CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.21 Memo B&W inzake financiele gevolgen Omgevingswet d.d. 29-3-22.pdf

Gemeenteraad 20 april 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken1.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmemo kosten invoering Omgevingswet

Datum:

Onderwerp: Ter attentie van: Afzender: Portefeuillehouder: Mail behandelaar

10 maart 2022 financiële gevolgen invoering Omgevingswet De raad College van Burgemeester en Wethouders B. Wijnne jan.vandenbosch@barneveld.nl

Telefoonnummer

Samenvatting In dit memo wordt beschreven welke aspecten van invloed zijn op de financiële gevolgen van de invoering van de Omgevingswet in Barneveld. Waar dat mogelijk is worden concrete bedragen genoemd, of wordt beschreven wanneer daarvoor relevante besluiten moeten worden genomen. Doel Informeren gemeenteraad Inhoud memo De kosten (of baten) die gemoeid zijn met de komst van de Omgevingswet bestaan uit drie onderdelen: 1. Kosten ter voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet; 2. Kosten als gevolg van de transitieperiode na invoering van de Omgevingswet; 3. Kosten en baten die structureel voortvloeien uit de Omgevingswet; Deze drie onderdelen worden hierna besproken. 1. Implementatie De gemeente Barneveld bereid zich al een aantal jaren voor op de Omgevingswet. Daarvoor is een projectorganisatie in het leven geroepen en de gemeenteraad heeft meerjarig geld ter beschikking gesteld om de kosten van de implementatie te financieren. Waarschijnlijk treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Het beeld is op dit moment dat er voldoende geld voor de implementatieperiode tot aan 1 januari a.s. beschikbaar is. 2. Transitie Vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt start er een transitieperiode. Deze duurt tot eind 2029. In die periode worden de instrumenten van de Omgevingswet ingericht. Dat zijn de

omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Tijdens deze periode werken we met twee systemen naast elkaar. We hebben enerzijds te maken met het verdwijnende oude stelsel en anderzijds met het nieuwe stelsel dat geleidelijk steeds verder wordt ingevuld. Dat brengt in die periode extra kosten met zich mee. Het is op dit moment niet te zeggen hoeveel dat zal zijn. Het budget dat per 1 januari 2023 al beschikbaar is voor de invoering van de Omgevingswet kan daarvoor worden benut. Als we inzoomen op de instrumenten, dan geldt dat aan de omgevingsvisie al volop wordt gewerkt. Het huidige beeld is dat de omgevingsvisie kan worden opgesteld binnen het budget dat voor de invoering van de Omgevingswet beschikbaar is gesteld. Op dit moment weten we nog niet op welke wijze we met het instrument omgevingsprogramma gaan werken. We dus ook nog niet welke kosten daarmee gemoeid zijn. Voor een groot deel, en misschien wel helemaal, is sprake van vervangende werkzaamheden, namelijk waar programma’s in plaats komende van de huidige beleidsplannen. De omgevingsvisie is bepalend voor aantal en opdracht van de omgevingsprogramma’s. Als de omgevingsvisie eenmaal in ontwerp gereed is, ontstaat dus ook meer duidelijkheid over de omgevingsprogramma’s en de middelen die daarvoor nodig zullen zijn. Op dat moment kan daarvoor een plan van aanpak worden vastgesteld.

Dat zal zijn in het 2e kwartaal van 2023. Voordat een plan van aanpak over omgevingsprogramma’s kan worden vastgesteld, moet meer fundamenteel worden nagedacht over de inrichting van het “beleidshuis” in Barneveld, zodanig dat dit gebiedsgericht, integraal en opgavegericht werken faciliteert. Daarbij gaat het om vragen als: • hoe willen wij het instrumentarium van de Omgevingswet in Barneveld gaan hanteren; • kennen we straks inderdaad alleen nog een visie, programma’s en een plan; • wat verstaan we in Barneveld onder het instrument programma; • hoe verhouden de instrumenten zich tot elkaar; • hoe houden we de instrumenten actueel, zodanig dat er sprake is van een doorlopende en logische beleidscyclus; • wat is daarin de rol van de raad. Het gesprek hierover zal komend najaar gevoerd moeten worden, waarna in de winter daarover kan worden besloten. Voor het omgevingsplan is via het Koersdocument ook in 2023 geld begroot, namelijk € 40.000,--. Voor de jaren daarna is geen geld gereserveerd, terwijl er wel tot zeker in 2028 aan het nieuwe omgevingsplan zal worden gewerkt. Het omgevingsplan wordt zoveel mogelijk door eigen medewerkers opgesteld, maar er zal wel externe begeleiding bij nodig zijn. Op basis van het komende winter op te stellen plan van aanpak, kan begin 2023 een besluit worden genomen over de middelen die de jaren na 2023 nodig zullen zijn.

