B-3.11 Besluit B&W inzake achtervangovereenkomst Waarborgfonds sociale woningbouw d.d. 13-7-21.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Behandelaar: Stevens, Mimi Telefoonnummer: 829 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct: 311
Onderwerp:
Voorstelnr. 1537 Barneveld, 29 juni 2021 Portefeuillehouder: B. Wijnne Op overzicht Bestaand beleid (website)
Achtervangovereenkomst Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)/Gemeente Barneveld
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met het aangaan van een nieuwe achtervangovereenkomst met ingang van 1 augustus 2021 en deze uiterlijk in juli 2021 ondertekend terug te sturen aan het WSW. 2. Kennis te nemen van het wijzigingsvoorstel voor bestaande achtervangovereenkomsten. 3. Dit besluit ter kennisneming aan te bieden aan de gemeenteraad.
1. Inleiding Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borgt leningen voor woningcorporaties zodat zij zo goedkoop mogelijk geld kunnen lenen voor hun bedrijfsvoering. Deze borging komt tot stand door de achtervangconstructie waar het Rijk, de provincies en vrijwel alle Nederlandse gemeenten in deelnemen. De afgelopen twee jaar hebben WSW, VNG, BZK en deelnemers (woningcorporaties) van WSW gewerkt aan een strategisch programma om verbeteringen in het borgstelsel te kunnen doorvoeren. Deze verbeteringen beogen een beperking van het risico dat WSW een beroep moet doen op gemeentelijke achtervang. Het een en ander heeft geresulteerd in een voorstel door de VNG (mede gebaseerd op een ledenraadpleging vorig jaar) voor een nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst WSW / gemeente voor nieuwe leningen evenals een voorstel voor wijzigingen in de bestaande achtervang-overeenkomsten. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben ons bij brief van 17 mei 2021 gevraagd om in te stemmen met een nieuwe achtervangovereenkomst. Rijk en gemeenten staan elk voor 50% in de achtervang bij het WSW. Dat betekent dat wanneer een corporatie in financiële problemen geraakt, het WSW zorgt dat rente en aflossing van leningen doorgaat. WSW betaalt dit uit eigen kapitaal.
Dat kapitaal kan worden aangevuld door obligo bij alle deelnemende corporaties op te halen. Pas wanneer dat onvoldoende is, komen Rijk en gemeenten als achtervanger in beeld om renteloze leningen te verstrekken. Het risico voor de achtervangers is overigens beperkt, tot nu toe heeft WSW daar nooit een beroep op gedaan. Er ligt een nieuwe achtervangovereenkomst voor, met een aantal wijzigingen die de positie van WSW ten opzichte van deelnemende corporaties en de achtervangers verduidelijken. Op verzoek van de VNG wordt voor nieuwe leningen ook de verdeling van de tweede 25% achtervang veranderd. In plaats van 1 gemeente staan alle gemeenten in de achtervang waar een corporatie Daeb-bezit heeft (sociale woningbouw en maatschappelijk vastgoed), naar rato van de marktwaarde van dat bezit. Dit voorkomt scheve verdelingen tussen gemeenten. Voor bestaande leningen verandert er niks in de verdeling, maar worden wel enkele algemene veranderingen aangekondigd.
De belangrijkste veranderingen in de nieuwe standaard achtervangovereenkomst zijn: - een aangepaste verdeelsleutel voor de gemeentelijke achtervang, gebaseerd op de marktwaarde per gemeente van het bezit van elke corporatie; - limitering van de achtervang kan alleen nog als de gemeenten waar een corporatie bezit heeft hier een gezamenlijk voorstel voor doen; - de achtervang voor de nieuwe obligolening wordt geregeld; - de borgbare doelen zijn aangepast aan de Woningwet 2015; - de regels rond herfinanciering van bestaande geborgde leningen zijn aangescherpt; - de terugbetaling van renteloze leningen door het WSW aan de achtervangers wordt beter geregeld.
-2Deze onderdelen worden in bijlage 3 uitvoerig toegelicht. De veranderingen in bestaande overeenkomsten hebben betrekking op de borgbare doelen, het moment van terugbetaling van renteloze leningen en de definitie van herfinanciering. Deze zijn gelijk aan die in de nieuwe standaardovereenkomst. De wijzigingen in bestaande overeenkomsten worden later dit jaar door WSW aan gemeenten voorgelegd.
2. Beoogd effect Een, voor alle partijen, optimale financiering voor woningcorporaties ten behoeve van de volkshuisvestelijke opgaven. Denk daarbij aan verduurzaming van het woningbezit en nieuwbouw. In Barneveld gaat het daarbij primair om Woningstichting Barneveld (nieuwbouw en verduurzaming) en woningcorporatie Mooiland (verduurzaming). Kaders Woningwet 2015, de Woonvisie 2021-2025 “Wonen voor Jong en Oud”, Prestatieafspraken 2021-2025 met Woningstichting Barneveld.
3. Argumenten 3.1 De nieuwe overeenkomst bevat een aantal verbeteringen voor de gemeente als achtervanger. Een belangrijke verbetering is bijvoorbeeld een aangepaste verdeelsleutel voor de gemeentelijke achtervang, gebaseerd op de marktwaarde per gemeente van het bezit van elke corporatie. Ook zijn de borgbare doelen aangepast aan de Woningwet 2015 en de regels rond herfinanciering van bestaande geborgde leningen aangescherpt. De terugbetaling van renteloze leningen door WSW aan de achtervangers wordt beter geregeld. 3.2 Het wijzigingsvoorstel voor bestaande achtervangovereenkomsten bevat verschillende verbeteringen, aanpassingen hebben geen effect op gemeentelijk risico Het gaat om borgbare doelen, het moment van terugbetaling van renteloze leningen en de definitie van herfinanciering die gelijk worden getrokken met de nieuwe standaardovereenkomst. De wijzigingsovereenkomst voor bestaande achtervangovereenkomsten zal later dit jaar ter ondertekening worden toegestuurd. 3.3 Borging van groot belang voor de toegelaten instellingen Hierdoor kan Woningstichting Barneveld gebruik blijven maken van de faciliteiten van het Waarborgfonds ten behoeve van het nakomen van de jaarlijkse prestatieafspraken met de gemeente en Huurdersvereniging Barneveld.
Ditzelfde geldt voor de landelijke woningcorporatie Mooiland die beperkt woningbezit in onze gemeente heeft en binnen nu en 9 jaar binnen onze gemeente zal verdwijnen. Dit betekent dat Woningstichting Barneveld (en Mooiland) voor de benodigde – grote investeringen in verduurzaming en nieuwbouw (alleen Woningstichting Barneveld) van sociale huurwoningen geen ongeborgde leningen met hogere rentes hoeft af te sluiten en daardoor beter de volkshuisvestelijke opgaven in gemeente Barneveld kan uitvoeren. 3.4 Er is brede steun voor de nieuwe achtervangovereenkomst bij betrokken partijen. De overeenkomst is opgesteld door WSW en goedgekeurd door het Ministerie van BZK, de VNG, Aedes en de Deelnemersraad van WSW (de vertegenwoordiging van deelnemende corporaties). Bovendien is de overeenkomst getoetst door de Autoriteit Woningcorporaties en door landsadvocaat Pels Rijcken.
-3-
4. Kanttekeningen 4.1 Het niet-tekenen van de nieuwe achtervangovereenkomst heeft forse consequenties. WSW borgt dan geen nieuwe leningen van corporaties meer die nodig zijn voor investeringen in het corporatiebezit in onze gemeente. Dat betekent dat de woningcorporatie ongeborgde leningen moet aantrekken (met een hogere rente) of dat er niet meer in gemeente Barneveld wordt geïnvesteerd. Bestaande geborgde leningen blijven geborgd door WSW en wij als gemeente blijven daarvoor in de achtervang staan. De risicopositie van onze gemeente verandert daarmee niet. 4.2 De mogelijkheid tot limitering van de achtervang naar tijd/bedrag/corporatie wordt beperkt. Deze kanttekening is alleen relevant voor gemeenten die nu gebruik maken van de mogelijkheid tot limitering. Limitering kan alleen nog per corporatie en in overeenstemming met alle gemeenten waar de betreffende corporatie bezit heeft. Met name voor corporaties met bezit in een groot aantal gemeenten (zoals Mooiland) is dit praktisch heel lastig. Sturing door de gemeente op investeringen en andere uitgaven van corporaties, voor zover die in de Woningwet zijn geregeld, is voornamelijk mogelijk door vastlegging van de gemeentelijke wensen in de woonvisie en door het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties.
