B-3.14 Besluit B&W inzake raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief landelijk Gebied d.d. 21-2-23.pdf
Tekst van het document
Wij ondersteunen claims van VNG en de Unie van Waterschappen We doen dit als de inzet van de gemeenten en waterschappen beduidend groter is dan waar ze redelijkerwijze op zijn berekend. We doen dit via het IPO.
4.1 We werken en sturen samen aan gebiedsagenda’s en uitvoeringsprogramma’s De verantwoordelijke partijen maken een gebiedsagenda We nodigen alle partijen die verantwoordelijkheid willen nemen in (het voorbereiden van) de uitvoering uit om een gezamenlijk toekomstbeeld te maken voor hun gebied. Ze geven daarin aan welke werkwijze nodig is. Daarbij houden ze rekening met de verplichte doelen uit de vijf noodzakelijke opgaven. We vragen zoveel mogelijk partners om deel te nemen We benutten op die manier zoveel mogelijk de kennis en ontwikkelingskracht van het gebied. We vragen verschillende partijen om deel te nemen aan het proces: bestuurlijke partners, maatschappelijke organisaties, (agrarische) ondernemers en de inwoners. De gebiedsprocessen zijn maatwerk en verschillen per gebied We kijken per gebied naar de wensen van gebiedspartners en wat de provincie daarin kan betekenen. De partijen spreken samen de spelregels af voor hun samenwerking. De provincie heeft hier geen blauwdruk voor. De kern van de afspraken is wel dat de samenwerking leidt tot het bereiken van de doelen.
4.2 We verbinden bottom-up aanpak met top-down opgaven Ons uitgangspunt is bottom-up werken Dit is heel succesvol voor gebiedsgericht werken. Tegelijk kunnen we niet voorkomen dat voor de vijf noodzakelijke opgaven een top-down aanpak nodig is. Het rijk is hier duidelijk over: kamerbrieven en de startnotitie NPLG vragen om een aanpak die ervoor zorgt dat deze doelen zeker worden gerealiseerd.
26
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 27
Wij zijn vanaf het begin duidelijk over de noodzakelijke opgaven Dat is nodig om de bottom-up aanpak met de noodzakelijke opgaven te combineren. De partners vragen ook om deze duidelijkheid. We leggen de nadruk op het halen van de doelen (wat doen we). We zoeken verbinding met de ontwikkelkracht van andere partijen in het gebied om in te vullen hoe we de doelen behalen (hoe doen we het). De provincie geeft niet te veel andere opgaven aan de gebieden Te veel opgaven kunnen nadelig zijn wanneer ze moeilijk met elkaar te combineren zijn. Als we andere opgaven meegeven, is dit altijd met ruimte voor keuzes. We beseffen wel dat we kansen kunnen missen als we opgaven niet samen uitwerken. Onderling vertrouwen is essentieel voor het slagen van een gebiedsproces We bouwen aan dit vertrouwen door afspraken na te komen en ons aan de afgesproken regels te houden. De regels moeten ook niet veranderen tijdens het uitvoeren van de opgaven. We weten dat de landbouw belangrijk is voor het slagen van de uitvoering. En we zien het belang in van een positief toekomstbeeld en goede verdienmodellen voor de landbouwbedrijven. We hebben dit bijvoorbeeld ook in het Pact Groen Groeit Mee onderkend in februari 2022. Hierin staat dat een deel van de groene opgaven kan bijdragen aan het krijgen van duurzame landbouw. Ook is in het Pact een verband met het verdienmodel voor agrariërs.
Dit werken we samen met de LTO/Agrarische Collectieven uit. We weten dat de rol van de overheid niet ophoudt bij het bieden van een positief toekomstbeeld en het uitvoeren van de opgaven. De overheid heeft ook een rol en verantwoordelijkheid in de nazorgfase.
4.3 De manier van besturen en juridische borging We werken vanaf het begin nauw samen met de betrokkenen in het gebied Het voorbereiden en uitvoeren van gebiedsprocessen kost geld en er zijn mensen voor nodig. De overheden zijn samen verantwoordelijk voor hoeveel geld wordt uitgegeven en hoeveel mensen beschikbaar zijn. Maar de keuzes moeten ook samen met de betrokkenen in het gebied worden gemaakt. Dit binnen de kaders van volksvertegenwoordiging die ze vooraf hebben bepaald. Ons voorstel is geen blauwdruk Hieronder geven we ons voorstel voor de verantwoordelijkheden en taken per niveau weer. We gebruiken de driedeling om te beschrijven hoe wij werken: project- of polderniveau – regioniveau – provincieniveau. Het is aan te passen als dat nodig is. 4.3.1 Gebiedsprocessen op project- en polderniveau De regiostuurgroep geeft opdrachten die op dit niveau worden uitgevoerd De regiostuurgroep bepaalt ook de beschikbare hoeveelheid medewerkers en geld. De uitvoerende partijen bepalen samen hoe ze de opdrachten uitvoeren. Het moet wel mogelijk blijven dat gebieden zelf initiatieven ontwikkelen om een gebiedsproces te starten of voor te bereiden. De regiostuurgroep maakt samen met het gebied een keuze over de manier van besturen Dat kan voor elk gebiedsproces anders zijn. Wij schrijven daarom ook niets voor.
