B-3.20 Besluit B&W Nota Bovenwijkse Investeringen 2024 d.d. 21-5-24
Tekst van het document
Organisatieonderdeel: Leefomgeving Behandelaar: B. van Well Telefoonnummer: Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. <Neem dossiernr over uit Ibabs> Barneveld, Portefeuillehouder: B. Wijnne Op overzicht Bestaand beleid (website)
Nota Bovenwijkse Investeringen 2024 (NBI 2024)
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met de Nota Bovenwijkse Investeringen 2024 (NBI 2024) 2. Dit besluit en de NBI 2024 ter kennisname (via rubriek B) aan te bieden aan de raad
1. Inleiding Het NBI heeft als doel het verhalen van de kosten voor gemeentelijke infrastructurele projecten en ziet daarmee op verhalen van kosten bij ontwikkelende partijen door een financiële bijdrage te verlangen. De Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) wordt, conform raadsbesluit 19-59 (d.d. 10 juli 2019), jaarlijks geactualiseerd. Voorliggende Nota Bovenwijkse Investeringen 2024 (NBI 2024) betreft een actualisatie van de NBI 2023 en geeft invulling aan genoemd besluit. Deze actualisatie ziet op het verwerken van gerealiseerde kosten en opbrengsten (boekwaarden), het opnieuw ramen van de resterende kosten en bijdragen alsmede het actualiseren van de beoogde planning van werken, werkzaamheden en maatregelen. Er zijn geen beleidstoevoegingen en/of -wijzigingen. De basis van de in de NBI genoemde bovenwijkse investeringen en ontwikkelingslocaties zijn de vastgestelde Structuurvisie Kernen 2022 (december 2011) en de daaropvolgende deeluitwerkingen (masterplannen e.a.). Met de eerste vaststelling van de Nota Bovenwijkse Investeringen in 2013 door de gemeenteraad heeft de gemeente invulling gegeven aan de mogelijkheden die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de gemeente heeft geboden voor kostenverhaal en het stellen van (uitvoeringsgerichte) locatie-eisen bij particuliere grondexploitaties (ook bekend als zelfrealisatie).
Onder de Omgevingswet (Ow), die per 1 januari 2024 in werking is getreden, is dit niet anders. Zolang nog geen Omgevingsvisie is vastgesteld, is de Structuurvisie Kernen 2022 de grondslag voor de NBI. Er is sprake van overgangsrecht.
2. Beoogd effect Meetbaar effect • Toepassing geven aan de wettelijke mogelijkheden voor kostenverhaal van bovenwijkse investeringen; • Het benoemen en leveren van een actueel overzicht van de bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld; • Het vaststellen van de verhaalbare kosten, die de gemeente maakt met betrekking tot bovenwijkse investeringen, die ten laste worden gebracht aan ontwikkelende partijen; • Inzicht te verschaffen in de bovenwijkse investeringen door de relevante aspecten (voortgang, (restant) kosten, doorlooptijd, etc.) hiervan toe te lichten en op eenduidige wijze hierover te rapporteren, per investering en in samenhang. Maatschappelijk effect Niet van toepassing
-2-
3. Argumenten De opgenomen ‘Bovenwijkse investeringen’ en ‘Ontwikkelingslocaties’ zijn gebaseerd op de Structuurvisie Kernen Barneveld 2022. Met het gebruik van diverse verdeelsleutels geeft de gemeente op objectieve wijze nader invulling om de kosten van bovenwijkse investeringen te verdelen over de in de NBI aangewezen ontwikkelingslocaties. De jaarlijkse evaluatie van de nota zorgt voor een actueel overzicht van de voorgenomen bovenwijkse investeringen, ontwikkelingslocaties, bij de investeringen behorende kosten en de verdeling hiervan. Dit wordt telkens gebaseerd op de dan geldende inzichten ten aanzien van deelplanuitwerkingen, voortgang realisatie, ontwikkeling van kosten en rente etc. Voor zover dit geen aanleiding geeft tot wijzigingen in het gevoerde beleid zal de raad jaarlijks worden geïnformeerd. Financiële consequenties worden verwerkt in de Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG), jaarrekening en begroting.
4. Kanttekeningen In de periode 2024/2025 zal een Omgevingsvisie worden vastgesteld. Deze vervangt in principe de Structuurvisie Kernen. Deze Omgevingsvisie vormt daarmee de nieuwe basis voor het kostenverhaal zoals uitgewerkt in de NBI. In de Omgevingsvisie zal derhalve hierover iets moeten worden opgenomen. Een bestendiging van het beleid zoals verwoord in de NBI is voorstelbaar maar geen vereiste. Min of meer gelijktijdig met de uitwerking van de Omgevingsvisie zal derhalve een nieuwe NBI, of Nota Kostenverhaal met verbrede werking, worden opgesteld en ter besluitvorming worden aangeboden aan de raad.
5. Financiën Het NBI heeft als doel het verhalen van de kosten voor gemeentelijke infrastructurele projecten en ziet daarmee op verhalen van kosten bij ontwikkelende partijen door een financiële bijdrage te verlangen. Voor zover de gemeente zich manifesteert als ontwikkelende partij zijn deze opgenomen in de geactualiseerde grondexploitaties van de MPG en vervolgens verwerkt in de jaarrekening. Ook wordt in de jaarverslaggeving de mutaties (vermeerderingen en verminderingen) en de stand van de ‘Reserve Bovenwijkse voorzieningen’ weergegeven. De MPG en jaarverslaggeving worden ter besluitvorming aangeboden aan de raad.
6. Participatie en communicatie Participatie Niet van toepassing Communicatie via rubriek B, ter kennisname, naar de raad. Een raadsbesluit is niet nodig omdat de NBI 2024 niet ziet op beleidswijzigingen (geen wijzigingen in de aangewezen bovenwijkse investeringen en/of verdeelsleutels).
7. Uitvoering Planning Eénmaal per jaar Evaluatie/controle jaarlijkse evaluatie en actualisatie.
8. Bijlagen 1. Nota Bovenwijkse Investeringen 2024, als pdf
Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) 2024 t.b.v. kostenverhaal
Kaftfoto: Grondwerken nieuwbouwwijk Oostbroek Kootwijkerbroek (Bron: Jan van Uffelen)
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving ............................... 27
Inhoudsopgave
5.1 Toelichting ............................................................................................ 27 5.2 Harselaar-tunnel ................................................................................. 28 5.3 Esvelderbeekzone .............................................................................. 30
1. Doel en reikwijdte..................................................................................... 3
5.4 Randweg West .................................................................................... 32
1.1 Aanleiding en doelstelling ................................................................... 3
5.5 Fiets(snel)paden ................................................................................. 34
1.2 Status en reikwijdte .............................................................................. 4
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose ......................................... 36
1.3 Aanpak ................................................................................................... 4
Bijlage 2 Verdeelsleutel opbrengstpotentie ......................................... 45
1.4 Leeswijzer ............................................................................................. 6
Bijlage 3 Verdeelsleutel woningequivalenten ...................................... 47
2. Wettelijk kader .......................................................................................... 7
Bijlage 4 Begrippenlijst.............................................................................. 49
2.1 Bouw- en gebruiksactiviteiten en kostenverhaal ............................. 7 2.2 Bovenwijkse investeringen ................................................................. 8 2.2.1 Bovenwijkse voorzieningen ............................................................. 8 2.2.2 Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving ............................. 9 3. Voorfinanciering en kostenverhaal ................................................... 10 3.1 Voorfinanciering.................................................................................. 10 3.2 Kostenverhaal ..................................................................................... 10 3.3 Nacalculatie en afrekenen ................................................................ 11 4. Bovenwijkse voorzieningen ................................................................ 13 4.1 Toelichting ........................................................................................... 13 4.2 Harselaar-projecten ........................................................................... 14 4.2 Thorbeckelaan-Noord ........................................................................ 16 4.8 Voorthuizen-Zuid ................................................................................ 18 4.9 Bloemendal (Barneveld-Noord) .......................................................
