B-3.7 Besluit B&W inzake tussentijdse evaluatie Barneveldse zonneladder d.d. 17-11-20.pdf
Tekst van het document
-1Tussentijdse evaluatie Barnevelddse Zonneladder
Voorgesteld besluit: 1. Het college stelt de ‘Tussentijdse evaluatie van de Barneveldse Zonneladder’ vast 2. Het college stelt bijgaande ‘Tussentijdse evaluatie Barneveldse Zonneladder’ ter beschikking van de gemeenteraad
1. Inleiding De Barneveldse Zonneladder is vanaf 10 juli 2019 in werking getreden. Het doel was, naast het stellen van doelen voor de ontwikkeling van zonne-energie in de gemeente Barneveld, om te komen tot een zorgvuldig proces rond het realiseren van zonneweides. Dit was het nieuwe onderdeel van het beleid rond zonneenergie. Zon op dak wordt vooral gestimuleerd via bestaande instrumenten als de energieloketten, financieringsmogelijkheden en rijkssubsidie. Zon op land vraagt om zorgvuldige afwegingen ten aanzien van het gebruik van de ruimte en de impact voor omwonenden. De Tussentijdse evaluatie Barneveldse Zonneladder, met aanbevelingen van betrokkenen bij de uitvoering van de Zonneladder, kan gebruikt worden voor de verbetering van het instrument. Voor de gemeente Barneveld, maar ook voor andere gemeenten die met een soortgelijke systematiek willen gaan werken.
2. Beoogd effect a) Meetbaar effect b) Maatschappelijk effect 3. Argumenten 4. Kanttekeningen 5. Financiën 6. Uitvoering Planning: Communicatie: Evaluatie/controle 7. Bijlagen Rapport ‘Tussentijdse evaluatie Barneveldse Zonneladder’
De Barneveldse Zonneladder
Tussentijdse evaluatie November 2020
1
Colofon Opgesteld door: Vormgeving en druk: Datum: Contact:
Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Barneveld Gemeente Barneveld 4 november 2020 j.donner@Barneveld.nl
2
Voorwoord Duurzame energie-opwekking, mèt respect voor mens en omgeving, dat is het uitgangspunt van de Barneveldse Zonneladder. Met de Barneveldse Zonneladder wil de gemeente vooral de ambitie van bewoners en ondernemers ondersteunen. Volop inzetten op zonnepanelen op daken. Zorgvuldig beleid waar het gaat om zonneweides. Meervoudig ruimtegebruik, inpassing in het landschap, participatie van omwonenden en versterking van de ecologie zijn daarbij speerpunten. Anderhalf jaar nadat de Barneveldse Zonneladder door de raad is vastgesteld is de schop voor de eerste zonneweide al in de grond gegaan. Een aantal anderen staan aan de vooravond van realisatie. Het afgelopen jaar hebben we ontzettend veel geleerd van het proces zoals dat in de Zonneladder staat beschreven. Deze lessen willen we graag delen met deze tussentijdse evaluatie. De eerste 100.000 zonnepanelen liggen in Barneveld op de daken, op naar de volgende 100.000! Didi Dorrestijn-Taal, Wethouder Klimaat en Duurzaamheid, Gemeente Barneveld
3
Inhoud Voorwoord ..............................................................................................................................................3 Inhoud .....................................................................................................................................................4 1. Samenvatting.......................................................................................................................................5 Werkzaamheden zonneweide Branderwal, Kootwijkerbroek..................................................................7 2. Inleiding ...............................................................................................................................................7 3. Geleerde lessen ...................................................................................................................................9 3.1. Geleerde Lessen ...........................................................................................................................9 3.1.1.
Zonneladder ......................................................................................................................10
3.1.2.
Uitvraag .............................................................................................................................11
3.1.3.
Voorstellen ........................................................................................................................13
3.1.4.
Eerste beoordeling ............................................................................................................13
3.1.5.
Vervolgprocedure..............................................................................................................14
3.1.6.
Tweede beoordeling..........................................................................................................14
3.1.7.
Vergunning ........................................................................................................................15
3.1.8.
Handhaving........................................................................................................................16
4. Conclusie ...........................................................................................................................................17 Bijlage 1. Alle Aanbevelingen ................................................................................................................18
4
1. Samenvatting De Barneveldse Zonneladder is vanaf 10 juli 2019 in werking getreden. Het doel was, naast het stellen van doelen voor de ontwikkeling van zonne-energie in de gemeente Barneveld, om te komen tot een zorgvuldig proces rond het realiseren van zonneweides. Dit was het nieuwe onderdeel van het beleid rond zonne-energie. Zon op dak wordt vooral gestimuleerd via bestaande instrumenten als de energieloketten, financieringsmogelijkheden en rijkssubsidie. Zon op land vraagt om zorgvuldige afwegingen ten aanzien van het gebruik van de ruimte en de impact voor omwonenden. Het afgelopen jaar zijn in Barneveld negen voorstellen beoordeeld, waarvan zes nog in procedure zijn. Eén zonneweide wordt op dit moment gerealiseerd en één heeft onlangs de omgevingsvergunning ontvangen. Op de daken liggen inmiddels zo’n 100.000 zonnepanelen, twee maal zoveel als in de energievisie 2015 – 2020, als doelstelling is geformuleerd. Dat is goed voor de elektriciteitsvoorziening van ongeveer éénderde van de Barneveldse huishoudens.
5
Dit verslag, met aanbevelingen van betrokkenen bij de uitvoering van de zonneladder, kan gebruikt worden voor de verbetering van het instrument. Voor de gemeente Barneveld, maar ook voor andere gemeenten die met een soortgelijke systematiek willen gaan werken.
6
Werkzaamheden zonneweide Branderwal, Kootwijkerbroek
2. Inleiding Op 10 juli 2019 is de Barneveldse Zonneladder door de gemeenteraad van Barneveld vastgesteld. Doelstelling is 650.000 zonnepanelen in Barneveld waarvan 175.000 op land en 475.000 op dak. Begin 2019 waren er nog geen zonnepanelen op land gerealiseerd en lagen er 45.000 op daken. Begin 2020 liggen er zo’n 100.000 panelen op de daken en wordt gewerkt aan het eerste zonneveld met 76.000 panelen. Dit betekent dat het aantal zonnepanelen op dak is verdubbeld in één jaar. Om in 2030 tot 475.000 panelen op dak te komen zullen er jaarlijks zo’n 40.000 panelen bij moeten komen. De verwachting is dat de 175.000 panelen op land voor 2025 zullen zijn gerealiseerd. Het vermogen van zonnepanelen is inmiddels gegroeid naar 300 wattpiek en levert zo’n 260 kwh op. Op basis van die berekening staat op dit moment 30 megawattpiek op de Barneveldse daken, die 26 Mwh oplevert. Een huishouden gebruikt gemiddeld 3500 kwh per jaar. De zonnestroom in Barneveld is daarmee goed voor de elektriciteit van zo’n 7.500 huishoudens, ongeveer éénderde van het aantal huishoudens in de gemeente. Deze tussentijdse evaluatie van de Barneveldse Zonneladdder en het daarop volgende proces geeft inzicht in de ervaringen tot nu toe en aanbevelingen voor het vervolg. Met deze aanbevelingen kan de Barneveldse Zonneladder worden herzien. Die herziening kan worden gebruikt voor het geval dat 7
in de eerste ronde het aantal van 175.000 panelen op land niet gehaald wordt, of er een nieuwe tranche door de raad wordt vastgesteld. De uitvoering van de Zonneladder heeft zich in het afgelopen jaar vooral geconcentreerd op de zorgvuldige realisatie van zonne-energie op land. Zon op dak heeft de gemeente via de energieloketten voor particulieren en bedrijven, ondersteuning van energiecoöperaties en de levensloop bestendige lening gestimuleerd. Deze evaluatie richt zich vooral op de geleerde lessen rond de aanvraag van zonneweides. Procedure Op basis van de Zonneladder hebben initiatiefnemers voor zonnevelden tot 1 september 2019 de gelegenheid gekregen om voorstellen in te dienen. Vooraf kregen zij een pakket toegestuurd met daarin de Zonneladder, uitleg over de procedure, een in te vullen voorblad en een scoreformulier. 9 Initiatiefnemers hebben een voorstel ingediend. De voorstellen zijn beoordeeld door een ambtelijke commissie op de onderdelen: 1. Dubbel ruimtegebruik 2. Ruimtelijke inpassing 3. Ecologische versterking 4. Draagvlak 5. Financiële participatie 6. Aantal ha landbouwgrond 7. Opruimvoorziening Op de criteria 1 t/m 5 en 7 konden 0 of 10 punten worden gescoord. Bij 6 is sprake van 2 punten aftrek per hectare landbouwgrond, die als zodanig in gebruik is. Wanneer een voorstel 40 punten heeft gehaald mag een vergunning worden aangevraagd.