5. Financiën Het risico dat we als gemeente daadwerkelijk achtervang door middel van renteloze leningen moeten bieden is en blijft zéér gering. De achtervang van bestaande leningen blijft ongewijzigd, dus de risicopositie van de gemeente verandert niet. Voor nieuwe leningen geldt de nieuwe verdeelsleutel, waardoor het risico voor de gemeente een afspiegeling wordt van de marktwaarde van het corporatiebezit per gemeente. Als gevolg van de nieuwe achtervangovereenkomst zal er in de toekomst sprake zijn van een effect op het weerstandvermogen als gevolg van uitbreiding van het risico. Dit betreft een percentage van de daadwerkelijk onder de achtervang aan Woningstichting Barneveld verstrekte leningen. Het risico dat daadwerkelijk een beroep zal worden gedaan op deze achtervang van de gemeente, is zeer gering. Voordat de gemeente aangesproken wordt eerst een beroep gedaan worden op de middelen van het WSW en de obligo van de woningcorporaties. De achtervang is namelijk het sluitstuk van een goed geregelde zekerheidsstructuur binnen het borgstelsel. Eerst zijn er nog andere buffers en vangnetten zoals de (goede) vermogensbuffer en kasstroom van Woningstichting Barneveld (en Mooiland) zelf. Dan is er een eerste buffer in het eigen risicovermogen van het WSW en vervolgens is de tweede buffer de onderlinge waarborg van corporaties (het obligo).
Pas als het WSW niet aan de betaalverplichtingen kan voldoen komt de achtervang in beeld, waarbij de afspraak is dat het Rijk 50% van alle renteloze leningen verstrekt en de overige renteloze leningen door álle deelnemende gemeenten (25%) en de betreffende schadegemeente (25%). Er is in het verleden in Nederland nog nooit een beroep gedaan op de achtervang.
6. Uitvoering Planning: De nieuwe achtervangovereenkomst treedt onder voorbehoud van tijdige ondertekening per 1 augustus 2021 in werking. Vanaf dat moment geldt de nieuwe verdeelsleutel over gemeenten en gelden de andere wijzigingen voor nieuwe leningen en herfinancieringen van bestaande leningen. De achtervang voor bestaande leningen blijft ongewijzigd, totdat deze leningen zijn afbetaald of vervangen door herfinanciering. De gemeente ontvangt, net als nu, jaarlijks een overzicht van haar achtervangpositie.
Communicatie: De nieuwe achtervangovereenkomst is van belang voor de in onze gemeente werkzame corporaties. Woningstichting Barneveld en woningcorporatie Mooiland zullen worden geïnformeerd over dit besluit, nadat de overeenkomst is ondertekend.
-4-
Evaluatie/controle Na besluitvorming en ondertekening door de burgemeester op grond van artikel 171 Gemeentewet zal dit collegebesluit en de overeenkomst ter ondertekening worden toegestuurd naar het WSW (voor 1 augustus 2021).
7. Bijlagen Bijlage 1: Ledenbrief van de VNG van 30 april 2021 Bijlage 2: Brief van WSW en VNG met verzoek om de nieuwe achtervangovereenkomst te ondertekenen en kennis te nemen van wijzigingsvoorstel voor bestaande overeenkomsten Bijlage 3: Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente Bijlage 4: De te ondertekenen overeenkomst WSW/gemeente.
Aan de leden
Datum
30 april 2021 Kenmerk
TLE/U202100306 Lbr. 21/029 Telefoonnummer
070 373 8393 Bijlage(n)
-
Onderwerp
Nieuwe achtervangovereenkomst Gemeente - Waarborgfonds Sociale Woningbouw Geachte leden van college en gemeenteraad, De VNG heeft een voorstel gedaan aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor een nieuwe standaardachtervangovereenkomst. Dit voorstel is mede gebaseerd op een ledenraadpleging in juni 2020. WSW heeft onze voorstellen en een aantal wijzigingen als gevolg van het strategisch programma van WSW verwerkt in een nieuwe standaardovereenkomst (de definitieve versie wordt binnenkort op onze website geplaatst). De VNG heeft hieraan haar goedkeuring verleend (besluit VNG-bestuur 15 april 2021). WSW gaat alle deelnemende gemeenten in mei 2021 de nieuwe overeenkomst ter ondertekening toesturen. Daarnaast wordt door WSW een wijzigingsovereenkomst voorbereid voor aanpassingen in bestaande achtervangovereenkomsten. Deze wijzigingsovereenkomst wordt later dit jaar door WSW aan u voorgelegd. Reden voor latere toezending is dat de voorgenomen wijzigingen eerst moeten worden voorgelegd aan de geldgevers. Wij adviseren u: 1. In te stemmen met de nieuwe achtervangovereenkomst en deze uiterlijk in juli 2021 ondertekend terug te sturen aan WSW; 2. In te stemmen met het wijzigingsvoorstel voor bestaande achtervangovereenkomsten.
Wat zijn de belangrijkste veranderingen in de nieuwe standaardachtervangovereenkomst? - Een aangepaste verdeelsleutel voor de gemeentelijke achtervang, gebaseerd op de marktwaarde per gemeente van het bezit van elke corporatie. - Limitering van de achtervang kan alleen nog als de gemeenten waar een corporatie bezit heeft, hier een gezamenlijk voorstel voor doen. - De achtervang voor de nieuwe obligolening wordt geregeld.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100306
PROD
-
De borgbare doelen zijn aangepast aan de Woningwet 2015. De regels rond herfinanciering van bestaande geborgde leningen zijn aangescherpt. De terugbetaling van renteloze leningen door WSW aan de achtervangers wordt beter geregeld.
Welke veranderingen bevat het wijzigingsvoorstel voor bestaande overeenkomsten? Het gaat om de borgbare doelen, het moment van terugbetaling van renteloze leningen en de definitie van herfinanciering. Deze zijn gelijk aan die in de nieuwe standaardovereenkomst. Wat is de consequentie van het niet ondertekenen van de nieuwe achtervangovereenkomst? WSW borgt dan geen nieuwe leningen van corporaties meer die nodig zijn voor investeringen in het corporatiebezit in uw gemeente. Dat betekent dat zo’n corporatie ongeborgde leningen moet aantrekken (met een hogere rente) of dat er niet meer in uw gemeente wordt geïnvesteerd. Bestaande geborgde leningen blijven geborgd door WSW en uw gemeente blijft daarvoor in de achtervang staan. Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie? Het ondertekenen van de nieuwe achtervangovereenkomst en de wijzigingsovereenkomst voor bestaande achtervangovereenkomsten is een collegebevoegdheid. Maar aangezien de achtervang van invloed is op de risicopositie van de gemeente, zal een aantal gemeenten de nieuwe overeenkomst voorafgaand aan de ondertekening aan de raad willen voorleggen. Wij adviseren u om hier in uw tijdsplanning rekening mee te houden. WSW ontvangt de nieuwe overeenkomst en de instemming met het wijzigingsvoorstel voor bestaande overeenkomsten graag uiterlijk in juli 2021 ondertekend retour.