20 4.10 Verbindingsweg ................................................................................ 22 4.11 Oostbroek .......................................................................................... 24 Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
2
1. Doel en reikwijdte
1. Doel en reikwijdte
1.1 Aanleiding en doelstelling Aanleiding Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) Met de eerste vaststelling van de Nota Bovenwijkse Investeringen in 2013 door de gemeenteraad heeft de gemeente invulling gegeven aan de mogelijkheden die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de gemeente heeft geboden voor kostenverhaal en het stellen van (uitvoeringsgerichte) locatie-eisen bij particuliere grondexploitaties (ook bekend als zelfrealisatie). Onder de Omgevingswet (Ow), die per 1 januari 2024 in werking is getreden, is dit niet anders. Voorliggende NBI borduurt voort op het beleid dat in 2013 is ingezet. Daar waar in deze nota wetsartikelen worden aangehaald, zijn die uit de oude wet (Wro/Bro) vervangen door de artikelen uit de nieuwe Omgevingswet en het Omgevingsbesluit (Ow/Ob). Een van de aspecten die een rol speelt bij het kostenverhaal zijn de ‘bovenwijkse investeringen’, een verzamelterm voor diverse investeringen waar meerdere ontwikkelingslocaties profijt van ondervinden en/of die het algemeen belang dienen waarbij het nut verder gaat dan die ene straat of (nieuwbouw)wijk. Voor Barneveld zijn de volgende bovenwijkse investeringen van belang: A. Bovenwijkse voorzieningen; B. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving.
De basis van de in de NBI genoemde bovenwijkse investeringen en ontwikkelingslocaties zijn de vastgestelde Structuurvisie Kernen 2022 (december 2011) en de daaropvolgende deeluitwerkingen (masterplannen e.a.). In de afgelopen jaren zijn, en in de komende jaren worden, de in de structuurvisie aangewezen gronden verder ontwikkeld. De gemeente heeft niet alle gronden in eigendom. Om een integrale ontwikkeling te borgen is voor elk van de plangebieden het voorgenomen programma en de hoofdstructuur van wegen, groen en water vastgelegd. Aanvragen van derden worden hieraan getoetst. Deze hoofdstructuren betreffen bovenwijkse voorzieningen die door de Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
gemeente veelal worden voorgefinancierd, waarna de kosten op een later moment worden verhaald op de betrokken grondexploitanten cq. ontwikkelaars van de deellocaties. Van belang bij het toepassen van de wettelijke mogelijkheden om te komen tot kostenverhaal is dat zowel de relatie tussen de investering en de ontwikkelingslocatie als de hoogte van de kostenbijdrage kan worden gemotiveerd. De wet en genoemde begrippen worden in hoofdstuk 2 nader toegelicht. Actualiteit Voorliggende Nota Bovenwijkse Investeringen 2024 (NBI 2024) betreft een actualisatie van de NBI 2023. Deze actualisatie ziet op het verwerken van gerealiseerde kosten en opbrengsten (boekwaarden), het opnieuw ramen van de resterende kosten en bijdragen alsmede het actualiseren van de beoogde planning van werken, werkzaamheden en maatregelen. Er zijn geen beleidstoevoegingen en/of -wijzigingen. Zolang nog geen Omgevingsvisie is vastgesteld is de Structuurvisie Kernen 2022 de grondslag voor de NBI. Er is sprake van overgangsrecht. In de periode 2024/2025 zal een Omgevingsvisie worden vastgesteld. Deze vervangt in principe de Structuurvisie Kernen. Deze Omgevingsvisie vormt daarmee de nieuwe basis voor het kostenverhaal zoals uitgewerkt in de NBI. In de Omgevingsvisie zal derhalve hierover iets moeten worden opgenomen. Een bestendiging van het beleid is voorstelbaar.
Doelstellingen De doelstellingen van de NBI zijn: • Toepassing geven aan de wettelijke mogelijkheden voor kostenverhaal van bovenwijkse investeringen; • Het benoemen en leveren van een actueel overzicht van de bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld; • Het vaststellen van een methodiek, gebaseerd op de wettelijke mogelijkheden, om kosten die de gemeente maakt met betrekking tot bovenwijkse investeringen te verhalen op ontwikkelende partijen; • Inzicht te verschaffen in de bovenwijkse investeringen door de relevante aspecten (voortgang, (restant) kosten, doorlooptijd, etc.) hiervan toe te lichten en op eenduidige wijze hierover te rapporteren, per investering en in samenhang. 3
1. Doel en reikwijdte 1.2 Status en reikwijdte
1.3 Aanpak
De NBI gaat in op alle bekende bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld. De peildatum van dit NBI is 1-1-2024, waarmee de prijspeildatum één jaar opschuift ten opzichte van de NBI 2023. Door de marktontwikkelingen zijn de prijzen gestegen. Gezien het financiële karakter van voorliggende NBI worden de inzichten hiervan meegenomen in de reguliere planning-en-control cyclus (Kadernota, begroting en jaarverslaggeving, waaronder de actualisatie van de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG)). Dat wil zeggen dat deze ieder jaar wordt geactualiseerd in de periode rondom de jaarrekening (idealiter gelijktijdig met de jaarrekening of de kadernota). Deze actualisatie ziet op alle aspecten, dus: actualiseren van de gerealiseerde kosten en opbrengsten, kostenramingen, (detail)ontwerpen, kosten-verdeelsleutels, planning en fasering etc.
Opzet NBI Omwille van de leesbaarheid, mede richting derden en zelfrealiserende partijen, zijn de bovenwijkse voorzieningen per integrale ontwikkelingslocatie behandeld. Daarnaast zijn de gemoeide kosten (investeringen) en te ontvangen opbrengsten (dekking: bestaande uit subsidie, kostenbijdrage derden, kostenbijdrage gemeente en bijdrage ‘bestaand gebied’) middels kasstromen weergegeven, vergelijkbaar met de wijze waarop de grondexploitaties zijn weergegeven in de meerjarenprognose grondexploitaties (MPG). Een kasstroomoverzicht is een weergave van kosten en opbrengsten per jaar. Bij toepassing van deze methode wordt rekening gehouden met rente en prijsstijgingen gedurende de looptijd van het project. De opgenomen ramingen van kosten en opbrengsten zijn nominaal bepaald op het huidige prijspeil (1 januari 2024).
