CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.20 Besluit B&W over Reactie Regio Foodvalley op het strokenbeleid provincie Gelderland, d.d. 20 januari 2026

Commissie Grondgebied 26 februari 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Reactie regio Foodvalley op het strokenbeleid provincie Gelderland7.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Beleid Leefomgeving Behandelaar: M. Obbink Telefoonnummer: Onderwerp:

Voorstelnr. 784346 Barneveld, 20 januari 2026 Portefeuillehouder: B. Wijnne

Reactie Regio Foodvalley op het strokenbeleid provincie Gelderland

Gevraagde beslissing: 1.

De raadinformatiebrief Regionale reactie 500 meter stroken provincie Gelderland; én de brief aan GS “Regionale reactie 500 meter stroken provincie Gelderland” ter informatie te sturen aan de raad.

1. Inleiding, context Bijgaand d Raadsinformatiebrief d.d. 14 november 2025 (kenmerk 25/RF/251031) waarin de Regio Foodvalley het college en de raad informeert over de gezamenlijke reactie met betrekking tot de inzet van de Regio Foodvalley op het strokenbeleid, zoals dat door provincie Gelderland ter participatie is voorgelegd. Per abuis is deze raadsinformatiebrief niet eerder aan u toegezonden. De Regio Foodvalley waardeert de inzet van de provincie om met het strokenbeleid tot een maatregelenpakket te komen dat vergunningverlening weer mogelijk maakt. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat de voorgestelde denkrichtingen vergaande maatschappelijke gevolgen hebben. De Regio Foodvalley vraagt zich ernstig af of deze proportioneel zijn in verhouding tot hun bijdrage aan het oplossen van de stikstofproblematiek. De Regio Foodvalley ziet een andere denk- en oplossingsrichting in het werkdocument Uitvoeringsaanpak Stikstof Regio Foodvalley. Om te komen tot een gedragen en integrale reactie op de gepresenteerde denkrichting van de provincie inzake het ‘strokenbeleid’ is de reactie met de kernteams Verstedelijking en Landelijk Gebied in de Regio Foodvalley opgesteld. Zowel de Raadsinformatiebrief als de inhoudelijke reactie aan het college van gedeputeerde staten van de Provincie Gelderland treft u aan in bijlagen.

2. Beoogd effect De Raad te informeren over: - de brief aan GS “Regionale reactie 500 meter stroken provincie Gelderland én - de regionale reactie op de 500 meter stroken provincie Gelderland - het belang te benadrukken om samen met de provincie te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om stikstofreductie, binnen en buiten de stroken, op een andere wijze te bereiken dan de denkrichtingen voor de stroken - het uitvoeringsplan stikstof van Regio Foodvalley als volwaardig alternatief te benutten èn te borgen onder de Aanpak Veluwe.

3. Argumenten

-2-

Met deze reactie en in het verlengde van het (concept) Uitvoeringsplan Stikstof als alternatief neemt de Regio Foodvalley haar verantwoordelijkheid om uit de stikstofimpasse te kunnen komen en perspectief te kunnen bieden aan de ontwikkeling van de regio en de landbouw en natuurherstel in het bijzonder.

4. Kanttekeningen N.v.t.

5. Financiën N.v.t.

6. Participatie en communicatie a) Participatie

Ná publicatie van de ontwerp-Omgevingsverordening, nadat Gedeputeerde Staten het definitieve plan hebben vastgesteld (waarschijnlijk in februari 2026) start de officiële zienswijzetermijn en ligt een zienswijze vanuit de Regio Foodvalley in het verschiet.

b) Communicatie

Communicatie over het vervolg (incl. zienswijze) is onder regie van de Regio Foodvalley en via regionale raadsbrief en/of raadsbijeenkomst.

7. Vervolgstap Beleidsmatig wordt het proces intern op de voet gevolgd vanuit het Beleid Leefomgeving en de Taakgroep Stikstof en nader afgestemd met de kernteams Landelijk Gebied en Verstedelijking. Gezien het belang van de Regio Foodvalley in relatie tot het Strokenbeleid en de ontwikkelingen rond de Aanpak Veluwe worden de gemeenteraden in februari via een aparte raadsinformatiebrief geinformeerd. Daarnaast zal worden voorzien in een nog in te plannen bijeenkomst(en) met de gemeenteraden.

8. Bijlagen (2) 1. 2.

Raadsinformatiebrief (RIB); Regionale reactie 500 meter stroken provincie Gelderland, 25/RFV/251114 Brief RFV aan GS; reactie op denkrichtingen Strokenbeleid, 25/RF/251031

Aan de raden van de deelnemende gemeenten Regio Foodvalley via de colleges van burgemeester en wethouders

Ons kenmerk: 25/RFV/251114

Behandeld door: Karlijn Looman

Onderwerp: Regionale reactie 500 meter stroken provincie Gelderland

Telefoonnummer: 06-18197926

E-mailadres: Karlijn.looman@regiofoodvalley.nl

Bijlage(n): 1.Inhoudelijke reactie

Datum: 14 november 2025

Geacht college, / Geachte raad, Namens Regio Foodvalley informeren wij u hierbij over de gezamenlijke reactie c.q. de inzet van de regio op het strokenbeleid zoals dat door provincie Gelderland ter participatie is voorgelegd. Om tot deze reactie te komen heeft de regio gezamenlijk opgetrokken (van landelijk gebied tot aan verstedelijking) om te komen tot een inhoudelijke, gedragen reactie op de gepresenteerde denkrichting. De inhoudelijke reactie treft u als bijlage 1 aan. Aanpak Veluwe, versnellingsaanpak Stikstof en het strokenbeleid: Voor provincie Gelderland is ‘de Aanpak Veluwe’ het inhoudelijke en structurele fundament voor de stikstofaanpak op de Veluwe. Gericht op de lange termijn, samenwerking en integraliteit. De versnellingsaanpak stikstof is een versnellingsinstrument dat deels leunt op de Aanpak Veluwe, maar ook aanvullende maatregelen bevat om op korte termijn ruimte te creëren voor vergunningverlening. Het strokenbeleid is een maatregel van de versnellingsaanpak en daarmee onderdeel van de bredere aanpak Veluwe. Regio Foodvalley waardeert de inzet van de provincie om met het strokenbeleid te komen tot een houdbaar maatregelenpakket dat vergunningverlening weer mogelijk maakt.

Tegelijkertijd zien wij dat de voorgestelde denkrichtingen vergaande maatschappelijke gevolgen hebben, waarbij wij ons afvragen of deze proportioneel zijn in verhouding tot hun bijdrage aan het oplossen van de stikstofproblematiek. In dit licht zijn we tot een inhoudelijke reactie gekomen die langs de volgende zorgen en aandachtspunten zijn geformuleerd: -

De impact van het strokenbeleid op de verstedelijkingsopgave met o.a. de realisatie van 2.900 woningen in de stroken bij Wageningen, Ede en Barneveld.

-

De gevolgen voor de vernieuwing en verduurzaming van vakantieparken binnen het traject vitale vakantieparken.

-

De druk op de grondgebonden melkveehouderij en het risico op ongewenste teelten.

Datum: Betreft:

-

14-11-2025 Regionale reactie 500 meter stroken provincie Gelderland

De beperkte effectiviteit van het beleid door het ontbreken van salderingsruimte binnen de 500-meterzones. Daarbij benadrukken we het belang dat de reeds ingezette emissiereductie (via onder meer de lbv en lbv-plus regelingen) worden meegewogen in de afweging van maatregelen binnen de voorgestelde zonering.

