CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.1 Besluit B&W inzake proces herziening Zonneladder en notitie lokaal eigenaarschap d.d. 9-11-21.pdf

Commissie Samenleving 26 januari 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Raadsagenda : Zonneladder / besluit B&W inzake proces herziening Zonneladder en notitie lokaal eigenaarschap.8.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

-1Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Behandelaar: Donner, Jerphaas Telefoonnummer: 338

Voorstelnr. 1722 Barneveld, 28 oktober 2021 Portefeuillehouder: D.J. Dorrestijn-Taal

Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Op overzicht Bestaand beleid (website)

Onderwerp:

Proces herziening Zonneladder en notitie lokaal eigenaarschap

Gevraagde beslissing: 1. Kennis nemen van de notitie De Derde Ronde, De Barneveldse Zonneladder herzien 2. De notitie vrijgeven voor een brede maatschappelijke consultatie 3. Instemmen met de procesmemo over zonneladder en lokaal eigenaarschap en deze memo, inclusief de bijlagen ter kennisgeving aan te bieden aan de raad.

1. Inleiding De Barneveldse Zonneladder is na twee jaar toe aan een herziening. De RES is verschenen, de ladder is geëvalueerd, er zijn raadsmoties en een amendement aangenomen en de ontwikkelingen van het energienetwerk vraagt om bijsturing van de aanpak. Het raadsamendement bij de RES Foodvalley 1.0, vraagt om minimaal 51% lokaal eigenaarschap bij energieprojecten. Om daaraan invulling te geven is de concept memo Lokaal eigenaarschap geschreven. Beide documenten hebben een sterke maatschappelijke component en vragen in de uitvoering veel van bewoners en ondernemers in de gemeente Barneveld. Daarom worden de concepten eerst voorgelegd aan bewoners, ondernemers en relevante stakeholders. De definitieve versie zal vervolgens ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. De bijgevoegde memo beschrijft kort de te volgen procedure bij de herziening van de Barneveldse Zonneladder en de notitie Lokaal eigenaarschap.

2. Beoogd effect a) Meetbaar effect De criteria voor zonnevelden zijn up to date en er is overeenstemming over het begrip lokaal eigenaarschap in Barneveld. b) Maatschappelijk effect Voor initiatiefnemers van energieprojecten en inwoners en ondernemers in Barneveld bestaat duidelijkheid over zonnevelden en lokaal eigenaarschap. Deze duidelijkheid is maatschappelijk gedragen door een brede consultatie.

3. Argumenten 1.1. Herziening van de Zonneladder is nodig Maatschappelijke en technische ontwikkelingen maken een herziening van het beleid ten aanzien van zonne-energie en zonnevelden in Barneveld nodig. 2.1. Het is belangrijk dat betrokkenen hun inbreng hebben kunnen leveren voor de nieuwe uitgangspunten voor zonne-energie in Barneveld Het is belangrijk dat bewoners, ondernemers en maatschappelijke stakeholders hun inbreng kunnen leveren waardoor er sprake is van een maatschappelijk gedragen beleid. De consultatie voor de notitie over lokaal eigenaarschap is 7 oktober 2021 van start gegaan. 3.1. De raad wordt op de hoogte gesteld van het proces en de notities over zonne-energie en lokaal eigenaarschap Met de memo over het consultatieproces en de bijlagen is de raad op de hoogte van de wijze waarop de herziene zonneladder en de notitie over lokaal eigenaarschap tot stand zijn gekomen.

4. Kanttekeningen 5. Financiën -

-2-

6. Uitvoering Planning: 2021 November, consultatie De derde Ronde, herziening Barneveldse Zonneladder December, aanpassen De derde Ronde en Notitie Lokaal Eigenaarschap 2022 Januari, aanbieden beide documenten aan het college Februari, aanbieden beide documenten aan de raad

Communicatie: Energie coöperaties, plaatselijk belang, ondernemersverenigingen en initiatiefnemers van energieprojecten worden rechtstreeks benaderd. Bewoners en overige ondernemers via de krant, de website van de gemeente en sociale media.

Evaluatie/controle 7. Bijlagen • • •

Memo Proces Herziening Zonneladder Conceptnotitie De Derde Ronde, De Barneveldse Zonneladder herzien Conceptnotitie Lokaal Eigenaarschap

Memo

Datum: 26 oktober 2021 Onderwerp:

Proces herziening zonneladder en definiëring lokaal eigenaarschap

Ter attentie van:

College van B&W

Afzender:

Jerphaas Donner P Proces herziening Zonneladder en definiëring lokaal eigenaarschap Aanleiding De Barneveldse Zonneladder is na twee jaar toe aan een herziening. De RES is verschenen, de ladder is geëvalueerd, er zijn raadsmoties en een amendement aangenomen en de ontwikkelingen van het energienetwerk vraagt om bijsturing van de aanpak. Het raadsamendement bij de RES Foodvalley 1.0, vraagt om minimaal 51% lokaal eigenaarschap bij energieprojecten. Om daaraan invulling te geven is de concept memo Lokaal eigenaarschap geschreven. Beide documenten hebben een sterke maatschappelijke component en vragen in de uitvoering veel van bewoners en ondernemers in de gemeente Barneveld. Daarom worden de concepten eerst voorgelegd aan bewoners, ondernemers en relevante stakeholders. De definitieve versie zal vervolgens ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Doel Deze memo beschrijft kort de te volgen procedure bij de herziening van de Barneveldse Zonneladder en de notitie Lokaal eigenaarschap. Inhoud memo Barneveldse Zonneladder In juli 2019 is de Barneveldse Zonneladder vastgesteld. Vervolgens is een Tenderprocedure ontwikkeld en uitgevoerd. Er hebben zich in de tender 9 projecten aangemeld. 4 daarvan zijn inmiddels in uitvoering, 2 zijn nog in procedure en 3 hebben het niet gered.

Met de huidige projecten worden zo’n 135.000 van de 175.000 panelen, op ongeveer 30 ha, land gerealiseerd. Er blijven 40.000 panelen op land over voor een volgende ronde. In 2020 is de procedure tussentijds geëvalueerd en dat heeft een aantal aanbevelingen opgeleverd voor een vervolg.

Naast de evaluatie hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die om herziening van de zonneladder vragen. De RES is verschenen, de ladder is geëvalueerd, er zijn raadsmoties en een amendement aangenomen en de ontwikkelingen van het energienetwerk vragen om bijsturing van de aanpak. Daarom heeft het college opdracht gegeven voor een herziening van de huidige Zonneladder. De concept herziening wordt eerst aangeboden aan bewoners, ondernemers en relevante stakeholders voor een brede consultatie. Het college verwacht rond de jaarwisseling de definitieve versie van de herziene zonneladder voor te kunnen leggen aan de raad. Definiëring lokaal eigenaarschap Het klimaatakkoord, de RES Foodvalley 1.0 en de gemeenteraad van Barneveld hebben aangegeven grote waarde te hechten aan lokaal eigenaarschap bij energieprojecten. Er bestaan verschillende beelden over de inhoud en de wijze van operationaliseren van zowel het begrip lokaal als het begrip eigenaarschap. Om hier duidelijkheid over te geven heeft het college opdracht gegeven tot de notitie Lokaal eigenaarschap. Evenals bij de herziening van de zonneladder is maatschappelijke participatie bij de invulling van het begrip van belang. Het zijn tenslotte de bewoners en ondernemers die uiteindelijk uitvoering geven aan het lokaal eigenaarschap. Het college heeft de notitie Lokaal eigenaarschap vrijgegeven voor consultatie.

