B-3.24 Besluit B&W Woningbehoefte-onderzoek d.d. 21-1-25
Tekst van het document
15%
De woning is zo beter verkoopbaar
Figuur 3.11: Gemeente Barneveld. Bereidheid om (nog meer) duurzame maatregelen uit te voeren, naar eigendom woning en totaal, 2024
12%
100% Dit was afgesproken in de VVE
1%
80%
Vanwege het milieu
60%
25%
24%
40% 44%
De investering verdient zich terug door een lagere energierekening
20%
50%
10%
20%
30%
40%
39%
29%
20%
27%
Huur corporatie
Huur particulier
11% 37%
0% Totaal
Weet niet
30% 0%
24%
44%
Koop
Dit was toch al nodig vanwege onderhoud
27%
39%
19% 14%
Om mijn woning aangenamer te maken
36%
50%
60%
Nee
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Ja, ook als ik de kosten niet kan terugverdienen met een lagere energierekening
De helft van de huishoudens is bereid om de woning (verder) te verduurzamen in de toekomst Naar eigen zeggen is 48% van de huishoudens bereid om in de toekomst (nog meer) duurzame maatregelen uit te voeren. Tussen woningeigenaren en huurders zijn er verschillen. Het geldt namelijk voor ruim de helft van de koopwoningen (58%), een kwart van de corporatiewoningen (24%) en
Ja, maar alleen als ik de kosten kan terugverdienen met een lagere energierekening
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
28
In de komende 2 jaar is 17% van plan duurzame maatregelen te nemen Een zesde van de huishoudens (17%) geeft aan in de komende twee jaar van plan te zijn om duurzame maatregelen te nemen. Vier op de tien huishoudens (40%) is dit niet van plan in de nabije toekomst. Huishoudens in een koopwoning (22%) zijn vaker van plan op korte termijn duurzame maatregelen te nemen dan huishoudens in een huurwoning (4 tot 5%). Figuur 3.12: Gemeente Barneveld. Van plan zijn om komende twee jaar duurzame maatregelen te nemen, naar eigendom woning en totaal, 2024 100% 80%
42%
47%
45%
48%
51%
43%
60% 40%
20%
36% 22%
17%
0% Koop
40%
Huur corporatie Ja
Nee
Huur particulier
Totaal
Weet niet
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Levensloopgeschiktheid Met het ouder worden van de bevolking en de toename van het aantal huishoudens in de leeftijd van 75 jaar en ouder in de komende jaren (zie paragraaf 4.1), neemt het belang van voldoende levensloopgeschikte woningen toe. Levensloopgeschikte woningen zijn woningen die bereikbaar zijn zonder trappen te lopen, waarin alle primaire functies (badkamer, toilet, keuken, woonkamer, slaapkamer) bereikbaar zijn zonder trappen te hoeven lopen en waarin voorzieningen zijn getroffen om de woning veilig en comfortabel te
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
maken voor mensen met een lichte functiebeperking. Op basis van de WOZregistratie van de gemeente is een Quick Scan, de ‘Doorzonscan’, uitgevoerd om te bepalen welk deel van de woningvoorraad geschikt is voor mensen met een lichte functiebeperking, welk deel relatief goedkoop geschikt is te maken en welk deel niet geschikt is te maken. In bijlage 1 staat een nadere uitleg van de ‘Doorzonscan’. Een vijfde van de woningvoorraad in de gemeente is geschikt voor mensen met een lichte functiebeperking. Daarnaast is 30% van de woningvoorraad potentieel geschikt, met een relatief beperkte investering geschikt te maken. Denk hierbij aan de plaatsing van een traplift of het verwijderen van drempels in de woning. Het overige deel van de woningvoorraad (49%) is op basis van de uitgevoerde Quick Scan niet geschikt te maken. Tussen de eigendomscategorieën zijn verschillen te zien op het punt van de geschiktheid van de woningvoorraad. Van de corporatiewoningen is ruim een derde van de woningen (39%) geschikt. Slecht 10% corporatiewoningen is potentieel geschikt te maken. Meer dan de helft van alle corporatiewoningen is niet geschikt en ook niet geschikt te maken. Dat betekent dat er weinig potentie is in de corporatievoorraad om méér woningen geschikt te maken voor mensen met een lichte functiebeperking. In de particuliere huur is net als in de corporatievoorraad 39% geschikt.
In deze sector zijn er meer mogelijkheden om woningen nog aan te passen, een kwart is potentieel geschikt. Hierbij moet wel worden bedacht dat de particuliere huursector het kleinst is en het daarom ook een beperkt aantal woningen betreft. De koopsector kent het kleinste aandeel geschikte woningen (13%). Een relatief groot deel van de koopvoorraad (ruim een derde) is met een relatief goedkope ingreep nog geschikt te maken.
29
Zie bijlage 1 voor een nadere uitleg over de uitgevoerde quick scan en de gehanteerde definities.
Figuur 3.14: Gemeente Barneveld: Aandeel levensloopgeschikte woningen naar kernen, 2024
Figuur 3.13: Gemeente Barneveld. Geschiktheid van de woningvoorraad, 2024
Koopwoning
13%
36%
Sociale huurwoning
39%
Particuliere huurwoning
39%
Totaal
21% 0%
Geschikte woning
51%
10%
51%
24%
37%
30% 20%
40%
Potentieel geschikt
49% 60%
80%
100%
Niet-geschikt
Bron: Gemeente Barneveld, bewerking Companen.
Bron: Gemeente Barneveld, bewerking Companen.
In Barneveld staat de grootste concentratie geschikte woningen bij elkaar rond het centrum. Vooral in het noorden en zuidoosten van Barneveld staat een hoge concentratie niet-geschikte woningen. In Voorthuizen is het aandeel geschikte woningen ook vooral in- en rond het centrum te vinden. Het aandeel geschikte woningen is hier het laagst in het westen van de kern.
Als mensen ouder worden neemt de kans toe dat zij worden geconfronteerd met lichamelijke gebreken. Vooral vanaf de leeftijd van 75 jaar neemt de kans hierop toe. Met lichamelijke beperkingen wonen in een woning die daar niet op is toegerust, is voor mensen beperkend. Zeker als er geen gezonde partner is die kan helpen bij de ‘dagelijkse levensverrichtingen’. Het is daarom belangrijk om een beeld te hebben of alleenstaande 75-plussers in een woning wonen die geschikt is voor mensen met een lichte functiebeperking.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
30
Figuur 3.15: Gemeente Barneveld. Aandeel alleenstaanden (75+) en geschiktheid van de woning, 2024 Barneveld
63%
7%
30%
Voorthuizen
55%
11%
34%
Kootwijkerbroek
49%
17%
34%
Overige kernen
45%
Gemeente Barneveld
16%
58% 0%
20%
Geschikte woning
39% 10%
40%
60%
Potentieel geschikt
Figuur 3.16: Gemeente Barneveld. Aandeel alleenstaande ouderen (75+) in een geschikte woning, 2024
32% 80%
100%
Niet-geschikt
Bron: Gemeente Barneveld, bewerking Companen.
Het blijkt dat 58% van de alleenstaande ouderen van 75 jaar en ouder in de gemeente Barneveld in een geschikte woning woont. Een derde van deze groep woont in een niet geschikte woning en 10% woont in een potentieel geschikte woning. In Barneveld wonen de alleenstaande ouderen naar verhouding vaker in een geschikte woning dan in de andere kernen. In de kleine kernen wonen de alleenstaande 75+ers naar verhouding het meest in een niet geschikte woning.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Bron: RVO, gemeente Barneveld, bewerking Companen.
Veerkrachtkaarten De veerkrachtkaarten die Aedes laat ontwikkelen, geven inzicht in gebieden die vanuit het oogpunt van veerkracht aandacht vragen. Veerkracht zegt iets over de mate waarin een gebied weet om te gaan met een toename van kwetsbare inwoners. Als in een gebied naar verhouding veel alleenstaande ouderen wonen die in potentie kwetsbaar zijn als hun gezondheid achteruitgaat, en er is weinig veerkracht in het gebied, dus weinig vermogen om te helpen en ondersteunen, dan is de kans groter dat schrijnende situaties ontstaan.
31
Figuur 3.17: Gemeente Barneveld. Veerkracht naar deelgebieden binnen de kernen, 2020
3.2 Bewoning van de woningvoorraad Van alle huishoudens in de gemeente Barneveld behoort zo’n 45% tot de doelgroep van de woningcorporaties. Zij hebben een bruto jaarinkomen tot € 47.699 (kleine huishoudens) of € 52.671 (grotere huishoudens). Van alle huishoudens behoort 24% tot de doelgroep voor passend toewijzen en ruim 20% tot de overige doelgroep van woningcorporaties. Een kleine 10% van de huishoudens heeft een middeninkomen tussen € 52.671 en € 65.500. Ruim een derde van de inwoners (36%) in de gemeente heeft een hoger inkomen, vanaf € 65.500, ongeveer anderhalf keer modaal. Figuur 3.18: Gemeente Barneveld. Bewoning van de woningvoorraad naar eigendomscategorie en inkomenssituatie 100%
Bron: Aedes.
