B-3.15 Besluit B&W over memo Bopa-lijst en arbeidsmigranten ivm motie d.d. 27-2-24
Tekst van het document
Organisatieonderdeel: Leefomgeving Behandelaar: I. Pater Telefoonnummer: 0342495891 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. 3309 Barneveld, 19 februari 2024 Portefeuillehouder: B. Wijnne Op overzicht Bestaand beleid (website)
Raadsmemo Bopa-lijst en arbeidsmigranten in verband met de aangekondigde motie (PBB-PAT)
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met de bijgevoegde memo, als reactie op de aangekondige motie van de fracties ChristenUnie en Pro-98 over het adviesrecht gemeenteraad initiatieven huisvesting arbeidsmigranten. 2. De memo via Rubriek B te delen met de gemeenteraad.
1. Inleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Voordat de Omgevingswet in werking is getreden heeft de raad op 9 februari 2022 het ‘Besluit aanwijzing gedelegeerde bevoegdheden, alsmede advies- en participatieverplichting Omgevingswet gemeente Barneveld’ vastgesteld. In een lijst zijn gevallen aangewezen waarvoor bindend advies van de raad nodig is bij een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (Omgevingswet), de zgn. bopa-lijst. Op 18 december 2023 heeft een gesprek plaatsgevonden met wethouder Wijnne en enkele raadsleden inzake arbeidsmigranten en de zgn. bopa-lijst. De vraag is hoe onder de Omgevingswet de raad betrokken is/kan zijn, wanneer er een aanvraag omgevingsvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten loopt die niet past in het omgevingsplan van rechtswege. Vervolgens is er op 12 februari 2024 een motie aangekondigd en toegevoegd aan de commissievergadering Grondgebied van 29 februari 2024 over de huisvesting van arbeidsmigranten in relatie tot deze zgn. bopa-lijst. Verzocht wordt aan het college om te garanderen dat de gemeenteraad een bindende uitspraak kan doen, middels het adviesrecht, over initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten die afwijken van het huidige beleid.
Daarbij wordt verzocht om dit zo spoedig mogelijk en daarmee voorafgaand aan een volgend initiatief, via een voorstel aan de raad, op te nemen in de vastgestelde lijst ‘Categorieën voor adviesrecht’. Tot slot wordt verzocht om de aangekondigde evaluatie van de pilot ‘huisvesting arbeidsmigranten’ te delen met de gemeenteraad en, indien de evaluatie hier aanleiding toe biedt, een voorstel aan de raad voor te leggen tot actualisatie van het Beleidskader Huisvesting Arbeidsmigranten.
2. Beoogd effect a) Meetbaar effect en b) Maatschappelijk effect De raad informeren via bijgevoegde memo over de toepassing van de zgn. bopa-lijst in relatie tot arbeidsmigranten, waarbij ook wordt ingegaan op het arbeidsmigrantenbeleid.
3. Argumenten 1.1 Er is een memo opgesteld Middels bijgevoegde memo de raad informeren over de toepassing van de zgn. bopa-lijst in relatie tot arbeidsmigranten en gaan we in op het arbeidsmigrantenbeleid. Aan de raad wordt ontraden om de motie aan te nemen en de zgn. bopa-lijst pas aan te passen bij de evaluatie van deze ‘bopa-lijst’ (indien nodig). Ons advies is om niet nu al de rol van de raad te gaan wijzigen. Ook het wijzigen van het arbeidsmigrantenbeleid heeft niet onze voorkeur. Het advies aan de raad is om de jaarlijkse evaluatie af te wachten (najaar 2024). Indien de raad nu al de zgn. bopa-lijst wil laten aanpassen, zal de raad dat zelf moeten aangeven en zullen wij een wijzigingsvoorstel voorleggen aan u.
-2-
4. Kanttekeningen Niet van toepassing.
5. Financiën Niet van toepassing.
6. Participatie en communicatie a) Participatie Niet van toepassing.
b) Communicatie Via bijgevoegde memo de raad op de hoogte brengen van de reactie van het college op de motie.
7. Uitvoering Planning: de bopa-lijst zal jaarlijks geëvalueerd worden. Wanneer de motie in de raad wordt aangenomen, behoeft de bopa-lijst aanpassing. Indien de motie niet wordt aangegeven dan zal de bopalijst bij de jaarlijkse evaluatie indien nodig worden gewijzigd. Evaluatie/controle: jaarlijks wordt de bopa-lijst geëvalueerd. Indien de raad tussentijds de lijst wil aanpassen dan kan dat (dit zal het geval zijn wanneer de motie door de raad wordt aangenomen).
8. Bijlagen 1. Raadsmemo Bopa-lijst en arbeidsmigranten; 2. Motie ‘Adviesrecht gemeenteraad initiatieven huisvesting arbeidsmigranten’; 3. Het raadsbesluit van 9 februari 2022, inclusief de bijlage ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (categorieën voor adviesrecht, kolom 2), behorende bij het raadsbesluit van 9 februari 2022; 4. Beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ (februari 2022).
Raadsmemo motie over adviesrecht raad (zgn. bopa-lijst) bij initiatieven over de huisvesting van arbeidsmigranten
Datum:
Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
19 februari 2024
Motie over ‘adviesrecht gemeenteraad initiatieven huisvesting arbeidsmigranten’ De Raad College van Burgemeester en Wethouders
Portefeuillehouder
B. Wijnne
Mail behandelaar
i.pater@barneveld.nl Telefoonnummer
0342495891
Samenvatting Door de fracties van ChristenUnie en Pro’98 is er een motie aangekondigd met als onderwerp ‘Adviesrecht gemeenteraad initiatieven huisvesting arbeidsmigranten’. Deze motie is aangekondigd naar aanleiding van een gesprek dat in december 2023 met enkele raadsleden heeft plaatsgevonden. Het initiatief aan de Oud Vellerseweg in Barneveld was aanleiding. Als college verschaffen wij u met deze memo een advies over de zgn. bopa-lijst in relatie tot de aangekondigde motie en gaan hierbij ook in op het arbeidsmigrantenbeleid. Dit ten behoeve van het gesprek in de commissievergadering Grondgebied van 29 februari 2024, waar de behandeling van de motie op de agenda staat. Op 9 februari 2022 is het ‘Besluit aanwijzing gedelegeerde bevoegdheden, alsmede advies- en participatieverplichting Omgevingswet gemeente Barneveld’ vastgesteld. In een lijst zijn gevallen aangewezen waarvoor bindend advies van de raad nodig is bij een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (Omgevingswet), de zgn. bopa-lijst. In deze memo komt aan de orde hoe deze zgn. bopa-lijst aan de orde is bij een initiatief om arbeidsmigranten te huisvesten in onze gemeente en in hoeverre de raad aan zet is bij aanvragen om omgevingsvergunning die zien op de huisvesting van arbeidsmigranten. Advies college Wij ontraden u om deze motie aan te nemen en de zgn.
