B-3.6 Besluit B&W - Vaststelling en ter visie legging Ontwerp-Omgevingsvisie 2040 d.d. 18-3-25
Tekst van het document
132
Visiekaart Esvelderbeekzone 0
133
0,25
0,5
0,75
1km
Wonen In de Esvelderbeekzone zijn in de loop der jaren kleinschalige woonerven gerealiseerd als clusters in het landschap. Bij de uitbreiding van Esvelderbeekzone in oostelijke en westelijke richting streven we naar een zorgvuldige uitbreiding van deze kleinschalige woonerven. Met landschappelijke inpassing als belangrijk uitgangspunt. De nieuwe woonerven moeten daarnaast een kwalitatieve bijdrage leveren aan de woonopgave van onze gemeente. Ook bij de verdere uitbreiding van Bloemendal streven we naar integratie van de woningbouw met de groene en landschappelijke ambities van de Esvelderbeekzone. Met een zachte dorpsrand als resultaat, waarbij zorgvuldig woningen zijn toegevoegd in een lage dichtheid.
Toerisme en recreatie De focus in de Esvelderbeekzone ligt op ecologie en natuurontwikkeling. Met een zorgvuldige afweging kunnen nevenactiviteiten hier mogelijkheden bieden voor toerisme en recreatie. Uitgangspunt is dat nevenactiviteiten kleinschalig zijn en een sociale component hebben. Bijvoorbeeld een landwinkel en een zorgboerderij. Tegelijkertijd hebben de aanwezige agrariërs hier kans nieuwe verdienmodellen te onderzoeken in de richting van een meer multifunctioneel landbouwbedrijf. Daarnaast streeft de gemeente naar verdere ontwikkeling van het recreatieve routenetwerk. Met kansen voor beekontwikkeling en voor de uitbreiding van Barneveld en Harselaar. Zo ontstaan aantrekkelijke recreatieve routes voor onze inwoners en bezoekers.
Bereikbaarheid Om de Esvelderbeekzone toegankelijk te maken als recreatief uitloopgebied voor onze inwoners streven we goede fietsverbindingen en wandelpaden na. Autoverkeer krijgt wat ons betreft een meer onderschikt karakter, zonder doorgaande verkeersfunctie. Wel onderzoekt de gemeente de parkeermogelijkheden net buiten de Esvelderbeekzone, zodat bezoekers uit de omgeving dit gebied gemakkelijk kunnen bereiken.
Landbouw De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van dit gebied vragen om het principe van boeren met het landschap. De grondgebonden bedrijven hier vormen een goede basis. De gemeente steunt ondernemers die inzetten op extensivering, kringlooplandbouw of multifunctionele landbouw. Nevenactiviteiten, bijvoorbeeld in de vorm van een landwinkel, zorgfunctie of recreatiefunctie, moedigen we aan. Geen ruimte zien we in dit gebied voor nieuwvestiging, verplaatsing of omschakeling naar niet-grondgebonden veehouderij.
134
Esvelderbeekzone (bron: Barneveldse krant, Jan van Uffelen)
135
Zeumeren
Ambitie
Tussen Voorthuizen en Harselaar ligt het gebied Zeumeren. Het staat vooral bekend om het recreatieve karakter met de grote zwemplas en het speelparadijs SchatEiland Zeumeren. We beschouwen dit gebied als een grotere groene bufferzone in oostwestelijke richting. De gemeente Barneveld hecht veel waarde aan de bufferzones voor de gezondheid. Onze inwoners ontspannen hier in een groene omgeving. Zeumeren heeft recreatieve functies, maar bestaat daarnaast uit landelijk gebied met agrarische bedrijven en enkele woningen.
Zeumeren is een belangrijke trekpleister voor bezoekers en inwoners van de gemeente en heeft een belangrijke rol in de dagrecreatie. We willen dit recreatieve karakter behouden en versterken door meer dagrecreatie en verblijfsrecreatie mogelijk te maken, waarbij bijvoorbeeld gedacht wordt aan een hotelfunctie. De gemeente richt zich op versterking van het recreatieve karakter van Zeumeren, en tegelijkertijd op versterking van de groene bufferzone in oostelijke en westelijke richting. Met ruimte voor recreatieve functies en landschapsen natuurontwikkeling, waarbij het aandeel recreatieve functies geleidelijk afneemt in oostelijke en westelijke richting.
Kernkwaliteiten fysieke omgeving - Groene buffer tussen Voorthuizen en Harselaar. - Veel recreatiemogelijkheden.
Duurzame en klimaatbestendige omgeving De plas van Zeumeren wordt de komende jaren vergroot als gevolg van de lopende concessie voor zandwinning. Daarmee neemt het waterbergend vermogen toe. Robuust landschap en natuur Het gebied rondom Zeumeren bouwen we uit tot een stevige groene buffer tussen Voorthuizen en Harselaar. We beschouwen het gebied niet als afgebakend, maar als een grote verbindingszone tussen de gebieden. Initiatieven voor natuur- en landschapsontwikkeling, eventueel in combinatie met een financiële drager zoals een nieuw woonerf of andere kleinschalige functie, moedigen we van harte aan, waarbij vooropstaat dat de landschappelijke kwaliteiten leidend zijn.
136
Visiekaart Zeumeren 0
137
0,25
0,5
0,75
1km
Toerisme en recreatie Door de toename van het aantal inwoners en bezoekers de komende jaren ziet de gemeente Barneveld kansen het aanbod aan recreatieve functies binnen Zeumeren uit te breiden. Zolang de draagkracht van het gebied niet het geding komt, is er ruimte voor aanvullende recreatievoorzieningen, uiteenlopend van een hotel en horeca tot sport- en spelactiviteiten.
Wonen Zeumeren biedt ruimte voor nieuwe kleinschalige woonerven als clusters in het landschap. Met landschappelijke inpassing als uitgangspunt. Ook moeten de nieuwe woonerven hier een kwalitatieve bijdrage leveren aan de woonopgave van onze gemeente. Bereikbaarheid Om Zeumeren toegankelijk te maken als recreatief uitloopgebied voor onze inwoners streeft de gemeente naar goede fietsverbindingen en wandelpaden. Autoverkeer krijgt wat ons betreft een onderschikt karakter zonder doorgaandverkeersfunctie. Wel wil de gemeente hier zorgen voor een goede wegenstructuur zodat er duidelijke routes ontstaan voor verkeersstromen bij grootschalige evenementen. Doortrekking van de Holzenboschlaan richting de Zeumerseweg biedt nieuwe mogelijkheden.
Met recreatieve nevenactiviteiten hebben de aanwezige agrariërs kansen om nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen naar een meer multifunctioneel landbouwbedrijf. Tegelijkertijd streeft de gemeente naar verdere ontwikkeling van het recreatieve routenetwerk. De uitbreiding van Voorthuizen biedt daarbij nieuwe perspectieven, zodat er aantrekkelijke recreatieve routes ontstaan voor onze eigen inwoners en voor bezoekers. Landbouw De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van dit gebied vragen om het principe van boeren met het landschap. De grondgebonden bedrijven hier vormen een goede basis. De gemeente Barneveld steunt ondernemers die inzetten op extensivering, kringlooplandbouw of multifunctionele vormen van landbouw. Nevenactiviteiten, bijvoorbeeld in de vorm van een landwinkel, zorg- of recreatiefunctie, moedigen we aan. Voor nieuwvestiging, verplaatsing of omschakeling naar nietgrondgebonden veehouderij, zien we in dit gebied geen ruimte.
