B-3.29 Besluit B&W inzake Damoclesbeleid (drugsbeleid) d.d. 14-9-21.pdf
Tekst van het document
In aanvulling op voorgaande indicatoren wordt in de situatie dat sprake is van een strafbare voorbereidingshandeling(en) rekening gehouden met de volgende indicatoren: q. de aard van de stoffen of goederen (hierbij kan gedacht worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen welke niet of nauwelijks anders kunnen worden toegepast dan bij de productie, handel of transport van drugs); r. de mate waarin de goederen erop wijzen bestemd te zijn voor productie van of handel in drugs; s. de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage/kwekerij of productiepunt (bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een vorige productie en randapparatuur voor het instandhouden van de hennepplantage/kwekerij of productiepunt); t. de combinatie van aangetroffen stoffen (hierbij kan gedacht worden aan het tegelijk verkopen, dan wel aanwezig hebben van goederen die voor verwerking, transport of bereiding van drugs bedoeld zijn, zoals grammenweegschalen, drugsverpakkingen, versnijdingsmiddelen, etc.); u. de hoeveelheid aangetroffen stoffen of goederen; v. de mate van bekendheid van het pand waar dergelijke producten verkocht, verhandeld, gebruikt of geproduceerd kunnen worden; w.
de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden (hierbij kan naast de gevaren verbonden aan (georganiseerde) drugscriminaliteit gedacht worden aan brandgevaar, risico’s verbonden aan het gebruik van chemicaliën, etc.). 3.3 Harddrugs In deze paragraaf staan de uitgangspunten die de burgemeester van de gemeente Barneveld in acht neemt bij de toepassing van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet bij woningen of de daarbij behorende erven. Dit geldt als een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen en/of als sprake is van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet, ten aanzien van de handel in/productie van harddrugs. Handelshoeveelheid harddrugs
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat als een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen, een woning zonder voorafgaande waarschuwing mag worden gesloten. Dit geldt als uit het beleid volgt dat een handelshoeveelheid harddrugs gezien wordt als een ernstig geval. Als een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen in de woning of op een daarbij behorend erf, is sprake van een ernstig geval. Op grond van dit beleid wordt een woning in dat geval direct, dat wil zeggen zonder voorafgaande waarschuwing, gesloten/een last onder bestuursdwang opgelegd. Sluiting bij voorbereidingshandelingen Als bij een woning of het bijbehorende erf sprake is van een eerste overtreding ten aanzien van voorbereidingshandelingen in relatie tot softdrugs (grootschalige hennepteelt) en het vervaardigen van harddrugs (waaronder bepaalde apparatuur (drugslaboratorium, cocaïnewasserij), chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen), dan wordt niet gewaarschuwd. In dat geval volgt direct een sluiting (last onder bestuursdwang) van de woning of het daarbij behorende erf. Combinatie van middelen Als in een woning of een daarbij behorend erf zowel handelshoeveelheden softdrugs als een handelshoeveelheid harddrugs worden aangetroffen, dan geldt het regime voor harddrugs.