-

De wens om het uitvoeringsplan stikstof van Regio Foodvalley als volwaardig alternatief te benutten, dat voorziet in een emissiereductie van minimaal 60% in de hele regio, inclusief de stroken.

Onze gezamenlijke inzet is gericht op het volgende vertrekpunt: We willen samen optrekken om te komen tot een pakket aan maatregelen, zowel in de stroken als voor Regio Foodvalley buiten de stroken, dat voldoende is om vergunningverlening op gang te brengen en tegelijk ruimte geeft voor gezamenlijke gewenste maatschappelijke ontwikkelingen. De oproep die we met bijgevoegde reactie doen aan de provincie is om samen te onderzoeken of er voor onze regio mogelijkheden zijn om stikstofreductie, binnen en buiten de stroken, op andere wijze te bereiken dan de denkrichtingen voor de stroken. De ontwikkeling hiervan vanuit lokale en regionale expertise biedt tevens de kans om de samenwerking tussen overheidslagen (gemeente, provincie, rijksoverheid) te versterken en het instrumentarium te combineren en of te integreren met de Aanpak Veluwe. De benadering van een gebiedsaanpak is daaruit een logisch vervolg. Waar functioneel en noodzakelijk stelt de regio voor om een of meer stikstofbanken te verbinden aan de strokenaanpak. Hierbij dienen antwoorden te worden gezocht voor de mogelijke risico’s aangaande financiële verdeling, toerekening van stikstof, inbreng stikstofbronnen en vanzelfsprekend de meest effectieve toepassing van beschikbare stikstof op basis van de ligging van bron en nieuwe activiteit.

Met vriendelijke groet, namens het Algemeen Bestuur Regio Foodvalley,

Monique Esselbrugge Secretaris-directeur

René Verhulst voorzitter

Provincie Gelderland College van Gedeputeerde Staten Postbus 9090 6800 GX ARNHEM Per email: post@gelderland.nl

uw kenmerk:

ons kenmerk: 25/RF/251031

onderwerp: Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

behandeld door: Karlijn Looman

doorkiesnummer: e-mailadres: Karlijn.looman@regiofoodvalley.nl 06-18197926 bijlage: -1

datum: 31 oktober 2025

Geacht college, Regio Foodvalley waardeert de inzet van Provincie Gelderland om te komen tot een houdbaar maatregelenpakket dat natuurherstel bevordert en vergunningverlening weer mogelijk maakt. Wij erkennen dat hiervoor lastige keuzes moeten worden gemaakt en waarderen het dat uw college hierin het voortouw neemt. Wij onderschrijven de noodzaak van een stevige aanpak om emissies voldoende te verminderen. Tegelijkertijd constateren wij dat in Regio Foodvalley meerdere omvangrijke ruimtelijke en maatschappelijke opgaven samenkomen. Vanwege de ligging van onze kernen op de flank van de Veluwe liggen veel initiatieven voor nu en later in de strook van 500 meter. Daardoor hebben de door u gepresenteerde denkrichtingen voor het instellen van beleid voor deze stroken rondom natuurgebieden vergaande gevolgen voor woningbouw, economische ontwikkeling en maatschappelijke functies in onze gemeenten. Wij betwijfelen of deze effecten wenselijk, proportioneel en effectief zijn in verhouding tot hun bijdrage aan stikstofemissies en het verlagen van de depositie op het Natura2000 gebied de Veluwe (hierna: N2000 of Veluwe). Daarnaast zijn wij van mening dat voor natuurherstel en stikstofreductie ook andere oplossingen denkbaar zijn. Met deze brief willen wij onze zorgen delen over de genoemde maatschappelijke effecten.

Daarnaast doen wij u een handreiking om te komen tot voldoende stikstofreductie, waarmee enerzijds de beoogde emissiereductie wordt behaald en anderzijds recht wordt gedaan aan de maatschappelijke opgaven in Regio Foodvalley.

Datum: Betreft:

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

Grote maatschappelijke effecten van voorgestelde denkrichtingen Regio Foodvalley heeft meerdere kernen én een fors buitengebied op de flanken van de Veluwe, waardoor de voorgestelde denkrichtingen veel ondernemers, agrariërs en inwoners kunnen raken. Forse belemmering van onze woningbouwopgave Binnen de stroken bij gemeenten Wageningen, Ede en Barneveld dreigt stagnatie van circa 3.000 geplande woningen uit de NOVEX-opgave. Het gaat hier om plancapaciteit voor de komende jaren die vergaand is voorbereid, maar nog niet in procedure is. Wij benadrukken dat de afspraken die op Rijks- en provinciaal niveau zijn gemaakt met het strokenbeleid nog verder onder druk komen te staan. De bijdrage van deze woningbouwprojecten aan stikstofemissies, rekening houdend met afroming, emissiearm bouwen en toenemende elektrificatie van verkeer, is niet aantoonbaar proportioneel ten opzichte van het maatschappelijk belang van de Woondeal en de NOVEX-opgaven. Bovendien zijn alternatieve locaties juridisch en ruimtelijk moeilijk te realiseren. Risico’s voor economische, maatschappelijk en vitale functies De denkrichtingen voor de stroken raken ook tal van economische, maatschappelijke en vitale functies. Denk daarbij aan de realisatie van werklocaties in het World Food Center en Stationskwartier of scholen, sport- en zorgvoorzieningen.

Maar ook andere maatschappelijke ontwikkelingen zoals de geplande uitbreiding van een opvanglocatie (AZC) in Wageningen het ontwikkelen van een duurzame waterrotonde in Nijkerk en de bestaande biomassacentrale Geerweg van het Warmtenet Ede worden mogelijk beïnvloed door uw voorgenomen beleid. Met de voorgestelde maatregelen verwachten we dat de economische ontwikkeling in de regio achterblijft met als mogelijk gevolg het terugvallen van private en publieke investeringen. Verduurzaming van deze functies is nodig, maar moet wel haalbaar zijn en er moet voldoende financiële tegemoetkoming tegenover staan. Ook is er blijvend ontwikkelruimte nodig voor gewenste functies. Te grote beperkingen en onvoldoende financiering in deze categorieën raken direct de leefbaarheid en vitaliteit, maar ook de economie van onze kernen en de regio. Gevolgen voor de voortgang vitalisering vakantieparken Wij hebben zorgen over de effecten voor de vernieuwing van vakantieparken onder het gezamenlijke traject Vitale Vakantieparken. Dit programma heeft als doel om de sector duurzaam en toekomstbestendig te maken en ondermijning op de parken tegen te gaan. De voorgenomen beperkingen in de stroken kunnen deze noodzakelijke revitalisering van de recreatiesector belemmeren en daarmee ook de regionale economie schaden.

