B-1.7 Besluit B&W evaluatie reïntegratie instrumenten d.d. 12-3-24
Tekst van het document
Organisatieonderdeel: Samenleving Behandelaar: A. Kruider en D. Jonker Telefoonnummer: Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. 3364 Barneveld, 5 maart 2024 Portefeuillehouder: W. Oosterwijk Op overzicht Bestaand beleid (website)
Evaluatie re-integratie instrumenten (2024)
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met bijgevoegd document "Evaluatie re-integratie instrumenten (2024)" en de hierin opgenomen conclusies. 2. Het individueel maatwerktraject te continueren en door te ontwikkelen. 3. De werkstage te continueren en door te ontwikkelen. 4. De kansen rondom de inzet van loonkostensubsidie voor inwoners zonder doelgroepindicatie verder te verkennen. 5. Het bijgevoegde document "Evaluatie re-integratie instrumenten (2024)" ter kennisname aan te bieden aan de raad (via rubriek B).
1. Inleiding De gemeente Barneveld heeft een aantal jaren op rij een tekort op het BUIG-budget. Op ons verzoek heeft onderzoeksbureau Berenschot in 2022-2023 onderzoek gedaan naar de oorzaken hiervan. Op 5 december 2023 heeft het college het onderzoek met een memo aan de raad gestuurd. In het onderzoek geeft Berenschot aan dat de indruk bestaat dat een deel van het tekort op het BUIG-budget te wijten valt aan indicatoren van het verdeelmodel, die nadelig uitpakken voor de gemeente Barneveld. Ook geeft Berenschot als advies om onverminderd in te blijven zetten op re-integratie van inwoners in de bijstand. Hierop hebben we een interne evaluatie naar het re-integratie instrumentarium gedaan. Deze evaluatie en de hierin opgenomen conclusies bieden we u hierbij ter vaststelling aan, zie bijlage 1.
2. Beoogd effect Inzicht geven in hoeverre onze re-integratie instrumenten aansluiten bij de doelmatigheid om onze inwoners zo goed mogelijk te helpen bij het vinden en behouden van werk of een andere vorm van meedoen naar vermogen. En het informeren van het college en raad hierover.
3. Argumenten 1.1 De “Evaluatie re-integratie instrumenten (2024)” geeft inzicht in de inzet van re-integratie instrumenten. In de evaluatie is op basis van gesprekken met gespreksvoerders en kwantitatieve data gekeken welke reintegratie instrumenten worden ingezet, met welke intensiteit en met welk doel. Ook is gekeken welke kansen zich nog voordoen rondom de doorontwikkeling van deze instrumenten en welke behoefte er onder gespreksvoerders nog is. 2.1 Het individueel maatwerktraject voorziet in een behoefte in de uitvoering om vanuit eigen autonomie in te zetten wat nodig is. Het individueel maatwerktraject, dat in 2022 ontwikkeld is, continueren we en ontwikkelen we door. Het instrument biedt kansen om te achterhalen wat (categorieën) inwoners bovenop het bestaande re-integratie instrumentarium nodig hebben om de stap te laten zetten richting de arbeidsmarkt e/o participatie. 3.1 De werkstage kan ingezet worden voor verschillende re-integratiedoeleinden De werkstage, die in 2023 ontwikkeld is, continueren we en ontwikkelen we door. We werken aan een gevarieerder en structureler aanbod zodat de werkstage voor meer inwoners ingezet kan worden als laagdrempelig activeringsinstrument e/o om via een werksetting in beeld te krijgen wat een inwoner nodig heeft en kan.
-24.1 Het inzicht in mogelijke kansen rondom de inzet van loonkostensubsidie voor inwoners zonder doelgroepindicatie is nog niet compleet Berenschot geeft in haar onderzoek aan dat zich rondom de inzet van loonkostensubsidie voor inwoners zonder doelgroepindicatie nog mogelijk kansen voordoen. In tegenstelling tot loonkostensubsidie voor inwoners met doelgroepindicatie, wordt dit instrument in Barneveld volgens Berenschot relatief weinig (in verhouding tot het landelijk beeld) ingezet. Vanuit de interne evaluatie komt niet duidelijk naar voren of en welke kansen zich hierin nog voordoen. Daarom gaan we dit verder verkennen, onder andere door het gesprek hierover in de regio en met het Werkgeversservicepunt te voeren. 5.1 De gebruikelijke route om de raad te informeren, is rubriek B. Dit is de gebruikelijke wijze om de raad te informeren.
