B-3.19 Besluit B&W over Raadsinformatiebrief Energieperspectief Regio Foodvalley, d.d. 20 januari 2026
Tekst van het document
In de Regio is ruimte voor groei van zonne-energie, zowel op objecten als in veldopstellingen, mits passend binnen het beleid. Ook is er, zij het relatief beperkt en onder voorwaarden, 17. Verschillende gemeenten werken aan beleid om klimaatneutraal te worden. 18. Zie hiervoor de planMER Windenergie Provincie Utrecht en planMER Windenergie Provincie Gelderland. NB: planMER’en gaan over windparken en bevatten geen objectieve milieu-informatie over mogelijke solitaire windturbines.
← INHOUD
mogelijkheden voor meer windenergie18. Voor windparken (drie of meer windturbines) is in het Gelderse deel heel weinig ruimte, zeker wanneer nationaal of provinciaal beleid een afstandsnorm van twee keer de tiphoogte stelt. Voor solitaire windturbines is waarschijnlijk meer ruimte. In het geval van solitaire windturbines
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
74
BIJLAGE 3A
kan – afhankelijk van de elektriciteitsvraag in de nabijheid – gekeken worden welke windturbines qua elektriciteitsaanbod en ruimtelijke inpassing zouden kunnen passen bij dat gebied. Met de invoering van de nieuwe Energiewet per 1 januari 2026 vindt er een verschuiving plaats in het bevoegd gezag voor windenergie. Vanaf dat moment wordt de gemeente bevoegd gezag voor windturbines en -parken met een opgesteld vermogen tot 15 MW. Op dit moment ligt die grens nog bij 5 MW. Naast zonne- en windenergie zijn er nog andere duurzame bronnen die kunnen bijdragen aan de opwek van elektriciteit. Zo kan biomassa en biogas via verbranding of vergisting worden ingezet in installaties die zowel warmte als stroom produceren. Andere niet-duurzame bronnen voor elektriciteit (al dan niet mogelijk) In theorie bestaan er ook andere duurzame bronnen voor elektriciteitsopwekking, maar die zijn in de context van de Regio Foodvalley niet mogelijk. Denk hierbij aan hoge temperatuur geothermie (>150° Celsius), die in combinatie met turbines ook elektriciteit kan leveren. In de Regio Foodvalley zijn wel mogelijkheden voor geothermie, maar de temperatuur van die mogelijke bronnen is niet hoog genoeg voor het opwekken van elektriciteit. De temperatuur is wel geschikt om warmtenetten in de gebouwde omgeving mee te voeden.
In Regio Foodvalley zijn er geen mogelijkheden voor waterkracht, via bijvoorbeeld stuwen in de Rijn. Gezien het kleine hoogteverschil in Nederland is waterkracht hier niet rendabel. Ook afvalverbrandingsinstallaties kunnen elektriciteit opwekken, waarbij alleen het biogene deel van het afval als hernieuwbaar wordt aangemerkt. In de Regio Foodvalley zijn geen afvalverbrandingsinstallaties.
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
75
BIJLAGE 3A
Door verbranding van biogas kan elektriciteit worden opgewekt. In lijn met het NPE en provinciale kaders is het logischer om biogas te gebruiken in sectoren waar elektrificatie geen optie is. Zie onder kopje ‘duurzame gassen’. Small Modular Reactors (SMR’s) worden internationaal gezien als een potentiële aanvulling op het energiesysteem (zie kader SMR). Het gaat om relatief compacte kernreactoren die in een fabriek worden gebouwd en modulair kunnen worden ingezet. Hun kracht ligt in de mogelijkheid om grote hoeveelheden CO2-arme elektriciteit en warmte te leveren, onafhankelijk van weersomstandigheden, en daarmee een stabiele basis te vormen naast zonne- en windenergie. Of SMR’s in Nederland en de Regio Foodvalley een rol kunnen spelen hangt echter af van een aantal voorwaarden: ruimtelijk en energetisch (zowel elektrisch als warmte) moet de SMR inpasbaar zijn (aanbod bij lokale vraag), er moet aan strenge eisen aan veiligheid en afvalbeheer worden voldaan, de maatschappelijke en politieke acceptatie moet voldoende zijn en de kosten moeten concurrerend worden ten opzichte van andere duurzame alternatieven. Ontwikkelingen gaan hard, dus wellicht kan een SMR een serieuze optie worden in het toekomstige regionale energiesysteem. NB: SMRs zijn hier onder de kop ‘andere duurzame bronnen’ geplaatst. Het primaire proces van kernsplijting levert geen CO2-uitstoot op.
Het splijtingsproces levert wel kernafval op dat langdurig opgeslagen moet worden. Daarom is het discutabel om kernenergie te zien als duurzame energie.
