B-3.4 Memo B&W met stand van zaken doorwerking Omgevingsvisie 2040, d.d. 3 februari 2026
Tekst van het document
Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Beleid Leefomgeving Behandelaar: J. van der Linden; D. Bol Telefoonnummer: +31627186279; +31615381263 Onderwerp:
Voorstelnr. 4562 Barneveld, 3 februari 2026 Portefeuillehouder: B. Wijnne
Raadsmemo Stand van zaken Doorwerking Omgevingsvisie Barneveld 2040
Gevraagde beslissing: 1.
In te stemmen met het informeren van de gemeenteraad over de stand van zaken inzake de doorwerking van de omgevingsvisie met bijgevoegde raadsmemo.
1. Inleiding Op 13 januari 2026 is het college van burgemeester en wethouders bijgepraat over de stand van zaken inzake de doorwerking van de omgevingsvisie richting programma’s (onder de Omgevingswet) en het omgevingsplan. Tijdens deze collegevergadering is gevraagd of de gemeenteraad een update kan ontvangen door middel van een raadsmemo. Aanvullend op het raadsmemo zal de stand van zaken op 9 februari 2026 worden toegelicht tijdens de Raadswerkgroep Omgevingswet.
2. Beoogd effect De gemeenteraad goed aangehaakt houden bij de doorwerking van de omgevingsvisie en implementatie van de Omgevingswet.
3. Argumenten
1.1 Het is belangrijk dat de gemeenteraad op de hoogte is van de stand van zaken met betrekking tot de roadmap doorwerking omgevingsvisie. De Omgevingsvisie Barneveld 2040 is op 16 juli 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Het college is nu aan zet om te zorgen voor de uitvoering van deze visie. Omdat dit een langdurig proces is, is het goed de gemeenteraad tussentijds op de hoogte te houden van de voortgang. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie en het (wijzigen van het) omgevingsplan vast. Ook heeft de gemeenteraad budgetrecht waarmee zij kan sturen op het tempo en keuzes in de uitvoering van maatregelen door het al dan niet beschikbaar stellen van budgetten. Ook is in de omgevingsvisie opgenomen dat de gemeenteraad kaders meegeeft voor de op te stellen beleidsprogramma’s en gebiedsprogramma's. In de roadmap voor de doorwerking van de omgevingsvisie wordt de rolverdeling tussen college en raad verder vormgegeven. Het raadsmemo biedt tevens de kans om de gemeenteraad ook inhoudelijk te betrekken bij wat een programma onder de Omgevingswet inhoudt en hoe dit zich verhoudt tot de andere kerninstrumenten van de Omgevingswet.
4. Kanttekeningen n.v.t.
5. Financiën n.v.t.
6. Participatie en communicatie a) Participatie n.v.t.
b) Communicatie
n.v.t.
7. Vervolgstap
-2-
Op 9 februari 2026 wordt de doorwerking van de omgevingsvisie besproken tijdens de Raadswerkroep Omgevingswet. Naar verwachting kan de nieuwe gemeenteraad voor de zomer 2026 meegenomen worden bij een globale planning en keuzes omtrent de beleids- en gebiedsprogramma’s.