Vragen Heeft u beleidsmatige vragen, dan kunt u terecht bij de VNG via info@vng.nl. Voor vragen over de inhoud en techniek van de overeenkomst kunt u terecht bij WSW via achtervangovereenkomst@wsw.nl of telefoonnummer 035-5286400. Op de websites van WSW en de VNG komt medio mei 2021 achtergrondinformatie te staan. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Kenmerk Onderwerp Datum
BO/20210517 Achtervangovereenkomst WSW/gemeente Hilversum, 17 mei 2021
Aan: het college van burgemeester en wethouders Betreft: besluitvorming van uw college over nieuwe achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Geacht college, Afgelopen twee jaar werkten WSW, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (‘VNG’), het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (‘BZK’) en deelnemers van WSW aan een strategisch programma waarmee wij sterke verbeteringen doorvoeren in het borgstelsel. Die verbeteringen beperken het risico dat WSW een beroep moet doen op de gemeentelijke achtervang. In samenhang met het strategisch programma deed VNG een voorstel voor een nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst WSW/gemeente. Het voorstel is mede gebaseerd op een raadpleging die VNG in juni 2020 onder gemeenten hield en houdt onder meer in (i) een gewijzigde verdeelsleutel die de gemeentelijke achtervangpositie eerlijker verdeelt, en (ii) dat WSW van gemeenten ontvangen renteloze geldleningen eerder dan nu aan gemeenten gaat terugbetalen. In nauwe samenwerking werkten WSW, VNG en BZK de afgelopen periode aan die nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst WSW/gemeente. Naast een nieuwe achtervangovereenkomst worden ook enkele van de daarin opgenomen verbeteringen doorgevoerd in uw bestaande achtervangovereenkomst(en). VNG informeerde alle gemeenten al eerder hierover in de ledenbrief van 30 april jl. De nieuwe achtervangovereenkomst doorliep inmiddels het besluitvormingsproces binnen VNG, BZK en WSW en daarom kunnen wij u met deze brief de nieuwe achtervangovereenkomst aanbieden.
De nieuwe achtervangovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2021. Wij vragen u deze overeenkomst te ondertekenen en de daarvoor benodigde besluitvorming in gang te zetten. Ook vragen wij u het college kennis te laten nemen van de uitgangspunten voor wijziging van uw bestaande achtervangovereenkomst(en) zoals hierna nader aangeduid. In deze brief informeren wij u over uw nieuwe achtervangovereenkomst en de komende wijzigingen in uw bestaande achtervangovereenkomst(en). Ook vertellen wij waar u uitgebreide informatie kunt vinden en waar u terecht kunt met vragen.
Uw nieuwe achtervangovereenkomst met WSW Uw nieuwe achtervangovereenkomst met WSW verschilt op een aantal aspecten ten opzichte van uw huidige achtervangovereenkomst. Deze verschillen hebben betrekking op de volgende onderwerpen: -
Borgbare doelen; Achtervang obligolening; Aanpassing verdeelsleutel en limitering; Definitie herfinanciering; Verstrekking en terugbetaling van renteloze leningen; Definities en algehele actualisatie.
Kenmerk Onderwerp Pagina
BO/20210517 Achtervangovereenkomst WSW/gemeente 2/3
In het document dat als bijlage bij deze brief is gevoegd vindt u per onderwerp uitgebreide achtergrondinformatie.
Wijzigingen in uw bestaande achtervangovereenkomst(en) Naast uw nieuwe standaard generieke achtervangovereenkomst met WSW wijzigen wij op een enkel punt ook uw bestaande achtervangovereenkomst(en) die van toepassing zijn op lopende geborgde geldleningen. Die wijzigingen brengen wij aan door middel van een wijzigingsovereenkomst tussen WSW en uw gemeente. Met deze wijzigingen zijn de bestaande en nieuwe overeenkomsten op deze punten gelijk aan elkaar. De onderwerpen die wij wijzigen zien specifiek op: Borgbare doelen; Herfinanciering; Verstrekking en terugbetaling van renteloze leningen. De wijzigingsovereenkomst voor uw bestaande achtervangovereenkomst(en) ontvangt u later dit jaar van WSW ter ondertekening.
Wat wij u vragen Wij vragen u bijgevoegde nieuwe achtervangovereenkomst te ondertekenen en deze zo spoedig mogelijk na besluitvorming – doch uiterlijk in juli 2021 - in tweevoud aan WSW te retourneren samen met het college- of raadsbesluit over de nieuwe achtervangovereenkomst. Een ook door WSW getekend exemplaar van de nieuwe achtervangovereenkomst ontvangt u vervolgens van WSW retour. Daarnaast vragen wij u in het college kennis te nemen van de aanstaande wijzigingen in bestaande achtervangovereenkomst(en). De wijzigingsovereenkomst voor uw bestaande achtervangovereenkomst(en) ontvangt u later dit jaar van WSW ter ondertekening. De nieuwe achtervangovereenkomst treedt op 1 augustus 2021 in werking voor alle nieuwe geborgde geldleningen van woningcorporaties werkzaam in uw gemeente. Zo zorgen wij er samen voor dat optimale financiering voor corporaties en de volkshuisvestelijke opgave in uw gemeente wederom voor lange tijd is gewaarborgd.
Meer informatie In het document dat als bijlage bij deze brief is gevoegd vindt u uitgebreide achtergrondinformatie over de wijzigingen alsmede vragen en antwoorden. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van WSW (www.wsw.nl). Op de startpagina vindt u de knop ‘Achtervangovereenkomst’. Daar vindt u naast het document met achtergrondinformatie ook toelichtende animaties over (i) het borgstelsel en de rol van gemeenten daarin en (ii) de nieuwe achtervangovereenkomst en wijzigingen in uw bestaande achtervangovereenkomst(en). Ook op de website van VNG (www.vng.nl) kunt u terecht voor meer informatie (gebruikt u daarvoor de zoektermen ‘Waarborgfonds Sociale Woningbouw’ en/of ’achtervangovereenkomst’).
Kenmerk Onderwerp Pagina
BO/20210517 Achtervangovereenkomst WSW/gemeente 3/3
Heeft u inhoudelijke vragen over de actualisatie van uw achtervangovereenkomst met WSW dan kunt u WSW bereiken via het e-mailadres achtervangovereenkomst@wsw.nl of op telefoonnummer 035-5286400. Heeft u beleidsmatige vragen, dan kunt u terecht bij VNG via info@vng.nl.
Met vriendelijke groet, Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
R. Rötscheid Bestuursvoorzitter
A.J. Vermuë Directeur Beleid
Bijlagen: Achtervangovereenkomst WSW/gemeente Nadere toelichting op de achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Van
WSW en VNG
Aan
Gemeenten
Datum
17 mei 2021
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Op 17 mei 2021 ontving u van WSW en VNG een brief met als bijlagen uw nieuwe generieke achtervangovereenkomst tussen uw gemeente en WSW en deze toelichting. In deze toelichting gaan wij inhoudelijk dieper in op de wijzigingen die tot stand zijn gebracht met de nieuwe generieke achtervangovereenkomst en de wijzigingen die worden aangebracht in bestaande achtervangovereenkomsten. Deze toelichting dient dan ook als inhoudelijke aanvulling en verdieping op de door u ontvangen brief. Bereidt u de besluitvorming binnen uw gemeente voor, of bent u simpelweg geïnteresseerd in de inhoud van de wijzigingen, dan is deze toelichting voor u relevant. In deze toelichting behandelen wij de volgende onderwerpen: 1. Voorafgaand proces om te komen tot wijziging van de achtervangovereenkomst. 2. Inhoudelijke wijzigingen. 3. Onderscheid tussen nieuwe achtervangovereenkomst en wijziging van bestaande achtervangovereenkomsten. 4. Proces en tijdlijnen. Tot slot nemen wij in de bijlage vragen en antwoorden op die wij op dit moment voorzien.
1. Voorafgaand proces om te komen tot wijziging van de achtervangovereenkomsten Voordat wij inhoudelijk ingaan op de wijzigingen lichten wij allereerst kort toe waarom wij de achtervangovereenkomsten wijzigen en welk proces wij daarvoor doorliepen. Aanleiding voor wijziging van de achtervangovereenkomsten De wens om te komen tot een nieuwe generieke achtervangovereenkomst kent een aantal aspecten. Namelijk, (i) oplossen van de scheefheid in de achtervangpositie van gemeenten door aanpassing van de verdeelsleutel, (ii) de behoefte tot verbeterde afspraken voor gemeenten over terugbetaling van renteloze geldleningen aan Staat en gemeenten, (iii) de behoefte tot verbeterde afspraken over herfinanciering, (iv) ontwikkelingen vanuit het strategisch programma van WSW, ten behoeve van een robuuster borgstelsel, (v) oplossen van ontstane discrepantie tussen de huidige achtervangovereenkomsten (die dateren van 1999) en de huidige wetgeving en praktijk en (vi) meer in het algemeen de behoefte te komen tot een algehele modernisering van de achtervangovereenkomst. Het gevolgde proces In juni 2020 hield VNG een raadpleging onder haar leden. Die ledenraadpleging spitste zich toe op het rechtzetten van de scheefheid in de gemeentelijke achtervang bij WSW. De uitkomst van de ledenraadpleging publiceerde VNG op 7 september 2020 op haar website.