4. Kanttekeningen N.v.t.
5. Financiën N.v.t.
6. Participatie en communicatie N.v.t.
7. Uitvoering N.v.t.
8. Bijlage 1. Evaluatie re-integratie instrumenten (2024)
Evaluatie re-integratie instrumenten 2024 Participatiewet
Hoofdstuk 1. Inleiding Aanleiding De gemeente Barneveld heeft een aantal jaren op rij een tekort op het BUIG-budget. Dit wil zeggen dat de gemeente meer kosten kwijt is dan ze aan inkomsten vanuit het Rijk ontvangt voor uitkeringen in het kader van: - Participatiewet - IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers) - IOAZ (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) - Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) - Inzet Loonkostensubsidie (LKS) Op verzoek van de gemeente Barneveld heeft onderzoeksbureau Berenschot onderzoek gedaan naar het tekort op het BUIG-budget. In dit onderzoek geeft Berenschot aan dat de indruk bestaat dat een deel van het tekort te wijten valt aan indicatoren van het verdeelmodel, die nadelig uitpakken voor de gemeente Barneveld. Een advies uit het onderzoeksrapport is dan ook: “Deelname aan begeleidingsgroepen SZW om input te leveren ter verbetering van de verdeelsystematiek (en de situatie van Barneveld goed onder de aandacht brengen).” De relevantie van deze aanbeveling is echter afgenomen nadat het Rijk in oktober 2023 de verdeelsystematiek heeft aangepast, met een voordelig effect voor de gemeente Barneveld, en daarbij heeft aangegeven dat het verdeelmodel op zichzelf na de laatste aanpassingen is uitontwikkeld.
Wel wil SZW met gemeenten verkennen welke andere maatregelen nog genomen kunnen worden, zoals de wijze van aanvragen van de vangnetregeling. Een ander advies dat Berenschot in het onderzoek doet, is: “Onverminderd in blijven zetten op lage instroom en hoge uitstroom. Ondersteuning (mede) ook richten op het aan het werk helpen van mensen die dit zelfstandig niet kunnen (bijvoorbeeld door inzet van loonkostensubsidie – LKS)” Deze aanbeveling gaat over de re-integratie instrumenten die wij als gemeente inzetten om inwoners stappen te laten zetten richting de arbeidsmarkt e/o participatie. Doel Het doel van deze evaluatie is om inzicht te geven in hoeverre onze re-integratie instrumenten aansluiten bij de doelmatigheid om onze inwoners zo goed mogelijk te helpen bij het vinden en behouden van werk of een andere vorm van meedoen naar vermogen. Aanpak Voor de evaluatie hebben we gebruikgemaakt van de beschikbare data vanuit de klantregistratie (Suite). Naast kwantitatieve data, hebben we vooral ook gebruikgemaakt van kwalitatieve input. De gespreksvoerders zijn geïnterviewd over het gebruik van de re-integratie instrumenten. Kaders De gemeente Barneveld streeft naar een samenleving waarin iedere inwoner naar vermogen meedoet. Hieronder worden alle vormen van meedoen verstaan, immers betaald werk is niet voor iedereen haalbaar.
Indien het een inwoner niet lukt zelfstandig naar vermogen mee te doen, zorgt de gemeente voor een professioneel vangnet, waarbij aangesloten wordt op de mate van zelfredzaamheid van de inwoner. Hierin zit de drieslag zelf – samen – gemeente. Het motto voor beleid en uitvoering binnen het sociaal domein is: op eigen kracht waar mogelijk, ondersteuning en hulp indien nodig.