8. Bijlagen - Raadsmemo Stand van zaken Doorwerking Omgevingsvisie Barneveld 2040
Raadsmemo Stand van zaken Doorwerking Omgevingsvisie Barneveld 2040
Datum:
Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
22 januari 2026
Doorwerking Omgevingsvisie Barneveld 2040 De Raad College van Burgemeester en Wethouders
Portefeuillehouder
B. Wijnne
Mail behandelaar
j.vanderlinden@barneveld.nl Telefoonnummer
+31627186279
Samenvatting Op dit moment wordt gewerkt aan een roadmap voor de doorwerking van de Omgevingsvisie richting beleids- en gebiedsprogramma’s en het omgevingsplan. De omgevingsvisie schetst het ‘waarom’ en ‘wat’, maar nu is het tijd om te werken aan het ‘hoe’. Dit memo beschrijft de voortgang. Doel Met dit raadsmemo willen we de gemeenteraad tussentijds informeren over de stand van zaken van de doorwerking van de omgevingsvisie naar programma’s en het omgevingsplan. Inhoud memo Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet inwerking getreden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er veel veranderd in hoe gemeenten omgaan met de fysieke leefomgeving. De wet bundelt tientallen bestaande wetten en introduceert één integrale aanpak. Dit betekent niet alleen nieuwe regels, maar ook een nieuwe manier van werken. Gemeenten moeten een omgevingsvisie vaststellen, aan de slag met programma's, het omgevingsplan en een nieuwe beleidscyclus. De Omgevingswet is niet alleen een juridische verandering, maar ook een cultuurverandering. Het vraagt om samenwerking tussen teams, transparantie in besluitvorming en een actieve dialoog met inwoners en partners. We werken meer gebiedsgericht, denken in kansen en zoeken naar integrale oplossingen. Omgevingsvisie
Programma’s
Dit is ons strategische kader voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Hierin leggen we vast welke ambities we hebben voor de leefomgeving en hoe we deze samen met partners willen realiseren. Vanuit de visie werken we aan programma’s die de vertaalslag maken naar uitvoering. In programma's worden de hoofdopgaven geconcretiseerd en wordt de
Omgevingsplan
Nieuwe beleidscyclus
uitvoering vormgegeven in maatregelen en projecten die bijdragen aan het behalen van onze doelen. Alle regels voor de fysieke leefomgeving komen samen in één omgevingsplan. Dit vervangt de huidige bestemmingsplannen en biedt meer flexibiliteit om in te spelen op ontwikkelingen. Beleidsvorming, uitvoering en monitoring worden continu verbonden. Dit betekent dat we sneller kunnen bijsturen en beter inspelen op maatschappelijke opgaven.
Met de ingang van de Omgevingswet is een nieuwe beleidscyclus geïntroduceerd. De Omgevingswet bevordert een meer geïntegreerd, adaptief en doorlopend beleidsproces, waarin visie, uitvoering en evaluatie intensief op elkaar zijn afgestemd. De cyclus bestaat uit vijf opeenvolgende fases, waarin beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, regelgeving, projecten en monitoring elkaar versterken: 1. Omgevingsvisie (Beleidsontwikkeling) De omgevingsvisie vormt het strategische kader voor de fysieke leefomgeving. Hierin worden de lange termijn ambities en ontwikkelingsrichting vastgelegd. Dit is het startpunt van de beleidscyclus. 2. Programma’s (Beleidsdoorwerking) Vanuit de visie worden programma’s opgesteld die de hoofdopgaven waar nodig verder concretiseren en concrete maatregelen en projecten bevatten om de ambities te realiseren. Deze programma’s zijn flexibel en kunnen tussentijds worden aangepast op basis van monitoring en nieuwe inzichten. 3. Omgevingsplan (Regelgeving) Het omgevingsplan vertaalt de visie en programma’s naar juridisch bindende regels voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Dit plan vervangt de huidige bestemmingsplannen en bevat alle relevante regels op lokaal niveau. 4. Omgevingsvergunningen en uitvoering (Projecten) Binnen het kader van het omgevingsplan worden omgevingsvergunningen verleend en projecten uitgevoerd.
Dit is de fase waarin beleid concreet zichtbaar wordt in de praktijk. 5. Toezicht, handhaving en monitoring (Terugkoppeling) Door toezicht en handhaving wordt naleving van regels geborgd. Monitoring zorgt voor inzicht in de effecten van beleid en projecten. Deze informatie vormt de basis voor evaluatie en eventuele bijstelling van de omgevingsvisie en programma’s. Zo ontstaat een continue PDCAcyclus (Plan-Do-Check-Act).