De orde van grootte zal vermoedelijk gelijk zijn aan 2023, dus zo’n € 40.000,00 per jaar. Daarnaast moeten we tijdens de transitieperiode wennen aan de nieuwe manier van werken. We moeten wennen aan nieuwe regels en processen. We moeten leren werken met het nieuwe instrumentarium en wennen aan de andere manier van werken. Denk daarbij aan het nieuwe participatiebeleid, het integraal werken, of aan de hierboven genoemde

invoering van de beleidscyclus. Ook wordt in die periode het Digitaal Stelsel verder uitgebouwd. Dit alles brengt extra kosten met zich mee, ook omdat in die periode verdere opleiding en scholing nodig zal zijn. Deze periode duurt in elk geval totdat de instrumenten van de Omgevingswet volledig. De mate van extra kosten zal van jaar tot jaar afnemen. Uiteindelijk ontstaat er een nieuwe routine. Ook op dit punt valt op dit moment niet te zeggen wat dit financieel concreet betekent. Dit zal van jaar tot jaar worden ingeschat en begroot. Mogelijk dat deze kosten geheel of gedeeltelijk kunnen worden betaald uit het per 1 januari 2023 voor de implementatie nog beschikbare bedrag. Op basis van het huidige beeld en het door de raad in het Koersdocument vastgestelde kader, zal dat een bedrag van om en nabij € 400.000,00 zijn. 3. Structureel Structureel breng de Omgevingswet zowel kosten als baten met zich mee. Hoe dit per saldo gaat uitpakken kunnen we nu nog niet zeggen. Een aantal voorbeelden van aspecten die daarin bepalend zijn: • Het rijk draagt een flink pakket aan regels over aan gemeenten, de zogeheten “bruidsschat”. Dit betekent een taakverzwaring voor gemeenten, temeer waar elke gemeente zelf moeten bepalen wat zij met elk van die regels willen doen: handhaven, wijzigen of schrappen. Die keuze wordt in het nieuwe omgevingsplan gemaakt. Taakverzwaring betekent extra kosten.

Wat dit concreet betekent wordt duidelijk in het nieuwe omgevingsplan. • In de toekomst zal minder vaak sprake zijn van een vergunningplicht en dus is ook minder vooroverleg nodig. Dat is een verlichting van het takenpakket (maar let op: ook minder legesinkomsten). De mate waarin, is vooral afhankelijk van de keuzes die in het omgevingsplan worden gemaakt. • Er zal meer toezicht en handhaving nodig zijn als gevolg van het minder vaak voorkomen van een vergunningplicht. Dat is een verzwaring die niet kan worden gecompenseerd met extra legesinkomsten. • Als de instrumenten van de wet eenmaal zijn ingericht, zijn er in de toekomst aanzienlijk minder documenten die eens in de paar jaar herzien of geactualiseerd moeten worden. Bovendien is het instrumentarium straks eenduidig; er zijn straks geen bestemmingsplannen of beleidsplannen meer in allerlei soorten en maten (mits Barneveld daar dan ook voor kiest). Dat zal een (mogelijk aanzienlijke) verlichting van het takenpakket met zich meebrengen met een dito besparing. • De verdere digitalisering, met het geleidelijk uitbouwen van de hoeveelheid toepasbare regels in vragenbomen, zou ertoe moeten leiden dat initiatiefnemers in het kader van het vooroverleg minder vaak een beroep doen op de gemeente. Dat leidt wellicht tot een verlichting en dus ook tot minder kosten.

