B-3.12 Besluit B&W vaststelling voorkeursscenario Omgevingsvisie d.d. 9-7-24
Tekst van het document
bouwen we voldoende om te kunnen voorzien in de natuurlijke groei van
randvoorwaarden bij: een fijne en passende woning, voldoende en goede
keuze aan op de uitkomsten van het participatietraject; in de samenleving is
voorbereid is op de toekomst.
dorps karakter. Aan dat laatste hecht men veel waarde. We hebben deze keuze
In deze paragraaf vormen wonen, samenleven en vitaliteit van de leefomgeving
infrastructuur, het tempo waarin nutsvoorzieningen kunnen worden aangelegd
op een goede wijze kunnen samenleven in wijken en dorpen. Daar horen
Barneveld EN de groei als gevolg van migratie. Daarnaast sluiten we met deze
voorzieningen, ruimte om elkaar te ontmoeten in een openbare ruimte die
enige terughoudendheid voor al te snelle groei en vrees voor verlies van het
de rode draad. We nemen u mee in het voorkeursscenario van het thema prettig
leven in vitale dorpen. Hierbij zal worden ingegaan op de volgende deelopgaven: •
de groei van de gemeente Barneveld en de druk op de woningmarkt;
•
demografische ontwikkelingen en de samenstelling van de
•
de vitaliteit van alle kernen met passend meegroeiende voorzieningen;
•
een toekomstbestendige en vitale nieuwe te ontwikkelen en bestaande
verder gebaseerd op realiteitszin: capaciteit, het kunnen meegroeien van en maatschappelijke voorzieningen kunnen worden gerealiseerd, en het adaptatievermogen van onze dorpse samenleving.
woningvoorraad;
openbare ruimte.
DE GROEI VAN DE GEMEENTE BARNEVELD EN DE DRUK OP DE WONINGMARKT
Barneveld groeit en dat is al jaren gaande. Die groei zet zich voort. Op basis van de laatste Gelderse bewerking van de Primos-prognose wordt een groei
voorspeld naar een bevolking van ca. 80.000 inwoners in 2040. De gemeente Barneveld is daarmee één van de koplopers in de provincie Gelderland. De huidige voorspellingen laten zien dat de groei na 2040 zich voortzet, maar
minder sterk. Met die groei houden we ook rekening bijvoorbeeld als het gaat om te maken keuzes omtrent mobiliteit.
Ook voor de komende jaren liggen de nodige plannen in het verschiet. Al die
plannen tellen samen op tot ca. 5.000 woningen. In de Toekomstscenario’s was de vraag aan de orde of daar 3.000 woningen extra bij moeten komen of 5.000 woningen.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
21
PRE TT IG
EN RP DO
IN VITA LE VEN LE
We kiezen er bewust voor om de groei meer dan voorheen te spreiden over alle kernen en minder voor concentratie in de grote kernen Barneveld en
Voorthuizen. Dit sluit aan op de al eerder gekozen lijn in de gemeentelijke
Hoofdlijnennotitie en bij de uitkomsten van het participatietraject. Met deze keuze willen we een bredere basis bieden voor passende voorzieningen in
elke kern (zie hierna). Als uitgangspunt mikken we voor de 8.000 te realiseren woningen op een verdeling van 70% in de grote kernen Barneveld en
Voorthuizen en 30% in de kleine kernen. Om dit in perspectief te zien: 80% van de bestaande woningen bevindt zich op dit moment in de twee grote
kernen. De kleine kernen Garderen, Terschuur, Zwartebroek en Stroe willen we daarbij extra bedelen in een goede fasering, juist om deze kernen de
noodzakelijke toekomstbestendige omvang te geven voor basisvoorzieningen als een basisschool, huisarts, een beperkt winkelbestand en een gezond
We zoeken dus vooral naar locaties die al een gebruik kennen. Daarbij kan
gedacht worden aan solitair gelegen bedrijven in de bebouwde kom of andere soortgelijke ruimtes die zich lenen voor transformatie. Dat gaat over het
algemeen gepaard met hogere kosten en is in de praktijk weerbarstig. We
kiezen er daarom voor om ons te focussen op een beperkt aantal locaties, te weten locaties met (zware) bedrijvigheid, gelegen op onwenselijke locaties in de kernen. Voor het overige richten we ons vooral op het faciliteren van initiatieven tot inbreiding. Specifiek noemen we bedrijventerrein De Valk.
Algehele transformatie van dit bedrijventerrein is niet wenselijk, maar we
zien wel mogelijkheden voor gerichte functiemenging met toevoeging van
wooneenheden in dit gebied. Daar waar kansen zich voordoen kunnen bedrijven zich verplaatsen naar betere locaties.
verenigingsleven. De kern Kootwijkerbroek
Hoewel de ruimte voor inbreiding beperkt is, willen we wel zuinig omspringen
willen faciliteren. Voor De Glind zien we
waarbij we wel, overeenkomstig de uitkomsten van de participatie, onderscheid
graag een betere balans tussen het dorp
lagen, met op enkele daarvoor geschikte locaties wellicht meer.
heeft een blijvend grote behoefte, die we
met onze ruimte. We zetten daarom meer dan voorheen in op gestapeld bouwen,
om andere reden een opgaaf: we willen
maken per kern. In de grotere kernen kan gedacht worden aan maximaal 5 of 6
en de jeugdzorg in het dorp. We werken de aantallen en uitbreidingsrichtingen nader gespecificeerd en gebiedsgericht uit in
de omgevingsvisie. Voor De Glind is een afzonderlijk plan van aanpak nodig.
Voor een belangrijk deel zijn de locaties
waarop de woningbouw kan plaatsvinden
al in beeld. Voor de resterende opgaaf vinden wij dat we naast inbreiding ook
uitbreiding nodig hebben. De mogelijkheden voor inbreiding schatten wij kleiner in dan ten tijde van de Hoofdlijnennotitie. Het woningbestand in de gemeente
Barneveld is relatief jong, waardoor herstructurering van wijken slechts beperkt
aan de orde is. Daarnaast kiezen wij voor het uitgangspunt om bestaande open groene ruimtes in wijken zo veel mogelijk te bewaren, niet alleen vanwege het groen, maar ook omwille van het klimaat en vanuit gezondheidsoogpunt.
In de kleinere kernen zal 2 of 3 lagen veelal het maximum zijn. Dit biedt ook mogelijk voor een verdere vergroting van de diversiteit in de woningvoorraad. Specifieke
mogelijkheden zien we voor de directe omgeving van de stations Barneveld Centrum en Barneveld Zuid om andere woonmilieus te creëren met meer hoogbouw (zeker in het centrum) in een groene setting en gericht op OV-gebruik.
Meer dan tot nog toe het geval was, zullen er ook woningen in het buitengebied worden toegevoegd als gevolg van de nationale opgaven ten aanzien van de
landbouw en specifiek de opgaven voor de natuur. Dit kan grote gevolgen voor de landbouw in de Foodvalley hebben. We willen hier gedoseerd mee omgaan.
Daar hoort onderzoek bij naar de mogelijkheden om woningbouw als gevolg van functieverandering te concentreren op een aantal locaties. Zie daarover verder
bij de opgave waardevol landelijk gebied. Gebieden die we willen gebruiken voor nieuwbouwwijken of nieuwe bedrijventerreinen sluiten we hiervan uit.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
22
PRE TT IG
EN RP DO
IN VITA LE VEN LE
Met alle woningbouw die reeds in en rond de kern Barneveld voorzien is, zien wij geen noodzaak om vóór 2040 nog een grote woonwijk (+ 1.000) woningen te realiseren, naast de wijken Bloemendal en de Burgt. Zoals echter hiervoor
aangegeven, zet de groei zich naar verwachting voort na 2040. Voor de grotere kernen Barneveld en Voorthuizen willen we daarop anticiperen en daar in
onze ruimtelijke keuzes rekening mee houden. Dit betrekken we bij de verdere uitwerking van dit voorkeursscenario richting de omgevingsvisie.
We zien een nadrukkelijke kwalitatieve opgaaf voor de komende jaren: de
samenstelling van onze bevolking verandert. De Barneveldse bevolking wordt
ouder, vooral de groep van 75+ neemt fors toe met 75% in vergelijking met nu.