Van visie naar programma’s Op 16 juli 2025 is de omgevingsvisie Barneveld 2040 vastgesteld. Dit vormt een belangrijke mijlpaal in het traject naar een toekomstbestendige fysieke leefomgeving. Nu is het tijd om te zorgen voor een doorvertaling van de ambities, doelen en opgaven uit de omgevingsvisie naar concrete programma's en maatregelen. Programma’s geven richting aan uitvoering, hoe en wat we ruimtelijk borgen en helpen prioriteren. Ze maken duidelijk welke stappen we zetten om de doelen uit de visie waar te maken. Uiteindelijk komen deze keuzes samen in het omgevingsplan, waarin regels en kaders worden vastgelegd die direct van invloed zijn op onze leefomgeving. Kortom: de omgevingsvisie schetst het ‘waarom’ en ‘wat’, maar nu is het tijd om te werken aan het ‘hoe’. Parallel aan het traject om te komen tot een omgevingsvisie, is er gewerkt aan een visie voor het sociaal domein. Op 8 oktober 2025 is de Visie Sociaal Domein 2040 vastgesteld. De omgevingsvisie en visie sociaal domein sluiten goed op elkaar aan en vormen samen het strategische lange termijn kader van de gemeente Barneveld. Bij de doorwerking van de omgevingsvisie richting beleidsprogramma's betrekken we de opgaven uit de visie sociaal domein. De hoofdopgaven gezond en toekomstbestendig en de hoofdopgave prettig leven in vitale dorpen hebben het meest nadrukkelijk de koppeling met het sociaal domein.
De Omgevingsvisie Barneveld 2040 benoemt vijf hoofdopgaven. Deze vijf hoofdopgaven hebben prioriteit. Beleidsprogramma’s worden zo veel mogelijk geclusterd binnen en gekoppeld aan de hoofdopgaven. De vijf hoofdopgaven zijn: 1. Gezond en toekomstbestendig 2. Prettig leven in vitale dorpen 3. Ruimte voor ondernemerschap 4. Waardevol landelijk gebied 5. Bereikbaarheid nu en in de toekomst Fasering van de programma’s Op dit moment brengen we in beeld wat er nodig is om de vijf hoofdopgaven en de beschreven ambities uit de omgevingsvisie te realiseren. Per hoofdopgave wordt bekeken welk huidig beleid hieraan bijdraagt, of beleid geactualiseerd moet worden, er nieuw beleid nodig is en of er beleid ingetrokken kan worden omdat het verouderd of overbodig is geworden. We proberen beleid, waar mogelijk, zo veel mogelijk samen te laten komen in een programma. We onderscheiden twee verschillende soorten programma’s: de beleidsprogramma’s en
gebiedsprogramma’s. Beleidsprogramma
• • • •
Gebiedsprogramma
• • •
Richt zich op thematische beleidsuitwerking (beheer, gebruik, bescherming, ontwikkeling) Het bouwt voort op de omgevingsvisie en opereert langs één of enkele of thema’s, verspreid over gemeentelijke grenzen. Dient om strategische ambities van de omgevingsvisie concreet uit te werken in maatregelen, prioritering en governance. Ondersteunt de ruimtelijke borging van maatregelen richting regelgeving in het omgevingsplan Richt zich op integrale ontwikkeling binnen een geselecteerd geografisch gebied Combineert strategische kaders, maatregelen, fasering en juridische borging Dient als sturingsinstrument voor gebiedsontwikkeling met functies voor plan- en programmaborging
We willen aan de slag met diverse beleids- en gebiedsprogramma’s om onze opgaven en doelen te realiseren. Omdat niet alle programma’s tegelijk kunnen worden ontwikkeld, is het belangrijk om een transparante en gedragen prioriteringssystematiek te hanteren. Op dit moment zijn we deze systematiek aan het inrichten en we hopen uw raad voor de zomer meer inzicht te geven over de fasering van de programma’s. Waar staan we nu Op dit moment werken we in een roadmap uit welke programma’s er nodig zijn en wat dit vraagt van de organisatie. Het is voorstelbaar dat er op sommige vlakken extra kennis, expertise en capaciteit nodig is. Dit brengen we in beeld voor de ‘lopende cyclus’. In de omgevingsvisie is afgesproken dat een cyclus vier jaar duurt. Na vier jaar wordt de omgevingsvisie herijkt en kijken we opnieuw wat er nodig is om onze (herijkte) ambities te realiseren. In de tussentijd zijn we druk bezig met de uitvoering. Zo ligt op dit moment het energiebeleidsprogramma ter inzage. Onderdeel van het energiebeleidsprogramma is het warmteprogramma, wat een verplicht programma is voor alle gemeenten. Ook zijn we op dit moment druk bezig met het voorbereiden van de gebiedsprogramma’s voor De Glind en Stroe. Het programma volkshuisvesting is net als warmte ook een verplicht programma. Dit is dan ook een programma waar op korte termijn mee gestart zal worden.