De NBI heeft consequenties voor alle in de nota genoemde ontwikkelingslocaties. Het maakt daarbij niet uit of het om een particuliere dan wel om een door de gemeente geïnitieerde ontwikkeling gaat. Voor zover er wordt voldaan aan de criteria uit de Ow dient een ontwikkelingslocatie in beginsel bij te dragen aan de bekostiging van de in deze NBI benoemde bovenwijkse investeringen. Deze criteria worden in hoofdstuk 2 toegelicht. De laatst vastgestelde NBI vormt de basis voor: (i) De financiële bepalingen, met betrekking tot de bovenwijkse investeringen, in de op dat moment te sluiten (anterieure) overeenkomst met een ontwikkelende partij en (ii) De kostenverhaalregels in het Omgevingsplan of -voorschriften in de Omgevingsvergunning, voor de situatie dat het sluiten van een (anterieure) overeenkomst niet is gelukt. De regeling Ontwikkeling Fonds Platteland Barneveld, reeds eerder door de raad vastgelegd in een raadsbesluit (raadsvoorstel nr 09-109, vastgesteld d.d. 19 januari 2010), blijft separaat van de NBI van kracht. Echter, daar waar de NBI van kracht is, geldt niet de regeling Ontwikkeling Fonds Platteland noch het Functieveranderingsbeleid.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
Werkwijze De stappen die gezet zijn om te komen tot de actualisatie van de bovenwijkse voorzieningen zijn: • Doorlopen traject (proces) om alle projectkenmerken en gehanteerde uitgangspunten te beoordelen op houdbaarheid. Indien nodig worden de verdeelsleutels geactualiseerd; • Verwerken van de gerealiseerde kosten en ontvangen bijdragen (boekwaarden); • Actualiseren rekenparameters (zie toelichting hieronder); • Actualiseren van de fasering in de tijd van de werken en werkzaamheden; • Actualiseren van ramingen van kosten en te ontvangen bijdragen naar het huidige prijspeil. Kosten geraamd Voor zover werken, werkzaamheden en maatregelen nog niet zijn gerealiseerd, zijn de kosten hiervan geraamd. De aard van deze kosten sluit aan bij de kostensoorten uit het Omgevingsbesluit (art. 8.15 en bijlage IV). De kosten worden geraamd op normatieve bedragen vanuit een planeconomisch prijzenboek en ervaringscijfers. Deze ramingen worden vervangen door een
4
1. Doel en reikwijdte ‘directiebegroting’ zodra deze bekend is of, na oplevering, door de gerealiseerde kosten. De volgende kostensoorten zijn hierbij in beschouwing genomen: • Inbrengwaarde benodigde gronden. Het gaat om kosten voor de benodigde gronden, inclusief eventuele opstallen, vrijmaken van de gronden en sloopwerkzaamheden; • Plan- en onderzoekskosten. Deze kosten hebben betrekking op: o Onderzoeken van omgevingsaspecten zoals archeologie, flora en fauna, bodem, niet-gesprongen explosieven, geluid, luchtkwaliteit etc.); o Gemeentelijke apparaatskosten (inzake verwerving, stedenbouw, milieu en verkeer; planologisch besluit (ruimtelijke ordening); o Voorbereiding, toezicht en administratie (inzake engineering civiele werken, bestek en aanbesteding); o Directievoering op de werken; o Landmeten/vastgoedinformatie; o Communicatie en participatie; o Projectmanagement en financieel beheer. De hoogte van de plan- en onderzoekskosten wordt bepaald middels een forfaitair omslagpercentage van 30% over de kosten van werken en werkzaamheden. Uitzondering op de hoogte van dit forfaitair omslagpercentage is de ‘Oostelijke rondweg Barneveld’, onderdeel van het totaal aan hoofd-infrastructurele werken, werkzaamheden en maatregelen voor de ontwikkeling van Harselaar-Driehoek (oost resp. west) en Harselaar-Zuid (fase 1A, resp. fase 1B en fase 2).
In verband met de integrale project- en procesaansturing van de rondweg is het forfaitair omslagpercentage verlaagd naar 10%. • Realisatiekosten van de civiele werken en werkzaamheden. Deze kosten hebben betrekking op: o Grondverbeteringen; o Riolering HWA en/of DWA; o Verharding; o Hoofdwatergangen en wadi’s en groen t.b.v. de hoofdstructuur; o Civiele kunstwerken (bruggen, tunnels, dam met duikers); o Verlichting, bebording, verkeersveiligheidsmaatregelen. • Kosten voor (milieu- en natuur-) maatregelen (zoals boscompensatie en opheffen hindercontouren);
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
•
Rente over de kosten van gerealiseerde werken, werkzaamheden en maatregelen verminderd met renteopbrengsten. De hoogte van de rentelast wordt per jaarschijf bepaald en voor dat jaar gefixeerd, waarbij het rentepercentage van dat jaar aansluit bij de rekenrente van de gemeentelijke grondexploitaties (aansluiting bij BBV-stelsel).
Rekenparameters De (prijs)peildatum van de NBI is 1-1-2024. Dat is de datum waarop de nominale kosten van de resterende werken, werkzaamheden en maatregelen zijn bepaald. Een kostenindex wordt gehanteerd om de inflatie van deze nominale ramingen (prijspeil 1-1-2024) over de resterende looptijd op te vangen. Deze sluit aan bij de indices die worden gehanteerd bij grondexploitaties, een en ander conform de memo ‘Parameters grondexploitatie (MPG 31-12-2023)’. Deze kostenindex is in onderstaande tabel weergegeven. Periode 2024 2025 t/m 2026 2027 en verder
Kostenindex-% +4,00 +3,00 +2,00
De rekenrente is van belang om de rentelast van gerealiseerde kosten en opbrengsten, de zogenaamde boekwaarde, te bepalen. De gemeente hanteert bedrijfseconomisch en fiscaal dezelfde rente en deze sluit aan bij de regels die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) hieraan stelt. Deze rente is in onderstaande tabel weergegeven. Periode 2009 t/m 2012 2013 t/m 2014 2015 2016 2017 t/m 2018 2019 2020 2021 t/m 2022 2023 2024
Rekenrente-% +4,50 +4,25 +4,00 +2,70 +2,40 +2,20 +2,10 +1.24 +1,19 +1,63
5
1. Doel en reikwijdte Doorlopende verbetercyclus De NBI wordt jaarlijks geactualiseerd en, aan de hand van de resultaten van een doorlopende evaluatie, inhoudelijk verbeterd.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader geschetst. In hoofdstuk 3 wordt stil gestaan bij de wijze van (voor)investeren en het kostenverhaal. In hoofdstuk 4 zijn de bovenwijkse voorzieningen per integrale ontwikkeling, beschreven en toegelicht. Middels kasstromen is de boekwaarden-ontwikkeling per investering weergegeven. Hiermee wordt inzicht verkregen in de voortgang van de realisatie (kosten) alsmede het kostenverhaal (dekking). In hoofdstuk 5 wordt een nadere toelichting gegeven op het ongewijzigde gemeentelijk beleid met betrekking tot de kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving en de te betalen bijdrage.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
6
2. Wettelijk kader deze bij de gemeente om die beschikking. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwactiviteiten uit te voeren.
2. Wettelijk kader
2.1 Bouw- en gebruiksactiviteiten en kostenverhaal Het kostenverhaal in de NBI is gebaseerd op de Omgevingswet die per 1 januari 2024 inwerking is getreden, maar kent zijn oorsprong in de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008). Net als onder de Wro verplicht de Omgevingswet (artikel 13.11, eerste lid) de gemeente tot kostenverhaal bij bouw- en gebruiksactiviteiten (artikel 8.13 Omgevingsbesluit) die mogelijk worden gemaakt op grond van een nieuw toegedeelde functie. Gemeenten hebben hiermee wettelijke instrumenten gekregen om kosten die zij maken bij de ontwikkeling van locaties (onder andere voor de inrichting van de openbare ruimten en plankosten) te verhalen op ontwikkelende partijen en uitvoeringsgerichte locatie-eisen te stellen. De gemeente is hiermee in staat om deze ontwikkelingen te sturen. Belangrijk daarbij is dat het stelsel rechtszekerheid biedt en ‘free-riders’ niet meer de kans geeft het kostenverhaal te ontwijken. In de wet blijft vrijwillige samenwerking voorop staan. Gemeenten kunnen en zullen bij voorkeur nog steeds proberen om privaatrechtelijke overeenkomsten te sluiten met ontwikkelende partijen. Partijen hebben dan voorafgaand aan het planologisch besluit zekerheid over het programma, fasering en volgordelijkheid van werken, werkzaamheden en maatregelen, betaalmomenten etc.
Als partijen er niet in slagen om afspraken te maken in een anterieure overeenkomst over het gemeentelijk kostenverhaal, is de gemeente wettelijk verplicht om het kostenverhaal publiekrechtelijk te regelen. Dat doet zij door kostenverhaalregels toe te voegen aan een omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften op te nemen in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het verhalen van de kosten loopt dan via een kostenverhaalbeschikking. Zodra een initiatiefnemer aan de slag wil, vraagt Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
De mogelijkheid om via het publiekrecht kosten te verhalen en locatie-eisen te stellen betekent in de praktijk dat deze methodiek haar schaduw vooruit werpt over de te sluiten vrijwillige overeenkomst. In onderstaand kader wordt het verplicht kostenverhaal zoals verwoord in Omgevingswet nader toegelicht. Toelichting verplicht kostenverhaal In artikel 8.13 van het omgevingsbesluit is opgenomen bij welke bouw- en gebruiksactiviteiten er sprake is van verplicht kostenverhaal. Het gaat om a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² brutovloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien gebouwen met een woonfunctie betreft; of f.