138
139
4.5 Westelijk buitengebied Het westelijk buitengebied in de Gelderse Vallei is het laagstgelegen deelgebied van de gemeente Barneveld. Het ligt grotendeels in het kampenlandschap, een landschapstype dat zich kenmerkt door kleinschaligheid, met een afwisseling van percelen, bosschages, houtsingels en erven. De noordzijde van het gebied is deel van een veenontginning. Dit kenmerkt zich door open landschap met een langgerekte strokenverkaveling en sloten. Landbouw is vooral grondgebonden in dit gebied.
met afwisseling van percelen, bosschages, houtsingels en erven. Onderdeel van dit gebied is het Paradijs, een gebied met drie landgoederen: Groot Bylaer, Klein Bylaer en Erica Zuid. Door het gebied stromen de Grote en de Kleine Barneveldsebeek. Doordat de landgoedeigenaren destijds niet meededen met de ruilverkavelingen, is het kampenlandschap nagenoeg onveranderd gebleven, met door houtwallen omgeven akkertjes, weilanden,
Karakteristiek zijn de beken die van oost naar west door het gebied stromen. De beken zijn hier het breedst in de gemeente, vanwege de ligging in het verloop van de beek. Het westelijk buitengebied heeft relatief hoge grondwaterstanden en is een uniek vanwege het kwelwater dat hier opkomt vanuit de bodem.
bosjes en heide. Het gebied is drassig door de relatief lage ligging en het opwellende kwelwater. Opvallende landschapselementen zijn de resten van zogenaamde vloeiweiden, graslandjes met een laag walletje eromheen, die tijdelijk onder water werden gezet om mineralen aan te voeren en schadelijke insecten in de bodem te verdelgen.
Het gebied ten zuiden van de A1 wordt gekenmerkt als kleinschalig landschap,
Het dorp De Glind ligt in dit gebied. Ten noorden van de A1 strekt zich
een ontgonnen veengebied uit, een open veenlandschap met langgerekte strokenverkaveling. Terschuur en Zwartebroek zijn ontstaan als bebouwingsclusters in dit veenlandschap. Bodem en water Vanwege de lagere ligging is het gebied beperkt kwetsbaar voor de gevolgen van droogte. Het natte karakter van dit gebied vraagt aandacht voor voldoende afwatering bij ruimtelijke ontwikkeling. De beekdalen spelen hier een belangrijke rol in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Het risico op bodemdaling is beperkt. Bij ontwikkelingen zijn geen extra maatregelen nodig op dit vlak. Het gebied is nauwelijks gevoelig voor overstroming wanneer de beken buiten hun oevers treden. Dit speelt met name bij De Glind. Het gaat hier om een geringe overstromingsdiepte van minder dan een halve meter.
Uitsnede kaartbeeld rond 1900
Uitsnede kaartbeeld rond 1950
Uitsnede kaartbeeld rond 1980
Uitsnede kaartbeeld rond 2020
- afwisselend landschap met heide, bos,
- heidepercelen raken bebost
- enige schaalvergroting;
- Grootschalige agrarische
akkers, weides en beken
kavelbeplanting verdwijnt - Verloop van de Barneveldse Beek is aangepast
140
Kernkwaliteiten fysieke omgeving - Kampenlandschap aan de zuidzijde, kleinschalig, met een afwisseling van percelen, bosschages, houtsingels en erven. - Veenontginning aan de noordzijde, open landschap met landgerekte strokenverkaveling. - Kenmerkende beken die van oost naar west stromen. - Relatief hoge grondwaterstanden, door lagere ligging en opkomend kwelwater. - Het gebied is deel van het Groene Valleilint, met grote landschaps- en natuurwaarden. - Een rustig, laagdynamisch gebied.
bedrijfsbebouwing
Kleinschaligheid van het kampenlandschap is deels behouden gebleven
141
Ambities
relatieve rust en ruimte. Verbreding in de landbouw met aandacht voor recreatief medegebruik biedt mogelijkheden voor ontspannings- en beweegmogelijkheden voor onze inwoners en bezoekers. Doordat hier de focus ligt op grondgebonden vormen van landbouw zijn negatieve gezondheidseffecten vanuit deze sector beperkt. Van agrarische ondernemers wordt een emissiereductieplan gevraagd.
Het westelijk buitengebied is kleinschalig en afwisselend, met een eigen identiteit en dynamiek in onze gemeente. De natuurlijke en landschappelijke elementen en kwaliteiten in dit gebied zien we als een goed fundament om de toeristische en recreatieve sector in dit gebied te verstevigen, ter ontlasting van de recreatieve druk in de Veluwe. De voorziene ontwikkelingen zijn kleinschalig en moeten bijdragen aan de plattelandsontwikkeling. Daarbij zien we er wel op toe dat de effecten die door de spreiding optreden niet tot nieuwe grote problemen leiden in dit gebied.
Waar nodig en wenselijk steunt de gemeente nieuwe initiatieven voor welzijn, ondersteuning en zorg. Dit in combinatie met andere gebruiksfuncties, vanwege de ligging tegen het verstedelijkte gebied aan. De sociale wisselwerking tussen Terschuur en Zwartebroek is positief. Onderling weet men elkaar goed te vinden en vullen beide kernen elkaar goed aan. De Glind is een uniek dorp in dit gebied, onder meer vanwege de traditionele aanwezigheid van jeugdhulp en het grote zelforganiserende vermogen van het dorp. Tegelijkertijd vormt dit een uitdaging: we willen toe naar een evenwichtiger balans tussen zorgaanbod en regulier wonen. Dat past bij onze visie op normaliseren, waarbij we willen dat kinderen zoveel mogelijk in een ‘gewone’ omgeving moeten kunnen opgroeien.
De agrarische sector, zowel grondgebonden als niet-grondgebonden, kan in dit deelgebied zijn gevestigde plek behouden. De ambitie richt zich wel op meer op de multifunctionele en extensieve vormen van grondgebonden landbouw. Naast de bestaande landbouw liggen hier mogelijkheden voor omschakeling naar meer multifunctionele en extensievere vormen landbouw. Door te ondernemen met aandacht voor de groenblauwe kenmerken van het gebied, behouden we het kleinschalige en diverse karakter en versterken we de natuurlijke en landschappelijke waarden binnen het Groene Valleilint.
Visiekaart Westelijk buitengebied 0
Duurzame en klimaatbestendige omgeving Terwijl de beken in het oosten van de gemeente ontspringen, bevindt zich hier in het westelijk buitengebied het benedenstroomse deel van het bekenstelsel. Het water verzamelt zich hier voordat het in de buurt van Amersfoort samenkomt in de Eem en daarna uitmondt in het Eemmeer. Door in het bovenstroomse deel water langer
Gezondheid en welzijn van onze inwoners De ervaren gezondheid ligt gemiddeld wat hoger dan in de rest van de gemeente, maar verschilt tussen de kernen in dit gebied. Dat geldt ook voor het onderwerp eenzaamheid. De kleinschaligheid van het westelijk buitengebied brengt hier
142
143
0,5
1,0
1,5 2,0
2,5km
vast te houden maken we het bekenstelsel robuuster. En in het westelijk buitengebied doen we dat door het water meer ruimte te geven, zowel permanent als tijdelijk, in geval van natte perioden. We zien daarbij kansen voor natuur en recreatie. Wanneer zich initiatieven voordoen in de nabijheid van de beken bekijken we de kansen in overleg met het waterschap. Zeker woningbouw rond Zwartebroek en Terschuur moet plaatsvinden in samenhang met de versterking van het bekensysteem. De zuidzijde van het westelijk buitengebied is door de provincie aangewezen als drinkwaterreserveringsgebied. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houden we hier rekening mee. Werklocaties Het aantal niet-agrarische bedrijven is relatief beperkt in dit gebied. Dit past ook bij het kleinschalige karakter. Net als in de hele gemeente bieden we stoppende agrariërs de mogelijkheid met ons functieveranderingsbeleid erven in te zetten voor niet-agrarische bedrijvigheid. We denken daarbij aan kleinschalige bedrijvigheid voor startende en kleine ondernemers. Ondernemers die doorgroeien of meer ruimte nodig hebben zijn van harte welkom op onze bedrijventerreinen. Toerisme en recreatie We zien in het westelijk buitengebied perspectief om toerisme en recreatie op de kaart te zetten, mede ter ontlasting van de Veluwe. Het kleinschalige karakter met de bijzondere natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten hebben een
144
voldoende aantrekkingskracht. Zo kan de gemeente Barneveld nieuwe vormen van kleinschalige recreatie toevoegen aan de bestaande trekpleisters. We denken daarbij aan kleinschalige groepsaccommodaties en bed-and-breakfastlocaties. Grootschalige recreatievoorzieningen achten we niet passen bij de kenmerken en kwaliteiten van het gebied. Door het kleinschalig en geleidelijk te houden kunnen we ook de effecten van deze ontwikkeling goed in de hand houden. Samen met Visit Regio Barneveld onderzoeken we op welke manier we de toeristische en recreatieve sector in dit gebied het best kunnen versterken. Een toeristische opstapplek (TOP) in het gebied kan een waardevolle toevoeging zijn om bezoekers in dit gebied welkom te heten en te geleiden naar het recreatief netwerk van paden en voorzieningen.
