CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.10 Besluit B&W over specifieke uitkering lokale aanpak isolatie d.d. 22-8-23

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken6.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

-1Organisatieonderdeel: Leefomgeving Behandelaar: C. Nouta Telefoonnummer: 06-15382530 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. 2790 Barneveld, 17 augustus 2023 Portefeuillehouder: J. de Heer-Verheij Op overzicht Bestaand beleid (website)

Specifieke Uitkering (SpUk) lokale aanpak isolatie - subsidie-aanvraag

Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met het aanvragen van de gelden uit de Specifieke Uitkering (SpUk) Lokale Aanpak Isolatie. 2. De raad informeren via rubriek B van de lijst met ingekomen stukken van de gemeenteraad.

1. Inleiding De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening publiceerde in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma op 2 februari dit jaar de regeling specifieke uitkering voor isolatie van slecht geïsoleerde koopwoningen (de SpUk Lokale Aanpak Isolatie). Slechte geïsoleerde woningen zijn woningen zonder energielabel of een energielabel D,E,F of G. Doel is om de particuliere eigenaar, die tevens het pand bewoont (de zogenaamde ‘eigenaar-bewoner’), en met name die eigenaar-bewoners die om financiële redenen moeite hebben om deel te nemen aan de warmtetransitie, te ondersteunen bij het energetisch verduurzamen van hun woning. Voor nadere context, onder andere betreffende het aantal woningen die voor deze uitkering in aanmerking komen, wordt verwezen naar de twee bijlagen. Dit collegevoorstel richt zich op de aanvraag van het subsidiebedrag. De nadere uitwerking van de regeling volgt in het najaar.

2. Beoogd effect 2.1 Meetbaar effect De gemeente Barneveld kan binnen deze 1e tranche voor maximaal 364 woningen een uitkering aanvragen, en deze gelden beschikbaar stellen aan eigenaar-bewoners. In de meest optimale situatie wordt ook daadwerkelijk dat aantal woningen geïsoleerd, wat inhoudt dat ze zijn voorzien van ten minste één isolatiemaatregel voor het eind van 2026.

2.2 Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat inwoners in het bezit van een koopwoning, met weinig financiële middelen en/of een lage kredietwaardigheid, door de genomen maatregel(en) een lager energieverbruik hebben (en daarmee lagere energielasten).

3. Argumenten 1.1 Deelname aan de regeling draagt bij aan de uitvoering van de gemeentelijke Warmtevisie. Inwoners met een slecht geïsoleerde eigen woning, die, door financiële beperkingen, niet zelf deze woning energetisch kunnen verduurzamen, krijgen door deze regeling de gelegenheid om hun woning wel te verduurzamen. Daardoor versterkt deelname aan de regeling de uitvoering van de Warmtevisie. 1.2 Gebruik maken van de regeling voorkomt energiearmoede. Het lagere energieverbruik, wat het verwachte resultaat van deze verduurzamingsstap is, zal normaal gesproken tot lagere energielasten leiden. Daardoor levert deze regeling een bijdrage aan het voorkomen van energie-armoede. 1.3 Deelname aan de regeling draagt bij aan beleid van Samenleving. Met het ten uitvoer brengen binnen de gemeente van de regeling wordt een koppeling gemaakt met het beleidsplan Mensen voorop van het organisatieonderdeel Samenleving, met name de doelen rond Tegengaan problematische schulden. 2.1 Raad actief informeren over de beschikbaarheid van een nieuwe subsidie. Het is zinvol om de raad actief te informeren over deze Specifieke Uitkering, aangezien het een nieuwe subsidie binnen het bestaande Nationale Isolatieprogramma betreft, die een aanzienlijke financiële

-2omvang heeft, over verschillende jaren loopt en zich bevindt op het raakvlak van duurzaamheid en sociaal beleid.

4. Kanttekeningen 1.1. De deelname is niet in te schatten. Het is niet in te schatten hoeveel eigenaar-bewoners zullen deelnemen aan de regeling, aangezien het een nieuwe regeling is, is er nog geen inzicht in hoeverre een dergelijke regeling in een behoefte voorzien. Dat zal moeten blijken. Het vermoeden is dat er wel degelijk interesse in deelname zal zijn, aangezien deelname in principe geen eigen vermogen vergt, omdat er gebruikt gemaakt wordt van subsidie. 1.2 De ambtelijke inzet is nog niet goed in te schatten. Aangezien de gemeente nog geen ervaring heeft met de uitvoering van regelingen op energetisch gebied als deze, is over benodigde ambtelijke inzet nog geen concrete uitspraak te doen. Deze inzet betreft het opdrachtgeverschap van het project, en ook de inzet rond communicatie en van de toetsing van aanvragen van eigenaar-bewoners uit de ontvangen uitkering. Ingeschat wordt dat het opdrachtgeverschap ca. 3 uren per week zal vergen. Er is binnen het team duurzaamheid schuifruimte in werkzaamheden en budget beschikbaar uit landelijke middelen om eventueel aanvullende formatie in te huren.

5. Financiën Het aan te vragen bedrag in deze 1e tranche van € 531.440 en een beoogd doelbereik van 364 woningen houdt een gemiddeld subsidiebedrag per woning in van € 1.460. Het maximale subsidiebedrag per woning is € 4.000. De uitvoering van de isolatiemaatregelen moet eind 2026 afgerond zijn. Start- en begeleidingskosten ad. € 12.500 zijn gedekt binnen het subsidiebedrag. Advisering rond en uitvoering van isolerende maatregelen wordt volledig financieel uit de gelden beschikbaar binnen de SpUk. De projectleiding, of dit door een externe partij of door de gemeente wordt uitgevoerd, kan financieel gedekt worden uit budgetten van het Energieloket en/of de Warmtevisie, en tevens zijn er voldoende uitvoeringsgelden van de landelijke overheid beschikbaar. In het najaar, na ontvangst van de subsidiegelden van de minister, zal de subsidieregeling worden opgesteld waarin onder andere wordt vastgelegd aan welke voorwaarden inwoners moeten voldoen om subsidie te ontvangen. Subsidiegeld wat onbenut blijft wordt teruggevorderd door de minister.