2
Kaders van de evaluatie Deze evaluatie richt zich niet op de doelgroepen Doelgroepenregister (DGR), Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Beschut werk. De reden hiervoor is dat deze doelgroepen zich kenmerken door een in de wet geregeld uniek karakter, waarbij de inzet van andere re-integratie instrumenten zoals loonkostensubsidie (gefinancierd vanuit de BUIG) en werkplekaanpassing mogelijk is. Ook inzet voor Nuggers (Niet uitkeringsgerechtigden) en projecten die regionaal vanuit het RMT bekostigd worden, vallen buiten de scope van deze evaluatie. Deze projecten worden in regionaal verband geëvalueerd. De scope van deze evaluatie is dus de inzet van re-integratie instrumenten voor inwoners in de bijstand zonder doelgroepindicatie. Landelijke ontwikkelingen Participatiewet in Balans Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kiest ervoor de herziening van de Participatiewet vorm te geven in het programma Participatiewet in Balans. Ze doet dit samen met de partijen die het meest te maken hebben met de Participatiewet: gemeenten, bijstandsgerechtigden en professionals in het sociaal domein. Met Participatiewet in Balans worden de volgende doelen nagestreefd: 1. De wet biedt een passend perspectief op werk en participatie. 2. De wet (rechten en plichten) is begrijpelijk en goed na te leven. 3.
Mensen voelen zich ondersteund door de wet als het gaat om participatie en inkomen. 4. De wet biedt een doelmatig vangnet: zeker en voorspelbaar. 5. De wet biedt een toereikend inkomen. 6. De wet sluit goed aan bij brede vormgeving sociaal domein en het inkomensstelsel De beoogde inwerkingtreding van de wet is januari 2025. Bestaanszekerheid De Commissie sociaal minimum heeft onderstreept dat het borgen van bestaanszekerheid nu en op de lange termijn noodzakelijk is. Voor álle inwoners moet het inkomen zeker en toereikend zijn om van rond te komen en mee te doen. Dit staat zowel in de landelijke als lokale politiek hoog op de agenda. In Barneveld wordt gewerkt aan het programma bestaanszekerheid. De inspanningen die vanuit het programma gedaan gaan worden hebben hoogstwaarschijnlijk ook invloed op de uitvoering van de re-integratie.
Hoofdstuk 2. Analyse klantenbestand en financiën Dit hoofdstuk bevat de ontwikkeling van het bijstandsbestand door de afgelopen jaren heen. Hierbij kijken we ook naar een aantal kenmerken van het bijstandsbestand: leeftijd, duur van het bijstandsdossier, leefvorm en categorie. Daarnaast staat dit hoofdstuk stil bij het kader waarbinnen de inzet van re-integratie instrumenten gefinancierd wordt. Ontwikkelingen en kenmerken bestand Ontwikkeling volume 2019-2024 De ontwikkeling van het aantal Participatiewet-dossiers over de afgelopen vijf jaar laat het volgende verloop zien:
3
Bovenstaande grafiek bevat de ontwikkeling van het aantal Participatiewet-dossiers (inclusief 15 dossiers voor Studietoeslag). Hierin zijn de dossiers BBZ, IOAW, IOAZ, Beschut werk en Garantiebanen niet meegenomen. Het verloop over de afgelopen vijf jaar laat een stijging van 35 Participatiewet-dossiers zien. Tegelijkertijd nam het aantal inwoners toe van 57.971 per 2019 naar 62.663 per 2024. In 2019 had 0,906% van de Barneveldse inwoners een bijstandsuitkering, terwijl dit in 2024 0,894% is. Verdeling naar leeftijd
Nb. Tussen tabel 1 en tabel 2 doet zich een verschil voor in aantallen dossiers: 575 (tabel 1) tegenover 734 (tabel 2). Dit heeft er voornamelijk mee te maken dat in de tweede tabel dossiers BBZ, IOAW, IOAZ, Beschut werk en Garantiebanen wel zijn meegenomen. In bovenstaande grafiek zien we een afname van het aantal dossiers in de oudere leeftijdscategorieën en een toename van het aantal dossiers in de jongere leeftijdscategorieën. Dit sluit aan bij de eerdere constatering van Berenschot in hun onderzoek naar het tekort op het BUIG-budget. We zien dat de instroom van statushouders toeneemt en dit is hier mogelijk van invloed op. Ook horen we van gespreksvoerders dat zij een toename zien van jongere niet-statushouders.
