B-3.1 Besluit B&W inzake memo Lokaal Eigenaarschap bij energieprojecten d.d. 28-9-21.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Behandelaar: Donner, Jerphaas Telefoonnummer: 338
Voorstelnr. 1663 Barneveld, Portefeuillehouder: D.J. Dorrestijn-Taal
Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Op overzicht Bestaand beleid (website)
Onderwerp:
Memo Lokaal eigenaarschap
Gevraagde beslissing: 1. Kennis nemen van de conceptmemo Lokaal eigenaarschap bij energieprojecten; 2. De conceptmemo Lokaal eigenaarschap vrijgeven voor een brede maatschappelijke consultatie.
1. Inleiding Zowel in het Klimaatakkoord als de Regionale Energie Strategie Foodvalley 1.0 wordt gepleit voor 50% lokaal eigenaarschap bij energieprojecten. In een amendement van de gemeenteraad is sprake van 51% lokaal eigenaarschap. De invulling van de begrippen ‘lokaal’ en ‘eigenaarschap’ wordt, volgens het klimaat akkoord lokaal bepaald. Voor de voortgang van de energieprojecten in Barneveld is het belangrijk om voor alle partijen helderheid te creëren over die begrippen. Die helderheid wordt met deze conceptmemo gegeven. Omdat lokaal eigenaarschap een lokale invulling moet krijgen is het van belang dat zoveel mogelijk betrokken partijen hun inbreng kunnen hebben in de wijze waarop die invulling wordt vormgegeven. Daarom is wil de gemeente hen de mogelijkheid bieden om te reageren op deze conceptmemo middels een brede maatschappelijke consultatie. Bewoners, energiecoöperaties, initiatiefnemers en ondernemers worden daarom actief benaderd om hun visie te geven op het memo. Deze visies worden in een definitieve memo verwerkt voor deze ter goedkeuring gaat naar de raad. 2. Beoogd effect a) Meetbaar effect Het begrip lokaal eigenaarschap heeft lokaal invulling gekregen. b) Maatschappelijk effect Het begrip lokaal eigenaarschap zoals dat door de gemeente Barneveld is ingevuld, is lokaal gedragen. 3. Argumenten 1.1.
Het begrip lokaal eigenaarschap moet een lokale invulling krijgen Zowel het Klimaatakkoord als de RES Foodvalley 1.0 geven geen invulling voor het begrip lokaal eigenaarschap. Voor een verder uitvoering van, onder andere, de structuurvisie Windenergie is deze invulling noodzakelijk. Daarom is het van belang die lokale invulling nu te geven. 2.1. Het is belangrijk dat betrokkenen hun inbreng hebben kunnen leveren waardoor de invulling van het begrip lokaal gedragen wordt. Lokaal eigenaarschap impliceert mede eigenaarschap van bewoners, ondernemers en energiecoöperaties. Het is daarom belangrijk dat zij net als initiatiefnemers hun visie geven op de wijze waarop de gemeente invulling aan het begrip wil geven. Daarom het voorstel voor een brede maatschappelijke consultatie. 4. Kanttekeningen
-2-
2.1. Er kunnen onoverbrugbare verschillen bestaan tussen de invulling vanuit de consultatie
en de concept memo Het is mogelijk dat vanuit de consultatie aanpassingen worden voorgesteld die conflicteren met de visie van het college op het begrip lokaal eigenaarschap. In dat geval is het aan de gemeenteraad om uiteindelijk het besluit te nemen over de definitieve invulling. 5. Financiën Voor de consultatie is geen extra budget nodig. 6. Uitvoering Planning: 2021 oktober december
Brede consultatie (4 weken) Herziening concept memo Besluit gemeenteraad
Communicatie: Energie coöperaties, plaatselijk belang, ondernemersverenigingen en initiatiefnemers van energieprojecten worden rechtstreeks benaderd. Bewoners en overige ondernemers via de krant, de website van de gemeente en sociale media. Evaluatie/controle 7. Bijlagen Concept memo Lokaal Eigenaarschap
CONCEPT
MEMO LOKAAL EIGENAARSCHAP
Afbeelding voorzijde: kippen met zonnepanelen op de achtergrond
CONCEPT versie 4 oktober 2021
CONCEPT 2
Memo lokaal eigenaarschap
INHOUDSOPGAVE 1|
Aanleiding 4
2|
Consultatie 4
3|
Achtergrond 4
4|
Aanleiding 5
5|
Wat is lokaal? 7
6|
Stimuleren of afdwingen 8
7|
Aandachtspunten 10
CONCEPT
Memo lokaal eigenaarschap
3
1 | AANLEIDING
2 | CONSULTATIE
Bij de besluitvorming over de Regionale Energie Strategie Foodvalley tijdens de raadsvergadering van 26 mei 2021 is een amendement aangenomen over 51% lokaal eigenaarschap bij energieprojecten. De gemeente wil met deze notitie, mede op basis van de toelichting bij het amendement, concreet invulling geven aan dit begrip.