6. Participatie en communicatie 6.1 Participatie Bij het tot uitvoering brengen van de regeling zal de doelgroep betrokken worden bij de opzet daarvan. Zo zullen leden van de doelgroep betrokken worden bij de formulering van wervingsbrieven en het ontwerp van de verdere benadering van de doelgroep.

6.2 Communicatie Er zal nauw samengewerkt worden met team Communicatie om de doelgroep te informeren en enthousiasmeren over deelname aan de regeling.

7. Uitvoering 7.1 Planning Als de aanvraag eind augustus / begin september ingediend wordt, is een besluit eind september voorzien. De uitvoering start nadat duidelijk is dat de aanvraag goedgekeurd is. In 1e instantie zal een beheersorganisatie opgetuigd worden. Naar verwachting zal in het 4e kwartaal van 2023 het aanbod om deel te nemen aan de regeling worden gecommuniceerd naar de doelgroepen.

7.2 Evaluatie/controle: Middels een halfjaarlijkse voortgangsrapportage, verplicht binnen de SpUk-regeling, zal de voortgang gemonitord worden.

8. Bijlagen 8.1 - aanvraagformulier 8.2 - isolatieprogramma, als onderbouwing van de aanvraag

-3-

AANVRAAG SPECIFIEKE UITKERING LOKALE AANPAK ISOLATIE Gevraagde specifieke uitkering Gevraagde specifieke uitkering Heeft u de maximale specifieke uitkering voor 2023 en 2024 aangevraagd? Totaal aantal woningen waarvoor u aanvraag doet De gemiddelde WOZ-waarde van de koopwoningen in de gemeente bedraagt Het bedrag dat uw gemeente op grond van een eigen inschatting aan BTW verschuldigd is over de kosten voor de uitvoering van het isolatieprogramma bedraagt

€ 531.440 Ja 364 € 439.000 € 25.000 (schatting)

Looptijd Projectnaam Startdatum Einddatum Welke gemeente Werkt u samen met andere gemeenten Met welke gemeenten

Isolatieprogramma Barneveld 1 januari 2023 (terugwerkende kracht) 31 december 2026 Barneveld Ja Ede, Wageningen, Veenendaal, Scherpenzeel, Rhenen, Nijkerk

1) Welke aanpak is voorzien om de juiste eigenaar-bewoners te benaderen met woningen met een lage energetische staat en een lage WOZwaarde? Zie voor de WOZ-waarde bijlage 1 (kolom: ‘Gemiddelde WOZ-waarde koopwoningen 2022 (x € 1.000)’) van de regeling (max: ½ A4): De woningvoorraad van de gemeente Barneveld is op woningniveau in kaart gebracht. Op basis van deze analyse zijn twee doelgroepen gedefinieerd: Doelgroep 1 ‘Extra ondersteuning’: bestaat uit eigenaar-bewoners met een slecht geïsoleerde woning (geen energielabel of label D, E, F of G) die energietoeslag en/of schuldhulp (hebben) ontvangen, of daarvoor in aanmerking komen. Deze groep omvat circa 100 woningen. Deze groep mensen ontvangt een gratis advies en ontvangt voor de uitvoering van één of meerdere maatregel(en) maximaal € 4.000 van de gemeente. Doelgroep 2 Deze groep valt uiteen in twee subgroepen, op basis van de WOZ-waarde. Beide betreft huishoudens die niet in doelgroep 1 vallen, maar wel in een slecht geïsoleerde koopwoning wonen (dat wil zeggen een woning zonder energielabel, of met energielabel D,E,F of G). Doelgroep 2a ‘Geen/DEFG label < € 439.000’ betreft eigenaar/bewoner van een woning met een WOZ-waarde lager dan € 439.000. Dit betreft ca. 3.100 woningen. De gemeente geeft een financiële bijdrage van € 1.000 per woning aan een of meerdere energiebesparende maatregelen.

Doelgroep 2b ‘Geen/DEFG label > € 439.000’ betreft eigenaar/bewoner van een woning met een 1

WOZ-waarde hoger dan € 439.000. Bij definitief onvoldoende aanmeldingen uit doelgroepen 1 en 2a zal ook doelgroep 2b actief worden benaderd. Het betreft ca. 3.200 woningen. Inwoners uit de groep kunnen tegen een sterk gereduceerd tarief een isolatie/ventilatie-advies ontvangen. De gemeente biedt deze doelgroep in beginsel geen financiële bijdrage aan. Om ervoor te zorgen dat de middelen vooral terecht komen bij de mensen die de middelen het hardst nodig hebben, worden gemeenten gevraagd in hun aanvraag hun aanpak toe te lichten hoe zij met de regeling bewoners met (risico op) energiearmoede gaan bereiken. In ieder geval moet ten minste 80% van de geïsoleerde woningen een WOZ-waarde hebben lager dan de gemiddelde WOZ-waarde van alle koopwoningen in de betreffende gemeente of lager dan € 429.300. Daarbij is aangesloten bij de NHG-grens voor 2023.

2) Door wie en op welke wijze worden de bovengenoemde eigenaar-bewoners benaderd en geïnformeerd? X  

Door een interne organisatie Door een externe organisatie Anderszins

Nadere toelichting op de wijze waarop eigenaar-bewoners worden benaderd en geïnformeerd (max: ½ A4): De aanpak bestaat in grote lijnen uit de volgende stappen: In 1e instantie worden de inwoners in doelgroep 1 benaderd per brief. Mocht de schriftelijke benadering tot onvoldoende reacties leiden, zal vervolgens telefonisch contact gezocht worden met de mensen die aangeschreven zijn. In het geval dat ook deze benadering niet tot voldoende reacties zal leiden, zullen de aangeschreven huishoudens thuis benaderd worden. Al naar gelang de voortgang in benaderen van doelgroep 1 zal na verloop van tijd de benadering van doelgroep 2a gestart worden. Ook deze doelgroep ontvangt een brief. Indien dit niet tot voldoende reacties leidt zal deze brief opgevolgd worden door een herinneringsbrief. Bij definitief onvoldoende aanmeldingen uit doelgroepen 1 en 2a zal ook doelgroep 2b actief worden benaderd. Ook deze doelgroep ontvangt een brief. Indien dit niet tot voldoende reacties leidt zal deze brief opgevolgd worden door een herinneringsbrief. Inwoners in de doelgroepen worden naast persoonlijke gerichte werving generiek benaderd via communicatiemiddelen als (sociale) mediakanalen, persberichten, nieuwsberichten in de Barneveldse krant, op de duurzaamheidssite van de gemeente, op de site van het energieloket.