De gemeente Barneveld gaat na de invoering van de Omgevingswet aan de slag met het uitwerken van de toepasbare regels. • Het nieuwe participatiebeleid zal aan de voorkant (fase vooroverleg/ beleidsvoorbereiding) mogelijk leiden tot een groter beslag op de interne capaciteit, ook na de gewenningsperiode. Dit kan deels via digitalisering worden opgevangen. Daarnaast mag worden verwacht dat goede participatie in veel gevallen leidt tot minder formele procedures (bezwaar en beroep). Dan staat tegenover mogelijke verzwaring ook weer verlichting.

Naast de logische en eenduidige inrichting van het instrumentarium, zullen vooral de keuzes die in het nieuwe omgevingsplan worden gemaakt, uiteindelijk voor een groot deel bepalend blijken voor de structurele financiële gevolgen in Barneveld. De kaders voor het omgevingsplan worden voor een groot deel bepaald door de omgevingsvisie. Daarnaast is het belangrijk om aanvullende uitgangspunten vast te leggen in het plan van aanpak voor het omgevingsplan. Het besluit daarover zal, zoals hierboven aangegeven, volgens de huidige planning begin 2023 worden genomen. Leges Gelijktijdig met de Omgevingswet, treedt ook de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) in werking. De Wkb heeft tot gevolg dat het toezicht op de bouw wordt gedaan door externe kwaliteitsborgers en niet meer door de gemeente. Leges voor deze werkzaamheden kunnen niet meer worden geheven. Samen met de legesgevolgen door de komst van de Omgevingswet, hebben we het structurele nadeel voor Barneveld berekend op een bedrag van jaarlijks € 156.000,-- Berekeningen wijzen uit dat dit nadeel volledig kan worden gecompenseerd door milieuleges in te voeren. Een concreet voorstel daartoe wordt voorbereid. De berekeningen van de gevolgen voor de leges zijn onzeker, gebaseerd op aannames. Ook weten we op dit moment nog niet wat de toekomstige leges voor het vooroverleg zullen zijn.

Verder hebben we nog geen zicht op de kosten voor de gemeente van de invoering van milieuleges. Om deze redenen zal worden voorgesteld om het overschot legesinkomsten 2021 te oormerken en in een bestemmingsreserve onder te brengen. OddV De Omgevingsdienst werkt samen met de aangesloten gemeenten aan de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet en de Wkb. De inzichten die daarin intussen zijn opgedaan, nemen niet weg dat ook daar geldt dat de structurele financiële gevolgen daarvan voor de activiteiten en uitgaven van de OddV nog ongewis zijn. De Omgevingsdienst heeft in haar Kaderbrief 2023 geadviseerd voorlopig uit te gaan van de in de meerjarenbegroting geraamde budgetten. Voor 2022 hebben we in het implementatiebudget Omgevingswet rekening gehouden met € 25.000,-- aan extra uitgaven aan de OddV.

Samenvattend: wanneer welke besluiten? De volgende te nemen besluiten zullen in de komende anderhalf jaar vooral bepalend zijn voor de financiële gevolgen van de Omgevingswet in Barneveld (tussen haakjes planning te nemen besluit): • Besluit projectorganisatie na 1 januari 2023 (najaar 2022) • Vaststellen ontwerp-omgevingsvisie (1e kwartaal 2023) • Besluit inrichten “beleidshuis” Barneveld (winter 2022-2023) • Plan van aanpak omgevingsprogramma’s (2e kwartaal 2023) • Plan van aanpak omgevingsplan (1e kwartaal 2023) • Besluit Aanpak Toepasbare Regels (medio 2023) • Legesverordening (2e helft 2022) • Besluit leges vooroverleg (medio 2022) • Evaluatie participatiebeleid (halfjaarlijks na 1 juli 2022). In de meeste gevallen betreft dit collegebesluiten. Voordat die besluiten worden genomen, wil het college daarover wel met u het gesprek voeren. Het college stelt u voor dit gesprek via de raadswerkgroep Omgevingswet te laten verlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3c315178-162d-49ec-a31f-cd2ed1ebcb6a