4%
90%
12%
80%
5%
70%
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
41% 9%
> € 65500
€ 52671 - € 65500
6%
11% 13%
50% 15% 54%
5%
5%
26%
40% 30%
36%
57% 25%
60%
In het centrum van Barneveld zijn enkele gebieden waar weinig veerkracht is en relatief veel problemen. Dit zijn de rode gebieden in de bovenstaande kaart. Zoals beschreven wonen er in het centrum van Barneveld juist relatief weinig alleenstaande ouderen in niet-geschikte woningen. Er lijken zich op dit punt weinig (potentiële) problemen voor te doen in de gemeente. Uit de gehouden enquête blijkt ook een hoge mate van bereidheid om buren te helpen en zelfs te verzorgen en, heel belangrijk, om als het nodig is ook hulp of zorg te ontvangen. In gebieden waar naar verhouding meer alleenstaande ouderen in niet-geschikte woningen wonen, zoals in het centrale deel van Voorthuizen, is gebrek aan veerkracht geen issue.
29%
16%
22% Passend toewijzen € 47699
5%
20% 30% 10%
€ 47699 - € 52671
11% 24%
26% < Passend toewijzen
12%
0% Corporatie Particuliere Koopwoning Barneveld huurwoning huurwoning totaal
Nederland
Bron: Lokale Monitor Wonen.
32
Van de huishoudens die in een corporatiewoning wonen, behoort ruim 80% tot de doelgroep van woningcorporaties, waarvan meer dan de helft tot de doelgroep voor passend toewijzen (54% van de huishoudens in een corporatiewoning). Van alle corporatiewoningen wordt ruim 15% bewoond door huishoudens die op grond van hun inkomen eigenlijk te goedkoop wonen. Van de huishoudens die in de particuliere huursector wonen, behoort bijna twee derde tot de doelgroep van woningcorporaties. De particuliere huursector, hoewel naar verhouding klein, heeft dus een duidelijke functie in het huisvesten van huishoudens met een laag inkomen. Vaak zijn deze woningen sneller toegankelijk voor mensen die snel een woning nodig hebben dan corporatiewoningen. Prijsniveaus in de particuliere huursector zijn niet bekend, maar ook particuliere huurwoningen worden geregeld verhuurd in het sociale huursegment. Van de huishoudens die in een koopwoning wonen, behoort 28% tot de doelgroep van woningcorporaties. Vaak betreft dit oudere huishoudens die weliswaar een laag inkomen hebben, maar wonen in een (grotendeels) afbetaalde woning, met lage maandlasten. Het grootste deel van de huishoudens met een koopwoning heeft een hoger inkomen.
Voor huurders is dit zelfs een vijfde van de huishoudens. De 1-2 persoonshuishoudens tot 35 jaar (13%) en gezinnen (11%) geven iets vaker dan gemiddeld aan dat ze moeite hebben met rondkomen. De 1-2 persoonshuishoudens tussen 65 en 75 jaar (3%) hebben juist minder vaak moeite om rond te komen. Figuur 3.4: 100%
9%
80%
In de enquête onder zelfstandige huishoudens is gevraagd naar hun financiële situatie in de afgelopen 12 maanden. Dit geeft inzicht in hoeverre inwoners rond kunnen komen van inkomen, hun woonlasten kunnen betalen en kunnen sparen voor onvoorziene uitgaven. Huishoudens die kunnen sparen hebben waarschijnlijk ook meer financiële ruimte om reserveringsuitgaven te doen, zoals het verduurzamen van hun woning. Eén op de tien huishoudens heeft moeite met rondkomen, huurders één op de vijf In de afgelopen 12 maanden heeft bijna een tiende van de huishoudens (9%) moeite gehad om rond te komen van het huishoudinkomen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
39%
38%
62%
73%
60% 40%
20%
20%
31%
36%
20%
19%
23%
0% Koop
eens
Inkomen en woonlasten
Gemeente Barneveld. Moeite met rondkomen van huishoudinkomen in de afgelopen 12 maanden, naar eigendom van de woning en totaal, 2024
Huur corporatie Huur particulier
niet eens, niet oneens
oneens
9% Totaal
weet niet / geen mening
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Bijna één op de vijf huishoudens bezuinigt om vaste lasten te kunnen betalen, veel vaker onder huurders Bijna een vijfde van de huishoudens (18%) heeft in de afgelopen 12 maanden bezuinigd op andere zaken om woonlasten en andere vaste lasten te betalen. Onder huurders van een particuliere woning (41%) of corporatiewoning (32%) komt dit veel vaker voor dan bij eigenaren van een koopwoning (11%).
33
Figuur 3.5:
Gemeente Barneveld. Bezuinigen op andere zaken om woonlasten en andere vaste lasten te betalen, situatie in de afgelopen 12 maanden, naar eigendom van de woning en totaal, 2024
100%
100%
6%
80%
58%
67%
19%
20%
Koop eens
5% 11%
10%
10%
17%
29%
24%
25%
34%
41%
32%
20%
35%
33%
67%
20%
7% 16% 20%
60% 40%
57%
18%
11%
0%
Gemeente Barneveld. Geld overhouden aan het eind van de maand om te sparen voor onvoorziene uitgaven, situatie in de afgelopen 12 maanden, naar eigendom van de woning en totaal, 2024
17%
24%
40%
80%
36%
37%
60%
Figuur 3.6:
0% Huur corporatie Huur particulier
niet eens, niet oneens
oneens
Totaal
weet niet / geen mening
Koop eens
Huur corporatie Huur particulier
niet eens, niet oneens
oneens
Totaal
weet niet / geen mening
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Ruim de helft huishoudens houdt geld over om te sparen, onder huurders een derde Ruim de helft (57%) van de huishoudens geeft aan dat ze in de afgelopen 12 maanden geld hebben overgehouden aan het eind van de maand om te sparen voor onvoorziene uitgaven. Dit geldt voor een derde van de huishoudens met een huurwoning en voor twee derde van de huishoudens met een koopwoning. Deze huishoudens kunnen waarschijnlijk ook meer sparen voor reserveringsuitgaven, zoals het verduurzamen van hun woning.
Huishoudens met netto maandinkomen tot € 2.500 hebben vaker moeite met rondkomen, bezuinigen vaker en sparen minder Huishoudens met een netto maandinkomen tot € 1.500, € 2.000 of € 2.500 hebben veel vaker moeite met rondkomen (21% tot 35%) dan huishoudens met een inkomen hoger dan € 2.500. Ook bezuinigen ze relatief vaker (33% tot 43%) en houden ze minder vaak geld over om te sparen (30% tot 48%). De absolute hoogte van de maandelijkse huur- of hypotheeklasten is niet altijd bepalend voor de financiële situatie van huishoudens. Zowel huishoudens met een lagere als met een hogere huur of hypotheek kunnen moeite hebben met rondkomen, moeten bezuinigen of zijn niet in staat om te sparen. Het gaat vooral om relatief hoge vaste lasten ten opzichte van het inkomen, ongeacht het maandelijkse huur- of hypotheekbedrag.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
34
Particuliere huurders willen vaker verhuizen vanwege te dure woning en hoge energielasten Bijna een derde van de inwoners met een particuliere huurwoning geeft als verhuisreden aan dat zij hun woning te duur vinden (31%). Bij koopwoningen (2%) en corporatiewoningen (10%) is dit veel lager. Ook 1-2 persoonshuishoudens tot 35 jaar (16%) geven vaker dan gemiddeld (7%) als verhuisreden aan dat de woning te duur is. Daarnaast noemt een kwart van de particuliere huurders als verhuisreden dat de energielasten te hoog zijn (25%). Bij koopwoningen (3%) en corporatiewoningen (10%) is dit veel lager. Ook 1-2 persoonshuishoudens tot 35 jaar (14%) geven vaker dan gemiddeld (6%) als verhuisreden aan dat de energielasten te hoog zijn.
3.3 Ontwikkeling van de marktdruk
Figuur 3.7:
Gemeente Barneveld. Gemiddelde verkoopprijzen in de koopvoorraad, 2019 - 2023
€ 550.000
€ 450.000
€ 350.000
€ 250.000 2019 Nederland
2020 Gelderland (PV)
2021
2022 Food Valley
2023 Barneveld
Bron: CBS-Statline, 2024.