Na deze eerste beoordelingsronde heeft één voorstel voldoende punten behaald. Het behalen van voldoende punten betekent dat er een vergunning kan worden aangevraagd. De overige 8 voorstellen hebben een herkansing gekregen. Er bleken nog veel misverstanden te bestaan over de werkwijze van de procedure. Met name over het detailniveau van de voorstellen. Daarover is op 12 december 2019 een bijeenkomst belegd om uitleg te geven aan de initiatiefnemers. Daarnaast zijn individuele gesprekken gevoerd om het oordeel van de commissie verder toe te lichten. Vervolgens hebben de acht overgebleven voorstellen voor 10 februari 2020 een tweede aanvraag ingediend. De commissie heeft ook deze voorstellen beoordeeld. Daarbij heeft zij de initiatiefnemers advies gegeven over de verbetering van de voorstellen. Dit betreft met name inpassing, ecologie en draagvlak. Deze adviezen zijn besproken met de initiatiefnemers. Dit heeft ertoe geleid dat zes voorstellen inmiddels toestemming hebben gekregen voor een aanvraag van een omgevingsvergunning. Twee voorstellen stuiten nog op bezwaren die breed worden gedragen door de omgeving en hebben daarom nog geen toestemming gekregen voor het aanvragen van een vergunning. Op 30 september 2020 is de stand van zaken als volgt.
Eén initiatief heeft zowel de omgevingsvergunning als de SDE++ subsidie geregeld en is bezig met het bouwrijp maken van de zonneweide. Twee initiatieven is na aanvraag en ter inzage legging een omgevingsvergunning verleend Twee initiatieven hebben een omgevingsvergunning aangevraagd en deze ligt ter inzage. Twee initiatieven hebben een omgevingsvergunning aangevraagd Twee initiatieven hebben nog geen toestemming gekregen voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. De verwachting is dat de initiatieven die gerealiseerd worden, rond de 175.000 panelen uitkomen.
8
Publicatie over zonneweide Stroe
3. Geleerde lessen 3.1. Geleerde Lessen
Ondanks het feit dat de procedure nog niet volledig is afgerond is besloten te komen tot een tussentijdse evaluatie van het proces van de Barneveldse Zonneladder. Er is veel goed gegaan, maar ook veel ruimte voor verbetering. Dit is nuttig voor een vervolgprocedure, mocht de limiet van 175.000 panelen niet gehaald worden. Maar ook voor andere gemeenten die mogelijk hun voordeel kunnen doen met de Barneveldse ervaringen. Daarnaast kunnen uit de ervaringen lessen worden getrokken voor de invoering van de omgevingswet in Barneveld. Methode
Betrokkenen, omwonenden, initiatiefnemers en ambtenaren, zijn gevraagd om aanbevelingen voor verbetering van de procedure. Vanuit de drie groepen betrokkenen zijn aanbevelingen ontvangen. 9
Deze zijn opgenomen in bijlage 1 van dit verslag. Daarnaast zijn eigen observaties van de projectleider opgenomen. Elke groep heeft een letter meegekregen die aan de aanbeveling is toegevoegd: (b) bewoner, (i) initiatiefnemer, (a) ambtenaar. De evaluatie is opgebouwd op basis van de volgorde binnen de procedure van de zonneladder en kent de volgende onderdelen: 1. Zonneladder 2. Uitvraag 3. Voorstellen 4. Eerste beoordeling 5. Vervolgprocedure 6. Tweede beoordeling 7. Vergunning 8. Handhaving 3.1.1.
Zonneladder
De Barneveldse Zonneladder is samen met relevante partijen, bewoners en ondernemers opgezet en unaniem door de gemeenteraad vastgesteld. De Ladder bevat voorkeurstreden en een voorstel voor een procedure. Het feit dat Barneveld een beleidskader heeft voor Zonnevelden dat in co-creatie met bewoners en ondernemers is opgesteld heeft aanvragen voor zonneweides mogelijk gemaakt. Inmiddels is één zonneweide in aanbouw, zonder dat omwonenden een zienswijze hebben ingediend. Ook bij andere zonneweides waarvan het besluit van de gemeente ten aanzien van de omgevingsvergunning ter inzage ligt is sprake van slechts een enkele zienswijze van een omwonende. Neemt niet weg dat in het voortraject wel sprake is van zorgen en bedenkingen bij omwonenden van potentiële zonnevelden. Verreweg de meeste aanbevelingen betreffen de communicatie tussen gemeente, initiatiefnemers en omwonenden. Hierin kan de Barneveldse Zonneladder verbeterd worden. Concrete aanbevelingen daartoe zijn in de navolgende paragrafen opgenomen. De Zonneladder kan duidelijker zijn in de opgave en het beslag op de ruimte van energie opwekking. Zo wordt de ruimtevraag van de opwekking van energie niet beschreven ten opzichte van andere ruimteclaims als woningbouw, infrastructuur, landbouw en bedrijventerreinen. In de huidige zonneladder is gekozen voor de parameter zonnepanelen.
De reden hiervoor is dat dit een meetbare eenheid is. Het aantal panelen kan worden geteld met behulp van luchtfoto’s. Dit zegt echter onvoldoende over het opgestelde vermogen. De stand van de panelen, hun omvang en de immer groeiende efficiency van de panelen maken de opbrengst variabel. De doelstelling kan dus verfijnd worden door naast het aantal panelen, de verwachte energieopbrengst in beeld te brengen en daarbij aan te geven wat de technische ontwikkelingen voor de nabije toekomst in petto hebben. Het is daarbij goed mogelijk dat frameloze glas/glas panelen het minste schade toebrengen aan de ondergrond. Overwogen kan worden om deze voor zon op land verplicht te stellen. Ook de (financiële) participatie dient beter omschreven te worden in de Zonneladder. Er zijn enkele zinnen opgenomen over het belang van energiecoöperaties, lokaal eigenaarschap en de mogelijkheid voor omwonenden om te kunnen participeren. Gevolg is dat financiële participatie een zaak wordt waar omwonenden en initiatiefnemers gezamenlijk uit moeten komen. Op z’n minst kan de gemeente duidelijk maken wat met lokaal eigenaarschap, financiële participatie en het eerlijk verdelen van lusten en lasten wordt bedoeld. Daarbij vraagt financiële participatie en/of compensatie van bewoners speciale aandacht. De nadruk op draagvlak geeft omwonenden een sterke positie in de onderhandelingen.