Bij brief van 6 november 2020 deed VNG WSW een voorstel voor een nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst WSW/gemeente. Dat voorstel is mede gebaseerd op de ledenraadpleging.
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
2/8
-
Parallel formuleerden VNG, WSW en BZK met elkaar de nodige en gewenste onderwerpen die aanpassing behoeven in de achtervangovereenkomsten. Begin 2021 begonnen VNG, WSW en BZK gezamenlijk aan het opstellen van de nieuwe overeenkomsten. Dat deden partijen in uitvoerige werksessies. Op 15 maart 2021 communiceerde VNG daarover op haar website. VNG, WSW en BZK kwamen vervolgens gezamenlijk tot een nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst. Die overeenkomst is op 15 april 2021 besproken en goedgekeurd door de VNG-commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit en het VNG-bestuur. Op 30 april 2021 communiceerde VNG daarover op haar website. VNG en BZK wonnen in dit kader juridisch advies in van Pels Rijcken (Landsadvocaat) en gaven hun goedkeuring aan de nieuwe achtervangovereenkomst.
-
-
-
2. Inhoudelijke wijzigingen Wij vinden het van belang allereerst te benadrukken dat de essentie van de gemeentelijke achtervang niet wijzigt. Doordat gemeenten (en ook de Staat) een achtervangpositie innemen zijn en blijven deelnemende woningcorporaties (‘deelnemers’) in staat om tegen optimale financieringsvoorwaarden volkshuisvestelijke prestaties te leveren in uw gemeente. Wel zijn er enkele onderwerpen die wijzigen. Hieronder gaan wij nader in op deze wijzigingen. Het betreft een toelichting op de navolgende onderwerpen: 1. Borgbare doelen. 2. Achtervang obligolening. 3. Aanpassing verdeelsleutel en limitering. 4. Definitie herfinanciering. 5. Verstrekking en terugbetaling van renteloze geldleningen. 6. Definities en algehele actualisatie. 1. Borgbare doelen In 2007 ging WSW met toestemming van VNG en de Staat over van projectfinanciering naar balansfinanciering. Een gevolg daarvan is dat er vanaf dat moment geen koppeling meer bestaat tussen een specifieke geldlening en vastgoed. In de huidige gemeentelijke achtervangovereenkomst wordt die koppeling nog wel gemaakt en wordt met betrekking tot de bepaling van borgbare doelen op diverse plekken letterlijk verwezen naar het begrip ‘woongelegenheden’.
Waar deelnemers geborgde geldleningen voor kunnen aanwenden (waarvoor zij compensatie toe komen) volgt uit de Woningwet (artikel 47 lid 1 en lid 2) en zoals dit nader is uitgewerkt en vastgelegd in de beleidsregels die WSW heeft met Staat en VNG. Bij die ‘borgbare doelen’ wordt nu aangesloten. Daarmee sluit de formulering in de achtervangovereenkomst weer aan bij de huidige praktijk. 2. Achtervang obligolening Vanuit het strategisch programma wijzigt de opzet voor obligo dat WSW kan heffen bij zijn deelnemers. Het nieuwe systeem voorziet in de zekerstelling van de obligoverplichting door middel van de obligolening. Omdat de obligolening een geborgde geldlening betreft, nemen gemeenten voor deze lening een achtervangpositie in. Voordeel voor gemeenten is dat de obligobijdrage van deelnemers zekerder is waardoor het risico voor gemeenten afneemt. Conform het voorstel van VNG gaat WSW voor de obligolening dezelfde verdeelsleutel hanteren als voor andere nieuwe geborgde geldleningen, namelijk verdeling over gemeenten naar rato van de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit, een en ander zoals hierna onder 3 vermeld.
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
3/8
3. Aanpassing verdeelsleutel en limitering In juni 2020 hield VNG een ledenraadpleging onder gemeenten voor aanpassing van de verdeelsleutel voor verdeling van de achtervangpositie van gemeenten. Een uitgebreide toelichting op dit proces en de uitkomst vindt u hier. Op basis van de ledenraadpleging kwam VNG tot een voorstel voor aanpassing van de verdeelsleutel. Conform het voorstel van VNG past WSW de huidige verdeelsleutel voor nieuwe geborgde geldleningen aan in een verdeling op basis van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed van een bepaalde deelnemer in een bepaalde gemeente. Die wijziging ziet alleen op toekomstige geborgde geldleningen en dus niet op al lopende geborgde geldleningen. Voor de volledigheid, ook op de obligolening zal die gewijzigde verdeelsleutel van toepassing zijn. Daarnaast blijft er een mogelijkheid tot limitering. Daarbij geldt dat wanneer een deelnemer werkzaam is in meerdere gemeenten die limiet slechts dan wordt bepaald, in geval alle bij die deelnemer betrokken gemeenten hiertoe besluiten. 4. Herfinanciering De huidige definitie van herfinanciering behoeft aanpassing. De achtervang behoeft een duidelijk definitie van de verplichting tot herfinanciering en duidelijkheid over de eindigheid van die verplichting.
Wel is het voor de continuïteit van deelnemers belangrijk voldoende zekerheid te krijgen dat verplichtingen die zij aangaan langjarig gefinancierd kunnen worden. De volgende uitgangspunten zijn gedefinieerd voor de definitie van herfinanciering: De verplichting tot herfinanciering door achtervangers is eindig wanneer zij aangeven niet meer in de achtervang te willen staan. Deelnemers hebben voldoende zekerheid dat herfinanciering van bestaande geborgde geldleningen zal plaatsvinden. Na opzegging van de achtervangovereenkomst is er voldoende tijd voor betrokken partijen om de transitie te maken naar een andere wijze van financiering. De nieuwe definitie is eenduidig over de mogelijkheden van herfinanciering. Om meer duidelijkheid te verschaffen over de eindigheid van herfinanciering zijn hier voorwaarden aan gekoppeld en is een onderscheid gemaakt voor de situatie die zich voordoet: het borgstelsel is (tijdelijk) ontoereikend, of een gemeente stapt uit. In beide gevallen gelden herfinancieringsvoorwaarden ter beperking van het risico voor gemeenten. Zo mag herfinanciering in principe alleen voor (herijking van) de obligolening en verplichtingen in de bestaande voorraad en dienen investeringen in sloop/nieuwbouw (uitbreiding van het bezit) ongeborgd gefinancierd te worden.
In aanvulling geldt wanneer een gemeente uitstapt dat de herfinancieringsverplichting maximaal 25 jaar bestaat. Daarmee is ten gunste van gemeenten een duidelijke eindigheid van de herfinancieringsverplichting vastgelegd. Al met al leiden de nieuwe definitie en voorwaarden tot een voor gemeenten betere, duidelijkere en striktere afbakening van de herfinancieringsverplichting. 5. Verstrekking en terugbetaling van renteloze geldleningen WSW, BZK en VNG voerden gesprekken over het verstrekkings- en terugbetalingsmechanisme voor renteloze geldleningen. Bij totstandkoming van de wijzigingen in afspraken ten aanzien van verstrekking en terugbetaling van renteloze geldleningen baseert WSW zich primair op zijn statutaire doelstelling: “te bevorderen dat toegelaten instellingen zoals omschreven in de Woningwet geld kunnen lenen tegen zo laag mogelijke kosten om hun activiteiten op het gebied van het wonen te kunnen realiseren, waarbij de financiële belangen van de deelnemers, het Rijk en de gemeenten in acht worden genomen”.