Marktdruk in de koopsector De gemiddelde transactieprijs in de koopsector in de gemeente Barneveld is vanaf 2019 tot en met 2023 aanmerkelijk toegenomen, van gemiddeld € 359.000 in 2019 tot gemiddeld € 489.000 in 2023. Na 2022 is de gemiddelde transactieprijs weer wat gaan dalen. Er is sprake van een sterk opgelopen marktdruk, die de afgelopen kwartalen weer iets normaliseert, maar nog steeds erg hoog is. De stijging van de gemiddelde transactieprijs is ook zichtbaar in de regio Foodvalley, provincie en heel Nederland. De gemiddelde transactieprijs van Barneveld lag in 2019 al hoger dan gemiddeld in de regio en in Nederland en dat is in 2023 nog steeds het geval. De gemiddelde transactieprijs is in de gemeente Barneveld in het laatste jaar iets sterker gedaald dan in de regio en provincie.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Tabel 3.3: Gemeente Barneveld. Procentuele toename van de gemiddelde transactieprijs, 2019 - 2023 Regio Toename gemiddelde transactieprijs 2019 - 2023 Nederland +35% Gelderland +40% Foodvalley +38% Barneveld +36% Bron: CBS-Statline, 2024.
Om de gemiddelde verkoopprijs per woningtype in de gemeente Barneveld te bepalen is gekeken naar het verschil tussen de gemiddelde WOZ-waarde en gemiddelde verkoopprijs. Op basis van dit verschil zijn bij benadering de gemiddelde verkoopprijzen per woningtype in de gemeente Barneveld vastgesteld.
35
Tabel 3.4: Gemeente Barneveld. Benodigd jaarinkomen per woningtype Woningtype Gemiddelde verkoopprijs Benodigd jaarinkomen Rij-/hoekwoning € 436.000 € 95.000 2^1-kap € 600.000 € 123.000 Vrijstaand € 846.000 € 175.000 Appartement € 413.000 € 85.000 Bron: CBS-statline, WOZ-registratie gemeente Barneveld, bewerking Companen.
Een huishouden heeft op dit moment een bruto jaarinkomen van ongeveer € 95.000 nodig om een hypotheek te krijgen van € 436.000, de gemiddelde transactieprijs voor een rij-/hoekwoning in de gemeente Barneveld in 2023. Huishoudens met een inkomen rond € 47.000 hebben doorgaans een lastige positie op de woningmarkt. Deze groep middeninkomens verdient net te veel om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning en te weinig om een koopwoning te kunnen financieren. Op basis van de gemiddelde transactieprijzen van appartementen en tussenwoningen zijn de mogelijkheden voor lage middeninkomens in de bestaande voorraad in de gemeente Barneveld beperkt. Ook zijn er maar beperkte mogelijkheden voor de groep hoge middeninkomens met een inkomen tussen ongeveer € 47.000 en circa € 56.000. Voor alleenstaande huishoudens is het kopen van een woning nagenoeg onmogelijk. Ook de gemiddelde WOZ-waarde van de koopvoorraad is in de periode 2019 2023 toegenomen. De koopvoorraad in Barneveld heeft vergeleken met de regio, provincie en het land gemiddeld een hogere waarde. Het verschil tussen de onderscheiden gebieden is kleiner dan bij de gemiddelde transactieprijs. Dat duidt erop dat in Barneveld de duurdere woningen binnen de koopvoorraad vaker van eigenaar wisselen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Figuur 3.8:
Gemeente Barneveld. Gemiddelde WOZ-waarde van de koopvoorraad, 2019 - 2023
€ 550.000
€ 450.000
€ 350.000
€ 250.000 2019 Nederland
2020 Gelderland (PV)
2021
2022 Food Valley
2023 Barneveld
Bron: CBS-Statline, 2024.
Druk op de sociale huurmarkt Gemiddeld zijn er in de periode 2022 - 2023 jaarlijks zo’n 250 corporatiewoningen vrijgekomen, dit is 6% van de totale voorraad corporatiewoningen. In het aantal reacties op de sociale huurwoningen is te zien dat de druk op de appartementen sinds 2021 is toegenomen. Het gemiddeld aantal reacties steeg aanmerkelijk in 2022 ten opzichte van 2021. In totaal reageren er gemiddeld 113 mensen op een aangeboden appartement en 144 op een eengezinswoning. Bij de eengezinswoningen nam het gemiddelde aantal reacties niet toe. Het woonruimteverdeelsysteem is zo ingericht, dat alleen huurders die voldoen aan de voorwaarden van een passend inkomen, ook kunnen reageren op een woning.
36
Tabel 3.5: Gemeente Barneveld. Ontwikkeling van het gemiddeld aantal reacties per woningtype, 2021 – 2023* Gemiddeld aantal reacties (aanbodmodel) 2021 2022 2023 2021 - 2023 Appartement 94 109 138 113 Eengezinswoning 142 153 135 144 Totaal 121 134 137 130 * De gepresenteerde uitkomsten wijken iets af van de uitkomsten in de jaarrapportage van Huiswaarts. Bron: Huiswaarts, Woningstichting Barneveld.
Ook uit de actieve zoektijd blijkt dat de druk op de sociale huurmarkt is toegenomen. De gemiddelde actieve zoektijd is van 2,3 jaar in 2021 toegenomen naar 3,1 jaar in 2023. In de gemeente Barneveld duurt het gemiddeld een half jaar langer om een eengezinswoning te vinden dan een appartement. Tabel 3.6: Gemeente Barneveld. Ontwikkeling van de gemiddelde actieve zoektijd per woningtype, 2019 - 2023* Gemiddelde actieve zoektijd in jaren (aanbodmodel) 2021 2022 2023 2021 - 2023 Appartement 1,8 2,4 2,6 2,4 Eengezinswoning 2,7 2,8 3,6 2,9 Totaal 2,3 2,6 3,1 2,6 * De gepresenteerde uitkomsten wijken iets af van de uitkomsten in de jaarrapportage van Huiswaarts. Bron: Huiswaarts, Woningstichting Barneveld.
geadverteerde woning. Naarmate een woningzoekende ouder is, is de inschrijfduur doorgaans langer. Daarbij kunnen ouderen vaak reageren op speciaal voor ouderen gelabelde woningen, waar andere woningzoekenden niet voor in aanmerking komen. De slaagkans van een woningzoekende tot 23 jaar is 1% en tussen 23 en 35 jaar 3%, terwijl de slaagkans van een woningzoekende van 65 jaar of ouder 18% is. De gemiddelde slaagkans voor alle groepen samen was in 2023 4,5%. Tabel 3.7: Gemeente Barneveld. Slaagkansen per leeftijdsgroep, 2019 - 2023 Leeftijdsgroep Slaagkans < 23 jaar 1% 23-34 jaar 3% 35-44 jaar 4% 45-54 jaar 4% 55-64 jaar 9% 65+ 18% Bron: Huiswaarts, slaagkansen van verhuringen Woningstichting Barneveld.
3.4 Waardering van de woning In de enquête zijn inwoners gevraagd om een oordeel te geven over hun woning. Hieronder komt de tevredenheid over de woning aan bod en worden verschillende aspecten van de woning beoordeeld.
Algemene tevredenheid De slaagkans van verschillende leeftijdsgroepen in de gemeente Barneveld verschilt sterk. De slaagkans is de verhouding van het aantal actief woningzoekenden en het aantal toewijzingen in een jaar per leeftijdsklasse. Uit de gegevens van Woningstichting Barneveld blijkt dat de slaagkans van oudere woningzoekenden aanmerkelijk groter is dan van jonge woningzoekenden. Dit hangt samen met de inschrijfduur die bepalend is bij het toewijzen van een
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Grote tevredenheid over de woning De tevredenheid over de woningen in Barneveld is over het algemeen groot. 85% van de inwoners is tevreden over de huidige woning. Slechts een klein deel is ontevreden (5%). Voor alle kernen in de gemeente Barneveld geldt dat zeer veel inwoners tevreden zijn over hun
37
woning. Dit is vergelijkbaar met Nederland, waar gemiddeld 87% van de inwoners tevreden en 4% ontevreden is over hun woning (WoON 2021). Figuur 3.9:
Gemeente Barneveld. Tevredenheid over de huidige woning, per kern en gemeente, 2024
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Huurders zijn minder tevreden over hun woning De tevredenheid over de huidige woning is groter onder eigenaren van een koopwoning dan huurders. Van de inwoners met een koopwoning is liefst 93% tevreden en slechts 2% ontevreden. Huurders van een woningcorporatie zijn meer tevreden (70%) dan huurders van een particuliere woning (62%). Onder huurders is de ontevredenheid 13% bij corporatie huur en 16% bij particuliere huur. In Nederland is de tevredenheid over de woning voor koop (95%) en corporatiehuur (72%) hetzelfde, maar bij particuliere huur (73%) is de tevredenheid gemiddeld hoger dan in de gemeente Barneveld (WoON 2021). Figuur 3.10: Gemeente Barneveld. Tevredenheid over de huidige woning, naar eigendomssituatie en totaal, 2024
zeer tevreden
tevreden
niet tevreden, niet ontevreden
ontevreden
zeer ontevreden
weet niet, geen mening
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Tussen huishoudens zijn er wel verschillen in waardering van de woning. Het meest tevreden zijn oudere huishoudens vanaf 75 jaar (94%), waarbij slechts 1% ontevreden is. Relatief minder tevreden zijn jonge kleine huishouden tot 35 jaar (71%), waarbij 13% ontevreden over de woning is.