Sommige bewoners zijn betere onderhandelaars dan andere, dat kan achteraf scheve gezichten opleveren als de één beter wordt gecompenseerd dan de ander. Tot nu toe blijkt dat er in de meeste gevallen een oplossing wordt gevonden waar alle partijen 10
tevreden mee zijn. Zowel omwonenden als initiatiefnemers geven aan graag meer duidelijkheid en voorbeelden te willen om dit proces beter te kunnen laten verlopen. Aanbeveling 1: Herzie de huidige Zonneladder aan de hand van de aanbevelingen genoemd in de volgende paragrafen. Aanbeveling 2: Plaats de ruimtevraag van de energieopwekking in een breder kader van de totale ruimtevraag, van o.a. landbouw, bedrijventerreinen, infrastructuur, natuur en woningbouw. Aanbeveling 3: Omschrijf de doelstelling niet alleen in termen van het aantal panelen maar voeg daar de verwachte energie opbrengst toe. Aanbeveling 4: Overweeg het verplicht stellen van panelen die het minste schade toebrengen aan de ondergrond. Aanbeveling 5: Maak duidelijk wat met lokaal eigenaarschap, financiële participatie en het eerlijk verdelen van lusten en lasten wordt bedoeld. Aanbeveling 6: Besteed meer aandacht aan de mogelijkheid van deelname en compensatie voor omwonenden. Geef voorbeelden, bied kaders. (bijvoorbeeld voorwaarden aan de winstdeling met de inwoners van Barneveld/omwonenden, een staffel die er voor zorgt dat direct omwonenden méér meeprofiteren dan verder weg wonende inwoners. Formuleer duidelijke participatie-opties, zowel voor bedrijven als particulieren. Zorg daarbij voor ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Aanbeveling 7: Houd alle criteria nog eens tegen het licht.
Bijvoorbeeld wat tot ‘als zodanig in gebruik zijnde landbouwgrond’ wordt gerekend, hoe zit het met de transportcapaciteit van de netbeheerder en hoe moet de opruimplicht beschreven staan in het voorstel. Ook het begrip dubbel ruimtegebruik verdient verdere uitwerking. 3.1.2.
Uitvraag
Nadat in juli 2019 de Zonneladder in de raad was vastgesteld konden initiatiefnemers vóór 1 september 2019 hun voorstellen indienen. Op verzoek kregen zij een pakket met daarin de Zonneladder, een in te vullen voorblad en een scoreformulier met daarin een toelichting op de zeven criteria. De informatie was achteraf te summier en te weinig helder voor de aanvragers. Het detailniveau waarom gevraagd werd was voor velen niet duidelijk. Ook de mate waarin en hoe omwonenden betrokken moesten worden was onduidelijk. Er wordt gesuggereerd dat omwonenden een verklaring moeten ondertekenen, maar was dit ook verplicht of slechts een voorbeeld? Initiatiefnemers hebben moeite met het goed organiseren van de communicatie. De gemeente, en in sommige gevallen een onafhankelijke partij kan daarin een goede rol vervullen. Veel van de tekortkomingen in deze fase van de procedure kunnen worden opgelost door: 1. Heldere criteria en uitgebreide communicatie daarover. 2. Een bijeenkomst waarin de aanpak en beoordeling wordt uitgelegd en vragen worden beantwoord. 3. Betrokkenheid van de gemeente bij het overleg met omwonenden, na de beoordeling.
11
Het detailniveau van de voorstellen blijft een dilemma. Er is nog geen sprake van een vergunningaanvraag en toch moet er beoordeeld worden. Als je nog niet weet of er toestemming komt voor de zonneweide moet je dan al een uitgebreid communicatietraject met omwonenden starten? De ervaring leert dat zonneweides die in overleg met omwonenden ontworpen zijn de grootste kans van slagen hebben. Een initiatiefnemer kan daarom het best in een zo vroeg mogelijk stadium met een idee naar omwonenden toe stappen en daarbij de volgende stappen aankondigen: a. Het initiatief in een brief of een gesprek aan de direct omwonenden van het veld bekend maken en een afspraak maken om het idee te bespreken. Daarbij duidelijk aangeven dat er mogelijkheden zijn voor het creëren van een win-win-situatie en compensatiemaatregelen. b. Tijdens het eerste gesprek duidelijk aangeven dat het de bedoeling is om samen tot een ontwerp van de zonneweide te komen en compensatiemaatregelen te bespreken. c. Een bijeenkomst organiseren waarin de wensen van omwonenden worden besproken en opgetekend d. De wensen van de omwonenden vertalen naar een situatieschets. e. De schets vervolgens weer aan omwonenden voorleggen voor commentaar. f. De definitieve schets voorleggen aan de gemeente, waarbij is aangegeven welke omwonenden hebben meegedacht en of er nog bezwaren bestaan tegen de zonneweide.
In overleg met ervaringsdeskundigen, omwonenden en initiatiefnemers, kan de gemeente deze procedure verder uitwerken en verplicht stellen voor in te dienen initiatieven. Gebleken is dat niet elke initiatiefnemer in staat is dit proces zorgvuldig te laten verlopen. In dat geval zullen zij externe begeleiding moeten inhuren. De gemeente kan dit in de communicatie benadrukken maar in deze fase nog geen begeleidende rol vervullen. Diverse bewoners hebben aangegeven dat de gemeente ook een belang heeft, namelijk het behalen van de energiedoelstellingen, en geen onafhankelijke rol kan spelen. Daarnaast is het de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om dit proces goed te doorlopen. Tenslotte kan de gemeente niet vóór de beoordeling deelnemen aan de voorbereiding van de voorstellen. Dan is er sprake van de slager die zijn eigen vlees keurt. Een andere aanbeveling betreft het stellen van een deadline voor alle voorstellen. Als dit het geval is zorg dan als gemeente voor een goede projectorganisatie die al deze voorstellen aan kan.
Dat gaat vanaf de communicatie vooraf, binnenkomst van de voorstellen, het administreren, het beoordelen, het communiceren van de uitkomsten, de check bij omwonenden over het proces, het overleg over de aanpassing van de voorstellen en de uiteindelijke toestemming voor het aanvragen van een omgevingsvergunning, de vergunning aanvraag en de behandeling daarvan. Is de capaciteit in de vorm van een projectorganisatie afwezig dan is het beter om geen deadline te stellen maar voorstellen bij binnenkomst te behandelen. Ook dan is capaciteit nodig maar deze is gelijkmatiger verdeeld over de tijd. Aanbeveling 8: Maak duidelijk aan welk detailniveau de voorstellen moeten voldoen om te kunnen worden beoordeeld. Aanbeveling 9: Wees specifiek in de mate waarin omwonenden moeten zijn betrokken bij de totstandkoming van het plan. Werk dit uit in een te volgen procedure.