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
76
BIJLAGE 3A
Als gevolg van netcongestie is het op MOGELIJKE TOEPASSING VAN SMRS Kleine modulaire kernreactoren (SMRs) zijn in ontwikkeling als mogelijke aanvulling op het
verschillende plaatsen niet mogelijk om elektriciteit naar plek te transporteren waar de elektriciteitsvraag zit. Eén van de
energiesysteem. Ze kunnen stabiele elektriciteit en warmte leveren, ook op momenten dat zon
technische mogelijkheden is om in dat
en wind minder beschikbaar zijn. Afhankelijk van het type kan een SMR tot ongeveer 500 MWe
gebied19 dan stuurbare elektriciteitsproductie
leveren. SMRs zijn te categoriseren op basis van het elektrisch vermogen (MWe). Categorie 1:
toe te voegen. Dit kan bijvoorbeeld via een
300-500 MWe. Categorie 2: 67-300 MWe. Categorie 3: <67 MWe. Categorie 1 en 2 hebben koelwater nodig. Categorie 3 kan ook luchtgekoeld zijn.
WKK (Warmtekrachtkoppeling) die tegelijkertijd elektriciteit en warmte opwekt uit
Het rendement van een SMR is minder dan 30%. Dit betekent dat er heel veel energie – in dit
één brandstof, zoals aardgas of biogas. Een
geval warmte – wordt geproduceerd. Het is niet logisch om die warmte onbenut te laten. De
verbrandingsmotor drijft een generator aan
warmteproductie van een SMR is bijna drie keer groter dan het elektrisch vermogen. De warmte
voor elektriciteit, en de daarbij vrijkomende
heeft een temperatuur van 200-300º Celsius. Aandachtspunt is dus de toepassing van de restwarmte (gedurende het hele jaar).
warmte wordt opgevangen en gebruikt voor verwarming van gebouwen of processen. Dit
SMRs zijn complexe installaties met centrale eigenschappen: Hoge investeringskosten en streng
verhoogt de efficiëntie van energieopwekking,
gereguleerde veiligheidsvoorwaarden. SMRs zouden potentieel kunnen passen binnen een
omdat de restwarmte niet verloren gaat maar
hybride decentraal systeem, mits goed ingepast qua locatie, elektriciteitsbenutting,
nuttig wordt gebruikt.
warmtebenutting, veiligheid en maatschappelijke acceptatie. Bronnen:
Hoewel het tekort aan elektriciteit in een
https://www.tno.nl/nl/newsroom/2024/11/kleine-kernreactoren-rol-energiesysteem
gebied technisch kan worden opgelost, kleven
https://www.oecd-nea.org/jcms/pl_83555/the-nea-small-modular-reactor-dashboard-volume-ii
hier praktisch wel nadelen aan. Denk
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/15152537/1?connection_type=16&connection_ id=1018526 19. Dit gebied kan bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein zijn, maar het gebied kan ook groter zijn zoals bijvoorbeeld het voedingsgebied van een onderstation.
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
77
BIJLAGE 3A
bijvoorbeeld aan stikstof- en CO2-uitstoot, de GEOTHERMIE IN REGIO FOODVALLEY In 2025 heeft er een proefboring plaatsgevonden in het gebied tussen Ede en Veenendaal. Nog
mogelijkheid om een WKK aan te sluiten op het aardgasnetwerk.
niet alle resultaten zijn bekend, maar het lijkt kansrijk dat warmte uit de ondergrond kan worden
Warmte: omgevingswarmte (hernieuwbaar)
gewonnen. De bodemlagen zijn heel goed. Uit vervolgonderzoek moet blijken hoeveel warmte
Het aanbod duurzame warmte gaat naar
er valt te winnen en wanneer warmte ook daadwerkelijk geleverd kan worden.
verwachting stijgen. Nadruk ligt op het benutten van omgevingswarmte: warmte uit bodem, water of lucht. In de Regio zijn mogelijkheden voor bodemenergie (diepe geothermie), aquathermie (Thermische
THERMISCHE ENERGIE UIT OPPERVLAKTEWATER (TEO) IN REGIO FOODVALLEY Regio Foodvalley heeft onderzoek gedaan naar mogelijkheden om TEO te benutten uit het Valleikanaal dat door de regio loopt. Het Valleikanaal is een bovenlokale warmtebron die
Energie uit Oppervlaktewater (TEO) zoals het Valleikanaal en Thermische Energie uit Afvalwater (TEA)).
interessant is voor gemeenten Rhenen, Veenendaal en Scherpenzeel in Regio Foodvalley, maar
Warmte wordt bij voorkeur collectief
ook voor gemeenten Woudenberg, Leusden en Amersfoort en in mindere mate voor gemeente
gedistribueerd via (lage of midden
Utrechtse Heuvelrug. Het onderzoek biedt inzicht in hoeveel warmte er uit het Valleikanaal kan
temperatuur) warmtenetten, al dan niet met
worden onttrokken. Om te zorgen dat in principe elke gemeente aan het kanaal warmte kan onttrekken is er een principe-verdeling gemaakt. Gemeenten weten hoeveel warmte ze mogen
seizoensopslag.