4
Verdeling naar duur van het bijstandsdossier
In bovenstaande grafiek zien we een lichte toename van het aandeel bijstandsdossiers met een langere duur. Dit bevestigt het beeld dat het moeilijker is uit de bijstand te raken wanneer iemand voor langere tijd in de bijstand zit. Dit hangt vaak ook samen met de afstand tot de arbeidsmarkt. Verdeling naar leefvorm
In bovenstaande grafiek zien we een stabiele verdeling naar leefvorm door de tijd heen. In 2024 is 63% alleenstaand, 22% gehuwd en 15% alleenstaand ouder.
5
Verdeling naar categorie
Binnen re-integratie maken we een onderscheid tussen: statushouders (17%), jongeren (16%), werkfit (11%), participatie (38%), DGR (15%), BBZ (1%) en overig (1%). Werkfit is de groep die in basis snel aan het werk zou kunnen, terwijl participatie de groep is die dit vanwege een langere afstand tot de arbeidsmarkt niet kan. De verschillende categorieën inwoners vragen een verschillende focus in de begeleiding (bijvoorbeeld het soort re-integratie instrument dat ingezet wordt). Financiën Vanuit het Rijk zijn twee financieringsstromen beschikbaar: de gebundelde uitkering (BUIG) en een Rijksbijdrage voor de re-integratie (re-integratiebudget). BUIG-budget Jaarlijks ontvangen gemeenten vanuit het Rijk budget om de uitkeringen Participatiewet te kunnen betalen; de gebundelde uitkering (BUIG). Gemeenten bekostigen hiermee o.a. de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, Bbz en inzet Loonkostensubsidie (LKS). Welk bedrag iedere gemeente ontvangt is niet afhankelijk van de werkelijke bijstandsuitgaven. De verdeling gaat op basis van een door het CBS vastgesteld macrobudget. Als het aantal bijstandsuitkeringen stijgt, gaat het budget niet automatisch ook omhoog. Achterliggend idee hierbij is dat gemeenten een financiële prikkel ervaren om de bijstandsuitgaven zo laag mogelijk te houden.
Loonkostensubsidie Sinds 2022 wordt de rijksbijdrage voor de loonkostensubsidie (binnen BUIG) verdeeld onder gemeenten op basis van gerealiseerde uitgaven. Voorheen ging dit middels een standaard component in het verdeelmodel. De nieuwe situatie heeft een financieel positief effect voor de gemeente Barneveld ten opzichte van de oude situatie. Dit komt omdat de gemeente Barneveld bovengemiddeld veel loonkostensubsidie inzet. Hierbij gaat het om de inzet van loonkostensubsidie voor inwoners met een doelgroepindicatie. Er is ook een variant van loonkostensubsidie die ingezet kan worden voor inwoners zonder doelgroepindicatie. Deze wordt niet gefinancierd vanuit het BUIG-budget, maar vanuit de re-integratiemiddelen. Dit noemen we loonkostensubsidie als re-integratie instrument.
6
Re-integratiemiddelen Naast het BUIG-budget ontvangen gemeenten via de algemene uitkering van het Gemeentefonds een rijksbijdrage voor de re-integratie. Deze middelen worden aangewend voor alle re-integratie activiteiten die ingezet worden voor inwoners met een Participatiewet uitkering.
