CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.18 Besluit B&W inzake voorontwerp BP De Lanen Oost d.d. 30-8-22 II.pdf

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken32.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt de bovengrond met sporen baksteen en/of sporen plastic in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. De overige grond is vrij toepasbaar. Hierbij dient opgemerkt te worden dat geen analyses op arseen zijn uitgevoerd. Het grondwater uit peilbuis 205 bevat een licht verhoogde concentratie barium. Overig terrein ten westen van de Nederwoudseweg Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond zeer plaatselijk sporen baksteen bevat. Zintuiglijk zijn zowel op het maaiveld als in de grond en puinver‐ harding geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de bovengrond met sporen baksteen (GRN M306.1) is een licht verhoogd gehalte koper aange‐ toond. De bovengrond van de noordkant van het terrein (GRN MM301) bevat licht verhoogde gehal‐ ten koper en lood. In de overige bovengrond (GRN MM302) en in de ondergrond (GRN MM303 en 304) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aange‐ toond. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit is alle grond vrij toepasbaar. Hierbij dient opge‐ merkt te worden dat geen analyses op arseen zijn uitgevoerd.

De Burgt III te Barneveld

63

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Het grondwater uit peilbuis 316 bevat een licht verhoogde concentratie koper en een matig ver‐ hoogde concentratie barium. Weiland ten westen Lunterenseweg 92 incl. grondwal en puinverharding Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat in één van de bo‐ ringen ter plaatse van het voormalige pad sporen baksteen in de bovengrond zijn waargenomen. De puinverharding bestaat uit een circa 50 cm dikke laag van puingranulaat/repac welke plaatselijk is afgedekt met tegels/klinkers. Zintuiglijk zijn zowel op het maaiveld als in de grond en puinverharding geen asbestverdachte materialen waargenomen. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de bovengrond over het algemeen matig tot sterk ver‐ hoogde gehalten arseen bevat. Plaatselijk zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten arseen aangetoond. Daarnaast bevat de bovengrond plaatselijk licht verhoogde gehalten zink. (GRN MM501 t/m 503 en uitsplitsing). De klei uit de ondergrond bevat een sterk verhoogd gehalte arseen (GRN MM506). In het zand uit de ondergrond, waaronder ook het zand onder de puinverharding, zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aan‐ getoond (GRN MM504, 505, 507 en 508). De grond uit de grondwal (MMgrondwal 1 en MMgrondwal 2) bevat sterk verhoogde gehalten ar‐ seen.

Waarschijnlijk is deze grond afkomstig van de locatie waar nu de puinverharding aanwezig is. Licht verhoogde concentraties barium zijn aangetoond in het grondwater uit peilbuis 507 en 512. Het grondwater uit peilbuis 522 bevat een licht verhoogde concentratie arseen en een matige ver‐ hoogde concentratie barium. In de puinverharding is analytisch geen asbest aangetoond (ASB MM501 en 502). Eveneens worden de samenstellings‐ en emmissiewaarden niet overschreden. Het materiaal derhalve voor hergebruik in aanmerking. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt het zand en de klei uit de bovengrond op basis van arseen overwegend in de bodemkwaliteitsklasse Industrie en Niet toepasbaar. Voor de overige parameters valt de bovengrond in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. De ondergrond valt zowel voor arseen als de overige parameters in de bodemkwaliteitsklasse Achter‐ grondwaarde. De grond uit de grondwal valt in de bodemkwaliteitsklasse Niet toepasbaar voor arseen en voor de overige parameters in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Nederwoudseweg 68 Het uitgevoerde onderzoek betreft een aanvulling op reeds uitgevoerd onderzoek en heeft bestaan uit:  Uitsplitsing asbestmonster; De Burgt III te Barneveld

64

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

  

Buro Ontwerp & Omgeving

Onderzoek fundering en onderliggende bodem toegangsweg; Onderzoek gedempte sloot; Onderzoek dammetje en gedempte sloot.

