B-3.17 Memo B&W Impactanalyse, handelingswijze en maatregelen Rijk en Provincie omtrent stikstof d.d. 13-5-25
Tekst van het document
Raadsmemo impactanalyse, handelingswijze en maatregelen Rijk en Provincie omtrent Stikstof
Datum: Onderwerp: Ter attentie van: Afzender:
13 mei 2025
Impactanalyse, handelingswijze en maatregelen Rijk en Provincie omtrent stikstof De Raad College van Burgemeester en Wethouders
Portefeuillehouder
B. Wijnne
Mail behandelaar
d.bol@barneveld.nl Telefoonnummer 0615381263
Samenvatting Deze raadsmemo beschrijft de actuele stand van zaken omtrent de inventarisatie en impact van de rechterlijke uitspraken van 18 december 2024 op projecten en activiteiten in Barneveld. Ook wordt een handelingswijze beschreven hoe we als gemeente omgaan met de verschillende projecten en activiteiten. Daarnaast geeft het inzicht in het onlangs genomen Voorbereidingsbesluit door Provinciale Staten omtrent het instellen van stikstofemissie-arme stroken rondom stikstofgevoelige Habitats in Natura 2000-gebieden, het Maatregelenpakket van het Rijk en de impact daarvan op de gemeente Barneveld. Doel De afgelopen tijd zijn er ontwikkelingen geweest in het landelijke stikstofdossier. In navolging op de eerder verstuurde raadsmemo “Aanpak en regie stikstofdossier” (dd. 18 februari 2025), informeren wij u middels deze raadsmemo over een aantal relevante zaken in dit dossier en gaan we in op de impact op de gemeente Barneveld. Inhoud memo In de eerder verstuurde raadsmemo is een proces opgenomen om te komen tot meer regie op het stikstofdossier. Dit proces is stapsgewijs opgepakt via drie verschillende sporen: regionaal spoor, lokaal spoor en lobbyspoor. Er wordt op dit moment aan alle sporen gewerkt.
Middels dit raadsmemo willen we u over drie stappen in dit proces informeren: - De inventarisatie en impact van de rechterlijke uitspraak van 18 december 2024 op projecten en activiteiten in Barneveld; - De handelingswijze hoe om te gaan met de verschillende projecten en activiteiten in Barneveld; - Het onlangs genomen Voorbereidingsbesluit door Provinciale Staten omtrent het instellen van stikstofemissie-arme stroken rondom
stikstofgevoelige Habitats in Natura 2000-gebieden en het Maatregelenpakket Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel. Bestuurlijke inzet & uitgangspunt: wat kan wel? Deze eerste impactanalyse geeft aan dat als gevolg van ontoereikend (Rijks)beleid en recente rechterlijke uitspraken inzake stikstof (potentieel) vele projecten en activiteiten in de gemeente Barneveld worden geraakt in hun voortgang. Er is bij ongewijzigd beleid een majeure impact: onduidelijkheid en onzekerheid leiden tot uit- of afstel. Dit raakt onze ambities als gemeente op bijvoorbeeld het gebied van de toekomst van het landelijke gebied, de woonopgave of mobiliteit. Binnen deze complexe omgeving willen we als gemeente proactief kijken naar wat er nog wél mogelijk is. Uitgangspunt is dat we zoveel mogelijk met projecten en activiteiten door willen gaan. Tegelijkertijd proberen we de juridische, financiële en organisatorische risico’s per project en activiteit in beeld te krijgen, af te wegen en te beheersen binnen onze mogelijkheden en aansluitend bij onze verantwoordelijkheden en bevoegdheid. Inventarisatie en impactanalyse Afgelopen weken is inzichtelijk gemaakt welke lopende en toekomstige projecten en activiteiten worden geraakt door de rechterlijke uitspraak van 18 december 2024 over intern salderen met ongebruikte stikstofruimte.