Landbouw Landbouw is van oudsher een kenmerkend gebruik in dit gebied. Vooral grondgebonden, maar ook niet grondgebonden. Daarin liggen ook de kansen voor de ontwikkelingen van het gebied. De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van dit gebied vragen vormen van boeren met aandacht voor het landschap. De grondgebonden bedrijven vormen daarbij een goede basis. De gemeente steunt ondernemers die inzetten op extensivering, kringlooplandbouw of multifunctionele vormen van landbouw. Nevenactiviteiten, zeker in de toeristische en recreatieve sector, moedigen we aan. We zien hier geen ruimte voor verplaatsing of omschakeling naar niet-grondgebonden veehouderijen. De aanwezige nietgrondgebonden bedrijven houden binnen de voorwaarden hun mogelijkheden.
Robuust landschap en natuur Ons westelijk buitengebied vervult een belangrijke rol in het Groene Valleilint, een regionaal project dat de verbinding versterkt tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Samen met andere gemeenten en de provincie werkt de gemeente Barneveld hier aan de versterking van natuur en landschap. Bijvoorbeeld door bevordering van natuurinclusieve en extensievere vormen van landbouw. Initiatieven voor natuur- en landschapsontwikkeling, mogelijk in combinatie met een financiële drager zoals een landgoed, moedigen we van harte aan. Landschappelijke kwaliteit is daarbij het uitgangspunt, met specifiek aandacht voor het bijzondere veengebied. Subsidies helpen eigenaren om landschapsstructuren te versterken.
Wonen Om het karakter van het landelijk gebied zoveel mogelijk te behouden zijn we terughoudend met nieuwe woningen in dit stukje buitengebied. Ons functieveranderingsbeleid biedt stoppende agrariërs de mogelijkheid hun erven te herontwikkelen tot wonen. Bij voorkeur clusteren we de wooneenheden aan de rand van de kern. Verder zien we kansen voor woningbouw bij landgoedontwikkeling, waarbij de bouw helpt als financiële drager voor natuur- en landschapsontwikkeling.
Bereikbaarheid De bereikbaarheid van dit deel van onze gemeente is redelijk op orde. Diverse wegen in dit gebied zijn relatief smal, wat in een aandachtspunt vormt wanneer het aantal recreanten in het gebied toeneemt. Daar tegenover staat dat het recreatieve padennetwerk voor voetgangers en fietsers goed op orde is.
145
Zwartebroek en Terschuur
Ambities
Terschuur is ontstaan langs de oude hessenweg van Amsterdam naar Deventer, en had oorspronkelijk een tolfunctie. Het dorp ontstond als lintbebouwing langs de oost-west lopende weg. Achter het lint begon in 1960 de planmatige woningbouw. Deze woonwijk is tot op heden geleidelijk aan uitgebreid. Er is een kleinschalig bedrijventerrein aanwezig.
Zwartebroek en Terschuur vormen ruimtelijk gezien twee kernen, maar kennen al jaren een sterke samenhang op sociaal gebied. Zo worden de maatschappelijke voorzieningen met elkaar gedeeld. De gemeente omarmt dit principe en steunt initiatieven die deze samenwerking en samenhang versterken. Vanuit het natuurlijk systeem kenmerken deze dorpen zich als de laagste en natste plekken in onze gemeente. Een belangrijk aandachtspunt is versterking van de beekzones als natuurlijke ontwikkelzones, de groene buffer tussen de twee dorpen.
Het dorp Zwartebroek ontstond als gevolg van de veenontginning in de 12e eeuw. Het kaarsrechte wegenpatroon geeft duidelijk de ontginningsmethoden weer. De bebouwing is geconcentreerd langs de Platanenstraat, de hoofdweg met uitbreidingen aan zijwegen. Met woningbouw aan de zuid- en noordoostzijde van de Platanenstraat ontwikkelde Zwartebroek zich in de loop der jaren als kern.
Tegelijkertijd voeren we in dit gebied de doelstellingen uit van het Groene Valleilint. We streven ernaar de principes van duurzaam en klimaatbestendig bouwen in praktijk te brengen, waarbij we de beekdalen ontzien van woningbouw. Daarnaast onderzoekt de gemeente mogelijkheden voor toekomstbestendige woningbouw. Als onderdeel van het Groene Valleilint werken we aan de water- en natuuropgave in combinatie met landbouw.
Kernkwaliteiten - Historische lintbebouwing, met onder andere Huize Terschuur, boerderij De Tolboom en het voormalig tolhuis. - Een tweelingdorp, ook bekend onder de zelfgekozen naam Terbroek. - Met op veel plekken doorzichten naar het omliggend agrarisch gebied. - De Hoevelakense Beek als noordelijke dorpsrand. - Laanbeplanting langs een deel van de Hoevelakenseweg en de Eendrachtsweg.
Visiekaart Zwartebroek en Terschuur 0
Gezondheid en welzijn van onze inwoners De ervaren gezondheid en het welzijn van inwoners in Zwartebroek en Terschuur zijn gemiddeld genomen gunstig. Mensen voelen zich bovendien minder vaak eenzaam dan gemiddeld in de gemeente. Voor de dorpen blijft het belangrijk in te zetten op voldoende mogelijkheden tot ontmoeten en bewegen. Zeker voor ouderen in Terschuur, die in de directe nabijheid hiervoor geen voorziening
146
147
0,25
0,5
0,75
1km
hebben. Bij een toename van deze doelgroep kan het voor meerdere ouderen in Terschuur een probleem worden naar het dorpshuis in Zwartebroek te komen voor ontmoeting. Er zal dan moeten worden afgewogen of een kleinschalige plek voor ontmoeting een waardevolle aanvullende voorziening kan vormen in Terschuur.
locatie gevonden worden. De gemeente gaat uit van een gefaseerde en gedoseerde groei om in ieder geval te voldoen aan de behoefte van de inwoners, met bijzondere aandacht voor betaalbaarheid en levensloopbestendigheid. Daarmee vergroten we het woningaanbod voor jongere en oudere inwoners van Terschuur en Zwartebroek.
Duurzame en klimaatbestendige omgeving De lagere ligging en nattere omstandigheden maken dat ruimtelijke ontwikkeling hier snel in aanraking komt met extra technische maatregelen om te komen tot een toekomstbestendig en duurzaam resultaat. Voor het watersysteem moet rekening worden gehouden met de beekdalen. Voor het slagenlandschap rond Zwartebroek is de beschermde zone van natte landstructuur van belang en is de wijze van fundering een aandachtspunt. Als deel van het Groene Valleilint heeft de gemeente hier een water- en natuuropgave, in combinatie met de bestaande landbouw.
Bij de dorpsuitbreiding behoort versterking van de beken, waarbij nieuwe groene recreatieve uitloopgebieden ontstaan voor de kernen. Voor Zwartebroek zien we mogelijkheden voor woningbouw tot de beek. Dit moet samengaan met het verbeteren van de ruimte voor de beek. Voor Terschuur geldt hetzelfde. Dorpsuitbreiding over de beek heen hoort gepaard te gaan met meer ruimte voor de beek. Om tot een goed woonklimaat is het wenselijk bij Terschuur zoveel mogelijk afstand tot de A1 te houden. Terschuur en Zwartebroek maken veel gebruik van elkaars voorzieningen. Om de afstand tot de voorzieningen (zoals school, sportterrein, Belleman) te beperken, kiezen we voor het naar elkaar toegroeien van deze kernen zonder dat ze aan elkaar vastgroeien. Voor Terschuur speelt verder mee dat de uitbreiding in aansluiting op de Eendracht 1 in westelijke richting en mindere mate ook oostelijke richting een nieuwe ontsluiting aan de noordwestzijde van het dorp kansrijker maakt. Daarnaast sluit het ook aan op de gebiedsontwikkeling nabij het PAVO-terrein. Hier liggen mogelijk combinatiekansen, als het gaat om de nieuwe ontsluiting, al is dat een eerste gedachte. De uitbreding in
Aandachtspunt bij de toepassing van eventuele installaties (onder andere energie) is dat er bij de inpassing rekening wordt gehouden met de aanwezige streekeigen landschappelijke karakteristieken van het gebied. Wonen Zwartebroek en Terschuur hebben een opgave van ongeveer 600 woningen. De ontwikkeling van De Eendracht en Dwarsakker bevat 240 woningen (peildatum 2021). En we verwachten dat er circa 100 woningen op inbereidingslocaties gerealiseerd kunnen worden. Voor ongeveer 260 woningen moet nog een
148
Zwartebroek sluit logsicherwijs aan op de eerder ingezette uitbreiding in zuidelijke richting. Bij de verdere uitwerking moet wel rekening gehouden worden met het slagenlandschap. De bovengenoemde uitbreidingsrichtingen scoren hiermee het meest optimaal op basis van de lagenbenadering.