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is waargenomen dat de bovengrond ter plaatse van één van de gaten ten behoeve van de uitsplitsing van het asbestmonster matig baksteenhoudend is. In de bovengrond van gat 606 is asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de overige gaten ten behoeve van de uitsplitsing van het asbestmonster zijn geen asbestverdachte materialen waargeno‐ men. Uit de analyses blijkt dat het aangetroffen materiaal (>20 mm) in gat 606 (AVM 606) 10‐15% chrysotiel en 2‐5% crocidoliet asbest bevat. In de fractie <20mm is geen asbest aangetoond. De as‐ bestconcentratie in gat 606 bedraagt circa 49 mg/kg ds gewogen. De overige monsters uit de uit‐ splitsing bevatten 23 (ASB M601.2), <0,4 (ASB M602.2), <0,3 (ASB 603.2 en ASB 604.2) en 3,4 (ASB M605.2) mg/kg ds gewogen aan asbest. Uit de boringen ter plaatse van de toegangsweg blijkt dat de weg uit 5 cm asfalt bestaat met hieron‐ der 35 cm funderingsmateriaal. Het funderingsmateriaal bestaat uit een mengsel van baksteen, puin, beton en/of zand waarin plaatselijk asbestverdacht materiaal aanwezig is. Hieronder bevindt zich zintuiglijk schoon zand of zintuiglijk schone klei. Het asbestverdachte materiaal (>20 mm) betreft zowel asbesthoudende plaat met 10‐15% chrysotiel als asbesthoudende plaat met 10‐15% chrysotiel en 2‐5% crocidoliet.

In het samengestelde meng‐ monster van het funderingsmateriaal is 180 mg/kg ds gewogen aan asbest in de fractie <20mm aan‐ getoond. Uit de berekeningen en verrekening op basis van het afgezeefde puin blijkt dat de asbest‐ concentratie aan de westkant van de weg in gat 607 en 608 respectievelijk 914 en 162,9 mg/kg ds gewogen betreft. Ter plaatse van het overig deel is in de fundering 51,7 mg/kg ds gewogen aan as‐ best aanwezig. Om te bepalen wat de asbestconcentratie in de bermen is, is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Dit is beschreven in hoofdstuk 5. Uit de analyse op samenstelling en uitloging (FUN MM601) blijkt dat het funderingsmateriaal op ba‐ sis van het gehalte minerale olie niet voor hergebruik in aanmerking komt. In het zand onder het middendeel van de weg (GRN MM601) is een licht verhoogd gehalte kobalt aangetoond. Het overige zand en de klei onder de weg (GRN MM602 en GRN M607.2) bevatten geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde. In‐ dicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond onder de toegangsweg vrij toepasbaar. Gat 606, waarin asbestverdacht materiaal is waargenomen en de asbestconcentratie 49 mg/kg ds gewogen betreft, dient naast de uitsplitsing tevens voor het onderzoek ter plaatse van de gedempte sloot. Ter plaatse van de gedempte sloot zijn verder plaatselijk sporen baksteen waargenomen.

Er zijn verder geen grondanalyses verricht.

De Burgt III te Barneveld

65

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Ter plaatse van de locatie dammetje/gedempte sloot zijn in de bovengrond brokken baksteen en/of brokken puin waargenomen. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het zintuiglijk verontreinigde zand bevat licht verhoogde gehalten zink en PAK (GRN MM603) en 23 mg/kg ds gewogen aan asbest (ASB MM602). Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond vrij toepasbaar. Nederwoudseweg 66 Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond over het algemeen sporen tot een zwakke hoeveelheid baksteen bevat. Plaatselijk zijn sporen glas aanwezig. Ter plaatse van de plantenbakken is een stukje asbestverdacht materiaal in de grond waar‐ genomen. Verder zijn zintuiglijk zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdachte mate‐ rialen aangetroffen. In de baksteenhoudende bovengrond (GRN MM701) zijn licht verhoogde gehalten PAK aanwezig. De overige bovengrond met plaatselijk sporen glas (GRN MM702) bevat licht verhoogde gehalten lood en PAK. In de ondergrond (GRN MM703) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond vrij toepasbaar. Hierbij dient opge‐ merkt te worden dat geen analyses op arseen zijn uitgevoerd. Het grondwater uit peilbuis 703 bevat licht verhoogde concentraties barium en nikkel.

Grootschalige weilanden met voormalig pad, gedempte sloot en 2 dammetjes Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond ter plaatse van het voormalige pad en de gedempte sloot sporen tot een zwakke hoeveelheid baksteen bevat en er plaatselijk tevens sporen kolengruis aanwezig zijn. Verder zijn geen waarnemingen ge‐ daan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Ook zijn geen as‐ bestverdachte materialen op het maaiveld of in de grondwaargenomen. In de bovengrond van de westelijke weilanden zijn licht verhoogd gehalten koper (GRN MM803 en GRN MM804) en plaatselijk tevens een licht verhoogd gehalte arseen (GRN MM803) aangetoond. De bovengrond ter plaatse van de oostelijke weilanden (GRN MM801 en GRN MM802) bevat geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde. Ook in de zintuiglijk schone ondergrond (GRN MM805 t/m808) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Ter plaatse van het voormalige toegangspad zijn in de sporen tot zwak baksteenhoudende grond (GRN MM809) licht verhoogde gehalten PAK en minerale olie gemeten. Het zintuiglijk schone zand (GRN M830.2) bevat een licht verhoogd gehalte zink.