Gevolgen voor de grondgebonden melkveehouderij en houderijen met open stalsystemen In onze regio (inclusief gemeente Putten) liggen naar schatting 50 actieve veehouderijen binnen de voorgestelde 500 meter strook van de Veluwe. Voor grondgebonden melkveehouderijen en bedrijven met open stalsystemen ontstaan grote onzekerheden over bedrijfscontinuïteit en mogelijkheden voor landschapsbeheer, terwijl het effect van de hectarenorm op emissiereductie onduidelijk is. Deze mogelijkheden hebben ook direct invloed op het onderhoud van ons landschap, het risico op ongewenste teelten en de impact op bijvoorbeeld het watersysteem. Risico van stilstand binnen de strook Provincie Gelderland heeft toegelicht te overwegen ook voor woningbouw en andere economische activiteiten/functies alleen extern salderen binnen de 500 meter strook

Datum: Betreft:

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

mogelijk te maken. Alhoewel het begrijpelijk is vanuit het perspectief van het beperken van grote emissiebronnen zoals veehouderijen of grote industriële bedrijven, leidt deze ingeperkte toepassing in onze situatie tot onoverkomelijke beperkingen. De ligging van de steden en dorpen in onze regio, op de flanken van het N2000 gebied Veluwe, heeft tot gevolg dat nauwelijks relevante (met name agrarische) saldogevers beschikbaar zijn in de stroken om extern te salderen. Dit terwijl deze vrijkomende emissiebronnen in de vorm van stoppende agrarische bedrijven wél beschikbaar zijn buiten de stroken. Deze hebben door hun ligging vaak forse impact op de relevante hexagonen, waarmee via de extern salderen beleidsregel juist meer reductie kan worden bereikt op kwetsbare natuur. De beperking van salderen met uitsluitend activiteiten/functies binnen de stroken leidt op korte termijn tot knelpunten voor specifieke belangrijke projecten. De meeste projecten hebben namelijk zowel onvoldoende interne salderingsruimte als een tekort aan relevante externe bronnen in de stroken. Bovendien zijn deze veelal niet gunstig gelegen ten opzichte van belangrijke projecten. Ook ontstaat als direct gevolg van de voorgestelde reductieopgave, een tekort aan salderingsmogelijkheden binnen de strook op middellange en lange termijn.

De mogelijkheden om extern te salderen worden zodoende definitief uitput, terwijl op de Veluweflank de noodzaak tot salderen zal blijven bestaan voor het toevoegen van eerder genoemde gewenste functies. Wij benadrukken hierbij het risico, dat door het beperken van het extern salderen tot binnen de strook al op korte of middellange termijn een nieuw, lokaal stikstofslot kan ontstaan. Dit wringt des te meer als gekeken wordt naar de overkoepelende doelstelling van het strokenbeleid; namelijk het fors verminderen van de depositie op kwetsbare natuur. Het beperken van extern salderen tot de stroken vertraagt namelijk het realiseren van (forse) emissiereducties. Juridische houdbaarheid Het strokenbeleid is, zoals u constateert, één van de benodigde maatregelen om emissies te verminderen. Binnen een strook van 500 meter zal de afname van de totale ammoniakemissie echter beperkt zijn. Zelfs als alle emissiebronnen binnen deze strook worden verwijderd, daalt de emissie slechts met maximaal enkele procenten. De verwachting is dat het effect hiervan op de ammoniakconcentratie zeer beperkt en lokaal zal blijven op specifieke habitats. Ook op nationaal niveau zijn aanvullend maatregelen nodig, die vooralsnog uitblijven.

Voor ons gebied, met veel intensieve veehouderij en veel kwetsbare natuur op de Veluwe, verwachten we dat aanvullende maatregelen voor de gehele Regio Foodvalley nodig zijn om te komen tot een juridisch houdbaar pakket van maatregelen dat depositie op N2000 gebied voldoende verlaagd. Om een gunstige staat van instandhouding van habitats te bereiken is naast inzet op stikstof ook inzet op maatregelen voor andere drukfactoren buiten N2000 gebied de Veluwe nodig. Denk hierbij aan maatregelen zoals hydrologisch herstel en natuurontwikkeling. Van strokenbeleid naar een integrale aanpak voor de gehele regio Wij zien dat de gebieden in de strook rondom de Veluwe divers zijn. In Regio Foodvalley, waar de landbouwsector substantieel bijdraagt aan stikstofdepositie, is vooral een forse emissiereductie vanuit de landbouw nodig. Tegelijkertijd is vanwege de kernen op de flanken van de Veluwe het effect op maatschappelijke en economische functies groot. In ons Uitvoeringsplan Stikstof Regio Foodvalley hebben we deze uitdaging breed en integraal opgepakt met verschillende partners.

Datum: Betreft:

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

Het Uitvoeringsplan Stikstof Regio Foodvalley biedt daarnaast nog meer perspectief:

•

Doel: 60% reductie via gebiedsgerichte aanpak;

•

Middel: normering voor agrarische bedrijven en een gebiedsplafond van 2 kiloton stikstof;

•

Integrale aanpak: werkt ook concreet aan natuurherstel, hydrologisch herstel, emissiereductie (methaan, geur, fijnstof) én toekomstperspectief voor ondernemers

•

Samenwerking: vanuit samenwerking met de agrarische sector en natuurorganisaties voor succesvolle uitvoering;

•

Flexibiliteit: verschuiven/toedelen van stikstofruimte naar maatschappelijke functies (bv wonen), PAS-melders én op termijn de agrarische sector (daar waar ruimtelijk gewenst).

In de bijlage lees u de meerwaarde van dit Uitvoeringsplan in het licht van uw beleid voor de stroken. Wij stellen u voor om het Uitvoeringsplan op te nemen binnen de Aanpak Veluwe en daarin afspraken vast te leggen over het regionale stikstofplafond (2 kton) en de gezamenlijke realisatie daarvan. Op die manier ontstaat meer zekerheid voor vergunningverlening dan uitsluitend bij het strokenbeleid. Wij werken graag samen met u verder aan deze aanpak voor de gehele Regio Foodvalley (en Putten). In dit licht pleiten wij op die basis ook voor een uitzondering van het strokenbeleid voor Regio Foodvalley, naar analogie van de gebiedsaanpakken in GEUS en Winterswijk. Mocht nadere uitwerking nodig zijn, dan stellen wij ons voor om in het strokenbeleid expliciet ruimte te reserveren voor een nader uit te werken gebiedsoplossing voor Regio Foodvalley. Inhoudelijke aandachtspunten Op basis van uw notitie denkrichtingen en de ambtelijke toelichting hebben wij verschillende constateringen gedaan vanuit onze opgaven in onze regio. Daar waar dit de strokenbeleid raakt vragen wij uw aandacht voor de (neven)effecten. Onderstaande punten zijn nader uitgewerkt in de bijlage. Woningbouw, bedrijven en maatschappelijke functies • Maak extern salderen met saldogevers gelegen buiten de stroken mogelijk voor woningbouw om circa 3.000 woningen uit de Woondeal-opgave te kunnen realiseren.

• Maak maatwerk mogelijk voor vitale en regionaal belangrijke bedrijven en maatschappelijke functies, denk bijvoorbeeld aan vakantieparken, NIZO, zwembaden, azc’s, scholen, zorglocaties. Sluit aan bij de duurzaamheidsprogramma’s van de gemeenten om gezamenlijk aanpakken uit te werken. • Maak een flankerend programma met stimuleringsmaatregelen of overgangsregelingen om ondernemers in de strook te ondersteunen bij het verduurzamen • Verduurzaming van maatschappelijke functies vraagt 100% financiering voor verduurzamingsmaatregelen bij bijvoorbeeld scholen, zorginstellingen of sportgebouwen. Verduurzaming mag niet ten koste gaan van budgetten voor onderwijs, zorg of sportaanbod. • Netcongestie en energievoorziening vormen een belangrijke belemmering bij de verduurzaming van bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en woningen in de strook. Voer het beleid daarom gefaseerd in en in samenhang met de Regionale Energiestrategie.

Datum: Betreft:

•

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

Defensie gaat ontwikkelen op de Veluwe. Houd er binnen het strokenbeleid rekening mee dat Defensie, ondanks de uitzonderingsbepalingen, ook gebruik gaat maken van de weinige beschikbare stikstofruimte in de stroken, om te voorkomen dat deze ontwikkeling het gebruik van de beperkte stikstofruimte voor andere functies verdringt.