De notitie is geplaatst op de website van de gemeente en er is een oproep gedaan via de gemeentepagina om te reageren. Tevens zijn initiatiefnemers, energiecoöperaties en relevante stakeholders actief benaderd. Met de input van verschillende maatschappelijke partijen hoopt het college te komen tot een afgewogen benadering van de door de raad gewenste 51% lokaal eigenaarschap. Vervolg De definitieve notities worden beide voorgelegd ter besluitvorming aan het college. Bijlagen: • Notitie De Derde Ronde, de Barneveldse Zonneladder herzien • Notitie Lokaal Eigenaarschap

CONCEPT

MEMO LOKAAL EIGENAARSCHAP

Afbeelding voorzijde: kippen met zonnepanelen op de achtergrond

CONCEPT versie 6 oktober 2021

CONCEPT 2

Memo lokaal eigenaarschap 

INHOUDSOPGAVE 1|

Aanleiding 4

2|

Consultatie 4

3|

Achtergrond 4

4|

Aanleiding 5

5|

Wat is lokaal? 7

6|

Stimuleren of afdwingen 8

7|

Aandachtspunten 10

CONCEPT

Memo lokaal eigenaarschap 

3

1 | AANLEIDING

2 | CONSULTATIE

Bij de besluitvorming over de Regionale Energie Strategie Foodvalley tijdens de raadsvergadering van 26 mei 2021 is een amendement aangenomen over 51% lokaal eigenaarschap bij energieprojecten. De gemeente wil met deze notitie, mede op basis van de toelichting bij het amendement, concreet invulling geven aan dit begrip.

Voorafgaand aan de aanbieding aan de gemeenteraad zal een maatschappelijke consultatie plaatsvinden. Bewoners worden uitgenodigd te reageren via de Barneveldse krant, de website van de gemeente en sociale media. Lokale energiecoöperaties worden rechtstreeks aangeschreven met het verzoek te reageren. Contactpersonen in de dorpen die betrokken zijn bij de dorpsgesprekken over energie zullen een uitnodiging ontvangen om te reageren, evenals bedrijven en ondernemersverenigingen. Het thema en de notitie worden eveneens besproken tijdens een thema-avond over energie en (financiële) participatie ter voorbereiding op de Structuurvisie Windenergie. De reacties worden meegenomen in de definitieve notitie.

In de toelichting bij het amendement geven de indieners het belang van lokaal eigenaarschap aan: • • • • •

Met lokaal eigenaarschap blijven inwoners betrokken en actief; Lokaal eigenaarschap zorgt er voor dat de opbrengsten van zonne- en windprojecten binnen de gemeentegrenzen blijft; Als inwoners eigenaar kunnen worden draagt dat bij aan verantwoordelijkheidsbesef en draagvlak; Met lokaal eigenaarschap wordt voldaan aan de aanbeveling van het Burgerforum en aan de wens van o.a. Duurzaam Kootwijkerbroek; Met minimaal 51% lokaal eigenaarschap is er een ‘meerderheidsaandeel’ voor lokale eigenaren.

3 | ACHTERGROND In het Klimaatakkoord is afgesproken dat voor grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit door zon en wind op land gestreefd wordt naar 50% eigendom van de lokale omgeving. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken. Het klimaatakkoord geeft verder een aantal richtlijnen. Zo moet er sprake zijn van een open en transparant proces. Het gaat om lokaal eigendom op projectniveau, dus niet een landelijk of regionaal gemiddelde. (Mede-) eigendom betekent niet alleen financieel eigendom, maar ook (democratisch) zeggenschap over het project én over de besteding van de baten.

Er zijn veel manieren waarop zowel aan het begrip lokaal als het begrip eigenaarschap invulling kan worden gegeven. Het is van belang om hier als gemeente over te besluiten alvorens hierover richtlijnen te geven aan initiatiefnemers van energieprojecten. Het eerste document waarin deze richtlijnen in praktijk zullen worden gebracht is de Structuurvisie Windenergie. Daarom wordt deze notitie gelijktijdig met de Structuurvisie Windenergie aangeboden aan de raad.

CONCEPT 4

Memo lokaal eigenaarschap Aanleiding

4 | AANLEIDING Volgens het klimaatakkoord is lokaal eigendom altijd een collectief eigendom. Collectief eigendom is bijvoorbeeld mogelijk in een coöperatie of een vereniging (of een samenwerking van coöperaties), waarbij bewoners en bedrijven kunnen participeren, meebeslissen en mede-eigenaar worden via lidmaatschap bij de coöperatie of vereniging. Een coöperatie is niet de enige vorm van financiële participatie bij energieprojecten. In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 1 september 2021 verwoordt staatsecretaris YeşilgözZegerius de verschillende vormen van financiële participatie als volgt:

“Financiële participatie kent meerdere vormen, namelijk met een omwonendenregeling, met een omgevingsfonds, met financiële deelneming en met mede-eigenaarschap. Een omwonendenregeling is een manier om een bepaalde groep omwonenden voordeel te laten ontvangen, bijvoorbeeld in de vorm van verduurzaming van hun woning of korting op groene stroom. Een omgevingsfonds is een manier om een deel van de opbrengsten van het project ten goede te laten komen aan maatschappelijke doelen in de buurt die door de omgeving zelf worden vastgesteld. Met financiële deelneming nemen omwonenden risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld met obligaties. Bij mede-eigenaarschap zijn omwonenden risicodragend mede-eigenaar van het project, via een vereniging of coöperatie of door middel van aandelen, en is hun financiële profijt direct gekoppeld aan het rendement van het project. Door mede-eigenaarschap kan de omgeving ook hun zeggenschap in een project vergroten”. De staatssecretaris verwijst in haar brief naar de participatiewaaier. Bij een energieproject zijn verschillende groepen betrokken. Naast de omwonenden is er sprake van een grondeigenaar, een initiatiefnemer, investeerders en de gemeente. De ontwikkeling van een zonneveld of windturbine is een samenspel van deze partijen.

De Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie heeft samen met een aantal andere deelnemers aan de elektriciteitstafel van het Klimaatakkoord een overzicht gemaakt van de participatiemogelijkheden, de zogenaamde participatiewaaier.

CONCEPT

Memo lokaal eigenaarschap Aanleiding

5

De participatiewaaier maakt onderscheid tussen 5 vormen:

Bij procesparticipatie wordt onder andere afgesproken hoe lokaal eigenaarschap wordt geregeld, en wie daarvan kunnen profiteren. Daarvoor zijn de vier vormen beschikbaar die in bovenstaand figuur en in de brief van de staatssecretaris worden genoemd.

Eigenaarschap In navolging van het klimaatakkoord verstaat de gemeente Barneveld onder eigenaarschap ‘Een collectief eigendom, waarbij de leden via een coöperatie of vereniging, zeggenschap hebben over het project en meeprofiteren van de revenuen. Leden kunnen zowel burgers, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties zijn.’

Omdat er geen landelijke, provinciale of regionale definitie bestaat van lokaal eigenaarschap en het klimaatakkoord aangeeft dat dat vooral lokaal moet worden afgesproken hanteert Barneveld eigen, onderstaande definities van lokaal en eigenaarschap: Lokaal Voor de gemeente Barneveld stellen wij voor om bij een project de volgende criteria voor het begrip ‘lokaal’ te hanteren:

Partijen die positief gereageerd hebben vanuit, in eerste instantie de eerste cirkel in de definitie lokaal, en zo nodig, in tweede instantie, vanuit de hele gemeente zijn mede eigenaar van het project en beslissen mee over de revenuen uit het project en alle vraagstukken die op de eigenaar van het project afkomen. Zij dragen daarbij ook de risico’s van het project, en mogelijke kosten die uit het project voortkomen. Omwonenden die geen mogelijkheid hebben om financieel deel te nemen in een project maar dat wel willen kunnen dat doen vanuit een omwonendenregeling.