in combinatie met versterking van de beken. Aan de oostzijde van beide kernen versterken we de natuurlijke en landschappelijke waarden in lijn met de ambities van het Groene Valleilint. Werklocaties Aan de Tolboomweg in Terschuur is een kleinschalig en lokaal bedrijventerrein. De gemeente ziet kansen dit bedrijventerrein voor bedrijvigheid uit te breiden in oostelijke richting aansluitend op de bestaande bedrijventerrein. We kiezen voor de bundeling van lokale bedrijvigheid op deze locatie. Daarbij willen we inspelen op de lokale behoefte zoals bijvoorbeeld kleinere bedrijfsunits. Er ligt wel een opgave als het gaat om natuur, aangezien de uitbreiding ligt in zogeheten GO-gebied, gebied dat ook onderdeel uitmaakt van het Valleilint. Ondanks het huidige gebruik (agrarisch bedrijf) kiezen we voor deze locatie.
Bij een westelijke uitbreiding van Terschuur met een eventuele extra verbindingsweg aan deze zijde van Terschuur kunnen de bestaande sportvelden strategischer worden gepositioneerd, tussen de twee dorpen in. Hierbij is een landschappelijke inpassing en de combinatie met andere recreatieve mogelijkheden essentieel. Voorzieningen De groei van beide kernen is een mooie kans om het voorzieningenaanbod te handhaven voor de toekomst. Tegelijkertijd zorgt de groei voor aanvullende vraag naar sport, cultuur, eerstelijnszorg en onderwijs. In de komende versie van de integrale huisvestingsplannen onderzoeken we de groei van de vraag en het antwoord daarop.
Bereikbaarheid In Terschuur zijn de effecten van files op de A1 merkbaar aan de hoeveelheid sluipverkeer. We vragen hiervoor aandacht bij het Rijk en Rijkswaterstaat. De groeiscenario’s van Terschuur, Zwartebroek en Hoevelaken, zetten de leefbaarheid en verkeersveiligheid verder onder druk. Daarom onderzoekt de gemeente of we kunnen aansluiten op het westelijke deel van de Hoevelakenseweg, om zo de Hoevelakenseweg in het centrum van Terschuur te ontlasten. Bovendien gaan we na of er meer fietsverbindingen tussen Zwartebroek en Terschuur kunnen komen, zodat korte fietsverbindingen ontstaan tussen de nieuwbouwlocaties.
Het groeiend aantal inwoners veroorzaakt een toename van de vraag naar eerstelijnszorgvoorzieningen. Met het oog op de vergrijzing wordt voor Terschuur de wenselijkheid onderzocht van een kleinschalige ontmoetingsplek zoals een buurtkamer. Kwaliteit van de leefomgeving Zwartebroek en Terschuur kenmerken zich door een prettige verblijfskwaliteit. Bij de verdere uitbreiding streeft de gemeente naar groene recreatieve verbindingen
149
De Glind
Ambities
De Glind ligt aan de rand van de gemeente Barneveld. In het dorp lag oorspronkelijk havezate de Glinthorst. Van dit kasteel is echter niets meer aanwezig. De omgeving van het dorp wordt gekenmerkt een agrarisch gebied, bestaande uit weilanden, boerenerven en bosschages. De Glind heeft een bijzonder profiel door de jeugdhulpfuncties in de kern en het daarvoor aanwezige vastgoed.
De Glind staat bekend als jeugddorp. We hebben de ambitie om De Glind te laten doorontwikkelen tot een dorp met een meer inclusieve en diverse inwonersopbouw. Samen met de inwoners van het dorp en de jeugdhulppartners, waaronder de Rudolphstichting, geven we inhoud aan de opgave voor energietransitie en onderzoeken we wat daarvoor nodig is. De gemeente streeft naar verduurzaming van het vastgoed in de kern, en daarnaast naar een duidelijke ruimtelijke structuur met de uitbreiding van de kern.
Kernkwaliteiten - Het dorp ligt in een afwisselend, kleinschalige landschap, met akkers, weides, houtsingels en bosschages. - Veel doorzichten naar het achterland. - Een groen karakter met weinig tot geen hittestress. - Een groen hart van het buurtschap, met mooie oude bomen. - Enkele historische gebouwen, zoals de voormalige directeurswoning. - Veel betrokkenheid van inwoners bij het in stand houden van voorzieningen. - Veel gezinsgerichte jeugdhulp, gezinshuizen. - Ondernemend karakter bij de inwoners voor diverse lokale activiteiten.
Daarbij dienen zich kansen aan voor woningbouw, met eventueel een meer divers zorgaanbod en recreatieve functies. We streven naar behoud en versterking van het groene karakter van De Glind, voor een prettige en gezonde leefomgeving. Gezondheid en welzijn van onze inwoners De Glind heeft een bijzonder profiel door de jeugdhulpachtergrond. Het dorp heeft een groot zelforganiserend vermogen, dat we koesteren en willen behouden. Tegelijkertijd streven we naar de balans in het dorp tussen zorg en regulier. Vooral door meer reguliere woningen te bouwen. De gemeente ziet hier geen ruimte voor de groei van het intramurale aanbod, maar wel mogelijkheden het aantal gezinshuizen in beperkte mate te laten meegroeien. Het zorgaanbod biedt daarnaast kans voor meer differentiatie, bijvoorbeeld in doelgroepen.
150
Visiekaart De Glind 0
151
0,25
0,5
0,75
1km
Duurzame en klimaatbestendige omgeving Een groot deel van het vastgoed in De Glind is verouderd en niet-duurzaam te noemen. De gemeente ziet hier een grote opgave om het dorp toekomstbestendig te maken. Denk daarbij aan aardgasvrije nieuwbouw en verduurzaming van de bestaande bebouwing.
Voorzieningen De Glind kent diverse voorzieningen, zoals de Donnerschool met een regiofunctie, multifunctioneel centrum de Glindster, openluchtzwembad Splash en de kinderboerderij. Veel voorzieningen zijn in beheer van de Rudolphstichting of hebben er een nauwe relatie mee.
Voor de groeiopgave is de beperkte capaciteit van de waterzuivering in Harderwijk een aandachtspunt. De gemeente onderzoekt of een decentrale zuivering een voorwaarde is om te voldoen aan de groeiopgave.
Na de sluiting van de Prinses Beatrixschool zijn dit de enige dorpsvoorzieningen. In de praktijk maken de inwoners gebruik van de voorzieningen in Achterveld. We denken dat dit in de toekomst ook het geval is. Reden om met de gemeente Leusden in gesprek te gaan.
Wonen Op dit moment heeft De Glind een groeiopgave van ongeveer 110 woningen tot 2040. Met de bouw van het ecodorp voorzien we al in 30 woningen, waardoor ruimte overblijft voor 80 woningen. Hiermee kan De Glind voorzien in de eigen behoefte, bijvoorbeeld voor starters die in het dorp willen blijven wonen. Gezinshuizen kunnen beperkt meegroeien. Groei van de intramurale zorg vinden we niet wenselijk.
de automobilisten sneller beseffen dat ze een dorpskern binnenrijden. Samen met de gemeente Leusden spant de gemeente Barneveld zich bovendien in voor verbetering van fietsverbindingen met Achterveld en Leusden.