Agrarische sector en flankerend beleid • Bied duidelijkheid aan de agrarische sector over wat er wél mogelijk is binnen de strook, en koppel daar voldoende compensatie en flankerende regelingen aan. Natura2000 herstelmaatregelen • Combineer het beleid met gerichte natuurherstel maatregelen (onder andere ANLb, Natura 2000-herstelprogramma’s) in de 500 meter strook, omdat het uiteindelijke doel de instandhouding van de natuur is. Uitvoering en capaciteit • Stel jaarlijkse monitoring in van effecten op emissiereductie, de voortgang van natuurherstelmaatregelen in de stroken én maatschappelijke ontwikkelingen. • Maak het strokenbeleid adaptief: zorg dat maatregelen kunnen worden bijgesteld wanneer ze disproportioneel uitpakken of onvoldoende reductie opleveren. Daarbij is periodiek overleg met uitvoerende organisaties zoals gemeenten belangrijk om samen te sturen op leefbaarheid in de strook en tegengaan van negatieve effecten. • De uitvoering van het strokenbeleid vraagt aanzienlijke capaciteit bij gemeenten en omgevingsdiensten. Houd rekening met de extra uitvoeringslast voor gemeenten en ODDV’s op het gebied van advisering, ruimtelijke procedures, toezicht en handhaving. • Voorzie in middelen en tijd om deze capaciteit op te bouwen, zodat de uitvoering realistisch en zorgvuldig kan plaatsvinden.

Samen werken aan stikstofreductie en natuurherstel Bovenstaande aandachtspunten zijn bedoeld om de rechtvaardigheid, effectiviteit en uitvoerbaarheid van het strokenbeleid in Regio Foodvalley te versterken. Deze punten zijn cruciaal als het gaat om invoeren van beleid wat in de praktijk gaat werken voor de natuur en natuurlijk onze bewoners en ondernemers. We roepen u op om in de verdere ontwikkeling van het strokenbeleid intensief en inhoudelijk in gesprek te gaan met onze regiogemeenten over het uitvoerbaar ontwerpen van het beleid in de stroken en voor de Aanpak Veluwe. Als regio denken wij hier graag vanuit onze ervaring en expertise aan mee. Een afschrift van deze brief gaat naar leden van Provinciale Staten. Met vriendelijke groet, namens het Algemeen Bestuur Regio Foodvalley,

Monique Esselbrugge secretaris-directeur

René Verhulst voorzitter

Datum: Betreft:

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

Bijlage: Suggesties voor aanvulling strokenbeleid Graag gaan wij als regio Foodvalley met u in gesprek om samen tot oplossingen te komen, waarbij wij graag de inzet van ons Uitvoeringsplan Stikstof benutten. Hieronder duiden wij de werking van ons uitvoeringsplan in relatie tot uw strokenbeleid. Vervolgens geven wij u themagewijs aan wat voor onze regio essentieel is dat hierbij in acht wordt genomen. Uitvoeringsplan Stikstof Regio Foodvalley De ongeveer 1100 actieve veehouderijen in onze regio leveren via hun emissies een forse bijdrage aan depositie op de Veluwe. Met het Uitvoeringsplan stikstof leveren we een grotere emissiereductie vanuit de landbouw dan met alleen het voorgestelde strokenbeleid. Doordat we geen harde grenzen stellen wat betreft het implementatiegebied, ontstaat tegelijkertijd ruimte voor gewenste ontwikkelingen zoals woningbouw. Het Uitvoeringsplan Stikstof Regio Foodvalley biedt daarnaast nog meer perspectief: • Doel: 60% reductie via gebiedsgerichte aanpak;

•

Middel: normering voor agrarische bedrijven en een gebiedsplafond van 2 kiloton stikstof;

•

Integrale aanpak: werkt ook concreet aan natuurherstel, hydrologisch herstel, emissiereductie (methaan, geur, fijnstof) én toekomstperspectief voor ondernemers

•

Samenwerking: vanuit samenwerking met de agrarische sector en natuurorganisaties voor succesvolle uitvoering;

•

Flexibiliteit: verschuiven/toedelen van stikstofruimte naar maatschappelijke functies (bv wonen), PAS-melders én op termijn de agrarische sector (daar waar ruimtelijk gewenst).

Wij erkennen dat ook binnen de stroken rondom de Veluwe gerichte reductiemaatregelen nodig blijven om te voldoen aan de verplichtingen voor nabijgelegen natuurherstel, maar zijn van mening dat deze maatregelen het best kunnen worden vormgegeven binnen een gebiedsgerichte uitvoeringsstructuur, zoals het Uitvoeringsplan Stikstof Regio Foodvalley. Dit biedt ook ruimte voor collectieven rondom de strook die gezamenlijk reductie willen bereiken, zoals landgoederen. In het Uitvoeringsplan willen wij toewerken naar een stikstofreductie van 60%. Dit willen we juridisch borgen via normeringen voor agrarische bedrijven en een gebiedsplafond voor stikstof van 2 kiloton. Dit aangevuld met een instrument om te kunnen schuiven met stikstofruimte, zodat deze ruimte via overheidsregie wordt toegedeeld aan gewenste maatschappelijke en vitale (economische) ontwikkelingen. Het Uitvoeringsplan richt zich primair op stikstofreductie door de landbouwsector en biedt nog geen aanvullende uitgangspunten voor sturing op stikstofreductie vanuit andere sectoren. Via andere wegen werken wij als gemeenten aan verduurzaming van de woningbouw; in ons ruimtelijk instrumentarium kunnen wij sturen op emissiearme wijken en het bouwen op strategische locaties, daarnaast zijn we aangesloten bij het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen.

In overleg met de provincie willen we verkennen hoe we aanvullend ruimtelijk kunnen sturen op ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven in de stroken, en hoe we voor de andere sectoren aanvullende stappen kunnen zetten in de verduurzaming, bijvoorbeeld door verduurzaming op te nemen als één van de eisen onder Vitale Vakantieparken.

Datum: Betreft:

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

Thematische toelichting 1. Woningbouw Om (emissiearme) woningbouw mogelijk te maken in de strook verzoeken wij de provincie om te overwegen extern salderen mogelijk te maken met bronnen buiten de strook, omdat: • Woningbouw al geen grote emissiebron is (zie Denkrichtingen, pagina 20) en voor woningbouw geldt dat door de opkomst van emissiearm bouwen en emissiearm verkeer er een autonome daling van emissie verzekerd is. De emissie van woningbouw en de daaraan gekoppelde mobiliteit wordt op termijn nihil. Dit onderscheidt de woningbouw van de landbouw, aangezien de landbouw weliswaar kan verduurzamen, maar altijd een zekere emissie zal behouden. • Er binnen de strook rondom de voorziene woningbouwlocaties nauwelijks tot geen emissiebronnen aanwezig zijn, waardoor extern salderen met functies binnen de strook zeer lastig en in veel gevallen onmogelijk is. Dit terwijl extern salderen met saldogevers buiten de stroken bijna altijd leidt tot forse afname van depositie als gevolg van afroming en de hiervoor benoemde autonome daling van emissies bij woningbouw. • Om woningbouw te realiseren is op grond van de beleidsregels salderen eveneens afroming nodig.