12
Aanbeveling 10: Intensiveer de communicatie over de te volgen stappen naar initiatiefnemers zonder in de rol ven begeleider te stappen. Aanbeveling 11: Check de informatie die door de initiatiefnemers wordt aangeleverd op de volgende punten: 1. Bij omwonenden of het proces naar hun tevredenheid is verlopen, heeft de initiatiefnemer hen voldoende geïnformeerd en gecheckt of de informatie goed is over gekomen. 2. Of de initiatiefnemer in samenwerking met of in opdracht werkt van de eigenaar van de grond. Aanbeveling 12: Zorg voor een interne projectorganisatie die de voorstellen van begint tot eind kan begeleiden. Behoud daarbij het aanspreekpunt voor omwonenden en initiatiefnemers. Overweeg om niet alle voorstellen in één keer te behandelen maar gefaseerd. 3.1.3.
Voorstellen
De voorstellen die op 1 september 2019 binnen kwamen varieerden met name in het detailniveau. Sommige voorstellen waren niet meer dan een schets, anderen waren juist erg gedetailleerd en goed gedocumenteerd. Vaak was onduidelijk hoe de communicatie met omwonenden was verlopen. In een bijeenkomst op 12 december 2019 gaven initiatiefnemers aan dat zij niet hadden begrepen hoe gedetailleerd hun voorstel moest zijn en wat het overleg met omwonenden precies in hield. Ook de andere criteria werden voor de initiatiefnemers pas in die bijeenkomst duidelijker. Veel kritiek was er op de gedachte dat omwonenden een verklaring moesten tekenen. Dat werd als voorbeeld in het scoreformulier genoemd, niet als verplichting. Aanbeveling 13: Wees helder in wat er van de voorstellen verwacht wordt, bijvoorbeeld met behulp van een voorbeeld. Aanbeveling 14: Overweeg om niet één deadline voor alle voorstellen te hanteren maar het indienen te spreiden. 3.1.4.
Eerste beoordeling
Voor de beoordeling van de initiatieven is een ambtelijke commissie aangesteld. Hierin zaten specialisten op het gebied van landschap, ecologie, planologie, monumentenzorg, vergunningverlening, energie en participatie. De deelnemers aan de commissie kijken positief terug op de beoordeling en hun deelname daaraan. Wel is er overeenstemming over het feit dat, gezien de noviteit van zowel de procedure als het fenomeen zonneweide voor Barneveld, het de leden van de commissie op met name de technische aspecten aan voldoende expertise ontbrak. Eén van de aanbevelers suggereert om een expert op het gebied van zonne-energie cq zonneweides toe te voegen. Hoewel de leden van de commissie uitleg hebben gehad over de zonneladder en de gehanteerde criteria was het voor hen lastig om bijvoorbeeld op het criterium opruimplicht te beoordelen. Ook de beperkte mogelijkheid om 0 of 10 punten te geven maakte een goede beoordeling lastig. De commissie heeft uiteindelijk zelf besloten om ook 5 punten toe te kennen waar het echte twijfelgevallen betrof. Naast een beoordeling op punten heeft de commissie kwalitatieve beoordelingen gegeven. Uiteindelijk leverde dit een beoordeling op die met de initiatiefnemers gedeeld kon worden. Desondanks kan er nog veel aan de beoordeling worden verbeterd. De 13
omschrijving van de criteria, puntentelling, expertise van de commissie en de reality check van de aangeleverde documenten, zijn enkele voorbeelden. De beoordeling is enerzijds bedoeld om inzicht te geven in de kwaliteit van de voorstellen. Anderzijds dient ze ook om voorstellen af te kunnen wijzen en voor het maken van een ranking die het mogelijk maakt om voorstellen weliswaar voldoende zijn maar buiten de limiet van 175.000 panelen vallen af te wijzen. Dat is lastig zonder een puntensysteem. Aanbeveling 15: Zorg ervoor dat er voldoende expertise in de beoordelingscommissie zit om tot een goede beoordeling te komen. Dit komt in de praktijk neer op een goede voorbereiding van de commissieleden en het aanvullen van ontbrekende kennis en ervaring met externe expertise. Aanbeveling 16: Maak het puntensysteem minder rigide en anderzijds niet te ingewikkeld. Bijvoorbeeld de mogelijkheid van rood (Afgekeurd), oranje (Voor verbetering vatbaar) en groen (Bijna tot Helemaal goed) 3.1.5.
Vervolgprocedure
Na de eerste indiening en beoordeling is besloten de 8 afgewezen voorstellen een tweede kans te geven. Er werd een bijeenkomst georganiseerd en de initiatieven kregen de kans op feedback op hun voorstel naast de formele brief de ze hadden ontvangen. 3.1.6.
Tweede beoordeling
De overgebleven 8 initiatiefnemers konden 10 februari 2020 hun voorstel opnieuw indienen. Dat hebben alle 8 initiatiefnemers gedaan. De voorstellen zijn vervolgens opnieuw beoordeeld door een ambtelijke commissie. Ditmaal bestaande uit experts op het gebied van natuur en landschap, water, participatie en energie. De commissie heeft in dit geval aangegeven waar de voorstellen verbeterd konden worden. Corona en de afwezigheid van een geoliede interne projectorganisatie zorgden voor vertraging. Alle voorstellen hadden potentie om tot zonneweides te worden ontwikkeld zoals de zonneladder die voor ogen had. Toch was er met name op het gebied van participatie en landschappelijke inpassing nog veel te verbeteren. Na de beoordeling heeft de gemeente zich opgesteld als ‘meedenkende’ partner voor de initiatieven en omwonenden. Wat betreft het onderdeel participatie was er sprake van de nodige problemen. De gemeente werd benaderd door soms verontwaardigde bewoners die zich onvoldoende gehoord voelden en slecht geïnformeerd bleken te zijn. Niet iedere initiatiefnemer bleek over voldoende communicatievaardigheden te beschikken om het proces met omwonenden goed te laten verlopen. In een aantal gevallen heeft de gemeente met beide partijen om de tafel gezeten om te kijken naar een oplossing. In minstens drie van de zes voorstellen waar dit het geval was is dat tot nu toe gelukt.
Bij de twee zonneweides die nog geen toestemming hebben voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning is nog sprake van een patstelling tussen omwonenden en de initiatiefnemer. De gemeente heeft aangegeven hierin een bemiddelende rol te willen spelen mits dat door beide partijen geaccepteerd wordt. Veel tijd en energie is er vanuit de gemeente gestoken in het bespreken van de landschappelijke inpassing van de zonneweides. Dankzij één van de gemeentelijke landschapsexperts is de inpassing van alle zonneweides sterk verbeterd en aan de eisen van het landschap aangepast. Meestal is het 14
aangepaste voorstel vervolgens weer besproken met omwonenden, in een enkel geval in aanwezigheid van de expert van de gemeente. Uiteindelijk bleken eerst twee, toen nog eens vier voorstellen klaar voor de vergunningaanvraag. Aanbeveling 17: Verander de beoordelingsprocedure. Bijvoorbeeld als volgt: 1. Eerste beoordeling: een quickscan en reality check op basis van de criteria waarbij het licht op groen, oranje of rood gaat. 2. De voorstellen met groen licht kunnen, na vooroverleg met de afdeling RO, een vergunning aanvragen, voorstellen met oranje krijgen een gesprek met de gemeente. Voorstellen met rood moeten wachten op een nieuwe mogelijkheid voor indiening. Met respect voor het voorstel van initiatiefnemer en omwonenden doet de gemeente voorstellen voor verbetering, bijvoorbeeld over versterking van de inpassing en ecologische waarden van de zonneweide, of het overleg met de omgeving. 3. Het nieuwe voorstel wordt voorgelegd aan de omwonenden. Hun reacties worden gedeeld met de gemeente die vervolgens een check doet bij de omwonenden. 4. Is er overeenstemming dan kan het voorstel verder voor een vergunningaanvraag. 3.1.7.