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
4% 9%
6%
5% 11%
16%
35%
20%
44%
37%
38%
58%
Koopwoning
2% 3% 9%
48% 26%
24%
Huurwoning woningcorporatie
Huurwoning particulier
Zeer tevreden
Tevreden
Niet tevreden, niet ontevreden
Ontevreden
Zeer ontevreden
Weet niet / geen mening
Totaal
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
38
Oordeel over de woning op onderdelen Jongere huishoudens vinden vaker dat ze te klein wonen, oudere huishoudens vaker te groot De meeste huishoudens vinden hun woning (76%) passend qua grootte. Jongere huishoudens vinden de woning vaker te klein en oudere huishoudens vinden deze vaker te groot. Het gaat vooral om 1-2 persoonshuishoudens tot 35 jaar die hun woning (28%) te klein vinden. Ook 14% van de gezinnen woont naar eigen zeggen te klein. Volgens ongeveer een kwart van de 1-2 persoonshuishoudens vanaf 55 jaar is de woning te groot. Figuur 3.11: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: grootte van de woning, naar huishoudenssamenstelling en totaal, 2024 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
8%
14%
28% 73%
73%
71%
81%
81%
67%
11%
26%
24%
25%
1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh Gezinnen tot 35 jaar tussen de tussen de tussen de ouder dan 35 en 55 55 en 65 65 en 75 75 jaar jaar jaar jaar
8%
76%
15% Totaal
Tuin of balkon zijn vaker te klein volgens jongere huishoudens en vaker te groot volgens oudere huishoudens Voor twee derde van de huishoudens is hun tuin of balkon passend qua grootte. Voor jongere huishoudens is de buitenruimte vaker te klein en voor oudere huishoudens vaker te groot. Vooral 1-2 persoonshuishoudens tot 35 jaar vinden hun tuin of balkon te klein (37%). Ook een vijfde van de gezinnen ervaart onvoldoende buitenruimte bij de woning (20%). Ongeveer een kwart van de 1-2 persoonshuishoudens vanaf 55 jaar vindt hun tuin of balkon te groot. Figuur 3.12: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: grootte van tuin of balkon, naar huishoudenssamenstelling en totaal, 2024 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
17%
12%
64%
62%
neutraal
73%
65%
65%
14%
66%
56%
7%
20%
26%
24%
27%
15%
20%
1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh Gezinnen tot 35 jaar tussen de tussen de tussen de ouder dan 35 en 55 55 en 65 65 en 75 75 jaar jaar jaar jaar is te groot
is te groot
20%
37%
neutraal
is te klein
is te klein Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
39
6% van de woningen is volgens bewoners slecht onderhouden, vaker bij huur Een klein deel van de woningen is in de beleving van de ondervraagden slecht onderhouden (6%). Koopwoningen (65%) zijn vaker goed onderhouden dan huurwoningen van woningcorporaties (39%) en particuliere verhuurders (47%). Slecht onderhoud komt voor bij 3% van de koopwoningen, 13% van de corporatiehuur en 23% van de particuliere huur. Figuur 3.13: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: onderhoud, naar eigendomssituatie en totaal, 2024 100% 80%
13%
36% 46%
60% 40%
23%
32%
6%
30%
Figuur 3.14: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: geluidsisolatie, naar eigendomssituatie en totaal, 2024 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
12% 36% 37%
47%
31%
26%
Huur corporatie
Huur particulier
52%
Koop
65% 39%
47%
Huur corporatie
Huur particulier
17%
37%
46%
is qua geluid goed geïsoleerd
20%
27%
32%
neutraal
Totaal
is qua geluid slecht geïsoleerd
58% Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
0% Koop
is goed onderhouden
neutraal
Totaal
is slecht onderhouden
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Een zesde van de woningen heeft volgens de bewoners geen goede geluidsisolatie, huurwoningen zijn vaker gehorig Ongeveer een zesde van de woningen is volgens de bewoners qua geluid niet goed geïsoleerd. Koopwoningen krijgen een betere beoordeling op geluidsisolatie dan huurwoningen. Slechte geluidsisolatie komt naar eigen zeggen voor bij 12% van de koopwoningen, 32% van de corporatiewoningen en 27% van de particuliere huurwoningen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Een derde van de corporatiewoningen heeft volgens bewoners geen goede warmte-isolatie Ongeveer een zesde van de woningen is volgens de bewoners qua warmte niet goed geïsoleerd. Koopwoningen krijgen een betere beoordeling op warmte-isolatie dan huurwoningen. Slechte warmte-isolatie komt naar eigen zeggen voor bij 8% van de koopwoningen, 33% van de corporatiewoningen en 42% van de particuliere huurwoningen.
40
Figuur 3.15: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: warmte-isolatie, naar eigendomssituatie en totaal, 2024 100% 80%
100%
8%
16% 33%
36%
35% 32%
40%
20%
55% 34%
38%
14%
80%
42%
60%
20%
Figuur 3.16: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: koelte, naar eigendomssituatie en totaal, 2024
60%
45% 40%
19%
40% 49%
20%
41%
23% 37%
35% 46%
40%
39%
Huur particulier
Totaal
19% 0%
0% Koop
Huur corporatie
is qua warmte goed geïsoleerd
Huur particulier
Totaal
neutraal
is qua warmte slecht geïsoleerd Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Bijna een kwart van de woningen is volgens bewoners onvoldoende koel tijdens heel warm weer, vooral hitteprobleem bij huurwoningen Bijna een kwart van de woningen is volgens bewoners onvoldoende koel tijdens heel warm weer (23%). Koopwoningen lijken relatief meer verkoeling te bieden dan huurwoningen. Van de koopwoningen blijft naar eigen zeggen 46% voldoende koel en 14% onvoldoende koel tijdens heel warm weer. Voor corporatiewoningen is de beoordeling andersom: 19% is voldoende koel en 45% onvoldoende koel. Voor particuliere huurwoningen geldt dat er zowel veel woningen zijn die als voldoende koel (40%) als onvoldoende koel worden ervaren (41%).
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Koop
Huur corporatie
is onvoldoende koel tijdens heel warm weer neutraal is voldoende koel tijdens heel warm weer Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
10% van de woningen heeft geen goed woningklimaat Sommige bewoners beoordelen meerdere aspecten van het woningklimaat als onvoldoende. Eén op de tien woningen heeft volgens bewoners te maken met een combinatie van slechte geluidsisolatie, slechte warmte-isolatie en/of onvoldoende koelte. Bijna helft 75+ huishoudens woont naar eigen zeggen zorggeschikt, voor 15% is de woning ongeschikt als er meer zorg nodig is Ongeveer een derde van de bewoners vindt hun woning ongeschikt voor als zij meer zorg nodig hebben (32%). Oudere huishoudens vinden hun woning relatief vaker geschikt (41% bij 65-75-jarigen en 47% bij 75-plussers). Waarschijnlijk is een deel van deze groep al eerder verhuisd naar een geschikte
41
woning voor senioren. Van de 65-75-jarige huishoudens geeft 23% aan dat de woning niet geschikt is als zij meer zorg nodig hebben. Bij 75+ huishoudens is 15% van de woningen niet geschikt. Figuur 3.17: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: geschiktheid bij zorgbehoefte, naar huishoudensamenstelling en totaal, 2024 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
25% 41% 39% 33%
27%
32%
23%
15% 43%
36%
32%
37%
36%
38% 39%
37%
32%
41%
47% 18%
1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh Gezinnen tot 35 jaar tussen de tussen de tussen de ouder dan 35 en 55 55 en 65 65 en 75 75 jaar jaar jaar jaar is geschikt als ik meer zorg nodig heb
30% Totaal
neutraal
Figuur 3.18: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: aanpasbaarheid bij zorgbehoefte, naar huishoudensamenstelling en totaal, 2024 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
17%
16%
15%
13%
47%
46%
45%
45%
36%
39%
39%
40%
37%
35% 28%
26%
20%
41%
43%
33%
36%
1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh 1-2 phh Gezinnen tot 35 jaar tussen de tussen de tussen de ouder dan 35 en 55 55 en 65 65 en 75 75 jaar jaar jaar jaar
Totaal
is moeilijk aan te passen als ik meer zorg nodig heb neutraal is makkelijk aan te passen als ik meer zorg nodig heb
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
is ongeschikt als ik meer zorg nodig heb
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Woningaanpassing is moeilijk volgens 15% van de oudere huishoudens Een vijfde van de bewoners is van oordeel dat hun woning moeilijk is aan te passen voor als zij meer zorg nodig hebben. Volgens oudere huishoudens is woningaanpassing vaker mogelijk dan bij jongere huishoudens. Ongeveer 15% van de oudere huishoudens geeft aan dat de woning moeilijk aan te passen is.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Kwart corporatiewoningen is volgens bewoners moeilijk aan te passen Tussen bewoners met een koophuis en een huurhuis is er geen verschil in het oordeel over de geschiktheid van de woning bij meer zorgbehoefte. Wel geven zij bij huurwoningen vaker aan dat deze moeilijk is aan te passen (25% bij corporatiehuur en 34% bij particuliere huur) dan bij koopwoningen (18%).
