CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.25 Memo B&W over programma duurzaamheid en energieprogramma d.d. 28-1-25

Commissie Samenleving 5 maart 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Voortgang Programma duurzaamheid en Bestuursopdracht Energiebeleidsprogramma20.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Er zijn meer dan duizend huishoudens geïnformeerd door energiecoaches en zijn in De Glind en Kootwijk stichtingen opgericht die lokaal willen investeren in besparing, isolatie en collectieve oplossingen. Resultaten van een aantal acties zijn opgenomen in de monitor van het Programma Duurzaamheid – Energie. 2. Aanpak verkenningsgebieden De gemeente is in de warmtevisie verdeeld in gebieden die kansrijk zijn voor oplossingen op de kortere termijn (tot 2025), de middellange termijn (tot 2040) of de lange termijn (tot 2050) en welke maatregelen daarbij passen, bijvoorbeeld all electric, groen gas en/of een warmtenet. In de afgelopen jaren is geïnvesteerd in onderzoek naar warmtenetten. Het onderzoek naar warmtenetten heeft duidelijk gemaakt dat dit, vooral door het gebrek aan bronnen, geen reële optie is voor centrum Barneveld en centrum Voorthuizen. Mogelijk kan er een kleinschalig warmtenet worden ontwikkeld in één van de woonwijken in Barneveld. Om de elektrificatie van woningen te kunnen bevorderen wordt tussen gemeente en netbeheerder systematisch gewerkt aan de versterking van het middenspanningsnet, door het bijplaatsen van middenspanningskasten. 3. Aanpak bedrijven en utiliteitsbouw Samenwerking wordt gezocht met bedrijven om zowel individuele als collectieve oplossingen te vinden die het gebruik van gas kunnen verminderen.

Mogelijke energieoplossingen voor met name bedrijventerrein Harselaar zijn onderzocht. Een pagina 5 van 13

voorbeeld is het onderzoek naar een Smart Energy Hub op Harselaar en de intentieverklaring Green Deal Harselaar. 4. Regionale afstemming In de RegioFoodvalley werken we samen om een regionale aanpak te realiseren waar mogelijk. In de regionale samenwerking worden de mogelijkheden voor mest vergisting onderzocht waarbij Barneveld twee kansrijke locaties kent: De Glind en Harselaar. Deze locaties worden nu verder onderzocht op haalbaarheid en welke partijen bij de ontwikkeling betrokken kunnen worden. 2.3 Probleemstelling De focus op energie is de afgelopen jaren sterk veranderd. Energie is niet meer vanzelfsprekend maar een randvoorwaarde geworden voor ontwikkelingen. De huidige infrastructuur is niet toereikend om de groeiende vraag naar (duurzame) energie op te vangen, wat leidt tot knelpunten in het elektriciteitsnet. Efficiënte energieopslag oplossingen zijn essentieel om de continuïteit van energievoorziening te waarborgen en de piekbelasting op het net te verminderen. De Energievisie en Warmtevisie zijn niet meer up-to-date en moeten worden herzien om te voldoen aan de huidige en toekomstige energiebehoeften en -doelstellingen. Daarnaast dienen de Zonneladder en de notitie Lokaal Eigenaarschap te worden geïntegreerd in het nieuwe Energiebeleidsprogramma.

Een bijkomend aspect is dat de Structuurvisie Windenergie vervalt met het vaststellen van de Omgevingsvisie medio 2025 en hierin zal worden opgenomen.

Relatie van Energiebeleidsprogramma tot Omgevingsvisie en programma Duurzaamheid Het Energiebeleidsprogramma betreft een beleidsprogramma onder de omgevingswet, waarmee we de Omgevingsvisie op dit onderwerp vertalen in meer concrete normen, leidende principes en een programmering. Elke gemeente is verplicht om uiterlijk eind 2026 een warmteprogramma te hebben, waarin de aanpak van het verduurzamen van de gebouwde omgeving valt. Met het Energiebeleidsprogramma creëren we een helder integraal verhaal waarmee we ons gemeentelijk beleid en bijbehorend tijdspad schetsen ten aanzien van energie (zowel elektriciteit als warmte). Het betreft een beleidsprogramma, waarin de doelen op het thema Energie uit het programma Duurzaamheid verder worden uitgewerkt. Het is geen vervanging van het Programma Duurzaamheid, maar valt uitdrukkelijk binnen het thema Energie als activiteit en beleidsontwikkeling. Het programma Duurzaamheid is de manier waarop de organisatie zich organiseert en werkt aan het behalen van meerdere duurzaamheidsdoelen.