3.4 Handhavingsmatrix bewoonde woningen In onderstaande matrix staan de verschillende, in zwaarte oplopende, maatregelen die bij bewoonde woningen worden ingezet. 1ste constatering
2de constatering
3de constatering 4de constatering
Voorbereidingshandelingen ten Sluiting voor drie aanzien van softdrugs/harddrugs maanden als sprake is voor onder andere grootschalige hennepteelt of bepaalde apparatuur (drugslaboratorium, cocaïnewasserij), chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen
Sluiting voor Sluiting voor Sluiting voor zes maanden twaalf maanden onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Softdrugs, handelshoeveelheid tot 30 gram
schriftelijke waarschuwing, tenzij ernstig geval; sluiting drie maanden
Sluiting voor Sluiting voor drie maanden zes maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal zes maanden)
Cannabisplanten, handelshoeveelheid schriftelijke tot 15 planten waarschuwing, tenzij ernstig geval; sluiting drie maanden
Sluiting voor Sluiting voor drie maanden zes maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal zes maanden)
Softdrugs, handelshoeveelheid tussen sluiting vier weken, 30 gram en 100 gram tenzij ernstig geval; sluiting drie maanden
Sluiting voor Sluiting voor drie maanden zes maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal zes maanden)
Cannabisplanten, handelshoeveelheid sluiting vier weken, tussen 15 planten en 50 planten tenzij ernstig geval; sluiting drie maanden
Sluiting voor Sluiting voor drie maanden zes maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal zes maanden)
Softdrugs, handelshoeveelheid boven de 100 gram
Sluiting voor Sluiting voor Sluiting voor zes maanden twaalf maanden onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Sluiting voor drie maanden (boven de 100 gram is per definitie een ernstig geval)
Cannabisplanten, handelshoeveelheid Sluiting voor drie Sluiting voor Sluiting voor boven de 50 planten maanden (boven de zes maanden twaalf maanden 50 cannabisplanten is per definitie een ernstig geval)
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Harddrugs, handelshoeveelheid tot 5 gram
Sluiting voor drie maanden, tenzij ernstig geval; sluiting zes maanden
Sluiting voor Sluiting voor Sluiting voor zes maanden twaalf maanden onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Harddrugs, handelshoeveelheid boven de 5 gram
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
-
3.5 Recidive en verjaring Als sprake is van een waarschuwing, dan geldt dat een volgende stap in het stappenplan wordt gezet, wanneer binnen een termijn van twee jaar na een vorige constatering opnieuw een overtreding in dezelfde woning of op het daarbij behorende erf plaatsvindt. Vindt een constatering plaats na twee jaar na de vorige constatering, dan wordt de handhavingsmatrix van voren af aan herhaald. Het is daarbij niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op de woning of het daarbij behorende erf wordt begaan. Als er geen sprake is van een waarschuwing, dan geldt dat een volgende stap in het stappenplan wordt gezet, wanneer binnen een termijn van vijf jaar na een vorige constatering opnieuw een overtreding in dezelfde woning of op het daarbij behorende erf plaatsvindt. Vindt een constatering plaats na vijf jaar na de vorige constatering, dan wordt de handhavingsmatrix van voren af aan herhaald. Het is daarbij niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op de woning of op het daarbij behorende erf wordt begaan.18
HOOFDSTUK 4. LOKALEN EN NIET BEWOONDE WONINGEN MET BIJBEHORENDE ERVEN In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten die de burgemeester van de gemeente Barneveld in acht neemt bij de toepassing van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet bij lokalen en niet-bewoonde woningen. Dit geldt als handelshoeveelheden softdrugs of harddrugs worden aangetroffen en/of indien sprake is van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b., van de Opiumwet ten aanzien van handel in/productie van softdrugs of harddrugs. Nota bene: Voor lokalen en niet-bewoonde woningen geldt niet het uitgangspunt uit de wetsgeschiedenis dat bij een eerste overtreding van de Opiumwet een waarschuwing moet volgen. Gelet hierop gaat de burgemeester in deze gevallen direct, dus zonder waarschuwing, tot sluiting (oplegging van een last onder bestuursdwang) over. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient er wel een verband te zijn tussen de aangetroffen handelshoeveelheid drugs en het pand.19
18 Er wordt bij waarschuwingen een termijn van twee jaar gehanteerd, aangezien de waarschuwing volgens de conclusie van
Widdershoven van 24 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:249) anders een besluit wordt dat voor bezwaar en beroep vatbaar is. Dat is niet wenselijk. 19 ABRvS 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3339. Als de jurisprudentie wijzigt, sluit de burgemeester aan bij deze gewijzigde jurisprudentie.