Vergunning
Na de beoordeling kunnen voorstellen groen licht krijgen voor het indienen van een verzoek voor een omgevingsvergunning. In de praktijk bleek, door het gebrek aan een reality check vanuit de gemeente, dat sommige voorstellen veel minder gedragen werden door de omgeving dan zich op papier liet aanzien. In die gevallen is in overleg met de initiatiefnemer wederom het gesprek aangegaan met omwonenden. Soms betekende dat dat het voorstel volledig terug moest naar de tekentafel, in één geval betekende dit zelfs verplaatsing van de zonneweide naar een aangrenzend perceel. Bij een ander voorstel bleek de eigenaar van de grond niet op de hoogte van het initiatief en niet genegen tot samenwerking. Dit voorstel is on hold gezet. Het oplossen van deze problemen heeft veel gevraagd van zowel bewoners, initiatiefnemers als gemeente. Hierdoor is tijdsverlies geleden. Door een betere voorbereiding kan dit tijdsverlies voorkomen worden. Vanuit bewoners wordt de suggestie gedaan om in plaats van een projectafwijkingsbesluit te kiezen voor een bestemmingsplan wijziging. Het argument is dat de omgeving dan minder ‘de hakken in het zand’ zal zetten. “Bij wijziging van een bestemmingsplan is onderzoek naar geluidshinder, MER etc nodig. Dat is niet nodig bij een project afwijkingsbesluit. Dat vereenvoudigt de procedure maar schept geen vertrouwen bij de omgeving”, aldus de bewoner.
De gemeente heeft juist voor een projectafwijkingsbesluit gekozen om ervoor te zorgen dat na 25 jaar het gebied weer als landbouwgrond ingezet kan worden. Het is goed om deze afweging nog eens tegen het licht te houden en in elk geval de keuze duidelijk te motiveren, ook naar omwonenden. De omgevingsvergunning wordt afgegeven voor 25 jaar, inclusief de bouwtijd. Er gaan soms enkele jaren overheen voor de zonneweide staat. Dat betekent in de praktijk dat de zonneweide na ongeveer 23 jaar moet worden verwijderd. De levensduur van zonnepanelen is gemiddeld 30 jaar. De vergunning termijn heeft invloed op de keuze van het materiaal. Als de gemeente bijvoorbeeld voorkeur heeft voor glas/glas panelen in verband met het licht op de ondergrond levert dit meerkosten op voor de initiatiefnemer. Dat betekent juist een langere afschrijvingstermijn. Een vergunning voor 30 jaar is dan logischer. 15
Aanbeveling 17a: Een check bij de beoordeling van de voorstellen, zoals aanbevolen in aanbeveling 17 voorkomt tijdverlies bij de vergunningverlening. Een nieuw te ontwikkelen procedure dient daarom zorgvuldig afgestemd te worden met de afdeling die de vergunningverlening verzorgt, zodat in die fase geen tijdsverlies meer ontstaat. Zo kan bijvoorbeeld een vooroverleg worden ingelast met de afdeling RO. Aanbeveling 18: Heroverweeg de keuze voor een bestemmingsplanwijziging of een projectafwijkingsbesluit en onderbouw de uiteindelijke keuze beter. Aanbeveling 19: Verleng, indien mogelijk, de vergunningstermijn van 25 naar 30 jaar. 3.1.8.
Handhaving
De aanleg van zonneweides is nog niet in de fase van handhaving. Toch is het belangrijk om ervoor te zorgen dat plannen ook worden uitgevoerd zoals is afgesproken. Naast juridisch juist is dit van groot belang voor de omwonenden. Zij moeten vertrouwen kunnen hebben in de aanleg van de zonneweide zoals die met hen is afgesproken. Controles en in de vergunning ingebouwde garanties zijn daartoe van belang. Aanbeveling 20: Zorg voor garanties in de vergunning die er voor zorgen dat de weide zo wordt aangelegd, en ooit weer opgeruimd, zoals is afgesproken. Aanbeveling 21: Regel controles tijdens de aanleg van een zonneweide en stel een checklist op van onderdelen waar specifiek op gecontroleerd moet worden.
16
Situatieschets zonneveld Terbroek
4. Conclusie De Barneveldse Zonneladder is, in combinatie met de ontwikkelde en gevolgde procedure, in vele opzichten een nieuwe aanpak. Een aanpak die veel overeenkomsten vertoont met de wijze waarop in de nabije toekomst met de omgevingswet gewerkt zal worden. De geleerde lessen zijn daarom van een breder belang dan alleen voor toekomstige zonneweides. Alle omwonenden, initiatiefnemers en ambtenaren die aan deze vernieuwende werkwijze hebben deelgenomen voelden zich soms ‘proefkonijn’. Dat is onvermijdelijk bij het ontwikkelen van nieuw beleid maar voor de toekomst is het beter om aan betrokkenen dit ook helder te communiceren. Daarnaast hopen we dat andere gemeenten hun voordeel doen met de in Barneveld geleerde lessen. Tot slot zal deze tussentijdse evaluatie behulpzaam zijn mocht er een revisie van de zonneladder nodig zijn, bijvoorbeeld omdat het aantal van 175.000 panelen niet gehaald wordt met de huidige voorstellen. Ondanks het feit dat er nog een hoop te verbeteren valt is het mede dankzij de uiterst redelijke opstelling van omwonenden en initiatiefnemers en de toewijding van een aantal ambtenaren gelukt om een begin te maken met de opwekking van zonne-energie op land in de gemeente Barneveld. Veel van die betrokkenen hebben aanbevelingen gedeeld voor verbetering van de Zonneladder en de procedure.
17
Bijlage 1.