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
4/8
Wijzigingen in afspraken zijn bezien vanuit de volgende uitgangspunten: Borging van geldleningen moet zo goedkoop en beschikbaar mogelijk zijn. Behoud van de AAA-rating van WSW, dit zowel vanuit belangen van deelnemers als achtervangers. Behoud van aantrekkelijkheid van het stelsel voor deelnemers. Aan de financiële belangen van de deelnemers en achtervangers wordt evenwichtig invulling gegeven. Een en ander leidt tot aanpassing van de terugbetalingssystematiek voor renteloze geldleningen. Het minimale risicovermogen van WSW, de omvang waarbij WSW overgaat tot terugbetaling van renteloze geldleningen, daalt van 1% naar 0,65% (als percentage van het totaal geborgd schuldrestant). Een belangrijk voordeel voor gemeenten is dat deze gewijzigde systematiek voor terugbetaling van renteloze geldleningen - mocht het ooit tot verstrekking van renteloze geldleningen aan WSW komen leidt tot eerdere terugbetaling van die geldleningen aan gemeenten. 6. Definities en algehele actualisatie Vanuit het strategisch programma van WSW vinden wijzigingen plaats in o.a. de obligoverplichting van deelnemers. Zo waren er vanuit het strategisch programma en in de loop der jaren meer actualisaties nodig op definities. De definities zijn nu in lijn gebracht met de huidige actualiteit. Tevens is de formulering van de volledige overeenkomst waar nodig geactualiseerd naar huidige taalgebruik.
3. Onderscheid tussen de nieuwe achtervangovereenkomst en wijziging van bestaande achtervangovereenkomsten Conform de genoemde ledenraadpleging van VNG wordt de nieuwe verdeelsleutel alleen doorgevoerd in de nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst. Deze achtervangovereenkomst gaat gelden voor alle geborgde geldleningen die een deelnemer van WSW aangaat vanaf 1 augustus 2021. Alle in het verleden aangegane achtervangovereenkomsten blijven gewoon van kracht. Ook de bestaande verdeelsleutel blijft hiervoor gelden. Wel brengen wij enkele andere wijzigingen aan in de bestaande (tot aan 1 augustus 2021 aangegane) achtervangovereenkomsten. Die wijzigingen zien op de hierboven toegelichte punten: (i) het terugbetalingsmechanisme voor renteloze geldleningen (zie hiervoor onder 5), (ii) het in lijn brengen van de borgingsdoeleinden met huidige wet- en regelgeving (zie hiervoor onder 1), en (iii) de definitie van herfinanciering (zie hiervoor onder 4). Deze wijzigingen leggen wij vast in een wijzigingsovereenkomst tussen WSW en uw gemeente.
4. Proces en tijdlijnen Zoals in onze brief aangekondigd vragen wij u de nieuwe achtervangovereenkomst te ondertekenen en deze zo spoedig mogelijk na besluitvorming – doch uiterlijk in juli 2021 - in tweevoud aan WSW te retourneren samen met het college- of raadsbesluit over de nieuwe achtervangovereenkomst. Daarnaast vragen wij u in het college kennis te nemen van de aanstaande wijzigingen in bestaande achtervangovereenkomst(en). De nieuwe achtervangovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2021 voor alle nieuwe geborgde geldleningen van deelnemers die werkzaam zijn in uw gemeente.
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
5/8
Na inwerkingtreding van de nieuwe achtervangovereenkomsten stellen wij een wijzigingsovereenkomst op voor bestaande achtervangovereenkomsten. Ondertekening van die wijzigingsovereenkomsten vindt plaats na 1 augustus 2021 omdat wij dan pas kunnen vaststellen welke geldleningsovereenkomsten vallen onder de bestaande achtervangovereenkomsten en daarmee dienen te vallen onder de wijzigingsovereenkomsten.
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
6/8
Bijlage: vragen en antwoorden Hieronder nemen wij een lijst op met relevante vragen die wij voor u beantwoorden. Uiteraard is het mogelijk dat uw vraag er niet tussen staat. Neemt u dan gerust contact op. Heeft u beleidsmatige vragen neemt u dan contact op met VNG via info@vng.nl. Heeft u vragen over de inhoud en techniek van de nieuwe achtervangovereenkomst neemt u dan contact op met WSW via achtervangovereenkomst@wsw.nl of op telefoonnummer 035-5286400. Hoe ziet de zekerheidsstructuur van WSW eruit? Het borgstelsel van WSW kent een zekerheidsstructuur die bestaat uit meerdere lagen. Voorop staat dat woningcorporaties zelf rente en aflossing moeten betalen en zij onderpand inzetten bij WSW als zekerheid. Hierbij voert WSW risicomanagement door jaarlijks deelnemers te beoordelen en houdt de Autoriteit woningcorporaties toezicht op woningcorporaties om te beoordelen of ze opereren binnen de wettelijke kaders. Mocht het zich onverhoopt voordoen dat WSW wordt aangesproken op een geborgde geldlening, dan fungeren het risicovermogen van WSW (thans circa € 0,5 miljard) en de verstrekte zekerheden als eerste buffer. De zekerheden zijn het hypotheekrecht van WSW op corporatiebezit. Gezien de relatief lage financieringsgraad van de corporatiesector is deze buffer omvangrijk. De tweede laag wordt gevormd door het obligo dat deelnemers verplicht zijn aan WSW te betalen.
Die buffer bedraagt in één keer 2,6% van het geborgd schuldrestant (circa € 2 miljard) en jaarlijks 0,25% van het geborgd schuldrestant (circa € 200 miljoen per jaar). Pas wanneer dat niet voldoende is, verstrekken de Staat en gemeenten als achtervangers op basis van achtervangovereenkomsten renteloze geldleningen aan WSW. Dankzij de risicobeheersing van WSW, het toezicht door de Autoriteit woningcorporaties, het ingezette onderpand, en het obligo van deelnemers is het risico voor gemeenten zeer beperkt. De laatste laag die achtervangers bieden in de zekerheidsstructuur van het stelsel resulteert in een AAA-rating van WSW. Zo zorgen we samen voor optimale financiering voor woningcorporaties en de volkshuisvestelijke opgaven in uw gemeente. Hoe groot is het risico dat mijn gemeente renteloze geldleningen aan WSW moet verstrekken? Het is niet mogelijk om het risico exact te kwantificeren. Zoals hierboven toegelicht kent de zekerheidsstructuur een gelaagdheid, die in volgorde worden aangesproken. Gemeenten en de Staat zijn de laatste laag in de zekerheidsstructuur en worden als laatste aangesproken. Met het strategisch programma en de nieuwe achtervangovereenkomst is de positie van gemeenten verder verbeterd. In het strategisch programma is de obligoverplichting voor deelnemers gewijzigd van een éénmalige heffing, naar een buffer in combinatie met een jaarlijkse heffing.
Het stelsel kan daarmee herstellen na een eventuele aanspraak. Met het gespreide aanspraakkarakter van de dienst der lening (WSW neemt bij een aanspraak in beginsel de rente en aflossing van de corporatie over en betaalt dus in termijnen) kan WSW middels het jaarlijks obligo langjarig verplichtingen blijven voldoen, en na het voldoen middels het jaarlijks obligo de risicobuffer weer aanvullen. Daarnaast is de terugbetaling van renteloze geldleningen in de nieuwe achtervangovereenkomst beter geregeld. Dus mocht uw gemeente onverhoopt toch renteloze geldleningen verstrekken dan is de wijze van terugbetaling hiervan beter geregeld. Hiermee is het risico voor gemeenten (ten opzichte van de ‘oude situatie’) verder gedaald.