1. Directe omgeving Direct omwonenden en ondernemers die binnen een cirkel van 12 keer de rotordiameter van de windturbine(s) wonen of gevestigd zijn krijgen een eerste recht van koop. Bij zonnevelden betreft het alle omwonenden die vanuit hun huis of erf zicht hebben op het perceel waarop het zonneveld geprojecteerd is en/of binnen een straal van 500 meter van dit perceel wonen. Deze groep kan, al dan niet via een coöperatie, eigendom verwerven. Dit eigendom staat los van eventuele compensatieregelingen.

Maatwerk Zoals in het klimaatakkoord staat aangegeven vereist het begrip lokaal eigenaarschap maatwerk per project. De gemeente Barneveld stelt daarom voor dat de invulling daarvan wordt overgelaten aan de partijen die betrokken zijn bij een initiatief: De initiatiefnemer, de grondeigenaar, de energiecoöperatie, omwonenden en gevestigde bedrijven. Zij bepalen samen in een omgevingsovereenkomst hoe het eigenaarschap geregeld wordt zolang er sprake is van minimaal 51% lokaal eigenaarschap voor de duur van het project.

2. Gemeente Als bewoners en inwoners uit de eerste cirkel onvoldoende animo of mogelijkheden hebben om aan de gewenste 51% te voldoen, zal de initiatiefnemer bewoners en ondernemers die elders in de gemeente Barneveld wonen of gevestigd zijn een aanbod moeten doen om medeeigenaar te worden van het project. 3. Duurzaamheids- of omgevingsfonds Mocht ook binnen de gemeente onvoldoende animo zijn om aan de gewenste 51% eigenaarschap te voldoen zal de initiatiefnemer op andere wijze een bijdrage moeten leveren aan de acceptatie van de omgeving. Dit kan via obligaties en een aanvullende bijdrage aan een lokaal duurzaamheidsfonds of omgevingsfonds.

Afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst waar alle betrokken partijen hun handtekening onder zetten. Op basis hiervan wordt er een projectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het project de financiële participatie optimaal wordt ingericht. Een omgevingsfonds, gesocialiseerde grondvergoedingen, of een tegemoetkoming voor omwonenden.

LOKAAL EIGENAARSCHAP IN BARNEVELD CONCEPT 6

Memo lokaal eigenaarschap Aanleiding

5 | WAT IS LOKAAL? Om collectief lokaal eigenaarschap goed te regelen is een rechtsvorm in de vorm van een coöperatie of vereniging nodig. Er kan voor een project een coöperatie worden opgericht, maar een reeds gevestigde coöperatie kan ook mede initiatiefnemer zijn van een project. Lokale ondernemers kunnen als initiatiefnemer, grondeigenaar of deelnemer aan een coöperatie participeren in een project. Wanneer 1 lokale ondernemer 100% eigenaar is van een zonof windproject is dat niet in de geest van het klimaatakkoord. De vraag is hoeveel ondernemers dan wel en wat is de verhouding burgers/ondernemers in het eigendom. Bij financiële deelneming krijgt de omgeving certificaten, aandelen of obligaties aangeboden waarmee zij investeren in het project en meedelen in het rendement. Dit kunnen gratis aandelen zijn ter compensatie van de nabijheid van een energieproject, maar ook mogelijkheden om risicodragend te investeren in het project. Voor een omgevingsfonds wordt een deel van de inkomsten van een energieproject afgeroomd ten behoeve van maatregelen die de leefomgeving en/of duurzaamheid bevorderen in de omgeving. Een omwonendenregeling geldt voor een beperkte groep die in de buurt van het project woont of werkt en daarvoor gecompenseerd wordt. Dat kan bijvoorbeeld met gratis zonnepanelen, een aandeel in het project of een financiële vergoeding.

CONCEPT

Memo lokaal eigenaarschap Wat is lokaal

7

Het klimaatakkoord geeft geen landelijke standaard voor wat de lokale omgeving van een project is. Welke bewoners, (agrarische) grondeigenaren en bedrijven onderdeel zijn van de lokale omgeving wordt volgens het klimaat akkoord lokaal en per project bepaald. Toch moet duidelijk zijn, wie er bij een project worden uitgenodigd om mee te praten, en welke rechten zij hebben. Daarom is het toch belangrijk om als gemeente zo concreet mogelijk aan te geven binnen welke straal van een project bewoners gecompenseerd worden, kunnen meepraten of kunnen investeren. Ook is het belangrijk aan te geven voor welk gebied en welke doelen een gebiedsfonds bedoeld is. De precieze invulling van de compensatie en het mede eigenaarschap kan per project in samenspraak tussen omwonenden, initiatiefnemer, grondeigenaar en gemeente worden bepaald en vastgelegd in een omgevingsovereenkomst.

6 | STIMULEREN OF AFDWINGEN Binnen de huidige kaders van ruimtelijke ordening en de toekomstige omgevingswet is afdwingen van lokaal eigenaarschap niet mogelijk. Het door NPRES gepubliceerde factsheet, ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie’, stelt: “Decentrale overheden (gemeenten en provincies) kunnen de wens van financiële participatie van de lokale omgeving in projecten voor hernieuwbare energie stimuleren, maar niet afdwingen.(..) Deze grenzen aan de bevoegdheden komen voort uit de opvatting – naar de huidige stand van de jurisprudentie – dat financiële participatie van de omgeving in een energieproject geen ruimtelijk relevant motief dient. Wel of niet financieel participeren door de omgeving verandert immers niets aan de ruimtelijke impact van het project.”

een inspanningsverplichting, ook als deze eis als randvoorwaarde voor planologische medewerking is geformuleerd. Daarbij moet wel duidelijk en tijdig aan initiatiefnemers worden bekend gemaakt wat er van hen wordt verlangd.

Afdwingen via ruimtelijke instrumenten is weliswaar niet mogelijk maar er zijn wel mogelijkheden om lokaal eigenaarschap te stimuleren. Het bovengenoemde factsheet benoemt een aantal van die mogelijkheden. Belangrijk is het te vermelden dat initiatiefnemers van de opwekking van duurzame energie zich achter het Klimaatakkoord hebben geschaard en daarmee hun steun hebben gegeven aan het principe van 50% lokaal eigenaarschap. Vanuit juridisch oogpunt beschouwt de Afdeling bestuursrechtspraak zowel proces participatie als (financiële) participatie als een inspanningsveplichting gericht op het informeren van omwonenden en het creëren of vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor de gewenste ontwikkeling. In het participatiebeleid van de gemeente moet dan wel de eis van ‘breed maatschappelijk draagvlak’, ‘voldoende draagvlak’ of ‘een eerlijk en transparant participatieproces’ worden opgenomen. Er blijft sprake van

CONCEPT

8

Memo lokaal eigenaarschap Stimuleren of afdwn i gen

Met de Barneveldse Zonneladder heeft de gemeente ervaring opgedaan met een maatschappelijke tender. De Barneveldse Zonneladder wordt ook als voorbeeld genoemd in het factsheet over lokaal eigenaarschap van de NPRES. De evaluatie van de tender heeft veel aanbevelingen opgeleverd voor de verbetering van deze methodiek. Barneveld wil de maatschappelijke tender, inclusief de verbeteringen, ook toepassen op de keuze voor een windenergie project op basis van de structuurvisie windenergie. In een maatschappelijke tender kunnen punten worden toegekend aan de mate waarin de initiatiefnemer zich zal inspannen om omwonenden te informeren en draagvlak te creëren of te vergroten. Het is belangrijk om specifiek aan te geven welke inspanningen op het gebied van participatie worden verlangd. Potentiële gegadigden moeten gelijke kansen krijgen (gelijkheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel). Een eis dat op voorhand afspraken met omwonenden over ruimtelijke inpassing of financiële participatie moeten zijn gemaakt voordat een aanvraag voor planologische medewerking aan het energieproject in behandeling kan worden genomen of voordat medewerking verleend kan worden, kan niet worden gesteld in de tender. Dat zou namelijk neerkomen op een resultaatsverplichting en is gelet op wetgeving en jurisprudentie niet toelaatbaar.