Maar de ervaring leert dat bestuurlijke begeleiding vanuit direct betrokken partijen vaak het beste werkt. Dat geldt ook voor de wijze waarop de uitvoering van het gebiedsproces ambtelijk wordt begeleid. De provincie kan een van de uitvoerende partijen zijn. De provincie kan ook een voortrekkende rol invullen als het gebied dat wil. Maar dat mag ook het waterschap, de gemeente of een van de maatschappelijke partners zijn. De keuze is aan het gebied. We stappen op een rijdende trein Er lopen al verschillende gebiedsprocessen op polderniveau en daarnaast wordt vanuit de Gebiedsgerichte
28
Figuur 5 Gebieden op 3 schaalniveaus
aanpak voor het Landelijk gebied al gewerkt aan het opstellen van gebiedsagenda’s voor 9 deelgebieden. Deze deelgebieden hebben betrekking op meerdere lopende en nieuwe gebiedsprocessen. Deze werkzaamheden integreren we in de voorgestelde sturingsaanpak. Dit zal om maatwerk vragen om te voorkomen dat gemaakte afspraken kunnen worden geborgd. 4.3.2 Regioniveau De regio’s krijgen een regiostuurgroep, een ambtelijk groep ondersteunt deze De werkwijze van de regiostuurgroep heeft enkele voorwaarden: • De regiostuurgroep maakt een actieve en tijdige uitvoering mogelijk van de opgaven in de regio. De regiostuurgroep draagt tegelijkertijd bij aan een zorgvuldige aanpak. • De regiostuurgroep vertegenwoordigt alle belangen en kennis. Dit kan per regio verschillen. We gaan ervan uit dat in ieder geval de volgende partijen meedoen: o De overheden: gemeenten, waterschappen en provincie; o Landbouworganisaties zoals: de agrarische gebiedscollectieven en LTO; o Terreinbeherende en andere maatschappelijke organisaties zoals: Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts en Zuid-Hollands Landschap, Natuur en Milieu Utrecht, Utrechts Particulier Grondbezit, werkgeversorganisaties. • Alle partijen zitten gelijkwaardig aan tafel. • Partijen houden er rekening mee dat ze niet alleen aanwezig zijn voor hun eigen doel, maar voor de uitvoering van het gezamenlijke regioprogramma.
Wie aan de regiostuurgroep meedoen en welke werkwijze er is, bepaalt de regiostuurgroep zelf Dit kan dus per regio verschillen door de regio-opgaven en cultuur. De regiostuurgroep moet wel rekening houden met de verantwoordelijkheden en rollen in het schema op de volgende pagina.
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 29
Wij stellen voor om elkaar te vertegenwoordigen en te werken met gebiedsportefeuillehouders Zo voorkomen we veel bestuurlijke en ambtelijke drukte aan de tafels. We hebben al goede ervaringen met bijvoorbeeld gemeenten die elkaar vertegenwoordigen. De regiostuurgroep moet daadkrachtig kunnen handelen. Daarom moeten leden wel aan tafel zitten met mandaat. Er is ook de optie voor een kernbestuur. Zo kan de regiostuurgroep makkelijker dagelijks aangestuurd worden. Het is belangrijk dat de regiostuurgroepen het mandaat hebben van de representatieve democratie De representatieve democratie zijn de gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen waterschappen. De regioagenda’s en regioprogramma’s moeten kloppen met de door de representatieve democratie vastgestelde kaders. De opgaven voor de provincie liggen vast in de Omgevingsvisie, de Regionale Veenweidestrategie, het Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof en andere door PS vastgestelde kaders. Het is nodig om de democratie goed te betrekken bij het maken van plannen en de uitvoering, hen tussendoor te informeren en voortgang en resultaten te laten controleren. Daarmee kunnen we nadere kaderstelling op onderdelen voorbereiden. De deelnemers bepalen wie hun regiostuurgroep voorzit De voorzitter is een verbinder, heeft vertrouwen van de partijen in de regio en kan de rol onafhankelijk uitvoeren.
Dat wil zeggen dat hij het gebiedsbelang makkelijk boven een sectorbelang kan stellen. De ambtelijk groep bereidt de besluitvorming van de regiostuurgroep voor Ook zorgen de deelnemers in de ambtelijke groep dat hun eigen organisatie goed betrokken blijft bij wat er in de regio gebeurt. En dat wat zij inbrengen in de ambtelijke groep in overeenstemming is met wat hun eigen bestuur vindt. We hebben hiervoor het belang van de onafhankelijke rol van de voorzitter van de regiostuurgroep genoemd. Dat geldt uiteraard ook voor de voorzitter van de ambtelijke groep. We adviseren om per regio een denktank landbouw en denktank natuur in te stellen We zien positieve ervaringen hiermee in de veenweidegebieden. Indien noodzakelijk kan dit ook op het niveau van de 9 onderscheiden deelgebieden in de gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied worden ingericht. 4.3.3 Provinciaal niveau We stellen een stuurgroep samen uit betrokken overheden Dat is nodig voor de verantwoordelijke taken en verantwoordelijkheden op dit niveau. Waar het hierom gaat staat in het schema hieronder. De betrokken overheden zijn: • de waterschappen (wateropgaven)2; • de provincie (NNN, stikstofreductie en natuurverbetering, afremmen bodemdaling, wateropgaven); • een vertegenwoordiging van de gemeenten, vanuit de Omgevingswetgedachte ‘één overheid’.
Bij de invoering van de ULG gaan we de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende besturingsniveaus nog verder uitwerken. In het onderstaande schema geven we deze op hoofdlijnen aan. Vooral de afstemming tussen het gebiedsproces op polderniveau en de agenda’s en uitvoeringsprogramma’s op regionaal niveau vraagt nog een nadere uitwerking. We vormen een adviesorgaan dat helpt bij het oplossen van ingewikkelde kwesties Het gaat hierbij om adviezen over thema’s in de uitvoering en de voorbereiding daarvan. Het adviesorgaan heeft een toegevoegde waarde voor de provinciale stuurgroep. De manier waarop de Gebiedscommissie Utrecht-West al eerder advies gaf op inhoudelijke thema’s is hiervoor een voorbeeld. 2 De rollen en verantwoordelijkheden bij de uitvoering van de KRW zijn over verschillende partijen verdeeld. Strikt genomen is de lidstaat richting de Europese Commissie eindverantwoordelijk voor de juiste implementatie van de KRW en het halen van de doelen. De regionale overheden trekken samen op om de KRW opgave uit te voeren. Aangezien het resultaat afhankelijk is van de bijdrage van verschillende partijen, kunnen we ook spreken van een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de doelen te halen.