Voorafgaand aan de aanbieding aan de gemeenteraad zal een maatschappelijke consultatie plaatsvinden. Bewoners worden uitgenodigd te reageren via de Barneveldse krant, de website van de gemeente en sociale media. Lokale energiecoöperaties worden rechtstreeks aangeschreven met het verzoek te reageren. Contactpersonen in de dorpen die betrokken zijn bij de dorpsgesprekken over energie zullen een uitnodiging ontvangen om te reageren, evenals bedrijven en ondernemersverenigingen. Het thema en de notitie worden eveneens besproken tijdens een thema-avond over energie en (financiële) participatie ter voorbereiding op de Structuurvisie Windenergie. De reacties worden meegenomen in de definitieve notitie.
In de toelichting bij het amendement geven de indieners het belang van lokaal eigenaarschap aan: • • • • •
Met lokaal eigenaarschap blijven inwoners betrokken en actief; Lokaal eigenaarschap zorgt er voor dat de opbrengsten van zonne- en windprojecten binnen de gemeentegrenzen blijft; Als inwoners eigenaar kunnen worden draagt dat bij aan verantwoordelijkheidsbesef en draagvlak; Met lokaal eigenaarschap wordt voldaan aan de aanbeveling van het Burgerforum en aan de wens van o.a. Duurzaam Kootwijkerbroek; Met minimaal 51% lokaal eigenaarschap is er een ‘meerderheidsaandeel’ voor lokale eigenaren.
3 | ACHTERGROND In het Klimaatakkoord is afgesproken dat voor grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit door zon en wind op land gestreefd wordt naar 50% eigendom van de lokale omgeving. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken. Het klimaatakkoord geeft verder een aantal richtlijnen. Zo moet er sprake zijn van een open en transparant proces. Het gaat om lokaal eigendom op projectniveau, dus niet een landelijk of regionaal gemiddelde. (Mede-) eigendom betekent niet alleen financieel eigendom, maar ook (democratisch) zeggenschap over het project én over de besteding van de baten.
Er zijn veel manieren waarop zowel aan het begrip lokaal als het begrip eigenaarschap invulling kan worden gegeven. Het is van belang om hier als gemeente over te besluiten alvorens hierover richtlijnen te geven aan initiatiefnemers van energieprojecten. Het eerste document waarin deze richtlijnen in praktijk zullen worden gebracht is de Structuurvisie Windenergie. Daarom wordt deze notitie gelijktijdig met de Structuurvisie Windenergie aangeboden aan de raad.
CONCEPT 4
Memo lokaal eigenaarschap Aanleiding
4 | AANLEIDING Volgens het klimaatakkoord is lokaal eigendom altijd een collectief eigendom. Collectief eigendom is bijvoorbeeld mogelijk in een coöperatie of een vereniging (of een samenwerking van coöperaties), waarbij bewoners en bedrijven kunnen participeren, meebeslissen en mede-eigenaar worden via lidmaatschap bij de coöperatie of vereniging. Een coöperatie is niet de enige vorm van financiële participatie bij energieprojecten. In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 1 september 2021 verwoordt staatsecretaris YeşilgözZegerius de verschillende vormen van financiële participatie als volgt:
“Financiële participatie kent meerdere vormen, namelijk met een omwonendenregeling, met een omgevingsfonds, met financiële deelneming en met mede-eigenaarschap. Een omwonendenregeling is een manier om een bepaalde groep omwonenden voordeel te laten ontvangen, bijvoorbeeld in de vorm van verduurzaming van hun woning of korting op groene stroom. Een omgevingsfonds is een manier om een deel van de opbrengsten van het project ten goede te laten komen aan maatschappelijke doelen in de buurt die door de omgeving zelf worden vastgesteld. Met financiële deelneming nemen omwonenden risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld met obligaties. Bij mede-eigenaarschap zijn omwonenden risicodragend mede-eigenaar van het project, via een vereniging of coöperatie of door middel van aandelen, en is hun financiële profijt direct gekoppeld aan het rendement van het project. Door mede-eigenaarschap kan de omgeving ook hun zeggenschap in een project vergroten”. De staatssecretaris verwijst in haar brief naar de participatiewaaier. Bij een energieproject zijn verschillende groepen betrokken. Naast de omwonenden is er sprake van een grondeigenaar, een initiatiefnemer, investeerders en de gemeente. De ontwikkeling van een zonneveld of windturbine is een samenspel van deze partijen.
De Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie heeft samen met een aantal andere deelnemers aan de elektriciteitstafel van het Klimaatakkoord een overzicht gemaakt van de participatiemogelijkheden, de zogenaamde participatiewaaier.
CONCEPT
Memo lokaal eigenaarschap Aanleiding
5
De participatiewaaier maakt onderscheid tussen 5 vormen:
Bij procesparticipatie wordt onder andere afgesproken hoe lokaal eigenaarschap wordt geregeld, en wie daarvan kunnen profiteren. Daarvoor zijn de vier vormen beschikbaar die in bovenstaand figuur en in de brief van de staatssecretaris worden genoemd.
Eigenaarschap In navolging van het klimaatakkoord verstaat de gemeente Barneveld onder eigenaarschap ‘Een collectief eigendom, waarbij de leden via een coöperatie of vereniging, zeggenschap hebben over het project en meeprofiteren van de revenuen. Leden kunnen zowel burgers, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties zijn.’
Omdat er geen landelijke, provinciale of regionale definitie bestaat van lokaal eigenaarschap en het klimaatakkoord aangeeft dat dat vooral lokaal moet worden afgesproken hanteert Barneveld eigen, onderstaande definities van lokaal en eigenaarschap: Lokaal Voor de gemeente Barneveld stellen wij voor om bij een project de volgende criteria voor het begrip ‘lokaal’ te hanteren:
Partijen die positief gereageerd hebben vanuit, in eerste instantie de eerste cirkel in de definitie lokaal, en zo nodig, in tweede instantie, vanuit de hele gemeente zijn mede eigenaar van het project en beslissen mee over de revenuen uit het project en alle vraagstukken die op de eigenaar van het project afkomen. Zij dragen daarbij ook de risico’s van het project, en mogelijke kosten die uit het project voortkomen. Omwonenden die geen mogelijkheid hebben om financieel deel te nemen in een project maar dat wel willen kunnen dat doen vanuit een omwonendenregeling.
1. Directe omgeving Direct omwonenden en ondernemers die binnen een cirkel van 12 keer de rotordiameter van de windturbine(s) wonen of gevestigd zijn krijgen een eerste recht van koop. Bij zonnevelden betreft het alle omwonenden die vanuit hun huis of erf zicht hebben op het perceel waarop het zonneveld geprojecteerd is en/of binnen een straal van 500 meter van dit perceel wonen. Deze groep kan, al dan niet via een coöperatie, eigendom verwerven. Dit eigendom staat los van eventuele compensatieregelingen.
Maatwerk Zoals in het klimaatakkoord staat aangegeven vereist het begrip lokaal eigenaarschap maatwerk per project. De gemeente Barneveld stelt daarom voor dat de invulling daarvan wordt overgelaten aan de partijen die betrokken zijn bij een initiatief: De initiatiefnemer, de grondeigenaar, de energiecoöperatie, omwonenden en gevestigde bedrijven. Zij bepalen samen in een omgevingsovereenkomst hoe het eigenaarschap geregeld wordt zolang er sprake is van minimaal 51% lokaal eigenaarschap voor de duur van het project.
2. Gemeente Als bewoners en inwoners uit de eerste cirkel onvoldoende animo of mogelijkheden hebben om aan de gewenste 51% te voldoen, zal de initiatiefnemer bewoners en ondernemers die elders in de gemeente Barneveld wonen of gevestigd zijn een aanbod moeten doen om medeeigenaar te worden van het project. 3. Duurzaamheids- of omgevingsfonds Mocht ook binnen de gemeente onvoldoende animo zijn om aan de gewenste 51% eigenaarschap te voldoen zal de initiatiefnemer op andere wijze een bijdrage moeten leveren aan de acceptatie van de omgeving. Dit kan via obligaties en een aanvullende bijdrage aan een lokaal duurzaamheidsfonds of omgevingsfonds.
Afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst waar alle betrokken partijen hun handtekening onder zetten. Op basis hiervan wordt er een projectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het project de financiële participatie optimaal wordt ingericht. Een omgevingsfonds, gesocialiseerde grondvergoedingen, of een tegemoetkoming voor omwonenden.
LOKAAL EIGENAARSCHAP IN BARNEVELD CONCEPT 6
Memo lokaal eigenaarschap Aanleiding
5 | WAT IS LOKAAL? Om collectief lokaal eigenaarschap goed te regelen is een rechtsvorm in de vorm van een coöperatie of vereniging nodig. Er kan voor een project een coöperatie worden opgericht, maar een reeds gevestigde coöperatie kan ook mede initiatiefnemer zijn van een project. Lokale ondernemers kunnen als initiatiefnemer, grondeigenaar of deelnemer aan een coöperatie participeren in een project. Wanneer 1 lokale ondernemer 100% eigenaar is van een zonof windproject is dat niet in de geest van het klimaatakkoord. De vraag is hoeveel ondernemers dan wel en wat is de verhouding burgers/ondernemers in het eigendom. Bij financiële deelneming krijgt de omgeving certificaten, aandelen of obligaties aangeboden waarmee zij investeren in het project en meedelen in het rendement. Dit kunnen gratis aandelen zijn ter compensatie van de nabijheid van een energieproject, maar ook mogelijkheden om risicodragend te investeren in het project. Voor een omgevingsfonds wordt een deel van de inkomsten van een energieproject afgeroomd ten behoeve van maatregelen die de leefomgeving en/of duurzaamheid bevorderen in de omgeving. Een omwonendenregeling geldt voor een beperkte groep die in de buurt van het project woont of werkt en daarvoor gecompenseerd wordt. Dat kan bijvoorbeeld met gratis zonnepanelen, een aandeel in het project of een financiële vergoeding.
CONCEPT
Memo lokaal eigenaarschap Wat is lokaal
7
Het klimaatakkoord geeft geen landelijke standaard voor wat de lokale omgeving van een project is. Welke bewoners, (agrarische) grondeigenaren en bedrijven onderdeel zijn van de lokale omgeving wordt volgens het klimaat akkoord lokaal en per project bepaald. Toch moet duidelijk zijn, wie er bij een project worden uitgenodigd om mee te praten, en welke rechten zij hebben. Daarom is het toch belangrijk om als gemeente zo concreet mogelijk aan te geven binnen welke straal van een project bewoners gecompenseerd worden, kunnen meepraten of kunnen investeren. Ook is het belangrijk aan te geven voor welk gebied en welke doelen een gebiedsfonds bedoeld is. De precieze invulling van de compensatie en het mede eigenaarschap kan per project in samenspraak tussen omwonenden, initiatiefnemer, grondeigenaar en gemeente worden bepaald en vastgelegd in een omgevingsovereenkomst.
6 | STIMULEREN OF AFDWINGEN Binnen de huidige kaders van ruimtelijke ordening en de toekomstige omgevingswet is afdwingen van lokaal eigenaarschap niet mogelijk. Het door NPRES gepubliceerde factsheet, ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie’, stelt: “Decentrale overheden (gemeenten en provincies) kunnen de wens van financiële participatie van de lokale omgeving in projecten voor hernieuwbare energie stimuleren, maar niet afdwingen.(..) Deze grenzen aan de bevoegdheden komen voort uit de opvatting – naar de huidige stand van de jurisprudentie – dat financiële participatie van de omgeving in een energieproject geen ruimtelijk relevant motief dient. Wel of niet financieel participeren door de omgeving verandert immers niets aan de ruimtelijke impact van het project.”
een inspanningsverplichting, ook als deze eis als randvoorwaarde voor planologische medewerking is geformuleerd. Daarbij moet wel duidelijk en tijdig aan initiatiefnemers worden bekend gemaakt wat er van hen wordt verlangd.
