B-1.30 Besluit B&W inzake verdeling Covid-19 compensatie lokale culturele voorzieningen d.d. 9-3-21.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Sociaal Domein Behandelaar: Veldhuizen, Merit Telefoonnummer: 14 0342
Voorstelnr. 1282 Barneveld, 9 maart 2021 Portefeuillehouder: A.H. van de Burgwal
Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Op overzicht Bestaand beleid (website)
Onderwerp:
Verdeling Covid-19 Compensatie Lokale Culturele Voorzieningen 2020
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met de verdeling van de beschikbare € 125.000 voor de subsidieregeling Covid-19 Compensatie Lokale Culturele Voorzieningen 2020. 2. Dit besluit ter kennisgeving te verstrekken aan de gemeenteraad.
1. Inleiding De cultuursector is één van de sectoren die het hardst getroffen is door de coronacrisis. Ook in de gemeente Barneveld is gebleken dat culturele voorzieningen te maken hebben met de effecten van de maatregelen. Zo is er afwisselend sprake van gemiste publieksinkomsten, annulering van voorstellingen en producties, extra gemaakte kosten en een terugloop in ledenaantallen. Op 9 december 2020 stemde de gemeenteraad in met de verdeling van de ontvangen Rijksmiddelen 2020 ter compensatie voor 'Lokale Culturele Voorzieningen' in verband met de coronacrisis. In totaal bestond deze Rijkscompensatie uit een bedrag van € 348.000. Op dat moment was de meest urgente financiële nood als gevolg van de coronacrisis ontstaan bij het Schaffelaartheater. Het Schaffelaartheater diende een sluitende begroting in met een alternatief businessmodel. Op basis daarvan is hun benodigde liquiditeitssteun ad € 223.000 bestemd. Daarnaast is € 125.000 bestemd als compensatieregeling voor overige lokale culturele voorzieningen. Het doel van deze compensatieregeling is het subsidiëren van lokale culturele voorzieningen in de gemeente Barneveld, ter nivellering van de maatschappelijke en economische effecten van de coronacrisis. Men kon hierbij tot 31 januari 2021 een beroep doen op compensatie voor zowel het geleden verlies door corona, als op compensatie voor beoogde innovaties.
Op die manier stimuleren we deze organisaties om een breed cultuuraanbod toegankelijk te maken en te houden voor inwoners van de gemeente Barneveld. Midden december 2020 werd een tweede lockdown aangekondigd. Hierdoor moesten culturele voorzieningen weer hun deuren sluiten en de amateurkunstbeoefening kwam weer stil te liggen. Dit heeft voor sommige culturele voorzieningen de urgentie voor het gebruikmaken van de compensatieregeling aanzienlijk vergroot. In totaal hebben 15 verschillende culturele aanbieders zich gemeld voor de compensatieregeling (voor compensatie van verlies en/of innovatie). Dit zijn:
Het Oude Ambachten en Speelgoed Museum; Het Pluimveemuseum; Museum Nairac; Borduurmuseum ‘Het Losse Steekje’ (als onderdeel van een gezamenlijke aanvraag met de andere musea); Het Schaffelaartheater; Muziekvereniging De Harmonie; Muziekvereniging Crescendo Fanfare Tot Ons Genoegen; Atelier Hupsakee; Balletschool Desiree Nillesen; Toneelvereniging WIK; Pegasus Pipes & Drums, Popkoor Luidkeels; Accordeonvereniging Rhapsodie; Majorettevereniging VoMaKo.
Deze partijen hebben samen een hoog compensatiebedrag aangevraagd. Het huidig beschikbare subsidiebudget ad € 125.000 is niet voldoende gebleken om alle aanvragen volledig te kunnen honoreren.