Alle Aanbevelingen Communicatie Wees concreet (b) Zorg voor transparantie (b) Communiceer, alles, en desnoods 3x (b) Verifieer daarna alsnog of iedereen hetzelfde begrepen heeft (b) Naar mijn mening was de zonneladder duidelijk geformuleerd en het was erg fijn dat er een direct aanspreekpunt (strategisch adviseur duurzaamheid) vanuit de gemeente beschikbaar was die ons kon helpen met het indienen. Dit directe aanspreekpunt is een grote plus en zou ik in de toekomst ook graag zien. (i) Doelen Maak je doelstellingen helder en concreet. Als het doel is 50% groene energie in 2030, maak dan een concrete inschatting hoe groot de energiebehoefte in 2030 is in MW. Maak ook duidelijk hoeveel industrieel en hoeveel particulier is, en geef inzage in hoeveel je in wilt/kunt/moet inkopen elders (Noordzee-wind bv) en voor welk doel (industrie of 18
particulier). Als de plannen zijn dat Harselaar nog eens 2x zo groot moet worden en dat er dáárom 500 hectare grond nodig is, zal dat vermoedelijk minder draagvlak krijgen dan wanneer er voor 20.000 extra inwoners meer groene stroom nodig is. (b) Laat een compleet plaatje zien en maak een inschatting wat de opbrengst van je zonneenergie moet zijn, ipv uit te gaan van een variabele factor ‘zonnepaneel’. De opbrengst daarvan verandert van jaar tot jaar. (b) Aantal panelen en vermogen; lijkt me heel goed om te spreken over “geïnstalleerd vermogen” in MW en/of in MW/h” en niet over het vergunde aantal panelen. Dit past ook veel beter bij de RES doelstellingen. Hiervoor zijn 2 belangrijke redenen: 1; de afmetingen van de panelen worden steeds groter. Dit komt doordat men de cellen in de panelen zo beter en efficiënter kan maken, dus optimalisatie. 2; daardoor nemen ook de vermogens van de panelen per m2 fors toe! In een jaar tijd, zien wij al een opbrengst verbetering van 10%! Dit is iets om ook rekening mee te houden in de RES en doelstellingen. Panelen worden steeds beter doordat ze aan 2 zijdes aangestraald kunnen worden, en doordat er bredere lichtspectrums opgevangen kunnen worden. Betekend dus dat gevels, verticale opstellingen, e.d. ook interessant gaan worden voor het opvangen van licht.
Er gaat hierin een enorme ontwikkeling plaatsvinden (er komen ook buigbare zonnecellen op rollen die je overal op kunt bevestigen). (i)
Achtergrond Leg heel goed uit waarom grond gebruikt moet worden en er niet alleen panelen op daken mogelijk zijn (en kom dan niet met argumenten als dakconstructies die sneeuwlast aan moeten kunnen – dan moet een dak zónder panelen ook – of dat het niet afgedwongen kan worden bij industrienieuwbouw waar het bij woningbouw kennelijk wel kan). (b) Belangen Maak heel helder wat de belangen van de gemeente zijn, en hoe belangenverstrengeling voorkomen wordt. (b) (Financiële) participatie Zorg voor fairness/eerlijke verdeling van zowel de lusten als de lasten. (b) Zorg dat er een duidelijke verdeling van de winst/opbrengst is. Niet alles naar buitenlandse datacentra en de inwoners met lege handen laten staan, ook niet alle (over-)winst door efficientere panelen of hete zomers naar de uitbaters. (b) stel voorwaarden aan de winstdeling met de inwoners van Barneveld/omwonenden. Maak een staffel dat direct omwonenden méér meeprofiteren (zie participatie) dan verder weg wonende inwoners van Barneveld, maar zorg dat iedereen er baat bij heeft – en dat geldt overigens ook voor windmolens en andere alternatieve energie. (b) Zorg voor duidelijke participatie-opties. Zowel voor industrie als particulier. Maak vooraf duidelijk wat de win-win is. (b) Zorg daarbij voor ‘gelijke monniken gelijke kappen’.
Zodra iets ongelijk verdeeld wordt krijg je kwaad bloed en heb je een groter ‘gevecht’ om draagvlak te krijgen. (b) Als je participatie in de vorm van aandelen nemen als (enige) mogelijkheid ziet, neem dan in overweging of het schenken van aandelen als planschadecompensatie geen goed idee is. Dat zou een hoop procedures (en geld) kunnen schelen. (b) Een algemeen heikel punt wat betreft de zonneladder bleek om te voldoen aan het criteria ‘Draagvlak’. Het informeren van omwonenden, delen van de plannen en het delen van een contactpersoon binnen de gemeente is goed uit te voeren. Als mensen in dit stadium dan bezwaren hebben is er voldoende tijd en zijn de kanalen waar die bezwaren naar gericht kunnen worden. Echter om een handtekening te vragen lijkt mij ingewikkeld. De plannen zijn 19
nog in een vroeg stadium en mensen hebben natuurlijk het recht om een zienswijze in te dienen tijdens de inzage van de plannen. Een handtekening neemt dit niet weg. (i) Algemeen kan gezegd worden dat mensen positief tegenover de energie-transitie staan, maar het liefst niet in hun eigen achtertuin. Door in de ladder zo duidelijk te formuleren dat we goedkeuring middels een handtekening van omwonenden nodig hebben maakt het heel eenvoudig om dit tegen te houden. Omwonenden zeggen letterlijk: we vinden de plannen goed, maar zien het liever ergens anders dus we tekenen niet. Misschien is het voldoende om aan te tonen dat de omwonenden (1) voldoende geïnformeerd zijn, (2) de gelegenheid hebben gekregen om hun eventuele bezwaren kenbaar te maken via contactpersoon bij gemeente Barneveld, en (3) de notulen van de bijeenkomsten ondertekend hebben. Als er dan geen klachten zijn ontvangen lijkt me dit voldoende om door te gaan. In een later stadium kunnen er natuurlijk altijd nog bezwaren worden ingediend, maar dit lijkt me niet te vermijden. Vervolgens kan de initiatiefnemer weer verder in gesprek. (i) Omwonenden; instemming nodig, geen handtekeningen. De omwonenden hebben daar echt moeite mee tekenen dus deels ook niet. Initiatiefnemer moet aantoonbaar en verifieerbaar maken dat de directe aangrenzende buren bezocht zijn, geïnformeerd zijn, tekeningen/plattegronden hebben ontvangen.
Initiatiefnemer moet ook vragen aan de buren om de bezwaren, indien die er zijn, aan initiatiefnemer eerst voor te leggen. Op deze manier ontstaat er vanzelf dialoog en vaak een oplossing. Als bovenstaande gebeurt, dan weet de gemeente ook (voordat zij aan de slag gaan), dat er geen bezwaren zijn/komen. Tenminste, die kans is veel kleiner. Dit zou je goed in de tender kunnen omschrijven. Indien de gemeente maar weet dat alles verifieerbaar is en dit ook kan natrekken/controleren. (i)
Inkadering/bestemmingsplan/randvoorwaarden Zorg voor een kader voor een bestemmingsplan ‘zonneweide’. Iets dat 25 jaar aan de reguliere bestemming onttrokken wordt en geen bestemmingsplanwijzing nodig heeft, daar gaan de hakken van in het zand. Is zonde, want te vermijden door wél te wijzigen. (b) Zorg dat er duidelijke regels zijn opgesteld qua randvoorwaarden. Hoeveel geluidshinder (weerkaatsing, gezoem van transformatorhuisjes) is acceptabel, hoeveel onderhoudsverkeer is acceptabel, wat moet de minimale afstand tot erfgrenzen van aanwonenden zijn, wat moet de minimale breedte van een boomsingel/hoogte van een ‘dijk’/je landschappelijke inpassing zijn. (b) Procedure Stel concrete meetpunten/ go/no-go criteria op zowel tijdens goedkeuringsprocedure als tijdens uitvoering, handhaaf die ook en geef garanties dat ze gehandhaafd worden. (b) Wijzig geen regels tijdens het spel! Als in je zonneladder staat dat een aanvrager met handtekeningen moet komen, dan moet dat. Zo zijn je eigen regels, en die moet je dan ook volgen. Je had vóór definitief maken van de zonneladder moeten verifiëren of dat haalbaar was. Nu blijkt dat dat niet haalbaar is: wijzig je zonneladder en je proces! Communiceer die wijziging en leg uit wat ervoor in de plaats komt (bv, de gemeente gaat die handtekeningen verzamelen).