onttrekken (zonder dat ze andere gemeenten in de weg zitten). Juridisch moet die verdeling nog wel worden vastgelegd. We moeten borgen dat we het ook echt kunnen benutten als
Duurzame gassen
warmtebron. Als gemeente geen warmte wil onttrekken dan kan die warmte mogelijk worden
Richting 2040 zullen duurzame gassen, zoals
gebruikt door andere gemeenten, maar daar zijn nog geen afspraken over gemaakt.
biogas uit vergisting of rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s), opgewerkt groen gas en
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
78
BIJLAGE 3A
waterstof, slechts een beperkt aandeel van de totale energievraag kunnen dekken. De beschikbare volumes zijn relatief klein in vergelijking met de omvang van de vraag in gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie. Toch is hun betekenis strategisch groot. Duurzame gassen zijn immers goed inzetbaar in sectoren waar alternatieven zoals directe elektrificatie of warmtenetten minder haalbaar zijn, bijvoorbeeld bij hoge temperatuurprocessen in de industrie, in de zware mobiliteit of in bestaande bebouwing waar warmtepompen geen optie zijn. Daarnaast kunnen waterstof en groen gas een waardevolle rol spelen als flexibele schakel voor het balanceren (piekvermogen20) en (seizoens-)opslag in het energiesysteem. Daarmee geldt: hoewel de rol van duurzame gassen kwantitatief beperkt blijft, is hun bijdrage kwalitatief en strategisch van groot belang voor een betrouwbaar en toekomstbestendig energiesysteem. 3
ENERGIESYSTEEM REGIO FOODVALLEY - MODELDOORREKENING
Het is van groot belang om op regionaal niveau inzicht te hebben in de kwantitatieve ontwikkeling van energievraag en -aanbod, zodat duidelijk wordt welke richting de energietransitie opgaat en welke opgaven daarbij horen. Met behulp van het Energie Transitie Model heeft de Regio onderzocht hoe het energiesysteem in de regio er in de toekomst uit zou kunnen zien, rekening houdend met verschillende keuzes en technologieën. Regio Foodvalley heeft gekozen om te vertrekken vanuit het Koersvaste Middenweg-scenario waarin wordt ingezet op snelle elektrificatie én aanvullende energiedragers om de 20. Bij grote vraagpieken (bijvoorbeeld op koude winteravonden of windstille dagen) kan er snel extra vermogen nodig zijn. Waterstof en groen gas kunnen dan in flexibele centrales (WKK’s) of brandstofcellen worden ingezet om tijdelijk extra elektriciteit te produceren. Daarmee helpen ze het elektriciteitsnet stabiel te houden en wordt uitval voorkomen.
← INHOUD
energievraag in balans te houden. Dit betekent dat er veel gebruik gemaakt moet gaan worden van flexibiliteit in het elektriciteitssysteem. Nationale Koersvaste Middenweg-scenario is ‘geregionaliseerd’, wat wil zeggen dat voor elke
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
79
BIJLAGE 3A
gemeente in beeld is gebracht wat dit nationale Koersvaste Middenweg-scenario betekent. De lokale uitwerkingen van het nationale scenario zijn met elke gemeente ENERGIEVERBRUIK IN 2023 IN TJ FOODVALLEY PER SECTOR
besproken en gevalideerd. Vervolgens zijn de gemeentelijke scenario’s opgeteld tot een regionaal scenario. Deze analyse biedt het
2.706 391
volgende inzicht over de totale verwachte energievraag en het totale verwachte
4.469 Gebouwen (18%)
6.079
energieaanbod van de regio in 2040:
Huishoudens (26%)
De afgelopen jaren is het energieverbruik in de
Binnenlands transport (38%)
regio gedaald. In 2023 lag het totale
Landbouw (1%) Industrie (17%)
energieverbruik in de regio op 26.180 TJ. In 2040 ligt het totale energieverbruik naar verwachting rond de 22.031 TJ. Dat komt door
12.535
besparing, meer efficiënte technieken en gedragsverandering. Met name bij het binnenlands transport liggen de grootste kansen op besparing. Landelijk beleid heeft daarop de grootste invloed. Een heel groot deel van de energie die in de
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
80
BIJLAGE 3A
regio wordt verbruikt, komt uit fossiele bronnen zoals aardgas en brandstoffen. Het aanbod van duurzaam opgewekte AANBOD DUURZAME ENERGIE IN TJ IN FOODVALLEY
energie in de regio lag in 2023 op 6.213 TJ. Dit is vooral opwek van windenergie (44 TJ) en zonne-energie op kleine en grote daken en op land (1.740 TJ), duurzame warmte uit biomassa
244
en omgevingswarmte (509 TJ).