Hoofdstuk 3. Evaluatie Re-integratie instrumenten Dit hoofdstuk bevat de evaluatie van de inzet van re-integratie instrumenten binnen de gemeente Barneveld. Voordat we ingaan op de uitkomsten van de interviews met gespreksvoerders, starten we met een overzicht van het re-integratie instrumentarium, een beschrijving van de doelen en het aantal actieve trajecten per reintegratie instrument. Cijfermatige analyse Noot vooraf: Voor onderstaand overzicht is gebruikgemaakt van de beschikbare data vanuit de klantregistratie (Suite). Momenteel is het nog niet mogelijk om hieruit de inzet van instrumenten voor inwoners met een doelgroepindicatie weg te filteren. In onderstaand overzicht is het aantal actieve trajecten per re-integratie instrument mede daardoor niet volledig waarheidsgetrouw, maar moet dit als indicatie gezien worden. We werken samen met een data analist van de gemeente aan een monitor Participatiewet, zodat we in de toekomst accuratere en eenvoudiger te raadplegen data tot onze beschikking hebben voor het maken van een kwantitatieve analyse. Daarnaast is de werkgroep Suite Onderhoud bezig om de klantregistratie (Suite) te optimaliseren. Re-integratie instrument
Loonkostensubsidie (re-integratiebudget)
Doel
Aantal actieve trajecten (peildatum: 3101-2024)
Loonkostensubsidie (re-integratiebudget) heeft tot doel werkgevers over de streep te trekken mensen in dienst te nemen, ook als er geen sprake is van beperkte loonwaarde.
5
Nb. Loonkostensubsidie gefinancierd vanuit het reintegratiebudget is een variant op loonkostensubsidie gefinancierd vanuit het BUIG-budget. Vanuit het BUIG financieren we de inzet van loonkostensubsidie voor inwoners met een doelgroepindicatie. Deze vorm van loonkostensubsidie wordt veelvuldiger ingezet. Jobcoaching
Jobcoaching heeft tot doel een inwoner op werkplek te begeleiden naar een situatie waarin hij of zij uiteindelijk zonder ondersteuning bij een reguliere werkgever aan het werk kan gaan.
71
Werkervaringsplaat s
Een werkervaringsplek biedt mensen een werkgerichte omgeving waar men kan werken aan de persoonlijke leerdoelen gericht op het functioneren als een volwaardige medewerker op de arbeidsmarkt en/of vakgerichte vaardigheden
35
7
Werkstage
Het doel van de werkstage is om de inwoner te laten kennismaken met het specifieke werkveld, het opdoen van eerste werkervaring, te leren werken in een arbeidsrelatie en om te bezien of de betreffende werkzaamheden als passend kunnen worden beschouwd.
3
Taalstage
Taalstage heeft als doel de statushouder de mogelijkheid te geven de Nederlandse taal verder te ontwikkelen, door binnen een werkomgeving activiteiten en werkzaamheden te doen waarbij de Nederlandse taal gesproken wordt
5
Vrijwilligerswerk en begeleid vrijwilligerswerk
Vrijwilligerswerk wordt ingezet om klanten onbeloonde maatschappelijke zinvolle activiteiten te laten verrichten, om mensen maatschappelijk te laten participeren, ook als er geen arbeidsvermogen is (in het geval van begeleid vrijwilligerswerk)
80
Arbeidsmedisch advies
Het doel van het arbeidsmedisch advies is het in kaart brengen van de arbeidskundige consequenties van een geconstateerde medische/psychische beperking
14
Scholing: aanbieden traject
Het doel van het scholingstraject is het verwerven van kennis en vaardigheden gericht op arbeidsinschakeling en/of het behalen van een startkwalificatie.