30
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 31
Niveau / product
Sturing
Verantwoordelijkheden
Rollen
Provinciaal niveau
Bestuurlijk: Stuurgroep LG provincie, waterschappen en gemeenten
•
Onontkoombare doelen voor de noodzakelijke opgaven vastleggen, zowel de totale opgave voor de provincie als die per regio; Zorgdragen voor financiering/ middelen t.b.v. uitvoering “regioprogramma’s” en daarmee gebiedsprocessen; Sturen op uitvoering “Provinciaal Gebiedsprogramma” (waarin doelen, uitgangspunten, randvoorwaarden en planning vastgelegd); Escalatie van problemen, bv. belemmerende regels aanpassen of schuiven met de opgaven tussen gebieden.
•
Adviseren SGLG
• • •
Voorbereiden besluiten Sturingsinformatie managen Besluitvorming door andere overheden coördineren
•
Opgaven voor de regio in beeld brengen en komen tot een breed gedragen integraal afgewogen geheel aan gebiedsopgaven en deze te vertalen in een regioagenda; Hierin relaties met andere opgaven aangeven: meekoppelkansen en relatie met grote opgaven als energietransitie, woningbouw,… Afspraken maken over uitvoeringsverantwoordelijkheden en -financiering, vastleggen in regio-uitvoeringsprogramma; Uitvoeringsorganisatie aansturen; Aangaan van samenwerkings overeenkomsten; Aansturen uitvoering; Monitoring voortgang opgaven; Rapporteren aan provinciale stuurgroep over voortgang en knelpunten;
•
•
•
Provinciaal gebiedsprogramma
Ambtelijk
Regioniveau
Bestuurlijk: Regiostuurgroep met alle regionale gebiedspartijen
•
•
•
• •
“Regioprogramma” maken met stappen: o Wat: regio-agenda o.b.v. nood-zakelijke opgaven en andere regiodoelen; o Hoe: afspraken over samen-werking, planning, capaciteit en financiën in interbestuurlijk regioprogramma; Sturen op uitvoering regioprogramma: o Opdrachten deelgebieden; o Nakomen afspraken; Beslissen over onderlinge knelpunten; Agenderen escalatie op provinciaal niveau (Stuurgroep Landelijk Gebied)
• • • • •
•
•
• • • • •
‘Ambassadeur’ / boegbeeld voor het uitdragen van de noodzakelijke opgave; Inzet op transitiefonds (in tranches) bepalen; Monitoren en sturen op het totale doelbereik en middelen; Rapporteren naar het rijk; Voorbereiden democratische besluitvorming bij inzet middelen en escalatie; Relatie met andere opgaven waarborgen: meekoppelkansen en relatie met grote opgaven als energietransitie, woningbouw,…
Interbestuurlijke regioprogramma’s
Ambtelijk
•
Besluitvorming van de regiostuurgroep voorbereiden
• •
Agendavoorbereiding Adviseren Regiostuurgroep
Polderniveau
Bestuurlijk: Direct betrokken gebiedspartijen
•
Bestuurlijke begeleiding: sturen op keuzen bij de uitvoering (binnen mandaat); Escaleren knelpunten naar regiostuurgroep; Kavelruil/landinrichting aansturen in kavelruilcommissie
• •
Koppelkansen zoeken Besluiten op polder/projectniveau.
Gebiedsprocessen-/ en projecten
• •
Accepteren van de opdracht; Projectmanagement.
• •
Gebiedsplannen
Ambtelijk
•
4.4 Zo gaan we over naar de nieuwe structuur We laten de nieuwe structuur geleidelijk groeien Daarbij houden we wel het gezamenlijk perspectief voor ogen. We bundelen en stemmen de lopende gebiedsprocessen op polderniveau en de werkzaamheden voor de gebiedsagenda’s vanuit de gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied op elkaar af als dit meerwaarde heeft. Dit mag het tempo van de uitvoering van de noodzakelijke opgaven niet tegenhouden. De provincie start per regio het proces Wij komen samen met de regio tot een regiostuurgroep. Daaruit volgt een plan om lopende werkzaamheden op elkaar af te stemmen. We geven voorrang aan de gebieden die we in paragraaf 3.3.1 al noemden. Tijdsdruk mag niet leiden tot minder draagvlak of resultaat Het Provinciaal Gebiedsprogramma moet 1 juli 2023 klaar zijn. Misschien zijn de gebiedsagenda’s voor de 9 onderscheiden deelgebieden dan nog niet allemaal af. We zien deze agenda’s ook als ‘groeidocument’. Het Gebiedsprogramma is nodig om geld te krijgen van het rijk voor de uitvoering. Dit wordt waarschijnlijk in delen uitbetaald. De eerste uitbetaling op basis van een goedgekeurd provinciaal gebiedsprogramma en op basis daarvan ingediende claim zal in 2024 plaatsvinden. We kunnen in de uitwerking van de ’onderliggende’ of nog op te stellen uitvoeringsprogramma’s afspraken maken over wanneer voor de volgende delen geld wordt aangevraagd.
De basis daarvoor zal dan een herijking of bijstelling van het provinciale gebiedsprogramma zijn. De gebieden leren van elkaar De gebieden werken op hun manier de taken uit. Daarbij doen ze eigen ervaringen op, komen ze fouten tegen en verzinnen ze oplossingen. Andere gebieden kunnen daarvan leren. We kijken hoe we dit vormgeven. Dit doen we samen met de betrokken partijen.
4.5 Zo zorgen we voor juridische borging Elke deelnemende partij bindt zich aan de uitvoering van de eigen onderdelen in het regioprogramma Overheden kunnen zich binden in de vorm van een interbestuurlijk (Omgevingswet)programma. Private partijen zoals de landbouw- en de natuurorganisaties binden zich met een samenwerkingsovereenkomst. Onze voorkeur heeft dat de gebiedspartijen zelf de opgaven uitvoeren Dit heeft wel haken en ogen op het gebied van aanbesteding. We vragen aan deskundigen advies over wat hier wel en wat niet mogelijk is. Dat advies moet ook gaan over de rechtmatigheid van de rollen, de plichten van de manier van besturen en de uitvoeringsorganisatie. Dit zowel beoordeeld vanuit de Provinciewet, de regels over aanbesteding en de democratische goedkeuring. Door dit zo op te pakken volgen we het advies van de Evaluatie AVP.
Schema sturing en verantwoordelijkheden per schaalniveau
32
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 33
5 DE
FINANCIERING VAN EN INSTRUMENTEN VOOR DE UITVOERING 5.1 We gebruiken deze financieringsbronnen
We leggen per uitvoeringsprogramma uit welke financieringsbronnen we inzetten. We laten zien hoeveel geld we de komende jaren zelf inzetten. Wat de bijdrage is van de gebiedspartijen. En we maken inzichtelijk welke bijdrage vanuit het Transitiefonds noodzakelijk is. Onderstaand zijn alleen de beschikbare (en te verwachten) budgetten binnen de provincie in beeld gebracht. Onze programmabegroting 2023 (Statenvoorstel 27 september 2022) De begroting voor het landelijk gebied (programma 2) is in 2023 € 67,5 miljoen. Dit geld is bedoeld voor: • Behoud en versterking van natuur en landschap • Aanmoediging van duurzame landbouw • Inzet voor een gezond en (be)leefbaar landelijk gebied De begroting voor het remmen van de bodemdaling en het verminderen van de CO₂-uitstoot in veenweidegebied (programma 3.5) is in de periode 2023-2026 €20,5 miljoen. Kadernota 2023 - 2026 De Kadernota voegt € 23,8 miljoen toe om grond voor nieuwe bossen en de Groene Contour te kopen en af te waarderen. De specifieke uitkering Programma Natuur (SPUK) Dit programma maakt in 2023 € 17,4 miljoen vrij om in negen Natura 2000 gebieden delen te herstellen. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid In 2023 start voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een nieuwe periode voor. Het rijk en de provincies stelden samen het Nationaal Strategisch Plan 2023-2027 op om het GLB uit te voeren.
Europa stelt voor onze provincie € 38,71 miljoen beschikbaar. Dit is een belangrijke bron voor: • Het agrarisch natuurbeheer • De transitie naar een duurzame landbouw • Plattelandsontwikkeling • Vergroening van het landelijk gebied Wij betalen € 20,15 miljoen voor het samen-financieren en de kosten om het uit te voeren. Dit is nodig om het geld van Europa te krijgen. Ook is er geld om klimaatdoelen te realiseren. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) (en de Agenda Natuurinclusief van het Programma Natuur) Hierin maakt het rijk de opgaven voor het landelijk gebied duidelijk. We werken deze opgaven uit in het Provinciaal Gebiedsprogramma. We maken hiermee aanspraak op het beschikbare geld van het rijk voor de transitie van het landelijk gebied. We weten nog niet precies hoe het rijk het geld verdeelt. We rekenen op meer dan € 100 miljoen per jaar. Dat baseren we op de grootte van het Transitiefonds, de grootte van de opgaven en de verdeelsleutel van het Provinciefonds. Andere begrotingsprogramma’s van de provincie Ook deze programma’s kunnen voor een deel leiden tot uitvoering in het landelijk gebied: • Groen Groeit Mee: hier is nu € 6 miljoen in gereserveerd. We onderzoeken of er meer investeringen mogelijk zijn.
• Waterveiligheid en klimaatadaptatie: we hebben ongeveer € 5 miljoen per jaar voor het verhogen en verstevigen van de Lekdijk, het op orde krijgen van de regionale keringen en maatregelen voor klimaatadaptatie.
5.2 We gebruiken deze instrumenten
34
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 35
We hebben voldoende menskracht, middelen en een passende uitvoeringsorganisatie nodig Alleen dan kan de ULG slagen. Wij zullen dit starten. Maar we kunnen het niet alleen. We kijken samen met de partners, hoe de verschillende gebiedspartijen hun uitvoeringskracht het beste kunnen inzetten. We moeten ook onze gezamenlijke kennis en vaardigheden verder ontwikkelen. U leest daar meer over in hoofdstuk 6. Onderstaande instrumenten helpen om de gebiedsgerichte uitvoering van de vijf noodzakelijke opgaven verder in te vullen. 5.2.1 De Omgevingsverordening De ruimte die de Omgevingsverordening al biedt beter benutten: we merken dat niet iedereen weet dat onze Omgevingsverordening al veel ruimte voor ontwikkeling biedt. We kijken dan bijvoorbeeld naar de regels in paragraaf 9.1 Stedelijke functies in landelijk Gebied en artikel 6.9 over de Groene Contour. We kijken of we de ruimte in de Omgevingsverordening nog groter kunnen maken: we kijken bijvoorbeeld naar de huidige ruimte-voor-ruimte-regeling. En naar de inzet om te experimenteren. En we onderzoeken of bij verbreding op agrarische bedrijven het mogelijk is de agrarische hoofdfunctie los te laten.
5.2.2 We verwerven grond om in te zetten Hiervoor overwegen we de inzet van de volgende instrumenten: • Strategische verwerving, grondbank • Koop en zakelijk recht • Afwaardering en herwaardering van gronden • Kavelruil: ‘ruilverkaveling bij overeenkomst’ of ‘wettelijke herverkaveling (WILG)’ • Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg): de provincie kan een voorkeursrecht inzetten voor een provinciaal belang. • Oonteigening: we sluiten geen agrarische bedrijven met dwang op basis van provinciale stikstofregels tot er landelijk beleid voor is. PS hebben dit in 2019 besloten (motie 66). • Gedoogplicht • Huur • Uitgifte van grond: we geven grond in gebruik, verhuren het of verpachting het. Dat kan in de vorm van verkoop, overdracht of tijdelijk beheer. Een van de succesfactoren voor de grondmobiliteit is de samenwerking van alle partijen. We stellen daarom een provinciale grondstrategie op. De planning is deze in het 1e kwartaal 2023 ter vaststelling voor te leggen aan Provinciale Staten. Wij onderzoeken met alle partijen hoe we deze in de samenwerking uit kunnen bouwen naar een gezamenlijke regionale grondstrategie. 5.2.3 We gebruiken subsidieregelingen van het rijk We gebruiken onder meer de volgende regelingen: • Gerichte opkoop veehouderijen • Landelijke beëindigingsregeling piekbelasters veehouderij
• •
• • • •
• • • • •
5.2.6 Er zijn ook instrumenten in ontwikkeling • • • •
5.2.5 We gebruiken de volgende provinciale subsidieregelingen • • •
36
Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer (SVNL): deze subsidieregeling gaat over vergoeding voor natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer. U leest daar hier meer over. Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL): dit is een subsidieregeling voor vergoeding als landbouwgrond wordt bestemd en ingericht voor natuur. U leest daar hier meer over. Uitvoeringsverordening aankoopsubsidie NNN-gronden (UVAN): deze regeling gaat over het kopen van en
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB): het rijk beschrijft in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) hoe we het GLB kunnen inzetten; het stimuleren van nieuwe verdienmodellen en het werken met kritische prestatie indicatoren (KPI’s). We doen dit met behulp van een subsidieverordening, coaching en kennistrajecten; verplaatsingssubsidie voor agrarische bedrijven vanuit de opgaven voor bodemdaling en stikstof; de afwaardering en herwaardering van landschapsgronden.
5.2.7 We gebruiken ook nog andere instrumenten • • • • • •
5.2.4 We stellen één of meerdere provinciale doelenbanken in Zo zetten we de vrijgekomen stikstofruimte in voor ontwikkeling. We werken dit in de komende periode verder uit. Dat doen we in samenhang met het openstellen van het extern salderen in de provincie Utrecht.
over het stopzetten van pachtovereenkomsten, beide van grond binnen het Natuurnetwerk Nederland met als doel natuur te realiseren. U leest daar hier meer over. Soortenmanagementplan (SMP): we gebruiken dit plan om de biodiversiteit te vergroten en schadelijke exoten te voorkomen. U leest daar hier meer over. Agenda Vitaal Platteland: we gebruiken subsidies voor deze thema’s: o Natuur en water (waaronder Verplaatsingssubsidie voor bedrijven in de NNN) o Landschap en cultuurhistorie (Landschapselementen; Agrarisch natuurbeheer) o Sociaal economische vitaliteit (Leefbaarheid en kleine kernen; Relatie stad en platteland; Recreatie) Subsidie beperking bodemdaling Veenweiden Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) Nieuwe Hollandse Waterlinie: we gebruiken deze subsidieverordening om de beleving en bekendheid te vergroten. Het maakt vrijetijdsgebruik toegankelijker. Het ontwikkelt een duurzaam landschap wat zich aan het klimaat kan aanpassen. Het zorgt voor de restauratie of herbestemming van waterlinie objecten. Cultuur en Erfgoed: we gebruiken dit voor ontwerpend onderzoek dat zich richt op de inzet van cultuurhistorische en archeologische waarden van omgevingskwaliteit. Het dient als inspiratiebron bij gebiedsontwikkeling. Het vergroot het publieksbereik in de erfgoedsector. Denk bijvoorbeeld aan Erfgoedparels (Rijksmonumenten).
De instrumenten die we gebruiken om de Groene Contour uit te voeren; Energietransitie: voor besparing en duurzame opwekking bij bewoners, organisaties en collectieven; innovatie. Klimaatbestendige, groene en gezonde steden en dorpen Plattelandsontwikkeling (POP3): wordt NSP GLB (zie 5.2.6) Recreatie en Toerisme: dit vergroot het aanbod van vrijetijdsgroen, recreatief hoofd(route)netwerk, duurzame ontwikkeling van de vrijetijdseconomie.
Businesscases/praktijkproeven/pilots: volgen en evalueren van bestaande pilots / projecten zoals Klimaatslim boeren op Veen, pilots Natte teelten en Hoogwaterboerderij Zegveld; Onderzoek / Kennisdeling: VIC, VIP-NL, NOBV, NKB, waterschappen; Keurmerken zoals (de mogelijk aangepaste) Planet Proof (Friesland Campina). Er zijn nog veel vragen over de toepassing voor aanpak bodemdaling. U leest daar meer over in het rapport Governance van NOBV; Valuta voor Veen / emissiehandel; Keteninitiatieven; Pilots: verleasen van innovatie & coachingstraject managementmaatregelen rondom de Nieuwkoopse Plassen; proeftuin Kringlooplandbouw Kromme Rijnstreek; meetnetwerk voor onder andere fijnstof, de geur en ammoniak in de Foodvalley; afwaardering landbouwgronden en verbetering van het verdienvermogen van landbouwbedrijven (RVS en programma natuur);
We maken ook gebruik van lopende onderzoeken • • •
Onderzoek naar de bijdrage van het natuurinclusief inrichten van overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden en de effectiviteit hiervan. IPO-verband: nieuwe stikstofanalyses uitgevoerd en natuurdoelanalyses voorbereid. RUD analyses naar de bronnen voor stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden.
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 37
6
WE ONDERSTEUNEN DE WERKWIJZE INTERN
We willen ULG goed laten verlopen. Daarvoor moet de provincie zich bestuurlijk voldoende inzetten. En de werkwijze van onze eigen organisatie moet deze deels nieuwe aanpak ook steunen.
6.1 De bestuurlijke rol van de provincie op de verschillende niveaus We hebben in hoofdstuk 4 al de bestuurlijke indeling voor de drie niveaus uitgelegd. Op provinciaal niveau komt een stuurgroep. In de stuurgroep zitten waterschappen, gemeenten en de provincie. De provincie is voorzitter. De gedeputeerde met de meeste van de vijf noodzakelijke opgaven in de portefeuille is de voorzitter. Elke regio heeft een regiostuurgroep. De gedeputeerde met de meest essentiële opgaven voor dat gebied zit in deze regiostuurgroep. Een integrale aansturing kan makkelijker worden door te werken met gebiedsgedeputeerden. Wij geven dit mee in het op te stellen overdrachtsdocument voor het komende college (2023). We kijken per opdracht of/hoe de provincie zich bestuurlijk inzet in de gebiedsprocessen op polderniveau.