In de Barneveldse Zonneladder wordt die eis ook niet gesteld maar, zo bleek uit de evaluatie, er kan wel meer helderheid worden gegeven over de vier vormen van financiële participatie.

Omgevingstafel en -overeenkomst Het ‘winnende’ voorstel schuift aan bij een omgevingstafel met een onafhankelijke voorzitter. Hierin worden de details van het voorstel besproken en zo nodig verder uitgewerkt. Resultaat van de omgevingstafel is een omgevingsovereenkomst, die zowel door initiatiefnemer als omwonenden, gevestigde bedrijven en gemeente ondertekend wordt. In de omgevingsovereenkomst worden concrete afspraken gemaakt over: • omwonendenregeling; • mede-eigenaarschap; • financiële deelneming; • een omgevingsfonds.

Die duidelijkheid wordt deels geboden door deze notitie. Verdere invulling is per project in overleg met omwonenden, grondeigenaar, initiatiefnemer en gemeente noodzakelijk. Zo kunnen samen met omwonenden en bedrijven criteria geformuleerd worden, op basis waarvan voorstellen kunnen worden ingediend. De voorstellen worden beoordeeld door een commissie waarin, naast de gemeente Barneveld, ook betrokkenen uit de eerste cirkel zitting hebben.

MAATSCHAPPELIJKE TENDER CONCEPT

Memo lokaal eigenaarschap Stimuleren of afdwingen

9

7 | AANDACHTSPUNTEN Energiecoöperaties Stel je 51% lokaal eigenaarschap als criterium in een tender dan zal het initiatief al gauw liggen bij een coöperatie. Dat kan een coöperatie van ondernemers zijn, van bewoners, of een mix van beide.

zijn, als een wegverbreding, uitbreiding van een industrieterrein, de komst van nieuwe voorzieningen en/of infrastructurele plannen. Ook als een project met lokaal eigenaarschap gerealiseerd is vraagt dat betrokkenheid en tijd. Als mede-eigenaar moet je tenslotte meebeslissen over bijvoorbeeld de inkomsten die een project genereert. Het is maar de vraag of bewoners en ondernemers die tijd kunnen vrijmaken. En als dat niet kan, hoe dan toch de participatie zo goed mogelijk georganiseerd kan worden. Dat kan met behulp van een energiecoöperatie.

Op 15 maart 2018 heeft het college van Barneveld een besluit genomen over het uitdaagrecht (Right to challenge). Wanneer bewoners vinden dat ze een bepaalde activiteit slimmer, sneller of goedkoper uit kunnen voeren dan hun lokale overheid kunnen ze deze uitdagen om de verantwoordelijkheid (en bijhorende financiële middelen) aan hen over te dragen. Het uitdaagrecht, “Right to Challenge”, kan ook worden toegepast op energieprojecten. Voorbeelden zijn energieloketten die worden beheerd door energiecoöperaties. Mogelijk kan het uitdaagrecht worden ingezet door energiecoöperaties en andere maatschappelijke organisaties bij het vormgeven van 51% lokaal eigenaarschap.

Op dit moment zijn de energiecoöperaties in Barneveld vrijwilligersorganisaties die in hun vrije tijd ledenwerving en -administratie doen, projectontwikkeling, overleg in de RES, subsidieaanvragen bij de RVO indienen, inspraakreacties schrijven en participatiebijeenkomsten bijwonen. Ze zijn naar eigen zeggen te weinig geëquipeerd om de rol te spelen die hen in het klimaatakkoord en de RES Foodvalley wordt toegedicht.

Gemeentelijk energiebedrijf De gemeente kan ook zelf een energiebedrijf oprichten en daarin het collectief eigendom organiseren. Een voorbeeld is de gemeente Haarlemmermeer met ‘Tegenstroom BV’. Wil de gemeente hiertoe overgaan dan zal een haalbaarheidsstudie moeten worden uitgevoerd om de voor en nadelen inzichtelijk te maken. Tijd De overheid vindt draagvlak voor energieprojecten belangrijk en vraagt bewoners en ondernemers te participeren. Participatie kost tijd, een windgesprek van een uur, een bijeenkomst van een avond, inspreken op een dossier, raadsvergaderingen volgen, onderling overleg, een ronde tafel. Van wie wil participeren worden heel wat onbetaalde uren gevraagd. Zeker in gebieden waar, naast de opwek van duurzame energie al veel ontwikkelingen

CONCEPT 10

Memo lokaal eigenaarschap Aandachtspunten

Tijd Lokaal eigenaarschap en participatie vragen veel van ondernemers en bewoners. Zeker als zij samen met initiatiefnemers projectspecifieke invulling aan lokaal eigenaarschap moeten geven. De gemeente Barneveld stelt voor om omwonenden, coöperaties en ondernemers te ondersteunen waar het inzet betreft van tijd, geld en kennis. Geld Lokaal eigenaarschap is ook lokaal ondernemerschap. Een lokaal energieproject vraagt risicodragend vermogen. Als bewoners en ondernemers daarover beschikken, is het nog de vraag of ze dat willen inzetten om mede eigenaar te worden van een project. Bij grootschalige energieprojecten gaat het algauw om enkele miljoenen euro’s. Het vraagt de nodige organisatie om zo’n bedrag vanuit de lokale gemeenschap bij elkaar te krijgen. Zeker als het draagvlak onder zo’n project niet optimaal is. Kennis De ontwikkeling van energieprojecten vraagt veel specialistische kennis. Zowel op het gebied van de technische ontwikkeling van de projecten zelf, ruimtelijke ontwikkeling, ecologie, gezondheid, vergunningverlening, participatie, financiën en subsidies. Je kunt niet van bewoners en ondernemers verwachten dat zij die kennis in huis hebben. Toch is dat nodig omdat ze aan tafel zitten met professionele ontwikkelaars die daar wel over beschikken. Die kennis maak je je ook niet in korte tijd eigen.

In overleg met de energiecoöperaties ontwikkelt de gemeente een concreet plan voor de ondersteuning van bewoners, bedrijven en energiecoöperaties in de vorm van tijd, geld en kennis. Dit voorstel moet begin 2022 uitgewerkt zijn.

TIJD, GELD EN KENNIS

CONCEPT

Memo lokaal eigenaarschap Aandachtspunten

11

CONCEPT

Versie 6 oktober 2021

Status: CONCEPT

De Barneveldse Zonneladder

De derde ronde De Barneveldse Zonneladder herzien

Oktober 2021

1

Colofon Opgesteld door: Vormgeving en druk: Datum: Contact:

Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Barneveld Gemeente Barneveld oktober 2021 j.donner@Barneveld.nl

2

Inhoud ................................................................................................................................................................. 4 1.

Aanleiding ........................................................................................................................................ 4

2.

Inleiding ........................................................................................................................................... 6

3.

Ontwikkelingen sinds 2019 ............................................................................................................. 8

4.

3.1.

Aanbevelingen tussentijdse evaluatie ................................................................................ 9

3.2.

Afspraken Regionale Energiestrategie Foodvalley 1.0 ........................................................ 9

3.3.

Gemeenteraad................................................................................................................... 10

3.4.

Technische ontwikkelingen ............................................................................................... 10

3.5.

Conclusie ........................................................................................................................... 12

Nieuwe uitgangspunten ................................................................................................................ 13 4.1. Uitgangspunten ...................................................................................................................... 13

5.