506 Windenergie
Het huidige, maar ook het toekomstige,
Zonne-energie
energiesysteem in de regio heeft last van
Warmte uit biomassa
onbalans. Gedurende het jaar zijn er
Omgevingswarmte
momenten dat er meer duurzame energie in gemeenten wordt opgewekt dan er op dat moment in de gemeenten wordt gebruikt. Dan wordt opgewekte energie ingevoed in het elektriciteitsnet. Ook zijn er momenten dat er
1.740
in gemeenten meer energieverbruik is, dan er energie in die gemeenten wordt opgewekt. Dan wordt energie via het elektriciteitsnet van buiten de regio afgenomen.
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
81
BIJLAGE 3A
In 2023 werd 3.920 TJ aan elektriciteit geïmporteerd van buiten de regio. In 2040 is naar verwachting de elektriciteitsvraag groter. Dit komt door elektrificatie. De hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit zal groeien, maar kan de groei in de vraag niet bijhouden. Verwacht wordt daarom dat in 2040 ongeveer 81% van de elektriciteit geïmporteerd zal moeten worden. Dit legt druk op het regionale elektriciteitsnetwerk. Hoewel het van groot belang is om op regionaal niveau inzicht te hebben in de ontwikkeling van energievraag en -aanbod op regionaal niveau (zie hierboven) is het niet genoeg voor de ontwikkeling van het regionale energiesysteem. De ontwikkeling van een toekomstig energiesysteem – deels centralistisch georganiseerd, deels decentraal georganiseerd – in combinatie met de bestaande en toekomstige structuur van de elektriciteitsnetwerken (nettopologie) vraagt om een veel gedetailleerdere gebiedsgerichte benadering. Regionale cijfers geven een nuttig overzicht en een gevoel voor de schaal van de opgave, maar voor de daadwerkelijke uitvoering zijn uitwerkingen en doorrekeningen op lokaal en technisch detailniveau noodzakelijk. Alleen dan kan goed worden bepaald waar ruimte is voor nieuwe opwek, waar en wanneer de infrastructuur verzwaard moet worden en welke gebieden juist beperkt worden door netcapaciteit.
Regio Foodvalley is voornemens om voor de gehele regio een Digital Twin te (laten) ontwikkelen. Hiermee kan per deelgebied worden gesimuleerd welke maatregelen genomen kunnen worden en welke impact die maatregelen hebben op het elektriciteitsnetwerk. Zo kan op gebiedsniveau (bijvoorbeeld een woonwijk of bedrijventerrein) inzichtelijk worden gemaakt hoe bestaande, maar ook toekomstige, elektriciteits-infrastructuur zo optimaal mogelijk gebruikt kan worden. Per gebied wordt dan duidelijk wat de opgave is. ← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
82
BIJLAGE 3A
Omdat er verschillende schaalniveaus van gebieden zijn, is het belangrijk dat continu gekeken wordt op maatregelen op een laag niveau goed optellen op hogere gebiedsniveaus. Eén onderstations voedt meerdere dorpen (buurten/wijken/bedrijventerreinen). Uiteindelijk moet ook op het niveau van een onderstation alles kloppen. De Digital Twin gaat inzicht geven over de verschillende gebiedsniveaus heen. De detailanalyse die hiervoor nodig is, moet onderdeel worden van het opstellen van het Regionaal Programma Energiesysteem. Het is de bedoeling dat de Digital Twin niet eenmalig wordt gebruikt, maar juist wordt ingezet om de komende jaren inzicht te blijven houden in de impact van maatregelen op verschillende gebiedsniveaus. 4
ENERGIE-INFRASTRUCTUUR IN REGIO FOODVALLEY
Huidige en historische energie-infrastructuur Tussen 2010 en 2022 zijn de energie-infrastructuren in Nederland en Regio Foodvalley sterk veranderd. Het elektriciteitsnet werd – zeker in de laatste jaren - in hoog tempo verzwaard en uitgebreid om de groei van zonne- en windenergie en de toenemende elektrificatie van mobiliteit en verwarming te kunnen verwerken, terwijl het gasnet minder aardgas transporteerde. Ook warmtenetten namen in omvang en belang toe, met name in stedelijke gebieden (Ede en Veenendaal). Parallel hieraan kwam de ontwikkeling van infrastructuren voor energieopslag in beweging: batterijen verschenen voor het eerst op wijk- en systeemniveau, warmteopslag groeide vooral via seizoensgebonden WKO-systemen, en bestaande ondergrondse gasopslag bleef cruciaal voor leveringszekerheid. Tot slot deden ook infrastructuren voor energie-omzetting hun intrede: warmtepompen werden op grote schaal toegepast in de gebouwde omgeving. Ook elektrolyse heeft in deze periode een eerste opmars gemaakt, met pilotprojecten en demonstraties waarin duurzame elektriciteit wordt omgezet in
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
83
BIJLAGE 3A
waterstof, al is grootschalige toepassing nog beperkt (zie kader: Waterstofproductie). Power-
WATERSTOFPRODUCTIE IN KOOTWIJKERBROEK
to-heat – het rechtstreeks omzetten van
Naast het zonnepark Branderwal (20 hectare) staat een innovatieve elektrolyser van het bedrijf
elektriciteit in warmte – vond zijn weg in de
XiNTC die zonne-energie omzet naar waterstof. Een van de unieke eigenschappen van deze
industrie. Deze trends laten zien dat energie-
elektrolyser is dat deze kan omgaan met flexibele toevoer van elektriciteit uit het zonnepark.