42
Figuur 3.19: Gemeente Barneveld. Oordeel over de woning: aanpasbaarheid bij zorgbehoefte, naar eigendomssituatie en totaal, 2024
over de buurt (6%). De tevredenheid over de buurt in de gemeente Barneveld is vergelijkbaar met Nederland (85%).
100% 18% 80% 60%
25%
34%
41%
43%
48% 48%
40% 20%
20%
41%
36%
26%
18%
Huur corporatie
Huur particulier
0% Koop
Totaal
is moeilijk aan te passen als ik meer zorg nodig heb
Figuur 3.20: Gemeente Barneveld. Tevredenheid over de buurt, per kern en gemeente, 2024 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
neutraal is makkelijk aan te passen als ik meer zorg nodig heb Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
3.5 Waardering van de woonomgeving In de enquête zijn inwoners gevraagd om een oordeel te geven over hun woonomgeving. Hieronder komen de tevredenheid over de buurt en de binding met de buurt aan bod.
Tevredenheid over de buurt Grote tevredenheid over de buurt De tevredenheid over de buurt in Barneveld is overal het algemeen groot. 84% van de inwoners is tevreden over de buurt. Slechts een klein deel is ontevreden
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
zeer tevreden
tevreden
niet tevreden, niet ontevreden
ontevreden
zeer ontevreden
weet niet, geen mening
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Woningeigenaren zijn meer tevreden over de buurt dan huurders Inwoners met een koopwoning (90%) zijn vaker tevreden over hun buurt dan inwoners met een huurwoning van de woningcorporatie (68%) of particuliere verhuurder (75%). In Nederland is de tevredenheid hetzelfde bij koopwoningen (89%) en hoger bij corporatiehuur (74%) en particuliere huur (81%). Huurders van een corporatiewoning zijn
43
relatief het meest ontevreden over de buurt (13%). Dit is vergelijkbaar met Nederland (11%). Figuur 3.21: Gemeente Barneveld. Tevredenheid over de buurt, naar eigendomssituatie, 2024 100% 90%
7%
19%
80% 70%
4% 10%
3%
9% 17%
43% 44%
60%
40%
50%
46%
40%
dan gemiddeld in de gemeente Barneveld. Tussen kernen zijn er echter grote verschillen. In Barneveld, Voorthuizen, Kootwijkerbroek en Stroe is minder dan de helft van de inwoners gehecht aan de buurt. In de andere kernen is wel een meerderheid van de inwoners gehecht aan de buurt. Voor de leefbaarheid in kernen is gehechtheid aan de buurt van belang. Als inwoners meer gehecht zijn aan hun buurt, dan is de kans groter dat zij zich inzetten voor de buurt en zich verbonden voelen met andere buurtbewoners. De meeste inwoners voelen zich thuis (75%) in de buurt waar zij wonen. Een klein deel van de inwoners voelt zich niet thuis (4%) in hun buurt. In de kernen Barneveld en Kootwijkerbroek voelt iets minder dan driekwart van de inwoners zich thuis. In andere kernen ligt dit tussen 80% en 90%. In vergelijking met Nederland (81%) scoort de gemeente Barneveld gemiddeld lager.
30% 20%
47%
40%
4% van de inwoners geeft aan tijdelijk te wonen in hun buurt. In De Glind komt dat vaker voor (8%).
Totaal
De meeste inwoners voelen zich veilig (79%) in de buurt waar zij wonen. Een klein deel van de inwoners voelt zich onveilig (4%). In de kernen Barneveld en De Glind voelen iets minder inwoners zich veilig dan gemiddeld in de gemeente.
35% 22%
10% 0% Koopwoning
Huurwoning woningcorporatie
Huurwoning particulier
Zeer tevreden
Tevreden
Niet tevreden, niet ontevreden
Ontevreden
Zeer ontevreden
Weet niet / geen mening
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Minder dan de helft van de inwoners (47%) heeft veel sociale contacten in de buurt. In de kleine kernen hebben inwoners meer sociale contacten in de buurt dan in de grote kernen Barneveld en Voorthuizen.
Binding met de buurt Sterkere binding met de buurt in kleinere kernen In de gemeente Barneveld geeft 44% van de inwoners aan gehecht te zijn aan de buurt. In Nederland is de gehechtheid met 56% hoger
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
44
Ik woon tijdelijk in deze buurt
Ik voel me veilig in deze buurt
Ik heb veel sociale contacten in deze buurt
43% 48% 57% 58% 50% 56% 59% 69% 78% 47%
1-2 phh <35 jaar 27% 51% 17% 1-2 phh 35 - 55 jaar 36% 71% 6% 1-2 phh 50 - 65 jaar 46% 73% 3% 1-2 phh 65 - 75 jaar 50% 83% 2% 1-2 phh 75+ 60% 81% 1% Gezinnen 43% 77% 4% Totaal 44% 75% 4% Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
78% 76% 73% 78% 82% 81% 79%
31% 34% 45% 53% 58% 49% 47%
Ik voel mij thuis in deze buurt
Ik heb veel sociale contacten in deze buurt
77% 82% 84% 88% 79% 80% 86% 77% 89% 79%
Tabel 3.9: Gemeente Barneveld. Stellingen over de buurt, aandeel dat het eens is met de stelling, naar huishoudensamenstelling, 2024
Ik ben gehecht aan deze buurt
Ik voel me veilig in deze buurt
Barneveld 41% 72% 4% Voorthuizen 47% 81% 3% Kootwijkerbroek 44% 74% 5% Garderen 61% 90% 2% Terschuur 53% 84% 3% Stroe 45% 80% 5% Zwartebroek 63% 85% 5% De Glind 64% 85% 8% Kootwijk 88% 89% 0% Gemeente Barneveld 44% 75% 4% Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Ik voel mij thuis in deze buurt
Ik woon tijdelijk in deze buurt
Ik ben gehecht aan deze buurt
Tabel 3.8: Gemeente Barneveld. Stellingen over de buurt, per kern en gemeente, aandeel dat het eens is met de stelling, 2024
Ouderen zijn meer verbonden met hun buurt Tussen huishoudens zijn er verschillen in de binding met hun buurt. Oudere huishoudens wonen langer in een buurt dan jongere huishoudens en hebben er meer binding mee. Inwoners van 65 jaar en ouder zijn relatief vaker gehecht aan de buurt. Zij voelen zich er meer thuis en ook meer veilig. Ruim de helft heeft veel sociale contacten in de buurt, wat meer is dan bij andere huishoudens. Voor ouderen is een netwerk in hun directe woonomgeving van belang voor hun sociale leven en wederzijdse hulp. Bij een eventuele verhuizing naar een geschikte woning in een andere buurt is een belangrijk aandachtspunt dat ouderen hun sociale netwerk kunnen verliezen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
45
4 Ontwikkeling woningbehoefte Hoofdstuk 4 gaat over de ontwikkeling van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in de gemeente in de komende jaren. Allereerst gaan we in op de bevolkingsontwikkeling en huishoudensontwikkeling in Barneveld en kijken we naar de benodigde inloop van het woningtekort. Vervolgens wordt aan de hand van de woonvoorkeuren en verhuisgedrag van verschillende groepen huishoudens een beeld gegeven van de ontwikkeling van de kwalitatieve woningbehoefte.