In 2025 wordt ook gewerkt aan een Regionaal Energieperspectief en aan de doorontwikkeling van de Regionale Energiestrategie van de regio Foodvalley. Hierbij wordt de scope verbreed van duurzame energieopwekking naar het gehele

pagina 6 van 13

energiesysteem, met als focus het in de toekomst kunnen blijven voorzien in de energiebehoefte. Het is nodig om als gemeente proactief inbreng te kunnen leveren bij dit regionale proces.

pagina 7 van 13

3. De Opdracht 3.1 Wat willen we bereiken Een integraal Energiebeleidsprogramma (beleidsprogramma onder de omgevingsvisie) dat voor de komende jaren houvast biedt voor de organisatie en de omgeving voor alles rondom energie: besparen, opwek en infrastructuur. Een beleidsprogramma dat schetst hoe we de energietransitie verder faciliteren als gemeente en wat we belangrijk vinden, door de doelstellingen uit te werken in concrete normen, leidende principes en programmering. Een integraal document waarin de bestaande beleidsstukken van de gemeente Barneveld t.a.v. energie (al dan niet geactualiseerd) opgenomen worden. Voor Barneveld is het logisch om het warmteprogramma op te nemen in het Energiebeleidsprogramma omdat grootschalige collectieve warmteoplossingen in de gemeente Barneveld vrij onwaarschijnlijk zijn. Normen en leidende principes voor de thema's energie en warmte hebben een grote overlap waardoor het splitsen van de beleidsprogramma's niet wenselijk is. 3.2. Doelstellingen Het Energiebeleidsprogramma draagt bij aan het bereiken en aanscherpen van onze doelstellingen rondom Energie en CO2-reductie: Barneveld wil Energie – en CO2 neutraal zijn in 2050. Het Energiebeleidsprogramma richt zich op deze doelstellingen t.a.v. energie in de (huidige) gebouwde omgeving, nieuwbouw en bedrijventerreinen en maakt deze concreter door ze uit te werken in normen.

Basis van de uitwerking van het beleid is de trias energetica (eerst verminderen verbruik, dan zelf duurzame energie opwekken, en dan duurzame opgewekte energie inkopen). De opwarming van de aarde wordt slechts voor een deel veroorzaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen. Die verbranding zorgt vooral voor uitstoot van CO2. Daarnaast dragen methaan, waterstof, lachgas en de zogenaamde F-gassen bij aan de opwarming. Ook in Barneveld is sprake van de uitstoot van die broeikasgassen. De gemeente heeft daarom laten onderzoeken welke bronnen zorgen voor welke uitstoot en wat daar vanuit de gemeente aan gedaan zou kunnen worden. De resultaten uit het concept rapport ‘Broeikasgassen in de gemeente Barneveld’ is eind 2024 gepresenteerd in een raadsbijeenkomst. Het definitieve rapport wordt toegevoegd aan het Energiebeleidsprogramma.

3.3 Beoogd resultaat Integraal beleid met concrete normen en leidende principes voor besparing, opwek en infrastructuur, voor zowel elektriciteit als warmte. Een document waar we de komende jaren mee verder kunnen, zowel in onze eigen organisatie als daarbuiten (in de regio en pagina 8 van 13

provincie). Het is een uitwerking van de Omgevingsvisie op energiegebied. Hiermee voldoen we aan de wettelijke eis om een warmteprogramma te hebben. 3.4 Scope opdracht Binnen deze opdracht valt wel:  Analyse: inzicht in de huidige situatie  Beleidskader – Context vanuit Rijk, provincie en Omgevingsvisie o Warmte – en koudevraag o (kleinschalige) Warmteoplossingen o Grootschalige opwek van elektriciteit o Energiesysteem van de toekomst  Normen, programma van eisen en leidende principes o Normen: waar streven we naar wat betreft ‘energieneutraal’, wanneer hoeveel besparen en opwekken, hoeveel woningen wanneer verduurzamen etc. o Programma van eisen voor nieuwe ontwikkelingen (welke voorwaarden kunnen we bepalen voor bijvoorbeeld woningbouw, industrie, energie infrastructuur, energievormen, opslag en conversie van energie etc.). Basis voor programma van eisen ligt in de normen om op te nemen in de visie. Denk aan: we bouwen netbewust en voorzien nieuwe woningbouw van elektriciteitsopslag e.d. o Leidende principes voor de verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving. (Denk aan: we versterken het elektriciteitsnetwerk eerst in wijken met veel woningcorporatiebezit)  Onderbrengen lokaal eigenaarschap (overnemen/aanscherpen uit notitie lokaal eigenaarschap) en Zonneladder (mogelijk Afwegingskader t.a.v.