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfunctie ten minste 1.500 m² bedraagt. Een gemeente moet haar kosten verhalen en mag er niet van afzien. Is het kostenverhaal met alle grondeigenaren verzekerd dan kan de gemeenteraad afzien van het publiekrechtelijke instrumentarium. Er hoeven dan geen kostenverhaalregels of – voorschriften te worden toegevoegd aan een omgevingsplan of -vergunning. Door deze constructie werkt het publiekrechtelijke instrument van het kostenverhaal en locatie-eisen in de praktijk aanvullend, voornamelijk als een stok achter de deur.
7
2. Wettelijk kader 2.2 Bovenwijkse investeringen In de NBI wordt nader invulling gegeven aan de bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld. Het betreft investeringen waar meerdere ontwikkelingslocaties profijt van ondervinden of die het algemeen belang dienen van de gemeente Barneveld. Het profijt gaat hierbij verder dan die ene straat of (nieuwbouw)wijk. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • Bovenwijkse voorzieningen (Ow, artikel 13.11); • Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving (Ow, artikel 13.23 en 13.24). Om dit onderscheid tussen de bovenwijkse investeringen te maken hanteert de Ow drie toetsingscriteria, te weten: ‘profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit’. De drie criteria worden hieronder toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de definities van ‘bovenwijkse voorzieningen’ en ‘kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving’ Toelichting toetsingscriteria verplicht kostenverhaal • Profijt De ontwikkelingslocatie moet nut ondervinden van de te treffen werken, maatregelen of voorzieningen. Deze toets geldt alleen voor de ontwikkelingslocatie als zodanig. Bij maatregelen zoals het opheffen van stankcirkels en bij compensatie buiten het gebied schuilt het profijt in het feit dat dankzij deze ingrepen een groter gebied ontwikkeld kan worden.
• Toerekenbaarheid (causaliteit) Er moet een causaal verband bestaan tussen de ontwikkelingslocatie en de kosten. De werken, maatregelen en voorzieningen zouden niet aan de orde zijn zonder dat plan of de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van het plan. Wanneer uitgaven langs een andere weg gedekt dan wel gefinancierd worden (subsidies, gebruikstarief) zijn deze niet toerekenbaar. • Proportionaliteit Indien meerdere gebieden profijt hebben van een werk, maatregel of voorziening moeten de kosten naar evenredigheid (neergelegd in expliciet gemaakte verdeelmaatstaven) worden verdeeld. Dat betekent dat de gemeente transparant moet aanduiden langs welke criteria deze kosten verdeeld worden. Verdeelmaatstaven die veel worden gebruikt zijn opbrengstpotentie, verkeersprognoses, uitgeefbaar-m2, aantal woningen of woningequivalent etc.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
Per investering dient te worden bezien in hoeverre invulling kan worden gegeven aan de drie criteria. Voor zover een investering valt onder het begrip ‘bovenwijkse voorziening’, valt deze niet onder het begrip ‘kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving’. Een bovenwijkse investering kan niet voor de ene ontwikkelingslocatie beschouwd worden als bovenwijkse voorziening en voor de andere als een kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving. Het is voor de gemeente dus niet mogelijk om kostendekking voor een specifieke bovenwijkse investering te realiseren door beide sporen te bewandelen.
2.2.1 Bovenwijkse voorzieningen Met bovenwijkse voorzieningen worden voorzieningen bedoeld die een functie hebben voor meerdere ontwikkelingslocaties. Deze kunnen zowel buiten als binnen de begrenzing van de aangewezen ontwikkelingslocatie liggen. Het zijn dus niet altijd voorzieningen die daarbuiten zijn gesitueerd. Voorbeelden (niet uitputtend) van bovenwijkse voorzieningen zijn: • de aanleg van een randweg die meerdere ontwikkelingsgebieden met elkaar verbindt en/of de hoofdontsluiting vormt naar het bestaande wegennet; • aanpassingen van bestaande kruispunten omwille van de nieuwe ontwikkelingen; • de aanleg van een centraal gelegen park dat openbaar toegankelijk is; • watercompenserende maatregelen; • het opheffen van hindercontouren (stankcirkels etc.); • etc. In artikel 8.15 het Omgevingsbesluit (Ob) zijn de kostensoorten uitputtend beschreven die betrekking hebben op de bovenwijkse voorzieningen. Als de investering voldoet aan de drie criteria profijt, toerekenbaarheid (causaliteit) en proportionaliteit is sprake van een bovenwijkse voorziening. De gemeente is verplicht deze kosten te verhalen. Het gaat namelijk om een investering die is opgenomen in de kostensoortenlijst van het Ob en de kosten zijn onderdeel van de grondexploitatie.
Deze kosten kunnen zowel anterieur als publiekrechtelijk – middels het vaststellen van een omgevingsplan met kostenverhaalregels worden verhaald.
8
2. Wettelijk kader 2.2.2 Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving Onder de Omgevingswet kan de gemeente een aanvullende financiële bijdrage verlangen. Het moet dan gaan om financiële bijdragen aan gebiedsontwikkelingen (Ow, artikel 13.22) en/of kwaliteitsverbeteringen van de fysieke leefomgeving (Ow, artikel 13.23 en 13.24). Voorbeelden hiervan zijn: • uitloopgebieden en recreatieve netwerken; • wegen en kunstwerken; • natuur, waterberging; • saneren of opknappen van oude bedrijventerreinen; • parkeerfonds; • etc. Om een financiële bijdrage, die ziet op een kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving, te vragen is het niet noodzakelijk dat de drie criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit van toepassing zijn. Het gaat bovendien om een investering die niet hoeft voor te komen in de kostensoortenlijst van het Ob. Wel geldt als voorwaarde voor het vragen van een bijdrage dat de desbetreffende kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving is opgenomen in een vastgestelde structuur- of omgevingsvisie en/of (investerings)programma.
Ook nieuw onder de Omgevingswet is de mogelijkheid dat onder voorwaarden deze verlangde financiële bijdrage niet alleen via het privaatrechtelijke spoor, middels een anterieure overeenkomst, kan worden overeengekomen maar dat deze ook via het publiekrechtelijk spoor kan worden afgedwongen. Dit doet de gemeente door kostenverhaalregels op te nemen in een omgevingsplan. Hierin wordt tot uitdrukking gebracht om welke investeringen het gaat, welke (bouw)activiteiten een financiële bijdrage moeten leveren, de hoogte van de financiële bijdrage etc. Op dit moment wordt in de NBI 2024 geen invulling gegeven aan de verbrede werking die de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit bieden. Dit is punt van onderzoek en zal worden meegenomen bij het vaststellen van de omgevingsvisie die thans in voorbereiding is. De gemeente Barneveld bestendigt het voorgestane beleid. Net als voorgaande jaren vraagt zij om een financiële bijdrage als een ontwikkelingslocatie in ieder geval ‘profijt’ heeft van de desbetreffende kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving. Ontwikkellocaties die niet of nauwelijks profijt ondervinden van de kwaliteitsverbetering fysieke leefomgevingen worden niet gevraagd om een financiële bijdrage. De relaties tussen kwaliteitsverbetering fysieke leefomgevingen en ontwikkelingslocaties voor Barneveld is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5 van deze nota.