4.1 Bevolkings- en huishoudensprognose Om de kwantitatieve woningbehoefte in beeld te brengen, baseren we ons in de basis op de meest recente bevolkings- en huishoudensprognose van de provincie Gelderland, de Gelderse Primos Trendvariant 2022. Volgens de provinciale prognose neemt het aantal huishoudens in de gemeente in de periode 2023 - 2030 toe met 2.865 huishoudens. Het aantal inwoners stijgt volgende deze prognose in dezelfde periode met 5.965 inwoners. Tabel 4.1: Gemeente Barneveld. Bevolkings- en huishoudensprognose, 2023 - 2040 2023 2030 2035 2040 Bevolking 62.050 68.010 73.800 79.375 Huishoudens 23.140 26.005 28.300 30.390 Bron: Gelderse Primos Trendvariant 2022.
Het aandeel huishoudens van 65 jaar of ouder neemt volgende de prognose in de toekomst toe van 26% naar 33%. Tegelijkertijd neemt het aandeel huishoudens tot 35 jaar af van 11% naar 9%. In absolute aantallen neemt elke huishoudensgroep toe tot 2040, behalve de jongeren tot 35 jaar. Het aantal oudere huishoudens van 65 jaar of ouder neemt van +6.187 in 2023 toe naar 9.857 in 2040. Ook het aantal gezinnen neemt fors toe tot 2040 met +2.623 gezinnen. Figuur 4.1: Gemeente Barneveld. Ontwikkeling verdeling huishoudenssamentelling, 2023 - 2040 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
13%
15%
17%
19%
13%
14%
15%
14%
41%
40%
40%
40%
11% 10% 11%
11% 9% 10%
9% 10% 9%
9% 10% 9%
2023
2030
2035
2040
1-2 phh tot 35 jaar
1-2 phh tussen de 35 en 55 jaar
1-2 phh tussen de 55 en 65 jaar
gezin
1-2 phh tussen de 65 en 75 jaar
1-2 phh ouder dan 75 jaar
Bron: Gelderse Primos Trendvariant 2022.
Tabel 4.2: Gemeente Barneveld. Toename bevolking en huishoudens, 2023 - 2040 2023 - 2030 2030 - 2035 2035 - 2040 Bevolking +5.965 +5.790 +5.575 Huishoudens +2.865 +2.295 +2.090 Bron: Gelderse Primos Trendvariant 2022.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
46
Figuur 4.2: Gemeente Barneveld. Ontwikkeling huishoudens naar type, 2023 - 2040 35.000
30.000
20.000
5.684
4.765
25.000
4.006 3.123 3.064
3.698
15.000
4.173
4.138
10.298
11.224
12.152
2.601 2.214 2.611
2.818 2.460 2.727
2.624 2.924 2.625
2.632
2023
2030
2035
2040
9.529 10.000 5.000 0
Op basis van de prognose, rekening houdend met het inlopen van het woningtekort van 2% in 2030, is er in de gemeente Barneveld een extra woningbehoefte van 3.560 woningen in de periode tot en met 2030 en van nog eens 4.384 woningen in de periode 2031 tot en met 2040. De totale extra woningbehoefte tot en met 2040 bedraagt daarmee 7.945 woningen.
3.165 2.585
Figuur 4.3: Gemeente Barneveld. Woningbehoefte inclusief inlopen woningtekort, 2023 - 2040 2023 t/m 2030 2031 tot 2040 2023 tot 2040 Toename huishoudens 2.865 4.385 7.250 Inlopen woningtekort 695 Woningbehoefte 3.560 4.385 7.945 Bron: Primos, bewerking Companen.
We ramen de ontwikkeling van de extra woningbehoefte per kern als volgt: 1-2 phh tot 35 jaar
1-2 phh tussen de 35 en 55 jaar
1-2 phh tussen de 55 en 65 jaar
gezin
1-2 phh tussen de 65 en 75 jaar
1-2 phh ouder dan 75 jaar
Bron: Gelderse Primos Trendvariant 2022.
4.2 Ontwikkeling kwantitatieve woningbehoefte De woningbehoefte komt voort uit de ontwikkeling van het aantal huishoudens en het inlopen van het huidige woningtekort van 5% nu naar 2% in 2030. Bij de inloop van het woningtekort gaan we er dus van uit dat dit tekort niet volledig wordt ingelopen. De woningmarkt heeft een zekere druk nodig om goed te functioneren. Uitgaan van een tekort rond de 2% is gebruikelijk. Dit tekort wordt landelijk al lange tijd als uitgangspunt gehanteerd.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Figuur 4.4: Gemeente Barneveld. Woningbehoefte per kern, inclusief inlopen woningtekort, 2023 - 2030 en indicatie 2031 - 2040 Kernen 2023 t/m 2030 2031 tot 2040 Barneveld 1.800 +++ Voorthuizen 700 ++ Kootwijkerbroek 500 ++ Garderen 140 +/Terschuur 100 +/Stroe 140 + Zwartebroek 100 +/Overige kernen 80 +/Gemeente Barneveld 3.560 4.385 Bron: Primos, bewerking Companen.
47
4.3 Verhuiswensen en woonwensen Verhuisgeneigdheid Verhuisgeneigdheid is het grootst onder jongere inwoners 23% van de thuiswonende jongeren is verhuisgeneigd. Dat betekent dat bijna een kwart van de jongeren binnen een jaar zelfstandig wil gaan wonen. De verhuisgeneigdheid onder zelfstandige huishoudens is gemiddeld 14%. De jongste huishoudens tot 35 jaar zijn het meest verhuisgeneigd (22%) en de oudste huishoudens vanaf 75 jaar het minst (9%). Tabel 4.3: Gemeente Barneveld. Verhuisgeneigdheid thuiswonende jongeren en zelfstandige huishoudens, naar huishoudensamenstelling en totaal, 2024 Huishoudenstype % Thuiswonende jongeren (18 tot 30 jaar) 23% Zelfstandige huishoudens 14% 1-2 phh tot 35 jaar 22% 1-2 phh tussen de 35 en 55 jaar 14% 1-2 phh tussen de 55 en 65 jaar 15% 1-2 phh tussen de 65 en 75 jaar 13% 1-2 phh ouder dan 75 jaar 9% Gezinnen 15% Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Verhuisredenen Belangrijkste verhuisreden voor huishoudens is de huidige woning Voor de meeste zelfstandig wonende huishoudens met een verhuiswens heeft de belangrijkste verhuisreden te maken met de woning waar ze nu in wonen (30%). De gezondheidssituatie is voor ongeveer een vijfde van de inwoners met een verhuiswens de belangrijkste verhuisreden (19%).
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Voor 15% is de tuin of buitenruimte de belangrijkste verhuisreden. Voor veel huishoudens in Barneveld wordt de verhuiswens dus ingegeven door de wens om een stap te zetten in de wooncarrière danwel de stap te zetten naar een levensloopgeschikte woning. Persoonlijke redenen (7%) en de huidige woonomgeving (4%) worden weinig genoemd als belangrijkste verhuisreden. Figuur 4.5: Gemeente Barneveld. Belangrijkste soort verhuisreden, zelfstandige huishoudens, 2024 Mijn woning
30%
Mijn tuin of buitenruimte
15%
Mijn woonomgeving
4%
Mijn gezondheid of de gezondheid van mijn partner
19%
Persoonlijke redenen
7%
Anders
25% 0%
10%
20%
30%
40%
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Te grote of te kleine woning en buitenruimte zijn veelgenoemde verhuisredenen Voor ongeveer een derde van de inwoners met een verhuiswens speelt mee dat de woning en de tuin te groot zijn. Voor ouderen wordt het te veel om het huis en de tuin bij te houden. Voor bijna een kwart van de ondervraagden zijn de woning en/of de tuin juist te klein. Dit zijn doorgaans jongere inwoners.
48
Figuur 4.6: Gemeente Barneveld. Verhuisreden: grootte van de woning en buitenruimte, zelfstandige huishoudens, 2024
De tuin is te groot / vergt te veel onderhoud
35%
De woning is te groot
31%
De tuin is te klein
24%
De woning is te klein
23% 0%
10%
20%
30%
Figuur 4.8: Gemeente Barneveld. Verhuisreden: levensloopbestendigheid en zorggeschiktheid van de woning, zelfstandige huishoudens, 2024
40%
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Woningklimaat soms een verhuisreden Voor ongeveer een tiende van de inwoners speelt het woningklimaat een rol bij de verhuiswens. Bij 13% speelt mee dat de woning veel onderhoud vergt. Voor 6% zijn te hoge energielasten een reden om te verhuizen. Figuur 4.7: Gemeente Barneveld. Verhuisreden: staat van de woning en energielasten, zelfstandige huishoudens, 2024 De energielasten zijn te hoog De woning vergt veel onderhoud
6% 13%
De woning is slecht geïsoleerd
11%
De woning is te warm bij hitte
10%
Levensloopbestendigheid woning is veelgenoemde verhuisreden Ruim een derde van de inwoners geeft als verhuisreden op dat de woning niet levensloopbestendig is (35%). Verder geeft 17% aan dat de woning niet is aangepast voor zorg en 10% dat de woning niet zorggeschikt is.