Afdwingen via ruimtelijke instrumenten is weliswaar niet mogelijk maar er zijn wel mogelijkheden om lokaal eigenaarschap te stimuleren. Het bovengenoemde factsheet benoemt een aantal van die mogelijkheden. Belangrijk is het te vermelden dat initiatiefnemers van de opwekking van duurzame energie zich achter het Klimaatakkoord hebben geschaard en daarmee hun steun hebben gegeven aan het principe van 50% lokaal eigenaarschap. Vanuit juridisch oogpunt beschouwt de Afdeling bestuursrechtspraak zowel proces participatie als (financiële) participatie als een inspanningsveplichting gericht op het informeren van omwonenden en het creëren of vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor de gewenste ontwikkeling. In het participatiebeleid van de gemeente moet dan wel de eis van ‘breed maatschappelijk draagvlak’, ‘voldoende draagvlak’ of ‘een eerlijk en transparant participatieproces’ worden opgenomen. Er blijft sprake van
CONCEPT 8
Memo lokaal eigenaarschap Stimuleren of afdwingen
Met de Barneveldse Zonneladder heeft de gemeente ervaring opgedaan met een maatschappelijke tender. De Barneveldse Zonneladder wordt ook als voorbeeld genoemd in het factsheet over lokaal eigenaarschap van de NPRES. De evaluatie van de tender heeft veel aanbevelingen opgeleverd voor de verbetering van deze methodiek. Barneveld wil de maatschappelijke tender, inclusief de verbeteringen, ook toepassen op de keuze voor een windenergie project op basis van de structuurvisie windenergie. In een maatschappelijke tender kunnen punten worden toegekend aan de mate waarin de initiatiefnemer zich zal inspannen om omwonenden te informeren en draagvlak te creëren of te vergroten. Het is belangrijk om specifiek aan te geven welke inspanningen op het gebied van participatie worden verlangd. Potentiële gegadigden moeten gelijke kansen krijgen (gelijkheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel). Een eis dat op voorhand afspraken met omwonenden over ruimtelijke inpassing of financiële participatie moeten zijn gemaakt voordat een aanvraag voor planologische medewerking aan het energieproject in behandeling kan worden genomen of voordat medewerking verleend kan worden, kan niet worden gesteld in de tender. Dat zou namelijk neerkomen op een resultaatsverplichting en is gelet op wetgeving en jurisprudentie niet toelaatbaar.
In de Barneveldse Zonneladder wordt die eis ook niet gesteld maar, zo bleek uit de evaluatie, er kan wel meer helderheid worden gegeven over de vier vormen van financiële participatie.
Omgevingstafel en -overeenkomst Het ‘winnende’ voorstel schuift aan bij een omgevingstafel met een onafhankelijke voorzitter. Hierin worden de details van het voorstel besproken en zo nodig verder uitgewerkt. Resultaat van de omgevingstafel is een omgevingsovereenkomst, die zowel door initiatiefnemer als omwonenden, gevestigde bedrijven en gemeente ondertekend wordt. In de omgevingsovereenkomst worden concrete afspraken gemaakt over: • omwonendenregeling; • mede-eigenaarschap; • financiële deelneming; • een omgevingsfonds.
Die duidelijkheid wordt deels geboden door deze notitie. Verdere invulling is per project in overleg met omwonenden, grondeigenaar, initiatiefnemer en gemeente noodzakelijk. Zo kunnen samen met omwonenden en bedrijven criteria geformuleerd worden, op basis waarvan voorstellen kunnen worden ingediend. De voorstellen worden beoordeeld door een commissie waarin, naast de gemeente Barneveld, ook betrokkenen uit de eerste cirkel zitting hebben.
MAATSCHAPPELIJKE TENDER CONCEPT
Memo lokaal eigenaarschap Stimuleren of afdwingen
9
7 | AANDACHTSPUNTEN Energiecoöperaties Stel je 51% lokaal eigenaarschap als criterium in een tender dan zal het initiatief al gauw liggen bij een coöperatie. Dat kan een coöperatie van ondernemers zijn, van bewoners, of een mix van beide.
zijn, als een wegverbreding, uitbreiding van een industrieterrein, de komst van nieuwe voorzieningen en/of infrastructurele plannen. Ook als een project met lokaal eigenaarschap gerealiseerd is vraagt dat betrokkenheid en tijd. Als mede-eigenaar moet je tenslotte meebeslissen over bijvoorbeeld de inkomsten die een project genereert. Het is maar de vraag of bewoners en ondernemers die tijd kunnen vrijmaken. En als dat niet kan, hoe dan toch de participatie zo goed mogelijk georganiseerd kan worden. Dat kan met behulp van een energiecoöperatie.