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
7/8
Hoe verhouden de achtervangovereenkomst van gemeenten en de Staat zich tot elkaar? WSW sluit met zowel de gemeenten als de Staat achtervangovereenkomsten. Inhoudelijk zijn deze overeenkomsten nagenoeg identiek. Die overeenkomsten zorgen ervoor dat zowel gemeenten als de Staat renteloze geldleningen aan WSW verstrekken wanneer het risicovermogen van WSW het garantieniveau onderschrijdt. Gemeenten en de Staat staan ieder voor 50% in de achtervang. De gemeentelijke achtervangovereenkomst wijkt op een enkel punt af van de achtervangovereenkomst tussen WSW en de Staat. Zo geldt voor gemeenten een verdeelsleutel voor verstrekking van renteloze geldleningen en hebben gemeenten de mogelijkheid een limiet te bepalen voor een deelnemer die werkzaam is in hun gemeente. Daarbij geldt dat wanneer een deelnemer werkzaam is in meerdere gemeenten die limiet slechts dan wordt bepaald, in geval alle bij die deelnemer betrokken gemeenten hiertoe besluiten. Hoe wordt in de nieuwe achtervangovereenkomst het totaal aan renteloze leningen verdeeld over gemeenten? Zoals hierboven toegelicht wordt het totaal aan renteloze leningen dat op enig moment nodig is voor 50% opgevraagd bij de Staat en voor 50% opgevraagd bij gemeenten. De 50% die WSW bij gemeenten opvraagt wordt bepaald op basis van de marktwaarde van de DAEBregistergoederen en wordt als volgt verdeeld: a.
de helft wordt verdeeld over de gemeenten waar deelnemers die DAEB-registergoederen bezitten en waarvoor WSW werd aangesproken op geborgde geldleningen van die deelnemers. De verdeling van dit bedrag over die gemeenten geschiedt naar evenredigheid van aanspraken. b. de andere helft van dit bedrag wordt verdeeld over alle Gemeenten die een achtervangovereenkomst met WSW zijn aangegaan naar evenredigheid van het schuldrestant van alle geborgde geldleningen. Hoe worden de oude en nieuwe verdeelsleutel voor verstrekking van renteloze geldleningen door gemeenten gecombineerd mocht het ooit komen tot verstrekken hiervan? De uitkomst van de ledenraadpleging heeft erin geresulteerd dat voor nieuwe geborgde geldleningen (vanaf 1 augustus 2021) de generieke verdeelsleutel geldt. Voor reeds bestaande geborgde geldleningen blijft de bestaande individuele gemeentelijke achtervang van kracht. Zodra een geborgde geldlening onder het oude systeem afloopt wordt deze, wanneer er nog steeds een (her)financieringsbehoefte bij de deelnemer bestaat, onder de nieuwe gemeentelijke achtervangovereenkomst afgesloten. Zo doorlopen we gestaag de transitie naar een volledig nieuw (verdeel)systeem. In de tussentijd bestaat er een duaal systeem. Het aandeel waarvoor uw gemeente in de achtervang van geborgde geldleningen staat is bepalend voor het aandeel waarvoor u renteloze leningen dient te verstrekken.
Een voorbeeld, stel: De totaal geborgde schuld bedraagt € 80 miljard. Uw gemeente heeft tien ‘oude’ achtervangposities van 100 mln waarin u elk volledig in de achtervang staat, tezamen is dit een achtervangpositie van € 1 miljard. Uw gemeente heeft één ‘nieuwe’ achtervangpositie van € 1 miljard waarin u gegeven de waarde van het bezit voor 20% in de achtervang staat, dit resulteert in een achtervangpositie van € 200 miljoen.
Betreft
Nadere toelichting aanpassing achtervangovereenkomst WSW/gemeente
Pagina
8/8
-
Per saldo resulteert dit in een achtervangpositie van € 1,2 miljard op totaal € 80 miljard. (1,2/80 = 1,5%). Dit is de wijze waarop ‘oude’ en nieuwe’ verdeelsleutel samen leiden tot een achtervangpositie voor uw gemeente en daarmee de verhouding waarin u participeert in de verstrekking van renteloze leningen.
-
Wat gebeurt er wanneer een deelnemer zich terugtrekt uit mijn gemeente of al het vastgoed verkoopt? In de nieuwe achtervangovereenkomst staat een gemeente in de achtervang naar rato van de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in de betreffende gemeente. Stel een deelnemer is in vier gemeenten actief en heeft in elke gemeente een gelijke marktwaarde in verhuurde staat aan DAEB-bezit, dan staat elk van de vier gemeenten voor 1/4 in de achtervang voor leningen van de betreffende corporatie. De marktwaarde van het DAEB-bezit wordt vastgesteld op ultimo kalenderjaar in de jaarrekening van de corporatie. Stel dat uit het vastgoedbezit ultimo kalenderjaar blijkt dat een corporatie al haar DAEB-bezit in één specifieke gemeente heeft verkocht, dan staat die gemeente niet meer in de achtervang. De overige gemeenten dragen dan 1/3 van de achtervangpositie. In beginsel lijkt de achtervangpositie voor de overige drie gemeente toe te nemen. Echter de middelen die vrijkomen door verkoop worden ook weer ingezet; zo kan met de opbrengst nieuw DAEB bezit worden gebouwd waardoor dat bezit ook gaat participeren in de verdeling. Of er wordt afgelost op de geborgde schuld. Wat gebeurt er wanneer mijn gemeente de nieuwe achtervangovereenkomst niet (tijdig) ondertekent? WSW borgt dan geen nieuwe geldleningen meer van deelnemers die werkzaam zijn in uw gemeente.
Dat betekent dat die deelnemer(s) voor investeringen in uw gemeente ongeborgde leningen moet aantrekken (met een hogere rente) of dat er niet meer in uw gemeente wordt geïnvesteerd in sociaal bezit. Bestaande geborgde geldleningen blijven geborgd door WSW en uw gemeente behoudt daarvoor de bestaande achtervangpositie.
OVEREENKOMST WSW/GEMEENTE DE ONDERGETEKENDEN: 1.
Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw, statutair gevestigd te Hilversum en kantoorhoudende aan Marathon 6 A te Hilversum, geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41180946, hierna te noemen ‘WSW’, hierbij ingevolge artikel 10 van de statuten rechtsgeldig vertegenwoordigd door ………………………………………. …………………………………………………………………………………………………………………;
en 2.
Gemeente………………………., zetelende te [volledige adresgegevens] te dezen vertegenwoordigd door [naam en functie], daartoe ingevolge artikel 171 lid 2 Gemeentewet op basis van het mandaatbesluit d.d. [datum] aangewezen door [naam burgemeester], de burgemeester van de gemeente, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. [datum], hierna te noemen ‘Gemeente’;
OVERWEGENDE DAT: (i) (ii) (iii)
(iv)
(v)
(vi)
(vii)
(viii)
het wenselijk is, dat de beschikbaarheid van (her)financieringsmiddelen ten behoeve van toegelaten instellingen als bedoeld in de Woningwet wordt bevorderd; daartoe WSW is opgericht en het borgstelsel is opgezet en vorm en inhoud is gegeven; in dat kader WSW borgtochten verstrekt ten behoeve van Geldgevers in verband met de betalingsverplichtingen van Deelnemers uit hoofde van door hen aangetrokken Geborgde Leningen; WSW onderdeel is van de gelaagde zekerheidsstructuur binnen het borgstelsel, waarvan (i) de eerste laag wordt gevormd door het Risicovermogen van WSW, (ii) de tweede laag wordt gevormd door de voorwaardelijke bijdragen die Deelnemers aan WSW verschuldigd zijn (het Obligo) en (iii) de derde laag wordt gevormd door renteloze geldleningen die door de Staat en Gemeenten (voorwaardelijk) aan WSW worden verstrekt; voor de derde laag van de zekerheidsstructuur zowel de nakoming van de betalingsverplichtingen van WSW tegenover Geldgevers als de nakoming van de betalingsverplichtingen van WSW tegenover de Staat en Gemeenten in voldoende mate moet zijn verzekerd; hiertoe - tot meerdere zekerheid voor de nakoming van de betalingsverplichtingen van WSW tegenover Geldgevers dan wel uit andere hoofde - de Gemeente op de hieronder omschreven wijze renteloze geldleningen aan WSW zal verstrekken, met het oogmerk te allen tijde liquiditeitstekorten bij WSW te voorkomen; de Staat en
WSW een overeenkomst als bedoeld in artikel 4 van de statuten van WSW hebben gesloten, zodat het door WSW in totaal van alle Gemeenten (met inbegrip van de Gemeente) ter leen opgenomen bedrag, in principe gelijk is aan het door WSW van de Staat ter leen opgenomen bedrag; de Gemeente ermee bekend is dat WSW conform artikel 4 van zijn statuten niet bevoegd is middellijk of onmiddellijk voorstellen te doen tot, dan wel op welke wijze dan ook haar medewerking te verlenen aan een wijziging van een of meer bepalingen van de hieronder weergegeven Overeenkomst, dan wel aan beëindiging of modificatie van een of meer uit de hieronder
(ix)
weergegeven Overeenkomst voortvloeiende verbintenissen, anders dan op de wijze als in artikel 12 van deze Overeenkomst is bepaald; de Gemeente ermee bekend is dat Geldgevers, die de ten behoeve van hen, in de hieronder weergegeven Overeenkomst gemaakte derdenbedingen hebben aanvaard, zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk zelfstandig nakoming kunnen vorderen van de bij deze Overeenkomst door de Gemeente tegenover WSW en de door WSW tegenover de Gemeente aangegane verbintenissen.