Dit is een uitgebreide inventarisatie van elk project of activiteit die in behandeling is bij de gemeente waarbij intern salderen met (enige) zekerheid is of wordt toegepast. Er zijn op dit moment 190 ruimtelijke ontwikkelingen (zowel publieke als private initiatieven) waarbij het aspect stikstof een rol kan spelen. Dit zijn projecten die zien op woningbouw, infrastructuur, maatschappelijk vastgoed, voorzieningen, (agrarische) bedrijvigheid en evenementen. Omdat al deze ontwikkelingen zich in verschillende fasen (initiatieffase tot en met realisatiefase) bevinden, is het voor veel gevallen nog niet duidelijk of het aspect stikstof een rol speelt. Dit komt omdat er nog geen AERIUS-berekening is uitgevoerd, of omdat de berekening voor medio december 2024 is uitgevoerd. Buiten de scope van de inventarisatie vallen: • Projecten waarbij met zekerheid geen sprake is van intern salderen; • Projecten waarbij een natuurvergunning aanwezig is met een actuele AERIUS-berekening; • Infrastructurele projecten waarbij het slechts regulier onderhoud betreft; • Projecten (waar intern salderen is toegepast) gerealiseerd tussen 2020 tot 2025; • Omgevingsvergunningen waarbij niet getoetst hoeft te worden aan het Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL) principe. De inventarisatie heeft geleid tot de volgende aantallen: • 76 woningbouwprojecten, ca.
3700 woningen (waarvan 175 in projectgebied GEUS, zie verderop in het memo); • 18 maatschappelijk vastgoed projecten (waarvan 2 in projectgebied GEUS, zie verderop in het memo); • 61 civiele projecten; • 6 recreatieprojecten (waarvan 4 in stikstofemissie-arme strook);
• •
43 stoppende agrarisch ondernemers (waarvan 2 binnen stikstofemissie-arme strook maar binnen uitzonderingsregeling LBV+); 3 grotere evenementen.
Consequentie van de rechterlijke uitspraken is dat veel van bovengenoemde projecten flinke vertraging oplopen of in het ergste geval geen of gewijzigd doorgang kunnen vinden. Ook zijn juridische en financiële consequenties niet uit te sluiten. Gezien de grote opgaven in de gemeente waarbij we ons richten op de bouw van circa 8000 woningen tot 2040 en daarmee samenhangend de borging van essentiële voorzieningen zoals scholen, riolering, wegen en andere maatschappelijke voorzieningen, is het van belang om te onderzoeken welk handelingsperspectief we als gemeente hebben om de consequenties zo beperkt mogelijk te houden en voortgang te behouden. Op dit moment is er een handelingswijze per project beschikbaar hoe we omgaan met deze projecten en activiteiten. De inventarisatielijst geeft per project inzicht in een aantal eigenschappen. Zo is onder andere geïnventariseerd wat voor type project of activiteit het betreft, wat de afstand is ten opzichte van Natura 2000-gebied, in welke fase het project zich bevindt en indien beschikbaar de uitkomsten van de stikstof berekening. Op basis van de geïnventariseerde aspecten is per project of activiteit een risicoprofiel gehangen. Dit risicoprofiel heeft geleid tot een handelingswijze per project. Op basis van de individuele risicoprofielen en handelingswijzen kunnen een aantal hoofdlijnen worden onderscheiden waarlangs we willen werken.
Handelingswijze plannen, projecten en activiteiten De uitspraken betekenen dat er keuzes gemaakt moeten worden over hoe we verder kunnen met plannen, projecten en activiteiten in de gemeente Barneveld. Op basis van de uitgevoerde inventarisaties onderscheiden we vijf categorieën waarvoor we een handelingswijze geven. Belangrijk om te vermelden is dat de handelingswijze richtinggevend is. Bij de begeleiding of projectleiding van een project of activiteit zal altijd een afweging worden gemaakt van de risico’s voor dat specifieke project. Dit zal met name gelden voor de projecten waarbij sprake is van aanbestedingstrajecten en andere contractafspraken met externe partijen. 1. Ruimtelijke planprocedures (initiatieffase tot en met fase omgevingsvergunning) Een strikte toepassing van de plantoets op het onderdeel ‘natuur’ zou betekenen dat planvorming grotendeels stil komt te vallen. Gelet op de (maatschappelijke) opgaven is dat ongewenst. Er zijn argumenten aan te voeren die ertoe leiden dat in sommige gevallen planvorming toch door te zetten in afwachting van maatregelen van Rijk en provincie. • • •
Veel plannen blijven (met vertraging) uitvoerbaar zodra er een maatregelenpakket ligt voor stikstofreductie vanuit Rijk en provincie; In het planspoor hoeft nog geen rekening te worden gehouden met de daadwerkelijke afroming (dit is pas aan de orde in het vergunningenspoor); Het gefaseerd verlenen van toestemmingen past binnen de uitgangspunten van de Omgevingswet;
• •
Een vastgesteld/onherroepelijk plan biedt initiatiefnemers zekerheid om te investeren in benodigde stikstofmaatregelen om een natuurvergunning te verkrijgen; Stilleggen van plannen betekent niet dat deze op enig moment weer direct kunnen worden hervat, onder andere vanwege al uitgevoerde onderzoeken.