-2Categorisering en honorering van de aanvragen De twee grootste aanvragen komen van het Oude Ambachten en Speelgoed Museum en het Pluimveemuseum. Bij hen bleek dat er, als gevolg van de coronacrisis, zowel sprake was van een verlies op de jaarrekening 2020, als ook van ontoereikende liquide middelen. Omdat tot de dag van vandaag nog geen publieksinkomsten worden gegenereerd, ontstaat er bij deze twee partijen in de huidige situatie daarom een acuut liquiditeitsprobleem per medio april 2021. Dit leidt ertoe dat deze twee voorzieningen nu liquiditeitssteun nodig hebben, om de vaste kosten te kunnen blijven betalen en dus het hoofd boven water te houden. In de afwegingen voor toekenning van financiële ondersteuning is de urgentie van de benodigde steun voor deze twee partijen daarom leidend geweest. Bij deze partijen is in deze subsidieregeling uitgegaan van het bieden van een overbrugging voor de komende periode. Dit is op basis van hun vaste lasten, los van hun verlies op de jaarrekening 2020. We geven deze liquiditeitssteun ter overbrugging op voorwaarde dat de betreffende partijen werken aan een sluitende begroting op basis van een hernieuwd businessmodel voor de komende periode tijdens en na corona. Deze gegevens dienen te worden aangeleverd bij een eventuele vervolgaanvraag voor coronasteun.
Bij de overige aanvragen voor compensatie van verlies, is uit de ingediende gegevens voor deze compensatieregeling niet gebleken dat er een acuut liquiditeitsprobleem is ontstaan. Hiermee is onze verwachting dat hun situatie minder alarmerend is dan die van de bovengenoemde twee musea. Daarom zijn we bij deze aanvragen uitgegaan van een compensatie van 50% van hun verlies over 2020 en/of 50% compensatie van het aangevraagde innovatiebedrag. Zodoende zijn er drie categorieën ontstaan: ‘Liquiditeitssteun’, ‘compensatie verlies 2020’ en ‘innovatie’. De duiding en werkwijze per categorie valt samen te vatten in de volgende tabel: Categorie Liquiditeitssteun
Compensatie verlies 2020 Innovatie
Duiding Het Oude Ambachten en Speelgoed Museum en het Pluimveemuseum hebben als zelfstandig museum met publieksfunctie en zonder structurele overheidssteun, de grootste verliezen. Hiermee zijn bij deze partijen acute liquiditeitsproblemen ontstaan. Partijen die subsidieaanvragen hebben ingediend ter compensatie van hun corona gerelateerde verlies in 2020. Hierbij is zoveel mogelijk uitgegaan van het daadwerkelijke verlies op de jaarrekening 2020. Partijen die compensatie hebben aangevraagd ten behoeve van innovaties om nu en straks cultuur beschikbaar en toegankelijk te maken voor de inwoners van Barneveld en daarbuiten.
Werkwijze Liquiditeitssteun bieden ter overbrugging 50% van het verlies compenseren 50% van het aangevraagde bedrag compenseren
Door deze wijze van verdeling te hanteren, komt uiteindelijk 75% van het totaal beschikbare subsidiebedrag ten goede aan compensatie van verlies en/of liquiditeitssteun en 25% komt ten goede aan beoogde innovaties. Zie voor een overzicht van alle gehonoreerde bedragen bijlage 1. De partijen wiens aanvragen gehonoreerd zijn, zijn gevestigd in de gemeente Barneveld. Ze vertegenwoordigen diverse cultuurdisciplines; muziek, podiumkunsten, beeldend, dans en/of erfgoed. Hun activiteiten voldoen aan de cultuurbeleidsdoelstellingen zoals omschreven in het Beleidsplan Sociaal Domein: bevordering cultuureducatie, bevordering cultuurparticipatie en sociaal-cultureel werk ouderen. Niet gehonoreerde aanvragen Aangezien het Schaffelaartheater vanuit dezelfde Rijksmiddelen in november 2020 € 223.000 liquiditeitssteun heeft ontvangen, is in de beleidsregels opgenomen dat zij uitgesloten zijn van deelname aan deze subsidieregeling. Daarom worden hun ingediende innovatieaanvragen niet gehonoreerd. Daarnaast wordt de compensatie-aanvraag van Popkoor Luidkeels niet gehonoreerd, aangezien zij 2020 niet met verlies heeft afgesloten en de gevolgen van de coronacrisis voor haar dus redelijkerwijs zelf te dragen zijn. Haar aanvraag voor innovatie wordt wel gedeeltelijk gehonoreerd.
