CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.16 Raadsinformatiebrief B&W over Regionaal Perspectief Landelijk Gebied d.d. 26-11-24

Gemeenteraad 11 december 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen stukken9.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Beleid Leefomgeving Behandelaar: M. Obbink Telefoonnummer: Onderwerp:

Voorstelnr. 407752 Barneveld, 25 november 2024 Portefeuillehouder: B. Wijnne

Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) Regio Foodvalley (BLObb)

Gevraagde beslissing: 1.

De Raadsinformatiebrief RPLG incl. bijlagen aan te bieden aan de gemeenteraad.

1. Inleiding Het bestuur van de Regio Foodvalley biedt een Raadsinformatiebrief aan over het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied voor Foodvalley met het verzoek deze te delen met de gemeenteraad. In de periode mei-juli 2024 is het RPLG ter vaststelling in de gemeenteraden besproken en al dan niet vastgesteld. In de achterliggende maanden is daarnaast een nieuw kabinet aangetreden en is vanuit het Hoofdlijnenakkoord het Regeerprogramma verschenen. De provincies Gelderland en Utrecht hebben inmiddels ook laten weten wat de aanpassingen in het kabinetsbeleid vooralsnog betekenen voor de plannen die zij hebben gemaakt voor het landelijk gebied. Ondertussen zijn we als gezamenlijke gemeenten in de Regio Foodvalley aan de slag gegaan met de uitvoering van (onderdelen van) het RPLG. Met deze brief worden de raden geïnformeerd over de ontwikkelingen, de effecten daarvan voor de gemeenten en kijken we vooruit naar wat u kunt verwachten. De brief bestaat uit de volgende onderdelen: 1) Besluitvorming over het RPLG en de bestuurlijke reactie op de aangenomen amendementen en moties; 2) De belangrijkste kenmerken van het gewijzigde kabinetsbeleid t.a.v. het landelijk gebied; 3) De inzet van de provincie Utrecht m.b.t. landelijk gebied Foodvalley; 4) De inzet van de provincie Gelderland m.b.t.

landelijk gebied Foodvalley; 5) Wat het kabinetsbeleid en de provinciale koersen betekenen voor de inhoud en de uitwerking van ons RPLG; 6) Welke informatie over het programma Landelijk Gebied en de uitvoering van het RPLG uw raden komende periode kunt verwachten. Voor punt 2, 3 en 4, en daarmee ook voor punt 5, geldt dat dit een momentopname is. Komende maanden hopen we meer duidelijkheid te krijgen over de plannen van het kabinet. En dat zal bij de provincies ook mogelijk tot koersaanpassingen leiden. Te zijner tijd beoordelen wij of en wat dit betekent voor het RPLG.

2. Beoogd effect De Raad informeren over de actuele stand van zaken met betrekking tot het landelijk gebied.

-2-

3. Argumenten Met deze Raadsinformatiebrief wordt tevens tegemoetgekomen aan de toezegging in de commissie grondgebied d.d. 16 mei 2024 over de gevolgen van de nieuwe kabinetsplannen met betrekking tot het landelijk gebied.

4. Kanttekeningen Het Barneveldse beleid met betrekking tot het landelijk gebied is opgenomen in het Programma Waardevol Landelijk gebied. Het concept-programma wordt op 3 december a.s. met de Raad besproken.

5. Financiën De financiële gevolgen lopen via het programma Waardevol Landelijk gebied.

6. Participatie en communicatie a) Participatie -

b) Communicatie -

7. Vervolgstap Op woensdag 4 december vindt - in de Provinciale Staten een Oordeelsvormende vergadering plaats met als onderwerp ‘Vitaal landelijk gebied Gelderland’. - in de Tweede Kamer het commissiedebat Stikstof, NPLG en natuur plaats met minister Wiersma

8. Bijlagen (9)

1)

Brief aan raden regiogem. en Putten_ Raadsinformatiebrief RPLG

2) Bijlage 1A_Overzicht amendementen en moties RPLG 2024 3) Bijlage 1B - Reactie Amendementen en Moties RPLG - 24oktober2024 4) Bijlage 2 weblink genoemd in de brief aan de raden (bijlage 9) 5) Bijlage 3_Statenmemo berichtgeving Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) 6) Bijlage 4A_Statenbrief Voortgang realisatie vitaal landelijk gebied Gelderland 7)

Bijlage 4B_04215392 brief aan stakeholders

8) Bijlage 5A_Brief aan Minister LVVN mevrouw F. Wiersma

9) Bijlage 5B_Brief aan Minister LVVN mevrouw F. Wiersma

Aan de raden van de deelnemende gemeenten Regio Foodvalley en de gemeente Putten via de colleges van burgemeester en wethouders

uw kenmerk:

uw brief van: ons kenmerk:

behandeld door:

doorkiesnummer:

e-mailadres:

--

--

A.Bossenbroek

06-101 55 307

arjan.bosssenbroek@regiofoodvalley.nl

bijlage: -

datum: 8 november 2024

24/RFv/241108

onderwerp: Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley

6

Geachte collegeleden, Als bestuur van Regio Foodvalley bieden wij u hierbij de Raadsinformatiebrief aan over het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied voor Foodvalley (RPLG) met het verzoek deze te delen met uw raadsleden. In de periode mei-juli 2024 is het RPLG ter vaststelling in uw raden besproken en al dan niet vastgesteld. In de achterliggende maanden is daarnaast een nieuw kabinet gevormd en is vanuit het Hoofdlijnenakkoord het Regeerprogramma verschenen. De provincies Utrecht en Gelderland hebben inmiddels ook laten weten wat de aanpassingen in het kabinetsbeleid vooralsnog betekenen voor de plannen die zij gemaakt hebben voor het Landelijk gebied. Ondertussen zijn we als gezamenlijke gemeenten aan de slag gegaan met de uitvoering van (onderdelen van) het RPLG. Met deze brief informeren wij u over deze ontwikkelingen, de effecten daarvan voor de gemeenten en kijken we vooruit naar wat u kunt verwachten. Deze brief bestaat uit de volgende onderdelen: 1) Besluitvorming over het RPLG en de bestuurlijke reactie op de aangenomen amendementen en moties; 2) De belangrijkste kenmerken van het gewijzigde kabinetsbeleid t.a.v. het landelijk gebied; 3) De inzet van de provincie Utrecht m.b.t. landelijk gebied Foodvalley; 4) De inzet van de provincie Gelderland m.b.t.

landelijk gebied Foodvalley; 5) Wat het kabinetsbeleid en de provinciale koersen betekenen voor de inhoud en de uitwerking van ons RPLG; 6) Welke informatie over het programma Landelijk Gebied en de uitvoering van het RPLG uw raden komende periode kunt verwachten. Voor punt 2, 3 en 4, en daarmee ook voor punt 5, geldt dat dit een momentopname is. Komende maanden hopen we meer duidelijkheid te krijgen over de plannen van het kabinet. En dat zal bij de provincies ook mogelijk tot koersaanpassingen leiden. Te zijner ti jd beoordelen wij of en wat dit betekent voor het RPLG.

Datum: Betreft:

8-11-2024 Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley

1) Besluitvorming over het RPLG en de bestuurlijke reactie op de aangenomen amendementen en moties (Bijlage 1A: Aangenomen amendementen en moties en 1B: Reactie op amendementen en moties) In de maanden juni en juli van 2024 is het RPLG ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraden. In de gemeente Renswoude is het niet vastgesteld, in alle andere gemeenten wel. Bij de behandeling in de raden zijn amendementen en moties aangenomen. Het overzicht daarvan is bijgevoegd in Bijlage 1A. Bijlage 1B bevat de reactie van het Algemeen Bestuur van Regio Foodvalley op deze amendementen en moties en het niet vaststellen in Renswoude. In die notitie wordt beschreven op welke manier wij hiermee rekening houden danwel uitvoering aan geven.