Daarnaast komen er meer mensen bij vanuit buiten de gemeente, waaronder ook substantiële groepen arbeidsmigranten, statushouders, vluchtelingen etc. Naast
deze demografische ontwikkelingen, zijn er ook andere ontwikkelingen die vragen om een andere samenstelling van de woningvoorraad. Denk aan toename van het aantal kleinere persoonshuishoudens of aan veranderingen in de zorg, waardoor mensen met een bepaalde zorgbehoefte in onze wijken moeten kunnen blijven
SAMENVATTEND: • 8.000 nieuwe woningen tot 2040, mits passende invulling randvoorwaarden;
• Nieuwbouw in elke kern, 70/30 verdeling tussen Barneveld/Voorthuizen; en de overige kernen;
• Meer dan gemiddelde groei in Kootwijkerbroek, Terschuur, Zwartebroek, Garderen, de Glind en Stroe;
• Inbreiding naast uitbreiding. Gericht verdichten zo min mogelijk ten koste van bestaand groen;
• Extra inzet op en aandacht voor de stationsomgevingen, alert zijn op transformatiekansen van binnenstedelijke bedrijven(terreinen);
• Meer gestapeld bouwen (5 – 6 lagen grote kernen, 2 – 3 lagen kleine kernen).
wonen en daar hun benodigde zorg ontvangen. Dat alles heeft op diverse vlakken gevolgen, ook voor de inrichting van onze leefomgeving en meer concreet de benodigde woningvoorraad.
Op deze demografische wijzigingen willen we zo veel als mogelijk inspelen. Dat betekent woningen voor gezinnen, maar zeker ook woningen voor het toenemend aantal 1- en 2-persoons huishoudens, waaronder jongeren en
ouderen. We kijken daarbij ook naar plekken die zich daar goed voor lenen, zoals stationsomgevingen.
We blijven dat doen in gemengde, diverse en inclusieve wijken, waar
generaties met verschillende achtergronden elkaar blijven vinden en iedereen kan meedoen, ook als je een beperking hebt en ook financieel gezien. Dit ter
bevordering van de zorg voor elkaar, de sociale samenhang in de wijken en het
contact tussen de generaties. Het sociale netwerk van mensen is een belangrijk vangnet. Dit sluit ook aan op de uitkomsten van de participatie. Dat vergt een
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN EN DE SAMENSTELLING VAN DE WONINGVOORRAAD
Met de bouw van nieuwe woningen willen we voorzien in de grote vraag naar
meer woningen, maar willen we ook beter aansluiten op de kwalitatieve behoefte. We willen daarbij meer dan voorheen inzetten op doorstroming door een divers aanbod te creëren in levensloopbestendige wijken. Anders gezegd: we vinden
dat onze inwoners in hun eigen leefomgeving met hun eigen sociale netwerk oud moeten kunnen worden in een woning die past bij de verschillende levensfases.
ongelijke aanpak omdat wijken verschillend beginnen en er ook in de gemeente
Barneveld kwetsbare wijken zijn. Deze verschillen tussen wijken willen wij kleiner maken. Met de omgevingsvisie willen we inzetten op maatregelen in de fysieke
leefomgeving die de kwetsbare wijken kunnen gaan helpen. Zie hierover ook de opgave Groen en toekomstbestendig Barneveld.
Daarnaast blijven we generiek inzetten op de diversiteit in het type woningen. In de afgelopen jaren hebben we rug-aan-rugwoningen gerealiseerd en zijn
tiny houses en een Knarrenhof in voorbereiding. We zetten deze lijn voort en
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
23
PRE TT IG
EN RP DO
IN VITA LE VEN LE
staan open voor nieuwe woonconcepten die voorzien in een behoefte en/of
bijdragen aan doorstroming of een plus bieden als het gaat om duurzaamheid (bijvoorbeeld circulair bouwen).
wijken in Barneveld en in mindere mate Voorthuizen willen we daarom verrijken met ruimtes voor passende kleinschalige werkgelegenheid en kwalitatieve (winkel)voorzieningen, om zo onze wijken levendiger en vitaler te maken.
Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland, zo ook in onze gemeente. Verschillende doelgroepen concurreren met elkaar om de schaarse betaalbare woningen te verkrijgen, zowel huur- als goedkope koopwoningen.
Denk aan starters maar ook aan statushouders, spoedzoekers, arbeidsmigranten,
die hier een beroep op willen doen. In de programmering (typologie van woningen en prijsklassen) van de nieuwbouw wordt aan deze behoefte gehoor gegeven, met ook een zekere spreiding over de verschillende kernen van de gemeente.
Meer dan voorheen kiezen wij dus voor functiemenging. Randvoorwaarde is wel dat het aanvullend gaat werken op bestaand aanbod en dus niet concurrerend
gaat werken met bedrijventerrein of met het centrum van Barneveld of Voorthuizen. Op het niveau van de kernen, willen wij het niveau van basisvoorzieningen
gebiedsgericht versterken in lijn met de behoeften van de lokale gemeenschap. In de kern Barneveld zullen de voorzieningen gepast groeien, zonder
SAMENVATTEND: • Nieuwbouw moet voorzien in behoefte en doorstroming bevorderen; • Levensloopbestendigheid in de wijk; • Voortzetting van de lijn om divers en gemengd bouwen met extra aandacht voor 1- en 2-persoonshuishoudens;
• Inclusieve wijken in velerlei opzicht met een ongelijke aanpak gericht op kwetsbare wijken;
• Nieuwe woonconcepten en faciliteren; • Betaalbare programmering met zekere spreiding over alle kernen. DE VITALITEIT VAN ALLE KERNEN MET PASSEND MEEGROEIENDE VOORZIENINGEN
In de kern Barneveld en ook de kern Voorthuizen, willen we meer sturen vanuit
het niveau van de wijk, omdat dat het niveau is waar zich het dagelijks leven van de samenleving afspeelt. Dat vergt dragers in de wijk, zeker ook als het gaat om de voorzieningen. Dan gaat het om commerciële functies zoals winkels en niet commerciële functies zoals een plaats om elkaar te ontmoeten. En naarmate
de wijken groter zijn, dient het voorzieningenniveau navenant groter te zijn. De
overmatige uitbreiding. Wat betreft de kleinere kernen, is het ons streven om het basisvoorzieningenniveau te versterken, passend bij de grootte van elke kern.
Zoals eerder aangegeven, kiezen we hier voor extra groei in het aantal inwoners om een solide basis te vormen voor het versterken van het basisvoorzieningen.
Onder basisvoorzieningen verstaan we voorzieningen zoals een supermarkt, een basisschool, kinderopvang, een huisarts en culturele en sportvoorziening. Per kern willen we kijken wat er specifiek nodig is.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
24
PRE TT IG
EN RP DO
IN VITA LE VEN LE
In het voorzieningenniveau is een belangrijke rol weggelegd voor onderwijs.
Voor een belangrijk deel is deze wettelijk bepaald en moeten we zorgen voor
toereikende huisvesting voor primair en voortgezet onderwijs. We kijken naar de mogelijkheden om extra ruimte te bieden aan scholen om flexibel in te kunnen
spelen op groei. Multifunctionaliteit en gezond en groen zijn aandachtspunten. In deze fase van de omgevingsvisie is nog te weinig aandacht besteed aan
het concretiseren van de plannen omtrent de ontwikkeling van het voortgezet
onderwijs/MBO. De visie voor de ontwikkeling van het voorgezet onderwijs en het MBO zullen in een latere fase verder uitgewerkt worden.
We willen een lage drempel voor deelname aan en toegankelijkheid van
voorzieningen om te kunnen sporten, bewegen, cultuur beleven en elkaar
ontmoeten. Dit is ook belangrijk om jonge gezinnen en jong volwassenen
te behouden in de kleine kernen. Nabijheid en betaalbaarheid van dit soort
voorzieningen in de kleine kernen helpen dan. Grotere en aanvullend werkende sport- en cultuurvoorzieningen concentreren we in Barneveld. Barneveld
beschikt over een mooi geheel aan voorzieningen, zoals bijvoorbeeld het theater. Met dit soort voorzieningen willen we gezondheid stimuleren en bijdragen
aan leefbaarheid en sociale cohesie en deze horen passend mee te groeien.
We zetten daarbij in op versterking van het bestaande aanbod en het breder
benutten van bestaande voorzieningen voor diverse maatschappelijke doelen.