Tot slot worden de innovatie-aanvragen van het Oude Ambachten en Speelgoed Museum niet gehonoreerd, in verband met de relatief hoge liquiditeitssteun die zij al ontvangen uit deze subsidieregeling.
-3-
2. Beoogd effect a) Meetbaar effect; Aanvragende culturele voorzieningen worden voor 50% gecompenseerd in hun ontstane verlies in 2020 door corona en/of worden voor 50% gecompenseerd in hun aangevraagde innovatiesubsidie. Het Oude Ambachten en Speelgoed Museum en het Pluimveemuseum worden gesteund in hun liquiditeitsproblemen voor naar verwachting 2 tot 3 maanden.
b) Maatschappelijk effect De lokale cultuursector wordt ondersteund in de gevolgen van corona. Daarmee wordt herstel in de lokale culturele infrastructuur bevorderd. Daarnaast wordt een impuls gegeven aan een veelzijdig en laagdrempelig cultuuraanbod voor alle inwoners van de gemeente Barneveld en daarbuiten.
3. Argumenten
Door de verliezen van de aanvragende partijen gedeeltelijk te compenseren, beperken we de financiële schade bij die bij de lokale culturele voorzieningen is ontstaan door de coronacrisis.
De aanvragers die een aanvraag hebben gedaan, dragen bij aan de culturele infrastructuur in de gemeente op het gebied van de disciplines muziek, podiumkunsten, beeldend, dans en/of erfgoed. Het gedeeltelijk compenseren van hun geleden verlies en/of innovatie waarborgt mede een divers en laagdrempelig cultuuraanbod in de gemeente Barneveld.
De ingediende innovatieplannen zijn getoetst op aansluiting met de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. De innovatieve projecten zijn multidisciplinair van aard. Zij komen ten goede aan laagdrempelige cultuurparticipatie in brede zin. Veel innovatieve projecten zijn erop gericht om cultuurparticipatie voor een breed publiek op een laagdrempelige alternatieve manier te organiseren. Voorbeelden hiervan zijn het digitaliseren van aanbod en het mogelijk maken van livestreaming voor repetities en optredens. Ook het ontwikkelen van nieuw en eigentijds cultuureducatieaanbod behoort tot de toegekende innovatieve projecten. Tot slot wordt op diverse manieren ingezet op werving en behoud van nieuwe en bestaande leden voor cultuurverenigingen. Zodoende wordt met deze regeling een duurzame impuls gegeven aan cultuurparticipatie en -educatie in de gemeente. Ook wanneer de coronacrisis vraagt om creativiteit en aanpassen.
De compensatie van 50% van het verlies in 2020 of de beoogde innovaties past bij de filosofie ‘zelfsamen gemeente’ van de gemeente Barneveld.
De twee aanvragers bij wie de grootse aantoonbare financiële nood is (Het Oude Ambachten en Speelgoed Museum en het Pluimveemuseum), ontvangen samen een bedrag van ruim € 80.000. Dat is meer dan 60% van het totale subsidiebedrag. Dit bedrag is hoog in vergelijking tot de andere verleende subsidiebedragen. Maar met deze verdeling wordt op een in verhouding passende wijze urgentie gegeven aan de liquiditeitspositie van deze partijen. Met dit bedrag kunnen deze partijen worden gesteund in hun liquiditeitsproblemen voor naar verwachting 2 tot 3 maanden.