Omdat voldoende afroming alleen mogelijk is met een emissiebron op korte afstand van de natuur (met effect op dezelfde hexagonen), zorgt extern salderen met de huidige beleidsregels voor salderen voor forse reductie van depositie, en geeft daarmee de impact en kostenefficiëntie die de provincie met het strokenbeleid nastreeft. Ook als de saldogever niet binnen de strook zelf ligt. Immers, de saldogever heeft effect op dezelfde hexagonen. Het maakt daardoor niet uit of je saldeert met een bron binnen of buiten de 500 meter, omdat je altijd moet verzekeren dat de benodigde afroming plaatsvindt en op elk van de hexagonen sprake moet zijn van een afname van de stikstofdepositie. • Er een gezamenlijke verstedelijksopgave in de regio bestaat. Daarbij is een belangrijk deel van deze opgave gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, omdat binnenstedelijk bouwen de voorkeur heeft vanwege bereikbaarheid, natuurcompensatie bij uitbreidingslocaties en het effect op het watersysteem van sommige mogelijke locaties. Als deze ruimte al gevonden kan worden, zal het in veel gevallen ten koste gaan van landbouwareaal. • Als er niet in de stroken kan worden gebouwd, ca. 3.000 woningen dan buiten de stroken dienen te worden gebouwd.

In dat geval werkt het beleid zichzelf tegen, omdat er in dat geval minder depositiereductie wordt gerealiseerd dan wanneer extern salderen buiten de strook mogelijk wordt gemaakt – je saldeert immers extern met effect op dezelfde stukken kwetsbare natuur waardoor in totaal de depositie meer verminderd. • Het bovenstaande betekent niet dat we vragen om woningbouw overal in de strook toe te staan. Wél op strategische locaties die passen binnen een effectieve aanpak van de stikstofproblematiek. Bouwen op goed bereikbare locaties, zoals binnenstedelijke en stationsomgevingen, betekent dat het autogebruik wordt gereduceerd t.o.v. bouwen op locaties op grotere afstand van de Veluwe die een grotere auto-afhankelijkheid hebben. Op binnenstedelijke en stationslocaties kun je namelijk volstaan met lagere parkeernormen en daarmee dwing je minder autogebruik af. 2. Landbouw Voor de landbouw hebben wij zorgen over het effect van de maatregelen op de landbouw in de strook. We erkennen de noodzaak tot reductie maar hebben zorgen over de toekomstmogelijkheden voor de bedrijven. Daarom verzoeken wij u om met name per sector/type bedrijf duidelijk te schetsen wat toekomstmogelijkheden zijn en daarnaast ook te zorgen voor voldoende ondersteuning voor bedrijven met gronden in de strook.

Graag geven we hierbij het volgende mee: • Werk de emissienormen per dierplaats en per hectare samen met de sectoren uit, kijk daarbij goed wat haalbaar is voor de verschillende sectoren. Het betrekken van de sector zelf is ook van belang voor de uitvoerbaarheid van de regels. De

Datum: Betreft:

• • • • •

• •

• • •

•

• • • •

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

grondgebonden veehouderij willen we graag behouden in de strook, de vraag is hoeveel reductie voor hen haalbaar is, waarbij nog een redelijk verdienmodel wordt behouden Houd bij de normering rekening met gemengde bedrijven, in de Regio Foodvalley zijn veel gemengde bedrijven met een intensieve tak(pluimvee/kalveren) erbij. Zorg dat de normering uitvoerbaar is bij gemengde bedrijven. Weeg bij het stellen van normen voor de landbouw mee hoeveel stikstof in de strook al gerealiseerd is sinds 2019, onder andere via de LBV+ regelingen. Stel nadeelcompensatie ter beschikking voor de bedrijven die normering met een beperkt tijdspad krijgen opgelegd Stel ook compensatie beschikbaar voor bedrijven met gronden in de 500 strook waarop de norm met uitstoot per hectare gaat gelden en/of werk aan beloningen voor ecosysteemdiensten en andere maatschappelijke diensten Ondersteun met name grondgebonden veehouders en akkerbouwers/loonwerkers met kennissessies, bodem-kringloop metingen en studiegroepen.

Geef de grondgebonden veehouders de tijd om, naast de BBT, bedrijfsmaatregelen door te voeren voor stikstofreductie Geef ieder bedrijf duidelijkheid over het toekomstperspectief via de ondernemingsplannen aanpak, betrek daarbij de andere gebieds- en/of sector opgaven die spelen De uitzondering voor biologische bedrijven, bedrijven met uitloop en andere extensieve agrarische bedrijven is heel waardevol, omdat die bedrijven aan veel (natuur)doelen bijdragen. Deze bedrijven hebben vaak al hun nek uitgestoken om te extensiveren, dus beloon ze daarvoor. Focus dus voor die bedrijven niet puur op stikstof, maar doe recht aan de bredere bijdrage van die bedrijven aan maatschappelijke/wettelijke doelen. Zo vraagt de markt (supermarkten) om Beter Leven 1 ster kippenvlees en uitloopeieren die gebruik maken van open stallen waardoor minder te reduceren is. Maak RENURE toepasbaar, zodat dierlijke mest breder toegepast kan worden. Stimuleer pilots in combinatie met doelsturing. Emissienorm per hectare landbouwgrond: kijk welke norm haalbaar is en voorkom uitputting van bodems. Let erop dat percelen die al bemestingsvrij zijn dat ook blijven. Emissienorm per hectare: Laat aan agrarisch ondernemers over hoe zij invulling geven aan de mogelijke norm per hectare. Dit kan worden ingevuld door overal op een hectare wat minder te bemesten of door delen van een hectare niet meer te bemesten.

Dit laatste zou voor natuur en landbouw weleens beter kunnen zijn. Bijvoorbeeld stroken langs de perceelranden niet bemesten, zodat op de rest van het perceel de productie beter op peil blijft. De randen bieden dan ruimte voor het bereiken van andere doelen (voedselranden voor Natura 2000-soorten, randen voor natuurlijke plaagbestrijding en biodiversiteit, minder uitspoeling naar aangrenzende watergangen (KRW), etc.). Vergoed deze randen dan vanuit ANLb voor inkomensondersteuning aan agrariërs. Stuur hier op wat voor landbouw en natuur het meeste oplevert. Norm blijvend grasland: een gewenste maatregel, echter zijn er langs de flanken van de Veluwe veel gebieden met engen, met cutuurhistorische akkercomplexen die je niet volledig wilt omzetten naar permanent grasland. Ook vanwege de bedreigde akkernatuur die hier voorkomt. Kies hier dus echt voor maatwerk en niet voor een algemene norm. Of stel een norm op gebiedsniveau zodat het gebied via gebiedsprocessen kan kijken waar blijvend grasland passend is. Stimuleer de inzet van kruidenrijk grasland bij blijvend grasland vanwege het hydrologisch herstel en bijdrage aan biodiversiteitsherstel van de Veluwe Intensieve teelten: stuur op minder of geen bestrijdingsmiddelen voor intensieve teelten zoals sierteelt en laanbomenteelt. Zorg dat extra ANLb gelden beschikbaar komen met langdurige (>10 jaar) contracten.

Flankerend beleid extensiveren landbouw: het fors, ook financieel, stimuleren van extensivering met minder dieren per hectare, minder bestrijdingsmiddelen en minder

Datum: Betreft:

• •

•

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

bemesting is zeer belangrijk om agrariërs een verdienmodel te kunnen bieden, waardoor extensievere landbouw financieel haalbaar wordt. Zorg voor reële vergoedingen die een lange termijn verdienmodel ondersteunen, die ook voor boeren die al bezig zijn met extensiveren toegankelijk is. Ook vraagt dit een actieve en urgente grondstrategie. Rond de Veluwe zijn veel paardenhouderijen, met relevante stikstofuitstoot. Betrek deze sector tijdig bij het strokenbeleid en bepaal met de sector haalbare normering. Stimuleer omvorming van agrarische bedrijven naar multifunctionele bedrijven: bedrijven kunnen een rol spelen in natuur- en landschapsbeheer, maar ook een rol vervullen bij het ontvangen van recreanten en toeristen. Stem ondersteunend ruimtelijk beleid af met de gemeenten. Andere opgaven en natuurherstelmaatregelen: deze zijn nu geen onderdeel van het strokenbeleid. Om agrariërs een duidelijk en goed toekomstperspectief te kunnen bieden is het wel essentieel om de hele opgave die op het bedrijf samenkomen te schetsen. Anders blijven agrariërs in deze strook komende jaren met steeds weer nieuw beleid geconfronteerd worden.