6.2 De ambtelijke organisatie die nodig is Wij vragen de organisatie om op korte termijn te gaan werken op een wijze die past bij ULG. Dit betekent werken vanuit de volgende uitgangspunten: • We werken gebiedsgericht en doen dit samen met onze gebiedspartners. • We zetten het vastgestelde gezamenlijke gebiedsresultaat voorop. Dus niet de afzonderlijke sectorale resultaten. • We wegen andere opgaven en ambities mee en maken op regioniveau met het gebied keuzes. Naast de vijf noodzakelijke opgaven zal niet alles mogelijk zijn, maar we houden rekening met de andere mee te wegen opgaven. • We passen de principes van omgevingsgericht werken toe: van uiten naar binnen werken, integrale afwegingen maken, werken als één overheid en ruimte voor zelfreflectie • De beleidsteams bereiden beleidskeuzes voor. Dit in samenspraak met de uitvoeringsorganisatie. Gedeputeerde Staten (GS) besluiten over het nieuwe beleid als dit nodig is. Als het gaat om nieuwe kaderstelling besluiten PS. Bij het voorbereiden van de beleidskeuzes houden we rekening met de onderlinge samenhang van de opgaven en wegen we schurende belangen af. • We voegen waar mogelijk programma’s samen. We nemen in de programma’s gebiedsgericht beleid op. Zo kunnen we al in een vroeg stadium beleids- en uitvoeringskeuzes maken. • We gaan ook intern uit van leren van de praktijk, evalueren en waar nodig bijsturen.
• We verkleinen de afstand tussen beleid en uitvoering volgens het advies uit de Evaluatie AVP. We doen dit door: o de beleidscyclus als basis voor de uitvoering te nemen; o te werken met een intern integraal regioteam of -teams ; o de beleidsuitvoerings- en integratietafel (BUIT) en tijdige keuzes te maken; o meer programma’s samen te voegen. • Het is belangrijk dat de faciliterende onderdelen van de provincie het gebiedsgericht werken ondersteunen. Denk aan afdelingen zoals financiën, juridische zaken en subsidieverlening. Zij denken mee over instrumenten en processen om het gebiedsgericht werken zo makkelijk mogelijk te maken.
38
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 39
7
ZO BEWAKEN WE DE VOORTGANG EN STUREN WE BIJ
We stellen eerst hoofdlijnen vast Het Provinciaal Gebiedsprogramma Landelijk Gebied en de twee regio-(uitvoerings)programma’s komen tot stand onder tijdsdruk. We stellen daarom eerst de hoofdlijnen vast. Veel andere keuzes maken we later. We maken dan gebruik van de praktijkuitwerking in de gebieden. We kijken of die keuzes samen genoeg doelbereik hebben voor de verschillende onderdelen We passen het programma aan waar dat niet (meer) het geval is. We doen dit door monitoring en tussenevaluatie. We gebruiken de wettelijk bepaalde monitoring als basis, zoals staat in de Omgevingswet. We gebruiken hiervoor ook de rapportageplicht vanuit het Transitiefonds. We werken dit uit met alle partners. We bekijken samen met de partners ook wanneer we tussenevaluaties nodig vinden. We kijken ook naar het doelbereik op provinciale- en gebiedsdoelen We gebruiken hiervoor de doelenboom van de provinciale begroting. Daarbij hebben we ook voortgangs-informatie nodig uit de regio’s, opgebouwd uit deelgebieden en gebiedsprocessen op polderniveau. We leren door te doen De praktijk wijst dan uit wat beter en wat minder goed werkt. We moedigen originele manieren van aanpak aan en leren van goede en minder goede voorbeelden.
Het uitvoeren van de samenhangende doelen vraagt om bijvoorbeeld: • vernieuwing van inrichting • combinatie van functies • integratie van gebiedsontwikkeling • vernieuwing van instrumenten, regels, verdienmodellen en financieringsconstructies. Dit gaat niet vanzelf goed. De praktijk wijst uit wat beter en wat minder goed werkt. We bekijken samen met de uitvoerende partijen hoe het beter kan. We moedigen originele manieren van aanpak aan en leren van goede en minder goede voorbeelden.
40
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 41
8
ZO STARTEN WE DE ULG EN WERKEN WE HET UIT
We starten snel na 1 januari 2023 met de nieuwe sturingsstructuur en de ondersteuning daarvan Wij zijn daarom al een Implementatieplan ULG aan het maken en zullen zo snel mogelijk starten met het uitvoeren ervan. De voorstellen vragen om een aantal ingrepen in de huidige werkwijze en aansturing. Dat bespraken we al in hoofdstuk 6. Wij willen de veranderingen praktisch en snel uitwerken. Dat komt door de druk vanuit het NPLG en de noodzaak om per 1 juli 2023 een Provinciaal Gebiedsprogramma te hebben. We maken een Voorverkenning voor het Provinciaal Gebiedsprogramma. We verwachten dat wij deze in januari 2023 vaststellen.
42
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 43
BIJLAGE 1 WET STIKSTOFREDUCTIE EN NATUURVERBETERING (WSN); NATIONAAL PROGRAMMA LANDELIJK GEBIED (NPLG) EN NOVEX: GEBIEDSPLAN (WSN) Volgens de WSN maakt iedere provincie een gebiedsplan (Provinciaal Gebiedsprogramma) Dat moet vóór 1 juli 2023 klaar zijn. Een gebiedsplan bevat het volgende: • De opgave: wat er in een gebied moet gebeuren • De natuurdoelanalyse: uitkomsten van onderzoek hoe het gebied ervoor staat qua natuur • De maatregelen die we willen nemen en de instrumenten daarvoor • Het gebiedsproces: wat partijen met elkaar afspreken • De voorspelling of we zo onze doelen halen. De gebiedsagenda’s zijn voor elk gebiedsplan belangrijke bouwstenen De gebiedsagenda’s worden voor zes van N2000-gebieden en hun omgeving opgesteld. Dat zijn er vier vanuit de provincie Utrecht en twee vanuit of samen met aangrenzende provincies. De provincies hebben de regie bij de totstandkoming. Ze bepalen met de gebiedspartijen hoe de regierol eruit ziet. De gebiedsagenda’s komen langs de volgende stappen tot stand, samen met de gebiedspartijen: • We gebruiken gezamenlijke fact-finding om beschikbare en ontbrekende kennis te krijgen. • We stellen gezamenlijk onderzoeksopgaven op en voeren keukentafelgesprekken. • We stellen gezamenlijk scenario’s op met oplossingsrichtingen.