4. Kanttekeningen
In totaal is een aanzienlijk hoger bedrag aangevraagd dan in de huidige subsidieregeling beschikbaar is. De huidige subsidieregeling biedt dus slechts gedeeltelijke compensatie ter nivellering van de economische en maatschappelijke effecten van de coronacrisis voor de lokale culturele infrastructuur. De verwachting is dat de verliezen bij de culturele voorzieningen blijven oplopen. De tweede lockdown en de daarbij behorende maatregelen duren immers nog voort.
De geboden liquiditeitssteun voor het Oude Ambachten en Speelgoed Museum en het Pluimveemuseum dient ter overbrugging om het hoofd boven water te houden. Er wordt dus ‘tijd gekocht’. Het is waarschijnlijk dat er zich over enkele maanden opnieuw een liquiditeitsprobleem voordoet bij deze partijen. Om eventueel noodzakelijke aanvullende steun vanuit de gemeente te overwegen, zullen deze musea tegen die tijd duidelijk moeten maken hoe zij een sluitende exploitatie denken te realiseren in een situatie waarin door corona bepaalde activiteiten niet meer mogelijk zijn of anders moeten worden georganiseerd.
-4
Op 12-11-2020 besloot de gemeenteraad een bedrag ad € 200.000 toe te kennen aan het Pluimveemuseum voor een beoogde verbouwing. Dit bedrag is bedoeld als investering en staat dus apart van de exploitatie en liquiditeitspositie van het museum.
Doordat in de huidige verdeling ruim € 80.000 ten goede komt aan liquiditeitssteun ter overbrugging en dekking van vaste lasten, is te verwachten dat het effect van deze subsidieregeling kleiner is dan beoogd. Om daadwerkelijk een duurzame impuls te kunnen geven aan de lokale culturele sector, zal een raadsvoorstel volgen. Daarin wordt ingegaan op de noodzaak voor het inzetten van de Rijksmiddelen voor cultuur voor de eerste helft van 2021.
Het Oude Ambachten en Speelgoed Museum heeft naast gemeentelijke subsidie, ook NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) aangevraagd. Gemeentelijke subsidies kunnen (deels) gerekend worden tot omzet, wat tot gevolg kan hebben dat de NOW-subsidie voor die betreffende periode lager uitvalt. Subsidies bedoeld ter compensatie van eenmalige coronagerelateerde kosten, worden niet meegerekend voor de NOW-omzet (zie bijlage 2). Momenteel wordt door culturele brancheorganisaties een lobby gevoerd voor een bepaling dat corona noodsteun geen omzet voor NOW zou behoren te zijn. Gezien de urgentie van de benodigde liquiditeitssteun bij het Oude Ambachten en Speelgoed Museum, is er nu geen tijd om deze discussie af te wachten. We houden actief contact met het museum over de wijze van verlening van de liquiditeitssteun.
5. Financiën De huidige subsidieregeling ter hoogte van € 125.000 wordt bekostigd vanuit de eerste Rijkstranche voor lokale culturele voorzieningen ad € 348.000. De gemeenteraad heeft de regeling ad € 125.000 in december 2020 bestemd voor lokale culturele voorzieningen (naast liquiditeitssteun aan het Schaffelaartheater). Dit voorstel voorziet in de verdeling van het bedrag onder de lokale culturele voorzieningen tot het vastgestelde plafondbedrag. N.B. Via de decembercirculaire 2020 is vanwege de aanhoudende coronacrisis een tweede Rijkstranche voor lokale culturele voorzieningen ad € 276.000 via de algemene uitkering ter beschikking gesteld. Deze tranche dient de gemeenteraad nog nader te bestemmen.