3. Natura2000 herstelmaatregelen De Vogel- en Habitatrichtlijn richt zich op een goede staat van instandhouding van natuurgebieden zoals de Veluwe. Door gerichter in te zetten op natuurherstelmaatregelen, ook langs de flanken van de Veluwe, kan de natuur verbeteren waardoor vergunningverlening makkelijker wordt. Zet via de Aanpak Veluwe daarom gelijk in op voldoende natuurherstelmaatregelen in de 500 meter strook, zodat agrariërs en inwoners in het gebied op een later moment niet nogmaals worden geconfronteerd met aanvullende maatregelen. Veel maatregelen voor Natura 2000-herstel kunnen goed samengaan met de extensivering van het grondgebruik. Denk daarbij aan hydrologisch herstel, aanleg van groen-blauwe dooradering etc. Kijk daarom bij de begeleiding van agrariërs in de strook naar alle maatregelen die te nemen zijn via de ondernemersplan aanpak.

Denk hierbij aan: • het verbeteren van de voedselsituatie voor Natura 2000-vogels via ruigtestroken en kruidenranden • het verbinden en vergroten van leefgebieden en habitats via o ANLb door het vergroten van de ANLb financiering o Regel in het natuurbeheerplan afwaardeerregelingen en subsidies waar particulieren en overige ondernemers met gronden gebruik van kunnen maken als zij groen-blauwe dooradering aanleggen op percelen o Aanlegvergoedingen voor aanleg groen-blauwe dooradering (heggen/bomen/poelen/kruidenrijke randen) voor particulieren en overige ondernemers • Hydrologisch herstel - herstel van bekensysteem door aanleg van natuurvriendelijke oevers, aanleg van stuwtjes en wallen, laten meanderen van de beek • Hydrologisch herstel - verminderen van afwatering en water vasthouden door ander bodemgebruik in de 500 meter strook. De graslandnorm in combinatie met het stimuleren van kruidenrijk grasland kan hier aan bijdragen • Verminderen van grondwateronttrekkingen opnemen in de omgevingsverordening Als het echt niet mogelijk is om natuurherstelmaatregelen nu mee te nemen, dan is het wel belangrijk dat de stikstofregels voor de stroken niet conflicteren met de natuurherstelmaatregelen. Nu wordt veel gekozen voor generieke maatregelen, terwijl natuurherstelmaatregelen locatie-specifiek nodig zullen zijn. Bijvoorbeeld rond de beken en de engen.

Bouw dus in de regels in dat in een gebiedsaanpak locatie-specifieke keuzes mogelijk zijn, zonder dat dit de algemene normen in de weg zit. 4. Bedrijvigheid De Regio Foodvalley is een groeigebied met een forse woningbouwopgave. De groei van de bevolking vraagt onlosmakelijk om groei van de werkgelegenheid. Het niet kunnen realiseren van de geplande bedrijvigheid heeft tevens als neveneffect dat de woon-werkafstanden kunnen worden vergroot, waardoor autogebruik toeneemt.

Datum: Betreft:

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

Het agrofoodcluster Wageningen-Ede is één van de cruciale landelijke sleutelgebieden waaronder ook de haven van Rotterdam en luchthaven Schiphol. Momenteel worden plannen gemaakt om het agrifoodcluster een significante impuls te geven, het World Food Center terrein (WFC) naast Station Ede-Wageningen is hier onderdeel van. We zien dat verduurzaming van de bedrijven nodig is, echter vragen wij wel om aandacht voor haalbaarheid, voldoende aanpassingstijd en uitzonderingen/maatwerk voor bedrijven met een belangrijke regionale positie of met positieve bijdrage aan de leefomgeving. We vragen daarbij ruimte voor maatwerk om economisch gewenste functies en vernieuwing mogelijk te maken. De komende jaren staan drie belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen in de regio in de planning binnen de 500-meter strook: • de verdere ontwikkeling van het World Food Center / Stationskwartier,

•

de realisatie van de Biotechnology Fermentation Factory bij NIZO,

•

de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in Harskamp.

Extern salderen is voor deze ontwikkelingen maar zeer beperkt mogelijk. Hierdoor kan mogelijk tot 90.000 m2 aan commerciële ruimte onder meer voor food en innovatie, niet worden ontwikkeld. Dit zijn projecten waar al afspraken voor zijn gemaakt (ook met de Provincie Gelderland), waar partners verwachtingen hebben en waar financiële verplichtingen zijn aangegaan zowel vanuit ondernemers als overheden. Rondom het station in Ede komt het World Food Center / Stationskwartier de komende jaren tot volle wasdom. Dit betekent naast vele woningen, het toevoegen van kantoren, innovatielabs, onderwijsinstellingen en commerciële voorzieningen die nodig zijn voor een prettig woon- en werkklimaat. Dit gebied vormt een cruciale schakel tussen fundamenteel onderzoek, kennisvalorisatie en de markttoepassing van duurzame voedselinnovaties. Een beperking van ontwikkelruimte zou de positie van de Regio Foodvalley als nationale innovatie- en kennisregio voor voedseltransitie rechtstreeks aantasten. Binnen de regio Foodvalley wordt een kantorenstrategie vastgesteld waarbij stationslocaties van belang zijn voor het behalen van doelstellingen op het gebied van duurzame mobiliteit.

Indien bij IC-station Ede-Wageningen geen kantoren meer kunnen worden ontwikkeld dan zullen we genoodzaakt zijn om dit beleid te wijzigen en ons meer te oriënteren op snelweglocaties en het behoud van de bestaande autolocatie Pascalstraat. Een tweede actuele en voor de eiwittransitie belangrijke ontwikkeling is de komst van de Biotechnology Fermentation Factory bij het Edese bedrijf NIZO, mede mogelijk gemaakt door een bijdrage uit het Perspectieffonds Gelderland (fondsmanager Oost NL). Op deze locatie wordt een nieuwe innovatiecampus gecreëerd die direct bijdraagt aan de toekomst van duurzame voedselproductie en -verwerking. Wij verwachten dat deze ontwikkelingen op termijn een grote bijdrage gaat leveren aan de reductie van stikstofemissies in de regio en geheel Nederland. Ook hier voorzien we binnen nu en twee jaar diverse nieuwe bedrijfsmatige en innovatieve ontwikkelingen. Bij bedrijven in de strook worden goede verduurzamingsinitiatieven gestart zoals het opzetten van een waterrotonde, waarbij water wordt bespaard door extra zuivering op het bedrijf zelf. Ook voor doorontwikkeling van bedrijven die positief bijdragen aan de leefomgeving is vaak stikstofruimte nodig. We zien hiervoor nog te weinig aandacht.