• We beschrijven maatregelen die nodig zijn op het gebied van de belangrijkste taken en bepalen de sociaal economische effecten. • We beschrijven de vervolgstappen, brengen de financiën in zicht en maken samenwerkings-afspraken. • Het proces om te komen tot afgestemde gebiedsagenda’s voor de N2000-gebieden is in juni 2022 gestart. Deze processen hebben dezelfde breedte als in deze ULG.
• •
Zoetwaterbeschikbaarheid Concentratie gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater
Doelen voor klimaat • • •
Broeikasgassen veenweiden Broeikasgassen landbouw (veehouderij en glastuinbouw) Broeikasgassen landbouwbodems / bomen en bossen.
De eisen waar het Provinciaal Gebiedsprogramma aan moet voldoen volgens de startnotitie NPLG Het rijk stelt hiervoor kaders vast. De kaders zijn afgeleid van de (inter)nationale verplichtingen voor natuur, stikstof, water en broeikasgassen. Per provincie is een pakket van doelen beschikbaar in november 2022. Voor het landelijk gebied zijn belangrijke keuzes gemaakt voor bodem en water, en stikstof. Medeoverheden gaan op basis daarvan aan de slag om provinciale programma’s voor het landelijk gebied op te stellen. Zij doen dit onder regie van de provincies en met het rijk als partner. De provinciale programma’s zijn 1 juli 2023 gereed. De eerste versie van de gebiedsplannen over stikstof worden dan nog verder ontwikkeld. Het rijk gebruikt dit brede ‘Provinciaal Gebiedsprogramma’ als basis om de financiële middelen uit de Transitiefonds te krijgen. Het gaat over van €24.3 miljard voor het NPLG. De rijksopgaven komen voor een groot deel overeen met de provinciale inzet in deze ULG, de vijf noodzakelijke opgaven en een aantal aanvullende opgaven Het rijk wil samen met IPO een ‘krachtige regieorganisatie’ voor de uitvoering van het NPLG inrichten. Het rijk wil daarmee de uitvoeringskracht in het landelijk gebied versterken. Het plan is om de Regieorganisatie Realisatie Transitie Landelijk Gebied (R-RTLG) te maken.
De R-RTLG wordt het scharnierpunt tussen het NPLG en de rol van de provincies als regisserende gebiedsautoriteit. De NOVEX-gebieden krijgen extra aandacht Zo noemt de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening deze complexe gebieden in de Ruimtelijke Ordeningsbrief van 17 mei 2022. Het rijk wil met alle betrokken overheden afspraak maken over de landelijke opgaven met deze gebieden. Binnen het NPLG komt een spoor voor deze complexe gebieden. In onze provincie zijn NOVEX-gebieden het Groene Hart, het Verstedelijkingsgebied Utrecht-Amersfoort (ook met maatregelen om het groen mee te laten groeien) en het gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. Het gaat dus hierbij om een groot deel van het landelijk gebied in onze provincie en om gebieden met noodzakelijke opgaven. We verwachten dat het rijk tijdens het hele traject partner is voor deze gebieden. Ze zullen zich actiever mengen in het gesprek over de ontwikkelrichting, om zo actiever bij te dragen aan de benodigde verandering.
De startnotitie NPLG stuurt aan op een breed Provinciaal Gebiedsprogramma Dit zijn de doelen van het Provinciaal Gebiedsprogramma naast de doelen voor stikstofvermindering en natuurverbetering: Doelen voor natuur • • • • •
Stikstofreductie landbouw Areaal (Natuurpactafspraken, afspraken programma Natuur, extra leefgebied 150.000 hectare, areaaldoel Natuurinclusief, bossenstrategie) Instandhoudingsdoelen per N2000-gebied en gunstige staat (dit volgt onder andere uit actualisatie van de doelensystematiek, aanscherping van de Vogelrichtlijngebieden en de Europese Biodiversiteitsstrategie) Hydrologie (natuurpactafspraken) Verbindingen (groenblauwe dooradering van het landschap)
Doelen voor water • •
44
Voedingsstoffen in de oppervlakte en grondwater (inclusief innamepunten van drinkwater). Goede kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen.
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 45
BIJLAGE 2 REACTIE OP DE RESULTATEN VAN DE CONSULTATIE VAN DE RICHTINGGEVENDE UITSPRAKEN
Leesbaarheid Verschillende partners en statenleden hebben gewezen op de soms moeizame leesbaarheid van de notitie en het gebruik van afkortingen en jargon. De toon wordt door enkelen te ambtelijk, bureaucratisch en te weinig concreet genoemd. Onze reactie Wij hebben begrip voor deze kritiekpunten. De notitie gaat over hoe we met een veelheid aan partijen willen werken aan de uitvoering van veel en grote opgaven in het landelijk gebied. Ook de werkwijze zelf moet dan begrijpelijk zijn voor een brede doelgroep. Wij hebben daarom de notitie herschreven. We hebben daarbij gekeken naar de leesbaarheid voor een breed publiek en naar het helder uitleggen van wat we voorstellen. Het verder concreet maken van de afspraken zal bij de invoering van deze werkwijze moeten gebeuren. Regio-indeling
1. Waarom deze notitie We moeten in het landelijk gebied van de provincie Utrecht omvangrijke en urgente uitvoeringsopgaven realiseren. De provincie heeft daarbij een voortrekkersrol en bij een aantal opgaven ook een uitvoerende (of regie-)rol. Hoe we deze opgave met draagvlak en betrokkenheid van allen die het aangaat willen uitvoeren, noemen we de uitvoeringsstrategie voor het landelijk gebied (ULG). Op 5 juli 2022 hebben we een notitie vastgesteld met richtinggevende uitspraken voor de ULG. Omdat we de opgaven niet alleen uitvoeren, maar met vele partijen is het belangrijk te weten of die partijen het eens zijn met de ULG. Daarom hebben we in de periode maart – mei 2022 gesprekken gevoerd met een aantal mensen die actief zijn in de uitvoering in het landelijk gebied en hebben we 19 mei ook een eerste bijeenkomst georganiseerd om ideeën uit te wisselen. De resultaten van die bijeenkomst hebben we gebruikt bij het schrijven van de notitie met richtinggevende uitspraken. De notitie hebben we voorgelegd en besproken met onze partners. Dit waren zowel maatschappelijke organisaties (LTO, agrarische collectieven, terreinbeherende organisaties, Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en Gebiedscommissie Utrecht-West) als medeoverheden (gemeenten en waterschappen). Er zijn hiervoor in augustus twee digitale bestuurlijke overleggen geweest, met veel deelnemers.