We kiezen ervoor om planvorming (van initiatieffase tot en met fase omgevingsvergunning) voort te zetten, mits voldoende kan worden onderbouwd dat het betreffende plan op termijn uitvoerbaar is. Daarbij wordt onder andere beoordeeld • In hoeverre het plan zal worden geraakt door herstelmaatregelen vanuit Rijk en provincie; • de hoeveelheid emissiereductie die het plan gaat (of kan) realiseren; • het maatschappelijk belang; • de grootte/omvang van het project; • de tijdelijkheid. Op basis daarvan kan een inschatting worden gemaakt over de vergunbaarheid op langere termijn. Voor sommige plannen zal echter gelden dat de uitvoerbaarheid nu niet voldoende kan worden onderbouwd. Deze planvorming zal (in ieder geval voorlopig) worden stilgelegd of niet worden opgestart. Bovenstaande afwegingskader resulteert er in ieder geval in dat de planvorming van onderstaande projecten doorgang kunnen vinden: • Wanneer het een locatie betreft welke tot doel heeft om natuur te beschermen, herstellen of in standhouden; • Wanneer het een locatie/deelnemer betreft aan een Rijksregeling (bv. LBV+) incl.
bijbehorende functieverandering; • Wanneer het een civiel onderhoudsproject betreft (vervangingsopgave, zolang het project niet wezenlijk verandert qua capaciteit of omvang); • Wanneer het woningsplitsing betreft; • Wanneer het een woningbouwlocatie betreft buiten stikstofemissie-arme strook (met een geringe stikstofvracht in aanleg en gebruiksfase); • Wanneer het een locatie voor bedrijventerrein betreft buiten de stikstofemissie-arme strook; • Wanneer het een locatie betreft voor een maatschappelijke voorziening (denk aan scholen, zorghuisvesting) buiten de stikstofemissie-arme strook; • Wanneer het een civiel reconstructieproject betreft buiten de stikstofemissie-arme strook (meer dan alleen vervangingsopgave); • Wanneer het een recreatieontwikkeling betreft (incl. verblijfsrecreatie) buiten de stikstofemissie-arme strook; • Wanneer het een ontwikkeling betreft gericht op energie of klimaat; • Wanneer het een doorontwikkeling betreft van een agrarisch bedrijf waarbij op basis van een nog nader te bepalen bedrijfsplan een substantiële emissiereductie wordt gerealiseerd (in de stikstofemissie-arme strook tenminste 70%); • Wanneer het een activiteit betreft binnen het GEUS gebied (Garderen).
Let op!: Belangrijk om te vermelden is dat we doorgaan met de gemeentelijke bevoegdheden tot het vaststellen van een Omgevingsplan of het verlenen van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit
ontslaat de initiatiefnemer niet om een natuurvergunning bij de provincie aan te vragen. Risico’s Bovenstaande handelingswijze is niet zonder risico’s. Zo is het mogelijk dat er nu ambtelijke capaciteit wordt geleverd aan plannen en projecten die uiteindelijk geen natuurvergunning krijgen. Daarnaast zijn er mogelijk juridische en financiële risico’s. Zo is het mogelijk dat er bezwaar wordt gemaakt tegen het omgevingsplan of de omgevingsvergunning. Daarnaast bestaat het risico dat een initiatiefnemer (zowel privaat als publiek) een omgevingsvergunning krijgt die uiteindelijk niet gebruikt kan worden in verband met strengere voorwaarden voor de verlening van de natuurvergunning door de provincie. Het is mogelijk dat daardoor een aangepaste vergunning of plan noodzakelijk is. Dit kan leiden tot extra kosten of juridische procedures omdat plannen en afspraken aangepast dienen te worden. 2. Aanbestedingen Gemeentelijke civiele en vastgoedprojecten hebben te maken met aanbestedingsprocedures. Met de start van de aanbestedingsprocedure gaan financiële risico’s meespelen.