Kwaliteit van de leefomgeving De Glind kenmerkt zich door een parkachtige setting met veel mooie bomen. Bij de ontwikkeling van de kern blijven we deze setting benadrukken, en zoeken we tegelijkertijd naar een meer herkenbare en stevige ruimtelijke structuur. Op dit moment is de relatie tussen de bebouwing, het wegennet en de groene elementen, waaronder de Heiligersbeek, namelijk beperkt, wat de herkenbaarheid en oriëntatie van de kern niet ten goede komt.
Met de herontwikkeling van leegstaand en verouderd vastgoed kan voorzien in een deel van de opgave.
Bereikbaarheid Doorgaand verkeer maakt gebruik van de Postweg. Een oplossing voor het sluipverkeer is niet direct voorhanden. We passen de inrichting van de weg aan zodat deze aansluit bij het verblijfskarakter.
De groeiopgave biedt een kans om een betere balans tussen zorg en regulier wonen te realiseren. In een gebiedsprogramma onderzoeken we waar de overige uitbreidingsruimte gevonden kan worden.
Ruimtelijke ontwikkeling kan bijdragen aan versterking van de bebouwde kom als verblijfsgebied. Met een meer herkenbare dorpsentree zorgen we dat
152
153
Omgevingsvisiekaart Barneveld
154
0
0,5
1,0
155
1,5 2,0
2,5km
5. Van visie naar uitvoering 5.1 Samenhang in instrumenten
De Omgevingsvisie Barneveld 2040 beschrijft de langetermijnkeuzes voor de fysieke leefomgeving . De visie vormt de basis voor verdere uitwerking in zogenaamde beleids en gebiedsprogramma’s (‘omgevingsprogramma’ onder de Omgevingswet) en het omgevingsplan. Zoals al aangegeven in hoofdstuk 1 is de omgevingsvisie het startpunt, geen eindstation. De doorwerking van de omgevingsvisie in de praktijk is essentieel om de ambities en doelstellingen te realiseren en om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente Barneveld.
De omgevingsvisie heeft een bindend karakter voor de gemeente. Alleen met een inhoudelijke onderbouwing kan de gemeenteraad hiervan afwijken. De visie bevat geen regels voor burgers, bedrijven of andere overheden. Daarvoor zijn andere instrumenten. De omgevingsvisie geeft helderheid en richting aan zowel de gemeente zelf als de samenleving. De samenhang tussen verschillende instrumenten van de Omgevingswet is uitgangspunt voor de doorwerking van de omgevingsvisie: - De omgevingsvisie is een nadere uitwerking in programma’s op thema (beleidsprogramma’s) of op gebiedsniveau (gebiedsprogramma’s). - In het omgevingsplan krijgt de uitvoering de juridische basis. Hierin staat wat is toegestaan of wat mogelijk is met een vergunning en onder welke voorwaarden. - De omgevingsvergunning is de formele toestemming voor een activiteit. - De instrumenten zijn sterk met elkaar verbonden en worden actief gemonitord en zo nodig aangescherpt. Op deze manier zijn de instrumenten ingebed in de continue beleidscyclus van beleidsontwikkeling, doorwerking, uitvoering en terugkoppeling. Die cyclus is een essentieel onderdeel van de Omgevingswet.
156
157
5.2 De Barneveldse beleidscyclus
Stikstof (implicaties Programma Stikstof en Natuurverbetering) Het stikstofdossier en de uitspraken van de Raad van State en de civiele rechter in 2024 en 2025 kunnen de ontwikkelopgaven van de fysieke leefomgeving behoorlijk raken. Op landelijk en provinciaal niveau worden mogelijke oplossingen onderzocht. We volgen deze met grote belangstelling en proberen deze te beïnvloeden. We kijken ook zelf naar eigen oplossingen en strategieën, waarbij we vooral kijken naar de kansen die actief natuurherstel kan leveren. We beseffen dat de oplossingen in dit vraagstuk bepalend zijn voor de toekomst van onze agrarische sector en de ontwikkeling van ons landelijk gebied.
De omgevingsvisie is een dynamisch document dat regelmatig wordt geactualiseerd op basis van nieuwe ontwikkelingen en de relatie met andere Omgevingswetinstrumenten. Dit zorgt dat de omgevingsvisie de kapstok is en blijft voor al het beleid voor de fysieke leefomgeving. Concreet wordt voor de omgevingsvisie in Barneveld een cyclustijd voorgesteld van maximaal vier jaar, waarin de visie wordt getoetst en zo nodig aangepast aan nieuwe ontwikkelingen. De cyclus loopt daarmee synchroon met de politieke cyclus. Er zijn bovendien vier ontwikkelingen die we in het kader van deze omgevingsvisie in het bijzonder volgen vanwege de grote invloed die ze kunnen hebben op de ambities en doelstellingen.
Netcongestie In verband met de overbelasting van het net ligt er een grens aan de huidige mogelijkheden voor vestiging van bedrijven en voor woningbouw. Als er geen structurele oplossingen worden gevonden zal dit invloed hebben op het ontwikkeltempo en zelfs de ontwikkeling (tijdelijk) kunnen frustreren. Landelijk, regionaal en lokaal wordt gewerkt aan oplossingen, maar tot dat die zijn gevonden is er onzekerheid over het ontwikkeltempo.
Ontwikkeling woningbouw Het vorige kabinet stuurde in 2024 de Nota Ruimte naar de Tweede Kamer. Het is aan het zittende kabinet om keuzes te maken hoe hiermee verder te gaan. In de Nota Ruimte zitten een aantal uitgangspunten die ook in de Omgevingsvisie Barneveld 2040 zijn opgenomen, zoals de structurerende invloed van bodem en water. De nota ziet op de ruimtelijke opgave op landelijk niveau, maar deze krijgt zeker ook regionale doorwerking. Ook de provincie zal daarin regie naar zich toetrekken. Dat kan ertoe leiden dat er qua woningbouw een grotere taak op ons afkomt, waarbij we meer woningen moeten bouwen dan wat we nu in de visie hebben opgenomen. In dat kader kan het dus zijn dat de ambities ook op gemeentelijk niveau moeten worden bijgesteld.
Defensieactiviteiten bij Stroe In een onstuimige wereld neemt anno 2025 de druk op de nationale veiligheid toe en versterkt ook Nederland het defensieapparaat. Hoewel vooralsnog geen uitbreiding van de kazernes in Stroe is voorzien, worden wel de mogelijkheden onderzocht om het bestaande terrein beter te benutten. De keuzes die de regering hierin maakt, kunnen van invloed zijn op de ontwikkelingen in de directe omgeving van dit defensieterrein, maar ook op andere ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningmarkt).
158
159
5.3 Doorwerking: beleidsprogramma’s onder de Omgevingswet
de kernen van Stroe en De Glind, vanwege de complexiteit of de multifunctionaliteit van de opgaven die daar spelen.
De omgevingsvisie geeft volgens de Omgevingswet ook richting aan de doorwerking in beleidsprogramma’s en gebiedsprogramma’s en de uitvoering van zowel initiatieven als de eigen ambities, projecten en activiteiten van de gemeente. De beleidsprogramma’s zijn uitvoeringsgericht. Ze binden in principe alleen de overheid die het vaststelt en dienen als basis voor de inzet van maatregelen over het betreffende onderwerp.
Parallel aan de vaststelling van de omgevingsvisie werken we aan de uitvoering ervan in een uitvoeringsprogramma. Daarin geven we een overzicht van de planning van de beleidsprogramma’s en een eerste tijdlijn voor de belangrijkste projecten. In de komende jaren werken we op deze wijze de thema’s van de omgevingsvisie verder uit en werken we ook door aan de gebiedsgerichte uitwerking. In de volgende tabel zijn indicatief de eerste programma’s of programmaonderdelen aangegeven. De verdere uitwerking ervan volgt in het uitvoeringsprogramma.
Als uitgangspunt wordt voorgesteld om de beleidsprogramma’s zoveel mogelijk te clusteren binnen en te koppelen aan de vijf hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie Barneveld 2040 1. 2. 3. 4. 5.
Gezond en toekomstbestendig Prettig leven in vitale dorpen Ruimte voor ondernemerschap Waardevol landelijk gebied Bereikbaarheid nu en in de toekomst
Opgave
Onderliggende beleidsdocumenten
Indicatieve planning
Omgevingsvisie Barneveld 2040
Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie Gebiedsprogramma Stroe Gebiedsprogramma De Glind
2025 n.t.b. n.t.b.