Op basis van de 500 metergrens kunnen we indicatief aangeven dat in ieder geval in de gemeente Ede ruim 2000 bedrijven en instellingen met 1 werknemer of meer, gevestigd zijn in dit gebied. Dit betekent dat ongeveer 1 op de 6 Edese werkgevers gevestigd is binnen de strook. Sommige van deze bedrijven hebben groeiwensen, wat maar zeer beperkt mogelijk zal zijn in de strook gezien de reductieeis van 35%. Daarnaast zullen deze bedrijven moeten gaan investeren in het verminderen van gasverbruik, emissieloze werktuigen etc. Hiervoor zijn nog niet de juist omstandigheden voorhanden (zie ook netcongestie). Voor deze bedrijven vragen we voldoende financiële tegemoetkoming.

Datum: Betreft:

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

Verplaatsing bedrijven Het verplaatsen van een deel van de bedrijven naar elders, indien zij groeiwensen hebben, is een mogelijke oplossing. Echter blijkt dat er in onze regio bijna geen ruimte beschikbaar is, zeker niet op bedrijventerreinen. Om deze reden vraagt het instellen van stroken aanvullend ruimtelijke instrumentarium en financiële middelen voor gemeenten om bedrijventerreinen elders mogelijk te maken. Voor verplaatsing hebben bedrijven subsidies nodig om het mogelijk te maken. Emissienormen voor stookketels Het stellen van emissienormen is in principe een effectief instrument, mits afgestemd op de technische levensduur en vervangingscyclus van installaties. Wij vragen aandacht voor een realistisch invoeringstempo en ondersteuning via bestaande verduurzamingsprogramma’s (zoals de MIA/VAMIL-regeling en de energietransitie-subsidies). Zonder flankerende financiering bestaat het risico dat vooral MKB-bedrijven onevenredig zwaar worden geraakt. Intensiveren van toezicht en handhaving Een versterking van toezicht en handhaving kan bijdragen aan naleving, maar vraagt ook om voldoende capaciteit bij de omgevingsdiensten. De huidige bezetting is daarvoor ontoereikend. Wij verzoeken de provincie om structurele middelen vrij te maken voor uitvoeringscapaciteit, zodat extra handhaving niet ten koste gaat van vergunningverlening of de uitvoering van andere wettelijke taken.

Gasgebruik met 35% reduceren Wij ondersteunen het streven naar energiereductie en verduurzaming, maar een generieke reductie van 35% gasverbruik binnen de stroken kan leiden tot knelpunten in levering van energie. Wij pleiten voor aansluiting bij het Regionaal Energie Strategie van de Regio Foodvalley. Zorg dat er voldoende subsidies beschikbaar zijn zodat deze bedrijven toekomst houden. Maak daarnaast een gefaseerde aanpak voor invoering van de norm zodat er zekerheid is over beschikbaarheid van energie. Prioritering aan grootverbruikers, opschaling van infrastructuur en koppeling aan bestaande verduurzamingssubsidies is uitvoerbaarder dan een uniforme norm die gelijktijdig in gaat. Maak daarnaast uitzondering voor bedrijven die in de strook hun activiteiten willen uitbreiden én bij kunnen dragen aan gewenste maatschappelijke ontwikkelingen zoals de eiwittransitie of energie. Emissieloze mobiele werktuigen Het stimuleren van emissieloze werktuigen (zoals elektrische bouwmachines) sluit goed aan bij het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen, waar de Regio Foodvalley al bij is aangesloten. Wij adviseren om deze maatregel te koppelen aan landelijke investerings- en innovatieprogramma’s (zoals SEB, DKTI en SSEB-subsidies), en de verplichting gefaseerd in te voeren, zodat bedrijven tijd hebben om materieel te vernieuwen.

Daarnaast vragen wij om heldere overgangsregels en vrijstellingen voor sectoren waar emissievrije alternatieven technisch of economisch nog niet beschikbaar zijn. 5. Maatschappelijke voorzieningen In de Regio Foodvalley liggen meerdere kernen in de 500 meter strook, en daarmee een heel aantal maatschappelijke voorzieningen. Voor maatschappelijke voorzieningen zoals buurthuizen, sportverenigingen, kerken en scholen betekent dit dat zelfs kleine uitbreidingen of verduurzamingsmaatregelen onder de stikstofregels kunnen vallen. De voorgestelde maatregelen kunnen theoretisch technisch uitvoerbaar zijn, maar de haalbaarheid verschilt per type voorziening, en vraagt per type voorziening om ander flankerend beleid. Daarnaast vragen we aandacht voor de volgende situaties: • Zorginstellingen hebben vaak verouderde installaties en beperkte investeringsruimte. Zij hebben een 100% subsidie nodig voor de noodzakelijke investeringen. • Scholen hebben strenge eisen voor wat betreft klimaatbeheersing die vaak veel energie vergen. Scholen hebben daar nog een inhaalslag in te maken waardoor budget voor andere duurzaamheidsmaatregelen maatregelen onder druk staat. Ook scholen hebben een 100% subsidie nodig voor de noodzakelijke investeringen.

Datum: Betreft:

•

• •

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

Sportaccommodaties en zwembaden zijn grootverbruikers van energie en worden geconfronteerd met strengere emissienormen. Bovendien zijn sportaccommodaties vaak in bezit van niet-kapitaalkrachtige verenigingen. Doorbelasten aan de sporter zorgt voor stijging contributie en mogelijk afhaken van sporters, waarschijnlijk juist bij mensen met een laag inkomen. Zwembaden blijven, ondanks alle duurzaamheids- en energie besparende maatregelen, grootverbruikers. Maak in samenwerking met de regio/gemeenten een maatwerkaanpak onder de huidige verduurzamingsprogramma’s,. Culturele instellingen (zoals musea) bevinden zich vaak in monumentale panden, wat verduurzaming kan bemoeilijken omdat de daarvoor benodigde aanpassingen niet kunnen worden vergund.

Om de maatregelen haalbaar en effectief te maken voor maatschappelijke voorzieningen is het volgende nodig: • Specifieke 100% vergoedende subsidies voor verduurzaming van installaties, elektrificatie en energieopslag. • Compensatieregelingen voor instellingen en verenigingen met beperkte investeringscapaciteit. • Gefaseerde invoering van maatregelen, met overgangsregelingen tot bijvoorbeeld 2035. • Ruimte voor maatwerk bij instellingen of verenigingen met lopende renovatie- of verduurzamingsprojecten. • Begeleiding bij vergunningverlening, vooral bij monumentale panden. • Advies over beschikbare technieken en alternatieven bij netcongestie. 6. Recreatie en toerisme Onder initiatief van de provincie is een aantal jaren geleden in regionaal verband het programma Vitale Vakantieparken gestart. Bij aanvang steunde dit programma op een aantal pijlers met als doel te komen tot een vitaal, sterk aanbod van aantrekkelijke verblijfsrecreatie op de Veluwe. Het traject is ingezet om verloedering, misstanden en het verder afglijden van de parken te voorkomen. Met recht kan gesteld worden dat de Veluwse gemeenten hier werk van hebben gemaakt. Innovatie, vernieuwing en revitalisering zijn daarbij essentieel. De branche moet aantrekkelijk kunnen blijven waarbij het zaak is vooral zuinig en goed om te gaan met de bestaande voorraad aan parken.

