CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.3 Besluit B&W inzake rapport behoefteonderzoek voortgezet onderwijs d.d. 8-2-22.pdf

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken10.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

-1Afdeling: Sociaal Domein Behandelaar: Feteris, Dianne Telefoonnummer:

Voorstelnr. 1921 Barneveld, Portefeuillehouder: D.J. Dorrestijn-Taal

Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Op overzicht Bestaand beleid (website)

Onderwerp:

Rapport behoefteonderzoek voortgezet onderwijs

Gevraagde beslissing: 1. Instemmen met de memo 'Rapport behoefteonderzoek Voortgezet Onderwijs" 2. Memo ' Rapport behoefteonderzoek Voortgezet Onderwijs' ter kennisname aanbieden aan de raad.

1. Inleiding In de raadsmemo van 27 januari 2021 is de raad geïnformeerd over de vervolgstappen rondom een onderzoek naar de behoefte aan (openbaar) voortgezet onderwijs in de gemeente. In deze memo is de raad geïnformeerd over de mogelijkheden van de nieuwe wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’. Op basis van deze verkenning zijn er vervolgstappen gedefinieerd. De eerste stap was het verrichten van een algemeen behoefteonderzoek voortgezet onderwijs naar alle richtingen. Met deze raadsmemo informeren we de raad over de opzet en de uitkomsten van dit algemeen behoefteonderzoek. Tot slot wordt er een algehele conclusie gegeven.

2. Beoogd effect De resultaten van het behoefteonderzoek geven inzicht in de belangstellingspercentages voor openbaar voortgezet onderwijs, alsmede ook andere richtingen.

3. Argumenten De resultaten van dit algemeen behoefteonderzoek laten zien dat het stichten van een zelfstandige school voor openbaar voortgezet onderwijs met alle niveaus op dit moment niet haalbaar is. Uit het onderzoek blijkt dat 18,8% van alle ouders een voorkeur heeft voor een school voor openbaar onderwijs voor hun kind(eren). Deze richting is daarmee de derde vaakst genoemde voorkeur. Een nadere beschrijving van deze resultaten kunt u lezen in de bijgevoegde memo onder het kopje ‘onderzoeksresultaten’. Uit de analyse komt naar voren dat een potentieel van 426 leerlingen uit Barneveld en Scherpenzeel in 2032 (11 jaar na de uitgevoerde belangstellingsmeting), onderwijs op een openbare school voor voortgezet onderwijs met alle leerjaren in Barneveld zit, als deze er komt. Rekening houdend met een betrouwbaarheidsinterval van 95% betekent dit tussen de 365-484 leerlingen die wonen in de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. Als we dit naast de wettelijk voorgeschreven stichtingsnorm leggen dan zal dat voor een brede scholengemeenschap met alle niveaus gaan om bijna 1100 leerlingen. Het huidige potentieel is dus niet voldoende om de stichtingsnorm te behalen. De resultaten van dit algemeen behoefteonderzoek laten zien dat het stichten van een zelfstandige school voor openbaar voortgezet onderwijs met alle niveaus op dit moment niet haalbaar is.

De resultaten later echter ook zien dat de voorkeursrichting van ouders voor hun kind(eren) verschillend zijn en breder zijn dan het huidige aanbod. Ondanks een breed gevoelde wens dat alle kinderen en daarmee ook de ouders een keuze hebben om naar een school van hun voorkeur in Barneveld te gaan is stichting van een zelfstandige school met een nieuwe richting in het voortgezet onderwijs nu niet aan de orde. Het is aan de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs om een klimaat te scheppen, waar ook de kinderen die eigenlijk een keuze hadden willen maken voor openbaar onderwijs dichtbij huis, zich thuis blijven voelen, waarbij diversiteit er mag zijn. Wij zullen de resultaten daarom ook overleggen aan en bespreken met de schoolbesturen. De resultaten van het onderzoek en de prognose tonen nu aan dat het Barneveldse voortgezet onderwijs voor veel kinderen uit Barneveld en Scherpenzeel, en vanuit een ruwe schatting ook uit omliggende gemeenten, de school van hun voorkeur biedt. Het toont echter ook aan dat er een groep is van 400 tot 500 kinderen waarvan de ouders een andere voorkeur hebben aan richting dan nu wordt geboden binnen de gemeentegrenzen.

Deze groep is weliswaar in omvang onvoldoende voor het stichten van een zelfstandige nieuwe school, maar is wel zo groot dat wij hierover het gesprek verder willen voeren met bestaande schoolbesturen in het VO en Stichting Eem-Vallei Educatief (STEV).

-2STEV heeft aangegeven met partijen in gesprek te zijn, om in samenwerking met andere partijen verder te zoeken naar mogelijkheden voor het stichten van een, al dan niet zelfstandige school. Als er in de (nabije) toekomst verdere initiatiefnemers zijn om, rekening houdend met deze resultaten, verdere mogelijkheden te onderzoeken voor het stichten van een school voor voortgezet onderwijs, dan zijn wij bereid met hen in gesprek te gaan. Hierbij kunnen wij de initiatiefnemer indien nodig in contact brengen met andere lokale organisaties. Ook kan het gemeentelijk beleid rondom jeugd- en onderwijs, huisvesting en de Lokale Educatieve Agenda besproken worden met de initiatiefnemers.