Zo beschouwd is deze regeling vergelijkbaar met de regeling onder de oude Wro, waar de gemeente bij de eerste vaststelling van de NBI in 2013 invulling aan heeft gegeven door investeringen op te voeren die bekend stonden als Ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn ook verschillen. Zo kunnen er financiële bijdragen worden verlangd voor andere activiteiten dan waarvoor het verplicht kostenverhaal geldt (zoals beschreven in de toelichting in paragraaf 2.1). Het gaat dan, bijvoorbeeld, om bouwwerken geen gebouw zijnde in de land- en tuinbouw, windmolens en zonnepaneelvelden etc. Meer hierover wordt beschreven in artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
9
3. Voorfinanciering en kostenverhaal
3. Voorfinanciering en kostenverhaal
3.1 Voorfinanciering Als de gemeente contracteert over kostenverhaal met een ontwikkelende partij zal in principe sprake zijn van een door de gemeente te aanvaarden verplichting de voorziening(en) op enig moment aan te leggen. Dit betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar moet stellen. De voorinvestering kan in principe plaatsvinden als 70% hiervan is gedekt door de som van de eigen verplichte gemeentelijke bijdrage, de bijdragen vanuit gemeentelijke grondexploitaties en/of bijdragen van gecontracteerde overeenkomsten met derden (conform Kadernota 2018-2021, juni 2017). Zodra de investeringen concreet ingepland zijn, worden deze als beleidstoevoeging (in de Kadernota) opgenomen, waarbij de raad een integrale afweging kan maken en invulling kan geven aan haar budgetrecht. Na akkoord (vaststelling) worden de kapitaallasten van de investering (rente en afschrijving) toegevoegd aan de begroting en betrokken bij de reguliere P&C cyclus. De investeringsaanvraag kan ook via een separaat raadsvoorstel plaatsvinden (deze route verdient niet de voorkeur). Het is voorstelbaar dat een aantal investeringen voorafgaand aan de te ontvangen bijdragen wordt gedaan. Een voorbeeld van deze situatie doet zich voor als (in opdracht van) de gemeente eerst een hoofdontsluitingsweg realiseert om bouwkavels bereikbaar te maken.
Op een later moment ontvangt de gemeente een kostenbijdrage van een ontwikkelende partij.
3.2 Kostenverhaal De realisatie van bovenwijkse voorzieningen en kwaliteitsverbetering fysieke leefomgevingen (samen de bovenwijkse investeringen) kent veelal een eigen dynamiek, planning en fasering. De termijn van de realisatie hiervan loopt daarom vaak niet parallel aan de looptijd van de grondexploitaties. Een grondexploitatie is op enig moment afgesloten terwijl de bovenwijkse investering nog niet of slechts gedeeltelijk is gerealiseerd. De andere situatie kan zich ook voordoen. Een bovenwijkse investering is gerealiseerd, terwijl één of meer van Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
de ontwikkelingslocaties die hier profijt van hebben nog ontwikkeld moeten worden. Dit tijdsaspect is vastgelegd in de artikel 13.11 lid 1 sub a en b van de Omgevingswet en artikel 8.15, bijlage IV, tabel A13 van het Omgevingsbesluit. Hieruit blijkt dat kosten voor gerealiseerde en nog te realiseren bovenwijkse investeringen in rekening mogen worden gebracht, inclusief bijbehorende rentelast. Subsidie en bijdragen derden In sommige gevallen is het mogelijk om voor investeringen een bijdrage en/of subsidie te ontvangen van derden (rijk, provincie, nutsbedrijven) dan wel een subsidie door de gemeente zelf. Indien sprake is van een subsidie voor een investering dient deze in mindering te worden gebracht op het totaal aan kosten van de investering – alvorens de resterende kosten naar rato (proportioneel) te verdelen over de profijtelijke (ontwikkelings)locaties (bestaand gebied, gemeentelijke ontwikkelingslocaties en die van derden). Deze aftopping voorkomt dat kosten niet dubbel worden verhaald. Bijdrage bestaand gebied De investeringen ‘bovenwijkse voorzieningen’ en ‘kwaliteitsverbetering fysieke leefomgevingen’ worden gevoed met bijdragen afkomstig vanuit de grondexploitaties van bepaalde ontwikkelingslocaties (waaronder gemeentelijke grondexploitaties).
Daarnaast geldt dat voor een aantal (dus niet alle) van de in deze nota beschreven bovenwijkse investeringen een deel van de kosten moet worden toegerekend aan bestaand gebied omdat deze ook profijt ondervindt. Vanuit de algemene middelen betaalt de gemeente deze bijdrage. Voor zover de kosten toe te rekenen zijn aan bestaand gebied worden deze niet verhaald op ontwikkelingslocaties. Bijdrage gemeentelijke grondexploitaties De gemeente ontwikkelt zelf ook haar gronden en heeft diverse grondposities die profijt ondervinden en die mede ten grondslag liggen aan de noodzaak om de genoemde bovenwijkse investeringen te plegen. De gemeente in de hoedanigheid van ontwikkelende partij betaalt derhalve hier aan mee. Dit komt tot uitdrukking in de gemeentelijke grondexploitaties. De bijdrage hieraan, conform de methodiek zoals beschreven in deze nota, is opgenomen als kostenpost in de gemeentelijke grondexploitaties waarover in de MPG wordt gerapporteerd. Op dit moment gaat het om de ontwikkelingen: Harselaar,
10
3. Voorfinanciering en kostenverhaal Thorbeckelaan-Noord, Voorthuizen-Zuid, Bloemendal, Verbindingsweg en Oostbroek.
worden de totale kosten naar rato van de opbrengstpotentie verdeeld over de percelen binnen de ontwikkelingslocatie.
Bijdragen derden, verplicht kostenverhaal Het kostenverhaal bij derden komt tot uitdrukking als sprake is van een bouwen gebruiksactiviteiten (artikel 8.13 Omgevingsbesluit) die mogelijk wordt gemaakt op grond van een nieuw toegedeelde functie en door invulling te geven aan de criteria ‘profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit’ (zie uitleg termen in hoofdstuk 2).
3.3 Nacalculatie en afrekenen
Er zal geprobeerd worden om afspraken te maken in een anterieure overeenkomst over het gemeentelijk kostenverhaal. Mocht dat niet lukken dan in de gemeente genoodzaakt om kostenverhaalregels toe te voegen aan een omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften op te nemen in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het verhalen van de kosten loopt dan via een kostenverhaalbeschikking. Zodra een initiatiefnemer aan de slag wil, vraagt deze bij de gemeente om die beschikking. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwactiviteiten uit te voeren. Het daadwerkelijk kostenverhaal bij derden vindt derhalve plaats rond het moment dat een omgevingsgunning voor bouwen wordt verleend. Bij een grote ontwikkelingslocaties kan dit enige jaren duren na vaststelling van het omgevingsplan en de door de gemeente gepleegde (voor)investeringen. Tot die tijd zal de gemeentelijke begroting in de lasten daarvan moeten voorzien. Eigendom en bijdrage per particulier De in de NBI berekende kostenbijdrage heeft betrekking op de totale bijdrage van een ontwikkelingslocatie. Het is niet ongebruikelijk dat een ontwikkelingslocatie gefaseerd en door verschillende partijen/grondeigenaren wordt ontwikkeld.
Door het ontbreken van een gedetailleerd overzicht van programma’s en eigendomssituaties, die met de tijd onderhevig zijn aan veranderingen, geeft de NBI –logischerwijs- geen nadere invulling aan de kostenbijdrage per partij/grondeigenaar. Dit wordt uitgewerkt op het moment dat plannen concreet zijn gemaakt en de planologische besluitvorming plaatsvindt. Voor het toerekenen van de kosten van de bovenwijkse voorzieningen per partij/grondeigenaar binnen de desbetreffende ontwikkelingslocatie wordt gebruik gemaakt van de systematiek uit de Omgevingswet (afdeling 8.4). Hierbij Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
Anterieure overeenkomst In de gevallen dat er een anterieure overeenkomst tot stand is gekomen geldt geen vereiste van nacalculatie. Het betreft immers een overeenkomst die op vrijwillige basis tot stand is gekomen waarbij tevens de toetsingscriteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit in principe niet van toepassing hoeven te zijn. Publiekrechtelijk kostenverhaal In de gevallen dat de gemeente een omgevingsplan met kostenverhaalregels heeft vastgesteld of een omgevingsvergunning met een kostenverhaalvoorschrift heeft afgegeven moet, op grond van artikel 13.14 lid 1 van de Ow, binnen een redelijke termijn na uitvoering van de in het omgevingsplan opgenomen werken, werkzaamheden en maatregelen een eindafrekening worden vastgesteld (de gemeente zal daarover een regel in het Omgevingsplan moeten opnemen m.b.t. moment, termijn). Uit deze afrekening moet blijken of de werkelijk gemaakte kosten overeenkomen met de in het omgevingsplan opgenomen geraamde kosten, die aan de basis hebben gestaan voor de berekening van de kostenbijdrage. Indien uit de herberekening blijkt dat de verschuldigde kostenbijdrage meer dan vijf procent lager is dan de reeds betaalde kostenbijdrage, moet de gemeente het verschil, voor zover het groter is dan vijf procent, naar evenredigheid terugbetalen.