Tijden van grootschalige nieuwvestiging van parken zijn voorbij. Bij veel vakantieparken is vanwege de stikstofcrisis de afgelopen jaren al helder geworden dat een uitbreiding niet meer mogelijk is. Echter, door de voorgenomen zone van 500 meter en de afroming van 35% voor intern salderen is een herontwikkeling waarbij het bestaande aantal recreatieverblijven gelijk blijft ook niet meer mogelijk. Hierbij is relevant dat bij de beoordeling van de Natura2000-activiteit de vervanging van oude recreatieverblijven door nieuwe recreatieverblijven volgens de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024 moet worden aangemerkt als een nieuw project. Een (beperkte) wijziging van een bestaand project moet namelijk worden beschouwd als nieuw project, omdat niet sprake is van voortzetting van één-en-hetzelfde-project. Hierdoor moet het gehele vakantiepark in ogenschouw worden genomen. Het directe gevolg hiervan is dat een vakantiepark in deze context niet meer kan vernieuwen en aantrekkelijk kan blijven voor de recreant. Dit leidt ertoe dat de kwaliteit van de recreatieverblijven steeds verder achteruitgaat, omdat stacaravans uit de jaren ’80 en ’90 niet worden vervangen door brandveiligere en energiezuinigere recreatieverblijven. Praktijkvoorbeelden zijn de parken van Topparken, de parken van EuroParcs en het Lorkenbos.

Daarnaast kan niet meer worden ingespeeld op de actuele behoefte van de consument, waardoor de vitaliteit en de businesscase op termijn onder druk komen te staan. Dit heeft tot gevolg dat het illegale gebruik in de vorm van permanente bewoning weer toe gaat nemen, omdat de recreatieverblijven door een bouwvallige staat en gebrek aan revitalisering niet meer geschikt zijn voor de vakantiemarkt. Permanente bewoning door arbeidsmigranten en personen met een maatschappelijke achterstand of zorgvraag ligt hiermee op de loer. Uiteindelijk kan dit leiden tot meer ondermijning. Tevens zal de

Datum: Betreft:

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

permanente bewoning ertoe gaan leiden dat dat de stikstofdepositie feitelijk toeneemt, omdat permanente bewoning een hogere verkeersgeneratie kent dan recreatiewoningen. De vakantieparken hebben een belangrijke bijdrage aan de regionale economie: gasten van vakantieparken in Ede, Barneveld en Putten besteden samen zo’n 188 miljoen euro aan horeca en detailhandel. De totale economische impact van vakantieparken in de elf Veluwse gemeenten van de Vitale vakantieparken op de Veluwe is omvangrijk met 756 miljoen euro per jaar. Wij pleiten daarom voor maatwerk voor vakantieparken door te sturen op verduurzaming via de ‘1 park- 1 plan aanpak’. Wij zien hiervoor kansen binnen het programma Vitale Vakantieparken, waarbij het zwaartepunt van dat programma dan kan komen te liggen bij verduurzaming in de breedste zin van het woord. Waarbij het streven dan is om een totaal plan te zien als één activiteit, waarbij één beoordeling van een natuurvergunning plaatsvindt. Als de provincie toch een 35% stikstofreductie wenst bij elke herontwikkeling van een vakantiepark, dan vragen wij u om aan de voorkant te onderzoeken of zo’n stikstofreductie van 35% of hoger haalbaar is. Een deel van de vakantieparken is de laatste jaren al verduurzaamd en zij kunnen weinig extra stikstofreductie behalen. 7.

Energie en energieinfrastructuur De verduurzaming door verminderen van gasverbruik, de emissienormen op stookketels, gebruik van emissieloze werktuigen én elektrificatie van het verkeer in de strook gaan veel vragen van het elektriciteitsnetwerk. Met het strokenbeleid zal de inzet op de energieinfrastructuur in de strook moeten versnellen. Het vraagt onder andere om tijdig opschalen van de infrastructuur om uitvoering van de regels mogelijk te maken. Stuur daarom in de strook expliciet niet alleen op stikstof, maar maak samen met de netbeheerders en gemeenten een plan voor de strook om netcongestie tegen te gaan om het verduurzamen mogelijk te maken. Wij pleiten ervoor om aansluiting te zoeken bij het Regionaal Energiestrategie(RES) van de gemeenten in Regio Foodvalley. Zo wordt de verduurzaming van locaties afgestemd op het beschikbare netwerk, infrastructuur en verduurzamingsplannen. In plaats van een uniforme norm adviseren wij een gefaseerde aanpak af te stemmen met netwerkbeheerder Liander. Hierin dient tenminste een prioriteitsplanning voor de infrastructuur in de 500 meter strook te zijn opgenomen, in combinatie met prioriteit voor grootverbruikers (o.a. economische en maatschappelijke voorzieningen) en koppeling aan bestaande verduurzamingssubsidies.

Concreet kunnen de volgende stappen helpen in het verbeteren van de energieinfrastructuur: • Geef energieprojecten die bijdragen aan de energieinfrastructuur versneld een natuurvergunning door te erkennen dat deze projecten emissiereductie faciliteren en versnellen. Behandel deze vergunningaanvragen met voorrang en hanteer hiervoor een specifieke onderbouwing voor additionaliteit van ingezette stikstofruimte. • Bouw netcongestieneutraal in de strook door te kiezen voor totaaloplossingen in woningen (warmte-koude oplossingen (WKO), Energie Management Systeem (EMS) in combinatie met batterijopslag van overtollige zonnestroom) • Stimuleren van bio-based materialen, want dit zorgt niet alleen voor winterwarm maar ook voor zomerkoel wat energieverbruik reduceert. • Faciliteren van laadinfrastructuur om uitstoot in de gebruiksfase van woningen te verminderen. • Ga isolatieprogramma’s intensiveren binnen de stroken: stimuleer het isoleren van bestaande woningen, nieuwe woningen, bedrijven, vakantieparken etc. Houd hierbij rekening met al ingezette verduurzamingstrajecten.

• Stimuleer nieuwe duurzame initiatieven in de strook zoals energiehubs, buurtbatterijen of lokale warmtenetten waarin opslag, opwek en vraagsturing geïntegreerd zijn • Door bij uitkoop of transitie van agrarische bedrijven de bestaande netaansluiting te behouden en te benutten voor opwek en opslag, kan schaarse capaciteit in het elektriciteitsnet optimaal worden ingezet. Dit voorkomt extra druk op de

Datum: Betreft:

•

31-10-2025 Reactie op denkrichtingen Strokenbeleid

netinfrastructuur en levert ruimte op voor nieuwe duurzame initiatieven, zoals energiehubs, buurtbatterijen of lokale warmtenetten Ons voorstel is om bij gebiedsontwikkelingen en pilotprojecten standaard een “netcongestiecheck” op te nemen, waarin wordt gekeken hoe bestaande aansluitingen slim hergebruikt kunnen worden. Dit versterkt de businesscase voor duurzame stroom en helpt tegelijkertijd de stikstof- en CO₂-doelstellingen te realiseren.

8. Mobiliteit en infrastructuur De regiogemeenten werken al langere tijd aan het verduurzamen van mobiliteit. Wij herkennen ons in de voorgestelde denkrichtingen die in deze lijn liggen. Graag brengen we in dit licht wel een aantal punten onder de aandacht om gezamenlijk in een later stadium te verkennen: • Verlaging van snelheid op N-wegen rondom de Veluwe kan een negatief (afwentelings)effect hebben op lokale wegen. Dit risico vraagt om het maken van een nadere doorrekening van de keuzes voor afsluitingen, de gevolgen in kaart te brengen en aandacht te hebben voor aanpassing van het omliggend wegennetwerk. • Stimuleren, financieren en waar mogelijk versneld vergunnen van het aanleggen van fietsinfrastructuur en mobiliteitshubs om in de strook de mobiliteitstransitie te versnellen. • Stimuleren Elektrisch laden bij toeristische overstappunten. • Stimuleren elektrische fietsen etc. op recreatieparken • Promotie van provinciale subsidiemogelijkheden en mobiliteitscoaches bij bedrijven in Wageningen, Ede, Barneveld en Putten ondernemers en instellingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9321706a-8161-468e-910b-c01144d8631a