Aanvullende begeleiding voor doelgroep 1: in de voorgestelde aanpak worden eigenaar-bewoners in de telefonische en huisbezoekfase bij voorkeur benaderd door de contactpersoon vanuit de gemeente of welzijnsorganisatie waar al contact mee bestaat. * Om ervoor te zorgen dat de middelen vooral terecht komen bij de mensen die de middelen het hardst nodig hebben, worden gemeenten gevraagd in hun aanvraag hun aanpak toe te lichten hoe zij met de regeling bewoners met (risico op) energiearmoede gaan bereiken.

2

3) Door wie en op welke wijze worden de energiebesparende isolatie- en de eventuele energiezuinige ventilatiemaatregelen georganiseerd? (max: ½ A4) * X Door een interne organisatie X Door een externe organisatie  Anderszins Nadere toelichting: Het project rond de energiebesparende isolatie- en eventuele energiezuinige ventilatiemaatregelen wordt in nauwe samenwerking tussen de gemeente en de uitvoerende organisatie georganiseerd. Deze organisatie voert woningbezoeken uit om inwoners te informeren over de mogelijkheden van isolatie, subsidies en financiering. De inwoner ontvangt een adviesrapport met offertes en wordt in het gehele traject ontzorgd, onder meer met een aanvraag voor een gemeentelijke financiële bijdrage, eventuele ISDE-subsidie en mogelijke financiering. Tijdens kantooruren is een helpdesk beschikbaar. De wijze van opdrachtverlening en beschikken over de financiële middelen voor de uitvoering daarvoor is doelgroepafhankelijk. Er zijn verschillende mogelijkheden:  Doelgroep 1, ‘Extra ondersteuning’: geven goedkeuring aan de uitvoerende organisatie om ten minste een isolatie- en eventuele energiezuinige ventilatiemaatregel uit te voeren. Vervolgens geeft de gemeente opdracht aan deze organisatie om de maatregel uit te voeren, waarbij de betaling hiervoor rechtstreeks door de gemeente aan de organisatie wordt overgemaakt.

De betrokken bewoner kan zo eenvoudig besparende maatregel(en) realiseren door te volstaan met akkoord te gaan met (onderdelen van) de offerte van de uitvoerende organisatie. Indien het offertebedrag binnen de financiële bijdrage van de gemeente valt, hoeft de klant niets voor te financieren en weet de gemeente met zekerheid dat het bedrag aan isolatie en/of ventilatie wordt besteed.  Doelgroep 2a, ‘geen/DEFG < € 439.000’: deze inwoners geven rechtstreeks opdracht aan de uitvoerende organisatie om de werkzaamheden uit te voeren. De gemeente is hierbij geen partij.  Doelgroep 2b, ‘geen/DEFG > € 439.000’: ook deze huishoudens geven rechtstreeks opdracht aan de uitvoerende organisatie. De gemeente is hierbij geen partij.

4) Door wie en op welke wijze worden de energiebesparende isolatie- en de eventuele energiezuinige ventilatiemaatregelen uitgevoerd? (max: ½ A4) * Nadere toelichting: Alle deelnemers ontvangen van de uitvoerende organisatie een aanbod om deel te nemen aan een collectieve inkoopactie isolatie. De inkoopactie is opgebouwd uit een aanbod van meerdere maatregelen waaruit de klant kan kiezen, en waarover de adviseur zal adviseren. Dit aanbod bestaat uit:  Spouwmuurisolatie  Vloer-/ bodemisolatie  Dakisolatie 3

 Isolatieglas (HR++)  Ventilatievoorziening De opdracht om isolerende maatregelen uit te voeren wordt aan de adviserende/organisatie partij gegeven. De daadwerkelijke uitvoering vindt plaats door een of meerdere van de samenwerkingspartners van deze partij. Dit zijn, indien mogelijk, lokale isolerende bedrijven die als onderaannemer de isolatie-/ventilatiemaatregelen uitvoeren. 5) Welke aanpak is voorzien om het maximale bedrag van € 4.000 per woning niet te overschrijden gedurende de looptijd van de lokale aanpak, tenzij de eigenaar-bewoner voldoet aan de uitzonderingsvoorwaarden? (max: ½ A4) * Nadere toelichting: Alle interne en externe kosten worden gebudgetteerd. De financiële bijdrage van doelgroep 1 is gemaximeerd op € 4.000. De projectleider monitort de ontwikkelingen voortdurend, ook voor wat betreft de ontwikkelingen rond doelgroepen 2a en 2b, waardoor het maximale bedrag per woning niet overschreden zal worden. 6) Heeft uw gemeente al ervaring met Doe Het Zelf?  Ja X Nee 7) Op welke wijze krijgt een eventuele Doe Het Zelf-uitvoering vorm binnen uw aanpak?  Vouchers  Een gemeentelijke verordening X De gemeente maakt ondersteuning van Doe Het Zelvers niet mogelijk  Anderszins Nadere toelichting (max: ½ A4) * De gemeente biedt in deze tranche nog geen financiële bijdrage voor DHZ aan.

Als voldoende ervaring in de uitvoering van deze specifieke uitkering is opgedaan, zal overwogen worden om in een volgende tranche wel ondersteuning aan Doe Het Zelvers mogelijk te maken.