26
Individueel maatwerk-traject
Individuele maatwerktrajecten, zoals:
11
Proefplaatsing
Overig
•
De verdiepende arbeidsdiagnose vanuit Werkkracht; • Een uitgebreid scholingspakket tot boekhouder voor een inwoner die hoogbegaafd op het gebied van cijfers is; • Intensieve individuele (job)coaching voor mensen met autisme, waarbij naast het werkgedeelte ook andere relevante levensgebieden voor de stap richting werk worden meegenomen Het doel van de proefplaatsing is dat na afloop de kandidaat een arbeidsovereenkomst krijgt aangeboden voor minimaal zes maanden op basis waarvan de kandidaat een inkomen verwerft waarmee hij bijstandsonafhankelijk wordt Zoals een vervoersvoorziening
8
7
Resultaten interviews gespreksvoerders Tijdens de interviews met gespreksvoerders hebben we stilgestaan bij de volgende vraag: in hoeverre sluiten onze re-integratie instrumenten aan bij de doelmatigheid om onze inwoners zo goed mogelijk te helpen bij het vinden en behouden van werk of een andere vorm van meedoen naar vermogen. Hieronder presenteren we de belangrijkste inzichten. Algemeen Veel re-integratie instrumenten worden al langere tijd door gespreksvoerders ingezet. Dit geldt bijvoorbeeld voor jobcoaching, werkervaringsplaats, taalstage, vrijwilligerswerk, arbeidsmedisch advies, scholing en proefplaatsing. Deze instrumenten zijn in 2018 al geëvalueerd (te raadplegen via zaaknummer 1086512). De interviews met gespreksvoerders voor deze evaluatie resulteren niet in nieuwe inzichten ten opzichte van de inzichten die in de evaluatie uit 2018 gepresenteerd zijn. Werkstage De werkstage is in 2023 ontwikkeld. Vanuit de data zien we dat dit instrument momenteel beperkt wordt ingezet. Vanuit de gesprekken horen we tegelijkertijd dat de werkstage mogelijk voldoet aan een behoefte op het gebied van een laagdrempelig activeringsinstrument. Het is een instrument dat ingezet kan worden om ervoor te zorgen dat inwoners die toetreden tot de bijstand, niet te lang stil komen te zitten, waardoor drempels voor re-integratie e/o participatie hoger worden.
Ook horen we dat de werkstage ingezet kan worden om in beeld te krijgen wat iemand nodig heeft of kan, omdat dit soms pas echt duidelijk wordt wanneer iemand aan het werk is. Op dit moment is er aanbod voor de werkstage, maar organiseren gespreksvoerders dit vaak onderhands met werkgevers. Het ontbreekt momenteel nog aan een structureler, groter en meer variërend beschikbaar aanbod. Individueel maatwerktraject Het individueel maatwerktraject is in 2022 ontwikkeld. Ten opzichte van dit instrument doen we vanuit de gesprekken de volgende vier inzichten op: • • •
•
Het individueel maatwerktraject voorziet in een behoefte om vanuit eigen autonomie in te kunnen zetten wat nodig is. Voor sommige gespreksvoerders is het niet duidelijk welke rol beleid bij de inzet van dit instrument zou moeten spelen. Het individueel maatwerktraject biedt de mogelijkheid om te experimenteren met wat er bovenop het bestaande re-integratie instrumentarium nodig is om inwoners de stap richting de arbeidsmarkt e/o participatie te laten zetten. Een individueel maatwerktraject dat meerdere keren is ingezet, is de verdiepende arbeidsdiagnose vanuit Werkkracht. Uit een aparte evaluatie van de verdiepende arbeidsdiagnose maken we op dat de aanleiding voor inzet van dit traject veelal is dat de gespreksvoerder inzet heeft gepleegd op het reintegratietraject van een inwoner, maar onvoldoende integraal inzicht krijgt in de (fysieke en mentale) arbeidsgerelateerde mogelijkheden en beperkingen van de inwoner. Hierin is de verdiepende arbeidsdiagnose een helpend traject gebleken. Daarnaast resulteert het vaak ook in zelfinzicht bij de inwoner op dit gebied.
Loonkostensubsidie als re-integratie instrument Volgens onderzoeksbureau Berenschot laat een vergelijking met het landelijk beeld zien dat loonkostensubsidie als re-integratie instrument in Barneveld relatief weinig wordt ingezet. Momenteel zijn er
9
vijf actieve trajecten op dit instrument, waarbij het dus niet gaat om inzet van loonkostensubsidie voor inwoners met een doelgroepindicatie (dit wordt veelvuldiger ingezet). Vanuit de gesprekken maken we niet duidelijk op wat hiervan de reden is. Van enkele gespreksvoerders horen we dat loonkostensubsidie werkgevers geen of een beperkte prikkel geeft om mensen in dienst te nemen, maar in andere gevallen is dit juist wel succesvol gebleken. Extra inzet voor specifieke doelgroepen Vanuit de gesprekken horen we dat voor sommige specifieke doelgroepen mogelijk extra inzet (bijvoorbeeld op projectbasis) nodig is om ze naar werk/participatie te begeleiden. Als voorbeeld: tijdens de interviews is naar voren gekomen dat spreekvaardigheid een belemmering vormt voor oud-wetters (inburgering) om stappen richting de arbeidsmarkt te kunnen zetten en is gewezen op een (duaal of gecombineerd) taalwerktraject als mogelijke extra inzet.