Op 15 maart 2018 heeft het college van Barneveld een besluit genomen over het uitdaagrecht (Right to challenge). Wanneer bewoners vinden dat ze een bepaalde activiteit slimmer, sneller of goedkoper uit kunnen voeren dan hun lokale overheid kunnen ze deze uitdagen om de verantwoordelijkheid (en bijhorende financiële middelen) aan hen over te dragen. Het uitdaagrecht, “Right to Challenge”, kan ook worden toegepast op energieprojecten. Voorbeelden zijn energieloketten die worden beheerd door energiecoöperaties. Mogelijk kan het uitdaagrecht worden ingezet door energiecoöperaties en andere maatschappelijke organisaties bij het vormgeven van 51% lokaal eigenaarschap.
Op dit moment zijn de energiecoöperaties in Barneveld vrijwilligersorganisaties die in hun vrije tijd ledenwerving en -administratie doen, projectontwikkeling, overleg in de RES, subsidieaanvragen bij de RVO indienen, inspraakreacties schrijven en participatiebijeenkomsten bijwonen. Ze zijn naar eigen zeggen te weinig geëquipeerd om de rol te spelen die hen in het klimaatakkoord en de RES Foodvalley wordt toegedicht.
Gemeentelijk energiebedrijf De gemeente kan ook zelf een energiebedrijf oprichten en daarin het collectief eigendom organiseren. Een voorbeeld is de gemeente Haarlemmermeer met ‘Tegenstroom BV’. Wil de gemeente hiertoe overgaan dan zal een haalbaarheidsstudie moeten worden uitgevoerd om de voor en nadelen inzichtelijk te maken. Tijd De overheid vindt draagvlak voor energieprojecten belangrijk en vraagt bewoners en ondernemers te participeren. Participatie kost tijd, een windgesprek van een uur, een bijeenkomst van een avond, inspreken op een dossier, raadsvergaderingen volgen, onderling overleg, een ronde tafel. Van wie wil participeren worden heel wat onbetaalde uren gevraagd. Zeker in gebieden waar, naast de opwek van duurzame energie al veel ontwikkelingen
CONCEPT 10
Memo lokaal eigenaarschap Aandachtspunten
Tijd Lokaal eigenaarschap en participatie vragen veel van ondernemers en bewoners. Zeker als zij samen met initiatiefnemers projectspecifieke invulling aan lokaal eigenaarschap moeten geven. De gemeente Barneveld stelt voor om omwonenden, coöperaties en ondernemers te ondersteunen waar het inzet betreft van tijd, geld en kennis. Geld Lokaal eigenaarschap is ook lokaal ondernemerschap. Een lokaal energieproject vraagt risicodragend vermogen. Als bewoners en ondernemers daarover beschikken, is het nog de vraag of ze dat willen inzetten om mede eigenaar te worden van een project. Bij grootschalige energieprojecten gaat het algauw om enkele miljoenen euro’s. Het vraagt de nodige organisatie om zo’n bedrag vanuit de lokale gemeenschap bij elkaar te krijgen. Zeker als het draagvlak onder zo’n project niet optimaal is. Kennis De ontwikkeling van energieprojecten vraagt veel specialistische kennis. Zowel op het gebied van de technische ontwikkeling van de projecten zelf, ruimtelijke ontwikkeling, ecologie, gezondheid, vergunningverlening, participatie, financiën en subsidies. Je kunt niet van bewoners en ondernemers verwachten dat zij die kennis in huis hebben. Toch is dat nodig omdat ze aan tafel zitten met professionele ontwikkelaars die daar wel over beschikken. Die kennis maak je je ook niet in korte tijd eigen.
In overleg met de energiecoöperaties ontwikkelt de gemeente een concreet plan voor de ondersteuning van bewoners, bedrijven en energiecoöperaties in de vorm van tijd, geld en kennis. Dit voorstel moet begin 2022 uitgewerkt zijn.
TIJD, GELD EN KENNIS
CONCEPT
Memo lokaal eigenaarschap Aandachtspunten
11
CONCEPT
Versie 4 oktober 2021
Status: CONCEPT