grootschalige opwek op land) in het Energiebeleidsprogramma  Toekomstgerichte programmering (welke wijken/terreinen wanneer aardgasvrij/verduurzamen/versterken middenspanningsnetwerk)  Monitoring van de doelstellingen vanuit het beleidskader en normen volgens de systematiek van monitoring binnen het programma Duurzaamheid. Binnen deze opdracht valt niet:  Een herijking van de Structuurvisie windenergie. De structuurvisie wind vervalt met het vaststellen van de Omgevingsvisie en de visie op windenergie gaat daarin op. Met het Energiebeleidsprogramma passen we de doelen niet aan.  De doorvertaling van de ambitie ‘Energieneutraal’ naar mobiliteit en wat daarvoor nodig is aan acties valt niet binnen de opdracht. Impact op de energie infrastructuur door elektrisch laden, valt wel binnen de scope.  Vertaling van beleid naar uitvoering; wel richt het zich op het betrekken van de juiste teams, zodat die zelf de vertaling naar hun eigen werkveld kunnen maken.

pagina 9 van 13

4. Kaders De onderstaande landelijke en lokale kaders en relaties met andere projecten en activiteiten zijn van toepassing voor de uitvoering van deze opdracht. 4.1 Relevante wet & regelgeving    

Wet collectieve warmte (Wcw) Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) Energiewet Omgevingswet

4.2 Gemeentelijke kaders • • • • • • •

(voorkeursscenario) Omgevingsvisie Energievisie 2015-2020 Warmtevisie 2021 Zonneladder Structuurvisie Windenergie Notitie Lokaal Eigenaarschap Economische visie

4.3 Relaties andere projecten en/of activiteiten Project/activiteit Rapportage ‘Broeikassen in de Gemeente Barneveld’ (zie bijlage) RES doorontwikkeling

Beschrijving relatie Overlap in doelen

Beschrijving hoe de afstemming georganiseerd is Met het Energiebeleidsprogramma geven we invulling aan behalen van de doelstelling CO2 neutraal t.a.v. de gebouwde omgeving

Overlap in inhoud

Met het proces t.a.v. Energiebeleidsprogramma geven we gelijktijdig input bij de herijking/doorontwikkeling van de RES. We zien het lokale proces als belangrijk onderdeel van een proactieve houding richting de regio. We maken met het gemeentelijke Energiebeleidsprogramma een vertaalslag van provinciaal naar gemeentelijk niveau. Het Energiebeleidsprogramma is (een van de) eerste beleidsprogramma’s onder de medio 2025 vast te stellen Omgevingsvisie. Regelmatige afstemming met de projectgroep Omgevingsvisie moet er voor te zorgen dat het proces en inhoud van Energiebeleidsprogramma aansluiten bij de Omgevingsvisie. De taskforce netcongestie werkt aan een uitvoeringsplan, de projectleider netcongestie maakt deel uit van de projectgroep van het Energiebeleidsprogramma. Een aantal activiteiten uit het uitvoeringsplan netcongestie zullen gaan over leidende principes en kaders. Deze krijgen een plek in het Energiebeleidsprogramma.

Energievisie Provincie Gelderland

Overlap in inhoud

Beleidscyclus onder de Omgevingswet

Overlap in proces

Uitvoeringsplan netcongestie

Overlap in proces en inhoud

pagina 10 van 13

5. Aanpak 5.1 Procesaanpak en planning Na akkoord op de bestuursopdracht gaat de projectgroep aan de slag. De projectgroep wordt ondersteund door een procesbegeleider (inhuur). Met het lokale traject lopen we gelijktijdig op met de regio, waarin gewerkt wordt aan de doorontwikkeling van de Regionale Energie Strategie (RES). We trekken samen op met de regio om er voor te zorgen dat beide beleidsstukken elkaar aanvullen. Het lokale proces maakt het mogelijk dat we proactief input leveren aan het regionale traject. Onderdelen van de procesaanpak zijn o.a.:     

Schrijven van het participatieplan Interne en externe participatie opzetten Samenwerking met de regio (RES proces) opzetten voor het ophalen wensen en bedenkingen om te komen tot normen en leidende principes Uitwerken normen en leidende principes Opstellen Energiebeleidsprogamma