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: Artikel 1. DEFINITIES In deze Overeenkomst wordt verstaan onder: a. Achtervangovereenkomst: De tussen WSW en de Staat bij notariële akte van 6 december 1999 gesloten overeenkomst, verleden voor notaris mr. P.P.J.M. van Dullemen te Den Haag, de in 2021 te sluiten overeenkomst tussen WSW en de Staat, en tevens iedere overeenkomst tussen WSW en een Gemeente, zoals mogelijk van tijd tot tijd gewijzigd, waarbij of de Staat of de betreffende Gemeente zich verplicht, tot meerdere zekerheid voor de nakoming van de betalingsverplichtingen van WSW, renteloze geldleningen aan WSW te verstrekken, met het oogmerk te allen tijde liquiditeitstekorten bij WSW te voorkomen. b. Beleidsregels: De beleidsregels die WSW op grond van een op hem rustende wettelijke verplichting opstelde en die tevens onderdeel vormen van de in 2021 te sluiten overeenkomst tussen WSW en VNG en zoals mogelijk van tijd tot tijd gewijzigd. c. Borgingsdoeleinden: De borgingsdoeleinden die op het moment van het aantrekken van een Geborgde Geldlening zijn opgenomen in zowel (i) Bijlage I bij het Reglement van Deelneming als (ii) Bijlage B bij Beleidsregel II. d.
DAEB-Registergoederen: Registergoederen die kwalificeren als zaken en daarmee verbonden rechten van de Deelnemer die samenhangen met werkzaamheden op het gebied van de volkshuisvesting die behoren tot de diensten van algemeen economische belang, als bedoeld in de Woningwet. e. Deelnemer: Toegelaten Instelling zoals bedoeld in de Woningwet, die als deelnemer bij WSW is geregistreerd conform de voorwaarden van het Reglement van Deelneming. f. Garantieniveau: 0,25% van de som van de Schuldrestanten per eenendertig december van het laatst verstreken kalenderjaar, voor welke betaling WSW zich in welke vorm dan ook heeft borg gesteld of zich tot vrijwaring of betaling in welke vorm dan ook heeft verbonden. g. Geborgde Geldleningen: Door Geldgevers aan Geldnemers verstrekte geldleningen ter financiering van Borgingsdoeleinden ten aanzien waarvan WSW een overeenkomst van borgtocht dan wel een verbintenis tot vrijwaring of betaling in welke vorm dan ook is aangegaan. h. Geldgever: Verstrekker en/of diens rechtsopvolger van een (gedeelte van een) Geborgde Geldlening of de (middellijk) bezitter van een door een Deelnemer ondertekende schuldbekentenis waarvoor WSW een borgtocht heeft afgegeven.
i. j. k.
l.
m.
n.
o. p.
q. r.
s.
Geldnemer: Deelnemer wiens betalingsverplichtingen door WSW zijn geborgd. Gemeente: De gemeente die partij is bij deze Overeenkomst. Gemeenten: Alle gemeenten tezamen die - ieder voor zich - een Achtervangovereenkomst met WSW zijn aangegaan. Herfinanciering: Het aflossen van een Geborgde Geldlening op een aflosdatum door middel van het aangaan van een nieuwe Geborgde Geldlening met een storting op diezelfde datum, waarbij de omvang van de nieuwe Geborgde Geldlening gelijk is aan of kleiner is dan de afgeloste Geborgde Geldlening. In afwijking van het voorgaande mogen aflossingen op lineaire en annuïtaire geldleningen per kalenderjaar worden samengevoegd tot één nieuwe Geborgde Geldlening. Marktwaarde: De marktwaarde van een DAEB-registergoed van een Deelnemer in verhuurde staat op basis van de laatst vastgestelde jaarrekening van die Deelnemer. Ministerie: De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dan wel de minister die verantwoordelijk is voor de portefeuille volkshuisvesting. Obligo: Het obligo als bedoeld in het Reglement van Deelneming. Obligolening: Een Geborgde Geldlening in verband met de beschikbaarheid van het gecommitteerd obligo zoals gedefinieerd in artikel 1 van het Reglement van Deelneming. Overeenkomst: Deze Achtervangovereenkomst tussen de Gemeente en WSW.
Reglement van Deelneming: Het reglement van deelneming van WSW zoals gedefinieerd in artikel 19 van de Statuten en dat van toepassing is op de rechtsverhouding tussen WSW en zijn Deelnemers, zoals mogelijk van tijd tot tijd gewijzigd. Risicovermogen: De som van de activa van WSW zoals die blijkt uit de laatst vastgestelde enkelvoudige jaarrekening, voor zover bestaande uit beleggingen in ter beurze genoteerde schuldbrieven en liquide middelen, verminderd met de som van passiva, voor zover bestaande uit ‘crediteuren en transitoria’ en vreemd vermogen. Voor berekening van het Risicovermogen: 1. worden bedoelde beleggingen gewaardeerd naar de aankoopwaarde, dan wel naar de actuele beurswaarde, indien deze laatste waarde minder bedraagt dan de aankoopwaarde; 2. wordt onder ‘liquide middelen’ verstaan: door WSW bij een financiële onderneming als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht die als zodanig krachtens die wet onder toezicht staat van De Nederlandsche Bank N.V. - al dan niet direct opvorderbaar - uitgezette gelden met een resterende looptijd van maximaal twee jaar; 3. worden de liquide middelen gewaardeerd op het nominale bedrag; 4. wordt onder ‘vreemd vermogen’ niet begrepen de door de Staat en Gemeenten aan WSW verstrekte geldleningen;
5.
t. u. v. w. x.
wordt onder ‘vreemd vermogen’ niet begrepen de voorzieningen die WSW treft of heeft getroffen in het kader van een aanspraak op door WSW verstrekte borgtochten. Schuldrestant: Het nominale schuldrestant van door Deelnemers aangegane Geborgde Geldleningen. Staat: De Staat der Nederlanden. Statuten: De statuten van WSW, zoals mogelijk van tijd tot tijd gewijzigd. VNG: De Vereniging van Nederlandse Gemeenten. WSW: Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw.
Artikel 2. TOEPASSELIJKHEID OVEREENKOMST 1. Deze Overeenkomst is van toepassing op iedere Geborgde Geldlening die een Deelnemer die DAEB-Registergoederen bezit in de Gemeente aangaat dan wel is aangegaan, behoudens voor zover in deze Overeenkomst anders is bepaald. Op iedere door een Deelnemer aangetrokken Geborgde Geldlening zijn te allen tijde naast de Achtervangovereenkomst met de Staat één of meerdere andere Achtervangovereenkomsten van toepassing. 2. De geldelijke omvang van de (voorwaardelijke) verplichting van de Gemeente op grond van artikelen 4 en 5 van deze Overeenkomst wordt jaarlijks door WSW vastgesteld op basis van de Marktwaarde van de DAEB-Registergoederen die een Deelnemer per ultimo van ieder kalenderjaar bezit in de Gemeente. 3. WSW maakt ten behoeve van de Gemeente jaarlijks door middel van een overzicht inzichtelijk op basis waarvan haar (voorwaardelijke) verplichting op grond van artikelen 4 en 5 van deze Overeenkomst wordt vastgesteld. Artikel 3. MOGELIJKHEID TOT LIMITERING 1. Deze Overeenkomst stelt, behoudens de uitzondering daarop die in dit artikel is opgenomen, geen limiet aan het totaalbedrag dat een Deelnemer in enig kalenderjaar aan Geborgde Geldleningen mag aantrekken en heeft aangetrokken. 2.