Naast een matig verhoogd gehalte zink zijn in de sporen baksteen en sporen kolengruis houdende bovengrond (GRN M830.1) licht verhoogde ge‐ halten cadmium, lood en PAK gemeten. Uitvoering en resultaten van het nader onderzoek naar het De Burgt III te Barneveld

66

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

matig verhoogde gehalte zink is opgenomen in hoofdstuk 6. De zwak puinhoudende bovengrond ter plaatse van de gedempte sloot (GRN MM810) bevat geen van de onderzochte parameters in ver‐ hoogd gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit blijkt dat het westelijk deel van de bovengrond van de weilanden en een deel van de grond ter plaatse van het voormalige toegangspad in de bo‐ demkwaliteitsklasse Industrie vallen. Het zintuiglijk schone zand ter plaatse van het voormalige toe‐ gangspad valt in de bodemkwaliteitsklasse Wonen. De overige bovengrond en de ondergrond zijn vrij toepasbaar. In het grondwater uit peilbuis 813 is een licht verhoogde concentratie nikkel aangetoond. Het grond‐ water uit peilbuis 818 bevat licht verhoogde concentraties barium en nikkel en het grondwater uit peilbuis 827 bevat naast een licht verhoogde concentratie barium, ook na herbemonstering, een matig verhoogde concentratie nikkel. Ter plaatse van peilbuis 801 zijn in het grondwater geen ver‐ hoogde concentraties aangetoond. Door de Omgevingsdienst De Vallei is aangegeven dat er vanuit gegaan kan worden dat de matig verhoogde concentratie nikkel van nature aanwezig is. Dit houdt in dat de Wet bodembescherming niet van toepassing is en dat op basis hiervan dan ook geen nader onderzoek noodzakelijk is.

Wanneer sprake is van bemaling zal bij de lozing van het grondwater wel rekening gehouden dienen te worden met het voorkomen van verhoogde concentraties nikkel. Dit geldt ook bij het oppompen van grondwater voor beregening. Op basis van de hoogst gemeten concentraties in het grondwater is, conform CROW publicatie 400, geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing, zie bijlage 6.

De Burgt III te Barneveld

67

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

5

Buro Ontwerp & Omgeving

AANVULLEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM TOEGANGSWEG Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van het verkennend on‐ derzoek asbest in bodem (zie hoofdstuk 4). Hieruit blijkt dat het puin onder de toegangsweg plaat‐ selijk met asbest verontreinigd is boven de norm voor nader asbestonderzoek (50 mg/kg ds gewo‐ gen) en/of de interventiewaarde (100 mg/kg ds gewogen).

5.1

Relevante bekende gegevens Onder het asfalt van de toegangsweg naar de Nederwoudseweg 68 bevindt zich asbesthoudend fun‐ deringsmateriaal. Ter plaatse van de westkant van de weg is in de fundering 914 en 162,9 mg/kg ds gewogen aan asbest aangetoond. Ter plaatse van het overig deel is in de fundering 51,7 mg/kg ds gewogen aan asbest aanwezig.

5.2

Onderzoeksopzet Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek en het heterogeen voorkomen van asbest wordt de gehele weg beschouwd als ‘asbestweg’. Het aanvullend asbestonderzoek is gefaseerd uitgevoerd. Om de verontreinigingssituatie van de ber‐ men (stroken binnen 0,5 meter van de weg welke formeel behoren tot de asbestweg en onder het bevoegd gezag van IL&T vallen) vast te stellen zijn tijdens fase 1 acht gaten gegraven (maatwerk). Naar aanleiding van deze resultaten is een tweede fase onderzoek uitgevoerd in de bovengrond van 0,5 tot 1,0 meter vanaf de wegkant, aan weerszijde van de weg. Middels het graven van 8 gaten (maatwerk) is de verontreinigingssituatie van deze grond, welke formeel niet meer behoort tot de asbestweg, vastgesteld. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN‐5707:2017 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Tabel 20 bevat de onderzoeksopzet voor het aanvullend onderzoek asbest Tabel 20

Onderzoeksopzet aanvullend onderzoek asbest in grond

Locatie

Werkzaamheden

Analyses

Toegangsweg Nederwoudseweg 68 Fase 1 Gehele toegangsweg, bermen 0‐0,5 meter vanaf weg

8 gaten (0,3x0,3x0,5)

2x asbest (kwalitatief/kwantitatief)

Fase 2 Gehele toegangsweg, bermen 0,5 tot 1,0 meter vanaf weg

8 gaten (0,3x0,3x0,5)

2x asbest (kwalitatief/kwantitatief)

Asbest

De Burgt III te Barneveld

serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).