8) Wordt er gerichte ondersteuning aangeboden voor eigenaar-bewoners of een gemengde VvE op de onderstaande punten? (meerdere antwoorden mogelijk) X Het adviseren over de energiebesparende maatregelen X Het financiële advies m.b.t. energiebesparende maatregelen X Het ondersteunen bij het aanvragen van subsidies voor energiebesparende maatregelen  Het organiseren van straatgerichte of wijkgerichte of andere collectieve verduurzamingsaanpakken. n.v.t. (als u deze selecteert, dan ook n.v.t. invullen in het invulveld hieronder) Beschrijf hoe de gemeente de (combinatie van) bovenstaande punten zal vormgeven in de aanpak (max: ½ A4 ):

4

Voor alle doelgroepen geldt een aanbod voor deelname aan, in feite, een collectieve inkoopactie. Elke woning wordt door de uitvoerende organisatie bezocht. De inwoner ontvangt een isolatieadvies en offertes zodat met één handtekening opdracht voor de isolatiemaatregel(en) kan worden gegeven. De klant wordt daarnaast vergaand ontzorgd door: - Inzichtelijk maken van de ISDE-subsidie en gemeentelijke financiële bijdrage. - Hulp bij aanvraag en zonodig namens de klant aanvragen van de ISDE-subsidie. - De gemeentelijke bijdrage wordt op basis van de woningkenmerken en offerte verstrekt. - Elke klant wordt geïnformeerd over de financieringsmogelijkheden via het duurzaamheidsfonds SVn en/of het Nationaal Warmtefonds. 9) Hoe wordt de gemeentelijke projectleiding georganiseerd? (max: ½ A4): Binnen dit project is een projectteam actief, met de volgende rollen:   

  

Projectleider: overall coördinatie en aansturing van de uitvoering van de activiteiten die vallen onder deze specifieke uitkering; Projectleider warmtetransitie: bewaakt de samenhang met de verschillende plannen geformuleerd in de transitievisie warmte; Communicatieadviseur in samenwerking met contentspecialist: adviseert over de communicatie-aanpak en verzorgt maatwerkcommunicatie voor de verschillende doelgroepen; Adviseur van de uitvoerende organisatie: is centraal contactpersoon voor de eigenaarbewoner, adviseert over de isolatie- en evt. ventilatiemaatregelen, ondersteunt bij het aanvragen van subsidies voor energiebesparende maatregelen en organiseert de uitvoering van de maatregelen; Gespreksvoerder afdeling Samenleving: vertegenwoordigt de overige gespreksvoerders, die in eerste aanleg contactpersoon zijn voor de eigenaar-bewoners in doelgroep 1; Medewerker lokale (welzijns)organisatie: is in eerste aanleg contactpersoon voor de eigenaar-bewoners in doelgroep 1; Eventueel: externe financieel adviseur: indien tijdens de uitvoering van het project blijkt dat het bieden van onafhankelijk financieel advies aan huishoudens wenselijk is, zal gebruik worden gemaakt van de diensten van deze persoon, binnen het samenwerkingsverband met de andere gemeenten in de regio aangetrokken.

10) Op welke wijze draagt uw aanpak bij aan het versnellen van de transitievisie warmte binnen uw gemeente? (max: ½ A4): Met de beschikbare middelen kan de gemeente Barneveld intensieve ondersteuning bieden aan eigenaar-bewoners om sneller stappen te zetten in de verduurzaming van hun woning. Daarnaast bieden de middelen de mogelijkheid om eigenaar-bewoners (financieel) te ondersteunen die anders niet of moeilijk mee hadden kunnen doen in de energietransitie. De eerste stap in de verkenningswijken uit de transitievisie warmte is isoleren. Door waar mogelijk aan te sluiten bij de aanpak uit de transitievisie warmte worden inzet en middelen gebundeld en woningen versneld geïsoleerd waardoor ook sneller de overstap gemaakt kan worden naar een alternatieve, duurzame warmtebron.

5

De lokale aanpak kan worden ingezet om de wijkgerichte verduurzaming van de gebouwde omgeving te versnellen, zoals die in de transitievisies warmte en uitvoeringsplannen wordt vormgegeven. In wijken waar de gemeente aan de slag gaat met de wijkgerichte verduurzaming zullen de woningen veelal ook moeten worden geïsoleerd, waarna ze kunnen worden aangesloten op een duurzaam alternatief voor aardgas.

Wat is de relatie tussen uw aanpak en de focusgebieden in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid focusgebieden? X Er zijn geen focusgebieden aangewezen in de gemeente 

Er zijn wel focusgebieden aangewezen in de gemeente

In deze gebieden wonen relatief veel kwetsbare mensen. Vaak is een nog niet duurzaam huis met hoge energierekening slechts één van de problemen van de bewoners. Vanuit de burgemeesters, die de voorzitters zijn van de brede gebiedsallianties, is aan het rijk gevraagd om onder meer financiële middelen voor de integrale aanpak van deze stedelijke focusgebieden. Dit is één van de geldstromen vanuit het rijk die hiervoor kan worden ingezet met inachtneming van de overige vereisten van de lokale aanpak. Link naar focusgebieden Nadere toelichting (max: ½ A4): Er zijn geen focusgebieden aanwezig in de gemeente.

6

Isolatieprogramma gemeente Barneveld behorende bij Aanvraag Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie 1. Inleiding ..............................................................................................................................2 1.1 Aanleiding ...............................................................................................................................2 1.2 Analyse doelgroep .................................................................................................................3 1.3 Beoogd resultaat ....................................................................................................................4 1.4 Bijdragen aan beleidsdoelen.................................................................................................4 1.4.1 Transitievisie warmte..........................................................................................................4 1.4.2 Bestrijding energiearmoede ...............................................................................................4 1.4.3 Doelen van Samenleving ...................................................................................................4 2. Communicatie ....................................................................................................................5 3.