omzetting steeds meer een praktische rol krijgt
Daarnaast is de elektrolyser in staat de gelijkstroom (geproduceerd door de zonnepanelen) direct
in de verduurzaming en flexibilisering van het
om te zetten naar waterstof, waardoor omzettingsverliezen zeer beperkt zijn. De geproduceerde waterstof wordt tijdelijk opgeslagen en wordt geleverd aan waterstof-tankstations. Transport van de waterstof vindt plaats via tube-trailers.
energiesysteem, ook al zijn veel toepassingen nog in de beginfase of in ontwikkeling. Belangrijkste trends 2010 - 2022 Tussen 2010 en 2022 waren de eerste stappen
te zien van een ontwikkeling van het energiesysteem in Regio Foodvalley van een grotendeels centraal georganiseerd systeem naar een meer divers en verbonden netwerk van transport-, opslag- en conversieinfrastructuren in de regio Foodvalley. Toekomstig energie-infrastructuur De energie-infrastructuren in de regio staan de komende decennia voor ingrijpende veranderingen. De ontwikkeling van een centraal georganiseerd energiesysteem naar een hybride energiesysteem waarin ook veel meer decentrale onderdelen zitten zet door. Het elektriciteitsnet wordt fors uitgebreid en verzwaard om de sterke groei van zonne- en windenergie, de elektrificatie van mobiliteit en de
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
84
BIJLAGE 3A
inzet van warmtepompen op te vangen. Tegelijkertijd blijft de gasinfrastructuur van belang: het gebruik van aardgas neemt weliswaar af, maar de bestaande netten kunnen – afhankelijk van
“Ons huidige stroomnet is eigenlijk gebouwd als lichtnet.” (Warmold ten Zijthoff, regiodirecteur Stedin)
de situatie - worden benut voor duurzame gassen zoals groen gas en waterstof. Daarnaast groeit de behoefte aan infrastructuur voor opslag en conversie, variërend van grootschalige batterijen en waterstofopslag tot elektrolyse-installaties die duurzame elektriciteit omzetten in waterstof. Deze ontwikkelingen laten zien dat het energiesysteem steeds meer een samenhangend netwerk wordt, waarin elektriciteit, gassen en opslag elkaar aanvullen om flexibiliteit en leveringszekerheid te garanderen. Energie-infrastructuur voor elektriciteitstransport In Nederland loopt het elektriciteitsnet snel tegen grenzen aan door de snelle elektrificatie van
“We gaan het niet redden met alleen het elektriciteitsnet uitbreiden. Gelukkig zijn er slimmere routes die minder ruimte, geld en tijd kosten.” (Warmold ten Zijthoff, regiodirecteur Stedin)
vraag en aanbod. Decennialang kon veel eindgebruik via het gasnet (verwarmen, koken) en vloeibare brandstoffen (mobiliteit) plaatsvinden, waardoor het elektriciteitsnet lichter kon blijven. Nu verschuift die vraag in korte tijd naar het stroomnet, terwijl uitbreiding complex en tijdrovend is. Efficiënt gebruik, lokale balancering en flexibiliteit zijn daarom randvoorwaarden. Netbeheerders, zoals TenneT voor het hoogspanningsnet en Liander en Stedin voor de regionale midden- en laagspanningsnetten werken hard aan uitbreiding/versterking van hun elektriciteitsnetten. De nettopologie, ofwel de manier waarop het elektriciteitsnet is opgebouwd en met elkaar is verbonden verandert. Dit is nodig omdat de nettopologie in hoge mate bepaalt hoe robuust en flexibel het netwerk is. Het beïnvloedt bovendien de mogelijkheden om duurzame opwek lokaal aan te sluiten en te verdelen. Het heeft direct gevolgen voor de beschikbaarheid van energie op specifieke locaties, iets wat in de energietransitie steeds meer sturend wordt voor ruimtelijke en economische keuzes.