(b) In het begin was er een beetje onduidelijkheid over in hoeverre de plannen uitgewerkt moesten zijn voor de zonneladder. Verschillende partijen dachten dat het een grove opzet moest zijn en dat we vanuit de commissie zouden horen of we verder mochten. Hierna zouden de plannen dan verder worden uitgewerkt. In de praktijk bleek dat je alleen serieus kans had als je plannen al ver uitgewerkt waren. Hier is wel wat voor te zeggen omdat je alleen ver uitgewerkte plannen eerlijk kan beoordelen en met elkaar vergelijken. Wel zou het goed zijn om dit duidelijk te communiceren. Daarbij zou het verstandig zijn als er in een
20
vroeger stadium al wel contact is met de strategisch adviseur om een eerste indicatie te krijgen van haalbaarheid. (i) De beoordeling van de plannen werd uitgevoerd door een commissie samengesteld door de gemeente. Het zou verstandig zijn om in deze commissie ook iemand te hebben die ervaring heeft met de ontwikkeling van zonneparken en de daar bijbehorende vereisten vanuit andere stakeholders (b.v. financierende partijen, verzekeraars en technische vereisten). (i) Na de eerste indiening volgden er een tweede ronde waarbij van enkele partijen aanvullingen werden gevraagd. Deze flexibiliteit is uitstekend en helpt om de plannen die wel in de goede richting zitten te helpen rond te komen i.p.v. af te schieten. Hier zou ik echter een aanbeveling willen doen. Volgens mij zou je na de eerste ronde 3 groepen moeten hebben: 1) plannen die voldoende punten hebben en dus door kunnen; 2) plannen die er bijna zijn maar nog enkele aanpassingen van gevraagd worden; en 3) plannen die niet passen in het plaatje van de gemeente Barneveld. Voor de tweede groep zou er een herindiening mogelijk moeten zijn, maar dan met kortere tijdslijnen. Ik begrijp dat deze keer ingewikkeld was i.v.m. corona, maar hier valt wel wat te winnen. Een directe terugkoppeling tussen de commissie en de initiatiefnemers zou hierbij helpen.
Vervolgens is het belangrijk dat dezelfde mensen van de eerste indiening ook de tweede indiening beoordelen. Dan moet het mogelijk zijn om de beoordeling vanuit de gemeente sneller te laten zijn. (i) De regel van maximaal 10ha landbouwgrond nog wat aanscherpen. Is dit met of zonder tussenpaden; netto/bruto bedekking? Ik zou ervoor pleiten om de maximale 10ha te handhaven inclusief de tussenpaden (meer groen) maar exclusief de benodigde omringende servicepaden (meer groen). (i) Transportcapaciteit netbeheerder; dit document moet onderdeel zijn van de tender, en als 1 van de eerste zaken geregeld zijn, anders geen park. Precies hetzelfde heb je ook nodig voor de aanvraag van SDE. (i) Idee nieuwe tender; aangeven of en hoe er nagedacht wordt over opslag van groene energie en de benutting van restwarmte PV-installatie. Koppeling met de omgeving/huizen/bedrijven? Je kunt hier niet iets “eisen”, maar wel stimuleren (bonuspunten bijvoorbeeld). (i) Eigendom; van de omwonenden kregen we te horen; “en verkopen jullie het park straks niet aan een vreemde zodra het klaar is en vertrekken met de Noorderzon? Lokaal eigendom stimuleren, en dat de vergunning wordt afgegeven een lokale initiatiefnemers. Zij kennen de omgeving en weten hoe hiermee om te gaan. Zodra er grote/vreemde projectontwikkelaars komen, krijgt men heel snel argwaan.
Dus stimuleer regionale initiatieven in de vergunningsverlening met als uitgangspunt dat zij gedurende de vergunningstermijn deze ook daadwerkelijk zelf benutten. (i) Termijn vergunning; gaat deze in zodra er levering van stroom plaatsvindt op het net, of is de datum geldig van de vergunningsverlenging? (i) In vergelijk met andere zaken zijn de voorstellen voor zonnepanelenvelden uitzonderlijk en ongebruikelijk omdat deze allen ongeveer tegelijk zijn gestart in 1 en hetzelfde proces. Dat komt voort uit de werkwijze die gekozen is, maar normaliter gebeurt dat niet. Dat legt wel een hoge druk op degenen die daarmee belast zijn en worden. Op deze wijze nogmaals te werk te gaan raad ik dan ook af. (a) Een dergelijk proces vergt een planning met daaraan gekoppeld een urenbesteding, het tijdig in kennis stellen ervan van teamleiders en de uitvraag of collega ’s er beschikbaar voor zijn. (a) Dat voorkomt ook dat het proces verloopt zoals het nu verlopen is (wisseling van ambtelijke ondersteuning). Ik pleit er dan ook voor dat een aanvraag/projectlocatie m.b.t. landschap (en natuur) wordt toebedeeld aan een collega die er van begin tot het eind bij betrokken blijft, te meer omdat dat in de contacten met de aanvrager/ontwikkelaar het meest praktisch en plezierig is. (a) 21
Zoals tot nu toe het geval is geweest, is een landschapsplan vereist geweest. Van belang is het om een dergelijk plan al in een zo vroeg mogelijk stadium ter beoordeling toegezonden te krijgen en daarna te werken aan het spoedig tot stand komen van een definitief plan, zodat ten tijde van de aanvraag procedure het onderdeel landschapsplan vlot kan worden afgewikkeld. (a) Idee; de maximale technische levensduur van zonnepanelen is 30 jaar indien je dus kiest voor hele goede (glas-glas) panelen Dit is wereldwijd de standaard. Misschien een idee om de vergunningstermijn naar 30 jaar te brengen, met daarbij een bouwtijd van max 2 jaar vanaf verlening vergunning. Daarmee spoor je de initiatiefnemers ook aan om echt te gaan bouwen. (de SDE-beschikking staat namelijk toe om maximaal 4 jaar te hanteren). Bovendien stimuleer je hiermee om kwalitatief betere panelen aan te schaffen (je kunt dus ook kiezen voor panelen met een levensduur van ca 25 jaar, die zijn wat goedkoper, vandaar). (i) Landschappelijke inpassing en ecologie is prima zo; voor beide zaken moet een doordacht plan zijn. (i) De doorlooptijd tussen de beoordeling van het plan en het uiteindelijk indienen van het verzoek blijkt vaak aan de lange kant te zijn. Met de verzoeken die in behandeling zijn genomen is gebleken dat hiervoor verschillende oorzaken zijn. Deze liggen zowel bij ons als bij de aanvrager.