De houder van de omgevingsvergunning is niet verplicht tot bijbetaling als de werkelijke kosten hoger uitvallen dan de geraamde kosten. De gemeente kan in dit geval blijven zitten met een tekort dat door de gemeente moet worden gedekt. Dit betekent dat het van groot belang is dat de gemeente de kosten en opbrengsten realistisch raamt. Kosten gerealiseerde werken, werkzaamheden en maatregelen: • Werken, werkzaamheden en maatregelen o.b.v. werkelijke kosten;
11
3. Voorfinanciering en kostenverhaal •
•
•
Grondverwervingen o.b.v. gerealiseerde/werkelijke kosten. Dat wil zeggen tegen de, ten tijde van de aanwending daarvan, dan geldende getaxeerde inbrengwaarde; Plankosten o.b.v. forfaitair omslagpercentage van 30% over de gerealiseerde/werkelijke kosten. Hiermee worden deze kosten gemaximeerd; De rentelast wordt bepaald over de gerealiseerde kosten met betrekking tot werken, werkzaamheden en maatregelen, waarbij de hoogte van de rente per jaarschijf wordt bepaald en gefixeerd. Deze rente sluit aan bij de rekenrente in de grondexploitaties.
Posterieure overeenkomst Een posterieure overeenkomst kan worden gesloten na vaststelling van het omgevingsplan. Deze overeenkomst dient ter vervanging van de kostenverhaalbeschikking maar mag niet strijdig zijn met de kostenverhaalregels uit het omgevingsplan.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
12
4. Bovenwijkse voorzieningen
4. Bovenwijkse voorzieningen 4.1 Toelichting In dit hoofdstuk worden de bovenwijkse voorzieningen per (deel)ontwikkelingslocatie weergegeven. Per (deel)ontwikkelingslocatie worden de relevante en karakteristieke aspecten op twee pagina’s behandeld. Op de linker pagina is een korte omschrijving van de bovenwijkse voorzieningen opgenomen, de duiding van de aangewezen ontwikkelingslocaties waar het kostenverhaal op ziet, een duiding van de kostenverdeelsleutel, een weblink naar de kaderstelling en een (schetsmatige) verbeelding van de bovenwijkse voorzieningen. Op de rechterpagina zijn een kasstroomschema en de beoogde planning en fasering opgenomen. Kasstroom en boekwaarden ontwikkeling Het kasstroomschema benadert de kosten en opbrengsten vanuit het perspectief van het investeringsproject. De doorlooptijd waarbinnen kosten worden gemaakt en dekking wordt verkregen geeft een goede indicatie van de voortgang. Doordat onderscheid is gemaakt tussen kosten en dekking, de boekwaarden (gerealiseerde kosten resp. dekking) en de te realiseren bedragen zijn weergegeven, is aan de hand van de kasstromen te volgen wat de stand van zaken is met de werken, werkzaamheden en maatregelen. Dekking wordt verkregen door een bijdrage vanuit de ontwikkelingslocaties en/of bestaand gebied.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
13
4. Bovenwijkse voorzieningen 4.2 Harselaar-projecten Projectbeschrijving Investeringsnummer(s) Omschrijving Profijtelijk voor
: 733118, 733119, 733120, 733121, 733122, 733123, 733124, 733128, 733129, 733130, 733131 en Verlengde Mercuriusweg (gerealiseerd) : hoofdstructuur bestaande uit doorgaande wegen, rotondes en kruispuntaanpassingen : Harselaar-Driehoek (Oost) , Harselaar-Driehoek West, Harselaar-Zuid Fase 1A, Harselaar-Zuid Fase 1B, Harselaar-Zuid Fase 2 en bestaand gebied (inclusief Harselaar afvalverwerking) Proportionaliteit : Verdeelsleutel Verkeersprognose (bijlage 1) Voortgang : Deels gerealiseerd, deels in voorbereiding Kaderstelling (financieel) : klik hier: Kadernota 2016-2019 (definitieve versie, blz. 29).
Mutaties (t.o.v. vorige NBI) • •
Boekwaarden (t/m 2023) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen (indexatie naar huidige prijspeil)
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
14
4. Bovenwijkse voorzieningen Tabellen NBI Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor
2024 Hoofdstructuur Verkeer inclusief kruispunt(aanpassing)en, kunstwerken en inpassingen 733118, 733119, 733120, 733121, 733122, 733123, 733124, 733128, 733129, 733130 en 733131 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van bedrijventerreinen Harselaar-Driehoek (Oost), Harselaar-Driehoek West (Hanzeweg), Harselaar-Zuid Fase 1A, Harselaar-Zuid Fase 1B en Harselaar-Zuid Fase 2
BoVo Rapportage Kasstroom
4,0%
3,0%
3,0%
2,0%
2,0%
Totaal Boekwaarde Te realiseren € -12.942.316 € -5.222.512 € -7.719.804 € € -8.724.438 € -1.351.680 € -7.372.758 € € -60.120.634 € -9.314.510 € -50.806.124 € € -9.371.667 € - € -9.371.667 € € -91.159.055 € -15.888.702 € -75.270.353 €
2024 -1.157.971 € -368.638 € -2.540.306 € -57.608 € -4.124.523 €
2025 -1.157.971 € -368.638 € -2.540.306 € -161.402 € -4.228.317 €
2026 -1.543.961 € -368.638 € -2.540.306 € -253.512 € -4.706.417 €
2027 -1.929.951 € - € - € - € -1.929.951 €
2028 2029 2030 2031 -1.929.951 € - € - € - € -368.638 € -1.843.190 € -2.211.827 € -1.843.190 € -2.540.306 € -12.701.531 € -15.241.837 € -12.701.531 € -397.365 € -2.317.455 € -3.185.638 € -2.998.687 € -5.236.260 € -16.862.175 € -20.639.303 € -17.543.407 €
2032 - € - € - € - € - €
2033 -
€ 155.328 € 155.328 € - € 3,8% € 3.486.639 € 3.276.841 € 209.798 € 0,5% € 426.360 € 426.360 € - € 13,7% € 12.434.021 € 12.371.283 € 62.738 € 5,9% € 5.392.490 € 17.170 € 5.375.320 € 4,0% € 3.669.737 € - € 3.669.737 € 72,1% € 65.594.480 € 1.134.088 € 64.460.393 € € 91.159.055 € 17.381.069 € 73.777.986 €
- € 104.899 € - € 62.738 € - € - € - € 167.637 €
- € 104.899 € - € - € 1.343.830 € - € - € 1.448.729 €
- € - € - € - € 1.343.830 € - € - € 1.343.830 €
- € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € 1.343.830 € 1.343.830 € - € - € - € - € 917.434 € 917.434 € 917.434 € 917.434 € - € - € - € 12.892.079 € 12.892.079 € 12.892.079 € 12.892.079 € 12.892.079 € 2.261.264 € 15.153.343 € 13.809.513 € 13.809.513 € 12.892.079 € 12.892.079 €
-
-3.956.886 € -2.464.519 €
-2.779.588 € -5.244.106 €
-3.362.587 € -8.606.694 €
331.313 € -8.275.380 €
-
Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen Harselaar-Driehoek (Oost) Bijdragen Harselaar-Driehoek West Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1A Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1B Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 2 Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief
€ €
1.492.367 1.492.367
€ €
2,0%
9.917.083 € 1.641.702 €
2,0%
-3.052.662 € -1.410.960 €
2,0%
2,0%
2,0%
-6.829.790 € -4.651.329 € 12.892.079 € -8.240.750 € -12.892.079 € - €
Eindwaarde
BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten
Totaal 100% 100% 100% 100%
Boekwaarde 40% 15% 15% 17%
Te realiseren 59,6% 85% 85% 83%
2024 9% 4% 4% 5%
2025 9% 4% 4% 5%
2026 12% 4% 4% 5%
2027 15% 0% 0% 2%
2028 15% 4% 4% 6%
2029 0% 21% 21% 18%
2030 0% 25% 25% 23%
2031 0% 21% 21% 19%
2032 0% 0% 0% 0%
2033 0% 0% 0% 0%
Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen Harselaar-Driehoek (Oost) Bijdragen Harselaar-Driehoek West Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1A Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1B Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 2 Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%
100% 94% 100% 99% 0% 0% 2% 19%
0% 6% 0% 1% 100% 100% 98% 81%
0% 3% 0% 1% 0% 0% 0% 0%
0% 3% 0% 0% 25% 0% 0% 2%
0% 0% 0% 0% 25% 0% 0% 1%
0% 0% 0% 0% 25% 25% 0% 2%
0% 0% 0% 0% 25% 25% 20% 17%
0% 0% 0% 0% 0% 25% 20% 15%
0% 0% 0% 0% 0% 25% 20% 15%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 20% 14%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 20% 14%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
15
4. Bovenwijkse voorzieningen 4.2 Thorbeckelaan-Noord Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling (financieel)
: 733157 : Hoofdstructuur bestaande uit wegen met kruisingen (o.a. rotonde), water en groen : Thorbeckelaan-Noord : Verdeelsleutel Opbrengstpotentie (bijlage2) : In voorbereiding : klik hier: Kadernota 2018-2021 (definitieve versie, blz. 43).
Mutaties (t.o.v. vorige NBI) • •
•
Boekwaarden (t/m 2023) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen (indexatie naar huidige prijspeil) Kruispuntoplossingen (VRI) Nijkerkerweg in kostenraming verwerkt
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
16
4. Bovenwijkse voorzieningen Tabellen NBI Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor
2024 Hoofdstructuur Verkeer, water en groen 733157 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van bedrijventerrein Thorbeckelaan-Noord
BoVo Rapportage Kasstroom Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingsloc. gemeente Bijdragen ontwikkelingsloc. derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
4,0%
3,0%
3,0%
Totaal Boekwaarde Te realiseren 2024 2025 € -2.827.641 € -192.960 € -2.634.681 € -1.317.340 € -1.317.340 € € -1.197.761 € -126.074 € -1.071.687 € -214.337 € - € € -3.992.536 € -420.247 € -3.572.288 € -714.458 € - € € -568.954 € - € -568.954 € -18.394 € - € € -8.586.892 € -739.282 € -7.847.610 € -2.264.529 € -1.317.340 €
€ - € 9,2% € 788.272 € 90,8% € 7.798.619 € 0,0% € - € € 8.586.892 €
-
€ €
-739.282 -739.282
Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief
€ - € € 788.272 € € 7.798.619 € € - € € 8.586.892 €
-
€ € € € €
-
€ € € € €
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
2026 2027 2028 2029 2030 - € - € - € - € - € - € -214.337 € -214.337 € -214.337 € -214.337 € - € -714.458 € -714.458 € -714.458 € -714.458 € - € -106.175 € -126.874 € -147.988 € -169.523 € - € -1.034.970 € -1.055.669 € -1.076.783 € -1.098.318 €
- € 788.272 € - € - € 788.272 €
-
€ - € - € € - € - € € 3.899.310 € 3.899.310 € € - € - € € 3.899.310 € 3.899.310 €
-
€ € € € €
€ -2.264.529 € -1.317.340 € 788.272 € -1.034.970 € 2.843.640 € 2.822.527 € -1.098.318 € € -3.003.811 € -4.321.151 € -3.532.879 € -4.567.849 € -1.724.208 € 1.098.318 € - €
2,0%
2,0%
2031 - € - € - € - € - €
2032 - € - € - € - € - €
2033 -
-
€ € € € €
-
€ € € € €
-
- € - €
- € - €
Eindwaarde
BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten
Totaal Boekwaarde Te realiseren 100% 7% 93% 100% 11% 89% 100% 11% 89% 100% 9% 91%
2024 47% 18% 18% 26%
2025 47% 0% 0% 15%
2026 0% 0% 0% 0%
2027 0% 18% 18% 12%
2028 0% 18% 18% 12%
2029 0% 18% 18% 13%
2030 0% 18% 18% 13%
2031 0% 0% 0% 0%
2032 0% 0% 0% 0%
2033 0% 0% 0% 0%
Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties gemeente Bijdragen ontwikkelingslocaties derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
0% 100% 100% 0% 100%
0% 0% 0% 0% 0%
0% 0% 0% 0% 0%
0% 100% 0% 0% 9%
0% 0% 0% 0% 0%
0% 0% 50% 0% 45%
0% 0% 50% 0% 45%
0% 0% 0% 0% 0%
0% 0% 0% 0% 0%
0% 0% 0% 0% 0%
0% 0% 0% 0% 0%
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
0% 0% 0% 0% 0%
0% 100% 100% 0% 100%
17
4. Bovenwijkse voorzieningen 4.8 Voorthuizen-Zuid Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling (financieel)
: 733159 : Hoofdstructuur bestaande uit wegen met kruisingen, water en groen (incl. robuuste speelplek) : Alle fasen binnen ontwikkelingslocatie Voorthuizen-Zuid (Kromme Akker Zuid, Wikselaarse Eng en overige gronden) – zie verbeelding : Verdeelsleutel Opbrengstpotentie (bijlage 2) : Deels gerealiseerd, deels in voorbereiding : klik hier: Kadernota 2018-2021 (definitieve versie, blz. 43).
Mutaties (tov vorige NBI) • •
Boekwaarden (t/m 2023) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen (indexatie naar huidige prijspeil)
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
18
4. Bovenwijkse voorzieningen Tabellen NBI Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor
2024 Hoofdstructuur Verkeer, water en groen 733159 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van woningbouwlocatie Voorthuizen-Zuid
BoVo Rapportage Kasstroom Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingsloc. gemeente Bijdragen ontwikkelingsloc. derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
4,0%
3,0%
2,0%
2,0%
2024 2025 -560.778 € -560.778 € - € -121.423 € - € -404.866 € - € -29.201 € -560.778 € -1.116.267 €
2026 - € -121.423 € -404.866 € -45.866 € -572.154 €
2027 - € -121.423 € -404.866 € -60.163 € -586.451 €
2028 - € -121.423 € -404.866 € -71.892 € -598.180 €
2029 - € - € - € - € - €
2030 - € - € - € - € - €
2031 - € - € - € - € - €
2032 - € - € - € - € - €
2033 -
- € - € 331.167 € - € 331.167 €
- € - € - € - € 597.322 € 510.282 € 928.077 € 657.906 € 657.906 € - € -124.309 € -124.309 € 928.077 € 1.130.920 € 1.043.879 €
- € - € 657.906 € - € 657.906 €
- € - € 657.906 € - € 657.906 €
- € - € 657.906 € - € 657.906 €
-
€ € € € €
-
€ -229.610 € -188.190 € 355.923 € 544.468 € 445.699 € 657.906 € € -3.131.619 € -3.319.809 € -2.963.885 € -2.419.417 € -1.973.718 € -1.315.812 €
657.906 € -657.906 €
657.906 € - €
- € - €
-
Totaal Boekwaarde Te realiseren € -2.536.623 € -1.415.068 € -1.121.555 € € -1.338.729 € -853.039 € -485.690 € € -4.463.798 € -2.844.334 € -1.619.464 € € -207.121 € - € -207.121 € € -8.546.270 € -5.112.440 € -3.433.830 €
€ - € - € 26,1% € 2.230.077 € 1.122.472 € 71,8% € 6.132.730 € 655.208 € 2,1% € 183.463 € 432.751 € € 8.546.270 € 2.210.431 €
Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief
- € 1.107.605 € 5.477.522 € -248.618 € 6.336.509 €
€ -2.902.009 € -2.902.009
3,0%
- € - € 928.077 € - € 928.077 €
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
Eindwaarde
BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten
Totaal Boekwaarde Te realiseren 100% 56% 44% 100% 64% 36% 100% 64% 36% 100% 60% 40%
2024 22% 0% 0% 7%
2025 22% 9% 9% 13%
2026 0% 9% 9% 7%
2027 0% 9% 9% 7%
2028 0% 9% 9% 7%
2029 0% 0% 0% 0%
2030 0% 0% 0% 0%
2031 0% 0% 0% 0%
2032 0% 0% 0% 0%
2033 0% 0% 0% 0%
Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties gemeente Bijdragen ontwikkelingslocaties derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
0% 100% 100% 100% 100%
0% 0% 5% 0% 4%
0% 0% 15% 0% 11%
0% 0% 15% 0% 11%
0% 27% 11% -68% 13%
0% 23% 11% -68% 12%
0% 0% 11% 0% 8%
0% 0% 11% 0% 8%
0% 0% 11% 0% 8%
0% 0% 0% 0% 0%
0% 0% 0% 0% 0%
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
0% 50% 11% 236% 26%
0% 50% 89% -136% 74%
19
4. Bovenwijkse voorzieningen 4.9 Bloemendal (Barneveld-Noord) Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling (financieel)
: 733158 : Hoofdstructuur bestaande uit wegen met kruisingen (o.a. aantakking rotonde), water en groen : Alle fasen binnen ontwikkelingslocatie Bloemendal (zie voor begrenzing de verbeelding hieronder) : Verdeelsleutel Opbrengstpotentie (bijlage 2) : In voorbereiding : klik hier: Kadernota 2018-2021 (definitieve versie, blz. 43).
Mutaties (tov vorige NBI) • •
•
Boekwaarden (t/m 2023) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen (indexatie naar huidige prijspeil) Kruispuntoplossingen (VRI) Nijkerkerweg in kostenraming verwerkt
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
20
4. Bovenwijkse voorzieningen Tabellen NBI Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor
2024 Hoofdstructuur Verkeer, water en groen 733158 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van woningbouwlocatie Bloemendal
BoVo Rapportage Kasstroom
4,0%
Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingsloc. gemeente Bijdragen ontwikkelingsloc. derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
3,0%
Totaal Boekwaarde Te realiseren 2024 € -4.157.361 € -180.745 € -3.976.615 € -994.154 € € -4.008.169 € -536.542 € -3.471.627 € -801.634 € € -13.360.563 € -1.788.472 € -11.572.091 € -2.672.113 € € -1.213.199 € - € -1.213.199 € -68.794 € € -22.739.291 € -2.505.759 € -20.233.532 € -4.536.694 €
€ 75,2% € 24,8% € 0,0% € €
- € 17.103.648 € 5.635.643 € - € 22.739.291 €
Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief
€ €
- € 3.865.746 € - € 306.976 € 4.172.722 €
- € 13.237.902 € 5.635.643 € -306.976 € 18.566.569 €
1.666.963 1.666.963
- € 109.963 € - € - € 109.963 €
€ -4.426.731 € € -2.759.768 €
3,0%
2,0%
2,0%
2027 -994.154 € -601.225 € -2.004.084 € -297.825 € -3.897.289 €
2028 2029 - € - € -400.817 € -200.408 € -1.336.056 € -668.028 € -237.259 € -138.371 € -1.974.132 € -1.006.807 €
2030 - € -64.684 € -215.612 € -51.160 € -331.456 €
2031 - € - € - € - € - €
- € 2.504.363 € - € - € 2.504.363 €
- € 2.332.881 € 1.127.129 € - € 3.460.010 €
- € 1.162.530 € 1.127.129 € - € 2.289.658 €
- € 2.918.076 € 1.127.129 € - € 4.045.204 €
-4.485.151 € -1.322.151 € -7.244.918 € -8.567.070 €
-437.279 € -9.004.349 €
315.527 € 2.260.792 € 3.713.749 € -8.688.823 € -6.428.031 € -2.714.282 €
2025 2026 -994.154 € -994.154 € -801.634 € -601.225 € -2.672.113 € -2.004.084 € -192.740 € -227.051 € -4.660.640 € -3.826.514 €
- € 175.489 € - € - € 175.489 €
2,0%
2,0%
- € 2.140.471 € 1.127.129 € - € 3.267.599 €
2,0%
2,0%
2,0% 2032 - € - € - € - € - €
2033 -
- € 1.894.130 € 1.127.129 € -306.976 € 2.714.282 €
-
€ € € € €
-
2.714.282 € - €
- € - €
Eindwaarde
BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten
Totaal 100% 100% 100% 100%
Boekwaarde 4% 13% 13% 11%
Te realiseren 96% 87% 87% 89%
2024 24% 20% 20% 20%
2025 24% 20% 20% 20%
2026 24% 15% 15% 17%
2027 24% 15% 15% 17%
2028 0% 10% 10% 9%
2029 0% 5% 5% 4%
2030 0% 2% 2% 1%
2031 0% 0% 0% 0%
2032 0% 0% 0% 0%
2033 0% 0% 0% 0%
Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties gemeente Bijdragen ontwikkelingslocaties derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
0% 100% 100% 0% 100%
0% 23% 0% 1% 18%
0% 77% 100% -1% 82%
0% 1% 0% 0% 0%
0% 1% 0% 0% 1%
0% 15% 0% 0% 11%
0% 14% 20% 0% 15%
0% 7% 20% 0% 10%
0% 13% 20% 0% 14%
0% 17% 20% 0% 18%
0% 11% 20% -1% 12%
0% 0% 0% 0% 0%
0% 0% 0% 0% 0%
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
21
4. Bovenwijkse voorzieningen 4.10 Verbindingsweg Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling (financieel)
: 733156 : Hoofdstructuur bestaande uit weg met kruisingen (o.a. aantakking rotonde), water en groen : Alle fasen binnen ontwikkelingslocatie Verbindingsweg (zie voor begrenzing de verbeelding hieronder) : Verdeelsleutel Opbrengstpotentie (bijlage 2) : In voorbereiding : klik hier: Kadernota 2018-2021 (definitieve versie, blz. 43).
Mutaties (tov vorige NBI) • •
Boekwaarden (t/m 2023) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen (indexatie naar huidige prijspeil)
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2024
22
4. Bovenwijkse voorzieningen Tabellen NBI Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor
2024 Hoofdstructuur Verkeer, water en groen 733156 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van gemengde functies Verbindingsweg
BoVo Rapportage Kasstroom Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingsloc. gemeente Bijdragen ontwikkelingsloc. derden Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
4,0%
3,0%
2024 -161.723 € - € - € - € -161.723 €
2025 2026 -161.723 € - € -76.728 € -153.456 € -484.612 € -969.223 € -31.146 € -97.841 € -754.208 € -1.220.520 €
2027 - € -76.728 € -484.612 € -64.169 € -625.509 €
2028 - € - € - € - € - €
2029 - € - € - € - € - €
2030 - € - € - € - € - €
2031 - € - € - € - € - €
2032 - € - € - € - € - €
2033 -
- € - € 722.381 € 291.635 € - € 774.422 € - € - € 722.381 € 1.066.057 €
- € - € 774.422 € - € 774.422 €
- € - € 774.422 € - € 774.422 €
- € - € 774.422 € - € 774.422 €
- € - € 774.422 € - € 774.422 €
-
€ € € € €
-
€ € € € €
-
€ -161.723 € -31.827 € -154.463 € 148.913 € 774.422 € € -2.285.890 € -2.317.716 € -2.472.179 € -2.323.266 € -1.548.844 €
774.422 € -774.422 €
774.422 € - €
- € - €
- € - €
-
Totaal Boekwaarde Te realiseren € -653.850 € -330.405 € -323.445 € € -552.098 € -245.185 € -306.913 € € -3.487.023 € -1.548.577 € -1.938.446 € € -193.156 € - € -193.156 € € -4.886.127 € -2.124.167 € -2.761.960 €