6. Uitvoering Planning: Na besluitvorming door het college wordt de subsidie zo spoedig mogelijk overgemaakt aan de aanvragers. Communicatie: Na besluitvorming worden de aanvragers per brief op de hoogte gesteld van het besluit. Naar aanleiding van dit collegebesluit wordt vanuit de gemeente Barneveld een persbericht opgesteld. Evaluatie/controle: Organisaties die een subsidie hoger dan € 5.000 ontvangen, moeten deze aan het einde van 2021 verantwoorden met een financiële en inhoudelijke onderbouwing, ter vaststelling van de subsidie.
7. Bijlagen 1. Overzicht subsidieverdeling 2. Bijlage bij kamerbrief: Verduidelijking omzetbegrip binnen de NOW
Bijlage bij Collegevoorstel 1282: Verdeling Covid-19 Compensatie Lokale Culturele Voorzieningen 2020, gemeente Barneveld, d.d. 09-03-2021.
Overzicht verdeling Covid-19 Compensatie Lokale Culturele Voorzieningen 2020 Liquiditeit Aanpak Overbrugging bieden in liquiditeitspositie
Aanvrager
Categorie
Liquiditeitspositie
Oude Ambachten en Speelgoed Museum Pluimveemuseum
Musea en erfgoed Musea en erfgoed
Op basis van de ingediende financiële documenten is de liquiditeitspositie beoordeeld als niet toereikend.
Aanvrager Museum Nairac Balletschool Nillesen Pegasus Pipes & Drums Tot Ons Genoegen Majorettevereniging VoMaKo
Categorie Musea en erfgoed Dans Muziekverenigingen Muziekverenigingen Majorettevereniging
Toe te kennen
Verlies 2020 € €
56.000,00 € 44.000,00 € €
57.220,00 24.000,00 81.220,00
Compensatie Aanpak 50% van verlies 2020 compenseren
Toe te kennen Toe te kennen - na voor afronding afronding Verlies 2020 € 11.380,00 € 5.690,00 € 5.690,00 € 6.470,00 € 3.235,00 € 3.240,00 € 5.200,00 € 2.600,00 € 2.600,00 € 1.123,51 € 561,76 € 570,00 € 386,22 € 193,11 € 200,00 € 12.300,00
Innovatie Aanpak
50% van aangevraagde innovatiebedrag toekennen
Aanvrager
Categorie
De Harmonie
Muziekverenigingen
Atelier Hupsakee
Beeldende kunsten
Gecombineerde musea-aanvraag
Musea en erfgoed
Balletschool Nillesen
Dans
Crescendo WIK & Partners
Muziekverenigingen Theaterverenigingen
Museum Nairac Accordeonvereniging Rhapsodie Popkoor Luidkeels
Musea en erfgoed Muziekverenigingen Koren
Aard innovatie
Aangevraagd bedrag
Instrumenten speelklaar maken, campagne opzetten voor instroom nieuwe leden, voorstelling Magisch Muziektheater € Realisatie online tekenlessen en verplaatsbare zandkunstvoorstelling in buitenlucht € Ontwikkeling lessen 'Reizen in de Tijd' ten behoeve van erfgoededucatie € Danslessen en -activiteiten breder toegankelijk maken middels livestreaming € Realiseren audio/video streaming platform tbv muziekuitvoering, educatie en ledenwerving € Inzet videograaf voor online Kindertheaterweek € Rondleiding coronaproof maken door inzet van audiorondleidsysteem € Werving van nieuwe leden via diverse kanalen € Ontwikkelen digitaal 'corona-nummer' €
Toe te kennen voor afronding
Toe te kennen - na afronding
17.500,00 €
8.750,00 €
8.750,00
15.500,00 €
7.750,00 €
7.750,00
14.000,00 €
7.000,00 €
7.000,00
4.225,10 €
2.112,55 €
2.120,00
4.918,10 € 4.000,00 €
2.459,05 € 2.000,00 €
2.460,00 2.000,00
1.100,00 € 1.000,00 € 690,00 €
550,00 € 500,00 € 345,00 € €
550,00 500,00 350,00 31.480,00
€
125.000,00
Totaal