EEN TOEKOMSTBESTENDIGE OPENBARE RUIMTE
Het openbaar gebied speelt een belangrijke rol voor het goed functioneren van de samenleving. Het biedt ruimte om te ontmoeten, voor sport, spel en cultuur in de buurt, voor een groene klimaatbestendige en dorpse invulling. In de
openbare ruimte kunnen derhalve meervoudige doelstellingen worden bereikt, die bijdragen aan een goed functioneren van de samenleving.
Mede met het oog op de verduurzamingsopgave en de klimaatverandering, maar ook op de doelstellingen omtrent gezondheid en demografische ontwikkelingen (meer ouderen) willen we onze bestaande en te ontwikkelen openbare ruimte toekomstbestendig en inclusief inrichten. Dat is een grote opgaaf en vraagt
aanzienlijk meer inzet en bijstelling van de huidige koers. Die opgaaf licht niet
eens zo zeer in de nieuw te realiseren wijken, maar met name in de bestaande
wijken, vooral de kwetsbare wijken. Ook hier geldt het streven om de verschillen kleiner te maken tussen de verschillende wijken, maar zullen de mogelijkheden tegelijkertijd financieel begrensd zijn. Bij een verdere uitwerking zullen we gericht moeten kiezen waar we wel en niet inzet plegen.
Om buurten en wijken gezond en toekomstbestendig te maken, hebben we ook meer openbare ruimte nodig, zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten, zodat mensen kunnen bewegen, zodat er ruimte is voor biodiversiteit en
klimaatadaptatie. We willen daarvoor meer ruimte bieden, meer voorzieningen
SAMENVATTEND: • Sturen op vitale en inclusieve wijken; • Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in elke wijk, ruimte voor winkels in de grotere wijken in de kern Barneveld;
• Actief sturen op passende basisvoorzieningen in elke wijk/kern; • Toegankelijke voorzieningen voor sport en cultuur, bewegen en ontmoeten die passend zijn bij de inwoners van de wijk/kern;
• Kwalitatief versterken bestaande aanbod grotere voorzieningen.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
25
PRE TT IG
EN RP DO
IN VITA LE VEN LE
creëren om ook in te spelen op de behoefte bij onze inwoners en mensen ook aan te zetten tot gezond gedrag. Ter illustratie: in de gemeente Barneveld zijn relatief
weinig mensen lid van een sportvereniging, maar bewegen mensen (desondanks) relatief veel. Sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte zijn daarom belangrijk en werken sterk aanvullend op het aanbod aan sportverenigingen.
Conform onze insteek om zuinig met onze ruimte om te gaan, hoort daarbij ook een meervoudig ruimtegebruik, waarbij de schaarse ruimte meerdere functies
tegelijkertijd vervult. We streven naar een andere “ruimtelijke mix” met minder
ruimte voor de auto, zodat er ruimte ontstaat voor andere gewenste invullingen,
zoals sport, bewegen en ontmoeten. Dit binnen de grenzen van wat realistisch is. De auto vervult immers een belangrijke rol in onze samenleving en blijft dat zeker in de kleine kernen en het buitengebied ook doen. Tegelijk verandert
mobiliteit en willen we daar ook gericht op inzetten (zie paragraaf Bereikbaar nu
en in de toekomst). Andere vormen van mobiliteit met name ook de fiets worden belangrijker en daar willen we onze omgeving ook op inrichten.
Dat vergt een gebiedsgerichte aanpak: niet voor iedereen en niet overal is
er immers een realistisch en betaalbaar alternatief, zeker niet in de hiervoor
genoemde kleine kernen. We blijven dus daar waar nodig zorgen voor adequate parkeervoorzieningen in de openbare ruimte. Binnen de grotere kernen gaan
we de mogelijkheden benutten die die zich voordoen om andere vormen van
mobiliteit uit te breiden of optimaler te benutten. We gaan inzetten op het meer
bundelen van parkeervoorzieningen (auto op afstand), zodat de ruimte efficiënter kan worden benut voor zaken als groen, wateropvang, sport en spelen, ontmoeting.
SAMENVATTEND: • Vitale, duurzame en klimaatbestendige inrichting openbare ruimte; • Uitgangspunten “gezonde wijk” zijn vertrekpunt voor inrichten openbare ruimte;
• Inzetten op meervoudig ruimtegebruik; • Voldoende sport-, beweeg-, cultuur en ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte;
• Waar alternatieven zijn voor de auto, verlagen we de parkeernormen (bijvoorbeeld nabij hoogbouw of bij ontwikkelingen nabij stationsomgevingen;
• Waar mogelijk parkeervoorzieningen bundelen en meer uit het zicht brengen.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
26
RUIM TE
AP CH RS
ONDERNE ME OR VO
3.4 Ruimte voor ondernemerschap De gemeente Barneveld straalt ondernemerschap uit, met een arbeidsethos waarin hard werken centraal staat. De gemeente speelt een belangrijke rol in de regionale economie en huisvest bedrijven die internationaal actief
zijn. De ondernemingsgeest leidt tot een voortdurende behoefte aan ruimte
voor kleine en grote bedrijven, om uit te breiden of om zich te vestigen. Met werkgelegenheid als resultaat. En daarmee groeit de vraag naar toegewijde
bouwsector. De concurrentiekracht van deze sectoren en een hoog arbeidsethos leiden tot een laag werkloosheidspercentage en een hoge vraag naar arbeidskrachten.
Het gemeentebeleid focust op bedrijven die veel werkgelegenheid opleveren per eenheid ruimtebeslag. Barneveld zet deze lijn voort, ook gelet op ons streven
zuinig om te gaan met de ruimte. Dit betekent geen nieuwe arbeidsextensieve bedrijvigheid met een groot ruimtebeslag.
werknemers.
Naast de interne dynamiek ervaart de gemeente externe druk van bedrijven buiten de gemeente Barneveld die zich in onze gemeente willen vestigen.
Barneveld is immers heel strategisch gelegen. De ruimte is echter schaars en we kunnen niet aan alle vraag voldoen. Bovendien roept uitbreiding van bedrijvigheid vragen op over bereikbaarheid, geluidsoverlast,
toekomstbestendigheid en het behoud van onze leefomgeving. De congestie op het elektriciteitsnet en de stikstofproblematiek is voor de korte termijn (2030) ook een beperkende factor.
Een gezond evenwicht tussen ondernemerschap en het welzijn van onze omgeving is essentieel.
Dit werken we uit voor de volgende onderdelen: •
werkgelegenheid;
•
vestigingsklimaat;
•
werklocaties toerisme en recreatie;
•
centrumgebieden.
Onder het motto doen waar je sterk in bent sluit de gemeente Barneveld aan
bij een beroepsbevolking met een praktische opleiding als achtergrond en de
bedrijvigheid die daarmee samenhangt. Daarnaast streeft de gemeente ernaar de werkgelegenheid voor hoger opgeleiden te stimuleren. De maakindustrie in de gemeente vertoont een trend naar werkgelegenheid voor werknemers
WERKGELEGENHEID
Een groot deel van de arbeidsplekken in de gemeente Barneveld bevindt zich op een bedrijventerrein. De werkgelegenheidskansen zitten in verschillende sectoren, maar vooral in de industrie, zakelijke dienstverlening en de
met een hoger opleidingsniveau. Deze trend is reeds decennia zichtbaar in de
maakindustrie en hij hangt samen met de structurele noodzaak tot product- en procesinnovatie. Om te kunnen concurreren op lokaal of internationaal niveau worden de bedrijven in de maakindustrie steeds meer kennisintensief.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
27
RUIM TE
AP CH RS
ONDERNE ME OR VO
De gemeente Barneveld zet zich in voor een optimaal functionerende
aan broedplaatsen voor nieuw en innovatief ondernemerschap. Daarbij kan
stemmen, talent in de regio te behouden en zorg te dragen dat meer kan
praktijk te toetsen. Het buitengebied kan ruimte bieden aan innovatieve
arbeidsmarkt door onderwijs en werkgelegenheid beter op elkaar af te
worden voldaan aan de vraag naar personeel met een steeds zwaarder
praktijkgericht opleidingsniveau. Regionale en lokale initiatieven, zoals de
bijvoorbeeld de primaire sector agro-food van nut zijn om innovaties in de
broedplaatsen voor nieuwe bedrijven met een omvang kleiner dan 1.000 m2.
Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) en het Poultry Expertise Centre (PEC)
De bedrijven in de gemeente Barneveld die op internationaal niveau een
samenwerking tussen onderwijs, onderzoek, en bedrijfsleven, om gezamenlijk
Dit stelt hogere eisen aan de kwaliteit van de werkomgeving. De gemeente
worden gewaardeerd. In de gemeente Barneveld zijn goede voorbeelden van
toppositie innemen moeten aantrekkelijk blijven voor hoogopgeleid personeel.
een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen.
Barneveld draagt bij aan een aantrekkelijke werkomgeving door aandacht te schenken aan de kwaliteit van de openbare
ruimte op de bedrijventerreinen. Dit betekent
SAMENVATTEND: • Focus op bedrijven die veel werkgelegenheid opleveren; • Focus op een beroepsbevolking met een praktische opleiding en hoger beroepsonderwijs als achtergrond en de daarmee samenhangende bedrijvigheid;
• Gericht bredere hogere bedrijvigheid en kenniswerkers vooral in de centrumgebieden;
dat de bestaande bedrijventerreinen worden gerevitaliseerd als dat nodig is om te
voldoen aan het vereiste kwaliteitsniveau en dat Barneveld voor nieuwe terreinen streeft
naar een kwalitatief hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. Denk daarbij aan
groenvoorziening, ruimte voor wateropvang, ruimte voor kinderopvang en voor horeca.
• Evenwicht in het pendelverkeer; • Passende kleinschalige werkmogelijkheden in de wijken.
Daarbij streeft de gemeente naar een
gezond evenwicht in het pendelverkeer
tussen wonen en werken. Kansen om de
VESTIGINGSKLIMAAT
Bij de aanpak van gemeente Barneveld staat de groei van arbeidsplaatsen voorop. De bedrijventerreinen zijn regionaal. Ze zorgen voor werkgelegenheid vanuit de lokale behoefte, en bedienen daarnaast de regionale vraag naar bedrijfsruimte.
Lokale ondernemers krijgen voorrang bij hun vestigings- en uitbreidingsvraag. De gemeente Barneveld streeft ernaar grootschalige logistieke centra en
pendel te verkleinen willen we benutten.
Kleinschalige initiatieven om te werken binnen de woonwijken horen daarbij. Voor de versterking van het vestigingsklimaat stelt de gemeente Barneveld
overkoepelend beleid vast, zodat de ontwikkeling op een doordachte manier plaatsvindt en op plaatsen waar dat past.
bedrijven met een hoge CO2 of fijnstofuitstoot te vermijden. Barneveld legt de
In lijn met het toekomstscenario Verder met Barneveld bouwt Barneveld zo voort
in. Met een focus op de maakindustrie en met een hoog innovatievermogen.
bedrijven. Een stimulans voor de economische ontwikkeling, en ook voor onze
nadruk op versterking van wat ons lokaal al kenmerkt, want daar zijn we goed In Barneveld bestaat behoefte aan experimenteer- en innovatieruimte, en
op de sterke punten en faciliteert de gemeente de groeiambities van bestaande eigen lokale gemeenschappen.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
28
RUIM TE
AP CH RS
ONDERNE ME OR VO
Railterminal
geplande opvolging door een volgende generatie. Op dit moment ligt de vraag
Voor een railterminal in de gemeente Barneveld stelde de gemeenteraad kaders
naar bedrijventerrein tussen de 30 en 35 hectare, waarvan 25 tot 28 hectare
vast. Deze vormen het vertrekpunt voor dit voorkeursscenario. De gemeente
afkomstig is van bedrijven uit Barneveld zelf.
effecten voor het milieu, denk aan terugdringen van fijnstof. De komst van
Voor deze groei is het essentieel dat er voldoende ruimte beschikbaar is. Gezien
belasting voor het leefklimaat en de gezondheid (geluid, verkeer, etc.). De
bedrijven hun eigen ruimte intensief benutten, kan de groei alleen worden
ziet economische kansen voor het lokale en regionale bedrijfsleven en positieve een railterminal mag anderzijds niet gepaard gaan met een onevenredige
de intensieve bezetting van de bestaande terreinen en het feit dat de meeste
infrastructuur dient op orde te zijn, om afwenteling op het lokale wegennet te
gerealiseerd als er nieuwe bedrijventerreinen bijkomen.
voorkomen. Met vooral aandacht voor mogelijk extra verkeer door de dorpen Stroe en Kootwijkerbroek. Bij de beoordeling van een eventueel initiatief van
een exploitant of investeerder neemt de gemeente de effecten op de omgeving nadrukkelijk mee in de planologische afweging.
Bedrijventerrein Harselaar is regionaal belangrijk en goed ontsloten via de A1 en A30. Dit terrein krijgt op weg naar 2030 een uitbreiding van ongeveer 40 ha in het deelgebied Harselaar-Zuid. Naar verwachting heeft de
SAMENVATTEND: • De groei van arbeidsplaatsen staat voorop (regionaal bedrijventerrein); • Geen nieuwvestiging van logistieke bedrijven met een groot
ruimtebeslag, en terugdringen van fijnstof uitstotende bedrijven;
• Versterk de lokale kracht;
gemeente Barneveld tot 2040 minimaal 66 hectare nieuw bedrijventerrein nodig om
de groei van de bestaande
bedrijven mogelijk te maken. Dat is de lokale behoefte.
• Ruimte voor experiment, innovatie en broedplaatsen; • Zorgdragen voor een kwalitatief hoogwaardige inrichting van openbare ruimte om de kwaliteit van de werkomgeving te kunnen waarborgen.
Locaties voor wind- en
duurzame energie hebben op de lange termijn naar
verwachting zo’n 10 hectare
nodig.Als regionale behoefte is
WERKLOCATIES
Regionaal worden afspraken gemaakt over de verdeling en aard van werklocaties. Op weg naar 2040 is de vraag ernaar groot, terwijl de
mogelijkheden beperkt zijn. De prognose wijst uit dat de groei van de
de benodigde oppervlakte nieuw bedrijventerrein uitgerekend op ongeveer 100 hectare netto. Dat is ongeveer 140 ha bruto. Nagegaan moet worden of hierin kan worden voorzien, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik.
Barneveldse bedrijven van de laatste 10 jaar zich voortzet in het komende
De gemeente Barneveld streeft ernaar in en nabij de kleine kernen ruimte te
termijn. Deze verwachting is gebaseerd op de kenmerkende dynamiek van
vernieuwing en innovatie. Het voorkeursscenario kiest hier voor spreiding, door bij
meerdere generaties binnen één familie worden doorgegeven, met een reeds
een duidelijke proportionaliteit in: wordt een bedrijf te groot of gaat het om zware
decennium. Naar verwachting stagneert de bedrijfsgroei niet op de lange
scheppen voor kleinschalige en lichte werklocaties, ook als broedplaatsen voor
het bedrijfsleven in Barneveld: het merendeel betreft familiebedrijven die al
de kleine kernen werklocaties aan te bieden voor de eigen lokale vraag. Daar zit
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
29
RUIM TE
AP CH RS
ONDERNE ME OR VO
VERDUURZAMING BEDRIJVENTERREINEN
bedrijvigheid, dan komt het bedrijventerrein Harselaar in beeld. Het is belangrijk dat de kwaliteit en de veiligheid van de bedrijventerreinen voldoen aan de eisen
van de tijd. De gemeente Barneveld bewaakt veiligheid op haar bedrijventerreinen met collectieve maatregelen, publiek-private samenwerking, en technologische
Ook onze bedrijventerreinen wil de gemeente verduurzamen. Meer groen in de
werkomgeving, zuinig gebruik van duurzame energie, vasthouden van water en stimuleren van circulariteit zijn hier uitgangspunten. Een concreet voorstel is
investeringen om criminaliteit te verminderen.
pauzegroen aan te leggen op de bedrijventerreinen, zodat medewerkers in hun pauze gebruik kunnen maken van het aanwezige groen.
In het buitengebied stelt de gemeente beperkt ruimte beschikbaar voor
ondernemerschap, in overeenstemming met het functieveranderingsbeleid. Dat
betekent ruimte voor start ups met een beperkte uitstraling en impact. Dit draagt bij aan het behoud van de lokale ruimtelijke en sociale structuur, regulering van bedrijfslocaties om overlast te voorkomen en sluit aan op regionale afspraken .
De gemeente geeft hierin het goede voorbeeld, bijvoorbeeld bij de inrichting van bedrijventerreinen. Daarnaast stimuleert Barneveld het bedrijfsleven ambitieuze stappen te zetten op het gebied van verduurzaming.