Bereikbaar nu en in de toekomst
Beleidsprogramma Bereikbaarheid
2026
Gezond en toekomstbestendig
Energiebeleidsprogramma Maatlat Gezond en Toekomstbestendig
2025 2026
Prettig leven in vitale dorpen
Beleidsprogramma Volkshuisvesting (Woonvisie) Woonzorgvisie Barcode Voorzieningen Bomenbeleidsplan
2026
Waardevol landelijk gebied
Beleidsprogramma Landelijk Gebied Landschapsplan
2025 2025
Ruimte voor ondernemen
Beleidsprogramma Economie (economische visie)
2027
Omgevingsplan Barneveld
Omgevingsplan en beleidsregels
2025 - 2031
5.4 Rolverdeling tussen College van Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad
Gemeenteraad De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast. Dit betekent dat de raad de kaders en ambities voor de fysieke leefomgeving bepaalt en vastlegt in de visie. Ook bij de totstandkoming van de beleidsprogramma’s heeft de raad een kaderstellende rol. Dit houdt in dat de raad vooraf kaders vaststelt waarbinnen het college de beleidsprogramma’s moet opstellen.
De rolverdeling tussen het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad is gebaseerd op samenwerking en een duidelijke verdeling in verantwoordelijkheden. Die vindt de basis in de Omgevingswet, maar met een aantal procesafspraken ten aanzien van kaderstelling vooraf. Zo kunnen we van deze werkwijze al doende leren.
Daarnaast kunnen er gebiedsprogramma’s worden opgesteld, vooral bij complexe ruimtelijke puzzels en diverse opgaven. Deze programma’s zorgen ervoor dat de ambities en opgaven specifiek worden afgestemd op de kenmerken en behoeften van elk gebied. Op basis van de verschillende opgaven in een gebiedsgerichte uitwerking kunnen gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s aan de orde zijn. In deze omgevingsvisie wordt dat in ieder geval voorgesteld voor
160
2026 2026 2025
College van burgemeester en wethouders Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering en realisatie van deze ambities. Het college stelt ook de programma’s op en vast nadat de raad in de gelegenheid is gesteld om daarvoor
161
5.5 Afwegingskader voor activiteiten
nog kaders mee te geven. Dit omvat ook het aanwijzen van ontwikkellocaties en het voeren van een actief grondbeleid voor die locaties. De betrokkenheid van de raad en andere belanghebbenden blijft cruciaal bij de totstandkoming van de omgevingsprogramma’s.
ambities en doelstellingen (hoofdstuk 3: visie op de thema’s). De ontwikkeling heeft in de regel raakvlakken met meerdere thema’s, waarbij er niet altijd voor alle aspecten een positieve ontwikkeling zal zijn. Het op deze manier inzichtelijk maken van de effecten, ondersteunt de integrale besluitvorming. Tot slot spelen de omgevingsfactoren een belangrijke rol. Daarvoor is de lagenbenadering een belangrijke ingang, waarbij de eigenschappen van ondergrond, netwerken, functies, gebruik en sociale ontwikkeling ten opzichte van de activiteit worden beoordeeld. Dit betekent overigens niet dat een ruimtelijke ontwikkeling het maximale moet bereiken op al deze aspecten om wenselijk en haalbaar te zijn. Een ontwikkeling moet in algemene zin een positieve bijdrage leveren aan de leefomgeving en passen binnen de ambitie. Als doelstellingen schuren, kunnen aanvullende eisen aan de orde zijn.
Het leidende principe van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit moet worden gerealiseerd door de fysieke leefomgeving doelmatig te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. Daarbij staat de fysieke leefomgeving in dienst van het vervullen van de maatschappelijke behoeften. Het gaat er dus uiteindelijk altijd om of inwoners, ondernemers en bezoekers in de fysieke leefomgeving van de gemeente Barneveld gezond en veilig kunnen leven, werken en recreëren. Daarom moeten activiteiten in de fysieke leefomgeving steeds worden afgewogen tegen de doelstellingen en ambities die in deze omgevingsvisie zijn opgenomen. Met andere woorden: de ambities en principes van deze omgevingsvisie vormen gezamenlijk een belangrijk en integraal afwegingkader voor de wenselijkheid en de prioritering van activiteiten, maatregelen en initiatieven. Daarom is het noodzakelijk om aan te geven waaruit dat afwegingskader bestaat en hoe het kan worden gebruikt.
In de omgevingseffectrapportage (OER) wordt geadviseerd om deze criteria verder uit te werken tot een afwegingskader voor activiteiten. De belangrijkste elementen van het afwegingskader zijn in de volgende tabel opgenomen.
De hoofdambitie van hoofdstuk 2 staat daarbij voorop: de noodzakelijke ontwikkelingsopgave gekoppeld aan het behouden en waar mogelijk verbeteren van een hoge kwaliteit van de leefomgeving. Dit is vertaald in het DNA van de gemeente Barneveld in het algemeen en het profiel van de verschillende deelgebieden in het bijzonder. Vervolgens is de afweging in hoeverre een ontwikkeling aansluit bij de
162
163
5.7 Monitoring
Criterium
Kernvragen
Afwegingscriterium 1 Functie
Past de activiteit binnen het gewenste profiel, de identiteit, de ontwikkelrichting en de opgave van het (deel)gebied of de kern?
Afwegingscriterium 2 Meerwaarde voor de ambitie
Past de activiteit bij de keuzes die per thema of opgave zijn gemaakt (de ambities)? Aan welke hoofdopgaven levert de activiteit of het initiatief de belangrijkste bijdragen? En waar doet het pijn?
Afwegingscriterium 3 Omgevingsfactoren
Wat zijn de belangrijkste omgevingseffecten, af te leiden uit de benadering van de verschillende lagen? En waar liggen de plussen en de minnen in hun onderlinge relaties?
5.6 Intake- en omgevingstafel (vooronderzoek en uitwerkingsonderzoek)
Daarbij kan een beoordeling aan de omgevingstafel aan de orde zijn. Het doel van deze tafel is om op efficiënte wijze tot integrale en gedragen oplossingen te komen. Ook vindt een check op haalbaarheid plaats. Aan de omgevingstafel nemen alle belangrijke ketenpartners deel (bijvoorbeeld omliggende gemeenten, provincie en waterschap), maar ook de initiatiefnemer en belanghebbenden. Aan de omgevingstafel wordt voor de initiatiefnemer duidelijk onder welke voorwaarden het initiatief kan worden gerealiseerd.
Voor initiatiefnemers en voor de gemeente zelf kan de Omgevingsvisie Barneveld 2040 hét document zijn om te kunnen beoordelen of een activiteit of initiatief passend en wenselijk is. Voor ieder initiatief is het belangrijk om de vragen van het hiervoor genoemde afwegingskader na te lopen en te beantwoorden. Voor initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan kan een vooronderzoek worden aangevraagd (intaketafel). Verschillende adviseurs beoordelen samen het plan en brengen een advies uit. De gemeente toetst op deze manier het plan op wenselijkheid vanuit de ja, mits-benadering. Afhankelijk van die uitkomst kan een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden ingediend, wordt een uitwerkingsverzoek ingediend of stopt het initiatief.
Om periodiek te kunnen beoordelen of de ontwikkelingsrichting nog juist is en de doelen nog binnen bereik zijn, hanteren we de systematiek die in de Omgevingseffectrapportage (OER) is gebruikt. Daarbij wordt uitgegaan van de foto van de leefomgeving, waarbij op een aantal omgevingsaspecten een beeld wordt gegeven hoe de gemeente Barneveld ervoor staat en welke trends er zijn. Vervolgens is in het rapport aangegeven welke ontwikkelingen op basis van de ambities en maatregelen in de visie mogen worden verwacht. Door binnen de cyclus opnieuw een leefomgevingsfoto te maken, brengen we de ontwikkeling in beeld en kan worden beoordeeld of we nog op koers liggen, dan wel dat – mede op basis van actuele ontwikkelingen – herijking of bijsturing noodzakelijk is.