Vervolg........................................................................................................................................... 16 5.1. Vervolgstappen....................................................................................................................... 16

3

1. Aanleiding De Barneveldse Zonneladder is vanaf 10 juli 2019 in werking getreden. Het doel was, naast het stellen van doelen voor de ontwikkeling van zonne-energie in de gemeente Barneveld, om te komen tot een zorgvuldig proces rond het realiseren van zonneweides. Dit was het nieuwe onderdeel van het beleid rond zonne-energie. Zon op dak wordt vooral gestimuleerd via bestaande instrumenten als de energieloketten, financieringsmogelijkheden en rijkssubsidie. Zon op land vraagt om zorgvuldige afwegingen ten aanzien van het gebruik van de ruimte en de impact voor omwonenden. Het afgelopen jaar zijn in Barneveld negen voorstellen beoordeeld, waarvan zes nog in procedure zijn. Drie zonneweides worden op dit moment gerealiseerd, voor een vierde park is de omgevingsvergunning verleend, hiertegen loopt nog een beroepsprocedure. Twee zonneweides zijn nog in procedure. Op de daken liggen inmiddels zo’n 100.000 zonnepanelen, twee maal zoveel als in de energievisie 2015 – 2020, als doelstelling is geformuleerd. Dat is goed voor de elektriciteitsvoorziening van ongeveer éénderde van de Barneveldse huishoudens.

4

Sinds 2019 is er veel gebeurd. De RES foodvalley 1.0 is vastgesteld door de raad. Daarbij zijn moties en een amendement ingediend die effect hebben op het energiebeleid van de gemeente. Er zijn publicaties verschenen van netwerkbeheerder Liander waaruit blijkt dat de opnamecapaciteit van het netwerk grenzen stelt aan de hoeveelheid zonne-energie die kan worden geleverd. De evaluatie van de Zonneladder heeft aanbevelingen opgeleverd voor verbetering van de procedure. In de warmtevisie is aandacht voor de opwekking van warmte uit zonnecollectoren en tot slot zijn er technische verbeteringen die zonnepanelen efficiënter maken en het landschap en de ondergrond meer ontzien. Deze ontwikkelingen maken herziening van de Zonneladder noodzakelijk. In dit document wordt de laatste stand van zaken beschreven, worden nieuwe criteria voorgesteld en nieuwe toepassingen van zonne energie in de gemeente Barneveld.

5

Afbeelding: Grondwerkzaamheden ten behoeve van zonneveld 'De Branderwal' bij Kootwijkerbroek.

2. Inleiding Op 10 juli 2019 is de Barneveldse Zonneladder door de gemeenteraad van Barneveld vastgesteld. Doelstelling is 650.000 zonnepanelen in Barneveld waarvan 175.000 op land en 475.000 op dak. Begin 2019 waren er nog geen zonnepanelen op land gerealiseerd en lagen er 45.000 op daken. Begin 2021 liggen er meer dan 100.000 panelen op de daken en wordt gewerkt aan minimaal 100.000 zonnepanelen op land. Dit betekent dat het aantal zonnepanelen op dak is verdubbeld in één jaar en er nog eens zoveel op land zullen verschijnen. Om in 2030 tot 475.000 panelen op dak te komen zullen er jaarlijks zo’n 40.000 panelen bij moeten komen. De verwachting is dat de 175.000 panelen op land voor 2025 zullen zijn gerealiseerd. Het vermogen van zonnepanelen is per paneel inmiddels gegroeid en levert gemiddeld zo’n 300 kwh op. Een huishouden gebruikt gemiddeld 3000 kwh per jaar. De zonnestroom op dak in Barneveld is daarmee goed voor de elektriciteit van zo’n 10.000 huishoudens, dat is ongeveer 47% van de 23.000 huishoudens in de gemeente. De meeste elektriciteit wordt echter gebruikt door de bedrijven en in toenemende mate het transport.

6

De uitvoering van de Zonneladder heeft zich in het afgelopen jaar vooral geconcentreerd op de zorgvuldige realisatie van zonne-energie op land. Zon op dak heeft de gemeente, via de energieloketten voor particulieren en bedrijven, ondersteuning van energiecoöperaties en de toekomst bestendig wonen lening, gestimuleerd. Aantal hh in 2025 Aantal Gepland Gerealiseerd Aantal hh in 2020 Verwacht voorzien van panelen 2030 2020 voorzien van elektriciteit 2025 elektriciteit Op dak 475.000 100.000 10.000 300.000 30.000 Op land 175.000 0

0

175.000

17.500

Totaal

10.000

475.000

47.500

650.000 100.000

Uitgaande van een opbrengst per paneel 300 kwh per jaar en een gebruik per gemiddeld huishouden in Barneveld (2,7 personen) 3000 kwh per jaar. De ontwikkelingen in de energietransitie gaan snel en vragen daarom al na twee jaar een herziening van de Barneveldse Zonneladder. In de volgende hoofdstukken wordt aandacht besteed aan die ontwikkelingen en wat die betekenen voor het energiebeleid van de gemeente.

7

3. Ontwikkelingen sinds 2019 Op 9 augustus 2021 verscheen een nieuw rapport van het Intergovernemental Panel on Climate Change (IPCC). Het rapport concludeert dat de opwarming van de aarde nu overal op de wereld merkbaar is en een gevolg is van door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. De grens van 1,5 graad wereldwijde temperatuurstijging bereiken we al over ongeveer tien jaar. Het rapport onderstreept de noodzaak en urgentie om maatregelen te nemen zowel wat betreft het terugdringen van de oorzaken (mitigatie) als het aanpassen aan de veranderde omstandigheden (adaptatie). De Europese Commissie kwam op 14 juli 2021 met voorstellen om het klimaatbeleid in de Europese Unie te versterken, de zogenaamde Green Deal. Deze maatregelen moeten een reductie van de CO2 uitstoot met 55% ten opzichte van 1990 in 2030 mogelijk maken en ervoor zorgen dat Europa in 2050 het eerste klimaatneutrale continent wordt.

8

Juli 2021 is de Regionale Energiestrategie Foodvalley 1.0 ingeleverd bij het Nationaal Programma RES. In de RES zijn regionaal afspraken gemaakt over de opwek van energie met behulp van zon en wind. In Barneveld is de Zonneladder geëvalueerd, de Structuurvisie Windenergie ter inzage gelegd en wordt momenteel gewerkt aan de Warmtevisie. Deze notitie over het vervolg van de zonneladder past in het geheel van (inter)nationaal, regionaal en lokaal beleid om de energietransitie tot een succes te maken. Naast de bovengenoemde ontwikkelingen is er nog een aantal redenen om de Zonneladder te herzien. 3.1. Aanbevelingen tussentijdse evaluatie Bij de tussentijdse evaluatie van de Barneveldse Zonneladder zijn aanbevelingen gegeven die de procedure rond de uitgifte van zon op land kunnen verbeteren. Die aanbevelingen zijn meegenomen in de wijziging van de procedure rond zonneweides. Met name in de communicatie met initiatiefnemers en omwonenden zijn aanpassingen gewenst. Daarnaast dienen begrippen als lokaal eigenaarschap, compensatie en financiële participatie beter te worden uitgewerkt. 3.2. Afspraken Regionale Energiestrategie Foodvalley 1.0 In het kader van de Regionale Energiestrategie (RES) Foodvalley zijn afspraken gemaakt over het gebruik van landbouwgrond, lokaal eigenaarschap en de opwekking van elektriciteit.