2
De verduurzamingsopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit spelen een rol bij de inrichting van de werklocaties. Al deze opgaven doen
Voor verdere stappen en initiatieven, zie het Programma Duurzaamheid, dat de leidraad vormt voor dit thema in de omgevingsvisie.
een beroep op de schaarse ruimte. Dit kan gevolgen hebben voor het
SAMENVATTEND:
arbeidsintensieve bedrijvigheid.
• Barneveld streeft verduurzaming na van de bedrijventerreinen.
aandeel uitgeefbare m2 per hectare. Ook dat pleit voor de verdere inzet op
SAMENVATTEND: • Uitbreiding van het bedrijventerrein De Harselaar tot 2030 met zo’n 40 ha in het deelgebied Harselaar-Zuid;
Barneveld ontvangt jaarlijks veel toeristen en recreanten. Het is een belangrijke economische pijler, vooral in de omgeving van Voorthuizen en op de Veluwe.
• Tot 2040 minimaal kunnen voldoen aan de groeivraag van bestaande bedrijven en zo mogelijk aan de regionaal berekende groeivraag;
• In en nabij kernen ruimte voor kleinschalige en lichte werklocaties;
Om de kwaliteit van parken en recreatiegebieden te borgen zet gemeente
Barneveld het beleid Vitale Vakantieparken voort, onder het thema de juiste
kwaliteit op de juiste plaats. Tegelijkertijd bewaakt de gemeente voortdurend de
• Waar mogelijk verdichting van bestaande bedrijventerreinen;
kwaliteit van de recreatievoorzieningen, ook voor onze eigen inwoners.
• Borgen van veiligheid bedrijventerreinen;
Barneveld zet niet in op massatoerisme, maar streeft ernaar juist de bezoeker te
• Beperkte mogelijkheden voor bedrijvigheid via functieverandering. • aandacht voor bereikbaarheid A1 en knooppunt A1-A30 2
TOERISME EN RECREATIE
Ook bij deze alinea moet de kanttekening worden gemaakt dat deze wens moet worden afgewogen in het geheel van het nog lopende gesprek over de opgave Waardevol landelijk gebied.
trekken die past bij de rust en uitstraling van onze mooie gemeente en de rijke natuur ervan, de kwaliteitstoerist.
Bij het doel toerisme te bevorderen houdt de gemeente nauwlettend rekening met natuurbehoud. Barneveld benoemt gebieden die geschikt zijn voor
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
30
RUIM TE
AP CH RS
ONDERNE ME OR VO
recreatieve doeleinden en zorgt ervoor dat deze plekken worden geïntegreerd
in de omringende natuurlijke omgeving. Het kan nodig zijn betredingsgevoelige terreinen minder toegankelijk te maken, of de stroom toeristen te spreiden, in overeenstemming met de draagkracht van een gebied.
Een interessant aspect van het toerismebeleid van Barneveld is het strategische doel het aanbod van lokale voorzieningen en de winkelcentra te versterken: als
we onze gasten weten te verleiden de dorpscentra te bezoeken, vergroten we de draagkracht onder de voorzieningen. Goede voorzieningen in de centra dragen tegelijkertijd bij aan het verlengen van het toeristenseizoen.
CENTRUMGEBIEDEN
Ieder toekomstscenario gaat ervan uit dat elke kern in de gemeente Barneveld beschikt over essentiële basisvoorzieningen, passend bij de omvang ervan, zoals een supermarkt en een drogisterij, en mogelijkheden tot publieke
ontmoeting. Deze basis zorgt voor vitale kernen waarin het prettig wonen is. De grotere kernen gaan een stap verder en bieden een hoog niveau van
basisvoorzieningen, voor eigen inwoners en voor bezoekers van buitenaf.
Gemeente Barneveld faciliteert ondernemingen die extra toeristen trekken,
zoals kwalitatief goede horeca. Dergelijke omstandigheden dragen bij aan een
levendige sfeer in de grotere centra. (zie Omgevingsvisie Barneveld Centrum uit 2021 en de Dorpsvisie Voorthuizen).
Barneveld stimuleert de combinatie van wonen en werken, wat leidt tot een bruisende dynamiek. De wisselwerking tussen woon- en werkruimte bevordert het
gemak voor bewoners, en brengt bovendien levendigheid en interactie in de dorpen. De gemeente houdt rekening met kenniswerkers op kantoor door werklocaties te plannen nabij openbaarvervoersknooppunten, zoals de stations. Dit draagt bij aan de bereikbaarheid en maakt het voor werknemers gemakkelijker hun werkplek te bereiken. Als gemeente streven we er bovendien naar
ontmoetingsplekken en verblijfsplekken te creëren in de omgeving van deze
openbaarvervoerslocaties. Deze ruimtes dienen als sociale hubs waar mensen
SAMENVATTEND:
kunnen samenkomen, of kunnen werken.
• Voortzetten beleid Vitale Vakantieparken; • Vakantieparken: juiste kwaliteit op de juiste plaats; • Inzetten op de kwaliteitstoerist;
SAMENVATTEND:
• Spreiding van toerisme over de verschillende gebieden;
• Basisvoorzieningen in elk kern, passend bij de omvang;
• Balans tussen betreding en natuurbehoud;
• Hoog niveau voorzieningen in grotere kernen, ook voor bezoekers;
• Gasten verleiden centra te bezoeken;
• Stimuleren combinatie wonen en werken;
• Seizoen verlengen.
• Werk- en ontmoetingslocaties kenniswerkers nabij stations.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
31
WA AR
IED EB G
L LANDELIJ K VO DE
3.5 Waardevol landelijk gebied
prioritaire gebieden. Financiering van de plannen is op basis van doelbereik.
TRANSITIEOPGAVE EN AMBITIE LANDELIJK GEBIED Het landelijk gebied in
VLGG met het het gebiedsplan Veluwe en Vallei opgesteld en wil de provincie
waar veel veranderingen samenkomen. We zetten ons nadrukkelijk in voor zowel
de provincie fiches opgesteld met een indicatieve kwantificering van doelen,
Voor de uitvoering van de NPLG doelen is door de provincie Gelderland het
de gemeente Barneveld is nauw verweven met de agrarische sector. Een gebied
met de Regio Foodvalley afspraken maken over de uitvoering. Hiervoor zijn door
een hoopvolle toekomst voor de agrarische sector als een goede kwaliteit van
opgaven en maatregelen.
de leefomgeving. We willen werk maken van een succesvolle landbouwtransitie, waarbij we onze internationale- en kennispositie waarborgen. In de regio willen we een nationale proeftuin zijn voor circulaire en gezonde voedselproductie.
De aanwezigheid van vele agrarische bedrijven is bovendien van belang voor de identiteit van onze gemeente. Een identiteit die wordt gekenmerkt door ondernemerschap en samenlevingskracht.
Bij de uitvoering vraagt de provincie van de Regio o.a. om de realisatie van de
omvang in hectares voor natuur-inclusieve landbouw, groen blauwe dooradering, bufferzones langs beken en het vasthouden van water door verhogen van grondwaterstand in gebieden grenzend aan N2000 gebieden. Daarnaast
moet uitvoering gegeven worden aan de doelstellingen met betrekking tot
emissiereductie door de landbouw (53% stikstofreductie (NH3) in 2035 t.o.v.