Daarnaast hebben de waterschappen, gemeentelijke regio’s en een aantal gemeenten ook schriftelijk gereageerd. Verder hebben we de notitie met richtinggevende uitspraken besproken met onze Statencommissie Ruimte, Groen en Water (31 augustus). In de voorliggende notitie hebben we de inbreng van de partners en de Staten samengevat en gebundeld en geven we onze reactie op de inbreng. We geven de samenvatting van alle opmerkingen en onze reactie daarop in paragraaf 2. In paragraaf 3 geven we aan hoe we verder gaan met de vaststelling van de ULG en vervolgens de invoering van de nieuwe werkwijze. We sturen deze reactienota aan alle partijen en beschouwen deze mede als de beantwoording van hun mondelinge en schriftelijke inbreng.
2. De onderwerpen die besproken zijn Er blijkt veel draagvlak voor de voorgestelde aanpak en voor onze voortrekkersrol. Het organiseren van de ULG wordt toegejuicht. De hoofdstappen in de gebiedsgerichte aanpak worden onderschreven en ook de indeling in sturing op drie verschillende schaalniveaus: polder-/gebiedsproject – regio – gehele provincie. Ook voor de integrale aanpak, met de prioritering op de vijf noodzakelijke opgaven is in brede zin steun. Maar uiteraard zijn er ook diverse zorgen, aandachtspunten en verbeterpunten genoemd. Zoals het voorkomen van bestuurlijke drukte bij de regio-indeling, het zorgen voor maatwerk op gebiedsniveau, het borgen van een vorm van onafhankelijkheid op gebieds- en regioniveau en voldoende middelen en capaciteit voor de deelnemende partijen. Hieronder gaan we per onderwerp in op deze punten.
46
De meeste reacties roept de door ons voorgestelde regio-indeling op. Zoals gezegd stellen wij de aanpak van organisatie en sturing op drie verschillende schaalniveaus voor. Het middelste niveau is het regio-niveau. Op dit niveau voorzien wij sturing op de uitvoering van opgaven in (deel) gebieden en polders door alle uitvoerende partijen samen (overheden en maatschappelijke organisaties). Bij de bijeenkomst op 19 mei hebben de meeste deelnemers gepleit voor een beperkt aantal regio’s: regio Oost en regio West. De waterschappen en de meeste maatschappelijke organisaties geven aan blij te zijn met deze indeling in twee regio’s. Van diverse gemeenten en hun samenwerkingsverbanden hebben we echter het verzoek gekregen om de regioindeling te laten aansluiten bij de al bestaande regiostructuren van de gemeenten (regio Amersfoort, regio Food Valley en U10). Hun argument hiervoor is het voorkómen van meer bestuurlijke drukte en het voorkómen van onbegrip en verwarring bij gebiedspartijen. Omdat capaciteit al een probleem is, wordt het gebruikmaken van de al bestaande bestuurlijke structuren gewenst. Hierbij speelt ook dat in regioverband wordt gewerkt aan uit te voeren plannen voor het landelijk gebied zoals het Handelingsperspectief Buitengebied van regio Amersfoort en het Integraal Ruimtelijk Perspectief van de U10 en het Regionaal Programma Landelijk Gebied van de regio Foodvalley.
Aansluiten bij de bestaande regio’s is belangrijk voor een voortvarende aanpak en samenwerking, aldus gemeenten. Naast het beperken van bestuurlijke drukte is ook de uitlegbaarheid naar betrokken gebiedspartijen en bevolkingsgroepen van belang. Een aantal partijen waaronder gemeenten geven daarnaast ook het signaal af dat lopende samenwerkingen van waarde zijn en vragen om inbedding. Vanuit gebiedscommissie Utrecht - west (gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties) is het belang van voortbouwen de daar opgebouwde bestuurlijke netwerken en gebiedsaanpak benoemd. Gemeente Woudenberg pleit er voor om de grondeigenaren en gebruikers in te delen in de deelgebieden waar zij thuishoren, ook als dat niet overeenkomt met bestuurlijke regio’s. De agrariërs in Woudenberg hebben veel meer een verbinding met Food Valley dan met regio Amersfoort waar de gemeente bij is ingedeeld. Door gemeente Stichtse Vecht is nog gevraagd hoe wordt omgegaan met de diverse al bestaande samenwerkingsverbanden met een min of meer zelfde doel (stikstofreductie), inclusief de provinciegrens overschrijdende samenwerkingsverbanden en het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug (NPUH) pleit voor een regio-indeling op basis van gebiedsgerichte criteria en daarmee voor de Utrechtse Heuvelrug met de flanken als één gebied.
Voor een integrale afweging van functies vindt NPUH dit van groot belang. Verder ziet het NPUH het als een gemiste kans dat ze in de notitie niet als speler in het landelijk gebied zijn genoemd. NPUH ziet voor zichzelf geen rol in het besluitvormingstraject maar in de bottom-up aanpak: met alle partijen overeenstemming bereiken over de benodigde maatregelen om aan wettelijke verplichtingen te voldoen. Verder vreest NPUH dat als het deze rol niet krijgt, NPUH als bestuurlijke drukte beschouwd gaat worden. Dit ook omdat de oost-/westgrens NPUH volledig doorsnijdt. Onze reactie Wij stellen voorop dat elke regio-indeling afstemmingsvraagstukken gaat opleveren. Het argument van niet meer bestuurlijke drukte is ook belangrijk voor ons. Ook wij zien dat in een aantal gebieden nu al veel bestuurlijke
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 47