Deze afspraken zijn allemaal relevant voor het beleid rond zonne-energie in Barneveld. Voor Barneveld komen die afspraken neer op: 3.2.1. Lokaal eigenaarschap In de RES is het streven naar 50% lokaal eigenaarschap opgenomen. Daarbij wordt eerst en vooral gekeken naar de directe omgeving van het initiatief, Lukt het niet om het eigenaarschap daar te regelen, dan wordt binnen de gemeente gekeken. Lukt het ook daar niet dan zal naar de regio worden gekeken. Is dit voldoende gebeurd, dan kan een initiatief ook met minder lokaal eigenaarschap worden gerealiseerd. Lokaal eigenaarschap is een combinatie van het eigenaarschap van omwonenden met lokale ondernemers. Lokaal moeten zowel de begrippen lokaal als eigenaarschap verder worden uitgewerkt. Dit gebeurt in een separate memo die gelijktijdig met deze notitie aan de raad is gezonden. 3.2.2. Gebruik landbouwgrond LTO heeft in de RES Foodvalley gepleit voor het gelimiteerd gebruik van landbouwgrond voor de opwekking van energie. Voor Barneveld wordt uitgegaan van maximaal 40 ha. Daarbij is afgesproken om eerst goed te kijken naar het mogelijk gebruik van restgronden voor de opwekking van energie. Restgronden zijn bijvoorbeeld parkeerplaatsen, bermen, overhoekjes op industrieterreinen, gronden bij opritten van snelwegen etc. 3.2.3. Clustering De Netwerkbeheerders hebben het belang van clustering van wind en zonne-energie bepleit.

Zo wordt de capaciteit van energiestations beter benut. Enerzijds door een gelijkmatiger levering van energie, anderzijds door de mogelijkheid van het realiseren van zogenaamde ‘stopcontacten’ waar bijvoorbeeld omwonende bedrijven kunnen aanhaken bij een windturbine door hun dak vol te leggen met zonnepanelen. 9

3.2.4. Netwerkcapaciteit De capaciteit van het energienetwerk is ingericht op de levering van gas en elektriciteit. Het grootschalig terugleveren van energie via dat netwerk zal met name op zonnige dagen problemen opleveren als er geen maatregelen worden genomen. Het netwerk kan de ambities van Barneveld op het gebied van zonne-energie niet bijhouden. Dat betekent dat slim moet worden omgegaan met zowel het netwerk als de locaties waar zonnepanelen komen. Zoveel mogelijk zonnepanelen plaatsen waar ook een grote elektriciteitsvraag is, zorgen voor mogelijkheden van opslag, clustering van zon en wind, zonnecollectoren voor warmte plaatsen in plaats van pv panelen en het netwerk daar versterken waar het het meeste rendement oplevert. Dat zijn voorbeelden om te voorkomen dat ook in Barneveld het netwerk overbelast dreigt te raken, en zonnepanelen moeten worden ‘uitgezet’. Over de netwerkcapaciteit is een tweede memo geschreven die reeds naar de raad is gestuurd. 3.2.5. Opwekking elektriciteit Barneveld heeft voor de RES Foodvalley, aangegeven jaarlijks 0,26 Twh duurzame elektriciteit te kunnen leveren in 2030. Bestaande uit zonne-energie van 175.000 panelen op land en 475.000 panelen op dak, en minimaal 12 Mw windenergie. 3.3. Gemeenteraad Naar aanleiding van de RES Foodvalley 1.0 zijn in de gemeenteraad van 26 mei 2021, 3 moties en een amendement aangenomen.

Deze hebben eveneens gevolgen voor het beleid rond zonne-energie. 3.3.1. Amendement lokaal eigenaarschap Het aangenomen amendement van CDA, CU en Pro98 bepleit 51% eigenaarschap voor zon- en windprojecten in de gemeente Barneveld. De invulling van lokaal eigenaarschap wordt beschreven in de gelijknamige memo. 3.3.2. Motie verbetering communicatie De aangenomen motie van CDA, CU en PRO 98 bepleit een “professionaliseringsslag in de communicatie rond energie met behulp van financiën vanuit het Rijk ten behoeve van de RES”. . 3.3.3. Onderzoek naar restlocaties De motie van CDA, Christenunie en SGP bepleit een onderzoek naar restgronden om te voorkomen dat landbouwgronden worden ingezet voor de opwekking van energie. Naar aanleiding van een vraag van de wethouder kan deze motie ook worden uitgevoerd met behulp van een uitvraag, gericht op het gebruik van restgronden voor de opwekking van energie. Een aangenomen motie van de SGP bepleit eveneens het sparen van landbouwgrond door het gebruik van restlocaties. 3.4. Technische ontwikkelingen In de energietransitie volgen de ontwikkelingen rond technische innovaties en verbeteringen elkaar snel op. De belangrijkste worden hieronder beschreven.

10

3.4.1. Prijs en rendement De prijs van zonnepanelen daalt al jaren, terwijl het rendement steeds groter wordt. De prijs per wattpiek is nu nog 20% van wat deze was in 2007. Dat maakt de aanschaf voor zowel particulieren als bedrijven steeds interessanter. 3.4.2. Teruglevering in de knel Eén van de redenen voor particulieren en bedrijven voor de aanschaf van meer panelen dan noodzakelijk voor eigen gebruik was dat je niet gebruikte energie kon salderen, terugleveren aan het netwerk. Tussen 2023 en 2031 wordt de salderingsregeling voor kleinverbruikers stapsgewijs afgeschaft. De SDE subsidie voor grootverbruikers is verbreed van de opwekking van energie naar de vermindering van CO2 uitstoot. Dit betekent dat ook SDE subsidie wordt gegeven aan het afvangen van CO2, er is met andere woorden meer concurrentie voor de aanvragers. Daarnaast wordt de subsidie door de lagere kosten van zonnepanelen en de hogere opbrengsten ook minder. Tot slot komt door het gebrek aan netwerkcapaciteit in veel regio’s de levering aan het netwerk door bedrijven in gevaar. De opbouw van het netwerk gaat nog jaren duren, waardoor dit probleem niet voor 2025 opgelost zal zijn. 3.4.3.

Frameloze Glas/Glaspanelen Naast de bekende zwarte en donkerblauwe panelen zijn er inmiddels panelen in allerlei kleuren verkrijgbaar, zijn flexibele zonnepanelen ontwikkeld, doorzichtige glaspanelen, gevelpanelen en dakpanpanelen. Zij halen niet het rendement van de bekende panelen maar hebben andere voordelen. Zo kunnen glas/glas panelen zo worden geïnstalleerd dat de ondergrond zowel licht als water kan opvangen. Daardoor blijft de bodemkwaliteit op peil en kunnen onder de panelen gewassen worden gekweekt. Ook kunnen glaspanelen worden toegepast op serres, daken en kassen. 3.4.4. Kantelbare en mobiele systemen Er is veel discussie over het gebruik van landbouwgrond voor zonne-energie. De ruimte is schaars en vraagt om multifunctioneel gebruik. Dat kan met behulp van kantelbare licht doorlatende panelen die rechtop kunnen worden gezet als de landbouwmachines er langs moeten. Een mobiel systeem kan worden verplaatst om de landbouw machines hun gang te laten gaan. Deze ontwikkelingen zijn nog nieuw en veelal experimenteel, maar kunnen een mogelijke oplossing vormen voor het gebrek aan ruimte. 3.4.5. Opslag met batterijen en/of waterstof De beperkingen van het netwerk vragen om innovaties die het terugleveren van energie kunnen minimaliseren. Opslag van energie op piekmomenten en levering in daluren kan bijdragen aan een oplossing.

Dat kan met batterijsystemen maar ook met de productie van waterstof. De KU in Leuven heeft zonnepanelen ontwikkeld die waterstof produceren. Deze zijn echter nog niet beschikbaar voor grootschalige toepassing. Batterijsystemen kunnen bestaan uit lithium batterijen of zoutoplossingen. Deze zijn bijvoorbeeld interessant voor agrarische bedrijven die zich aan de uiteinden van het netwerk bevinden. Met de combinatie van een boerderijmolen, isolatiemaatregelen, zonnepanelen en opslag kunnen zij energie opwekken en besparen zonder veel aan het netwerk terug te leveren.