KADERS LANDELIJK GEBIED In de transitieopgave hebben we rekening
2018, 33% CO2 reductie) en het vastleggen van CO2 in landbouwbodems en de
Deze zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld. Het gaat hierbij om programma’s die
Natura 2000 gebieden naar extensieve landbouw, natuur-inclusieve landbouw.
te houden met een aantal kaders die door andere overheden zijn opgesteld. opgesteld zijn onder de Omgevingswet voor het landelijk gebied: • het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG);
• het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG), gebiedsplan Veluwe en Valleien.
omschakeling van blijvende landbouwbedrijvigheid in de zone van 500 m rond
GEZAMENLIJK VERANTWOORDELIJKHEID
Vanwege het feit dat een groot aantal agrarische bedrijven met intensieve
veehouderij gelegen zijn in onze gemeente dichtbij de Veluwe, het grootste Natura 2000 gebied in Nederland, is de impact van de transitieopgave
Door de Regio Foodvalley is een Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG)
groot. Hulp en ondersteuning van andere overheden bij de transitieopgave
opgesteld die nu voorligt voor besluitvorming.
in het landelijk gebied is hierbij van groot belang. Afdoende transitiefondsen,
Deze kaders zijn mede richtinggevend voor de ontwikkeling van het
gebied natuur, water, bodem, klimaat te bereiken en het verandervermogen van
buitengebied van de gemeente Barneveld. Ze bepalen de lokale inspanningen op de uitvoeringsdoelen voor natuur, water en klimaat en kringlooplandbouw. Dit vereist naast het nemen van generieke maatregelen ook het maken van ruimtelijke keuzes die uiteindelijk leiden tot een verandering, namelijk de beoogde transitie in het landelijk gebied.
voorspelbare kaders en logische transitieplannen zijn nodig om doelen op het
de agrarische sector aan te spreken. Als gemeente Barneveld nemen wij onze
verantwoordelijkheid door de ruimtelijke ordening hierop kansrijk in te richten. KIJKRICHTING LANDELIJK GEBIED
Om de transitieopgave in goede banen te kunnen leiden en onze
verantwoordelijkheid te kunnen dragen, is een visie op het landelijk gebied van
UITVOERINGSSYSTEMATIEK
Voor de uitvoering van de transitieopgave hanteert het Rijk een systematiek van gebiedsplannen met daarin opgenomen doelen, maatregelpakketten en
gemeente Barneveld noodzakelijk. De kijkrichting waardevol landelijk gebied is hiervoor een eerste en belangrijke aanzet en tevens bouwsteen voor de omgevingsvisie.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
32
WA AR
IED EB G
L LANDELIJ K VO DE
De kijkrichting voor het landelijk gebied bestaat uit 3 basis ingrediënten die we hieronder zullen toelichten: •
• De ontwikkeling van een robuust en klimaatadaptief watersysteem in de deelstroomgebieden en/of langs de beken.
De samenhang tussen natuurlijk systeem, cultuurlandschap en gebruik van de ruimte (de lagenbenadering;
•
De ontwikkelopgaven landelijk gebied (de opgaven kaart);
•
De ontwikkelkoers met de 5 deelgebieden (de visiekaart).
De ontwikkelopgaven landelijk gebied: • Het verbinden en verder ontwikkelen van natuurkerngebieden in het Groene Valleilint.
De gewenste samenhang Het in standhouden van het landelijk gebied en nieuwe ontwikkelingen worden benaderd vanuit lagenbenadering; de gewenste ruimtelijke en functionele
samenhang tussen het (1) natuurlijk systeem, (2) de cultuurlandschappen en (3)
het landgebruik en (4) de sociale dynamiek. Gebiedskenmerken en waarden van de afzonderlijke lagen worden met elkaar in verband gebracht. Zie verder over de lagenbenadering op pag. 8 en 9.
De ontwikkelopgave Landelijk Gebied De opgave kaart (zie hiernaast) geeft indicatief aan wat de landingsplaatsen zijn voor de ontwikkelopgave in het landelijk gebied in samenhang met de
lagen benadering. De ontwikkelopgave is mede vanuit het beleid van andere
overheden gericht op herstel natuur(lijk systeem), waterkwaliteit en -kwantiteit en klimaatadaptatie en een duurzaam landbouw- en voedselsysteem.
De ontwikkelingsrichting voor het buitengebied van de gemeente Barneveld is
gedifferentieerd naar vijf deelgebieden. Ieder deelgebied heeft zijn eigen fysieke kenmerken, waarden, dynamiek en ontwikkelopgave. Dit is vertaald naar een ontwikkelkoers voor de 5 al eerder genoemde volgende deelgebieden.
CULTUURLANDSCHAPPEN
Het streven voor 2040 is gericht op:
• Het versterken van de identiteit van de landschapstypen gericht op landschap ecologisch herstel en beleving van het (agrarisch)
UITGANGSPUNTEN LANDELIJK GEBIED
cultuurlandschap;
NATUURLIJK SYSTEEM
Het streven voor 2040 is gericht op:
• Het faciliteren van functies en initiatieven die aantoonbaar een bijdrage
• Het beschermen en borgen van de Veluwe als natuurlijk systeem;
leveren aan het versterken van de identiteit en aansluiten bij de kenmerken en samenhang van het agrarisch cultuurlandschap;
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
33
WA AR
IED EB G
L LANDELIJ K VO DE
• Het creëren van nieuwe landschappen met ruimtelijke kwaliteit; • Woon-werk-ontspanningslandschappen waaronder het overgangsgebied
ONTWIKKELINGSRICHTING VIJF DEELGEBIEDEN
Per deelgebied gaan we in op de gewenste ontwikkelingsrichting.
(in het deelgebied verstedelijkte as);
• Innovatief en modern cultuurlandschap (in het oostelijk deelgebied met de kernen Stroe en Kootwijkerbroek).
GEBRUIK VAN DE RUIMTE
Het streven voor 2040 is gericht op: • Het bieden van ruimte en perspectief voor de landbouw; • Landbouwkundig gebruik als economische drager van het buitengebied.
De mogelijkheden van het agrarisch bedrijf worden mede bepaald door de kenmerken van het gebied en de ligging van het agrarisch bedrijf in relatie
tot het natuurlijk systeem en de nabijheid van kwetsbare gebruiksfuncties; • Het faciliteren van nieuwe economische dragers (wonen, zorg, recreatie, niet-agrarisch, duurzame energie);
1. DE VELUWE, MET KOOTWIJK EN GARDEREN
• Nieuwe initiatieven zijn kleinschalig; • Ontwikkelingsmogelijkheden worden bepaald op basis van de aanwezige waarden in het gebied. Versnippering van de landbouwstructuur dient tot een minimum beperkt te worden;
• Woon- en werkfuncties zoveel mogelijk aangrenzend en/of nabij bestaande dorpskernen mogelijk maken;
Ontwikkelingsrichting
Bescherming van de Veluwe als natuurlijk systeem én de historische
landschappen van es- en brinkdorpen staan centraal. In de overgangszone is gepaste dynamiek van functies ruimtelijk mogelijk.
Natuur en recreatie zijn de belangrijkste gebruiksvormen voor dit deelgebied. Het in standhouden van landbouwkundig gebruik van de (es)gronden rond
• Het faciliteren van recreatief medegebruik; • Mogelijk maken door een logische koppeling te zoeken met het herstel
van het natuurlijk systeem, zoals bij de ontwikkeling van beekdalen, de
Veluwerand, het Groene Valleilint en/of groene buffers in en nabij stedelijk gebied, de dorpskernen en/of bestaande recreatieterreinen.
Garderen en Kootwijk is van (cultuurhistorische) en landschappelijke waarde.
Defensie heeft een belangrijk deel van het gebied in gebruik. Wij streven naar een goede balans met de economische ontwikkeling in de (deels voormalige) agrarische enclaves rond de es- en brinkdorpen.
Vanwege de nabijheid van de Veluwe als N2000-gebied zal de ontwikkeling van agrarische bedrijvigheid getoetst worden aan de doelstellingen voor
de instandhouding van de Veluwe en de bijdrage aan het landschap. In de
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
34
WA AR
IED EB G
L LANDELIJ K VO DE
overgang naar de andere deelgebieden streven we naar een aantrekkelijke landschappelijke overgang met verweving van landbouw en recreatie.
Versterking en verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatie en recreatief medegebruik van agrarische gronden door nevenactiviteiten wordt gestimuleerd.
verduurzaming en passende schaalvergroting van bestaande (agrarische) bedrijven gericht op innoveren en etaleren.
In dit gebied laten we in principe geen gevoelige functies (zoals wonen en zorg) toe. Deze functies horen thuis in de kernen.
Nieuw vestiging en uitbreiding van niet-agrarische bedrijven is onder
strenge(re) voorwaarden toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is uitgangspunt. Bestaande
waardevolle natuur- en landschappelijke waarden zullen we beschermen en
uitbouwen in een landschappelijk groen blauw raamwerk. Nieuwe initiatieven dienen mede te investeren dit groen blauw raamwerk.
3. HET OOSTELIJK BUITENGEBIED NOORDELIJK VAN DE A1
TUSSEN VOORTHUIZEN EN VELUWE (RECEATIEGEBIED VOORTHUIZEN)
Ontwikkelingsrichting
Recreatie en verbreding van de landbouw (en/of multifunctionele landbouw) zijn het visitekaartje van dit gebied. Wij streven naar een kwalitatieve
doorontwikkeling van het gebied in economisch en recreatie gebruik en
naar een aantrekkelijk landschappelijk groen blauw raamwerk, met (cultuur) historische waarden.