68

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

5.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Veldwerkzaamheden Het asbestonderzoek ter plaatse van de bermen (0‐0,5 meter vanaf de weg) langs de toegangsweg is op 24 september 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer M. Scholten van Bodem‐ Expert te Huissen. Het asbestonderzoek in de zone van 0,5 tot 1,0 meter vanaf de weg is op 27 oktober 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer C. Beunk van BodemExpert te Huissen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 21 geeft een overzicht van de uitgevoerde veld‐ werkzaamheden. Tabel 21

Uitgevoerde veldwerkzaamheden aanvullend asbestonderzoek toegangsweg

Toegangsweg Nederwoudseweg 68

Gat

Afmeting in m

Diepte in m‐mv

Fase 1 Gehele toegangsweg Bermen 0‐0,5 meter vanaf weg

629 t/m 636

0,3x0,3

0,5

Fase 2 Gehele toegangsweg 0,5 tot 1,0 meter vanaf weg

641 t/m 651*(A)

0,3x0,3

0,5

*(A)

Naar aanleiding van de zintuiglijke waarnemingen in het veld zijn direct 3 extra gaten gegraven.

De situering van de inspectiegaten is aangegeven op de tekeningen in bijlage 1.3. 5.4

Visuele inspectie proef‐sleuven en –gaten Het uitgegraven materiaal is per inspectie‐gat gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Alle visueel waarneembare asbestverdachte materialen zijn, per gat verzameld en geanalyseerd (ma‐ teriaal verzamelmonster). Hierna is de grond conform de NEN‐5707 bemonsterd (grondmonster). Alle inspectie‐gaten zijn na het uitvoeren van het veldwerk gedicht met uitkomende grond. In bijlage 7 zijn de inspectierapporten opgenomen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. In Tabel 22 zijn de relevante bijzonderheden van de visuele waarnemingen opgenomen. Een volledig overzicht is opgenomen in de profielbeschrijvingen (bijlage 2). Tabel 22

Visuele waarnemingen nader asbestonderzoek

De Burgt III te Barneveld

69

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

5.5

Buro Ontwerp & Omgeving

Gat

Diepte (m‐mv)

Bodemtype

629

0‐0,5

Zand

630

0‐0,5

631

0‐0,5

632

0‐0,5

Zand

633

0‐0,5

Zand

634

0‐0,5

Zand

635

0‐0,5

636

0‐0,5

Materiaal >20 mm Gewicht %

Type materiaal >20mm

Zintuiglijke waarneming asbest

2,4%

Baksteen, puin, grind

Geen asbestverdacht materiaal

Zand

1,9%

Baksteen, puin, grind

Geen asbestverdacht materiaal

Zand

1,5%

Baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

3,2%

Baksteen, puin, grind

Geen asbestverdacht materiaal

5,3%

Puin, grond, asfalt

Geen asbestverdacht materiaal

1,5%

Baksteen, puin, grind

Geen asbestverdacht materiaal

Zand

2,2%

Baksteen, puin, grind

Geen asbestverdacht materiaal

Zand

3,6%

Baksteen, puin, grind

Geen asbestverdacht materiaal

641

0‐0,5

Zand

4,5%

sporen puin, sporen asfalt

Geen asbestverdacht materiaal

642

0‐0,5

Zand

1,9%

sporen puin, sporen baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

643

0‐0,5

Zand

1,6%

sporen puin, sporen baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

644

0‐0,5

Zand

4,6%

sporen puin, sporen baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

645

0‐0,5

Zand

1,2%

sporen puin, sporen baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

646

0‐0,5

Zand

1,4%

sporen puin, sporen baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

647

0‐0,5

Zand

1,9%

sporen puin, sporen baksteen

1 stukje asbestverdacht materiaal

648

0‐0,5

Zand

1,4%

sporen puin, sporen baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

649

0‐0,5

Zand

2%

sporen puin, sporen baksteen

3 stukjes asbestverdacht materiaal

650

0‐0,5

Zand

2%

sporen puin, sporen baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

651

0‐0,5

Zand

2,1%

sporen puin, sporen baksteen

Geen asbestverdacht materiaal

Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 23 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analyse‐pakketten. De asbestmonsters zijn op locatie samengesteld van het uitgezeefde materiaal (fractie < 20 mm). Tabel 23 Monstercode