Organisatie en uitvoering ....................................................................................................7 3.1 Organisatie van de gemeentelijke projectleiding en uitvoering..........................................7 3.2 Ontwerp beheersorganisatie en rollen .................................................................................7 3.3 Uitvoering isolerende / ventilatiemaatregelen .....................................................................8 4. Financiële middelen en gemeentelijke bijdrage ....................................................................9 Bijlage 1 Mogelijke isolerende en ventilatiemaatregelen .......................................................11

1

1. Inleiding Dit plan is opgesteld voor en dient als bijlage bij de aanvraag voor de Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 1 februari 2023, nr. 20220000430533 houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma.1 Deze subsidieaanvraag betreft een bedrag van € 531.440 voor een beoogd doelbereik van 364 woningen. Hoofdstuk 1 gaat in op de context, bepaling van de doelgroepen, beoogde resultaten en de bijdrage van de lokale aanpak aan andere beleidsdoelen. Hoofdstuk 2 beschrijft het communicatieplan van de lokale aanpak. Dit hoofdstuk gaat specifiek in op het benaderen van de doelgroepen en de begeleiding van eigenaar-bewoners gedurende het proces van verduurzaming. Hoofdstuk 3 beschrijft de organisatie en uitvoering van de lokale aanpak. Daarbij gaan we in op de rollen van de betrokken partijen en op het voorgenomen aanbod. Hoofdstuk 4 tenslotte geeft een overzicht van de financiële bijdrage per doelgroep, een prognose qua te behalen resultaten en de projectkosten. Bijlage 1 bevat een overzicht van mogelijke isolerende en ventilatiemaatregelen.

1.1 Aanleiding Van de 750.000 slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners in Nederland die in aanmerking komen voor ondersteuning van de gemeente, staan er 6.300 in de gemeente Barneveld. De Rijksoverheid stelt de komende jaren middelen ter beschikking zodat gemeenten de lokale aanpak van slecht geïsoleerde woningen kunnen uitvoeren. Om deze middelen aan te vragen moet de gemeente Barneveld een isolatieprogramma opstellen. Dit is een meerjarig plan, dat aansluiting zoekt bij de transitievisie warmte en ander relevant beleid rond energie(armoede). Het richt zich met name op het energetisch verbeteren van woningen met geen of slechte energielabels. Het isolatieprogramma is er specifiek op gericht om juist eigenaar-bewoners die financiële beperkingen ervaren rond het verduurzamen van hun woning te helpen via ondersteuning en extra financiële middelen, naast al bestaande subsidies die voor alle woningeigenaren beschikbaar zijn. Daarbij moet de gemeente Barneveld toelichten en er zorg voor dragen dat de middelen vooral terecht komen bij de mensen die de middelen het hardst nodig hebben; de eigenaar-bewoners met (risico op) energiearmoede. Het isolatieprogramma gaat uit van een actieve benadering van de gemeente.

In 2023, 2024 en 2025 kan de gemeente Barneveld een aanvraag indienen voor de specifieke uitkering van actielijn 1: lokale aanpak door gemeenten uit het Nationaal Isolatieprogramma. De kaders die de Rijksoverheid heeft gegeven zijn als volgt:  Ten minste 80% van de woningen heeft een WOZ-waarde lager dan €439.000;

1

Zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-3877.html#d17e11246 en https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-lokale-aanpak-isolatie 2

 

Energielabel D, E, F of G of er zijn ten minste twee bestaande bouwdelen die niet of slecht geïsoleerd zijn; Per woning kan de gemeente maximaal € 4.000 besteden, met een uitzondering dat er geen maximum is voor eigenaar-bewoners die  in aanmerking komen voor een energietoeslag;  in aanmerking komen voor schuldhulpverlening;  in aanmerking komen voor schuldsaneringsregeling;  in een schuldsanering zitten.

Per woning kan de gemeente € 1.460 aanvragen. In 2023 kan de gemeente een aanvraag indienen voor 364 woningen. Dit betekent dat de gemeente in 2023 in totaal € 531.440 kan aanvragen. De aangevraagde middelen kunnen tot en met 2026 besteed worden.

1.2 Analyse doelgroep Voor de analyse van de doelgroep is gebruik gemaakt van verschillende datasets. De woningvoorraad van de gemeente Barneveld is voor deze analyse op woningniveau in kaart gebracht met informatie over: eigendomssituatie, ontvangen energietoeslag, een- of meergezinswoning, type woning, bouwjaar, gebruiksoppervlak, evt. monumentstatus, energielabel en WOZ-waarde. Deze informatie is gekruist met informatie rond ontvangen energietoeslag, schuldhulpverlening en -sanering. Woningen zonder definitief energielabel zijn op basis van bouwjaar (t/m 1991) bij de doelgroep opgenomen, omdat mogelijk twee slecht geïsoleerde bouwdelen te verwachten zijn. Op deze manier worden de huishoudens geïdentificeerd die in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit de lokale aanpak. Twee doelgroepen zijn gedefinieerd: Doelgroep 1 ‘Extra ondersteuning’: bestaat uit eigenaar-bewoners met een slecht geïsoleerde woning (geen energielabel of label D, E, F of G) die energietoeslag en/of schuldhulp (hebben) ontvangen, of daarvoor in aanmerking komen. Deze groep omvat circa 100 woningen, waarvan circa 90 woningen met geen of een DEFG label. Daarbij komt een groep van circa 10 bewoners in een dergelijke woning, die schuldhulp ontvangen. Doelgroep 2 Deze groep valt uiteen in twee subgroepen.

Beide betreft huishoudens die niet in doelgroep 1 vallen, maar wel in een slecht geïsoleerde koopwoning wonen (dat wil zeggen een woning zonder energielabel, of met energielabel D,E,F of G). Op basis van de WOZ-waarde van de woning worden de twee subgroepen onderverdeeld: Doelgroep 2a ‘‘Geen/DEFG label lager dan € 439.000’ betreft eigenaar/bewoners van een woning met een WOZ-waarde lager dan € 439.000. Dit betreft ca. 3.100 woningen. Doelgroep 2b ‘Geen/DEFG label hoger dan € 439.000’ eigenaar/bewoner is van een woning met een WOZ-waarde hoger dan € 439.000. Het betreft ca. 3.200 woningen. Het onderscheid wordt op basis van WOZ-waarde gemaakt omdat een van de voorwaarden van de regeling is dat ten minste 80% van de aangepakte woningen een WOZ-waarde heeft die lager dan € 439.000 is. Tijdens de uitvoering van het isolatieprogramma zal vermoedelijk blijken dat eigenaarbewoners reeds isolerende maatregelen getroffen hebben en daarmee niet in aanmerking komen voor het aanbod.

3

1.3 Beoogd resultaat Het beoogde resultaat van de lokale aanpak is dat circa 364 slecht geïsoleerde woningen voorzien zijn van ten minste een isolatiemaatregel voor het eind van 2026. Eventueel kan deze maatregel in combinatie met een energiezuinige ventilatiemaatregel uitgevoerd worden. Daarbij gaat het specifiek om woningen van eigenaar-bewoners in de kwetsbare financiële situatie en/of een WOZ-waarde minder dan € 439.000. Aanmeldingen worden gemonitord zodat het beschikbare budget niet overschreden wordt.

1.4 Bijdragen aan beleidsdoelen De voorgestelde aanpak draagt bij aan verschillende beleidsdoelen zoals de uitvoering van de transitievisie warmte, de bestrijding van energiearmoede en doelen van Samenleving.

1.4.1 Transitievisie warmte Met de beschikbare middelen kan de gemeente Barneveld intensievere ondersteuning bieden aan eigenaar-bewoners om sneller stappen te zetten in de verduurzaming van hun woning. Daarnaast bieden de middelen de mogelijkheid om eigenaar-bewoners (financieel) te ondersteunen die anders niet of moeilijk mee hadden kunnen doen in de energietransitie. De eerste stap in de verkenningswijken uit de transitievisie warmte is isoleren. Door inzet van de middelen worden woningen sneller geïsoleerd, worden inzet en middelen gebundeld en woningen versneld geïsoleerd, waardoor ook sneller de overstap gemaakt kan worden naar een alternatieve, duurzame warmtebron.

1.4.2 Bestrijding energiearmoede De voorgestelde aanpak draagt bij aan de bestrijding van (het risico op) energiearmoede, doordat de (financiële) ondersteuning specifiek gericht is op inwoners die eigenaar-bewoner van een woning zijn maar vanwege een laag inkomen of schuldenproblematiek niet of moeilijk mee kunnen doen in de energietransitie. De voorgenomen (financiële) ondersteuning moet leiden tot het treffen van (een) isolatiemaatregel(en), eventueel in combinatie met een energiezuinige ventilatiemaatregel en daarmee een verlaging van de energierekening. In de uitvoering van het isolatieprogramma wordt ook een koppeling gemaakt met het energiearmoedebeleid van de gemeente. Zo kan in voorkomende gevallen het aanbod van de energiecoach (advies op energiebewust gedrag en aanbrengen van eenvoudige energiebesparende maatregelen) gecombineerd worden met het attenderen op en informeren over het isolatieprogramma.

1.4.3 Doelen van Samenleving De gemeente Barneveld stelt een aanpak voor waarbij eigenaar-bewoners ondersteund en begeleid worden bij het verduurzamen van de woning. Daarbij wordt de koppeling gemaakt met het beleidsplan Mensen voorop van de afdeling Samenleving, met name de doelen rond Tegengaan problematische schulden. Door professionals met een bredere blik dan verduurzaming in te zetten, wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het bereiken van deze doelen.

4

2. Communicatie De gemeente hanteert een aanpak die inzet op persoonlijke benadering en intensieve begeleiding (ontzorging) van eigenaar-bewoners bij het verduurzamen van hun woningen. Dit zijn belangrijke elementen om de doelgroep te bereiken en ertoe te bewegen om de eigen woning aan te pakken. De aanpak bestaat in grote lijnen uit de volgende stappen: In 1e instantie worden de inwoners in doelgroep 1 benaderd per brief. Hierin wordt uitgelegd waar de bewoner voor in aanmerking komt en hoe de gemeente hem kan ondersteunen in de verduurzaming van de woning. Mocht de schriftelijke benadering tot onvoldoende reacties leiden, zal vervolgens telefonisch contact gezocht worden met de mensen die aangeschreven zijn. In het geval dat ook deze benadering niet tot voldoende reacties zal leiden, zullen de aangeschreven huishoudens thuis benaderd worden. Reden om bij herhaling de doelgroep te benaderen is dat deze inwoners het meeste baat hebben bij een energiezuiniger huis en dat bekend is dat deze groep lastiger te bereiken is en over de streep te trekken. Al naar gelang de voortgang in benaderen van doelgroep 1 zal na verloop van tijd de benadering van doelgroep 2a gestart worden. Ook deze doelgroep ontvangt een brief. Indien dit niet tot voldoende reacties leidt zal deze brief opgevolgd worden door een herinneringsbrief.

Bij definitief onvoldoende aanmeldingen uit doelgroepen 1 en 2a zal ook doelgroep 2b actief worden benaderd. Ook deze doelgroep ontvangt een brief. Indien dit niet tot voldoende reacties leidt zal deze brief opgevolgd worden door een herinneringsbrief. Eigenaar-bewoners uit de doelgroepen worden naast persoonlijke gerichte werving generiek benaderd via de volgende communicatiemiddelen:  Posts via bestaande (sociale) mediakanalen;  Persberichten, nieuwsberichten in de Barneveldse krant, duurzaamheidssite van de gemeente, site van het energieloket;  Back-up plan als de gerichte aanpak tot onvoldoende deelnemers leidt: fysieke + digitale (bewoners)bijeenkomsten / webinars. Toelichting op de begeleiding voor doelgroep 1: in de voorgestelde aanpak worden eigenaarbewoners in de telefonische en huisbezoekfase bij voorkeur benaderd door de contactpersoon vanuit de gemeente of een welzijnsorganisatie waar al contact mee bestaat. Er is contact gelegd met de betrokken teams binnen afdeling Samenleving, omtrent de inzet van de gespreksvoerders die al betrokken zijn bij de betreffende huishoudens. Tevens is contact gelegd met organisaties als Welzijn Barneveld en Stimenz. Tijdens het daadwerkelijke proces van aanvragen en uitvoeren van isolatie/ventilatiemaatrelen zal de bewoner steeds dezelfde contactpersoon van de uitvoerende organisatie hebben.