Na de beoordeling van de gescoorde punten duurde het vrij lang voordat de initiatiefnemers werden geïnformeerd. Daarna hebben een aantal initiatiefnemers de tijd nodig gehad om de aanvragen volledig te maken. (Advies: na de beoordeling en toetsing aan de Zonneladder van de initiatieven, moeten initiatiefnemers sneller worden geïnformeerd over de voortgang). (a) Binnen het team RO kennen we voor initiatieven verschillende fasen in het beoordelen van de kansen van een verzoek: vooroverleg en principestandpunt (deze laatste is een besluit van B&W om wel of niet mee te werken). Het principe besluit is hier niet aan de orde omdat de betroken portefeuillehouders geïnformeerd worden over de verzoeken en welke er door kunnen. Het vooroverleg is een belangrijk moment waarbij gekeken wordt welke onderzoeken er spelen en welke effecten er mogelijk kunnen optreden op de omgeving. Dit komt bij de toetsing aan de Zonneladder nauwelijks tot niet aan de orde. (Advies: Gelijktijdig aan de toetsing aan de Zonneladder moet het initiatief breder beoordeeld worden. Ook de planologische, milieutechnische, archeologie enz. punten moeten al in beeld worden gebracht, zodat aan de initiatiefnemer kan worden meegedeeld welke onderzoeken er nodig zijn. Het gevolg is dat er een volledig verzoek kan worden ingediend zodat er direct gewerkt kan worden aan de procedure.
Dit geeft helderheid voor de initiatiefnemer en zorgt er voor dat wij sneller ket proces kunnen doorlopen.) (a) De factor tijd is bij de procedures voor een zonnepark een bepalende factor gebleken. De tijdsdruk wordt mede veroorzaakt door de datum wanneer een SDE subsidie verzoek kan worden ingediend. Daar hebben een initiatiefnemer maar ook wij mee te maken. (Advies: zo veel mogelijk aansluiting zoeken bij de werkwijze zoals team RO met verzoeken omgaat.) (a) Het sturen naar versterking van het landschap in combinatie met een zonneveldontwikkeling had achteraf misschien wat scherper gekund als we meer hadden geweten over de techniek achter een dergelijke installatie (en de alternatieven daarop), maar ook de toevoegingen van kippen, schapen, kruidige vegetatie irt opstellingshoogte en afstand, bijvoorbeeld. Zo hadden we bij het BiFacial veld wellicht wat strenger kunnen zijn op het afdwingen van dit systeem (aangezien dit volgens de inschrijver juist de kracht / USP van dit voorstel was), maar op investering werd dit onderdeel weggestreept. Inmiddels ben ik al iets breder ingelezen door diverse input, maar nog steeds kan ik nog niet goed uitleggen wat bijvoorbeeld de gevolgen voor de bodem zijn. Met welke onderliggende afstand en hellingshoek? (a) Meer gezamenlijk standpunt in (onderzoeks)afwegingen borgen; Bodemgevolgen, lichtinval, constructiehoogte en innovativiteit (bijv.
BiFacials). Welke kennis nemen we als 22
basisuitgangspunt? Hebben we de beschikking over betrouwbare onderzoeken, waar we aan kunnen refereren? (a) Wat verstaan we precies onder de landschappelijke versteviging en het pakken van integrale kansen? Hoe kunnen wij deze afdwingen? Welke praktijkvoorbeelden zien wij graag in onze gemeente? (a) Op zich vond ik de eerste toetsing met ons zonnige team erg waardevol en succesvol. Maar daarna werden het proces en de geformuleerde conclusies – voor mij persoonlijk – wat vager. Deels kwam dit natuurlijk door mijn eigen gebrek aan capaciteit, maar voor het proces en de helderheid zouden dezelfde mensen en kennisinput op geijkte momenten betrokken moeten en kunnen blijven (dus bijvoorbeeld ook Gelders Genootschap). Het gezamenlijk verband en samen rond de tafel nadenken vond ik wel erg prettig werken, namelijk. Voor een dergelijk serieus onderwerp als dit, dient het bestuur meer tijd vanuit de verschillende disciplines te borgen, denk ik. Ik heb het nog niet als prio 1 op de prio lijst gezien. Er is ontzettend veel werk verzet door collega’s, omdat een goede toetsing en een adequaat vervolgtraject heel bewerkelijk is. Hadden wij deze belasting aan de voorkant voorzien?
Proces Eis een onafhankelijke procesbegeleider bij alle aanvragen – die kosten zullen dus verplicht opgenomen moeten worden in het kosten/batenplaatje en het verdienmodel. (b) Maak een blauwdruk van stappen die verplicht doorlopen moeten worden. Bv minimaal 4 gesprekken met omwonenden – tenzij omwonenden zelf schriftelijk aangeven dat minder OK is. (b) Eén van die stappen zal ook moeten zijn dat er een compleet plan moet liggen waar omwonenden een draagvlakverklaring voor moeten geven. Op een half schetsplan kan dat niet. (b) Uitvoer Zorg vervolgens als gemeente dat er een onafhankelijke procesbewaker komt zodat de plannen ook uitgevoerd worden zoals aangevraagd. Bouw- en woningtoezicht die controleert of de goothoogte idd niet meer dan 3 meter is, dat idee. (b) Evaluatie/samenwerking/leerproces/Inbedding in groter geheel Neem een graduele uitvoer op in de plannen. Alle zonnevelden in hetzelfde jaar bouwen met dezelfde (verouderde) panelen tegen de tijd dat ze een beetje in bedrijf komen is niet erg efficient. (b) Leer eerst van hoe het met het Bosch-betonveld gaat, voordat je de volgende hectares gaat opofferen. (b) Pas ‘zonneladder 2.0’ in in de RES/provinciale ontwikkelingen, werk samen/leer van andere gemeenten. (b) Handhaving Het lijkt me de grootste uitdaging om straks buiten te krijgen wat we op papier samen hebben bedacht.
En liggen dan andere stakeholders/eigenaren (provincie, waterschap) met ons op 1 lijn? De reacties die ik soms terug hoorde hadden toch weer te maken met investering vs opbrengst en niet zozeer met het grondig toevoegen van ruimtelijklandschappelijke kwaliteit. Hoe vindt op dit moment het toezicht plaats? Ik weet dat een collega voor advies en sturing ter plaatse aanwezig is, gecombineerd met het stellen van een waarborgsom. Maar is dit op termijn voldoende? Met meerdere en grote velden tegelijk? Hoe houden we de bedachte ruimtelijke kwaliteit – het integrale landschapsontwerp – in de praktijk 100% overeind? Zijn er aan de voorkant concretere inleg-eisen te stellen? De
23
onderlinge plannen verschilden nogal in kwaliteit, leesbaarheid en detailniveau. Kunnen we daarin nog verder verfijnen op het gebied van minimaal te verwachten beeldkwaliteit? (a) Vragen omwonenden De realisatie van het zonnepark, heeft dat geen (vergunningstechnische) gevolgen voor mij voor toekomstige uitbreiding van mijn aangrenzende agrarische bedrijf? De fijnstof die omringende agrarische bedrijven produceren, heeft dat geen negatieve invloed op de zonnepanelen en opbrengsten? Veroorzaakt een park geen straling welke lokale omringende netwerken kan verstoren? (wij hebben hiervoor ook een document laten maken om aantoonbaar te maken dat dit niet het geval is). Agrarische buren; “jammer van de landbouwgrond”, dit geparkeerd door juist te focussen op dubbelgebruik. In de nieuwe tender mag hier nog meer de nadruk op liggen om bijvoorbeeld met een concreet en kort plan te komen. Men moet nadenken over hoogte panelen/opstelling/tussenpaden/minimale lichtdoorlaatbaarheid e.d.
24