Bijlage III: verduidelijking omzetbegrip binnen de NOW Het omzetbegrip NOW sluit primair aan bij het jaarrekeningenrecht. Dat is opgenomen in art. 1 lid 2 van de NOW-regeling. Daar staat dat voor het omzetbegrip gekeken wordt naar wat er voor de winst- en verliesrekening als netto-omzet wordt gezien en naar alle baten die voortkomen uit de uitvoering van normale activiteiten van een organisatie, ook als deze gewoonlijk met een andere term dan omzet worden aangeduid. Dit maakt het voor werkgevers zo makkelijk mogelijk om hun omzetverlies te berekenen, omdat ze gebruik kunnen maken van hun winst- en verliesrekening of de staat van baten en lasten die zij over 2019 hebben opgesteld. Ook inhoudelijk is dit van belang want om het omzetverlies te kunnen berekenen, moet de omzet van 2020 vergeleken worden met die van 2019. Deze vergelijking moet consistent zijn: werkgevers moeten voor de omzetbepaling in 2020 dezelfde regels volgen als in 2019. In het jaarrekeningenrecht is opgenomen dat omzet bestaat uit de inkomsten die toe te rekenen zijn aan de reguliere activiteiten van de onderneming. Voor bedrijven die goederen of diensten leveren, betekent dit dat de opbrengsten die een bedrijf haalt uit het leveren van goederen en/of diensten moeten worden gezien als omzet.
Om tot de netto-omzet te komen worden de daaraan gerelateerde kortingen en de over de omzet geheven belasting daarvan af gehaald. Ook de overige opbrengsten worden als omzet gezien voor de NOW voor zover zij zien op de reguliere bedrijfsactiviteiten van de onderneming. Voor non-profitorganisaties wordt in plaats van opbrengsten vaak over baten gesproken. Ook hier geldt dat gekeken wordt naar baten die aan de reguliere activiteiten van de organisatie te koppelen zijn. Baten kunnen bijvoorbeeld subsidies, giften, bijdragen vanuit overheidsinstellingen, donaties etc. zijn. Deze worden tot de omzet gerekend als deze voortkomen uit de reguliere activiteiten van de onderneming. Dat betekent dat een kunstgalerie die bijvoorbeeld jaarlijks subsidie ontvangt om een expositie te kunnen verzorgen, deze subsidie als omzet moet zien. Het hoort namelijk tot de reguliere activiteiten van een galerie om exposities te verzorgen. Alle inkomsten die daarmee te maken hebben, worden gezien als omzet. De groenteboer die een eenmalige subsidie ontvangt om zijn koeling te verduurzamen, zal deze subsidie niet als omzet zien. De reguliere activiteit van een groenteboer is winst maken door groente te verkopen, en niet het bevorderen van duurzaamheid of het bouwen van koelingen. De corona-gerelateerde subsidies zijn een aparte categorie inkomsten.
Er is geen vergelijking mogelijk met 2019 omdat deze subsidies toen nog niet bestonden. In eerdere communicatie is gezegd dat ‘alle corona-gerelateerde subsidies meegerekend moeten worden in de omzet voor de NOW’. Dat wordt in deze brief verder geduid en genuanceerd. Voor vijf corona-gerelateerde subsidies, namelijk de TVL, TOGS, Regeling continuïteitsbijdrage zorg, beschikbaarheidsvergoeding OV-bedrijven en Tegemoetkoming sierteelt en voedingstuinbouw, is dat wel het geval. Deze subsidies worden als omzet gezien voor de NOW omdat dit anders tot dubbelfinanciering vanuit het Rijk kan leiden. Ook de eventuele tegemoetkoming die werkgevers ontvangen als zij werknemers uitlenen in het kader van crisisbanen wordt voor de NOW als omzet gezien, wederom met het oog op het voorkomen van dubbelfinanciering vanuit het Rijk. Van verschillende kanten kwamen vragen over sectorspecifieke aanvullende financiële steun en de samenloop met de omzet van de NOW. Zo is bijvoorbeeld tijdens het begrotingsdebat van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een motie van de leden Van den Hul en Belhaj aangenomen, over de richtlijnen van de NOW, en hoe additionele financiële steun vanuit gemeenten voor de NOW behandeld wordt.