2) De belangrijkste kenmerken van het gewijzigde kabinetsbeleid t.a.v. het landelijk gebied (Bijlage 2: weblink: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/09/13/meer-regie-voor-boerennieuwe-koers-voor-het-landelijk-gebied) De meest in het oog springende hoofdpunten van de koers van het nieuwe kabinet zijn dat: - in het Hoofdlijnenakkoord al is aangegeven dat het Transitiefonds voor het landelijk gebied wordt verkleind van meer dan 20 Miljard naar 5 Miljard euro; - er structureel 0,5 miljard komt voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer; - het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wordt geschrapt; - de doelen en opgaven voor natuur, klimaat en water blijven. Rondom de presentatie van het Regeerprogramma is door het kabinet als hoofdboodschap genoemd: “Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) wil boeren, vissers en tuinders meer ruimte geven om te ondernemen en ze in staat stellen om tegelijkertijd bij te kunnen blijven dragen aan het behalen van afgesproken doelstellingen. In de nieuwe koers staat voedselzekerheid bovenaan en speelt innovatie een centrale rol. Hiermee creëert het kabinet een vitaal platteland met ruimte voor behoud van biodiversiteit en natuur.” Daarbij worden een aantal speerpunten aangegeven.

Relevant daaruit is onder meer: - Realistisch beleid dat uitgaat van de daadwerkelijk gemeten staat van de natuur; - Doelsturing: sturen op het halen van maatschappelijke doelen in plaats van het opleggen van maatregelen (van middel- naar doelsturing). Daarvoor wordt onder meer een stoffenbalans ontwikkeld, zodat boeren op basis van deze data kunnen sturen op milieueisen; - Innovatie: er komt in 2025 een innovatieprogramma ‘Robots naar de boerenpraktijk’. Er komen experimenteerlocaties om de toepassing in de praktijk te versterken. Er wordt gewerkt aan kennisoverdracht (Sabe-regeling). - Aan de slag om het sturen op emissies mogelijk te maken, in plaats van het sturen op depositie; - Starten met een uitvoeringsgerichte en gebiedsspecifieke aanpak in plaats van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Hierbij wordt specifiek genoemd de veenweides, land rond Natura 2000-gebieden, brede beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden; - Structurele middelen van €500 miljoen euro per jaar voor agrarisch natuurbeheer beogen boeren, de hoeders van ons Nederlandse cultuurlandschap, en andere beheerders langjarige zekerheid te bieden op een marktconforme vergoeding voor hun bijdrage aan het landschap en behoud en versterking van de biodiversiteit.

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat er vooral nog veel onzeker is hoe het kabinet deze plannen wil gaan uitwerken, realiseren en financieren.

Datum: Betreft:

8-11-2024 Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley

3) De inzet van de provincie Utrecht m.b.t. landelijk gebied Foodvalley (Bijlage 3: Memorandum GS aan PS over stopzetten NPLG, 4 september 2024) De provincie Utrecht heeft met een memorandum van GS aan PS en een persbericht gereageerd op het wegvallen van het NPLG en op de onzekerheid die is ontstaan. De kern van die boodschap is: - De provincie Utrecht heeft met alle betrokkenen hard gewerkt aan plannen voor de transitie van het landelijk gebied. De doelen blijven staan, maar tegelijkertijd ontbreekt het geld om die doelen op het gebied van water, klimaat, natuur en stikstof te halen en de geschepte verwachtingen waar te maken; - Utrecht hecht grote waarde aan gebiedsprocessen waarin concrete stappen worden gezet om de natuur te herstellen, de water- en bodemkwaliteit te verbeteren en het toekomstig landelijk gebied vorm te geven. - De provincie Utrecht wil in goed overleg doorgaan met wat er wél kan, om de doelen uit het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) te realiseren. De Rijksmiddelen die zij daarvoor dit jaar toegekend hebben gekregen (249,5 miljoen euro) bieden de mogelijkheid om daar belangrijke (vervolg)stappen in te zetten. Specifiek voor Foodvalley wordt momenteel ambtelijk gewerkt aan een Gebiedsagenda Utrecht Vallei -Oost, waar de Utrechtse gemeenten van Foodvalley onderdeel van zijn. Het is een Gebiedsagenda ter uitwerking van het UPLG.

4) De inzet van de provincie Gelderland t.a.v. landelijk gebied Foodvalley (Bijlage 4A: Statenbrief van GS over Voortgang realisatie vitaal landelijk aan stakeholders, van 24 september 2024, Bijlage 4B: brief van GS aan stakeholders over hetzelfde onderwerp, van 27 september 2024) Ook de provincie Gelderland heeft zich beraden op de gevolgen van het kabinetsbeleid, voorzover dat nu mogelijk is. Want GS constateert in haar Statenbrief over het Regeerprogramma: “het maakt niet helder hoe het Kabinet ons kan helpen met de vitalisering van ons landelijk gebied, de wettelijke opgaven en de doorontwikkeling van de landbouw. Hierdoor is een nieuwe realiteit ontstaan.” De kern van de inzet van Gelderland is: - Blijven samenwerken met alle partners aan een vitaal landelijk gebied, zodanig dat de wettelijke opgaven voor natuur, stikstof, water en klimaat gebiedsgericht, integraal en met ruimte voor voedselzekerheid kunnen worden gerealiseerd. - Blijven werken (gebiedsgericht) aan een vitaal landelijk gebied en het vlottrekken van vergunningverlening, doen wat er wél kan, met de toegekende (gelabelde) middelen (877 miljoen); - Prioriteit leggen bij die gebieden waar de opgaven het grootst zijn. Dit zijn de Veluwe (inclusief omliggende gebieden Gelderse Vallei, Randmeerkust, IJsselvallei en Veluwezoom) en de omgeving van Winterswijk.

Gelderland wil zich inzetten om met het Rijk afspraken te maken over een substantieel deel van de aanvullende rijksmiddelen voor deze gebieden; - Het opstellen van realistische (pré)verkenningen voor de gebiedsprocessen waarvoor rijksmiddelen ingezet kunnen worden; en aandacht vragen voor het perspectief op continuïteit en middelen die nodig zijn om gebiedsprocessen te kunnen ondersteunen. Daarmee wil Gelderland voorbereid zijn om maatregelen te kunnen uitvoeren zodra dat mogelijk is. In de bijgevoegde bijlagen worden bovenstaande punten uitgebreider beschreven. Specifiek voor Foodvalley valt in het bovenstaande op dat de Veluwe en de Gelderse Vallei een focusgebied is voor Gelderland. Uit de bijlagen blijkt dat Gelderland middelen beschikbaar (heeft ge)stelt voor pré-verkenningen voor gebieden in Foodvalley.

Datum: Betreft:

8-11-2024 Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley

5) Wat het kabinetsbeleid en de provinciale koersen betekenen voor de inhoud en de uitwerking van ons RPLG (Bijlage 5A: brief 3 juli aan minister Wiersma, 5B: bijlage bij die brief) Het Rijk heeft het NPLG losgelaten, maar de doelen voor een gezonde en robuuste natuur, klimaat, reductie van emissies van methaan, CO2 en stikstof, water- en bodem sturend en de normen voor waterkwaliteit blijven staan. Ook – en juist – toekomstperspectief voor de agrarische sector is van groot belang. De opgaven zijn gelijk, maar het kabinet kondigt een andere aanpak aan. Hoe die aanpak zal zijn weten we nog niet. Het Regeerprogramma biedt daarover te weinig inzicht. We hopen dat daarover de komende maanden meer duidelijkheid komt. We staan dus nog steeds voor complexe opgaven en voelen de verantwoordelijkheid vanuit onze regio. Het RPLG is onze agenda voor het landelijk gebied en daarmee ook onze inzet in de samenwerking met de provincies Gelderland en Utrecht en het Rijk. Uit de voorgaande onderdelen van deze brief blijkt dat deze mede-overheden doorgaan met uitvoering van wat er wél kan. En dat daarbij de focus ligt op een uitvoeringsgerichte en gebiedsspecifieke aanpak voor o.a. land rond Natura 2000-gebieden, brede beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden. Die focus herkennen wij als onderdelen van de opgaven voor Foodvalley.

Dat betekent ook dat het samenwerken vanuit onze eigen agenda, zoals beschreven in het RPLG onverminderd relevant blijft. Daarmee laten wij als gemeenten zien welk aandeel wij kunnen leveren en waarop we Rijk en provincies willen uitnodigen om hun aandeel te leveren. Dit heeft onder andere geleid tot de brief van 3 juli 2024 aan minister Wiersma en haar daaropvolgende bezoek van 19 augustus 2024. Onze inzet is daarbij om samenwerking te zoeken op wat we gezamenlijk belangrijk vinden. In het Hoofdlijnenakkoord zien we met de structurele jaarlijkse 500 miljoen euro extra voor agrarisch natuuren landschapsbeheer een goede match met onze doelen voor de Basiskwaliteit Natuur en de Groen Blauwe Dooradering. De beleidslijn uit het Hoofdlijnenakkoord ten aanzien van meten, doelsturing en innovatie sluiten ook goed aan bij onze aanpak (zie ook de brief van 3 juli). Wij delen de zorg van beide provincies over het wegvallen van veel middelen uit het Transitiefonds. Maar we willen graag vooruitkijken naar wat er wél kan en zien dat het Rijk en de provincie Gelderland signaleren dat juist in Foodvalley grote opgaven bijelkaar komen. Daarom zijn wij in gesprek met Rijk en provincies over een gezamenlijke aanpak voor Regio Foodvalley. Wij spannen ons in om met de mede-overheden een samenwerking op te zetten waarbij ieder kennis, middelen en capaciteit levert.

Zodat we zoveel mogelijk doelen kunnen behalen met de beschikbare middelen. Als we afwachten worden de knelpunten om de doelen voor gezonde voedselproductie, water, bodem, klimaat en biodiversiteit groter en urgenter. Wij zullen u over die samenwerking nader informeren zodra dat mogelijk is.

6) Welke informatie over het programma Landelijk Gebied en de uitvoering van het RPLG uw raden komende periode kunt verwachten Het gezamenlijke programma voor het Landelijk Gebied kent een aantal sporen waarin de afgelopen jaren is samengewerkt aan resultaten. In de komende maanden wordt u daarover geïnformeerd. Dat gaat om de volgende activiteiten: a. Spoor 1 (Landbouw) van de Regio Deal Foodvalley. Op 7 november 2024 is het afsluitende evenement waar we samen de successen van vier jaar Regio Deal Foodvalley vieren; b. We werken t.b.v. de luchtkwaliteit enkele jaren samen aan het Schone Lucht Akkoord; In dat kader zijn pilots en projecten gestart en in voorbereiding. In Q1 van 2025 wordt u hier inhoudelijk over geïnformeerd;

Datum: Betreft:

8-11-2024 Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley

c. Samen met marktpartijen en in afstemming met Foodvalley Circulair is en wordt gewerkt aan het stimuleren van circulair slopen en bouwen van stallen. In Q2 van 2025 informeren wij u over de resultaten van dit traject; d. Het functieveranderingsbeleid is geactualiseerd. In enkele raden is dit al ter vaststelling behandeld. In de overige raden gebeurt dat komende maanden. In meerdere gemeenten is of wordt ook een lokale nadere invulling voorbereid en ter vastelling aan de raad aangeboden. Ondertussen wordt een nieuwe Regio Deal aanvraag voorbereid. Als de aanvraag wordt gehonoreerd, wordt in 2025 uitgewerkt welke activiteiten samen met alle partners uitgevoerd gaan worden, waaronder mogelijk projecten in het landelijk gebied . U ontvangt een afzonderlijk Raadsinformatiebrief over het traject van deze nieuwe Regio Deal aanvraag. Wij werken aan het opstellen van het Uitvoeringsprogramma onder het RPLG. De vaststelling daarvan door het Algemeen Bestuur van Regio Foodvalley is beoogd in de loop van 2025, zodat wij dit programma kunnen opstellen in samenhang met andere trajecten, waar onder de uitvoeringsparagraaf van de nieuwe Strategische Agenda, de mogelijke toekenningen van een nieuwe Regio Deal en van een Fieldlab. Het uitvoeringsprogramma wordt dan via de colleges aan uw raden aangeboden.

In beginsel wordt deze ter informatie aang eboden, zie hiervoor ook de toelichting in onderdeel 4 van Bijlage 1B. Er wordt gewerkt aan 0-metingen met betrekking tot stal-emissies, de basiskwaliteit natuur (BKN) en de groenblauwe dooradering (GBDA). De resultaten van de stand van zaken m.b.t. emissies ontvang u in combinatie met de informatie over het Schone Lucht akkoord in Q1 van 2025. We streven ernaar om de uitkomsten van de 0-metingen van de BKN en de GBDA aan te bieden in Q2 van 2025, samen met het hierna genoemde overzicht. En vanuit het programma Landelijk Gebied zijn en worden initiatieven die passen binnen de thema’s en doelen van het RPLG financieel ondersteund. In Q2 van 2025 ontvangt u een overzicht van de gesteunde en dan lopende initiatieven.

Tot slot Wij gaan ervan uit dat wij u met bovenstaande informatie goed informeren over wat we als regiogemeenten samen doen in en voor ons landelijk gebied, ondanks alle onzekerheden.

Met vriendelijke groet, namens het Algemeen Bestuur Regio Foodvalley,

Monique Esselbrugge Directeur

René Verhulst voorzitter

Gemeente Barneveld

Datum besluitvorming 3 juli 2024

Aangenomen moties en amendementen Motie 1. Bij de uitwerking van het RPLG zal geen sprake zijn van onteigening; 2. De vaststelling van de Basis Kwaliteit Natuur gebeurt in nauwe samenwerking met de agrarische sector; 3. De sociale en economische impact van het RPLG in beeld brengen; 4. Bij bestrijding van dierziekten wordt ook ingezet op vaccinatie; 5. Het toepassen van nulmetingen om de gerealiseerde afname van stikstof en de toename van de biodiversiteit te kunnen monitoren; 6. Zorgen voor een goede onderbouwing van de zoneringen rondom N2000-gebieden en beekdalen en vooral in die gebieden inzetten op biobased productie; 7. Landbouwgrond vooral inzetten voor voedselproductie en minder voor bio-based productie; 8. Blijven inzetten op de blauw/groene dooradering en uitloopgebieden bij de grote kernen. Amendement - Het huidige beslispunt 1 te schrappen en te vervangen door onderstaand beslispunt: 1) Kennis te nemen van het ‘Regionaal Perspectief Landelijk Gebied deel A’ en daaruit vast te stellen: a. de doelen (paragraaf 2.1 en 2.2); b. het toekomstbeeld (paragraaf 3); c. de bijbehorende keuzes (paragraaf 4.1); d. de prioritaire thema’s (paragraaf 4.2). 2. In te stemmen met het uitwerken van de acties, maatregelen en instrumenten (paragraaf 4.7) naar een uitvoeringsprogramma met prioritering, rolneming en passende budgettering; 3.

In te stemmen met de samenwerkingsagenda (paragraaf 4.4) en de kennisagenda (paragraaf 4.6). 4. Kennis te nemen van het ‘Regionaal Perspectief Landelijk Gebied deel B’. 5. Bij eventuele wijzigingen van beleidsdoelen van provincies en Rijk, de betreffende onderdelen van het RPLG te heroverwegen, de raad hierover te informeren en waar het beleid van de raden betreft een voorstel ter actualisatie voor te leggen aan de deelnemende raden. 6. Het door de Regio Foodvalley op te stellen uitvoeringsprogramma jaarlijks ter informatie aan de raden aan te bieden.

Rhenen

9 juli 2024

Amendement De gemeenteraad besluit de beslispunten als volgt te wijzigen: 1. Kennis te nemen van het ‘Regionaal Perspectief Landelijk Gebied deel A’ en daaruit vast te stellen: • de doelen (2.1 en 2.2); • de bijbehorende keuzes (4.1); • de prioritaire thema’s (4.2). 2. Het toekomstbeeld (3) voor kennisgeving aan te nemen als een mogelijk scenario. 3. In te stemmen met het uitwerken van de acties, maatregelen en instrumenten per thema (paragraaf 4.7, (deel A Regionaal Perspectief Landelijk Gebied) naar een uitvoeringsprogramma met prioritering, rolneming en passende budgettering en deze ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor te leggen. 4. In te stemmen met de samenwerkingsagenda (4.4) en de kennisagenda (4.6). 5. Kennis te nemen van het ‘Regionaal Perspectief Landelijk Gebied deel B’ als achtergrond informatie, maar niet als bindende leidraad. 6. Bij eventuele wijzigingen van beleidsdoelen van provincies en Rijk, de betreffende onderdelen van het RPLG te heroverwegen en de raad hierover te informeren. 7. Het door de Regio Foodvalley op te stellen uitvoeringsprogramma jaarlijks aan de raden aan te bieden zodat eventuele bijsturing mogelijk is.

Wageningen

10 juni 2024

Renswoude Veenendaal

18 juni 2024 20 juni 2024

Motie 1. we gaan voor de transitie naar een toekomstbestendig landbouwsysteem in plaats van het optimaliseren van het bestaande landbouwsysteem; 2. we geven de voedseltransitie prioriteit en zetten meer in op lokaal voedsel; 3. grote opgaven - zoals de energietransitie, verstedelijking en economische vraagstukken - geven we een prominente plek in de uitvoering; 4. we realiseren de 10% benodigde groenblauwe dooradering (GBDA) van het landschap zo snel mogelijk; 5. we benutten hierbij de kennis die aanwezig is in Foodvalley en die de regio zo uniek geschikt maakt om koploper te zijn. Niet ingestemd met RPLG, amendement niet aangenomen. Wel een motie over pasmelders aangenomen. Motie De volgende punten te (blijven) benadrukken in de regio m.b.t. het RPLG: 1. We gaan voor de transitie naar een toekomstbestendig landbouwsysteem in plaats van het optimaliseren van het bestaande landbouwsysteem.

2. We geven de voedseltransitie prioriteit en zetten in op meer lokaal voedsel. 3. Grote opgaven – zoals de energietransitie, verstedelijking en economische vraagstukken – geven we een prominente plek in de uitvoering. 4. We realiseren de 10% benodigde groenblauwe dooradering (GBDA) van het landschap zo snel mogelijk. 5. We benutten hierbij de kennis die aanwezig is in Foodvalley en die de regio zo uniek geschikt maakt om koploper te zijn. Amendement De huidige beslispunten 1 t/m 3 te schrappen en te vervangen door onderstaande beslispunten: 1. Kennis te nemen van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley - Koers voor uitvoering (RPLG), deel A en deel B; 2. De volgende onderdelen uit deel A vast te stellen: a. de doelen voor het landelijk gebied (paragraaf 2.1 en 2.2) b. het toekomstbeeld van de regio (paragraaf 3) c. de bijbehorende strategische keuzes (paragraaf 4.1) d. de integrerende thema’s (paragraaf 4.2);

Nijkerk

27 juni 2024

3. In te stemmen met het uitwerken van de acties, maatregelen en instrumenten per thema (deel A - paragraaf 4.7) naar een uitvoeringsprogramma met prioritering, rolneming en passende budgettering; 4. In te stemmen met de samenwerkingsagenda (deel A - paragraaf 4.4) en de kennisagenda (deel A - paragraaf 4.6); 5. Bij eventuele wijzigingen van beleidsdoelen van Rijk en/of provincies, de betreffende onderdelen van het RPLG te heroverwegen en de betrokken raden hierover te informeren; 6. Het door Regio Foodvalley op te stellen uitvoeringsprogramma jaarlijks ter informatie aan de betrokken raden aan te bieden. Amendement Besluit: Gewijzigd beslispunt 3: ‘In te stemmen met het uitwerken van de acties, maatregelen en instrumenten per thema(paragraaf 4.7, deel A Regionaal Perspectief Landelijk Gebied) naar een uitvoeringsprogramma met prioritering, rolneming en passende budgettering en deze ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor te leggen.’ Beslispunt 5 toegevoegd:

‘Bij eventuele wijzigingen van beleidsdoelen van provincies en Rijk, de betreffende onderdelen van het RPLG te heroverwegen en de raad hierover te informeren.’ Ede

13 juni 2024

Scherpenzeel

9 juli 2024

Amendement Het voorgestelde besluit te vervangen door: 1. Kennis te nemen van het ‘Regionaal Perspectief Landelijk Gebied deel A’ en daaruit vast te stellen: a. de doelen (2.1 en 2.2); b. het toekomstbeeld (3); c. de bijbehorende keuzes (4.1); d. de prioritaire thema’s (4.2). 2. Kennis te nemen van het ‘Regionaal Perspectief Landelijk Gebied deel B’. 3. Bij eventuele wijzigingen van beleidsdoelen van provincies en Rijk, de betreffende onderdelen van het RPLG te heroverwegen en de raad hierover te informeren. 4. Het door de Regio Foodvalley op te stellen uitvoeringsprogramma jaarlijks ter informatie aan de raden aan te bieden. Amendement Beslispunt 1 te wijzigen als volgt: 1. Het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (deel A) vast te stellen voor wat betreft de doelen (paragrafen 2.1 en 2.2), het toekomstbeeld (hoofdstuk 3) en de bijbehorende keuzes (paragraaf 4.1) met dien verstande dat aan de prioritaire thema’s (paragraaf 4.2) een zevende thema wordt toegevoegd, te weten: 7. Bestaansrecht agrarische sector en landgoederen In overleg met de belanghebbenden zorgen voor toekomstbestendig beleid. Beslispunten toegevoegd: 4. Bij eventuele wijzigingen van beleidsdoelen van provincies en Rijk, de betreffende onderdelen van het RPLG te heroverwegen en de raad hierover te informeren. 5.

Het college opdracht te geven in regionaal verband te blijven pleiten voor maximale betrokkenheid van LTO bij de uit te werken maatregelen (onder andere uit deel B). 6. In het Scherpenzeelse beleid voor het buitengebied de volgende uitgangspunten te hanteren bij eventuele vertaling van het RPLG naar lokaal beleid:

a. Het college betrekt LTO en andere organisaties bij ontwikkelingen in het buitengebied. b. De raad heeft inzicht in en maakt zelf de keuze over welke onderdelen van het RPLG door het college verwerkt worden in bijvoorbeeld omgevingsvisie, omgevingsplan en ander beleidstukken. c. De vervolgvoorstellen uit de regio uit het RPLG met impact op lokaal beleid en/of financiën worden telkens getoetst aan de specifieke wensen en het eigen karakter en samenstelling van het Scherpenzeelse buitengebied en ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. Putten

4 juli 2024

Motie Bij de uitvoering van de onderdelen van het uitvoeringsprogramma RPLG waar extra grond benodigd is, in te zetten op onbenutte gronden, inefficiënte gronden, gronden langs infrastructurele werken, laagwaardige gronden e.d. en hoogwaardige landbouwgrond te ontzien.

Memo Aan

:

Gemeenteraden Regio Foodvalley en Putten

Van

:

Algemeen Bestuur Regio Foodvalley

Datum

:

24 oktober 2024

Onderwerp

:

Reactiedocument Amendementen en Moties RPLG

Inleiding De amendementen en moties zijn beschreven in Bijlage 1A. Er is behoorlijk veel overlap in de aangenomen amendementen. In dit reactiedocument wordt die overlap beschreven en wordt zoveel mogelijk gebundeld aangegeven wat de reactie van het Algemeen Bestuur van de regio Foodvalley is. 1) Aangenomen beslispunten In principe zijn de voorgestelde beslispunten in 8 gemeenten aangenomen: - De doelen paragraaf 2.1 en 2.2 - Het toekomstbeeld, hoofdstuk 3 - De bijbehorende keuzes paragraaf 4.1 - De bijbehorende prioritaire thema’s paragraaf 4.2 - De samenwerkingsagenda paragraaf 4.4 - De kennisagenda paragraaf 4.6 - Met het uitwerken van de acties, maatregelen en instrumenten (paragraaf 4.7) naar een uitvoeringsprogramma met prioritering, rolneming en passende budgettering; Opmerking bij beslispunten Ede: Het College van Ede heeft in haar voorstel niet expliciet het instemmen met 4.4 en 4.6 en 4.7 als beslispunt opgenomen, waardoor dit niet in het raadsbesluit staat. In het raadsvoorstel is onder het kopje “Onderbouwing voorgestelde beleidskeuze” wel uitgelegd wat de argumenten zijn om die onderdelen als beleidskeuze vast te stellen, waarmee het college deze onderdelen ook beoogd heeft mee te laten vaststellen.

Opmerking bij beslispunten Rhenen: In Rhenen is Hoofdstuk 3 (toekomstbeeld) buiten de vaststelling gelaten en is besloten deze ‘voor kennisgeving aan te nemen als een mogelijk scenario’. Reactie: Het toekomstbeeld is de schakel tussen de doelen en vervolgens de keuzes, de thema’s, de agenda en de acties en maatregelen. Maar omdat 4.1, 4.2, 4.4, 4.6 en 4.7 wel zijn vastgesteld is er een goede basis om samen door te werken aan het uitvoeringsprogramma. Temeer omdat de raad van Rhenen dit als scenario niet uitsluit. 2) Renswoude heeft het RPLG in het geheel niet vastgesteld. Reactie: Het besluit van de raad van Renswoude heeft geen effect op de eerste acties (no-regret) die in het RPLG worden benoemd en die voorjaar 2024 in gang zijn gezet en zullen doorlopen in 2025. De gemeente Renswoude heeft daarvoor in 2024 een bijdrage geleverd en heeft de bijdrage voor 2025 al begroot. Het heeft ook geen effect op de deelname van Renswoude aan het Schone Lucht Akkoord, de samenwerking m.b.t. Vrijkomende agrarische Bebouwing en de deelname aan het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley. Zonder nadere besluitvorming door de raad van Renswoude, betekent het niet instemmen met het RPLG wel dat nieuwe activiteiten die worden geïnitieerd ter uitvoering van het RPLG, niet open staan voor deelname vanuit Renswoude.

Voorgesteld wordt dat in het traject naar de vaststelling van de nieuwe Strategische Agenda Foodvalley de gemeente Renswoude beoordeelt in welke mate de gezamenlijke Strategische Agenda aanleiding kan zijn om alsnog, al dan niet op onderdelen, in te stemmen met het RPLG.

3) Algemene aanpassingen en aanvullingen beslispunten In gemeenten met geamendeerde besluiten zijn de beslispunten in de meeste gevallen als volgt aangepast en aangevuld: A. meer expliciet alleen Deel A vaststellen; B. het uitvoeringsprogramma jaarlijks aanbieden aan de raad; C. bij eventuele wijzigingen van beleidsdoelen van provincies en Rijk, de betreffende onderdelen van het RPLG te heroverwegen, de raad hierover te informeren en waar het beleid van de raden betreft een voorstel ter actualisatie voor te leggen aan de deelnemende raden. Reactie: - Punt A: het is steeds de bedoeling geweest om alleen Deel A vast te stellen. Dat is hiermee sterker bevestigd; - Punt B: wij zullen de voortgang en eventuele bijstelling van het uitvoeringsprogramma jaarlijks ter informatie aan de raden aanbieden; dat geeft raden de mogelijkheid om desgewenst via agendering of moties te besluiten over gewenste bijsturing (zoals ook benoemd in het betreffende beslispunt van de raad van de gemeente Rhenen); - Punt C: wij volgen de beleidsontwikkelingen van Rijk en provincies en zullen op basis daarvan aan deze opdracht invulling geven. 4) Vaststelling uitvoeringsprogramma door raden Wat betreft het bovenstaande punt B is van belang dat de gemeenten Nijkerk en Rhenen als beslispunt hebben vastgesteld dat het uitvoeringsprogramma door de raad moet worden vastgesteld.

Reactie: Het Uitvoeringsprogramma wordt t.z.t. in het Regiobestuur vastgesteld en daarna in principe ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraden. Daarbij zal expliciet in het besluit van het Regiobestuur worden benoemd dat de colleges naar eigen inzicht kunnen besluiten om dit programma ter vaststelling aan hun gemeenteraad voor te leggen. Vanuit de collegebevoegdheid t.a.v. uitvoering wordt na de vaststelling in het Algemeen Bestuur de uitvoering van het programma opgestart. Indien nodig n.a.v. de besluitvorming in één of meer gemeenteraden, zal de uitvoering worden bijgestuurd. 5) Moties Wageningen en Veenendaal De raden van Wageningen en Veenendaal hebben een gelijkluidende motie aangenomen waarmee, algemeen gesteld, de nadruk wordt gelegd op een toekomstgerichte vernieuwende aanpak en op integraliteit van ruimtelijke vraagstukken. Reactie: Dit beschouwen wij als oproep en aanmoediging om te werken aan met name die aspecten van het (lange termijn) toekomstbeeld van hoofdstuk 3. Dit krijgt bij de uitvoering daarom zeker aandacht. De integraliteit bewaken en bevorderen wij onder meer via de uitvoering van de NOVEXontwikkelstrategie en het Regioarrangement. 6) Motie Putten De motie die door de raad van Putten is aangenomen stelt dat waardevolle landbouwgrond ontzien moet worden als er grond voor andere doelen nodig is.

Reactie: Deze motie zien wij als steun voor dit principe zoals dat ook in het RPLG staat. 7) Aanvullende beslispunten Scherpenzeel De gemeente Scherpenzeel voegt aan paragraaf 4.2 een zevende thema toe: Bestaansrecht agrarische sector en landgoederen. Reactie: Het bestaansrecht agrarische sector en landgoederen is een uitgangspunt dat door meerdere thema’s heen speelt. We zullen dit explicieter benoemen in het nog op te stellen uitvoeringsprogramma. De raad van Scherpenzeel voegt nog een beslispunt toe: “Het college opdracht te geven in regionaal verband te blijven pleiten voor maximale betrokkenheid van LTO bij de uit te werken maatregelen (onder andere uit deel B).”

2

Reactie: Dat is een opdracht aan het Scherpenzeelse College, maar natuurlijk wel met directe betekenis voor de werkwijze in de regio. Deze betrokkenheid spreekt voor ons voor zich en wordt ook door de meeste andere gemeenten gewenst. 8) Motie Barneveld De raad van Barneveld heeft een motie aangenomen met redelijk diverse opdrachten. Deze worden daarom hieronder afzonderlijk genoemd en van een reactie voorzien. 1.

Bij de uitwerking van het RPLG zal geen sprake zijn van onteigening;

2.

De vaststelling van de Basis Kwaliteit Natuur gebeurt in nauwe samenwerking met de agrarische sector; De sociale en economische impact van het RPLG in beeld brengen;

3.

4. 5.

Bij bestrijding van dierziekten wordt ook ingezet op vaccinatie; Het toepassen van nulmetingen om de gerealiseerde afname van stikstof en de toename van de biodiversiteit te kunnen monitoren;

6.

Zorgen voor een goede onderbouwing van de zoneringen rondom N2000gebieden en beekdalen en vooral in die gebieden inzetten op biobased productie;

7.

Landbouwgrond vooral inzetten voor voedselproductie en minder voor biobased productie; Blijven inzetten op de blauw/groene dooradering en uitloopgebieden bij de grote kernen.

8.

Reactie: Het RPLG sluit gedwongen uitkoop van agrarische bedrijven expliciet uit. M.b.t. grond wordt niet expliciet genoemd, maar het RPLG kent geen intenties om gronden te onteigenen. Bij het stellen streefwaarden/-doelen zullen wij de sector betrekken. Voor een belangrijk deel gaat dit over de impact van Rijks-en provinciaal beleid. Als Regio blijven we hiervoor bij Rijk en provincies aandacht vragen en willen we daarbij betrokken worden. Dat gebeurt al en zal onderdeel blijven van de inzet. T.a.v. emissies voert de WUR in opdracht van de Regio een studie met een 0-meting uit. M.b.t. de biodiversiteit ligt de expertise en verantwoordelijkheid voor 0-meting (en monitoring) bij de provincie(s). Wij zullen daar bij de provincies op aandringen. Het RPLG geeft (in deel B) al een onderbouwing voor het onderscheid in deelgebieden. Maar wij willen dat gebiedsspecifiek uitwerken. Het RPLG benoemt dat we de gebruiksmogelijkheden in die deelgebieden (wat er wél kan en hoe we dat kunnen regelen) samen met de boeren en andere partners goed willen onderzoeken. De kansen voor biobased produktie in die gebieden heeft daarbij zeker de aandacht. Die insteek staat in het RPLG Dat is een belangrijk onderdeel van het RPLG

-o-o-o- einde -o-o-o-

3

Memorandum Berichtgeving Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)

Onderwerp Datum Van Aan Documentnr.

Betekenis voor provincie Utrecht 04‑09‑2024 Gedeputeerde Mirjam Sterk Provinciale Staten UTSP-367003060-15608.

Via de landelijke media hebben we het bericht vernomen dat het Kabinet stopt met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Wij hebben (nog) geen bericht vanuit het ministerie ontvangen dat het NPLG gestopt zal worden. Het verontrustende bericht roept bij ons vooral enorm veel vragen op, maar we zullen het Regeerprogramma moeten afwachten om te weten wat de definitieve plannen van het Kabinet zijn. Tot die tijd wachten wij bezorgd af. Wij hechten grote waarde aan onze gebiedsprocessen waarin we, samen met onze gebiedspartners, veel energie stoppen en waarmee we concrete stappen hebben gezet om de natuur te herstellen, de water- en bodemkwaliteit te verbeteren en het toekomstig landelijk gebied vorm te geven. De rijksmiddelen voor de maatregelpakketten (€249,5 miljoen) bieden de mogelijkheid om daar belangrijke (vervolg)stappen in te zetten. Daarvoor hebben we ook de blijvende steun van het Rijk nodig. Het NPLG is een plan voor de toekomst van het landelijk gebied en daarmee gaat het ook over landbouw. Door dit allemaal terug te draaien, ontbreekt ook daar nu perspectief, terwijl er de afgelopen jaren beloften zijn gedaan en verwachtingen zijn geschapen door het Rijk. Stoppen betekent in dit geval geen voor-, maar achteruitgang. De provincie Utrecht zal dan ook doorgaan met het, in goed overleg, realiseren van de doelen uit het Utrechts Programma Landelijk Gebied.

We kunnen mensen niet langer in onzekerheid laten en wij willen werken aan perspectief. Met name omdat er nog geen enkel zicht is op een haalbare alternatieve aanpak voor het herstel van natuur, het legaliseren van PAS-melders en het verkrijgen van stikstofruimte voor woningbouw en infrastructuur. En de opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat zijn nog steeds urgent en van groot belang. Bij de start van het UPLG is het perspectief voor de landbouw als vierde doel toegevoegd en werken we nu aan een provinciale Visie Landbouw en Voedsel. Tijdens de landbouwtop die wij voor de zomer georganiseerd hebben, werd het belang daarvan door (landbouw)partijen onderkend en onderschreven. Samen met de agrarische sector en al onze andere partners blijven we werken aan een duurzaam en vitaal landelijk gebied. We hebben elkaar nodig. Zodra we meer zicht hebben op de plannen van het Kabinet zullen we u informeren, we houden u op de hoogte. Tegelijkertijd met deze memo sturen we een vergelijkbaar bericht naar onze omgeving zodat ook zij hierin worden meegenomen.

1 van 1

Statenbrief Informatie

Datum

24 september 2024 Zaaknummer

2022-014990 Inlichtingen bij

Onderwerp

Voortgang realisatie vitaal landelijk gebied Gelderland Beleidsprogramma

Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad

1 van 5

Ambitie

•

Ambitie 2 Vitaal platteland

Portefeuillehouder

Harold Zoet

1

Kern van deze Statenbrief

In deze brief informeren wij u over de voorlopige betekenis van het Regeerprogramma voor de voortgang van de realisatie van een vitaal landelijk gebied Gelderland (VLGG). Ook informeren wij u over de acties die wij ondernemen om te kunnen komen tot afspraken met het Kabinet op basis van het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma.

2

Waarom ontvangt u deze Statenbrief?

U heeft ons opdracht gegeven om de vitalisering van het landelijk gebied aan te pakken en hiervoor een programma op te stellen. Het Regeerprogramma maakt dat wij met de kennis van nu uw opdracht slechts in zeer beperkte mate kunnen uitvoeren.

3

Hoe bent u eerder betrokken?

U heeft vertrekpunten vastgesteld voor het VLGG (PS2023-649). De uitwerking daarvan hebben wij met onze partners opgesteld: het concept ontwerp VLGG (PS2024-291). In het kader van het VLGG heeft u de motie 23M32 (communicatie) aangenomen en wij hebben toezeggingen gedaan: 23T31 (participatie) en 23T43 (om geen onomkeerbare besluiten te nemen). Met deze brief geven wij invulling aan toezegging 24T115 (stand van zaken VLGG).

4

Samenvatting

Wij werken samen met gemeenten, waterschappen, natuur- en landbouworganisaties aan een vitaal landelijk gebied in Gelderland, met toekomst voor de land- en tuinbouw, voldoende en schoon water en gezonde natuurgebieden. Waarin (rekening houdend met het principe van water en bodem sturend) ook ruimte is voor wonen, werken, recreëren, transport en opwek van duurzame energie. Deze samenwerking heeft geresulteerd in het concept ontwerp programma VLGG, waarmee de wettelijke opgaven voor natuur, stikstof, water en klimaat gebiedsgericht, integraal en met ruimte voor voedselzekerheid kunnen worden gerealiseerd. Voor de realisatie hiervan is goede samenwerking met het Rijk noodzakelijk, zowel op inhoud als financieel.

Datum

24 september 2024 Zaaknummer

2022-014990 Blad

2 van 5

De nu beschikbare middelen (€ 877 miljoen) zijn nog geen 10% van wat wij voor de uitvoering van het VLGG hebben berekend. Inmiddels heeft het Kabinet in het Regeerprogramma andere keuzes gemaakt: het laten vervallen van het Transitiefonds, het aankondigen van een uitvoeringsgerichte en gebiedsspecifieke aanpak (voedselzekerheid en innovatie staan hierbij centraal) en een beëindigingsregeling voor veehouderijbedrijven; het maakt niet helder hoe het Kabinet ons kan helpen met de vitalisering van ons landelijk gebied, de wettelijke opgaven en de doorontwikkeling van de landbouw. Hierdoor is een nieuwe realiteit ontstaan. We willen (gebiedsgericht) blijven werken aan een vitaal landelijk gebied en het vlottrekken van vergunningverlening, zoals van een betrouwbare overheid verwacht mag worden. We ‘doen gewoon’ wat kan: we komen al gemaakte afspraken met het Rijk na en leggen de prioriteit bij die gebieden waar de opgaven het grootst zijn. Dit zijn de Veluwe (inclusief omliggende gebieden Gelderse Vallei, Randmeerkust, IJsselvallei en Veluwezoom) en de omgeving van Winterswijk. Daarnaast willen we – al dan niet in interprovinciaal verband - met het Kabinet gezamenlijk de mogelijkheden verkennen voor de inzet van aanvullende rijksmiddelen die in het Regeerprogramma zijn aangekondigd.

Vanwege de grote bijdrage die Gelderland kan leveren aan het realiseren van landelijke doelstellingen – met de Veluwe als sleutel – zetten we in op een substantieel deel van de nieuwe rijksmiddelen. We nodigen het Kabinet uit om gezamenlijk de mogelijkheden hiertoe te verkennen. Ook vragen we aandacht voor het perspectief op continuïteit en middelen die nodig zijn om gebiedsprocessen te kunnen ondersteunen. Immers, gebiedsprocessen zijn de motor voor (draagvlak voor) toekomstige resultaten. In de gebiedsprocessen waarvoor we rijksmiddelen kunnen inzetten werken we aan het opstellen van realistische (pré)verkenningen. Daarmee bereiden we ons voor om maatregelen te kunnen uitvoeren zodra dat mogelijk is.

5

Informatie

De afgelopen tijd hebben we hard gewerkt om invulling te geven aan uw opdracht om te werken aan een vitale toekomst van ons landelijk gebied en ruimte te geven aan maatschappelijke en economische ontwikkelingen, binnen de context van het Ruimtelijk voorstel. Ook het Kabinet verzocht provincies om een integraal plan voor het landelijk gebied op te stellen ten behoeve van de realisering van de wettelijke opgaven voor natuur, water, stikstof en klimaat. Daarop hebben we ons voorbereid. Gelderland was de eerste provincie met een dergelijk integraal plan (het concept ontwerp VLGG; PS2024-291). Voor dit plan hebben de partners in de regio’s (gemeenten en waterschappen) en de sectoren landbouw en natuur zich ingespannen. In de Gelderse aanpak past het dat het realiseren van het plan opgepakt wordt in samenspraak met onze partners in de gebieden. Zodat ieder zich gehoord kan voelen. Ook als we pijnlijke keuzes moeten maken over voedselzekerheid, klimaat, waterbeschikbaarheid, natuurherstel, wonen, energie en andere belangrijke levensvoorwaarden. In de regioarrangementen en ons ruimtelijk voorstel hebben we deze keuzes geagendeerd. De uitwerking daarvan en de daadwerkelijke keuzes maken we in gebiedsprocessen. Daarmee doen we recht aan de inspanningen van onze partners.

Met hen constateren wij dat het een brede verantwoordelijkheid van álle sectoren en overheden is om te werken aan de wettelijke opgaven, met oog voor de leefbaarheid, economie en de sociaaleconomische vitaliteit van het landelijk gebied. Maar juist op dit moment verschuiven de panelen en moeten we opnieuw kijken wat nodig en mogelijk is. Dit in het belang van een vitaal landelijk gebied en het vlottrekken van vergunningverlening voor nieuwe maatschappelijke en economische ontwikkelingen.

Datum

24 september 2024 Zaaknummer

2022-014990 Blad

3 van 5

Het Kabinet maakt andere keuzes Inmiddels maakt het Kabinet in het Regeerprogramma andere keuzes. Het laten vervallen van het Transitiefonds en het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) roept onzekerheid op over de realisering van wettelijke opgaven voor natuur, water, stikstof en klimaat via de gebiedsgerichte aanpak en de toekomst van de landbouw. Dit raakt ook direct de kaders die u heeft meegegeven voor het opstellen van het VLGG en het behalen van de Gelderse doelstellingen voor natuur (gezonde natuurgebieden, behoud en verbetering van de biodiversiteit), schoon en voldoende (drink)water en klimaat. De nu beschikbare middelen (€ 877 miljoen) zijn nog geen 10% van de € 10,5 miljard die wij voor de uitvoering van het VLGG hebben berekend. Zonder toereikende middelen en maatregelen van het Rijk kan uw opdracht over vitalisering van ons landelijk gebied slechts in zeer beperkte mate worden uitgevoerd. Dit biedt voor ons onvoldoende basis voor het opstellen van een realistisch en uitvoerbaar programma VLGG. Wij herkennen dit ook in de reactie vanuit het IPO. De gevolgen van de andere keuzes door het Rijk als systeemverantwoordelijke merken onze partners bij de vergunningverlening: zonder de garantie van natuurherstel zijn vergunningen voor nieuwe maatschappelijke en economische ontwikkelingen onzeker.

Ook blijft de onzekerheid over de toekomst onder PAS-melders en andere (agrarische) bedrijven. Vanwege de onduidelijkheid die is ontstaan over de financiering en realisering van wettelijke opgaven voor natuur, water, stikstof en klimaat laten wij het Kabinet weten dat wij ons genoodzaakt zien om ons nu te beperken tot de inzet van toegekende en in het vooruitzicht gestelde rijksmiddelen. Het Kabinet is nu aan zet. Urgentie: doelen en middelen zijn niet in evenwicht Voorop staat dat wij doorwerken aan een vitaal landelijk gebied, binnen de mogelijkheden die we hebben. Dat doen we door de afspraken na te komen die we met het Rijk hebben gemaakt over natuur, water en bodem, klimaat en stikstof. De toegekende (rijks)middelen zijn door het Rijk geoormerkt en zijn deels al verplicht of ingezet. Het doelbereik is beperkt: • Een groot deel van de middelen is bedoeld voor natuurherstel binnen Natura2000-gebieden. De in het VLGG opgenomen doelen in het kader van de Omgevingswet en de Europese Vogel en Habitatrichtlijn (VHR) zijn hiermee voor zo’n 50% financieel gedekt. • Robuust systeemherstel en het vlottrekken van vergunningverlening vergen maatregelen op het vlak van reductie van drukfactoren rond natuurgebieden. Voor de vermindering van de stikstofbelasting beperkt het Rijk zich nu tot de landelijke beëindigingsregelingen voor veehouderijbedrijven.

Dit kan in Gelderland oplopen tot een investeringsvolume van circa € 1 miljard (i.c. 18% van de middelen die we voor de doorontwikkeling van de Gelderse landbouw berekend hebben). • Van de € 877 miljoen is een zeer beperkt deel beschikbaar voor hydrologische maatregelen en verbeteren biodiversiteit rond Natura2000-gebieden. Er is geen duidelijkheid over financiële middelen voor vraagstukken van waterkwaliteit in beekdalen (KRW) en voor kwantitatief waterbeheer voor perioden van droogte of juist waterovervloed (zoetwaterbeschikbaarheid). Voor de korte termijn zijn er middelen voor natuur, waarmee we aan de slag zijn en blijven gaan. De beschikbare middelen voor stikstofreductie, de doorontwikkeling van de landbouw (met regelingen voor verplaatsing en innovatie – meten is weten -), de diverse wateropgaven en het gebiedsgericht oppakken van de opgaven zijn echter zeer beperkt. De tussenstand geeft de urgentie aan om ons (al dan niet interprovinciaal) te blijven inspannen voor inzet van aanvullende middelen en maatregelen van het Rijk in Gelderland.

Datum

24 september 2024 Zaaknummer

2022-014990 Blad

4 van 5

Gebiedsprocessen: grootste opgave bij de Veluwe Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om de middelen die ons nu ter beschikking staan, te vertalen in concrete uitvoeringsprojecten en in de gebiedsgerichte aanpak. Met alles wat we nu overzien focussen we ons zoveel mogelijk op de gebieden waarvan de opgaven het meest samenvallen en de oplossingen naar verwachting het meeste bijdragen aan de doelstellingen en het vlottrekken van de vergunningverlening: de Veluwe (met omliggende gebieden) voorop, maar ook in de omgeving van Winterswijk. Dat sluit aan op de bestaande (financiële) afspraken met het Rijk. Circa 85-95% van de € 877 miljoen is hierop gericht; een klein deel is gelabeld voor andere stikstofgevoelige Natura2000-gebieden, bosrevitalisering en gebiedsprocessen. Kansen pakken die zich voordoen Wij realiseren ons dat we op dit moment weinig financiële middelen kunnen inzetten voor de overige gebiedsprocessen en voor individuele agrariërs (waaronder de PAS-melders). Wij zijn ons ervan bewust dat het perspectief, dat zij nodig hebben om goede plannen te kunnen maken, uit zicht raakt zolang het Kabinet geen helderheid biedt over de toekomst van het landelijk gebied en de realisering van de wettelijke opgaven. Daarmee wordt geen recht gedaan aan de inspanningen die onze partners en particulieren tot dusver hebben verricht.

Op dit moment kunnen wij alleen van start gaan met de (pré)verkenningen van de (16) gebieden waarvoor wij binnenkort rijksmiddelen toegekend krijgen. Daarmee kunnen we zien welke concrete stappen en resultaten we door samenwerking kunnen doen. Gezien de nu beperkt beschikbare middelen willen we geen verkeerde verwachtingen wekken en zetten we dus geen verdere stappen voor alle regionale plannen buiten die (16) gebieden. Ook al liggen er plannen klaar. Vanuit onze rol als gebiedsregisseur en partner hebben wij bij het Kabinet om aandacht gevraagd voor het perspectief dat voor de gebiedsprocessen essentieel is om te kunnen komen tot op draagvlak gebaseerde resultaten in de toekomst. Mochten zich kansen voordoen dan willen we graag met onze partners klaar staan. Daarom roepen wij hen op om zich met ons voor te bereiden op de situatie dat zich nieuwe kansen voordoen. Mooier kunnen we het nu niet maken. Samenwerking met het Kabinet Nieuwe kansen kunnen zich voordoen als het Kabinet zijn plannen ontvouwt over het realiseren van de in het Hoofdlijnenakkoord aangekondigde incidentele en structurele middelen voor het landelijk gebied en over de realisering van wettelijke opgaven. Wij hebben belangstelling voor de plannen van het Kabinet over het realiseren van de wettelijke opgaven voor natuur, water, stikstof en klimaat en voor de doorontwikkeling van de landbouw.

We verwachten dat de keuzes van het Kabinet doorwerken in het maken van afspraken met partijen (bijvoorbeeld in de regioarrangementen), in de integraliteit van de uitvoering van maatregelen, in het vertrouwen dat partijen in de overheid hebben, in de voortdurende onzekerheid onder (agrarische) ondernemers over hun toekomst en onder bedrijven, PAS-melders en anderen die op een vergunning wachten. Wij zetten maximaal in op het verkrijgen van aanvullende (rijks)middelen en willen deze zoveel mogelijk inzetten in gebieden met de grootste opgaven (i.c. Veluwe en omliggende gebieden en de omgeving van Winterswijk)m met prioriteit voor de meest noodzakelijke maatregelen om de wettelijke doelen te kunnen realiseren. Hiervoor willen wij, mede in interprovinciaal verband, inhoud geven aan de samenwerking met het Kabinet, bij voorkeur door langjarige, wederkerige samenwerkingsafspraken met het Rijk. Dit omdat het Regeerprogramma ook kansen biedt:

Datum

24 september 2024 Zaaknummer

2022-014990 Blad

5 van 5

•

•

De € 5 miljard voor innovatie, bedrijfsbeëindiging en mestbeleid biedt goede kansen voor brongerichte maatregelen voor reductie van stikstof en broeikasgassen; meer dan 20% van de landelijke stikstofdoelstelling (35 kton) dient in Gelderland (7,5 kton) gerealiseerd te worden; De € 500 miljoen per jaar voor agrarisch natuurbeheer en ecosysteemdiensten biedt goede kansen voor extensiveren, verhogen biodiversiteit nabij natuurgebieden, voor maatregelen in KRW-beekdalen en ook voor de droogteaanpak in de gebieden met ‘gestapelde doelen’ die zijn uitgewerkt in het concept-VLGG. Onze inzet richt zich op minimaal 10% van dit landelijk budget. Wij willen dit inzetten voor 25.000 ha agrarisch natuur- en landschapsbeheer en natuurinclusieve landbouw, inclusief 20.000 ha hydrologische maatregelen.

Wij kunnen ons voorstellen dat het Kabinet een substantieel deel van de aangekondigde middelen inzet in Gelderland. Dit vanwege de belangrijke positie van Gelderland - en vooral de Veluwe - in de realisering van de wettelijke opgaven.

6

Duurzaamheid

Onze maatregelen hebben als doel om de vitalisering van het landelijk gebied te versnellen en daarbij duurzaamheid te bevorderen.

7

Planning en control

Via de reguliere planning- en controldocumenten informeren wij u over de inzet van middelen en de voortgang van de uitvoering van het beleid. Bij de Tussenbalans 2025 bekijken we hoe ver de doelen uit het Coalitieakkoord zijn gevorderd en welke nieuwe ontwikkelingen leiden tot een andere integrale afweging over onze inzet en middelen.

8

Participatie en communicatie

Wij informeren onze partners in de sectoren en regio’s via een brief over de betekenis van ons besluit voor een vitaal landelijk gebied in onze provincie.

9

Vervolg

We gaan aan de slag met de middelen die nu al wel beschikbaar zijn. Rond de jaarwisseling komen we met een voorstel voor de vervolgaanpak van de wettelijke opgaven voor stikstof, natuur, water en klimaat in het landelijk gebied en de doorontwikkeling van de landbouw zoals ook aangekondigd in aansluiting op de voortgangsrapportage GMS (PS2024-750). Gedeputeerde Staten van Gelderland Henri Lenferink - Commissaris van de Koning Frederik van Ardenne - Secretaris Bijlage(n)

1

Notitie We zijn onderweg naar een vitaal landelijk gebied Gelderland

Datum

27 september 2024 Zaaknummer

2022-014990 Onderwerp

Voortgang realisatie vitaal landelijk gebied

Aan alle leden van de ambtelijke en bestuurlijke VLGG tafels van de regio’s Achterhoek & Liemers, Veluwe en Valleien, Fruitdelta en GMR, Gelders Landbouwcollectief en sectortafel Natuur

Inlichtingen bij

Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad

1 van 3

Beste betrokkenen bij het landelijk gebied, Met deze brief informeren wij u over ons besluit van dinsdag 24 september over de voortgang van het programma Vitaal landelijk gebied Gelderland (VLGG) in relatie tot het Regeerakkoord. We hebben Provinciale Staten hierover geïnformeerd met een Statenbrief (PS2024-790). De Statenleden bepalen of zij dit onderwerp willen bespreken in hun vergadercyclus van bijvoorbeeld oktober of november. U kunt hiervoor de agenda van Provinciale Staten in de gaten houden. De aanleiding voor dit besluit Het wordt steeds urgenter om natuurherstel en stikstofreductie te realiseren, zodat vergunningverlening voor nieuwe maatschappelijke en economische ontwikkelingen verder kan. Voor het concept-programma (VLGG) dat we hiervoor maakten, is € 10,5 miljard nodig. We hebben op dit moment echter slechts € 877 miljoen beschikbaar. Het Kabinet trok het Transitiefonds en het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) in en heeft in het Regeerprogramma een nieuw plan voor de aanpak aangekondigd voor de wettelijke opgaven en de doorontwikkeling van de landbouw. Op dit moment is daar nog onduidelijkheid over en daarom geven wij nu aan hoe we de komende periode verder gaan, ondanks alle onzekerheden die er zijn.

Ons besluit in drie punten  We zetten het beschikbare geld van het Rijk voor stikstof (versnellingsgelden), Programma Natuur en (pré)verkenningen voor gebiedsprocessen (NPLG-maatregelenpakketten) zoveel mogelijk in voor de realisering van de wettelijke opgaven voor natuur, water, stikstof en klimaat op de Veluwe en omliggende gebieden (Gelderse Vallei, Randmeerkust, IJsselvallei en Veluwezoom) en de omgeving van Winterswijk.  Voor het realiseren van de wettelijke opgaven vragen wij via een brief aan het Kabinet om te overleggen over het mogelijk anders inzetten van het geld van het Rijk dat we hebben gekregen en over de noodzaak van aanvullende middelen.

Datum

27 september 2024 Zaaknummer

2022-014990 Blad

2 van 3

We zetten eventueel aanvullend geld van het Rijk uit het Regeerprogramma zoveel mogelijk in voor de Veluwe en omliggende gebieden (Gelderse Vallei, Randmeerkust, IJsselvallei en Veluwezoom) en de omgeving van Winterswijk. Met prioriteit voor de meest noodzakelijke maatregelen om de wettelijke doelen te kunnen realiseren.

We hebben hiervoor een budget van € 877 miljoen beschikbaar. Dit is bestaand geld dat grotendeels afkomstig is van het Rijk. Met een deel van het geld zijn samenwerkingspartners via subsidies al aan het werk voor natuurverbetering en stikstofreductie. Een deel is nog niet besteed, maar wel specifiek gelabeld voor stikstofreductie, natuurverbetering en gebiedsgerichte aanpak (gebiedsprocessen). We zijn dus al volop bezig en alles wat we doen sluit aan bij de vertrekpunten die Provinciale Staten hebben vastgesteld. De betekenis van dit besluit voor de regio’s Het concept ontwerpprogramma VLGG zoals dat er nu ligt, geeft inzicht in het in samenhang bereiken van de doelen en opgaven voor stikstof, natuur, water en klimaat in het landelijk gebied. Omdat er nu onvoldoende zicht is op voldoende geld om dit te bereiken in Gelderland, zijn prioriteiten nodig. Eerst doen wat het meest urgent is, waar middelen voor beschikbaar zijn en waar al afspraken over zijn gemaakt met het Rijk. Ook gaan we in gesprek met het Rijk op zoek naar aanvullende middelen voor Veluwe en Winterswijk waarbij wij ook aandacht hebben voor de opgaven in de andere gebieden, zoals de Achterhoek en het Rivierengebied (GMR en Fruitdelta Rivierenland).

Dit betekent dat we met prioriteit de maatregelen voor stikstofreductie en natuurverbetering uitvoeren op de Veluwe en omliggende gebieden (Gelderse Vallei, Randmeerkust, IJsselvallei en Veluwezoom) en de omgeving van Winterswijk. Dit biedt in deze gebieden mogelijkheden maar helaas zijn er ook onderdelen waarvoor wij nu geen of zeer beperkte middelen beschikbaar hebben, zoals de wateropgave en versterking biodiversiteit in agrarische gebieden. Ook gaan we voor 16 gebieden aan de slag met (pré)verkenningen. Dit doen we in nauwe samenwerking met betrokken overheden. Het gaat om de volgende 16 gebieden bij de Veluwe, Winterswijk en daarbuiten: Binnenveld, Ede-Barneveld, Groene Valleilint, GEUS, IJsselvallei (en Hoenwaard), Renkums Beekdal, Veluwezoom, Winterswijk, Baakse Beek, Haarlo-Olden Eibergen, ‘t Klooster, Stelkampsveld, het GMR-Middengebied, Gelderse Poort en Rijk van Nijmegen. Een aantal van deze gebieden is al volop aan de slag. Hoe het verder gaat Samen met gemeenten, waterschappen, natuur- en landbouworganisaties blijven we werken aan de doelen voor natuur, water, stikstof en klimaat. Daar waar aan de orde leggen we de koppeling met andere opgaven zoals wonen, werken, recreatie. Dit werken we uit in gebiedsprogramma’s (uitwerking van de regioarrangementen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e5a046eb-a26f-4049-bc5a-f012456e1c53