4. Kanttekeningen Het onderzoek is uitgevoerd in de gemeente Barneveld en de gemeente Scherpenzeel. Het gaat om een behoefteonderzoek, niet te verwarren met een marktonderzoek, zoals stap 2 uit de eerder genoemde memo. Voor deze stap moet namelijk wel voldaan worden aan de vereisten zoals omschreven in de wet “Meer ruimte voor nieuwe scholen” en de ministeriële regeling. Het behoefteonderzoek is alleen representatief voor de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. Dit betreft ongeveer twee derde deel van alle vo-leerlingen dat momenteel (al) in Barneveld naar school gaat. Er resteert dan nog 30% leerlingen uit de omliggende gemeenten. Daarvan komt het grootste deel dat naar een school voor voortgezet onderwijs in Barneveld gaat uit Ede, namelijk 22%. Om die reden is er ook een ruwe schatting gemaakt van het potentiële aantal leerlingen dat vanuit de gemeente Ede voor een openbare vo-school in Barneveld zou kiezen. Dat is in het onderzoek meegenomen.

5. Uitvoering Planning: Er zal een overleg gepland worden met de bestaande schoolbesturen in het VO en STEV om de resultaten van dit onderzoek voor te leggen en te bespreken. Mochten er in de (nabije) toekomst verdere initiatiefnemers zijn om, rekening houdend met deze resultaten, verdere mogelijkheden te onderzoeken voor het stichten van een school voor voortgezet onderwijs, dan zullen wij ook met hen in gesprek gaan. Communicatie: De schoolbesturen worden op de hoogte gesteld van de inhoud van de resultaten.

6. Bijlagen 1. Raadsmemo ‘behoefteonderzoek Voortgezet Onderwijs’ 2. Rapport ‘verlangd voortgezet onderwijs in Barneveld’ door KBA

Raadsmemo Rapport behoefteonderzoek Voortgezet Onderwijs

Datum:

Onderwerp:

Ter attentie van: Afzender: Portefeuillehouder: Mail behandelaar

1 februari 2022 Rapport behoefteonderzoek Voortgezet Onderwijsl De raad College van Burgemeester en Wethouders D. Dorrestijn-Taal d.feteris@barneveld.nl

Telefoonnummer

Aanleiding In de raadsmemo van 27 januari 2021 bent u geïnformeerd over de vervolgstappen rondom een onderzoek naar de behoefte aan (openbaar) voortgezet onderwijs in de gemeente. In deze memo hebben wij u geïnformeerd over de mogelijkheden van de nieuwe wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’. Op basis van deze mogelijkheden zijn er vervolgstappen gedefinieerd. De eerste stap was het verrichten van een algemeen behoefteonderzoek voortgezet onderwijs naar alle richtingen. Met deze raadsmemo willen wij u informeren over de opzet en de uitkomsten van dit algemeen behoefteonderzoek. Het onderzoeksrapport is bijgevoegd. Tot slot wordt er een algehele conclusie gegeven. Algemeen behoefteonderzoek voortgezet onderwijs Wij hebben KBA Nijmegen opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de behoefte aan openbaar voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs van andere richtingen in de gemeente Barneveld. KBA Nijmegen is een onafhankelijk onderzoeksinstituut, dat beleidsgericht onderzoek verricht. De medewerkers hebben veel kennis over het funderend onderwijs en het maken van prognoses in het voortgezet onderwijs.

Om de onderzoeksvraag te beantwoorden zijn de volgende twee methoden toegepast: - Behoeftepeiling onder ouders - Prognose voor de belangstelling aan specifiek openbaar voortgezet onderwijs Onderzoeksopzet Zoals eerder aan u gemeld, is het onderzoek geen officieel marktonderzoek zoals vermeld in de wet ‘meer ruimte voor nieuwe scholen’. Om hieraan te voldoen is het namelijk nodig dat er een concreet plan ligt voor het oprichten van een nieuw (openbaar) voortgezet onderwijs of nevenvestiging.

De opzet van het onderzoek sluit wel zoveel mogelijk aan bij de eisen die de wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ en de bijbehorende regeling voorzieningenplanning VO 2020 stelt. Voedingsgebied Het behoefteonderzoek is uitgevoerd onder ouders van alle 10- en 11- jarige kinderen in de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. De andere omliggende gemeenten wilden om verschillende redenen niet mee werken aan het onderzoek. Voorbeelden daarvan zijn het niet willen leveren van adressen en aanwezigheid van voldoende onderwijs binnen eigen gemeentegrens. Wij benadrukken dat het gaat om een behoefteonderzoek, niet te verwarren met een marktonderzoek, zoals stap 2 uit de eerder genoemde memo. Voor deze stap moet namelijk wel voldaan worden aan de vereisten zoals omschreven in de wet “Meer ruimte voor nieuwe scholen” en de ministeriële regeling Het behoefteonderzoek is alleen representatief voor de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. Dit betreft ongeveer twee derde deel van alle vo-leerlingen dat momenteel (al) in Barneveld naar school gaat. Er resteert dan nog 30% leerlingen uit de omliggende gemeenten. Daarvan komt het grootste deel dat naar een school voor voortgezet onderwijs in Barneveld gaat uit Ede, namelijk 22%. Om die reden is er ook een ruwe schatting gemaakt van het potentiële aantal leerlingen dat vanuit de gemeente Ede voor een openbare vo-school in Barneveld zou kiezen.