Voor de volgende categorieën zijn we bereid om een mate van risico te lopen: • Civiele onderhoudsprojecten zowel binnen als buiten de stikstofemissie-arme strook; • Civiele reconstructieprojecten (meer dan alleen vervangingsopgave) buiten de stikstofemissie-arme strook; • Woningbouwlocaties buiten de stikstofemissie-arme strook; • Maatschappelijk vastgoed projecten buiten de stikstofemissiearme strook. Risico’s Met de start van een aanbestedingsprocedure gaat de gemeente financiële en juridische verplichtingen aan met de aannemer. Zo is het mogelijk dat er planaanpassingen benodigd zijn wat leidt tot aanpassingen van de afspraken met partijen. Daarnaast is het mogelijk dat er aanvullende eisen gesteld gaan worden aan de aanleg of bouw van het project. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het gebruik van elektrische voertuigen. In de praktijk leidt dit tot hogere kosten en een langere doorlooptijd. In het ergste geval kan het project geen doorgang vinden. 3. Aanvraag Omgevingsvergunning Voor de vergunningaanvragen wordt een knip gemaakt. Er worden twee categorieën onderscheiden: 1.
Omgevingsvergunning Omgevingsplanactiviteit (OPA) waarbij niet getoetst hoeft te worden aan ETFAL.
Voor een OPA waarbij niet getoetst hoeft te worden aan ETFAL wordt volstaan met het opnemen van een regel in het besluit dat men mogelijk ook een natuurtoestemming nodig heeft. 2.
Omgevingsvergunningen (OPA of kleine BOPA) waarbij getoetst moet worden aan ETFAL. Deze categorie vergunningen vallen onder de handelingswijze onder punt 1: Ruimtelijke planprocedures.
Voor een OPA waarbij wel getoetst moet worden aan ETFAL (op basis van voormalig wijzigingsbevoegdheid) of kleine BOPA en waarbij een actuele AERIUS-berekening is aangeleverd worden de risico’s met de aanvrager besproken en de keuze aan de aanvrager te laten of deze zijn
bouwvergunning alvast wilt hebben (als alle lichten verder op groen staan). Er wordt in het besluit opgenomen dat er een natuurvergunning nodig is en dat de werkzaamheden pas uitgevoerd mogen worden nadat de natuurvergunning is verkregen. Op dit moment werkt de Omgevingsdienst de Vallei aan een gelijkluidende handelingswijze voor alle gemeenten. De insteek vanuit onze gemeente is dat we streven naar eenduidigheid binnen de regio. Bovenstaande handelingswijze kan hierdoor nog aangepast worden. 4. Visietrajecten De actuele ontwikkelingen rondom stikstof moeten zorgvuldig worden bekeken in het proces van de Omgevingsvisie. Het gaat hierbij om de actualisatie van de Omgevingsvisie zelf en de doorvertaling in thematische en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan. 5. Evenementen Voor evenementen geldt dat eveneens sprake kan zijn van een natuurvergunningplicht. Door de gewijzigde rechtspraak over intern salderen kan een natuurvergunningplicht vaker dan voorheen aan de orde zijn. In principe gaan we door met alle bestaande evenementen in de gemeente. Dit geldt zowel voor de kleine evenementen (denk aan buurtevenementen) en de grotere evenementen (denk aan de Ballonfiësta). Voor de grotere bestaande evenementen zal bekeken worden of een natuurvergunning nodig is. Dit zal met de aanvrager besproken worden en de keuze aan de aanvrager laten.