bopa-lijst pas aan te passen bij de evaluatie van deze bopa-lijst (indien nodig). Ons advies is om niet nu al de rol van de raad te gaan wijzigen. Ook het wijzigen van het arbeidsmigrantenbeleid heeft niet onze voorkeur. Onderbouwing en toelichting Op 18 december 2023 heeft een gesprek plaatsgevonden met enkele raadsleden inzake arbeidsmigranten en de zgn. bopa-lijst. De vraag is hoe onder de Omgevingswet de raad betrokken is/kan zijn, wanneer er een
aanvraag omgevingsvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten loopt die niet past in het omgevingsplan van rechtswege. Vervolgens is er op 12 februari 2024 een motie aangekondigd over de huisvesting van arbeidsmigranten. In deze memo informeren wij u over de toepassing van de zgn. bopa-lijst in relatie tot arbeidsmigranten en gaan we in op het arbeidsmigrantenbeleid. Tot slot reageren wij ook op de motie. Hieronder is weergegeven hoe het adviesrecht van de raad werkt bij situaties wanneer er een aanvraag wordt ingediend onder de Omgevingswet. Bopa – adviesrecht raad Op 9 februari 2022 heeft uw raad het ‘Besluit aanwijzing gedelegeerde bevoegdheden, alsmede advies- en participatieverplichting Omgevingswet gemeente Barneveld’ (inclusief bijlage) vastgesteld. Tevens is de beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ vastgesteld en heeft de raad gevallen aangewezen waarbij voor die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten advies van de gemeenteraad gevraagd moet worden. In hoofdstuk 4 van de beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ is nader ingegaan om de categorieën van gevallen adviesrecht (en de participatieplicht). Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, en daarmee is ook op 1 januari dit besluit van 9 februari 2022 in werking getreden.
Dit heeft tot gevolg dat wanneer er een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend en deze aanvraag past niet binnen de regels van het Omgevingsplan van rechtswege, zo’n aanvraag gezien wordt als een omgevingsvergunning die met toepassing van een zgn. ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (bopa) al dan niet mogelijk gemaakt kan worden. Alleen bij een bopa speelt adviesrecht van de raad. Bij zo’n bopa wordt bezien of er sprake is van een geval die als categorie op de lijst van gevallen is aangegeven en alleen in die situatie is er dan adviesrecht. Wanneer is sprake van adviesrecht van de raad? Wanneer er sprake is van een initiatief die valt onder een categorie die genoemd is in de ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (categorieën voor adviesrecht, kolom 2) én dit past in het gemeentelijk beleid (en of de kaders voor de fysieke leefomgeving), dan wordt bij zo’n situatie geen advies aan de raad gevraagd. De zin ‘Hiervoor staat in kolom 2 van deze tabel een ‘Nee’ aangegeven’ had niet in de bijlage van de beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ en de eerste alinea van de bijlage bij het raadbesluit behoren te staan. Dit zou voor de duidelijkheid geschrapt moeten worden. Deze zin is abusievelijk hier opgenomen en zal hersteld moeten worden.
Dit kan ons inziens bij de evaluatie. In hoofdstuk 4 van de beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ is het wel goed weergegeven. Past een initiatief niet in het door de raad vastgestelde beleid en/of kaders en komt het voor op de lijst dan wordt dit aan de raad voorgelegd voor een bindend advies als er een ‘ja’ staat in kolom 2. Staat er een ‘nee’ in kolom 2 en er is sprake van strijd met het beleid, dan wordt dit niet voorgelegd aan de raad. Dit is daarmee de werkwijze die geldt: • Past de aanvraag in het beleid dan is geen bindend advies van de raad nodig; • Past de aanvraag niet in het beleid en staat er een ‘ja’ (kolom advies raad), dan is wel bindend advies van de raad nodig;
• Past de aanvraag niet in het beleid en staat er een ‘nee’ (kolom advies raad), dan is geen bindend advies van de raad nodig; • Staat een activiteit niet op de lijst, dan is ook geen bindend advies van de raad nodig. Categorie arbeidsmigranten In de ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (categorieën voor adviesrecht, kolom 2) staat onder ‘8.2’ specifiek een bepaling voor het gebruiken van gronden en/of bouwwerken (gebruikswijziging) inzake logiesfuncties voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen genoemd. Er staat hier een ‘Nee’ in kolom 2 aangegeven. Dit betekent dus het volgende: - het wordt niet voorgelegd aan de raad voor een bindend advies, ook al is er sprake van strijdigheid met het door de raad vastgestelde beleid (arbeidsmigrantenbeleid). Past het in het beleid, dan wordt sowieso geen bindend advies gevraagd. Kruimelgevallenregeling Daarnaast merken we op dat als algemene regel het volgende geldt: indien sprake is van een activiteit die in de zgn. kruimelgevallenregeling ex artikel 4, onderdeel 1 tot en met 10, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is opgenomen, er geen adviesrecht geldt (kolom 2). Dit staat vermeld boven de aangewezen gevallen.
In artikel 4, aanhef en onderdeel 9 van Bijlage II van het Bor staat het volgende: Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: 9. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; Dit voorgaande betekent dat een gebruikswijziging die voldoet aan hetgeen is vermeld in artikel 4, onderdeel 9 van bijlage II van het Bor (en er is sprake van strijd met het beleid), er verder niet naar de bopa-lijst wordt gekeken. Je komt met andere woorden niet bij categorie 8.2 terecht. Artikel 4, onderdeel 11 van bijlage II van het Bor kan tijdelijk nieuwbouw om arbeidsmigranten te huisvesten mogelijk maken.
Hiervoor geldt onder de Omgevingswet nu geen adviesrecht van de raad bij strijdigheid met het beleid wanneer we kijken naar de ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (categorieën voor adviesrecht, kolom 2). Dit is in lijn met de mogelijkheden die bestonden onder onderdeel 11 van de kruimelgevallenregeling. Voor permanente nieuwbouw dat niet valt binnen de kruimelgevallenregeling (indien dus niet aan de voorwaarden van onderdeel 9 van de kruimelgevallenregeling wordt voldaan), zou qua procedure een projectafwijkingsbesluit in combinatie met een verklaring van geen bedenkingen nodig zijn. Onder de Omgevingswet geldt er nu geen adviesrecht van de raad (op basis van de huidige bopa-lijst).
Rol van de raad Dit voorgaande betekent dat, wanneer uitsluitend sprake is van een gebruikswijziging (eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten), de raad geen adviesrecht heeft. Immers dit is opgenomen in artikel 4, onderdeel 9 van bijlage II van het Bor wat betreft de logiesfunctie voor werknemers. Ook bij een situatie waar sprake is van strijdigheid met het beleid én categorie 8.2 van de bopa-lijst is aan de orde, geldt geen adviesrecht van de raad. Wanneer de raad dit gewijzigd wil zien, dan zal in de ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ in kolom 2 de ‘Nee’ gewijzigd moeten worden in ‘Ja’, én zal ook over onderdeel 9 van de kruimelgevallenregeling iets specifieks aangegeven moeten worden in de bijlage van de beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’. Echter, onder de Wabo was het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van een kruimelafwijking een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. De insteek is geweest om de invloed van de raad wat betreft de bevoegdheidsverdeling (en invloed op die onderwerpen die nu door het college kunnen worden afgedaan) niet te wijzigen op het moment dat de Omgevingswet in werking trad.
Indien uw raad van mening is dat zij onder de Omgevingswet wel over arbeidsmigranten bindend advies wil uitbrengen (wanneer sprake is van strijdigheid met het arbeidsmigrantenbeleid én waarvoor voorheen een projectafwijkingsbesluit aan de orde was), dan moet de vastgestelde beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ met de lijst hierop worden aangepast. Arbeidsmigrantenbeleid Tijdens het gesprek van 18 december 2023 is de suggestie gedaan om het arbeidsmigrantenbeleid aan te passen qua aantallen (dus minder arbeidsmigranten op een locatie dan nu in het beleid staat aangegeven). Dat is wat ons betreft niet wenselijk. Immers er ligt een grote opgave wat betreft de huisvesting van arbeidsmigranten. Het is bovendien niet reëel om de aantallen naar beneden bij te stellen zoals deze nu zijn opgenomen in het arbeidsmigrantenbeleid, dit ook in verband met beheer en toezicht én in verband met de financiële haalbaarheid van een dergelijk initiatief (business case). De bestaande kaders zullen aangehouden moeten worden (met uitzondering van de pilots). Er is geen aanleiding om op korte termijn het arbeidsmigrantenbeleid aan te passen. Onze reactie op de motie Ons advies is om na één jaar de zgn. bopa-lijst te evalueren (te starten in najaar 2024) en het dan (indien nodig) te gaan wijzigen, en niet naar aanleiding van één concrete casus.
Het advies is om niet nu al ‘Nee’ in ‘Ja’ te wijzigen bij categorie 8.2 én de algemene regel dat kruimelafwijkingen (onderdelen 1 t/m 10) van bijlage II van het Bor waarvoor nu geen adviesrecht geldt, eveneens niet nu al te wijzigen. Indien uw raad van mening is om nu al de bopa-lijst te wijzigen, dan zullen wij u een wijzigingsvoorstel voorleggen. Gelet op de motie die er ligt, willen we daar hierbij – gelet ook op het voorgaande - het volgende over aangeven: 1. Wanneer we kijken naar de huidige ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (categorieën voor adviesrecht, kolom 2)’ voor het mogelijk maken van de huisvesting van arbeidsmigranten én er is strijdigheid met het beleid, dan geldt er geen adviesrecht bij arbeidsmigranten.
Wanneer er sprake is van tijdelijke nieuwbouw om arbeidsmigranten te huisvesten, geldt er geen adviesrecht van de raad bij strijdigheid met het beleid. Dit is in lijn met de mogelijkheden die bestonden onder onderdeel 11 van de kruimelgevallenregeling. De Omgevingswet maakt echter een maximale termijn van 15 jaar mogelijk, waar de kruimelgevallenregeling een afwijking van het bestemmingsplan van maximaal 10 jaar mogelijk maakte. Ook bij een situatie die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet viel onder onderdeel 9 van de kruimelgevallenregeling, is geen adviesrecht. Het advies is om de invloed van de raad onder de Omgevingswet hetzelfde te laten zijn, zoals deze was voor de inwerkingtreding van de wet voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Onder de Wabo kon met toepassing van een kruimelafwijking (onderdeel 9 dan wel onderdeel 11 (voor een periode van tien jaar)), afgeweken worden met een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan. Die omgevingsvergunning kon het college zelfstandig, zonder verklaring van geen bedenkingen, verlenen. Het is niet gewenst de bevoegdheidsverdeling tussen raad en het college op dit moment al te wijzigen.
We zouden een wijziging kunnen overwegen om een splitsing te maken in de categorie tussen a.) het gebruiken van gronden en/of bestaande bouwwerken én b.) het gebruiken van gronden en/of het nieuwbouwen van gebouwen (bij permanente huisvesting van arbeidsmigranten). We kunnen een voorstel maken waarbij dan voor permanente nieuwbouw van huisvesting van arbeidsmigranten er wel een adviesrecht van de raad geldt. Daarmee maken we onderscheid tussen wat eerst onder de kruimelregeling viel én wat wel met een projectafwijkingsbesluit in combinatie met een verklaring van geen bedenkingen had gemoeten. Onze bedoeling is geweest nieuwbouw voor arbeidsmigranten (dat eerder met een projectafwijkingsbesluit, voor inwerkingtreding van de Omgevingswet moest) wel onder het adviesrecht te laten vallen. Tijdelijke nieuwbouw echter niet. Om een adviesrecht op te nemen in de ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ voor permanente nieuwbouw ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten kan de lijst worden aangepast en categorie 8.2 gesplitst worden in twee categorieën. a. het gebruiken van gronden en/of bestaande bouwwerken inzake logiesfuncties voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën van vreemdelingen; (geen adviesrecht) en b.
het gebruiken van gronden en/of het nieuwbouwen van bouwwerken inzake logiesfuncties voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën van vreemdelingen (wel adviesrecht). 2. Als de motie door de raad wordt aangenomen, dan wordt aan de vastgestelde lijst een afzonderlijke categorie opgenomen die ziet op arbeidsmigranten. Onder punt 1 is aangegeven welke wijziging in onze optiek voorstelbaar is in deze. Er is een mogelijkheid om een uitzondering op de kruimelgevallenregeling ex artikel 4, onderdeel 1 tot en met 10 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht opgenomen gaan worden. Dit zodat ook bij een gebruikswijziging (onderdeel 9 van bijlage II van het Bor) ten behoeve van het huisvesten van arbeidsmigranten ook bindend adviesrecht van de raad geldt indien de raad dat wenst. Hiervoor zal ook categorie 8.2 qua omschrijving moeten worden aangepast (de zinsnede ‘logiesfuncties voor werknemers of’ zal geschrapt worden en categorie 8.2 kan dan als volgt komen te luiden: het gebruiken van gronden en/of bouwwerken
(gebruikswijziging) inzake de opvang van asielzoekers of andere categorieën van vreemdelingen, niet zijnde logiesfuncties voor werknemers (arbeidsmigranten).) Er blijft dan een ‘Nee’ staan bij categorie 8.2. En er komt dan een nieuwe categorie specifiek voor arbeidsmigranten (met een ‘Ja’ in de kolom voor adviesrecht). Dit is aan de orde wanneer de raad alle verzoeken inzake arbeidsmigranten voor adviesrecht voorgelegd wil krijgen. 3. Er vindt een evaluatie plaats van de bopa-lijst. Naar aanleiding van die evaluatie wordt bekeken of een actualisatie van het huisvestingsbeleid inzake arbeidsmigranten noodzakelijk zal zijn. Voor wat betreft deze memo in relatie tot de aanvraag aan de Oud Vellerseweg onder de Omgevingswet, geldt dat er voor die locatie officieel geen adviesrecht van de raad geldt. Vervolg Wanneer de motie wordt aangenomen en uw raad van mening is om nu al de bopa-lijst te wijzigen, dan zullen wij u een wijzigingsvoorstel voorleggen.
MOTIE Onderwerp: Adviesrecht gemeenteraad initiatieven huisvesting arbeidsmigranten De raad van de gemeente Barneveld in vergadering bijeen d.d. xx-xx-24 De Raad, - lettende op, onder meer: 1. de informatieavond van 10 oktober over het plan voor huisvesting van arbeidsmigranten aan de Oud-Vellerseweg; 2. de beantwoording van de schriftelijke vragen over de huisvesting van arbeidsmigranten aan de OudVellerseweg; 3. de reflectie over het proces rond de pilot huisvesting arbeidsmigranten tijdens de commissie Grondgebied van 30 november; - constaterende dat Er een brede behoefte bestaat naar een grotere betrokkenheid van de raad bij de toekomstige behandeling van soortgelijke initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten; - van mening is dat 1. Initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij er wordt afgeweken van het beleidskader, voorgelegd moeten worden aan de gemeenteraad voor adviesrecht; 2. Bindend advies van de gemeenteraad over zo een besluit kan leiden tot meer draagvlak; 3. De gemeenteraad als hoogste orgaan de verantwoordelijkheid voor ingrijpende besluiten niet enkel wil maar ook zou moeten dragen; De raad verzoekt het college: 1. Te garanderen dat de gemeenteraad een bindende uitspraak kan doen, middels het adviesrecht, over initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten die afwijken van het huidige beleid; 2.
Bovenstaande, zo spoedig mogelijk en daarmee voorafgaand aan een volgend initiatief, via een voorstel aan de raad, op te nemen in de vastgestelde lijst ‘Categorieën voor adviesrecht;’ 3. De aangekondigde evaluatie van de pilot ‘huisvesting arbeidsmigranten’ te delen met de gemeenteraad en, indien de evaluatie hier aanleiding toe biedt, een voorstel aan de raad voor te leggen tot actualisatie van het Beleidskader Huisvesting Arbeidsmigranten en gaat over tot de orde van de dag. Indiener(s): ChristenUnie H.W. Wiesenekker
Pro’98 E. De Man
Aanleiding Na de reflectie over het proces rondom de pilot huisvesting arbeidsmigranten tijdens de commissie Grondgebied van 30 november, is er de behoefte ontstaan naar een grotere betrokkenheid van de raad bij de toekomstige behandeling van soortgelijke initiatieven. Een kruimelregeling, waaronder deze pilot uiteindelijk viel, wordt sinds de invoeren van de omgevingswet niet meer gehanteerd. Er is een nieuwe manier van werken ingesteld met plannen die betrekking hebben op verandering in de ruimte. In de paragraaf hieronder gaan we vooral in op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of in het kort: BOPA, omdat deze vorm de kruimelregeling vervangt. Initiatieven die afwijken van een plan Sinds de ingang van de Omgevingswet op 1 januari 2024 kent iedere gemeente één Omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente. Initiatieven die niet passen binnen dit plan kunnen op twee manieren alsnog mogelijk worden gemaakt. Ten eerste door het Omgevingsplan zelf aan te passen en ten tweede door van het Omgevingsplan af te wijken. Deze laatste optie zal aanzienlijk vaker voorkomen en wordt geregeld via een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De VNG zegt het volgende over een BOPA: “Gemeenten kunnen onder de Omgevingswet op verschillende manieren initiatieven faciliteren.
Eén van die manieren is het verlenen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is.” (Bron citaat: https://vng.nl/artikelen/de-bopa)
Figuur 1: De BOPA in een notendop (bron: https://vng.nl/artikelen/de-bopa) In figuur 1 is te zien onder het blauwe kopje dat de gemeenteraad in het geval van een BOPA gevallen aan kan wijzen waar hij bindend advies geeft. In februari 2022 heeft de Barneveldse gemeenteraad dit gedaan door een lijst vast te stellen waarin initiatieven die vallen onder een vergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA) zijn aangewezen waarbij de gemeenteraad bindend adviesrecht wil. Wanneer een BOPA past binnen het huidige beleid, zoals het beleidskader huisvesting arbeidsmigranten, dan zal het initiatief niet aan de raad worden voorgelegd om van een bindend advies te voorzien. Wanneer een BOPA wil afwijken van het beleid, is in een aantal gevallen bindend advies van de raad vereist. In het besluit van 22 februari over de adviesplicht staan de gevallen vermeld waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is bij sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: -
Past de aanvraag in het beleid dan is er geen bindend advies van de raad nodig; Past de aanvraag niet in het beleid en staat er een ‘ja’ (kolom advies raad), dan is wel bindend advies van de raad nodig;
-
Past de aanvraag niet in het beleid en staat er een ‘nee’ (kolom advies raad), dan is geen bindend advies van de raad nodig; Staat een activiteit niet op de lijst, dan is ook geen bindend advies van de raad nodig. Indien er sprake is van van een activiteit die in de zogenoemde kruimelgevallenregeling is opgenomen (Besluit Omgevingsrecht, bijlage II artikel 4) is er geen bindend advies van de raad nodig
Besluit van de raad van de gemeente Barneveld tot aanwijzing van gedelegeerde bevoegdheden en van gevallen waarin advies gevraagd moet worden, en waarin de participatieverplichting ingevolge de Omgevingswet geldt (Besluit aanwijzing gedelegeerde bevoegdheden, alsmede advies- en participatieverplichting Omgevingswet gemeente Barneveld). De raad van de gemeente Barneveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr. 1826; gelet op artikel 2.8 van de Omgevingswet; gelet op artikel 16.15a, onder b, juncto artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit; gelet op artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet; besluit: vast te stellen het Besluit aanwijzing gedelegeerde bevoegdheden, alsmede advies- en participatieverplichting Omgevingswet gemeente Barneveld.
Artikel 1 1. In de volgende gevallen wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders: a. wijzigingen van technische aard, inclusief de opbouw van het omgevingsplan; b. wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving; c. wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan; d. het inpassen in het omgevingsplan van een omgevingsvergunning verleend onder de Omgevingswet (ex artikel 4.17 Omgevingswet), waarbij is afgeweken van het omgevingsplan, nadat deze omgevingsvergunning onherroepelijk in werking is getreden; e. wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten (ex artikel 3.6, eerste lid onder a en b van de Wet ruimtelijke ordening) die in het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege zijn vermeld. 2. Het college van burgemeester en wethouders brengt jaarlijks een overzicht van de besluiten, zoals genoemd in het eerste lid, ter kennis aan de gemeenteraad.
Artikel 2 De beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ vaststellen, en als gevallen waarvoor bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit advies van de gemeenteraad nodig is aan te wijzen de gevallen die als zodanig zijn weergegeven in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 3 De beleidsnotitie ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ vaststellen en als gevallen waarvoor bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit participatie verplicht is aan te wijzen de gevallen die als zodanig zijn weergegeven in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet), in werking treedt.
Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing gedelegeerde bevoegdheden, alsmede advies- en participatieverplichting Omgevingswet gemeente Barneveld.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 9 februari 2022. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
Bijlage: document met: • “Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (categorieën voor adviesrecht, kolom 2) • “Lijst met gevallen waarbij participatie verplicht is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (categorieën verplichte participatie, kolom 3)
Bijlage bij Raadsbesluit • •
“Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (categorieën voor adviesrecht, kolom 2) “Lijst met gevallen waarbij participatie verplicht is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (categorieën verplichte participatie, kolom 3)
Initiatieven die onder kolom 1, onder 1 t/m 9, in deze tabel staan genoemd en die passen binnen het door de raad vastgestelde beleid en/of de kaders voor de fysieke leefomgeving, worden niet aan de raad voorgelegd en kunnen als zodanig zelfstandig door het college worden afgedaan. Hiervoor staat in kolom 2 van deze tabel een ‘Nee’ aangegeven Past een initiatief niet in het door de raad vastgestelde beleid en/of kaders en komt het voor op onderstaande lijst (punten 1 t/m 9) dan wordt dit aan de raad voor advies voorgelegd. Hiervoor staat in kolom 2 van deze tabel een ‘Ja’ aangegeven. Indien er in kolom 2 (bij ‘Adviesrecht’) een ‘Nee’ staat, en er is geen sprake van strijdigheid met beleid, kan er nog wel een participatieplicht (kolom 3) aan de orde zijn. Indien er sprake is van een activiteit die in de zgn. kruimelgevallenregeling ex artikel 4, onderdeel 1 tot en met 10, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is opgenomen, dan geldt er geen adviesrecht (kolom 2).
Gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
1.1 Het toevoegen van 1 of meer woningen op een bedrijventerrein. 1.2 Het toevoegen of bouwen van 12 of meer woningen binnen de bebouwde kom. 1.3 Het toevoegen of bouwen van 1 woning of meer (tot en met 11 woningen) binnen de bouwde kom. 1.4 Het toevoegen of bouwen van 1 of meer woningen buiten de bebouwde kom. 1.5 Het omvormen en/of gebruiken van een recreatiepark voor permanente bewoning. 2.1 (Bouw)projecten voor recreatieve dan wel maatschappelijke doeleinden functies gesitueerd op een bedrijventerrein. 3.1 Het nieuw bouwen van een hoofdgebouw in de bebouwde kom voor onder andere detailhandel, horecagelegenheden, maatschappelijke voorzieningen, sport, recreatie, ontspanning, cultuur, kantoren en bedrijven, combinaties daarvan of gecombineerd met wonen waarbij de functie van de onbebouwde grond wijzigt en de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume wordt vergroot. 4.1 Het nieuwvestigen van (dag)recreatie met grootschalige verkeersaantrekkende werking en/of verblijfsrecreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen). 5.1 Het realiseren van een windpark en/of één of meer windturbine(s) op een locatie strijdig met de “Structuurvisie
Adviesrecht (artikel 16.15a onder b Ow) Ja
Participatieplicht (artikel16.55 lid 7 Ow) Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Wind”. 5.2 Het realiseren van een zonneveldopstelling op een locatie strijdig met de “Barneveldse Zonneladder”. 5.3 Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (buurtbatterij, biomassa-installatie, waterstof en warmtepompcentrales), niet zijnde een buurtmestverwerkingsinstallatie. 5.4 Het oprichten van een buurtmestverwerkingsinstallatie ex artikel 3.7, lid 3 van het bestemmingsplan “Buitengebied 2012”. 5.5 Het oprichten van een buurtmestverwerkingsinstallatie indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden ex artikel 3.7, lid 3 van het bestemmingsplan “Buitengebied 2012”. 5.6 Het realiseren van een windpark en/of één of meer windturbine(s) op een locatie passend binnen de “Structuurvisie Wind”. 5.7 Het realiseren van een zonneveldopstelling op een locatie passend binnen de “Barneveldse Zonneladder”. 6.1 Nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf en/of een nietagrarisch bedrijf (anders dan zijnde een in categorie 4.1 genoemd recreatiebedrijf) op agrarische gronden onbebouwd (geen bouwvlak). 6.2 Uitbreiding van een agrarisch bedrijf groter dan 1,5 ha. 6.3 Projecten voor niet-agrarische bedrijvigheid, niet passend binnen het regionale functieveranderingsbeleid. 7.1 Er is sprake van een grootschalige ontwikkeling c.q.
transformatie van een gebied in de bebouwde kom voor detailhandel, bedrijvigheid en/of kantoren in gevallen waarin vastgesteld beleid niet voorziet, waaronder in ieder geval het realiseren, veranderen, vervangen en uitbreiden van bouwwerken en/of functiewijziging ten behoeve van volumineuze en grootschalige detailhandel. 8.1 Als sprake is van een MER plicht. 8.2 Het gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor (gebruikswijziging) inzake logiesfuncties voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. 8.3 Het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. hoger dan 10 m, en b. de oppervlakte meer dan 50 m2. 9.1 De activiteit past niet binnen de doelen van de Omgevingsvisie.
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja Ja
Ja Ja
Ja
Ja
Ja Nee
Ja Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Beleidsnotitie adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Versie 6 december 2021
1
Inhoudsopgave
pagina
Hoofdstuk 1 Inleiding
3
Hoofdstuk 2 Het adviesrecht van de gemeenteraad
4
Hoofdstuk 3 Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
7
Hoofdstuk 4 Categorieën van gevallen adviesrecht en participatieplicht
9
Hoofdstuk 5 Inwerkingtreding en wijziging
15
Bijlage: 16 • “Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (categorieën voor adviesrecht, kolom 2) • “Lijst met gevallen waarbij participatie verplicht is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (categorieën verplichte participatie, kolom 3)
2
Hoofdstuk 1 Inleiding Eén van de zes kerninstrumenten onder de Omgevingswet is de omgevingsvergunning. Onder de Omgevingswet is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen (indien er geen ander bevoegd gezag is die zo’n omgevingsvergunning verleend, denk bijvoorbeeld aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland of de minister van Defensie). De gemeenteraad is niet bevoegd om onder de Omgevingswet een omgevingsvergunning te verlenen. Ook onder het huidige recht is de gemeenteraad niet het bevoegde gezag om een omgevingsvergunning te verlenen. Indien een initiatief onder de Omgevingswet niet past binnen het omgevingsplan kan er aanleiding zijn om aan zo’n initiatief toch medewerking te verlenen, bijvoorbeeld omdat het wel past binnen de doelen van de omgevingsvisie. Het betreft dan een zogeheten buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Ondanks dat er strijd is met het omgevingsplan, kan het college van burgemeester en wethouders dan toch een omgevingsvergunning verlenen voor zo’n activiteit. De gemeenteraad kan bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gevallen aanwijzen, waarin het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad om advies moet vragen. Het college met dan met inachtneming van dat advies besluiten.
Verder kan de gemeenteraad het besluit nemen om gevallen aan te wijzen waarbij participatie verplicht is, ook weer mits sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Participatie kan niet verplicht worden gesteld bij initiatieven die passen binnen het omgevingsplan. Het is van belang om te benadrukken dat dus alleen voor ruimtelijke initiatieven die afwijken van een omgevingsplan (een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, ook wel afgekort tot ‘bopa’ / inpassingsvergunning) het adviesrecht van de gemeenteraad en de participatieplicht aan de orde kan zijn. Bij afwijkingsmogelijkheden die in het omgevingsplan zelf staan opgenomen, is adviesrecht van de gemeenteraad of participatieplicht niet aan de orde. Het moet echt gaan om het ‘buitenplans’ afwijken. In hoofdstuk 2 staat een nadere uitleg over het adviesrecht van de gemeenteraad. Hoofdstuk 3 geeft uitleg over de verplichte participatie. In hoofdstuk 4 is een lijst opgenomen met categorieën van gevallen waarvoor het adviesrecht en de verplichte participatie geldt. Hoofdstuk 5 gaat vervolgens in op de inwerkingtreding en ook is aangegeven wanneer de lijst geactualiseerd kan worden. In de bijlage van deze beleidsnotitie staan de categorieën in een lijst opgesomd.
3
Hoofdstuk 2 Het adviesrecht van de gemeenteraad Rolverdeling gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders De rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders verandert met de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet. De gemeenteraad stelt kaders vast, en het college van burgemeester en wethouders geeft uitvoering aan deze kaders (en toetst of initiatieven passen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders). Hoofdlijn van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is dat besluiten op een aanvraag omgevingsvergunning een bevoegdheid is van het college van burgemeester en wethouders. Ook onder de Omgevingswet blijft het college van burgemeester en wethouders het bevoegde gezag voor de omgevingsvergunning. De gemeenteraad verleent daarmee ook onder de Omgevingswet geen omgevingsvergunningen. Het college krijgt met de Omgevingswet wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten.
Huidige situatie: verklaring van geen bedenkingen Indien een initiatief niet past binnen het bestemmingsplan en het initiatief kan niet via een binnenplanse afwijking mogelijk worden gemaakt, dan zal bezien worden of het plan met een kruimelafwijking (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 20, van de Wabo juncto artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor)) mogelijk kan worden gemaakt. Indien ook een kruimelafwijking geen soelaas biedt qua procedure, dan kan het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen door middel van het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 30, van de Wabo indien er sprake is van planologisch strijdig gebruik (artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo). Dit wordt ook wel een projectafwijkingsbesluit (‘pab’) genoemd. In zo’n situatie mag het college van burgemeester en wethouders pas een omgevingsvergunning verlenen nadat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben (artikel 6.5, eerste lid van Bor). De gemeenteraad kan echter categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor een (afzonderlijke) verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad niet is vereist.
Op 8 november 2017 heeft de gemeenteraad zo’n lijst met categorieën vastgesteld waarvoor -onder de bij die lijst opgenomen voorwaarden- geen afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist. Indien een initiatief valt onder zo’n categorie en voldoet aan de algemene voorwaarden van die lijst, dan is dus een afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad niet nodig. Er staan 19 categorieën op deze lijst. Het hebben van zo’n lijst waarin een afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen niet nodig is, betekent dat niet voor alle projectafwijkingsbesluiten een afzonderlijke verklaring van de gemeenteraad nodig is. Het is college is dan bevoegd om zonder tussenkomst van de raad een omgevingsvergunning te verlenen. Voor plannen die niet op de lijst onder een categorie vallen, is dus wel een afzonderlijke verklaring van de gemeenteraad nodig. De gemeenteraad beslist dan in een afzonderlijk besluit dat zij 'geen bedenkingen’ heeft tegen de activiteit die strijdig is met het bestemmingsplan. In de periode 2017 t/m 2020 heeft de gemeenteraad twee keer een afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Er zijn in diezelfde periode overigens 19 projectafwijkingsbesluiten door het college van burgemeester en wethouders genomen.
Van de 19 categorieën die op de lijst staan, zijn er 8 in deze vier jaren toegepast (wonen, werken, bouwwerk geen gebouw zijnde en onbebouwde gronden in stedelijk gebied én bedrijfs- of burgerwoning, bouwwerken geen gebouw zijnde, bouwen en gebruik
4
van bouwwerken in landelijk gebied / categorieën 1, 3, 7, 8, 10, 16, 18 en 19). In 2016 is overigens de categorie infrastructuur aan de orde geweest (op basis van de toen geldende lijst, daterend uit 2011). Het adviesrecht vervangt de verklaring van geen bedenkingen Onder de Omgevingswet wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de gemeenteraad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b van de Omgevingswet). Dit is precies omgekeerd met de wijze waarop het onder de Wabo gaat. Onder de Wabo is er een lijst waarop staat vermeld voor welke categorieën de gemeenteraad een afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen niet nodig vindt. Voor de niet-aangewezen gevallen is er onder de Omgevingswet geen adviesrecht van de gemeenteraad meer. Alleen voor de aangewezen gevallen die op de lijst staan, heeft de gemeenteraad onder de Omgevingswet adviesrecht. In de overige gevallen is het college bevoegd. Wijst de gemeenteraad geen enkel geval aan waarover zij adviesrecht wil hebben, dan heeft de gemeenteraad in theorie niets in te brengen over een omgevingsvergunning en is het college altijd bevoegd. De status van het adviesrecht Het advies van de gemeenteraad is bindend. Het college van burgemeester en wethouders mag niet afwijken van het adviesrecht van de gemeenteraad.
Hier kan het college van burgemeester en wethouders dus ook niet gemotiveerd van afwijken. Indien de gemeenteraad een negatief advies afgeeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen en volgt er een weigering. Raadsbesluit nodig over adviesrecht Indien de gemeenteraad wel invloed op ruimtelijke ontwikkelingen wil uitoefenen – voor zover het gaat om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit – dan moet de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarin zij betrokken moet worden. Dit moet gebeuren voordat de Omgevingswet in werking treedt. De gemeenteraad moet derhalve een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet zal er geen gebruik meer gemaakt kunnen worden van de lijst ‘verklaringen van geen bedenkingen’ voor nieuwe aanvragen omgevingsvergunningen die worden ingediend vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Reguliere procedure is uitgangspunt, ook bij adviesrecht Doel van de Omgevingswet is om de besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Ook bij het afwijken van het omgevingsplan geldt de reguliere procedure (8 weken, waarbij een verlenging van 6 weken mogelijk is). Het is mogelijk om in plaats van de reguliere procedure de uitgebreide procedure toe te passen.
Het college kan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing verklaren op de voorbereiding van de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben (artikel 16.65, lid 4 Omgevingswet). De gemeenteraad kan afdeling 3.4 van de Awb niet van toepassing verklaren op een ingediende aanvraag, dat is aan het college. Echter dat moet niet het uitgangspunt zijn. Ook voor gevallen die op de lijst van adviesrecht staan, moet in principe de reguliere procedure worden doorlopen. Het is geen reden om daarvoor standaard de uitgebreide procedure te gaan toepassen. Dit heeft direct tot gevolg dat deze werkwijze in tijd niet binnen de huidige raadscyclus is af te handelen, de frequentie van vergaderen zal dan omhoog moeten.
5
Er ontstaan onder de Omgevingswet geen vergunningen van rechtswege. Echter wel kan er een beroep op de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdige besluitvorming’ worden gedaan (artikel 4:17 Awb). Hierdoor wordt een dwangsom verbeurd als na de ingebrekestelling er niet binnen een termijn van twee weken alsnog een besluit wordt genomen. Ook in dat kader zal de vergaderfrequentie van de gemeenteraad omhoog moeten gaan zodra de Omgevingswet in werking treedt. Nieuw aan te wijzen gevallen Wanneer een activiteit (/project) niet op de lijst van adviesrecht staat, zal de gemeenteraad geen advies mogen uitbrengen op grond van artikel 16.15a onder b van de Omgevingswet juncto artikel 4.21 Omgevingsbesluit. Mocht de gemeenteraad het wenselijk vinden dat een bepaalde activiteit / project ook op de lijst moet komen te staan, dan kan dit mee in een actualisering van de lijst. Hiervoor verwijzen wij eveneens naar het laatste hoofdstuk van deze notitie. Informeren gemeenteraad bij maatwerkplannen De gemeenteraad wil op de hoogte zijn van maatwerkplannen. Met maatwerkplannen wordt hier bedoeld: ontwikkelingen die niet direct aan door de raad vastgesteld beleid is te koppelen. Ook met toepassing van de zgn. buitenplanse omgevingsplanactiviteit (/inpassingsvergunning) kan er sprake zijn van maatwerk.
Indien zo’n maatwerkplan niet onder een categorie van de lijst voor adviesrecht van de gemeenteraad valt, zal het college van burgemeester en wethouders via een memo de gemeenteraad informeren over het plan. Zeker als het gaat over politieke en/of een maatschappelijke gevoeligheden, wordt de gemeenteraad geïnformeerd over een dergelijke aanvraag omgevingsvergunning. Daarmee is de gemeenteraad op de hoogte en kan desgewenst vragen stellen. Indien de gemeenteraad van oordeel is dat een dergelijke activiteit (wat betreft maatwerk) ook op de lijst moet komen waarvoor het adviesrecht van de gemeenteraad geldt, dan kan tijdens de evaluatie zo’n categorie aan de lijst van categorieën van gevallen inzake adviesrecht van de gemeenteraad worden toegevoegd. Er kan geen categorie komen die louter ziet op ‘politieke en/of maatschappelijke gevoeligheden’. Zie verder hetgeen onder het kopje ‘Nieuw aan te wijzen gevallen’ (in dit hoofdstuk hierboven) is weergegeven. Lijst van gevallen adviesrecht Zie hiervoor hoofdstuk 4 voor de lijst van gevallen waarvoor het adviesrecht geldt (en bijlage 1 bij deze notitie).
6
Hoofdstuk 3 Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Participatie onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet is participatie een belangrijke pijler. Participatie komt terug in alle kerninstrumenten van de Omgevingswet. Elke fase van een omgevingsproces heeft een eigen participatieaanpak. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Dit hoofdstuk gaat niet in op het participatiebeleid, maar betreft uitsluitend het aanwijzen van gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld. De gemeenteraad zal in 2022 participatiebeleid vaststellen en een nieuwe participatieverordening. Het participatiebeleid zal de visie op participatie en de uitgangspunten daarbij bevatten. Het biedt handvatten voor het bepalen van de juiste participatieaanpak. Naast het beleidsdocument over participatie, wordt ook een Inspiratiegids Participatie opgesteld waarin verschillende vormen van participatie worden opgenomen. Initiatiefnemers kunnen daaruit inspiratie putten voor hun eigen aanpak en de gemeente kan met behulp daarvan initiatiefnemers adviseren. Ook daar gaat deze notitie verder niet op in. Toets aan omgevingsplan, omgevingsvergunning Het college van burgemeester en wethouders is in veruit de meeste gevallen het bevoegde gezag om een omgevingsvergunning te verlenen.
Een aanvraag omgevingsvergunning moet onder meer worden getoetst aan het omgevingsplan. Bij de toets of een aanvraag past binnen het omgevingsplan (tijdelijke omgevingsplan van rechtswege) zijn er drie opties mogelijk: 1. de aanvraag past binnen de regels uit het omgevingsplan; 2. met een binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan de aanvraag mogelijk worden gemaakt. De aanvraag past binnen de regels van de ‘binnenplanse afwijking’ (uit het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege); 3. de aanvraag past niet binnen de regels uit het omgevingsplan. Er is dan sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. (NB. voor wijzigingsbevoegdheden die in het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege staan, is ook sprake van een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’). Participatie bij het kerninstrument ‘omgevingsvergunning’ Bij het kerninstrument ‘omgevingsvergunning’ is participatie niet verplicht, tenzij het gaat om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit én de gemeenteraad het daarop ziende initiatief heeft aangewezen als ‘participatieplichtig’. De wijze waarop participatie wordt toegepast is wettelijk gezien in alle gevallen vormvrij. Het gemeentelijk participatiebeleid is wel zelfbindend voor het bevoegd gezag. Bij de mogelijkheden die hierboven onder de punten 1 en 2 staan vermeld is participatie voor een aanvrager niet verplicht. Het kan dan ook niet verplicht worden gesteld.
De aanvrager kan de omgeving bij zijn project betrekken, door aan participatie te doen, maar hij hoeft dit niet. De aanvrager moet in het aanvraagformulier aangeven of hij/zij aan participatie heeft gedaan en als dat het geval was, wat daarvan het resultaat is geweest. Het bevoegd gezag mag in die situaties niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen omdat er geen participatie is geweest. Ook mag de aanvraag niet buiten behandeling worden gelaten omdat er te weinig participatie is geweest. Het staat het bevoegd gezag wel vrij om zelf onderzoek te doen (als er geen participatie is gedaan), door bijvoorbeeld meningen in te winnen of rechtstreek contact op te nemen met belanghebbenden. Als de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is verklaard, bestaat de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.
7
Besluit van gemeenteraad is nodig De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend. Voor die gevallen waarin participatie is verplicht, moet de aanvrager aantonen dat hij aan participatie heeft gedaan en wat daarvan de resultaten zijn. Hoewel de wetgever niet bepaald heeft wanneer er sprake is van onvoldoende participatie en de keuze voor participatievorm bij de aanvrager ligt, volgt uit ‘verplichte’ participatie wel dat dit wel enige inhoud moet hebben. Daarom is het in die gevallen nuttig om handvatten mee te kunnen geven (waarbij verwezen wordt naar de inspiratiegids). Het zal afhankelijk zijn van het project of een beperkte vorm van participatie of een meer uitgebreide vorm van participatie nodig zal zijn. Het op een later moment vast te stellen participatiebeleid gaat daar dieper op in. Als participatie verplicht is gesteld, vormt het resultaat daarvan onderdeel van de belangenafweging. Het resultaat van de participatie wordt ter kennis van de raad gebracht als het een geval betreft waarvoor de raad adviesrecht heeft bedongen. De raad kan het resultaat vervolgens betrekken in zijn afwegingen. In de belangenafweging wordt betrokken of de initiatiefnemer zich voldoende heeft ingespannen.
Dit alles ter beoordeling van het bevoegd gezag. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van eventuele beleidsregels over de beoordelingsbevoegdheid. Als participatie verplicht is gesteld en de initiatiefnemer desondanks niets aan participatie heeft gedaan, kan (en zal) de aanvraag omgevingsvergunning buiten behandeling worden gelaten. De gemeenteraad moet beslissen of en in hoeverre hij participatie verplicht wil stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Er zijn hierin keuzes te maken: 1. participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten niet verplicht stellen; 2. alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht. Het is niet toegestaan om een besluit te nemen waarbij participatie verplicht wordt gesteld voor alle gevallen van buitenplanse initiatieven. De Omgevingswet vereist het aanwijzen van categorieën. Bij een keuze voor optie 1 is er terughoudendheid ten aanzien van het stellen en opleggen van regels. De verplichting van participatie geldt dan niet. Participatie is in alle gevallen vrijwillig. Bij een keuze voor optie 2 wordt heel bewust gekeken naar initiatieven die een impact op de leefomgeving tot gevolg kunnen hebben. Daarvan kan worden gesteld dat het wenselijk en redelijk is om de omgeving vroegtijdig bij de plannen te betrekken.
Temeer waar belanghebbenden op grond van het omgevingsplan met dit initiatief veelal geen rekening hoefden te houden. Het staat de gemeenteraad vrij om te bepalen welke categorieën van gevallen hij wil aanwijzen. Ons voorstel is om te kiezen voor optie 2. Naast de hierboven al weergegeven motivering, past dit ook bij een in de basis beleidsneutrale overgang naar het nieuwe stelsel. Het voorstel daarbij is om de categorieën van participatieplicht grotendeels te laten aansluiten bij de gevallen waar ook het adviesrecht voor geldt. Daarnaast zijn er categorieën benoemd die grote maatschappelijke impact, of een impact op de leefomgeving hebben en/of onomkeerbare veranderingen met zich meebrengen. Er zijn daardoor bij de participatieplicht meer categorieën aangewezen dan bij de categorieën waarvoor het adviesrecht van de raad geldt. In het volgende hoofdstuk staat de voorgestelde lijst met categorieën voor verplichte participatie.
8
Hoofdstuk 4 Categorieën van gevallen adviesrecht en participatieplicht De gemeenteraad wil bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in de volgende gevallen: - gebruik maken van zijn adviesbevoegdheid; - participatie verplicht stellen. Vooraf: strijdigheid met beleid Indien een aanvraag niet past binnen het beleid en er is sprake van een categorie in kolom 2 van de tabellen in hoofdstuk 4, dan is er adviesrecht aan de orde indien in kolom 3 een ‘Ja’ staat vermeld. Indien er in kolom 3 (bij ‘Adviesrecht’) een nee staat, en er is geen sprake van strijdigheid met beleid, kan er wel een participatieplicht (kolom 4 in dit hoofdstuk) aan de orde zijn. Indien er sprake is van een activiteit die naar huidig (oud) recht in de zgn. kruimelgevallenregeling ex artikel 4, onderdeel 1 tot en met 10, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is opgenomen, dan geldt er geen adviesrecht (kolom 3).
Categorie 1: Woningen Woningen Type / categorie 1.1 Het toevoegen van 1 of meer woningen op een bedrijventerrein. 1.2 Het toevoegen of bouwen van 12 of meer woningen binnen de bebouwde kom. 1.3 Het toevoegen of bouwen van 1 woning of meer (tot en met 11 woningen) binnen de bebouwde kom. 1.4 Het toevoegen of bouwen van 1 of meer woningen buiten de bebouwde kom. 1.5 Het omvormen en/of gebruiken van een recreatiepark voor permanente bewoning.
Adviesrecht (artikel 16.15a onder b Ow) Ja
Verplichte participatie (artikel16.55 lid 7 Ow) Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Toelichting: Voor de begrenzing van het gebied dat wordt aangeduid als bebouwde kom sluiten we aan bij de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De grens van de bebouwde kom wordt bepaald door de feitelijke situatie en de aard van de omgeving. Van belang is waar de bebouwing feitelijk (nagenoeg) ophoudt. Hierbij hoeft er geen doorslaggevende betekenis toegekend te worden aan de verkeerstechnische regeling uit de Wegenverkeerswet. Het gebied dat niet onder de bebouwd kom valt, valt daarmee onder ‘buiten de bebouwde kom’ (het buitengebied). Ad 1.1: Volgens de huidige verklaringen van geen bedenkingen is dit ‘omgeklapt’. Ad 1.2: Het toevoegen van woningen sluit aan bij het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’. Vanaf 12 woningen wordt dit volgens de jurisprudentie gezien als stedelijke ontwikkeling. Hierop is aangesloten
9
bij het aantal woningen waarvoor het adviesrecht van de gemeenteraad geldt (binnen de bebouwde kom). Ad 1.3: alleen de participatieplicht is hiervoor aan de orde. Indien er bv. een woningbouwplan tot stand komt strijdig met de gemeentelijke Woonvisie 2021-2025 ontstaat er een adviesrecht van de gemeenteraad (dit geldt voor heel categorie 1, met uitzondering van categorie 1.3). Immers er is sprake van strijdigheid met beleid. Ad 1.4: dit is maatwerk (zo’n aanvraag past dan niet in het regionale functieveranderingsbeleid en dan is er dus sprake van adviesrecht van de gemeenteraad).
Categorie 2: Recreatieve en bijzondere doeleinden op een bedrijventerrein Recreatieve en Type / categorie Adviesrecht Verplichte participatie (artikel 16.15a onder b Ow) (artikel16.55 lid 7 Ow) bijzondere doeleinden op 2.1 (Bouw)projecten voor Ja Ja een recreatieve dan wel bedrijventerrein maatschappelijke doeleinden functies gesitueerd op een bedrijventerrein. Ad. 2.1: volgens de huidige verklaringen van geen bedenkingen is dit ‘omgeklapt’. Het betreft onder de huidige verklaringen van geen bedenkingen categorie 2, Recreatieve en bijzondere doeleinden (projecten in stedelijk gebied). Voor recreatieve en maatschappelijke doeleinden functies op een bedrijventerrein geldt het adviesrecht van de gemeenteraad. Ook de participatieplicht is aan de orde.
Categorie 3: Projecten op onbebouwde gronden binnen bebouwde kom Projecten op Type / categorie Adviesrecht Verplichte participatie (artikel 16.15a onder b Ow) (artikel16.55 lid 7 Ow) onbebouwde gronden binnen 3.1 Het nieuw bouwen Ja Ja de bebouwde van een hoofdgebouw in kom de bebouwde kom voor onder andere detailhandel, horecagelegenheden, maatschappelijke voorzieningen, sport, recreatie, ontspanning, cultuur, kantoren en bedrijven, combinaties daarvan of gecombineerd met wonen waarbij de functie van de onbebouwde grond wijzigt en de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume wordt vergroot.
10
Ad. 3.1: Deze categorie is opgenomen om ervoor te zorgen dat voor projecten op onbebouwde gronden die zien op een nieuw hoofdgebouw een adviesrecht van de gemeenteraad geldt. Hierbij is aansluiting gezocht bij (qua omklapping) de categorieën die ‘bouwwerken, geen gebouw zijnde’ en ‘onbebouwde gronden’ heten onder de lijst met categorieën vvgb (ex artikel 6.5, derde lid Bor), in de bebouwde kom.
Categorie 4: Recreatie buiten de bebouwde kom (Bouw)projecten Type / categorie voor intensieve recreatie buiten de bebouwde kom 4.1 Het nieuwvestigen van (dag)recreatie met grootschalige verkeersaantrekkende werking en/of verblijfsrecreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen).
Adviesrecht (artikel 16.15a onder b Ow) Ja
Verplichte participatie (artikel16.55 lid 7 Ow) Ja
Toelichting: Onder intensieve recreatie verstaan we een gebied specifiek bedoeld voor recreatiedoeleinden. Het kan gaan om zowel dagrecreatie alsook verblijfsrecreatie. Er is sprake van permanent ruimtebeslag, eventueel aangevuld met faciliteiten ten behoeve van dat recreatieve gebruik. Hierbij moet gedacht worden aan recreatieterreinen, campings en zwemplassen. Extensieve recreatief medegebruik valt hier niet onder. Recreatief medegebruik van gronden, gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, varen, zwemmen en vissen, en legt slechts een beperkt beslag op de ruimte.