Parallel aan het werken aan programma’s wordt gewerkt aan het omgevingsplan en wordt gewerkt aan een uitvoeringsstrategie hoe we omgaan met het gevestigde voorkeursrecht. De raadswerkgroep Omgevingswet wordt over deze onderwerpen op 9 februari bijgepraat. Rol van de gemeenteraad Bij de doorwerking van de omgevingsvisie is het van groot belang om helderheid te scheppen over de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden. In de omgevingsvisie staat dat de rolverdeling tussen het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad is gebaseerd op samenwerking en een duidelijke verdeling in verantwoordelijkheden. Deze verdeling vindt de basis in de Omgevingswet. De omgevingsvisie voegt daar een aantal procesafspraken aan toe ten aanzien van kaderstelling vooraf. Concreet betekent dit het volgende: • Gemeenteraad: De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast. Dit betekent dat de raad de ambities voor de fysieke leefomgeving bepaalt en vastlegt in de visie. Ook bij de totstandkoming van de beleidsprogramma’s heeft de raad
een kaderstellende rol. Dit houdt in dat de raad vooraf kaders vaststelt waarbinnen het college de beleidsprogramma’s moet opstellen. De gemeenteraad stelt vervolgens het omgevingsplan (de omgevingsplanwijziging) vast. • College van burgemeester en wethouders: Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering en realisatie van de ambities uit de omgevingsvisie. Het college stelt de beleids- en gebiedsprogramma’s vast nadat de raad in de gelegenheid is gesteld om daarvoor kaders mee te geven. Dit omvat ook het aanwijzen van ontwikkellocaties en het voeren van een actief grondbeleid voor die locaties. De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie Barneveld 2040 vastgesteld. Actualisaties van de omgevingsvisie moeten ook worden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad is tevens aan zet bij een wijziging van het omgevingsplan. Regels voor het omgevingsplan die voortkomen uit een gebieds- of beleidsprogramma moeten dus worden vastgesteld door de gemeenteraad. Ook heeft de gemeenteraad budgetrecht, wat inhoudt dat zij kan sturen op ambities door het al dan niet beschikbaar stellen van middelen voor de uitvoering. We gaan graag met de gemeenteraad in gesprek over hoe we haar op een passende en effectieve manier kunnen betrekken bij de doorwerking van de omgevingsvisie richting de programma’s en het omgevingsplan. Vervolg Op 9 februari a.s.
wordt de raadswerkgroep Omgevingswet ambtelijk bijgepraat over de stand van zaken. Ook wordt dit moment benut om aandachtspunten op te halen met betrekking tot het proces. We verwachten de raad in het tweede kwartaal meer inzicht te kunnen geven in de fasering en prioritering van programma’s. Tijdens het inwerkprogramma na de verkiezingen zullen we zorgen dat de omgevingswet en haar kerninstrumenten aan bod komen om ook de nieuwe gemeenteraad mee te nemen in de stand van zaken en de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt.