B-3.2 Raadsmemo stand van zaken Nationaal Programma Ruimte voor Defensie d.d. 8-10-24
Tekst van het document
Raadsmemo
Datum: Onderwerp: Ter attentie van: Afzender:
8 oktober 2024
Stand van zaken Nationaal Programma Ruimte voor Defensie De Raad College van Burgemeester en Wethouders
Portefeuillehouder
B. Wijnne
Mail behandelaar
a.gijlers@barneveld.nl Telefoonnummer 0342 495607
Samenvatting Dit memo geeft de stand van zaken weer omtrent het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie, de consequenties daarvan voor het grondgebied van de gemeente Barneveld en de bestuurlijke lijn en aanpak van het college. Doel De raad tussentijds informeren. Inhoud memo
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Eerder berichtten wij u over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD), het proces daaromheen, de mogelijke implicaties daarvan voor Barneveld en de Foodvalley en de zienswijze die wij na bespreking met uw raad als college aan het ministerie van Defensie hebben gestuurd. Wij hebben u ingelicht over de beantwoording van het ministerie met de Nota van Antwoord van 31 mei jl. Met deze raadsmemo lichten wij u in over het proces rondom het NPRD voor de komende tijd.
Planning voor dit najaar en eerste kwartaal van 2025
Dit najaar onderzoekt Defensie met een PlanMER voor alle locatiealternatieven de impact op de leefomgeving, zodat het kabinet in het eerste kwartaal van 2025 een onderbouwd besluit kan nemen over de voorkeurslocaties. Voor die trechtering zijn vier aspecten van belang: de uitkomsten van het PlanMER-onderzoek, het bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak en Defensiebelangen. Wat betreft het bestuurlijk draagvlak worden er in oktober door de staatssecretaris van Defensie bestuurlijk overleg gevoerd met alle provincies en betrokken gemeenten. Het gesprek met de provincie Gelderland en onder meer onze gemeente is op 4 oktober 2024 gepland.
Positionering Barneveld en samenwerking met provincie en Veluwse gemeenten
Bij die gesprekken hanteren wij een constructieve houding. De gemeente Barneveld is van oudsher sterk verbonden met Defensie met als meest zichtbaar element de legerplaats in Stroe. Als gemeente waarderen wij dan ook de inzet om de krijgsmacht toekomstgericht te maken en willen wij constructief bijdragen aan de zoektocht naar ruimte. Tegelijkertijd is onze inzet er vanzelfsprekend op gericht om eventuele hinder van activiteiten als laagvliegende helikopters zoveel mogelijk te beperken. Om dit alles in goede banen te leiden, werken wij nauw samen met onze partners in de regio Foodvalley, andere omliggende (Veluwse) gemeenten én de provincie Gelderland. Gezamenlijk zoeken wij de samenwerking met Defensie waar het gaat over deze voor één ieder belangrijke opgave in het licht van vrede en veiligheid en zijn wij met Defensie in gesprek over de ruimtebehoefte van Defensie in onze omgeving en de implicaties daarvan.
Veluwse propositie
Het is daarom ook dat wij de handen ineen hebben geslagen met onze buurgemeenten Ermelo en Apeldoorn en de samenwerking zoeken met elkaar, en met Defensie. We werken samen aan een Veluwse propositie: een aanbod aan Defensie over wat er aan defensieactiviteiten op de Veluwe vooral wél, maar in bepaalde gevallen ook echt níet past. Dat bod werken wij de komende tijd verder uit en willen wij verbreden naar een Veluws bod, in samenwerking met andere Veluwse gemeenten. De inzet: benut bestaande locaties, gebruik lokale kennis en maak slimme combinaties. Versterk wat er al is en wat passend is bij (de historie van Defensie op) de Veluwe, wees terughoudend met nieuwe ruimtevragers – zeker als zij hinder veroorzaken – en pas op met activiteiten daar waar het gaat knellen met andere opgaven en functies (denk aan intensivering laagvliegroutes, helikopterlandingsplaatsen en ISK Harskamp). Daarbij is van belang het lokale draagvlak te behouden, zeker in onze gemeenten waar al veel defensieactiviteiten plaatsvinden én waar dat draagvlak er van oudsher is.