De Gemeente kan, met inachtneming van hetgeen in dit artikel is bepaald, voor een Deelnemer die DAEB-Registergoederen bezit in de Gemeente een limiet bepalen voor het totale Schuldrestant van die Deelnemer per ultimo van een kalenderjaar. 3. Wanneer een Deelnemer werkzaam is in meerdere Gemeenten wordt de limiet als bedoeld in lid 2 van dit artikel slechts dan bepaald, in geval alle betrokken Gemeenten hiertoe besluiten. 4. De limiet bedoeld in lid 2 van dit artikel (i) is gelijk aan of groter dan het op het moment van het ingaan van de limiet geldende Schuldrestant van de Deelnemer en (ii) geldt voor een periode van maximaal vijf kalenderjaren vanaf het moment van ingaan van de limiet. 5. Indien een Gemeente of Gemeenten gezamenlijk een limiet bepaalt dan wel bepalen als bedoeld in lid 2 van dit artikel informeert dan wel informeren zij onverwijld WSW en de Deelnemer waarvoor de limiet geldt hierover schriftelijk. Deze mededeling bevat in ieder geval de volgende informatie: a. de Deelnemer waarvoor de limiet geldt; b. de periode waarvoor de limiet geldt; c. het maximaal Schuldrestant van de Deelnemer per ultimo van ieder kalenderjaar voor de periode waarvoor de limiet geldt.
6.
Indien een limiet is bepaald en de periode waarvoor die limiet is bepaald afloopt, vervalt de limiet. Een eventuele nieuwe limiet dient opnieuw te worden bepaald in overeenstemming met hetgeen in dit artikel is bepaald.
Artikel 4. VERPLICHTING GEMEENTE TOT VERSTREKKING VAN GELDLENINGEN 1. WSW publiceert ten minste eenmaal per kalenderjaar een prognose van het Risicovermogen voor de eerstkomende vijf jaren. WSW stelt de Gemeente schriftelijk in kennis wanneer uit deze prognose blijkt dat het Risicovermogen het Garantieniveau onderschrijdt of al heeft onderschreden. 2. Indien het Risicovermogen het Garantieniveau onderschrijdt of al heeft onderschreden is de Gemeente zowel ten opzichte van WSW als ten opzichte van Geldgevers verplicht om geldleningen aan WSW te verstrekken op de wijze en tot de bedragen als in artikel 5 van deze Overeenkomst is bepaald, ongeacht de aanleiding voor die onderschrijding. WSW verplicht zich zowel ten opzichte van de Gemeente als ten opzichte van Geldgevers om de hiervoor genoemde geldleningen van de Gemeente op te nemen op de wijze en tot de bedragen als in artikel 5 van deze Overeenkomst is bepaald. De in dit artikellid genoemde verplichtingen tegenover Geldgevers kwalificeren als door de Gemeente en WSW tegenover Geldgevers onherroepelijk gemaakte derdenbedingen. 3. De verplichting als bedoeld in lid 2 van dit artikel geldt onverkort zolang uit de prognose(s) op enig moment blijkt dat sprake is van een onderschrijding van het Garantieniveau door het Risicovermogen. 4.
Over de verstrekte geldleningen als bedoeld in deze Overeenkomst is WSW geen rente of andere vergoeding verschuldigd. Artikel 5. OMVANG, VERDELING EN STORTING GELDLENINGEN 1. De mededeling, als bedoeld in artikel 4 lid 1, bevat een raming van de omvang van de geldleningen die de Gemeente maandelijks aan WSW moet verstrekken uit hoofde van deze Overeenkomst, alsmede van de datums waarop deze geldleningen moeten worden verstrekt en het bankrekeningnummer waarop de bedragen moeten worden gestort. WSW verstrekt de Gemeente vervolgens tenminste ieder kwartaal een geactualiseerde raming als bedoeld in de vorige volzin. 2. De verplichting als bedoeld in artikel 4 lid 2 geldt voor alle Gemeenten die een Achtervangovereenkomst zijn aangegaan. Het totaalbedrag aan geldleningen dat alle Gemeenten gezamenlijk aan WSW moeten verstrekken is gelijk aan de helft van het totaalbedrag waarmee het Risicovermogen het Garantieniveau onderschrijdt dan wel zal onderschrijden, zoals dat door WSW is vastgesteld. Dit door de Gemeenten gezamenlijk te verstrekken bedrag is gelijk aan het door de Staat aan WSW ter leen te verstrekken bedrag op grond van de Achtervangovereenkomst tussen WSW en de Staat. 3.
Indien WSW constateert dat de situatie als bedoeld in artikel 4 lid 2 van deze Overeenkomst het gevolg is van een of meer aanspraken uit hoofde van door WSW in verband met Geborgde Geldleningen aangegane verplichtingen, dan stelt WSW de verdeling van het bedrag dat Gemeenten moeten bijdragen, zoals bepaald in lid 2 van dit artikel, over de verschillende Gemeenten vast en hanteert de volgende verdeelsleutel: a. de helft van dit bedrag wordt verdeeld over die Gemeenten die een Achtervangovereenkomst zijn aangegaan voor Geborgde Geldleningen van Deelnemers die een of meer DAEB-Registergoederen in die Gemeenten bezitten en waarvoor WSW, uit hoofde van ten behoeve van die Deelnemers verstrekte borgtochten, door een of meer
4.
5.
6.
Geldgevers tot betaling is aangesproken. De verdeling van dit bedrag over die betrokken Gemeenten geschiedt naar evenredigheid van bedoelde aanspraken op WSW, waarbij tevens geldt dat wanneer een Deelnemer in meerdere Gemeenten DAEB-Registergoederen bezit, de verdeling van de bijdrageplicht van deze betrokken Gemeenten door WSW wordt vastgesteld naar evenredigheid van de Marktwaarde van de DAEB-Registergoederen die de Deelnemer per ultimo van het laatst verstreken kalenderjaar in de betrokken Gemeenten bezit, zoals is bepaald in artikel 2 lid 2 van deze Overeenkomst; b. de andere helft van dit bedrag wordt verdeeld over alle Gemeenten die een Achtervangovereenkomst zijn aangegaan voor een of meer Geborgde Geldleningen naar evenredigheid van het Schuldrestant van alle Geborgde Geldleningen per 31 december van het direct voorafgaande kalenderjaar, waarbij de verdeling van de bijdrageplicht van de Gemeenten door WSW wordt vastgesteld naar evenredigheid van de Marktwaarde van de DAEB-Registergoederen, zoals is bepaald in artikel 2 lid 2 van deze Overeenkomst.
Indien echter blijkt op het moment dat WSW wordt aangesproken onder een Geborgde Geldlening dat de betrokken Deelnemer geen DAEB-Registergoederen meer bezit, dan geldt dat artikel 5 lid 3 sub b van overeenkomstige toepassing is voor de verdeling van het gehele bedrag dat Gemeenten ingevolge lid 2 van dit artikel moeten bijdragen en dat mitsdien het gehele bedrag wordt verdeeld over alle Gemeenten die een Achtervangovereenkomst zijn aangegaan voor een of meer Geborgde Geldleningen. Indien WSW constateert dat de situatie als bedoeld in artikel 4 lid 2 van deze Overeenkomst het gevolg is van betalingen uit andere hoofde dan bedoeld in lid 3 van dit artikel, wordt het bedrag als bedoeld in lid 2 van dit artikel door WSW verdeeld over alle Gemeenten die een Achtervangovereenkomst zijn aangegaan voor een of meer Geborgde Geldleningen naar rato van het Schuldrestant van alle Geborgde Geldleningen per 31 december van het direct voorafgaande kalenderjaar, waarbij tevens geldt dat wanneer een Deelnemer in meerdere Gemeenten DAEBRegistergoederen bezit, de verdeling van de bijdrageplicht van elke betrokken Gemeente door WSW wordt vastgesteld naar evenredigheid van de Marktwaarde van de DAEB-Registergoederen die de Deelnemer per ultimo van ieder kalenderjaar bezit in elke betrokken Gemeente, zoals is bepaald in artikel 2 lid 2 van deze Overeenkomst.