Voor nieuwe grootschalige evenementen zal ook bekeken worden of er een natuurvergunning benodigd is. In gesprek met de initiatiefnemer en de provincie wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn voor het toelaten van een nieuw evenement. Provinciaal voorbereidingsbesluit stikstofemissie-arme stroken Op 16 april 2025 heeft Provinciale Staten van Gelderland een voorbereidingsbesluit genomen om stikstofemissie-arme stroken in te stellen rondom stikstofgevoelige Habitats in Natura 2000-gebieden. De provincie Gelderland heeft besloten om bovenop de Versnellingsaanpak Stikstof een extra maatregel in gang te zetten. Deze maatregel betreft het instellen van een zonering van maximaal 500 meter rondom stikstofgevoelige Habitats in Natura 2000-gebieden, zoals de Veluwe. Het voorbereidingsbesluit is een reactie van de provincie op de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024, met als doel de stikstofneerslag op kwetsbare natuur te verminderen en de vergunningverlening voor onder andere agrarische activiteiten, infrastructuur en woningbouw weer mogelijk te maken. De zonering van maximaal 500 meter is erop gericht om de uitstoot van stikstof te verminderen in zogenaamde significantiestroken waar de uitstoot het meest direct van invloed is op de nabijgelegen stikstofgevoelige natuur.
Met het voorbereidingsbesluit wordt de bestaande situatie voor maximaal 1,5 jaar bevroren in een strook van 500 meter. Dit betekent dat er op een enkele uitzondering na geen nieuwe activiteiten in deze strook worden toegestaan die stikstof uitstoten. De provincie beoogt binnen 1,5 jaar een uitwerking te hebben van de strook van 500 meter. Deze uitwerking zal worden opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. De uitwerking zal samengaan met een flankerend pakket aan maatregelen en bijpassend budget. Als de nadere uitwerking daar aanleiding toe geeft kan de begrenzing van de uiteindelijke zonering
in de provinciale omgevingsverordening afwijken van de strook waarvoor nu het voorbereidingsbesluit geldt. Uitzonderingen binnen de stikstofemissie-arme stroken De provincie Gelderland ziet het voorbereidingsbesluit als een belangrijk juridisch argument dat samen met de uitvoering van de Versnellingsaanpak Stikstof helpt om de vergunningverlening weer op gang te krijgen en af te zien van handhaving bij de PAS-melders. Het voorbereidingsbesluit maakt nieuwe activiteiten in de strook van 500 meter onmogelijk totdat de uitwerking van de zonering is vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. Er zijn een aantal uitzonderingen die buiten het voorbereidingsbesluit vallen: • Activiteiten waarvoor vóór 23 april 2025 al een complete aanvraag voor een natuurvergunning is ingediend of waarvoor al een omgevingsplan ter inzage heeft gelegen. • Activiteiten met een tijdelijke uitstoot van stikstof (bijvoorbeeld een bestaand evenement) • Activiteiten die van groot openbaar belang zijn zoals dijkversterkingen, verkeersveiligheidsprojecten en defensie. • Activiteiten die eraan bijdragen dat Gelderland van het slot komt en het verlenen van natuurvergunningen weer mogelijk is (bijvoorbeeld zaken waarbij de stikstofuitstoot structureel en aanzienlijk vermindert. Denk aan deelnemers van de Rijksregeling LBV+ en de bijbehorende functieverandering).
• Inbreidingsplannen voor woningbouw als dat plan is gecombineerd met 70% stikstofreductie bij (intern en/of extern) salderen. De gronden (en ontwikkelingen) die vallen onder het projectgebied van GEUS vallen buiten de contouren van de het gebied waarvoor het voorbereidingsbesluit geldt. De regels in het voorbereidingsbesluit gelden dus niet voor het GEUS gebied. Alle projecten die vallen onder de uitzonderingsgronden in het voorbereidingsbesluit, dienen nog wel te voldoen aan het kader zoals dat geldt voor een Natura 2000-activiteit. Gevolgen voor de gemeente Barneveld Op een enkele uitzondering na worden er geen nieuwe activiteiten in de strook toegestaan die zorgen voor de uitstoot van stikstof. Voor Barneveld geldt dat een groot aantal ontwikkelingen in het projectgebied van GEUS liggen. Dat betekent dat het voorbereidingsbesluit niet van toepassing is op de ontwikkelingen in dat gebied. Hetzelfde geldt voor de deelnemers aan de Rijksregeling LBV+. Er zijn een aantal lopende ontwikkelingen die door het voorbereidingsbesluit (voorlopig) geen doorgang meer kunnen vinden. Dit zijn veelal kleinere, particuliere ontwikkelingen. Per project zal gekeken worden wat er nog wel kan. Daarnaast zullen we in de (doorvertaling van de) Omgevingsvisie rekening moeten houden met de zonering en de uitwerking daarvan in de provinciale omgevingsverordening.