4.1 Handhavingsmatrix lokalen en niet-bewoonde woningen of daarbij behorende erven In deze matrix staan de verschillende, in zwaarte oplopende, maatregelen die bij lokalen en nietbewoonde woningen worden ingezet. 1ste constatering 2de 3de constatering 4de constatering constatering voorbereidingshandelingen ten aanzien van softdrugs/harddrugs, als sprake is van onder andere grootschalige hennepteelt of bepaalde apparatuur (drugslaboratorium, cocaïnewasserij), chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Softdrugs, handelshoeveelheid tot 100 gram
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Cannabisplanten, handelshoeveelheid tot 50 planten
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Softdrugs, handelshoeveelheid boven de 100 gram
Sluiting voor zes maanden (boven de 100 gram is per definitie een ernstig geval)
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Cannabisplanten, handelshoeveelheid boven de 50 planten
Sluiting voor zes maanden (boven de 50 planten is per definitie een ernstig geval)
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Harddrugs, handelshoeveelheid tot 5 gram
Sluiting voor drie maanden, tenzij ernstig geval; sluiting zes maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
Harddrugs, handelshoeveelheid boven de 5 gram
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal twaalf maanden)
-
4.2 Recidive en verjaring Voor de toepassing van de handhavingsmatrix geldt dat een volgende stap in het stappenplan wordt gezet, wanneer binnen een termijn van vijf jaar na een vorige constatering opnieuw een overtreding in hetzelfde lokaal of het daarbij behorende erf of dezelfde niet-bewoonde woning of het daarbij behorende erf plaatsvindt. Vindt een constatering plaats na vijf jaar na de vorige constatering, dan wordt de handhavingsmatrix van voren af aan herhaald. Het is daarbij niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op het lokaal of het daarbij behorende erf of dezelfde niet-bewoonde woning of het daarbij behorende erf wordt begaan.
HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN 5.1 Hardheidsclausule De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassing van artikel 13b Opiumwet betreft een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat deze bevoegdheid gebruikt wordt na een belangenafweging. Ingevolge de inherente afwijkingsbevoegdheid, zoals neergelegd in artikel 4:84 van de Awb, kan van deze beleidsregels worden afgeweken. Hiertoe kan bijvoorbeeld aanleiding bestaan als toepassing van het beleid voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Mocht sprake zijn van deze omstandigheden, dan kan de burgemeester gemotiveerd van de uitgangspunten en stappen in de beleidsregels – zowel strenger als soepeler – afwijken. Financiële schade, te lijden ten gevolge van een op te leggen maatregel, wordt niet als een bijzondere omstandigheid beschouwd, evenmin het verliezen van de eigen woonruimte. Dergelijke omstandigheden moet worden geacht door de wetgever, bij de totstandkoming van de bevoegdheid, zoals die is neergelegd in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, te zijn meegewogen. 5.2 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Het Drugsbeleid gemeente Barneveld, vastgesteld op 24 januari 2017 wordt in een apart besluit tegelijkertijd ingetrokken door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover zijn bevoegdheid strekt. 5.3 Overgangsrecht Handhavingsprocedures met betrekking tot artikel 13b van de Opiumwet die zijn gestart onder de geldigheid van de vorige beleidsregels en de bijbehorende handhavingsarrangementen, in die zin dat voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Damoclesbeleid een voornemen tot het opleggen van een last onder bestuursdwang is verzonden, worden voorgezet op basis van de vorige beleidsregels en de daarin opgenomen handhavingsarrangementen. Waarschuwingen en eerdere constateringen die onder de vorige beleidsregels zijn afgegeven of hebben plaatsgevonden worden aangemerkt als te zijn afgegeven of te hebben plaatsgevonden onder dit Damoclesbeleid. Dat betekent dat dergelijke waarschuwingen en geconstateerde overtredingen op basis van dit Damoclesbeleid aanleiding kunnen geven om over te gaan tot de volgende stap in de handhavingsmatrixen uit de hoofdstukken 3 en 4 van dit Damoclesbeleid. 5.4 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als “Damoclesbeleid gemeente Barneveld”. Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Barneveld op [datum] 2021. J.J. Luteijn
BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER De kaders voor de toepassing en handhaving van het Damoclesbeleid zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. In deze bijlage worden de relevante wettelijke kaders onder elkaar gezet en samengevat. Artikel 13b lid 1 van de Opiumwet Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a., van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
Daarnaast is de burgemeester sinds 1 januari 2019 op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b., van de Opiumwet bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is. Deze bepaling heeft betrekking op zogenoemde voorbereidingshandelingen. Dat wil zeggen dat van de in deze bepaling bedoelde voorwerpen of stoffen het ernstige vermoeden moet bestaan dat deze bestemd zijn voor o.a. het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Artikel 125 van de Gemeentewet Op grond van artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. Volgens artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet wordt de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang uitgeoefend door de burgemeester als de last dient tot handhaving van regels die hij uitvoert. Omdat de burgemeester belast is met de handhaving van artikel 13b Opiumwet, kan de burgemeester bij een overtreding op grond van artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet een last onder bestuursdwang opleggen.