Kazernes in Stroe, Ermelo en Nieuw-Milligen
Gemene deler daarbij zijn de bestaande kazernes in onze gemeenten, te weten de kazernes in Stroe, Ermelo en Nieuw-Milligen. Voor de activiteit ‘versterken en concentreren van ondersteunende eenheden’ onderzoekt Defensie meerdere alternatieven, waaronder Stroe en/of Ermelo. Kern van de propositie is dat de gemeenten Barneveld, Ermelo en Apeldoorn ruimte willen bieden voor upgrading van de kazernes Stroe en Ermelo ten behoeve van ondersteunende eenheden, eventueel in combinatie met beschikbare ruimte op het nabijgelegen AOCS NieuwMilligen. Op deze locaties zijn al kazernes of activiteiten van Defensie aanwezig en is er veel planologische ruimte om te komen tot inbreiding en zien wij kansen voor een Defensie-driehoek op de Veluwe. We vragen Defensie daarbij specifiek aandacht voor historie en stapeling aan opgaven, lokaal draagvlak, natuur (en de samenwerking rondom GEUS), woningbouw en mobiliteit (met daarbij aandacht voor obstakels als stikstof en netcongestie), en last but not least de rol die Defensie speelt in onze lokale economie en het voorzieningenniveau.
Ruimtebehoeften in de lucht en stapeling
Een aantal opgaven van Defensie, zoals de toename van jachtvliegcapaciteit, stationering en corridors voor onbemande cargodrones, laagvlieggebieden voor helikopters en helikopterlandingsplaatsen, vereisen specifieke ruimte in de “lucht”. Verder worden de mogelijkheden bezien van intensivering van het 2
gebruik op ISK Harskamp. Hoewel de precieze effecten hiervan nog onduidelijk zijn, maken wij ons zorgen over de mogelijke impact op natuur, recreatie, leefbaarheid, gezondheid en de toename van overlast. We maken ons bovendien zorgen over de gevolgen van het strengere juridisch planologisch regime (waaronder hoogte) van laagvlieggebieden voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen zoals de verstedelijkingsopgave in de regio. Onze inzet is daarom gericht op zo veel mogelijk spreiding van deze ruimtebehoeften, daar waar dat niet specifiek aan de Veluwe verbonden hoeft te zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de laagvlieggebieden voor helikopters en helikopterlandingsplaatsen. Verder zetten we in op nauwe betrokkenheid bij de verdere uitwerking van eventuele routes over ons grondgebied. De laagvliegroutes en de routes voor cargodrones kunnen deze ontwikkelingen niet in de weg staan. Vervolg Na de eerste ronde van bestuurlijke overleggen tussen de staatssecretaris van Defensie en de provincies vindt nog verdere uitwerking plaats van het PlanMER. In het eerste kwartaal van 2025 neemt het kabinet vervolgens een besluit over de voorkeurslocaties en worden deze, als onderdeel van het ontwerp Nationale Beleidsvisie Ruimte voor Defensie, ter inzage gelegd. In de tussenliggende periode willen wij ook met uw raad het gesprek aangaan over deze visie.
Over hoe we dat procesmatig op een goede wijze kunnen doen voeren wij het gesprek met Defensie. Wij komen daar te zijner tijd bij u op terug. Ook als er sprake is van wezenlijke nieuwe ontwikkelingen informeren wij u. In de tussentijd geven we zowel bestuurlijk als ambtelijk het Barneveldse standpunt aan Defensie mee. Èn bouwen we verder aan de Veluwse propositie, samen met Veluwse gemeenten en de provincie.
3