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
85
BIJLAGE 3A
OPSPLITSEN FGU-NETWERK DOOR TENNET
TenneT werkt aan het opsplitsen van het FGU-netwerk in vier segmenten, ook wel pockets genoemd. Elke pocket krijgt slechts één koppeling met
TenneT beheert het hoogspanningsnet in Nederland. Dit netwerk is
het 220kV- en 380kV-net. Dit helpt netcongestie in de toekomst beperken,
opgebouwd uit 14 deelnetten. Het FGU-netwerk is het grootste 150kV-
omdat elektriciteit niet meer ongewenst via het 150kV-netwerk wordt
deelnet van Nederland, dat Flevoland, Gelderland en Utrecht bedient. De
getransporteerd, zoals dat nu wel het geval is. De opsplitsing in pockets is
opbouw van het netwerk wordt aangepast, omdat vraag naar een
randvoorwaardelijk om weer netcapaciteit te kunnen bieden aan Stedin
aanbod van elektriciteit verandert. Dit leidt tot toenemende belasting van
en Liander. Op basis van huidige inzichten is de verwachting dat het FGU-
het netwerk. Op dit moment is er sprake van netcongestie op het gehele
netwerk in 2033 – en mogelijkerwijs in 2035 – is aangepast.
FGU-netwerk. Dit heeft grote impact op de energietransitie en de economische ontwikkelingen in het gehele gebied, dus ook de Regio
Als TenneT haar netwerk heeft opgeknipt in een groter aantal pockets,
Foodvalley.
vallen verschillende delen van de Foodvalley in andere pockets: •
Gemeente Nijkerk wordt op termijn gevoed vanuit een nieuw onderstation Amersfoort-West dat weer wordt gevoed vanuit koppelstation Breukelen-Kortrijk (Breukelen-Kortrijk wordt straks een eigen pocket). Op dit moment wordt Nijkerk nog gevoed vanuit onderstation Harderwijk dat wordt gevoed vanuit koppelstation Lelystad.
•
Gemeente Barneveld, Scherpenzeel en een deel van Ede worden nu, maar ook straks gevoed vanuit station Harselaar dat wordt gevoed vanuit koppelstation Lelystad (Lelystad wordt straks een eigen pocket).
•
Gemeenten Wageningen, Rhenen, Veenendaal, Renswoude en een deel van Ede, worden nu, maar ook straks gevoed vanuit station Dodewaard (Dodewaard wordt straks een eigen pocket).
Deelnettenstructuur FGU-netwerk na 2033-2035
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
86
BIJLAGE 3A
AANPASSING NETTOPOLOGIE DOOR STEDIN EN LIANDER De regionale netbeheerders Stedin en Liander werken aan het toekomstbestendig maken van hun elektriciteitsnetwerken. Zo worden er nieuwe onderstations ontwikkeld, nieuwe kabeltracés aangelegd en nieuwe transformatorhuisjes geplaatst. In de periode tot 2040 zal de nettopologie wijzigen. Dit bepaalt waar, op welk moment, netcapaciteit beschikbaar is voor nieuwe economische ontwikkelingen en verduurzamingsprojecten.
Deelnettenstructuur Stedin-netwerk 2025 – Utrechtse deel van Regio Foodvalley
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
87
BIJLAGE 3A
Deelnettenstructuur Noordelijke deel regio Foodvalley -netwerk 2035. Nijkerk en deel van Barneveld is in 2035 niet meer verbonden met onderstation Harderwijk. Het nieuwe station Amersfoort Noord is onderdeel van de nieuwe pocket-structuur van TenneT in 2035.
← INHOUD
Deelnettenstructuur Liander-stations in overige deel regio Foodvalley -netwerk 2025.
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
88
BIJLAGE 3A
Grenzen aan maakbaarheid vraagt om scherpe keuzes Omdat duurzame elektriciteit de ruggengraat van ons energiesysteem wordt21, gaat het qua
Netbeheerders geven aan dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid. Netcongestie blijft de komende decennia een belangrijk vraagstuk.
energie-infrastructuur vooral over het elektriciteitsnet. De regio benut het elektriciteitsnet nog niet optimaal. De realiteit is dat vraag en aanbod in pieken plaatsvindt en het huidige elektriciteitsnet die niet aankan. Netcongestie wordt onterecht vaak nog beschouwd als een tijdelijk probleem, of maakbare uitdaging binnen de langetermijn verstedelijkingsopgave. Uitbreiding en versterking van elektriciteitsnetten kost veel tijd, is kostbaar en heeft grote ruimtelijke impact. Met het oog op de betaalbaarheid van het energiesysteem, is het belangrijk dat investeringen op de juiste plaats en in de juiste omvang gebeuren. Infrastructuuroptimalisatie gaat over het vinden van de beste balans tussen uitbreiden, vernieuwen en slim gebruiken van de infrastructuur, met als doel een betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem. In provinciale Meerjaren Investeringsprogamma’s Energie en Klimaat (pMIEK) maken provincies en netbeheerders afspraken over de aanleg en versterking van energie-infrastructuur die nodig is voor de energietransitie. Provincies maken een pMIEK om te bepalen welke energieinfrastructuurprojecten in hun gebied prioriteit krijgen, en om dit af te stemmen met landelijke plannen. De pMIEK’s van Gelderland en Utrecht helpen dus om de landelijke koers te verbinden met de regionale praktijk en zorgt dat investeringen in energie-infrastructuur goed op elkaar zijn afgestemd.