Vanwege de nabijheid van de Veluwe als N2000-gebied zal de ontwikkeling van (agrarische) bedrijvigheid getoetst worden aan de mate van impact op instandhouding van aanwezige natuurwaarden. 2. HET OOSTELIJK BUITENGEBIED ZUIDELIJK VAN DE A1 MET DE KERNEN KOOTWIJKERBROEK EN STROE
Ontwikkelingsrichting
In de overgang van Veluwe naar het stedelijk gebied van Voorthuizen streven we naar een aantrekkelijke landschap voor onze inwoners en recreanten.
Landbouwkundige productie van voedsel en teelten van groene grondstoffen
Ruimtelijk streven we naar een mix van recreatie en landbouw. Versterking
niet agrarische bedrijvigheid. In het gebied streven we naar herstructurering,
medegebruik van agrarische gronden door nevenactiviteiten wordt gestimuleerd.
staat op één. Daarnaast wordt er ruimte geboden aan andere vormen van
en verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatie en recreatief
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
35
WA AR
IED EB G
L LANDELIJ K VO DE
4. DE VERSTEDELIJKTE AS MET BARNEVELD, DE HARSELAAR EN VOORTHUIZEN
Ontwikkelingsrichting
De focus ligt op het veiligstellen en inrichten van groen blauwe
overgangsgebieden tussen stedelijk en landelijk gebied, met name gericht op
maatschappelijke en recreatieve invullingen. Denk bijvoorbeeld aan gemengde erven die inzetten op gezondheid, beleven, bewegen, leren en proeven.
Het landgoed Schaffelaar en de groene bufferzone ten noorden van Barneveld zijn aangewezen als recreatieve uitloopgebieden voor het stedelijk gebied. In deze groene buffers wordt actief ingezet op een robuust watersysteem,
recreatie, en landschapsherstel. Particuliere initiatieven voor landschapsherstel in combinatie met rode functies zoals landgoedontwikkeling en/of erfdelen zijn van harte welkom en worden ondersteund.
MET ZWARTEBROEK, TERSCHUUR EN DE GLIND Ontwikkelingsrichting
Een aantrekkelijk en afwisselend agrarisch cultuurlandschap, waarin wordt
ingezet op de doorontwikkeling van beekdalen, landgoederen, natuurparels
en karakteristieke landschapstypen. In dit deelgebied met karakteristieke en
waardevolle cultuurlandschappen, is de functie landbouw een belangrijk drager. We streven in dit deelgebied naar het versterken van dagrecreatie en houden
rekening met passende schaalvergroting in relatie tot de transitie in de landbouw naar kringlooplandbouw.
Het Paradijs, het gebied met de landgoederen, zien we als belangrijk
natuurkerngebied in het Groene Valleilint. In het Valleilint is de landbouwfunctie ondersteunend en streven we naar duurzame kringlooplandbouw, het
Het gebied Zeumeren blijft recreatiegebied met daarom heen met een diversiteit en mix aan agrarische en recreatieve bedrijven.
5. HET WESTELIJK BUITENGEBIED
versterken van de beken(structuur) rekening houdend met de natuur- en
klimaatdoelstellingen, ruimte voor natuur en versterken landschapselementen en mogelijke uitbreiding van recreatief routenetwerk.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
36
BERE IKB
ST OM EK O
U EN IN DE RN T AA
3.6 Bereikbaar nu en in de toekomst Voor werken, leren, zorgen en recreëren is het belangrijk dat we ons ook in de
toekomst goed kunnen verplaatsen. Volwassenen zonder rijbewijs en kinderen zullen zich vaak lopend, op de fiets of met het openbaar vervoer (ov) blijven
verplaatsen. Als het ov tenminste in voldoende mate aanwezig is, anders dreigt er vervoerarmoede. En voor werknemers en ZZP’ers die met materiaal en
materieel bij klanten langs moeten zal de auto onmisbaar blijven. Voor een deel
van ons is autobezit en autogebruik minder onmisbaar dan we denken en zijn er
wel degelijk alternatieven. Bijvoorbeeld verplaatsen op een ander tijdstip, op een andere manier, of met een deelauto.
De gemeente Barneveld gaat bij toekomstige plannen uit van het STOMPprincipe. STOMP is de afkorting van Stappen (lopen), Trappen (fietsen),
Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten en Privéauto. Dat betekent dat prioriteit wordt gegeven aan duurzame vormen van mobiliteit.
Naar verwachting voorkomt een verandering in verplaatsingen niet dat het de
komende jaren drukker op de wegen wordt dan nu. Dat komt enerzijds omdat
het inwoneraantal groeit en anderzijds omdat veel andere manieren van vervoer
nog onvoldoende aantrekkelijk worden gevonden en/of niet (altijd) aanwezig zijn. Dat heeft gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving, en daarnaast voor zaken als bereikbaarheid en doorstroming. Verandering heeft tijd nodig maar soms ook een duwtje in de rug. Dat duwtje kunnen we zelf geven maar ook ontwikkelingen buiten onze gemeente kunnen van invloed zijn.
Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot centrale vragen, waarop dit
voorkeursscenario vervolgens een antwoord formuleert. De beantwoording betrekt de inbreng uit de tweede participatieronde. De centrale vragen zijn de volgende: • Welke mobiliteitstransitie is er in welk tempo mogelijk, gelet op de kenmerken van de Barneveldse samenleving?
• Willen we autobezit en -gebruik doen afnemen door het aanbod
van aantrekkelijke alternatieven (stimuleren/pull) of door in te grijpen op parkeernormen en -tarieven (straffen/push)?
• Welke verkeersdruk op het onderliggend wegennet vinden we toelaatbaar uit oogpunt van leefbaarheid, verkeersveiligheid, bereikbaarheid en kosten?
Er zijn diverse redenen waarom we ons moeten voorbereiden op verandering in verplaatsing, ook wel mobiliteitstransitie genoemd. Productie, bezit en gebruik van de auto gaat gepaard met het gebruik van veel grondstoffen, openbare
ruimte, geld en met de uitstoot van CO2, fijnstof en stikstofoxiden. De overheid heeft een grote rol in verduurzaming van onze planeet en daarmee ook in verduurzaming van mobiliteit.
De beantwoording van deze vragen, zit in de volgende deelopgaven: • Bereikbaarheid via het onderliggend wegennet (OWN); • Verbetering verkeersveiligheid (inrichting en aanpassing gedrag); • Inzet op mobiliteitstransitie;
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
37
BERE IKB
ST OM EK O
U EN IN DE RN T AA
• Vergroten capaciteit hoofdwegennet (HWN);
SAMENVATTEND:
• De Oostelijke rondweg;
• Ruimtelijke ontwikkelingen bij voorkeur daar plannen waar het wegennet nog capaciteit heeft;
• Verbetering ov-aanbod; • Voorzieningen in wijken;
• Pas als optimalisatie van het bestaande wegennet een te grote impact heeft, komt de aanleg van nieuwe infrastructuur aan de orde;
• Schoner en duurzamer vervoer. BEREIKBAARHEID VIA HET ONDERLIGGEND WEGENNET (OWN)
Om het huidige wegennet optimaal te gebruiken en onnodige ingrepen
in de leefomgeving te voorkomen, plant gemeente Barneveld ruimtelijke
ontwikkelingen waar het huidige wegennet nog voldoende capaciteit heeft
VERBETERING VERKEERSVEILIGHEID
of waar optimalisatie mogelijk is.
(INRICHTING EN AANPASSING GEDRAG)
grote impact heeft op de omgeving
hanteert de omgevingsvisie de volgende uitgangspunten:
Waar optimalisatie van wegen een
overweegt de gemeente de aanleg van nieuwe infra.