Dit vraagt mogelijk bijstelling voor de deelgebieden ‘Veluwe’ en ‘Oostelijk buitengebied’. Vervolgproces De uitwerking van het voorbereidingsbesluit voorziet de provincie Gelderland in drie fases te voldoen. Op dit moment vindt fase 1 ‘inrichten vervolgtraject’ plaats waar de provincie met belanghebbenden het gesprek voert om met elkaar te bepalen hoe in het vervolgproces de juiste kennis aan tafel komt en tijdig de verschillende belangen kunnen worden meegewogen. In fase 2 ‘inhoudelijke uitwerking’ beoogt de provincie door middel van gebiedsgerichte en thematische
werkbijeenkomsten tot concrete uitwerking van de regels en praktische invulling van flankerende maatregelen te komen. In fase 3 (okt 2025 en verder) zal een ontwerp-omgevingsverordening worden opgesteld waarvoor nog een aparte zienswijze procedure wordt doorlopen. Het concept toetst de provincie met de betrokkenen uit fase 1 en fase 2 om te bepalen of alle input goed is verwerkt. Via de regio Foodvalley zullen wij actief onze betrokkenheid tonen waarbij de uitgangspunten (1) geen gedwongen uitkoop, (2) niet alleen agrariërs, maar alle sectoren moeten een bijdrage leveren en (3) vrijkomende stikstofruimte in de eerste plaats aangewend wordt om PAS-melders te legaliseren, leidend zijn. Daarnaast heeft de provincie aangekondigd nog voor de zomer 2025 te komen met een herijking ten aanzien van intern en extern salderen. Maatregelenpakket Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel In de Kamerbrief van 24 april jl. heeft Minister Wiersma (LVVN) de Tweede Kamer geïnformeerd over maatregelen om de vergunningverlening weer op gang te krijgen, waaronder een startpakket voor bouw, verduurzaming, infrastructuur, bedrijfsleven en defensie. Het startpakket is de eerste stap in het nemen van maatregelen om de vergunningverlening weer mogelijk te maken en perspectief te bieden. Met de augustusbesluitvorming zal het kabinet met robuuste vervolgstappen komen.
Op korte termijn (Q2/Q3) wil het kabinet o.a. een aantal concrete maatregelen nemen ten aanzien van: Landbouw: - Vrijwillige beëindigingsregeling (€750 miljoen). - Extensiveringsregeling (€627 miljoen). - Ontwikkeling nieuwe doelsturingssystematiek (€200 miljoen). - Uitbreiding agrarisch natuurbeheer (€213 structureel). Regionale inzet: - Start met regionale maatwerkaanpak rondom de Veluwe en de Peel (€600 miljoen). Natuur: - Extra natuurherstelmaatregelen (€100 miljoen). - Verbeteren natuurmonitoring (€12,5 miljoen structureel). Als gemeente en regio hebben we op dit moment geen zicht op de uitwerking van de voorgestelde maatregelen. Als regio gaan we hierover in gesprek met het Rijk. De gemeente Ede heeft bestuurlijk en vanuit de lobby richting VNG hierin een belangrijke positie. Positionering en strategie ten opzichte van provincie en Rijk Naast bovenstaande handelingswijze, welke vooral ingaat op stap 1 tot en met 3 van de aanpak en regie op het stikstofdossier (zie eerdere raadsmemo “Aanpak en regie stikstofdossier”, dd. 18 februari 2025), wordt er op dit moment ook gewerkt aan stap 4 en 5. Deze stappen zien op het bepalen van de gemeentelijke strategie met betrekking tot de toekomst voor ons landelijk gebied en onze verstedelijkingsopgave in relatie tot natuurherstel. Dit vraagt zowel een inhoudelijke strategie en een lobbystrategie.
Op dit moment is er een lobbyfiche in voorbereiding. In het lobbyfiche wordt uiteengezet op welk onderdeel we de lobby willen inzetten, met welke (strategisch) doelen en hoe de lobby inhoudelijk en procesmatig wordt vormgegeven. Vervolg
De ontwikkelingen in het stikstofdossier gaan snel. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn die de gemeente direct of indirect raken zullen we opnieuw met een informerende raadsmemo komen of waar nodig een raadsvoorstel.