21. Nationaal Plan Energiesysteem. Op dit moment is ongeveer 25% elektrisch, op termijn wordt dit naar verwachting 70-95% in combinatie met veel gratis omgevingsenergie (uit lucht, water, bodem).
← INHOUD
Om grip te houden op de realisatie, de ruimtelijke impact en economische ontwikkeling en ook op de betaalbaarheid van de energievoorziening is het van belang dat scherpe keuzes worden
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
89
BIJLAGE 3A
gemaakt. De provincie Gelderland kiest er daarom voor om energie-intensieve bedrijvigheid te clusteren, zodat de benodigde investeringen in energie-infrastructuren gericht kunnen plaatsvinden. In Regio Foodvalley zijn geen energieclusters voorzien. Dit betekent dat energieintensieve bedrijven zich niet kunnen vestigen in de Regio, tenzij zij zelf voorzien in hun energiebehoefte. Energie-infrastructuur voor elektriciteitsopslag De overgang naar een energiesysteem dat in hoge mate steunt op zonne- en windenergie vraagt om nieuwe manieren om vraag en aanbod van elektriciteit in balans te houden. Zon en wind leveren immers niet altijd wanneer de vraag het grootst is. Opslag van elektriciteit speelt hierbij een cruciale rol. Door overschotten tijdelijk op te slaan – bijvoorbeeld in batterijen, waterstof of via warmteopslag – kan de energie later worden ingezet wanneer er juist een tekort is. Dit vergroot de flexibiliteit van het systeem en helpt pieken en dalen in productie en verbruik op te vangen. Opslag draagt zo bij aan een stabielere netspanning, voorkomt overbelasting van het elektriciteitsnet en maakt het mogelijk meer duurzame opwek lokaal in te passen. Daarmee is elektriciteitsopslag in batterijen een onmisbare schakel voor de toekomstige balancering van het totale energiesysteem.
Het is de verwachting dat in de toekomst een steeds groter deel van de finale elektriciteitsvraag, eerst door een vorm van buffering in batterijen gaat. Elektriciteitsopslag in batterijen Batterijen nemen een steeds belangrijkere plaats in binnen het energiesysteem, omdat ze helpen om duurzame elektriciteit op te slaan en te gebruiken op het moment dat het nodig is. Batterijen kunnen op verschillende schaalniveaus worden ingezet.
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
90
BIJLAGE 3A
• Systeembatterijen zijn grote installaties die worden aangesloten op het hoogspanningsnet en vooral worden gebruikt voor het balanceren van vraag en aanbod in heel Nederland of zelfs internationaal. • Buurt- of bedrijventerreinbatterijen hebben een kleinere schaal en worden ingezet in woonwijken of bedrijventerreinen. Ze zorgen ervoor dat lokaal opgewekte zonnestroom beter benut kan worden en verminderen de druk op het regionale elektriciteitsnet. • Thuisbatterijen zijn bedoeld voor individuele huishoudens. Zij slaan zonnestroom op die overdag wordt opgewekt, zodat deze in de avond of nacht gebruikt kan worden. Grootschalige batterij-installatie van Lion Storage in de haven van Vlissingen (met een tijdsduurgebonden contract met TenneT
← INHOUD
• Elektrische voertuigen, waarvan de batterij naast vervoer ook een rol kan spelen als tijdelijke opslag (vehicle-to-grid).
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
91
BIJLAGE 3A
Grootschalige batterij-installatie van Lion Storage in de haven van Vlissingen (met een tijdsduurgebonden contract met TenneT. Samen vormen deze verschillende typen batterijen een belangrijk instrument om flexibiliteit en betrouwbaarheid in het energiesysteem te waarborgen. Cruciaal is dat de batterijen zo worden ingezet dat ze de balans in het systeem ook op lokaal, regionaal en landelijk niveau helpen. Batterijen kunnen ook de elektriciteitsinfrastructuur juist overbelasten. In het toekomstige energiesysteem in de Regio Foodvalley speelt batterij-opslag een belangrijke rol. De inzet van batterijen voor energieopslag heeft niet alleen technische, maar ook ruimtelijke gevolgen. Grote systeembatterijen nemen vaak de vorm aan van containers of gebouwen vol accu’s en transformatoren, die samen een terrein van enkele hectares kunnen beslaan. Ze vragen bovendien om een goede inpassing in de omgeving, met aandacht voor veiligheid, geluid en landschappelijke uitstraling. Buurtbatterijen zijn kleinschaliger, maar moeten wel in woonwijken of bij bedrijventerreinen een plek krijgen, wat kan leiden tot vragen over ruimtebeslag en acceptatie door omwonenden.