Via deze werkwijze komen we tot maatregelen en oplossingen die bijdragen aan het bereiken van de ambities die in de omgevingsvisie zijn opgenomen en voldoende dienen aan de doelstellingen van de Omgevingswet. Met andere woorden: aan het verder vooruit brengen van onze gemeente.
164
165
BIJLAGE Lagenbenadering Voor de omgevingsvisie maken we gebruik van de zogeheten lagenbenadering. Elke laag kent een eigen dynamiek en geeft een bepaalde eigenschap of gebruik weer van de fysieke leefomgeving.
We voegen daar in de gemeente Barneveld een 4e laag aan toe om tot een optimale verbinding te komen tussen samenleving en leefomgeving en dat is: 4.
Het gaat om de volgende lagen: 1.
Ondergrond De laag van het natuurlijk systeem, het landschap in al zijn vormen en kwaliteiten, de samenhang tussen hoogteligging, bodem en watersysteem (inclusief de bestaande natuurwaarden). Deze laag is laagdynamisch.
2.
Netwerklaag De structuren die zich als een netwerk uitspreiden over en in de ondergrond van de gemeente. Bijvoorbeeld de infrastructuur en de groenblauwe bekenstructuur of andere ondergrondse en bovengrondse netwerken zoals het elektriciteitsnetwerk.
3.
Gebruiks- of functielaag Laat zien hoe het gemeentelijke gebied wordt bezet, gebruikt en benut. De wijze waarop gebieden ruimtelijk en functioneel in gebruik zijn, met de bijbehorende dynamiek. Denk daarbij aan wonen, werken, water, natuur en recreatie met de bijbehorende dynamiek, waarden en identiteit.
166
Sociale laag Duidt de inwoners, ondernemers en overige gebruikers aan in hun onderlinge relaties, met de opgaven in de Barneveldse leefomgeving waar we als samenleving voor staan. Bijvoorbeeld omzien naar elkaar, welzijn en ervaren gezondheid. Maar ook de gezondheidsverschillen in de gemeente, investering in de benodigde maatschappelijke voorzieningen, en de kwaliteit van de leefomgeving in dorpen en buitengebied.
Vanaf de onderste laag naar boven geeft deze lagenstructuur een verticale doorsnede van de huidige waarde van het gebied of de plek. De samenhang tussen deze lagen vormt de basis voor de keuze voor de ontwikkeling onze fysieke leefomgeving. Zo zoeken we de gewenste en noodzakelijke samenhang tussen ruimtelijk en functioneel gebruik, gericht op de kwaliteit van de leefomgeving en sociaal-maatschappelijk van het leven daarin. De werkwijze helpt gemeente en de samenleving om onderbouwde keuzes te maken in de ruimtelijke ontwikkelopgaven. In de omgevingsvisie gebruiken we deze lagenbenadering om keuzes op waarde te kunnen schatten. De volgende paragrafen gaan nader in op de verschillende lagen.
167
2.4 Laag 1: de 0ndergrondlaag
Veluwe De Veluwe is een hoog en droog gebied. Het Veluwemassief bestaat uit bosgebieden en is rijk aan reliëf van stuifzandvlaktes en smeltwaterafzettingen. Het is een belangrijk infiltratiegebied voor ons drinkwater, de grootste zoetwatervoorraad van Nederland en de motor van de beken in de Gelderse Vallei. Het gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied.
De ondergrondlaag bestaat uit de fysieke ondergrond, het watersysteem en het biotisch systeem, ook wel het natuurlijk systeem genoemd. Deze laag draagt bij aan het leven van mens, dier en plant. We zien deze als natuurlijk kapitaal, waarvan we afhankelijk zijn. Het is de basisvoorwaarde voor een leefbaar bebouwd en agrarisch cultuurlandschap waarin we duurzaam voedsel kunnen produceren, wonen, werken, recreëren en weersextremen kunnen opvangen. En waarvan natuur en biodiversiteit afhankelijk zijn. Het reliëf in het Barnevelds landschap is ontstaan doordat rivierafzettingen door het landijs werden opgestuwd tot stuwwallen. Schuivend landijs zorgde ervoor dat de hoger in het landschap gelegen stuwwallen ontstonden, nu bekend als de Veluwe. Tussen de stuwwallen ontstond een lager gelegen natter gebied, dat we kennen als de Gelderse Vallei. Onder invloed van de wind bleef er zand tegen de stuwwal liggen, waardoor er dekzandvlaktes ontstonden, en de flank van de stuwwal afvlakte, zoals we die nu kennen. Door afstromend water van de Veluwe ontstonden vervolgens beken en beekdalen, die naar de Gelderse Vallei stromen. Deze natuurlijke processen zorgden voor het Barneveldse afwisselende en bijzondere landschap.
Gelderse Vallei Het stroomgebied van de Gelderse Vallei bestaat uit een gewelfde dekzandlaagte met het Valleilint, natuurparels tussen de stuwwal van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. In de afwisselende bodemopbouw van ontgonnen veen en natte en droge zandgronden vindt de regionale en lokale kwel plaats vanaf de stuwwal en de dekzandruggen. De beekdalen geven ruimte aan van oost naar west afstromende beken, zoals de Veldbeek, de Hoevelakense Beek, de Esvelderbeek, de Barneveldse Beek, de Modderbeek en de Moorster- en Modderbeek.
In de gemeente Barneveld onderscheiden we voor het landelijk gebied zes verschillende typen cultuurlandschappen die mede ordenend zijn in de ontwikkeling van het landelijk gebied en waaraan we waarde hechten: - Bos- en heidelandschap - Essen en -brinkdorpenlandschap - Kampenlandschap - Heideontginningenlandschap - Broekontginningenlandschap - Veenontginningenlandschap
Veluwe Gelderse Vallei
Barneveld Veluwe Gelderse Vallei
We onderscheiden het systeem van de droge Veluwe en de natte Gelderse Vallei.
Utrechtse Heuvelrug
Ligging Gelderse Vallei, Utrechtse Heuvelrug en Veluwe
168
169
Laag 1 Natuurlijke laag (ondergrond)
T P E
C N
O C
170
T P E
C N
O C
171
Laag 1 Beleid (ondergrond)
T P E
C N
O C
172
173
2.5 Laag 2: netwerken De netwerklaag bestaat uit verbindende lijnen en netwerken. Niet alleen wat zichtbaar is boven de grond, maar ook wat daaronder ligt. Voor de netwerklaag is gekeken naar de infrastructuur voor verkeer-, buisleidingen voor waterafvoer en energie, netwerken in natuur en landschap en waterlopen zoals beken. Het gaat daarbij om de hoofdverbindingen en -netwerken. Deze netwerken kunnen in de afweging van de ruimtelijke ontwikkeling zowel stimulerende als beperkende factoren opleveren. Nadrukkelijk zichtbaar zijn daarbij de rijkswegen A1 en A30 en de aansluitende provinciale wegen die zich dwars door de gemeente een weg banen. Deze netwerken beslaan vaak een groter gebied en zijn gemeentegrensoverschrijdend. Met een goed inzicht in de bestaande netwerkstructuur kunnen we bijvoorbeeld groennetwerken of infrastructurele netwerken versterken en ontbrekende schakels aangeven.
174
175
Laag 2 Netwerklaag
T P E
C N
O C
176
T P E
C N
O C
177
2.6 Laag 3: functie- en gebruikslaag De functie- en gebruikslaag is een weerspiegeling van de wijze waarop de mens in de tijd is omgegaan met het natuurlijk systeem van bodem, water en reliëf. De ontginning van gebieden droeg bij aan het ontstaan van cultuurlandschappen met een eigen identiteit en gebiedswaarden, bijvoorbeeld cultuurhistorisch, landschappelijk, esthetisch, economisch, ecologisch, recreatief en cultureel. De laag toont hoe de inwoners en ondernemers van de gemeente Barneveld gebruikmaken van de ruimte voor wonen, werken, landbouw en recreatie.
De ligging nabij de A1 en de A30 en de aanwezigheid van treinstations en het bedrijventerrein Harselaar leidden tot het meer verstedelijkte gebied BarneveldHarselaar-Voorthuizen. Met de opkomst van toerisme en recreatie ontwikkelde zich ten oosten van Voorthuizen een aantrekkelijk recreatiegebied.