In antwoord daarop: voor alle andere coronagerelateerde subsidies wordt als uitgangspunt gehanteerd dat als een subsidie volgens het jaarrekeningenrecht als omzet wordt gezien voor de onderneming, het ook omzet is voor de NOW.
Een voorbeeld. Als een organisatie (onderneming of instelling) naast de NOW-steun ook gebruik maakt van middelen uit bijvoorbeeld een particulier of gemeentelijk fonds waarmee aanpassingen worden gedaan om een onderneming klaar te maken voor de 1,5-meter samenleving (stickers op de vloer, verruiming ingang om looproutes te creëren), is dat volgens het jaarrekeningenrecht
geen omzet. Het is namelijk geen reguliere bedrijfsactiviteit van de onderneming, maar een eenmalige praktische aanpassing. Als hetzelfde fonds geld inzet om werkgevers te ondersteunen omdat een deel van de netto-omzet/batendoor corona is weggevallen, zijn dit welopbrengsten/baten volgens het jaarrekeningenrecht, want dan betreft dit compensatie voor misgelopen netto-omzet/baten. Voor de NOW is dit derhalve omzet die samenhangen met de reguliere bedrijfsactiviteiten. Er zijn daarnaast vragen gesteld of steunmaatregelen voor specifieke organisaties of branches ook meegenomen moeten worden in de berekening van de omzet voor de NOW. Ook daar geldt: als het inkomsten zijn die zien op de reguliere activiteiten van de onderneming zal het meegenomen moeten worden als omzet voor de NOW. Het restaurant dat naast de reguliere steunpakketten ook gebruik maakt van een specifieke regeling voor de horeca die erop gericht is om de afwezigheid van inkomsten op te vangen, zal dat als omzet moeten zien voor de NOW. Als het restaurant echter van de verhuurder een huurverlaging of – kwijtschelding heeft gekregen, kwalificeert dit niet als omzet voor de NOW. De huurverlaging ziet op de kosten voor de bedrijfsvoering, niet op de reguliere manier van inkomen verwerven voor een restaurant: door gasten te voorzien van een lekkere maaltijd.
Tot slot nog het volgende: met deze bijlage wordt in grote lijnen uiteengezet hoe het omzetbegrip voor de NOW in elkaar zit en wordt verduidelijkt wat er tot omzet gerekend moet worden en wat niet. Dat neemt niet weg dat het berekenen van het daadwerkelijke omzetverlies een lastige klus blijft. Of een specifieke subsidie of gift in een specifieke onderneming of instelling tot de omzet moet worden gerekend, kan niet van tevoren in algemene zin beoordeeld worden. Het ligt namelijk aan de specifieke bedrijfskenmerken en de voorwaarden van de aanvullende subsidies of een subsidie toegerekend wordt aan de reguliere bedrijfsactiviteiten of niet. Accountants en andere deskundigen hebben echter wel de expertise in huis om in individuele gevallen te beoordelen of een subsidie in een specifieke situatie als omzet moet worden gezien. Werkgevers die twijfelen over of een bepaalde subsidie of gift als omzet voor de NOW moet worden gezien, wordt daarom aangeraden om hierover contact te zoeken met hun accountant of een andere deskundige derde. Aanvullend op de verduidelijking in deze brief zal binnenkort, naast de informatie die hierover al beschikbaar is in de genoemde Kamerstukken en op de websites van UWV en de NBA, op rijksoverheid.nl een document gepubliceerd worden waarin het omzetbegrip voor de NOW nog eens duidelijk uitgelegd wordt.