Toetsen bij de doelgroep Voorafgaand aan de uitrol van het project gaan wij aan de slag met het toetsen van het aanbod bij de doelgroep Extra ondersteuning. Zo zorgen we dat we de juiste aanpak en tone-of-voice kiezen in onze communicatie-aanpak en middelen. De betrokken deelnemers kunnen ingezet worden als eerste ervaringsdeskundigen. Inzet ervaringsdeskundigen Als er enkele succesvolle voorbeelden zijn in de doelgroep Extra ondersteuning start de werving van ervaringsdeskundigen. Zij spreken de taal van de doelgroep en zitten in 5

dezelfde situatie. Zo werken we toe naar een peer-to-peer aanpak, waarbij ervaringsdeskundigen ingezet kunnen worden als ambassadeurs en een rol spelen in de communicatie.

6

3. Organisatie en uitvoering 3.1 Organisatie van de gemeentelijke projectleiding en uitvoering De projectleiding wordt uitgevoerd door een nog aan te trekken projectleider. Deze voert de regie over de projectvoorbereiding en -uitvoering en is verantwoordelijk voor de projectmonitoring, evaluatie en verantwoording. Hiervoor wordt een online dashboard ontwikkeld. Het project is opgebouwd uit twee projectteams: - Doelgroep 1: projectleider, vertegenwoordigers van afdeling Samenleving, andere betrokken (welzijns)organisaties, communicatiemedewerker en de uitvoerende organisatie. - Doelgroepen 2a en 2b: projectleider, communicatiemedewerker en de uitvoerende organisatie. De uitvoering van woningonderzoeken, de aansluitende advisering en de coördinatie van de uitvoering van de isolerende en/of ventilerende maatregelen wordt uitgevoerd door een externe uitvoerende organisatie. Dit is Susteen, die sinds een jaar door de gemeente wordt ingezet om deze activiteiten uit te voeren.

3.2 Ontwerp beheersorganisatie en rollen De rollen zijn als volgt verdeeld:   

 

Projectleider: overall coördinatie en aansturing van de uitvoering van de activiteiten die vallen onder deze specifieke uitkering; Projectleider warmtetransitie: bewaakt de samenhang met de verschillende plannen geformuleerd in de transitievisie warmte; Communicatieadviseur in samenwerking met contentspecialist: adviseert over de communicatie-aanpak en verzorgt maatwerkcommunicatie voor de verschillende doelgroepen; Adviseur van de uitvoerende partij: is centraal contactpersoon voor de eigenaarbewoner, adviseert over de isolatie- en evt. ventilatiemaatregelen, ondersteunt bij het aanvragen van subsidies voor energiebesparende maatregelen en organiseert de uitvoering van de maatregelen; Gespreksvoerder afdeling Samenleving: vertegenwoordigt de overige gespreksvoerders, die in eerste aanleg contactpersoon zijn voor de eigenaar-bewoners in doelgroep 1; Medewerker lokale (welzijns)organisatie: is in eerste aanleg contactpersoon voor de eigenaar-bewoners in doelgroep 1; Eventueel: externe financieel adviseur: indien tijdens de uitvoering van het project blijkt dat het bieden van onafhankelijk financieel advies aan huishoudens wenselijk is, zal gebruik worden gemaakt van de diensten van deze persoon, binnen het samenwerkingsverband met de andere gemeenten in de regio aangetrokken.

Samenwerking wordt gezocht met het Sociaal Juridisch Steunpunt, omtrent het eventueel ondersteunen van met name doelgroep 1 bij het invullen van formulieren en het aanvragen van subsidies. Daarnaast handelen medewerkers van het klantcontactcentrum van de gemeente Barneveld en medewerkers van de adviserende/uitvoerende organisatie vragen van inwoners af.

7

Een beslisboom en een e-formulier voor het aanvragen van de gemeentelijke financiële bijdrage dan wel ISDE subsidie zal ontwikkeld worden.

3.3 Uitvoering isolerende / ventilatiemaatregelen De wijze van opdrachtverlening en beschikken over de financiële middelen voor de uitvoering daarvoor is doelgroepafhankelijk. Er zijn verschillende mogelijkheden:  Doelgroep 1, ‘Extra ondersteuning’: geven goedkeuring aan de uitvoerende organisatie om ten minste een isolatie- en eventuele energiezuinige ventilatiemaatregel uit te voeren. Vervolgens geeft de gemeente opdracht aan deze organisatie om de maatregel uit te voeren. De financiële bijdrage wordt door de gemeente rechtstreeks aan de uitvoerende organisatie verstrekt. De betrokken bewoner kan zo eenvoudig besparende maatregel(en) realiseren door te volstaan met akkoord te gaan met (onderdelen van) de offerte van de uitvoerende organisatie. Indien het offertebedrag binnen de financiële bijdrage van de gemeente valt, hoeft de klant niets voor te financieren en weet de gemeente met zekerheid dat het bedrag aan isolatie en/of ventilatie wordt besteed.  Doelgroep 2a, ‘geen/DEFG < € 439.000’: deze inwoners geven rechtstreeks opdracht aan de uitvoerende organisatie om de werkzaamheden uit te voeren. De gemeente is hierbij geen partij.  Doelgroep 2b, ‘geen/DEFG > € 439.000’: zoals in paragraaf 1.2 genoemd kan bij definitief onvoldoende aanmeldingen uit doelgroepen 1 en 2a ook doelgroep 2b actief worden benaderd.

Ook deze huishoudens geven rechtstreeks opdracht aan de uitvoerende organisatie. De gemeente is hierbij geen partij. De opdracht om isolerende of ventilerende maatregelen uit te voeren wordt aan de uitvoerende organisatie gegeven. De daadwerkelijke uitvoering daarvan vindt plaats door een of meerdere van de samenwerkingspartners van deze organisatie. Dit zijn, indien mogelijk, lokale isolerende bedrijven die als onderaannemer de isolatie/ventilatiemaatregelen uitvoeren.