In de planning zijn de verschillende onderdelen benoemd. Jan Febr Maart April Mei Juni Juli Aug Sept Okt Nov Dec Bestuursopdracht Participatie

RES

Voorleggen bestuursopdracht ter vaststelling B&W Participatieplan schrijven In gesprek met externe belanghebbende In gesprek met interne belanghebbende Ter inzage leggen Ophalen wensen en bedenkingen in samenwerking met de regio

Afstemming met RES Opstellen Energie- Concept normen en leidende beleidsprogramma principes Concept energiebeleidsprogramma

Bestuurlijk traject

Definitief energiebeleidsprogramma Concept normen en leidende principes bespreken B&W Concept normen en leidende principes bespreken Gemeenteraad Voorleggen concept energiebeleidsprogramma B&W (ter inzage) Voorleggen beleidsprogramma ter vaststelling B&W Voorleggen normen en leidende principes ter vaststelling gemeenteraad

pagina 11 van 13

5.2 Financiële kaders Voor de procesbegeleiding is een bedrag van circa €35.000,- nodig. De projectleider (inhuur) krijgt de opdracht met als resultaatverplichting het opleveren van het Energiebeleidsprogramma. Gevraagd wordt expertise in procesbegeleiding, kennis van Omgevingswet en werken met beleidsprogramma’s en kennis van de energiesector. Daarnaast is circa €15.000,- nodig voor de realisatie van de opdracht. Dit budget is nodig voor organisatie, data-analyse, participatiebijeenkomsten en vormgeving. Hiermee komt het totaalbedrag uit op €50.000,-. De kosten worden gedekt uit de structurele middelen vanuit duurzaamheid. 5.3 Risico’s & maatregelen De volgende risico’s worden onderkend: Risico: 1. Het is een krappe planning. Deze is haalbaar, maar alleen als er prioriteit gegeven wordt aan de planning. Het vraagt van de gehele projectgroep een voortdurende investering gedurende een periode van minstens een half jaar. 2. Afstemming met traject van de Regionale Energiestrategie is zeer belangrijk. Wanneer dit niet goed loopt, zorgt dat voor verwarring bij de gemeenteraad. 3. Impact van werken als beleidsprogramma onder de Omgevingswet is nog niet altijd helder. Dit zal gedurende het proces steeds concreter worden, als het gaat om vorm en mate van details. Bij de planning gaan we er vanuit dat een planMER niet noodzakelijk is.

Mocht dit wel zo blijken te zijn, verandert de planning vrij drastisch. Waarschijnlijk stellen we dan rond 4 november voor om het concept beleidsprogramma en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau vast te stellen. Vervolgens start de planMER procedure en zal vaststelling pas later in 2026 mogelijk zijn. Maatregel: 1. Onmiddellijk bijsturen wanneer er andere zaken tussendoor komen. Dit vraagt actie van de projectteamleden en ambtelijk opdrachtgever. 2. Elke 2 weken afstemmingsoverleg met RES coördinator Foodvalley 3. Regelmatige afstemming met Projectleider Omgevingsvisie en inhuren externe expertise en procesbegeleiding.

5.4 Participatie en communicatie

Het energiebeleidsprogramma scoort een 3 op de participatieladder, dat komt neer op meewerken/adviseren. De participatie wordt uitgewerkt in het participatieplan. Dit doen we in samenwerking met twee communicatieadviseurs en onze participatieadviseur. De belanghebbende zijn inwoners, bedrijven en maatschappelijke stakeholders gebouwde omgeving (zoals de woningstichting). We starten de participatie niet vanaf nul. Er zijn al goede contacten met bedrijven (o.a. naar aanleiding van een energielunch) en met pagina 12 van 13

energie coöperaties. Er zijn dorpsgesprekken gevoerd en er lopen initiatieven in Kootwijk en de Glind. Daarnaast kunnen de DoenDenkers betrokken worden. Met inwoners zijn er contacten vanuit het energieloket, de energiekeet en via de energiecoaches. Intern benutten we bestaande samenwerkingen als de taskforce netcongestie en het middenspanningsatelier. Het participatieplan wordt besproken met de opdrachtgever. Een communicatie adviseur maakt deel uit van het projectteam en is verantwoordelijk voor de communicatie richting verschillende doelgroepen. De communicatieaanpak wordt gelijktijdig met het participatieplan uitgewerkt.

pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=0a856bd3-67f6-44d2-8bfa-a9d66173bb2c