De woning is niet levensloopbestendig
35%
De woning is niet aangepast voor zorg De woning is niet geschikt om zorg in te ontvangen
17% 10%
0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Gezondheidssituatie geregeld reden tot verhuizing Ruim een kwart van de inwoners noemt de achteruitgaande gezondheid als verhuisreden (28%). Ook de achteruitgaande gezondheid van hun partner speelt mee (12%). Voor een klein deel van de inwoners gaat het om zowel hun eigen gezondheid als de gezondheid van hun partner (7%). In totaal speelt voor een derde van de inwoners de gezondheidssituatie mee als reden om te verhuizen (33%). Verder geeft 12% aan dat de zorg niet meer goed mogelijk is in de thuissituatie.
0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
49
Figuur 4.9: Gemeente Barneveld. Verhuisreden: gezondheidssituatie, zelfstandige huishoudens, 2024 Mijn gezondheid gaat achteruit De gezondheid van mijn partner gaat achteruit De zorg is niet meer goed mogelijk in de thuissituatie
28%
Figuur 4.10: Gemeente Barneveld. Belang van energiezuinigheid van een woning bij de beslissing om te verhuizen (1= niet zwaar, 10 = zeer zwaar), 2024
12%
30%
12%
25%
0% 10% 20% Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
30%
40%
Voor klein deel inwoners zijn afstand tot het centrum en voorzieningen in de buurt een verhuisreden De meest genoemde verhuisreden met betrekking tot de huidige woonomgeving is overlast door buurtbewoners (16%). Andere vaker genoemde verhuisredenen zijn te ver van het centrum (14%) en te weinig voorzieningen in de buurt (13%). Verandering van inkomen meest genoemde persoonlijke reden om te verhuizen Een vijfde van de huishoudens noemt verandering van inkomen als persoonlijke reden om te verhuizen (20%). Andere vaker genoemde redenen zijn kinderen die uit huis gaan (14%) en dichter bij kinderen of familie willen wonen (9%). Belang van energiezuinigheid bij verhuisbeslissing Voor de meeste huishoudens telt de energiezuinigheid van een woning zwaar mee bij de beslissing om te verhuizen. Slechts voor 12% van de huishoudens speelt dit geen enkele rol bij de keuze voor een nieuwe woning. Nog eens 10% heeft geen mening. Van deze groep kan ook
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
gesteld worden dat energiezuinigheid geen belangrijke reden is om te willen verhuizen.
20% 15% 10%
5% 0%
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Belangrijkste verhuisreden voor jongeren is zelfstandig wonen De meest genoemde verhuisreden voor jongeren is de wens om zelfstandig te gaan wonen (69%). Ongeveer de helft van de jongeren noemt als verhuisreden dat ze een woning willen kopen (49%). Voor 42% van de jongeren geldt als verhuisreden dat ze willen samenwonen of trouwen.
50
Figuur 4.11: Gemeente Barneveld. Verhuisredenen, thuiswonende jongeren, 2024
Ik wil zelfstandig gaan wonen
69%
Ik wil gaan samenwonen / trouwen
42%
Ik wil een woning kopen Ik wil dichter bij mijn studie wonen
49% 3%
Figuur 4.12: Gemeente Barneveld. Woonwensen van verschillende huishoudensgroepen, 2024 Totaal huishoudens
30%
Gezinnen 1-2 phh 75+
Ik wil dichter bij mijn werk wonen
7%
1-2 phh 65 - 75 jaar
Ik wil dichter bij familie / vrienden wonen
5%
1-2 phh 55 - 65 jaar
Ik wil dichter bij voorzieningen wonen
6%
Ik wil in een grotere stad wonen
3%
48%
13%
4%
69%
6%
44%
11% 6%
21%
9%
32%
15% 48%
1-2 phh 35 - 55 jaar
20% 5%
39%
39% 32% 29%
20%
1-2 phh <35 jaar
21%
14%
Starters
26%
8%
18%
32% 58%
9% 7%
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80%
51%
16%
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen. 0%
Woonvoorkeuren en verhuisgedrag Voor het in beeld brengen van de woonwensen baseren we ons op de afgenomen enquête onder inwoners van de gemeente.
20%
40%
60%
Huur sociaal
Huur particulier
Koop grondgebonden
Koop appartement
80%
100%
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
• Bij jonge huishoudens en starters lopen de wensen uiteen. Een deel van hen wil huren, maar de wens om te kopen is groter. Meer dan de helft van deze groep wenst een grondgebonden koopwoning. Dit zijn dan vooral koopwoningen in het betaalbare segment. • Meer dan de helft van de kleine huishoudens van 35 tot 55 jaar zoekt een huurwoning, en dan met name een sociale huurwoning (39%). Een derde van deze groep huishoudens wenst een grondgebonden koopwoning. Er is onder deze groep maar beperkt belangstelling voor koopappartementen. • Kleine huishoudens van 55 tot 65 jaar willen voornamelijk een sociale huurwoning (48%). Daarnaast is er een behoorlijk aandeel dat een koopwoning
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
51
wenst (47%). Er is onder deze groep vrijwel geen belangstelling voor particuliere huurwoningen. • De woonwensen van gezinnen richten zich vooral op grondgebonden koopwoningen (69%). Gezinnen laten weinig belangstelling zien voor particuliere huur of appartementen in de koopsector. • Voor de groep ouderen van 65 jaar en ouder bestaat een groot deel van de vraag uit koopappartementen en sociale huurwoningen. Bijna de helft van deze groep richt zich ook op latere leeftijd nog op de koopsector.
Figuur 4.13: Gemeente Barneveld. Gewenste woonplaats bij verhuizing, zelfstandige huishoudens, 2024
9%
0%
56%
20%
40%
8%
60%
6%
8%
11%
80%
100%
In mijn huidige buurt of wijk
Gewenste woonplaats
In mijn huidige woonplaats In een andere woonplaats, maar wel in de gemeente Barneveld
Bijna driekwart van de huishoudens wil bij verhuizing in Barneveld blijven Bijna driekwart (73%) van de huishoudens wil bij een verhuizing in de gemeente Barneveld blijven wonen. Het liefst verhuizen ze binnen de huidige woonplaats.
Ergens anders in de regio Ergens anders in Nederland In het buitenland Weet ik niet Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
52
Weinig jongeren willen naar een andere woonplaats verhuizen Van de thuiswonende jongeren wil 44% zeker en 42% misschien in dezelfde woonplaats blijven wonen. Een minderheid van 14% wil expliciet verhuizen naar een andere woonplaats. Figuur 4.14: Gemeente Barneveld. Gewenste woonplaats bij verhuizing, thuiswonende jongeren, 2024
44%
0%
20%
42%
40%
Ja, dezelfde woonplaats
60%
14%
80%
100%
Misschien dezelfde woonplaats
Nee, andere woonplaats Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
53
Gewenste woning
Figuur 4.15: Gemeente Barneveld. Gewenste woning, zelfstandige huishoudens, 2024 1-2 phh <35 jaar
33%
59%
1-2 phh 35 - 55 jaar
39%
42%
1-2 phh 55 - 65 jaar
36%
17% 10% 9%
1-2 phh 65 - 75 jaar
47%
1-2 phh 75+
55%
8%
37%
41%
Gezinnen
11%
Totaal huishoudens
30%
Rij- of hoekwoning
14%
21%
20%
28%
35%
16% 5%
21%
42%
16% 7% 7% 11%
0% Appartement
40%
34%
34%
22%
50% Twee-onder-één-kapwoning
52% 26%
13%
10% 9% 23%
100% Vrijstaande woning
150% Bungalow, patiowoning
200% Anders
Huishoudens met een verhuiswens is gevraagd naar het gewenste woningtype. Respondenten konden maximaal drie woningtypen noemen. • Appartementen worden veel gevraagd in Barneveld de komende jaren, zowel door oudere huishoudens die naar een levensloopgeschikte woning willen verhuizen als onder jongere huishoudens die een betaalbare woning zoeken. Alleen onder gezinnen worden appartementen weinig gevraagd. • Jonge huishoudens vragen veelal grondgebonden woningen in Barneveld. De rij- of hoekwoning is het meest genoemd (59%), maar
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
ook tweekappers (40%) en vrijstaande woningen (35%) zijn gewild. • Gezinnen richten zich in hoge mate op grondgebonden woningen. Vrijstaande woningen zijn daarbij het meest gewild. Meer dan de helft (52%) van de gezinnen noemt als een van de antwoordmogelijkheden een vrijstaande woning. Ook tweekappers (41%) en in iets mindere mate rij-/hoekwoningen (37%) worden veel genoemd. • Naarmate huishoudens ouder zijn, is de woonvoorkeur minder divers en schuift op naar een voorkeur voor appartementen. De categorie ‘anders’ wordt veel genoemd door kleinere huishoudens vanaf 55 jaar. Het betreft vaak een ‘seniorenwoning’ of een ‘levensloopbestendige woning’. 203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Uit het rondetafelgesprek: ‘Er is weinig differentiatie op de Barneveldse woningmarkt, er zijn vooral eengezinswoningen. Bouw voor alleenstaanden en stellen zodat eengezinswoningen vrij komen.’ Meeste oudere huishoudens willen verhuizen naar levensloopbestendige woning Een grote meerderheid van de oudere huishoudens met een verhuiswens wil verhuizen naar een levensloopbestendige woning. Dit geldt voor ongeveer 80% van de 1-2 persoonshuishoudens vanaf 50 jaar. Vanaf 75 jaar wil 71% verhuizen naar een levensloopbestendige woning. 54
Figuur 4.16: Gemeente Barneveld. Verhuiswens naar levensloopbestendige woning, naar huishoudensamenstelling, 2024 100% 90%
50% 21%
14%
80%
50%
5%
3%
22%
26%
21%
36%
78%
80%
41%
40% 27% 21%
30% 21%
49%
30% 10%
18%
6%
40% 20%
17%
27%
70% 60%
Figuur 4.17: Gemeente Barneveld. Voorkeur gewenste woning, thuiswonende jongeren, 2024
20% 10%
2%2%
2%
29%
27% 10%
5%
13% 10%
6%
2%
0% 71%
59%
58%
38%
30%
0%
1-2 phh <35 jaar
1-2 phh 35 - 55 jaar
1-2 phh 55 - 65 jaar Ja
Nee
1-2 phh 65 - 75 jaar
1-2 phh Gezinnen 75+
Totaal
Weet ik niet
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Thuiswonende jongeren hebben voorkeur voor rijtjeshuis De meeste thuiswonende jongeren willen het liefst verhuizen naar een rijtjeshuis (41%) of een appartement (27%). Als tweede voorkeur worden rijtjeshuis (29%) of twee-onder-één-kapwoning (27%) genoemd, gevolgd door appartement (21%).