8

4. Financiële middelen en gemeentelijke bijdrage De gemeente Barneveld vraagt voor € 531.440 SpUk-gelden aan. Hiermee kunnen 364 eigenaar-bewoners geholpen worden aan één of meerdere energiebesparende maatregelen. De gemiddelde vergoeding per woning bedraagt dus € 1.460. Naast de kosten voor een externe projectleider en de kosten voor de uitvoerende organisatie zal (afhankelijk van de doelgroep) een financiële bijdrage worden gegeven met als doel bewoners te stimuleren hun woning te verduurzamen. Die bijdrage is als volgt: Doelgroep 1: Deze groep mensen ontvangt een gratis isolatie-/ventilatie-advies en ontvangt voor de uitvoering van één of meerdere maatregel(en) maximaal € 4.000 van de gemeente. Besloten is om dit bedrag als maximum aan te houden, zodat budget wordt vrijgehouden om een groter aantal huishoudens mee te kunnen laten deelnemen aan dit project. Doelgroep 2a: Deze inwoners kunnen een aanvraag indienen bij de gemeente om in aanmerking te komen voor uitbetaling uit de regeling, en kunnen deze inzetten om de uitvoering van de maatregel(en) te betalen. Huishoudens ontvangen een gratis isolatie-/ventilatie-advies en kunnen een maximale bijdrage van € 1.000 per woning ontvangen. Doelgroep 2b: Inwoners ontvangen in beginsel geen financiële bijdrage, deze huishoudens betaling in principe de maatregelen volledig zelf.

Zij kunnen voor het sterk gereduceerde bedrag van € 35 een isolatie-/ventilatie-advies ontvangen om zodoende mee te doen aan deze collectieve inkoopactie. Mocht blijken dat de budgetruimte dit toelaat, dan kan de gemeente overwegen om ook deze doelgroep een financiële bijdrage te verstrekken bij het uitvoeren van de maatregelen. Doelstelling In de onderstaande tabel is een inschatting gemaakt van het aantal woningen behorende tot de doelgroepen en de verwachte respons op de wervingsacties. Daaruit volgt het aantal woningbezoeken van een adviseur bij de bewoner thuis. Op basis van het advies en mogelijke offerte(s) is een verwacht deelnamepercentage (‘conversie’) van bewoner naar minimaal één maatregel weergegeven. Dat resulteert in het aantal woningen dat wordt verduurzaamd met een procentuele verdeling van duurzamere woningen van de betreffende doelgroep ten opzichte van het totaal. Doelgroep 1 en 2a tezamen moeten conform SpUk minimaal 80% van het aantal woningen bedragen. Het aantal verwachte duurzamere woningen bedraagt 364, hetgeen overeenkomt met de SpUk-doelstelling voor de gemeente Barneveld.

Doelgroep

1. Extra ondersteuning 2a. DEFG woningen, WOZ < €439.000 2b. DEFG woningen, WOZ ≥ €439.000 Totaal

Aantal woningen 100 3.136 3.246 6.482

Respons

70% 22% 5%

9

Woningbezoeken

Conversie

Aantal verdeling duurzamere woningen woningen 70 70% 49 13% 690 40% 276 76% 162 24% 39 11% 922 364 100% 364 waarvan 80% onder doelstelling gemiddelde SPUK gemeentelijke WOZ-waarde

Projectkosten In onderstaande tabel zijn de projectkosten becijferd uitgaande van het aantal ingeschatte woningbezoeken en de daarbij horende proceskosten per woningbezoek. De gemeente stelt een financiële bijdrage per woning beschikbaar. Voor doelgroep 1 maximaal € 4.000. Gemiddeld, blijkt uit ervaringen bij andere gemeenten, zal dat in de praktijk ongeveer € 3.700 per woning bedragen. Voor doelgroep 2a is rekening gehouden met een financiële bijdrage van € 1.000. De investering voor een isolatiemaatregel is in de praktijk vaak minimaal € 1.000 zodat de maximale bijdrage is aangehouden. Doelgroep 2b ontvangt in beginsel geen financiële bijdrage van de gemeente. Aan projectkosten (start- en begeleidingskosten) van de uitvoeringsorganisatie is € 12.500 opgenomen. De kosten voor de gemeentelijke projectleider worden uit bestaande budgetten betaald en zijn hier niet opgenomen. Dit resulteert met een klein restbedrag in een totaalbedrag dat overeenkomt met de SpUK bijdrage van € 531.440. Doelgroep

Start- en begeleidingskosten 1. Extra ondersteuning 2a. DEFG woningen, WOZ < €439.000 2b. DEFG woningen, WOZ ≥ €439.000 Restbedrag Totaal

Aantal Proceskosten woningbez per woning oeken 70 690 162

90 70 41

922

Aantal duurzame woningen 49 276 39 364

Financiele Projectkosten bijdrage per woning 3.700 1.000 -

12.500 187.600 324.300 6.666 374 531.440

Het verstrekken van de gemeentelijke financiële bijdrage wordt formeel in een gemeentelijke regeling beschreven. De maximale bijdrage per huishouden zal niet hoger zijn dan € 4.000. Dit betekent dat de eigenaar-bewoner zelf een deel van de kosten zal moeten dragen als de opdracht voor werkzaamheden dit bedrag overschrijdt.

10

Bijlage 1 Mogelijke isolerende en ventilatiemaatregelen   

o Dakisolatie, dan wel zolder- of vlieringsisolatie, waarbij: Ten minste 20m2; Isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W; Lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

 

o Gevelisolatie, waarbij: Ten minste 10 m2 van bestaande binnen- of buitengevel; Isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W.

  

o Glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie, waarbij: Ten minste 8 m2; Glas, kozijnpanelen of deuren vervangen door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K, of; Glas, kozijnpanelen of deuren vervangen door triple-glas, in combinatie met nieuw isolerend kozijn met Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met Ud-waarde van ten hoogste 1 W/m2K.

  

o Spouwmuurisolatie, waarbij: Ten minste 10 m2; Isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 1,1 m2K/W; Lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

 

o Vloer- of bodemisolatie, waarbij: Ten minste 20 m2; Isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W; Lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

De bovenstaande maatregelen kunnen eventueel gecombineerd worden met: 

o Ventilatiemaatregelen, waarbij: Het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor een CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=55654cfa-3a6b-49ba-b9ab-6212b65cb67b