11

3.4.6. Zonnecollectoren voor warmte Het omzetten van de energie van de zon in warmte gebeurt veel efficiënter dan de omzetting van de zonne-energie in elektriciteit. Bij een even groot oppervlak kan een zonnecollector namelijk drie tot vier keer meer energie opleveren dan pv-panelen die zon omzetten in elektriciteit. Bijkomend voordeel van zonnecollectoren is dat ze geen elektriciteit terugleveren aan het netwerk. Bij grootschalig gebruik is dat interessant. Voor De Glind is een project ontwikkeld dat de huizen kan verwarmen met behulp van zonnecollectoren en opslag van warmte ondergronds. Dit naar een voorbeeld van de gemeente Nagele in de Noordoost polder. Er zijn ook hybride panelen op de markt die zowel elektriciteit opwekken als warmte produceren. Hybride zonnepanelen hebben een hoge efficiency als het gaat om het opwekken van stroom. In de zomer worden de panelen namelijk gekoeld met vloeistof van het collectorgedeelte. PV-panelen kunnen in de zomer gemakkelijk 70 graden heet worden. De efficiency is dan veel lager dan bij lagere temperaturen. Een gekoeld zonnepaneel heeft dus een hoger rendement. Daarnaast heeft een hybride paneel het voordeel dat ze in de winter warmer blijven en vorst of sneeuw sneller smelt. Voor de opwekking van stroom doen de panelen dan eerder hun dienst. In totaal is er een 5 tot 10% hogere elektriciteitsopbrengst.

Tegenover de hogere efficiency van de elektrische opwekking staat de lagere efficiency van het collectorgedeelte. Een gangbare zonnecollector heeft een veel hoger rendement dan de collector van hybride zonnepanelen. 3.5. Conclusie De energietransitie vraagt om een forse aanpassing van het elektriciteitsnetwerk. Deze aanpassing gaat naar verwachting een aantal jaren in beslag nemen. Dit vraagt om bijstelling van de strategie waar het zonne-energie betreft. Er kan niet zonder meer worden uitgegaan van een forse groei van het aantal zonnepanelen voor de opwekking van elektriciteit zoals dat is voorzien in de Barneveldse Zonneladder. Er zal meer maatwerk moeten plaatsvinden waarbij elektriciteit daar wordt opgewekt waar het ook gebruikt wordt, systemen van opslag piekmomenten kunnen opvangen, de combinatie wind/zon zal zorgen voor een gelijkmatiger energielevering en het gebruik van zonnecollectoren voor de warmtevoorziening de druk op het elektriciteitsnetwerk kan verlichten. Barneveld dient terughoudend te zijn in het gebruik van landbouwgrond voor de opwek van elektriciteit en alleen systemen toe staan die daadwerkelijk dubbel ruimtegebruik mogelijk maken. Daartoe bieden flexibele systemen en waterdoorlatende glas/glas panelen uitkomst.

Slaagt het pilot project in Nagele en de Barneveldse variant in De Glind dan kan grootschalig gebruik van zonnecollectoren meer worden ingezet in de verwarming van woningen. Procedures voor de opwekking van grootschalige energie-opwekking vragen om het specificeren van begrippen als lokaal eigenaarschap en compensatie voor omwonenden. De communicatie en het overleg tussen omwonenden en initiatiefnemers vraagt om professionele begeleiding en een gestructureerde aanpak.

12

4. Nieuwe uitgangspunten De ontwikkelingen, zoals beschreven in hoofdstuk 4 betekenen dat ten opzichte van de zonneladder uit 2019 nieuwe uitgangspunten nodig zijn voor de opwekking van grootschalige zonne-energie in de gemeente Barneveld. In dit hoofdstuk worden die uitgangspunten beschreven.

4.1. Uitgangspunten De uitgangspunten betreffen zowel de doelstellingen, de procedure als de techniek van de opwekking van zonne-energie. Ze zijn gebaseerd op de in eerdere hoofdstukken beschreven ontwikkelingen en aanbevelingen uit de tussentijdse evaluatie van de zonneladder. 4.1.1. Doelstellingen overeind houden De doelstellingen van 475.000 panelen op dak en 175.000 panelen op land voor 2030 blijven overeind. Hoewel Liander adviseert om de ambitie te halveren omdat het netwerk deze ambitie niet aan kan ziet 13

de gemeente Barneveld nog voldoende mogelijkheden om deze ambitie waar te maken. Bijvoorbeeld door zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van het netwerk en met systemen die het netwerk minder belasten. Halvering van de ambitie zou betekenen dat Barneveld in totaal 325.000 panelen zou kunnen plaatsen tot 2030. Eind 2022 liggen er waarschijnlijk al 250.000 panelen in de gemeente. Bijstelling van de doelstelling zou betekenen dat in de acht jaren daarna jaarlijks iets minder dan 10.000 panelen geplaatst zouden kunnen worden. Voorstel is om in 2025 de doelstelling te evalueren en indien nodig bij te stellen. Hoewel het aantal panelen de meest eenduidige parameter is zegt dit niet alles. Het vermogen en de omvang van panelen neemt toe, waarmee 10.000 panelen in 2019 veel minder opwekken dan hetzelfde aantal in 2030. Daarom zal de doelstelling uit de RES Foodvalley, 0,26 Twh opwekking van duurzame energie in Barneveld als bijdrage, waarvan 0,038 Twh windenergie en 0,222 Twh zonneenergie aan de doelstelling worden toegevoegd. Wordt een deel van de pv panelen vervangen door zonnecollectoren dan wordt bij de monitoring van de doelstelling hiermee rekening gehouden, zowel in aantallen als in energie opbrengst. 4.1.2. Geen aantasting agrarisch gebruik Er wordt actief gekeken naar mogelijkheden van zonnepanelen en of -collectoren op restgronden.

Mocht er onvoldoende ruimte zijn op restgronden, dan worden alleen initiatieven met pv panelen die het agrarisch gebruik van de grond niet aantasten nog toegestaan op agrarische grond. Een voorbeeld zijn waterdoorlatende systemen met frameloze glas/glas pv panelen. Deze voorkomen uitspoeling van metalen en laten licht door tot de bodem. Dit beschermt het bodemleven en maakt agrarische activiteit onder de panelen mogelijk. Ook kantelbare of mobiele panelen geven de mogelijkheid om én agrarische activiteiten blijvend te ondernemen en tegelijkertijd zonne-energie op te wekken Hiermee voldoet de gemeente aan de wens van een meerderheid in de raad. 4.1.3. Voorrang aan en uitzondering voor zonnecollectorenpilot De Glind Zonnecollectoren zijn efficiënt en belasten het netwerk niet en kunnen een bijdrage leveren aan de warmtevraag en de ambitie om woningen energieneutraal te maken. In Nagele is de uitvoering van een warmteproject met zonnecollectoren gestart. In De Glind wordt momenteel gekeken of een soortgelijk systeem mogelijk is. In hoofdstuk 5 wordt voor de pilot in de Glind een uitzondering gemaakt waar het gebruik van landbouwgrond betreft. 4.1.4. Ruimte bieden voor opslagsystemen Opslagsystemen kunnen de druk op het netwerk verminderen en daarmee de ambitie voor de hoeveelheid panelen in de gemeente ondersteunen. Zo kan een opslagsysteem bij een zonneveld de pieken afvangen.