Analyseprogramma aanvullend asbestonderzoek toegangsweg Gat met diepte in m‐mv

Analyses

ASB MM603

631, 632, 635, 636 (0 – 0,5)

Asbest Grond en SEM

ASB MM604

629, 630, 633, 634 (0 – 0,5)

Asbest Grond en SEM

ASB MM605

641 t/m 644 (0 – 0,5)

Asbest Grond

ASB MM606

645, 646, 648 (0 – 0,5)

Asbest Grond en SEM

ASB M 647.1

647 (0 ‐ 0,5)

Asbest Grond en SEM

ASB M 649.1

649 (0 ‐ 0,5)

Asbest Grond en SEM

AVM 647

647 (0 ‐ 0,5)

Asbest in materiaal

AVM 649

649 (0 ‐ 0,5)

Asbest in materiaal

Fase 1

Fase 2

Asbest:

De Burgt III te Barneveld

serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).

70

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

5.6

Toetsingskader De interventiewaarde voor asbest, zoals vastgesteld in de Circulaire bodemsanering 2013, bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen. Gewogen wil zeggen dat de totale asbestconcentratie, de concentratie ser‐ pentijnasbest vermeerderd met 10 maal de concentratie amfibool asbest is.

5.7

Analyseresultaten De originele analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3.3. De analyseresultaten van de materiaal analyses zijn in onderstaande Tabel 24 opgenomen en de analyseresultaten van de grondanalyses zijn in onderstaande Tabel 25 weergegeven. Tabel 24

Analyseresultaten asbest in materiaal

Monstercode

Traject (m ‐mv)

Gewicht

Omschrijving

Type asbest

Hechtgebonden

AVM 647

647 (0 ‐ 0,5)

8,5 gram

Cement met cellulo‐ sevezel

Chrysotiel (2‐5%) Crocidoliet (0,1‐2%)

Ja

AVM 649

649 (0 ‐ 0,5)

40,1 gram

Vlakke plaat

Chrysotiel (10‐15%)

Ja

Tabel 25

Analyseresultaten asbest in de grond bermen toegangsweg in mg/kg ds gewogen

Monstercode

Traject (m ‐mv)

Zintuiglijk

Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds. gewogen

Type asbest

Hechtgebonden

ASB MM603

631, 632, 635, 636 (0 – 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, puin en/of grind

160 (0,5‐20 mm)

Golfplaat en vlakke plaat met chrysotiel en amfibool asbest

Ja

Vlakke plaat met chrysotiel asbest Amfibool vezels

Ja

<0,1 (<0,5 mm)

ASB MM604

629, 630, 633, 634 (0 – 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en/of grind

37 (0,5‐20 mm)

ASB MM605

641 t/m 644 (0 – 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en grind

220 (0,5‐20 mm)

Vlakke plaat met chrysotiel asbest en golfplaat met chryso‐ tiel en crocidoliet as‐ best

Ja

ASB MM606

645, 646, 648 (0 – 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en grind

62 (0,5‐20 mm)

Vlakke plaat met chrysotiel asbest en golfplaat met chryso‐ tiel en crocidoliet as‐ best

Ja

ASB M 647.1

647 (0 ‐ 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin, grind en 1 plaatje asbestverdacht materi‐ aal

540 (0,5‐20 mm)

Cement standleiding ket met chrysotiel en crocidoliet asbest

ja

ASB M 649.1

649 (0 ‐ 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin, grind en 3 plaatjes asbestverdacht materi‐ aal

740 (0,5‐20 mm)

Golfplaat met chry‐ sotiel asbest en vlakke plaat met chrysotiel en cro‐ cidoliet asbest

ja

11 (<0,5 mm)

Nee

<1,1 (<0,5 mm)

<1,1 (<0,5 mm)

<1,1 (<0,5 mm)

De Burgt III te Barneveld

71

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

5.8

Buro Ontwerp & Omgeving

Berekende asbestconcentraties In onderstaande Tabel 26 zijn de berekende totale concentraties, op basis van zowel de fractie <20 mm als de fractie > 20 mm weergegeven. De berekeningen zijn, voor zover van toepassing, opgeno‐ men in bijlage 8. Tabel 26