Als verder gebruik van een weg dus niet meer mogelijk is en de
aanpassing ervan ook niet of als
deze leidt tot een grote aantasting van de ruimtelijke inpassing, dan
onderzoekt de gemeente uitbreiding
van het wegennet. Kortom, een nieuwe buitenplanse weg moet wel een
aanzienlijke meerwaarde hebben. Bij deze afwegingen nemen we de aanrijdtijden van de hulpdiensten mee. Deze tijden komen verder onder druk te staan naarmate de wachtrij bij kruispunten
toeneemt. De afwegingen gelden voor de rondwegen, radialen en andere interne
wegen. Bij filevorming op deze wegen staat behalve de auto ook de bus vast. Dit draagt niet bij aan het aantrekkelijk maken van het ov. Tenzij we fors investeren
in vrijliggende infrastructuur voor ov, zoals busbanen. Voor Barneveld vinden wij dit een te forse ingreep.
• Bij onze afwegingen letten we op de aanrijdtijden voor de hulpdiensten.
Wat betreft de verkeersveiligheid, voor met name de kwetsbare weggebruiker, • Waar mogelijk optimaliseert de gemeente fietsroutes naar voorzieningen, • Barneveld maakt straten autoluw waar het kan en investeert in een completer en aantrekkelijker fietsnetwerk.
Naast de locaties waar veel ongevallen gebeuren gaat de gemeente aan de slag
met locaties een verhoogde risico op ongevallen met een ernstige afloop. Dit heet risicogestuurd werken. Een van de maatregelen is de maximumsnelheid van 30
km per uur op wegen binnen de bebouwde kom waar fietsers en auto’s gebruik
maken van dezelfde ruimte. Naast de bekende woonstraten (erftoegangswegen)
gaat het om wegen met suggestiestroken of te smalle fietsstroken. Met betrekking tot de inrichting van 30 km-wegen houden we rekening met de belangen van verschillende weggebruikers en de financiële aspecten.
Een snelheid van 50 km per uur in de bebouwde kom acht Barneveld alleen
verantwoord als fietser een vrijliggende fietsvoorziening ter beschikking heeft met voldoende ruimte. Straten op bedrijventerreinen vormen mogelijk een
uitzondering, omdat daar vooral individuele fietsers rijden uit de minst kwetsbare leeftijdsgroepen. Ook wijkontsluitingswegen waar fietsers een goed alternatief hebben krijgen mogelijk een uitzonderingspositie.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
38
BERE IKB
ST OM EK O
U EN IN DE RN T AA
Waar dit meerwaarde heeft richt de gemeente schoolzones in, zodat het
weggebruikers duidelijk is waar zich een locatie bevindt met veel kwetsbare verkeersdeelnemers. Nieuwe wijken richt Barneveld zo in dat verkeer of zoekverkeer door woonstraten wordt geminimaliseerd.
Niet elke straat in een woonwijk hoeft geschikt te worden gemaakt voor alle
soorten verkeersdeelnemers. Zo kunnen parkeerclusters straten autoluw maken. Zulke parkeerclusters dragen bovendien mogelijk bij aan een optimale inrichting van de openbare ruimte.
Daarnaast streeft gemeente Barneveld naar meer deelmobiliteit, vooral in de
kernen Barneveld en Voorthuizen. De kans dat deelautoconcepten in de kleine
kernen aanslaan is nu eenmaal kleiner: ze missen vooralsnog volume om zulke concepten rendabel te maken.
Op dit moment voorziet Barneveld geen fundamentele wijziging van de huidige situatie. In de eerste plaats omdat de aanleg van nieuwe infrastructuur en
voorzieningen stokt vanwege de stikstofproblematiek en financiële keuzes van het Rijk. Daarnaast is de ontwikkeling van meer Ov vaak een zaak van lange
SAMENVATTEND: • Risicogestuurde aanpak ongevallen; • 30 km/u is uitgangspunt binnen de bebouwde kom bij fietsers op de rijbaan; • Inrichten schoolzones waar dit meerwaarde heeft; • Voorkomen zoekverkeer; • Inzet op parkeerclusters. INZET OP MOBILITEITSTRANSITIE
De auto blijft in ons gebied voorlopig een belangrijke rol spelen. Dit vanwege
het landelijke karakter, het geringe aanbod van OV en de aard van de beroepen
van een groot deel van de inwoners (praktisch en dienstverlenend). Gebruik van OV is voor veel inwoners niet een aantrekkelijk alternatief omdat vertrekpunt en
bestemming zelden binnen korte loop- en fietsafstand liggen en omdat de totale reistijd en kosten boven die van autogebruik liggen.
Op lange termijn streeft Barneveld naar meer OV-gebruik (zie ook hierna de
paragraaf over OV) maar wij zijn daarbij sterk afhankelijk van andere overheden en van vervoerders. Voor de omvorming van auto naar OV is een sterke
verdichting nodig van het OV-netwerk. Binnen de gemeente, maar ook bij de plaats van bestemming.
adem. En het is bovendien de vraag of meer aanbod leidt tot meer reizigers. Dat geldt zeker voor de kleinere kernen in onze gemeente: de marktwerking zorgt
ervoor dat afname van de vraag leidt tot verdere verschraling van het aanbod
aan OV. Gelet op deze ontwikkelingen blijft gemeente Barneveld in de meeste
gebieden dezelfde parkeernormen hanteren. In sommige delen van Bloemendal gaat de gemeente na of we in afwijking van de Nota Parkeernormen wat lagere parkeernormen kunnen hanteren, vanwege de ligging nabij station Barneveld-
Noord. Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is ook bij station BarneveldZuid lagere parkeernormen te hanteren.
Deze deelgebieden zijn bij uitstek geschikt voor de huishoudens die bewust
kiezen voor een laag autobezit. Het is voorstelbaar dat bij een lage parkeernorm een strenge regulering nodig is om ongewenst parkeergedrag te voorkomen.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario
39
BERE IKB
ST OM EK O
U EN IN DE RN T AA
En daarbovenop extra maatregelen om andere vervoerwijzen te stimuleren.
Een lagere parkeernorm levert dus minder kosten op in aanleg en onderhoud van parkeerruimte, maar brengt wel kosten met zich mee voor alternatieven. Verlaging van parkeernormen vraagt een zorgvuldige afweging.
Barneveld, afbeelding pagina 40). Hierin is te zien dat in de rondwegstructuur
een aantal schakels ontbreekt. De rondwegstructuur van Voorthuizen werd een
aantal jaren geleden gerealiseerd en is voltooid. Om doorgaand verkeer door de kern te ontmoedigen, rest hier nog de herinrichting van enkele radialen.
SAMENVATTEND: • De auto blijft een onverminderd belangrijk in Barneveld, mede gelet op de samenstelling van de werkende bevolking en de ligging van de kernen;
• Streven naar verbetering van het openbaar vervoer, en kansen benutten voor alternatieve vormen van (duurzamere) mobiliteit;
• Een fundamentele verschuiving van autogebruik naar het openbaar vervoer is voorlopig niet te verwachten;
• De huidige parkeernormen handhaven, zolang er geen kansrijke
alternatieven zijn voor persoonlijk autobezit en -gebruik. Met mogelijke uitzondering van de parkeernorm in stationsomgevingen.
VERGROTEN CAPACITEIT HOOFDWEGENNET (HWN)
Barneveld wil zo veel mogelijk doorstroming op de snelwegen en de
hoofdwegen, om de leefbaarheid in kernen te bevorderen. Woonkernen en ondergeschikte wegen in het buitengebied moeten niet belast worden met
doorgaand regionaal en bovenregionaal verkeer. Daarnaast vindt de gemeente
dat onze inwoners en ondernemers zonder forse vertraging bij hun school, werk of klanten moeten komen.
De Hoofdlijnennotitie 2040 vermeldt dat gemeente Barneveld samen met
Rijk, provincie en overige partners willen investeren in een goede externe
bereikbaarheid om onze strategische ligging te benutten. Dat betekent dat
we de capaciteit van onze infrastructuur in de kernen en in het buitengebied
benutten, binnen grenzen van veiligheid, leefbaarheid en barrièrewerking, en
daarnaast dat we streven naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen rond de grote kernen.
Voor een robuust wegennet investeert de gemeente in een structuur van
rondwegen en radialen in en rond de kern Barneveld. Om wijken en dorpscentra te ontzien van doorgaand vrachtverkeer en omleidings- en sluipverkeer bij
wegwerkzaamheden en incidenten, is een verkeerssysteem van rondwegen en radialen wenselijk bij de grote kernen.
Radialen zijn de wegen tussen de rondweg en het centrum waar de wijken
op aansluiten. Deze visie is een voortzetting van bestaand beleid. Zie kern
SAMENVATTEND: • Regionaal en bovenregionaal verkeer afwikkelen op snelwegen en