Thuisbatterijen hebben nauwelijks ruimtelijke impact, omdat ze binnen of naast de woning geplaatst worden, maar hun grootschalige toepassing kan het elektriciteitsnet wel ontlasten en zo indirect ruimteclaims op grotere schaal beperken. Belangrijk is dat bij de ruimtelijke afweging rondom batterijen niet alleen naar de fysieke ruimte wordt gekeken, maar ook naar de mogelijkheden om bestaande infrastructuur slim te benutten, bijvoorbeeld door batterij-opslag te realiseren nabij energieaanbod (clusteren bij zonne- of windparken), energievraag (woningen of bedrijven) of nabij knooppunten in het elektriciteitsnetwerk (onderstations of transformatorhuisjes).
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
92
BIJLAGE 3A
Elektriciteitsopslag in waterstof Een veelbelovende manier om elektriciteit op te slaan is het omzetten ervan in waterstof. Wanneer er een overschot aan duurzame stroom is – bijvoorbeeld op zonnige of winderige dagen – kan deze elektriciteit via elektrolyse worden gebruikt om water te splitsen in waterstof en zuurstof. De geproduceerde waterstof kan vervolgens worden opgeslagen in tanks of ondergrondse zoutcavernes22, en later weer worden ingezet als energiedrager. Dat kan direct in de industrie en mobiliteit, maar ook terug worden omgezet in elektriciteit met behulp van brandstofcellen of gasturbines. Het grote voordeel van waterstof is dat het, in tegenstelling tot batterijen, geschikt is voor grootschalige en langdurige opslag, waardoor seizoensverschillen in vraag en aanbod beter kunnen worden overbrugd. Daarmee vormt waterstof een belangrijke schakel in het toekomstig energiesysteem: niet alleen als opslagtechnologie, maar ook als veelzijdige brandstof voor sectoren waar elektrificatie lastig is. Energie-infrastructuur voor warmtetransport In Regio Foodvalley is duurzame warmte beschikbaar. Een deel van de warmte wordt opgewekt op de plek waar de warmte ook wordt gebruikt. Op andere plekken is er sprake van een collectieve bron waarvan de warmte moet worden getransporteerd naar eindgebruikers. Warmtenetten zijn hiervoor geschikt.
We onderscheiden: • Hoge temperatuur netten (70–90°C): vaak gevoed door industriële restwarmte. Hogetemperatuur-netten hebben relatief weinig invloed op het stroomnet. • Midden temperatuur netten (55–75°C): o.a. geothermie, grote warmtepompen of biomassa/ WKK. Midden-temperatuur-netten kunnen substantiële elektrische aansluiting vragen bij 22. Dit speelt niet in regio Foodvalley.
← INHOUD
warmtepompen.
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
93
BIJLAGE 3A
• Lage temperatuur netten (30-55°C): o.a. aquathermie/WKO/grote warmtepompen; efficiënt en toekomstbestendig, maar met hogere elektrische ondersteuningsvraag. • Zeer-lage temperatuur (ZLT) bron-net (10-30°C): omgevingswarmte. Een bron-net, een variant op een warmtenet, levert water met zeer lage temperatuur (bijvoorbeeld 16°C in koudere periodes, of 10°C in warme periodes) aan woningen. Efficiënt en toekomstbestendig, maar met nog hogere elektrische ondersteuningsvraag, omdat in elke woning d.m.v. een individuele warmtepomp het water nog verder moet worden opgewarmd. Met ZLT-bron-net kan de woning ook worden gekoeld in de zomer. Bij diepe geothermie zijn midden- of hoge-temperatuur-warmtenetten logisch; lage temperatuur netten passen goed bij aquathermie. Energie-infrastructuur voor warmte-opslag Bij aquathermie wordt warmte onttrokken aan oppervlaktewater (zoals meren, rivieren of kanalen) of afvalwater. Deze warmte heeft meestal een relatief lage temperatuur (tussen de 10–25 °C). Om deze warmte efficiënt te kunnen benutten in de gebouwde omgeving, is vaak een buffer en temperatuursturing nodig. Hier komt warmte-koudeopslag (WKO) in beeld. Door middel van een WKO wordt warmte (of koude) tijdelijk opgeslagen in de bodem, zodat deze later – bijvoorbeeld in een ander seizoen – gebruikt kan worden.
Een WKO helpt om de temperatuur stabiel te houden, omdat de watertemperatuur van oppervlaktewater sterk kan variëren per seizoen. Doordat de WKO fungeert als een thermische batterij die helpt om de pieken en dalen in de warmtevoorziening te balanceren, helpt een WKO efficiënt om te gaan met energievraag en -aanbod.
← INHOUD
Regionaal Energieperspectief Regio Foodvalley 2040 | oktober 2025
94