Een groot deel van de gemeente was en is erg geschikt voor landbouw en veeteelt. De aanwezigheid van overwegend arme zandgronden en ondernemerschap heeft geleid tot groei van verschillende hokdierbedrijven (kippen, kalveren, varkens). Vanwege de strategische ligging langs oude handelswegen, groeiden dorpen als Barneveld en Kootwijkerbroek steeds verder uit. Daarnaast is de veelheid aan veehouderijen ook te danken aan de grote boerengezinnen binnen de gemeente. De stap om op een klein stukje grond te starten met een eigen hokdierbedrijfje was klein en gebruikelijk.
Pluimveehouderijen in opkomst
178
179
Laag 3 Gebruikslaag
180
181
2.7 Laag 4: sociale laag
Demografische gegevens
Op de drie eerder beschreven lagen, leven de inwoners van de gemeente Barneveld: de sociale laag. De sociale laag is opgebouwd uit verschillende deellagen, die een beeld geven van hoe de samenstelling van de bevolking eruit ziet, hoe het met de inwoners van de gemeente gaat en wat er aan voorzieningen beschikbaar is. Achtereenvolgend komen daarom de demografische gegevens aan bod, de ervaren gezondheid, beweegvriendelijke omgeving, moeite met rondkomen, sociale cohesie en tot slot de voorzieningen. Bij de deelkaarten hebben we gegevens op buurtniveau weergegeven, omdat op dit niveau verschillen in de gemeente het meest zichtbaar zijn. Demografie De gemeente Barneveld is in vergelijking met het landelijk gemiddelde een relatief jonge gemeente. Toch vergrijst ook de gemeente Barneveld. Tot 2040 verwachten we een stijging van circa 75% in het aantal 75-plussers. De toename van het aantal ouderen vraagt om andere voorzieningen, een andere inrichting van de openbare ruimte en andere huisvesting in levensloopbestendige wijken. In de kernen Kootwijk, Garderen en Voorthuizen wonen de meeste 65-plussers. Daarnaast zien we vooral in de kernen Voorthuizen en Barneveld een aantal buurten waar veel ouderen wonen. Dit geldt vooral voor Centrum Voorthuizen, de Koot, de Componistenwijk en Centrum Barneveld.
Legenda Demografische gegevens
25 - 45 jaar 45 - 65 jaar 65 jaar en ouder
0 - 15 jaar 15 - 25 jaar
Esri Nederland, Community Map Contributors
182
183
Ervaren gezondheid Ervaren gezondheid In het algemeen is de ervaren gezondheid van inwoners van de gemeente Barneveld hoger dan het landelijke gemiddelde. De grootste verschillen in ervaren gezondheid zijn zichtbaar tussen buurten in de kernen Voorthuizen en Barneveld. Vooral in de kern Barneveld zijn de verschillen het grootst. De ervaren gezondheid is het laagst in de buurt Oldenbarneveld, gevolgd door de Lors, de Vogelbuurt en de Haarkam. De ervaren gezondheid is het hoogst in het buitengebied van de gemeente. Beweegvriendelijke omgeving De kaart over de beweegvriendelijke omgeving presenteert de score van de openbare ruimte op de mogelijkheid voor mensen om te sporten en te bewegen. De veronderstelling hierbij is dat een meer beweegvriendelijke omgeving bijdraagt aan meer sporten en bewegen. De gemeente Barneveld scoort lager op een beweegvriendelijke omgeving dan het landelijk gemiddelde, onder meer door het landelijke karakter van de gemeente waardoor de afstand tot voorzieningen vaak groter is.
Legenda Goed ervaren gezondheid (%) in Barneveld 18 jaar en ouder, per buurt, 2022 60 - 65
65 - 72 72 - 74 74 - 76 76 - 94 Esri Nederland, Community Map Contributors
Beweegvriendelijke omgeving
De kernen Voorthuizen en Barneveld scoren hoger op beweegvriendelijkheid dan de kleinere kernen, waarbij Kootwijkerbroek het minst beweegvriendelijk is.
Legenda Beweegvriendelijke omgeving (%) in Barneveld 0 - 40 40 - 50
50 - 60 60 - 70 70 - 80 80 - 100
Esri Nederland, Community Map Contributors
184
185
Moeite met rondkomen Moeite met rondkomen In de gemeente Barneveld hebben minder mensen moeite met rondkomen dan het landelijk gemiddelde. In Barneveld en de Glind zijn het meeste mensen die moeite hebben met rondkomen. In enkele buurten is het percentage mensen dat moeite heeft met rondkomen hoger dan het gemeentelijk en landelijk gemiddelde. Dit geldt voor de buurten Oldenbarneveld en Lors (de buurten met minder dan 50 inwoners laten we hier buiten beschouwing), Legenda
Eenzaamheid Gemiddeld genomen voelen inwoners in de gemeente Barneveld zich minder vaker eenzaam dan het landelijke gemiddelde. Toch zien we ook verschillen tussen buurten. In de buurt Oldenbarneveld voelen mensen zich vaker dan het landelijk gemiddelde eenzaam. Dit geldt ook voor de Glind. In de buurten Centrum Barneveld, de Lors, de Vogelbuurt, Centrum Voorthuizen en Rootselaar-West is de eenzaamheid lager dan gemiddeld, maar hoger dan het gemiddelde in de gemeente.
Moeite met rondkomen (%) in Barneveld 5 - 10 10 - 15
15 - 20 20 - 25 25 - 64
Esri Nederland, Community Map Contributors
Eenzaamheid
Legenda Eenzaamheid in Barneveld in % 18 jaar en ouder, per buurt, 2022 21 - 35 35 - 40
40 - 45 45 - 50 50 - 55 55 - 85
Esri Nederland, Community Map Contributors
186
187
Voorzieningen
Voorzieningen Zoals te verwachten hebben de grootste kernen de meeste voorzieningen. De kern Kootwijk heeft geen basisvoorzieningen en voor de Glind is dit heel beperkt. Stroe en Garderen hebben een beperkt aanbod aan voorzieningen. De kernen Terschuur en Zwartbroek maken veel gebruik van elkaars voorzieningen. In deze twee kernen samen zijn de basisvoorzieningen aanwezig. De (grotere) culturele voorzieningen zijn alleen in de kern Barneveld gevestigd en hebben soms ook een satellietfunctie voor de hele gemeente. De kaart bevat voorzieningen van zowel de gemeente als voorzieningen van andere partijën. Voor deze laaste voorzieningen, zoals detailhandel is de gemeente niet verantwoordelijk.
Legenda Voorzieningenkaart
Onderwijs Sportvoorzieningen Supermarkt Zorgvoorzieningen Zwembad
Culturele voorzieningen Dorps- en buurthuis Kinderopvang
Esri Nederland, Community Map Contributors
188
189
BIJLAGE. Definities Afwegingskader: het beleid waaraan nieuwe ontwikkelingen worden afgewogen of ze passen in en bijdragen aan de doelen van de omgevingsvisie.
leefomgeving. Omgevingsvisie: dit document. De omgevingsvisie schetst het toekomstbeeld voor de gemeente Barneveld met als richtjaar 2040.
Basisvoorzieningen: dagelijkse voorzieningen die voor iedereen goed toegankelijke moeten zijn. Dit betreft basisscholen, kinderopvang, sportvoorzieningen, culturele voorzieningen, eerstelijns zorgvoorzieningen en (buurt) supermarkt.
Omgevingseffectrapportage (OER): een rapport naast de omgevingsvisie dat de verwachte milieueffecten en andere effecten van een plan in beeld brengt. Zo kan de overheid besluiten over het plan en daarbij alle mogelijke consequenties meewegen.
Beleidsprogramma: een thematische uitwerking van het omgevingsplan. Extensivering landbouw: In de omgevingsvisie maken we voor extensivering van landbouw onderscheid tussen: Grondgebonden landbouw: extensivering door het bedrijf uit te breiden met meer grond. Dit kan gepaard gaan met het afbouwen van de hoofdtak en het verbreden van activiteiten, zoals multifunctionele landbouw. Niet-grondgebonden landbouw (intensieve veehouderij): extensivering door het bouwblok te vergroten of het aantal dieren te verkleinen. Gebiedsprogramma: een gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie. Omgevingsplan: bevat de juridische regels van de gemeente voor de fysieke
190
191