Totale concentraties asbest toegangsweg Nederwoudseweg 68

Gat en traject (m ‐mv)

Omschrijving

Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen

607 (0,05 ‐ 0,40)

Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand, asbesthoudend materiaal

914

608 (0,05 ‐ 0,30)

Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand, asbesthoudend materiaal

162,9

610 t/m 613 (0,05 – 0,40)

Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand

51,7

Nederwoudseweg 68 Toegangsweg verkennend onderzoek

Toegangsweg aanvullend onderzoek bermen 0‐0,5 meter vanaf weg 631, 632, 635, 636 (0 – 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, puin en/of grind

155,8

629, 630, 633, 634 (0 – 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en/of grind

46,66

Toegangsweg aanvullend onderzoek bermen 0,5‐1,0 meter vanaf weg

5.9

641 t/m 644 (0 – 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en grind

213,40

645, 646, 648 (0 – 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en grind

61,38

647 (0 ‐ 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin, grind en 1 plaatje as‐ bestverdacht materiaal

548,58

649 (0 ‐ 0,5)

Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin, grind en 3 plaatjes as‐ bestverdacht materiaal

810,41

Interpretatie Uit het uitgevoerde verkennend en aanvullend onderzoek naar asbest blijkt dat er sprake is van een asbestweg. Naast de sterk verontreinigde fundering is ook een deel van de berm zowel gelegen bin‐ nen een halve meter als buiten een halve meter van de weg sterk verontreinigd. Gezien het heterogene karakter van het voorkomen van asbest dient er op basis van onderhavig onderzoek vanuit gegaan te worden dat het funderingsmateriaal onder de gehele weg (circa 350 m2 en circa 35 cm dik) sterk verontreinigd is met asbest. Ditzelfde geldt voor de bermen aan weerszijde van de weg (lengte circa 90 meter). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat verontreiniging aanwezig is tot aan de oevers van de sloot, op circa 2 meter vanaf de wegkant. Langs een deel van de oostelijke bermen is geen sloot aanwezig. De horizontale verspreiding be‐ draagt hier minimaal 0,7 meter vanaf de kant van de weg, echter is deze omvang nog niet vastge‐ steld. Opgemerkt dient te worden dat de verontreiniging ook in verticale richting niet in beeld is. Verwacht wordt dat de diepte maximaal 0,5 meter betreft.

De Burgt III te Barneveld

72

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Uit het Besluit asbestwegen blijkt dat het verboden is een weg die meer dan 100 mg/kg ds gewogen aan asbest bevat voorhanden te hebben. Dit is echter niet van toepassing op een weg, waarvan de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht en waarvan het asbest is afgeschermd door een verharding (asfalt, klinkers, beton) die geen asbest bevat. Door de eigenaar is aangegeven dat de rijbaan in 1986 al verhard was met asfalt. Hieruit blijkt dat het asbest voor 1993 is aangebracht. Indien geen werkzaamheden aan de weg zelf plaats gaan vinden is sanering van de verontreiniging onder het asfalt niet noodzakelijk. Wanneer ter plaatse werkzaamheden worden verricht (weg op‐ nieuw aanleggen of verwijderen) dient de asbestweg gesaneerd te worden (ontgraven en afvoeren of afdekken met duurzaam aaneengesloten verhardingslaag). Ter plaatse van een deel van de bermen is asbest boven de 100 mg/kg ds. gewogen aangetoond. Sterk verontreinigde bermen gelegen binnen een halve meter vanaf de weg vallen eveneens onder het Besluit asbestwegen. Ter plaatste dient, ongeacht of er werkzaamheden plaats gaan vinden, ge‐ saneerd te worden. De sterk verontreinigde bermen op meer dan een halve meter uit de wegkant vallen onder de Wet bodembescherming. Sanering is alleen noodzakelijk op een natuurlijk moment (werkzaamheden) of indien er sprake is van onaanvaardbare risico’s.

In onderhavig geval is er, op basis van de huidge onderzoeksresultaten, geen sprake van risico’s omdat er niet meer dan 1.000 mg/kg ds. (gewogen) hechtgebonden en/of niet meer dan 100 mg/kg ds. (gewogen) aan niet hechtgebonden asbest is aangetoond. Conform CROW publicatie 400 is de voorlopige veiligheidsklasse ‘zwart niet vluchtig’ van toepassing, zie bijlage 6.

De Burgt III te Barneveld

73

3049.01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=04ffdad5-6424-40c9-9f73-09e2ef9f5965