Artikel 4:81 van de Awb Op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Awb kan een bestuursorgaan, daaronder begrepen de burgemeester, beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Het onderhavige Damoclesbeleid berust op de hiervoor genoemde wettelijke bevoegdheden, waarvan de burgemeester belast is met de naleving daarvan, en vindt zijn grondslag in artikel 4:81 van de Awb. Artikel 4:84 van de Awb Op grond van artikel 4:84 van de Awb dient het bestuursorgaan, zo ook de burgemeester, te handelen overeenkomstig zijn beleid, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Dit Damoclesbeleid bevat in hoofdstuk 5 een afwijkingsbevoegdheid in de vorm van een ‘hardheidsclausule’. Artikel 5:21 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) Een bevel van de burgemeester tot sluiting van een inrichting op grond van artikel 13b van de Opiumwet strekt tot uitoefening van bestuursdwang in de zin van artikel 5:21 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb).
Hierdoor zijn de bepalingen over de last onder bestuursdwang uit afdeling 5.3.1 van de Awb van toepassing, waaronder artikel 5:28, dat de burgemeester bevoegd maakt tot het verzegelen van gebouwen, terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt. Artikel 5:32 van de Awb Artikel 5:32, eerste lid, van de Awb bepaalt dat een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom kan opleggen. Op grond van het tweede lid wordt voor een last onder dwangsom niet gekozen, als het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet. De keuze van het bestuursorgaan voor het instrument van de last onder dwangsom in plaats van bestuursdwang behoeft in beginsel niet afzonderlijk te worden gemotiveerd.20 Volgens artikel 5:6 van de Awb kunnen een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom ter zake van één en dezelfde overtreding niet gelijktijdig worden opgelegd. Artikel 2:41 van de model-APV van de VNG In de model-APV VNG is in artikel 2:41 een model-bepaling opgenomen over het betreden van een gesloten woning of lokaal.
In het tweede lid van dit artikel is opgenomen dat het verboden is een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. Artikel 2:41, derde lid, van de model-APV van de VNG regelt dat dit verbod 20 ABRvS 19 juni 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE4344; ABRvS 11 augustus 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ6637.
niet van toepassing is op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Besluit van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Barneveld tot intrekking van het Drugsbeleid gemeente Barneveld Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Barneveld, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; gelet op artikel 13b Opiumwet en de artikelen 1a en 1b Woningwet ; besluiten: in te trekken het Drugsbeleid gemeente Barneveld zoals vastgesteld op 24 januari 2017 en in werking getreden op 10 februari 2017. Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Aldus vastgesteld op datum collegevergadering , Burgemeester en wethouders voornoemd, W. Wieringa Secretaris
J.J. Luteijn, Burgemeester De burgemeester voornoemd, J.J. Luteijn, Burgemeester.