Bij agrarische gebouwen kan een combinatie worden gemaakt van zonnepanelen, isolatie, een boerderijmolen en opslag. Hiervan zijn reeds voorbeelden te vinden in Friesland en de Flevopolder. Wanneer de ashoogte van een boerderijmolen in de structuurvisie windenergie wordt verhoogd naar 35 meter zal dit de efficiëntie van het systeem vergroten. Opslag kan bovengronds of (half) ondergronds worden gerealiseerd. Dit betekent dat in de voorwaarden voor een omgevingsvergunning mogelijkheden hiertoe moeten worden geschapen. 4.1.6. Professionaliseren communicatie 14

De informatie over criteria en procedures voor zowel initiatiefnemers als omwonenden dient helder en eenduidig te zijn. Het betreft zowel de inhoud van de criteria, als data voor bijeenkomsten, termijnen en helderheid van begrippen. In een eventueel volgende tender dient hier aandacht voor te zijn. Met name begrippen als lokaal eigenaarschap, compensatie en omwonenden vragen om een concrete uitwerking. 4.1.7. Onafhankelijke begeleiding overleg initiatiefnemers bewoners In de procedure op basis van de zonneladder is veel ruimte gelaten voor interpretatie van begrippen en criteria. Dit heeft veel gevraagd van initiatiefnemers en omwonenden. In een enkel geval kwamen de partijen er niet uit. De gemeente heeft zich in een aantal gevallen als bemiddelaar opgesteld, maar heeft tegelijkertijd een belang, namelijk de doelstelling van het aantal panelen halen. Daarom is het beter als de gesprekken tussen initiatiefnemers en omwonenden worden begeleid door een onafhankelijke partij. 4.1.8. Beoordeling aanpassen De voorstellen in de eerste tender zijn beoordeeld door een ambtelijke commissie. Deze kan worden uitgebreid met een expert op het gebied van grootschalige opwekking van zonne-energie, een advies van Liander en iemand die vanuit het perspectief van bewoners naar de voorstellen kijkt.

Omdat een groot gedeelte van de beschikbare ruimte op land al vergeven is kan gekozen worden voor een beoordeling van initiatieven die binnenkomen in plaats van een vastgestelde datum en tijd waarop alle initiatieven binnen moeten zijn.

15

Afbeelding: Nieuwe bedrijven op bedrijventerrein Harselaar met daken vol zonnepanelen

5. Vervolg Op basis van deze notitie zal de gemeente Barneveld een aantal vervolgstappen nemen om in de gewijzigde situatie toch de doelstellingen te kunnen halen. In dit hoofdstuk worden die vervolgstappen beschreven. 5.1. Vervolgstappen Het vervolg op basis van deze notitie bestaat uit vier hoofdlijnen: 1. 2. 3. 4.

Afronden huidige procedure op basis van de Barneveldse zonneladder Afronden pilotproject ‘Wijk van de Toekomst’ De Glind Ontwikkelen van een efficiency strategie voor het netwerk, samen met Liander Uitnodigen nieuwe initiatieven op basis van de nieuwe uitgangspunten

5.1.1. Afronden huidige procedure

16

Er lopen momenteel nog twee procedures en één juridisch bezwaar tegen de komst van een zonneveld. Deze procedures worden de komende maanden afgerond, de datum van de zitting over het bezwaar van LTO tegen één van de zonne-initiatieven is nog niet bekend. Als alle procedures zijn afgerond zal de bouw van de initiatieven worden gevolgd. Zijn alle initiatieven gerealiseerd dan zal de raad worden geïnformeerd over de resultaten. 5.1.2. Afronden project De Glind Het pilot project in De Glind, en het reeds gestarte gelijksoortige project in Nagele, levert veel informatie over de mogelijkheden van het gebruik van zonnecollectoren voor de warmtevoorziening. Inmiddels zijn de technische mogelijkheden bekend en weten bewoners welke kosten er verbonden zijn aan het project. Op het moment dat er duidelijkheid is over de financiering kan het project naar de fase van de vergunningverlening en uitvoering. De warmtevisie die eind 2021 verschijnt zal meer helderheid verschaffen over de mogelijkheden van zonnecollectoren in de warmtevoorziening. 5.1.3. Ontwikkelen efficiency strategie voor het netwerk De gemeente gaat met Liander om de tafel om een strategie op te stellen voor een zo optimaal mogelijk gebruik van het elektriciteitsnetwerk. Eind 2021 wordt het congestierapport voor de Foodvalley verwacht. Op basis van dat rapport kan een strategie voor de gemeente Barneveld worden opgesteld.

5.1.4. Nieuwe initiatieven Er zullen nog minimaal 35.000 panelen beschikbaar zijn op land binnen de doelstelling van de huidige zonneladder. De gemeente zal voor nieuwe initiatieven de criteria van de huidige zonneladder aanscherpen en uitbreiden. Ook de beoordelingssystematiek wordt aangepast. Zo zal er een maatschappelijke tender plaatsvinden, met criteria, maar zonder één vastgestelde inleverdatum. Voorstellen kunnen worden ingediend en worden behandeld tot het aantal van 175.000 gevuld is. In een vooronderzoek worden de voorstellen beoordeeld. De beoordelingscommissie wordt uitgebreid met een expert op het gebied van zonnevelden en iemand die vanuit bewonersperspectief naar het voorstel kijkt. Bij een positieve beoordeling kan het voorstel een aanvraag voor een omgevingsvergunning indienen. De criteria worden helder en éénduidig omschreven in een apart document dat naar potentiële initiatiefnemers wordt gestuurd. Criteria die worden beschreven zijn: •

•

Geen panelen op landbouwgrond tenzij het initiatief zo is opgezet dat het agrarisch gebruik blijvend kan worden uitgevoerd. Een uitzondering wordt gemaakt voor de pilot voor warmtecollectoren in De Glind. Daar zal minder dan een hectare landbouwgrond, bestemd voor de opwek van warmte voor een warmtenet, worden gebruikt. In de eerste ronde van de Zonneladder zijn twee initiatieven op, in totaal, 9,5 hectare landbouwgrond niet door gegaan. Daardoor is op dit moment 30 ha van de in de RES Foodvalley afgesproken 40 ha landbouwgrond voor Barneveld benut. Daarbinnen kan dus voor de Glind een uitzondering op het criterium, geen zonne-energie op landbouwgrond worden gemaakt. Voorkeur gaat uit naar zonnecollectoren die warmte opwekken, mocht dat niet aan de orde zijn, bijvoorbeeld omdat het veld te ver weg ligt van bebouwing, dan kunnen pv panelen 17

• •

•

•

worden geplaatst, mits er daadwerkelijk sprake is van dubbel ruimtegebruik. Boven parkeerplaatsen is wanneer niet gekozen wordt voor zonnecollectoren of hybride panelen de keuze voor pv-panelen vrij. Het zonne-initiatief gaat vooraf in overleg met Liander om overbelasting van het netwerk te voorkomen. Zo nodig worden mogelijkheden voor opslag benut. Er is sprake van 51% lokaal eigenaarschap tenzij het na serieuze pogingen niet gelukt is dit vanuit de omgeving of de gemeente Barneveld te realiseren. In dat geval zal het initiatief moeten bijdragen aan een gebiedsfonds. Voor de communicatie met de omwonenden stelt de gemeente op kosten van en in overleg met de initiatiefnemer een onafhankelijke bemiddelaar aan. Deze krijgt de opdracht zowel het lokaal eigenaarschap, compensatie voor omwonenden als de inrichting van het initiatief in overleg met omwonenden naar tevredenheid van alle partijen te organiseren. De overige criteria uit de zonneladder blijven van kracht. Dit betreft met name de ecologische versterking en de opruimplicht.

Bovengenoemde criteria worden in een separaat document voor initiatiefnemers nader omschreven, mede op basis van deze notitie, de memo over lokaal eigenaarschap en de memo over netwerkcapaciteit.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8c4d94bc-3dc8-4d66-bcff-1e74f31cdadf