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
1e voorkeur
2e voorkeur
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Bijna één op de vijf van de woningzoekende jongeren staat open voor een tijdelijke woning Van de woningzoekende jongeren staat 18% open voor tijdelijk wonen. Nog eens de helft staat misschien open voor een woning voor een tijdelijke duur of op een tijdelijke plek. Voor 30% is een tijdelijke woning geen optie.
55
Figuur 4.18: Gemeente Barneveld. Openstaan voor tijdelijke woning, thuiswonende jongeren, 2024
18%
52%
naasten mogelijk maakt. 16% heeft belangstelling voor een kangoeroewoning en zo’n 10% voor een mantelzorgwoning of -unit. Figuur 4.19: Gemeente Barneveld. Interesse in bijzondere woonvormen, 2024
30%
55%
60% 0%
20%
40% Ja
60% Misschien
80%
100%
Nee
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Bijzondere woonvormen
50% 40%
38%
43%
39% 27%
30% 20% 10%
9%
10%12%
26%
16% 16% 3%
8%
4%
0%
Naast de meer traditionele woonvormen is respondenten ook gevraagd naar hun mogelijke belangstelling voor bijzondere woonvormen, zoals hofjeswoningen, mantelzorgwoningen, kangoeroewoningen, microwoningen en flexwoningen. Veel interesse in bijzondere woonvormen Ongeveer driekwart van de thuiswonende jongeren en ruim de helft van de zelfstandige huishoudens heeft interesse in een of meer bijzondere woonvormen. Jongeren hebben het meeste interesse in een hofjeswoning (55%) of een tiny house of microwoning (38%). Ruim een kwart van de jongeren is geïnteresseerd in een flexwoning (27%). Zelfstandige huishoudens hebben vooral belangstelling voor een hofjeswoning (39%). De hoge belangstelling onder jongeren voor een niet traditionele woonvorm wordt waarschijnlijk ook ingegeven door de wens om vooral maar een woning te kunnen bemachtigen. Zowel onder zelfstandige huishoudens als onder thuiswonende jongeren is er een kleine groep die specifiek interesse heeft in woonvormen die zorg voor
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
huishoudens
starters
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Tiny house of microwoning; een kleine zelfstandige woning van circa 20 tot 50 m2, soms verplaatsbaar en tijdelijk, met buitenruimte.
56
Hofjeswoning; woning in een hofje waarbij alle voordeuren naar elkaar gericht zijn en bewoners elkaar kunnen helpen en ondersteunen.
Flexwoning; kleine woning voor een tijdelijke periode of op een tijdelijke locatie, die verplaatsbaar, stapelbaar, schakelbaar of splitsbaar is. Uit het rondetafelgesprek: ‘Tiny houses zijn een mooie toevoeging, maar nemen veel ruimte in. Omhoog bouwen is helemaal niet erg. Want, het toevoegen van meer woningen is belangrijker dan dat het een specifieke woonvorm is. Hou daarbij oog voor variëteit.’
Wonen met elkaar Mantelzorgwoning/unit; een bijgebouw in de tuin van een gezinswoning, waar bijvoorbeeld een familielid kan wonen die hulp nodig heeft of hulp geeft.
Onder huishoudens is gepeild hoe zij het liefst met elkaar in de buurt samenwonen. Ook is gevraagd naar hun interesse in gemeenschappelijk wonen en hun bereidheid of wens om hun woning of terrein te delen met anderen. Wat willen en kunnen inwoners voor elkaar betekenen? Uit het rondetafelgesprek: ‘De gemeenschappelijkheid en het omzien naar elkaar dat spreekt aan bij hofjeswoningen.’
Kangoeroewoning; twee huizen onder één dak, vaak een gezin en hun (schoon)ouder(s), waar bijvoorbeeld een familielid kan wonen die hulpbehoevend is.
203.109/G | Woningbehoefteonderzoek
Bijna alle inwoners willen hun buren helpen Vrijwel alle huishoudens in Barneveld vindt het belangrijk dat buren voor elkaar klaar staan. Zij zijn dan ook bereid om hun buren te helpen (93%). Ruim de helft wil ook voor hun buren zorgen als dat nodig is (54%). Als dat nodig is wil driekwart zelf graag hulp ontvangen (74%) van buren en ruim een derde zou van hen ook graag zorg willen ontvangen (36%).
57
Daarmee is de bereidheid om hulp te geven en te ontvangen groot onder buren. Veel inwoners maken graag een praatje met hun buren (87%). Ongeveer de helft wil ook graag activiteiten ondernemen met hun buren (44%). De andere helft heeft hier geen behoefte aan (49%). Ongeveer een kwart woont het liefst tussen mensen met eenzelfde levensovertuiging (23%). Voor bijna een derde (30%) is het van belang om tussen mensen met ongeveer dezelfde leeftijd te wonen. Voor een derde maakt het niets uit tussen wie ze wonen (34%).
Figuur 4.20: Gemeente Barneveld. Samen met elkaar in de buurt wonen, zelfstandige huishoudens, 2024 Ik zou zelf graag zorg ontvangen van mijn buren als dat nodig is
36%
Ik zou zelf graag hulp ontvangen van mijn buren als dat nodig is
74%
Ik wil voor mijn buren zorgen als dat nodig is
54%
Ik wil mijn buren helpen als dat nodig is
93%
Het maakt me niets uit tussen wie ik woon
Uit het rondetafelgesprek: ‘Idealiter is een wijk een afspiegeling van de maatschappij: jong en oud; allochtoon en autochtoon.’
34%
Ik woon het liefste tussen mensen met eenzelfde levensovertuiging
23%
Ik woon het liefste tussen mensen van ongeveer dezelfde leeftijd
30%
Ik ben het liefste lekker op mezelf
49%
Ik maak graag een praatje met mijn buren
87%
Ik vind het belangrijk dat buren klaar staan voor elkaar
93%
Ik wil graag activiteiten ondernemen met mijn buren
44% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Bron: Woonwensenonderzoek Barneveld 2024, Companen.
Enige interesse in gemeenschappelijk wonen Bij gemeenschappelijk wonen hebben bewoners een eigen woonruimte en delen ze gemeenschappelijke voorzieningen met elkaar, zoals een ontmoetingsruimte, gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijke tuin, werkplaats en een logeerkamer voor algemeen gebruik. Dit kan voordelen hebben in het betaalbaar houden van woningen, maar ook in de sociale verbinding tussen buren. Een klein deel van de huishoudens geeft aan