Hoofdstuk 4. Conclusies en vervolgacties Individueel maatwerktraject We concluderen dat het individueel maatwerktraject in een behoefte voorziet. Het advies is om dit instrument te continueren en door te ontwikkelen, zodat de kansen van dit instrument beter benut worden. Dit willen we op de volgende manieren gaan doen: •
•
•
De wederzijdse verwachtingen tussen beleid en uitvoering rondom de inzet van het individueel maatwerktraject moeten helder zijn. Daarbij is het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij de uitvoering ligt en beslissing over inzet zoveel mogelijk op de casuïstiektafels (overleg tussen gespreksvoerders, waar beleid geregeld ook bij aansluit) genomen wordt; de gespreksvoerder zit immers met de inwoner om tafel. Dit pakken we met de uitvoering op. Het individueel maatwerktraject gaan we inzetten om in beeld te krijgen wat inwoners bovenop de bestaande re-integratiemiddelen nodig hebben om stappen naar de arbeidsmarkt e/of participatie te zetten. Daarbij nemen we de constatering uit het onderzoek van Berenschot mee dat jongeren tot 30 jaar en mensen vanaf 50 jaar relatief oververtegenwoordigd zijn in ons bijstandsbestand. De verdiepende arbeidsdiagnose is al meerdere keren als individueel maatwerktraject ingezet en in een aparte evaluatie is gekeken naar de effectiviteit. We bevinden ons in de fase dat we willen kijken of we dit traject als instrument willen inregelen en hoe we dat willen doelen.
Werkstage en werkervaringsplaats We concluderen dat de werkstage in een behoefte voorziet. Het advies is om dit instrument te continueren en door te ontwikkelen. Veel gehoord vanuit de gespreksvoerder zijn meer en meer gevarieerdere plekken voor een werkstage en werkervaringsplaatsen. Nodig om inwoners de stap richting werk te kunnen zetten (activering), maar ook om in een andere omgeving helder te krijgen waar de mogelijkheden en ontwikkeling van de inwoner ligt. Zeker bij de werkstage wordt een en ander nu onderhands gerealiseerd door de gespreksvoerder, een beschikbaar aanbod is wenselijker. Hiervoor zoeken we vooral de nadere samenwerking met het WSP op. Loonkostensubsidie als re-integratie instrument Vanuit de gesprekken met gespreksvoerders hebben we geen aanwijsbare redenen gevonden voor het in mindere mate inzetten (ten opzichte van het landelijk beeld) van loonkostensubsidie als re-integratie instrument in Barneveld. We willen regionaal in gesprek gaan over hoe dit bij andere gemeenten speelt. Het is bijvoorbeeld goed denkbaar dat de inzet van loonkostensubsidie als re-integratie instrument vaak alleen
10
succesvol is in de combinatie met andere inzet (op bijvoorbeeld beheersing van de Nederlandse taal). Daarnaast willen we met het WSP gaan verkennen welke andere mogelijkheden hier nog voor zijn. Samenspel beleid en uitvoering Het bijstandsbestand verandert door de tijd, maar ook de wetgeving is aan het veranderen (o.a. Participatiewet in Balans). Het belang van een goede samenwerking tussen beleid en uitvoering is daarmee van belang. Daarom gaan we elk half jaar met elkaar in overleg om het te hebben over wat de gespreksvoerders zien en wat beleid constateert (bijvoorbeeld cijfermatig).
11