.638 € -2.114.638

3,0%

2023 - € - € - € - € - €

-

€ € € € €

3,0%

3,0%

2024 2025 -161.723 € -161.723 € -68.224 € -136.447 € -448.321 € -896.643 € -28.660 € -90.033 € -706.928 € -1.284.845 €

-

3,0%

2026 - € -68.224 € -448.321 € -61.863 € -578.408 €

€ - € - € € 414.966 € 414.966 € € 1.927.443 € 1.927.443 € € - € - € € 2.342.409 € 2.342.409 €

€ - € -706.928 € 1.057.564 € 1.764.001 € € -2.114.638 € -2.821.565 € -1.764.001 € - €

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

3,0%

2027 - € - € - € - € - €

2028 - € - € - € - € - €

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3ba9124b-32bd-48de-b283-73099b766050