Dat is in het onderzoek meegenomen. De laatste 8% betreft deels kleinere gemeenten met weinig leerlingen in de middelbare schoolleeftijd. Anderzijds gaat het om gemeenten waar vo-scholen in meerdere plaatsen op vergelijkbare afstand (of dichterbij) zijn gelegen (in de eigen gemeente of aangrenzende gemeenten). Totaal aantal deelnemers In totaal hebben 807 ouders een vragenlijst ingevuld. Dat is ruim 40% van alle aangeschreven ouders die daarmee aan het onderzoek hebben meegewerkt. De respons is hiermee voldoende om betrouwbare uitspraken te doen. Onderzoeksresultaten Uit het onderzoek vielen de volgende onderzoeksresultaten op: • 38,7% van alle ouders heeft een voorkeur voor protestants-christelijk onderwijs. Daarmee is deze voorkeur het grootst onder de ouders. • 29,6% van alle ouders heeft een voorkeur voor het reformatorisch onderwijs. • 18,8% van alle ouders heeft een voorkeur voor een school voor openbaar onderwijs voor hun kind(eren). Deze richting is daarmee de derde meest genoemde voorkeur. • De belangstellingspercentages uit dit onderzoek zijn vergelijkbaar met de belangstellingspercentages uit het onderzoek dat in 2009 is verricht. • Ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs willen hun kind(eren) gemiddeld minder lang laten reizen. Dit in vergelijking met ouders met een voorkeur voor protestants-christelijk of reformatorisch voortgezet onderwijs.

• Ouders met een voorkeur voor reformatorisch onderwijs geven vaker aan dat de identiteit van de school belangrijker is dan de reisafstand en ook het aanbod van dit onderwijs in alle leerjaren. Ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs geven vaker aan dat ook andere aspecten bij de schoolkeuze belangrijk zijn. Voorbeelden daarvan zijn de kwaliteit van het onderwijs, de sfeer, het vakkenaanbod of het imago. • Bij een voorkeur voor openbaar voortgezet onderwijs, geeft twee derde deel van de ouders die in de gemeente Barneveld en Scherpenzeel wonen aan, dat zij hun kinderen (vrijwel) zeker naar een openbare vo-school in Barneveld sturen als die school er is voor alle leerjaren. De bereidheid van ouders daalt zeer sterk (naar 18%) als een dergelijke school alleen een onderbouwafdeling heeft. Daarin spelen bestaande alternatieven een rol. Dat

geldt ook voor het feit dat veel ouders noemen dat zij het onwenselijk vinden om hun kinderen na twee jaar van school/locatie te laten wisselen. Prognose Om zicht te krijgen op de (eventuele) levensvatbaarheid van een school voor openbaar voortgezet onderwijs op de lange termijn is een prognose gemaakt voor de belangstelling voor een openbare vo-school in Barneveld. Hierbij is ook rekening gehouden met de groei van Barneveld. KBA heeft de uitkomsten van de vragenlijst gecombineerd met bevolkingsprognoses van Primos. Uit deze analyse komt het volgende naar voren: • Een potentieel van 426 leerlingen uit Barneveld en Scherpenzeel volgt in 2032 (11 jaar na de uitgevoerde belangstellingsmeting), onderwijs op een openbare school voor voortgezet onderwijs met alle leerjaren in Barneveld, als deze er komt. Rekening houdend met een betrouwbaarheidsinterval van 95% betekent dit tussen de 365-484 leerlingen die wonen in de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. • Deze genoemde schatting van 426 leerlingen betreft een totale groep leerlingen verspreid over alle leerjaren en alle niveaus in het voortgezet onderwijs. • KBA heeft ook gekeken naar de verdeling over onderwijsniveaus van leerlingen woonachtig in Barneveld en Scherpenzeel.

De verdeling van deze 426 leerlingen zou dan als volgt zijn: circa 180 (brede) brugklasleerlingen, ruim 50 vmbo-b/k leerlingen, eveneens ruim 50 vmbo-g/t leerlingen, bijna 75 havoleerlingen en ruim 50 vwo-leerlingen, verspreid over de leerjaren 3, 4, 5 (havo en vwo) en 6 (vwo). Met deze aantallen wordt de stichtingsnorm voor een scholengemeenschap niet gehaald. • Voor het stichten van een nieuwe zelfstandige vo-school gelden wettelijk voorgeschreven stichtingsnormen. Voor een scholengemeenschap waarbij meerdere schoolsoorten worden aangeboden, geldt dat er per schoolsoort (niveaus) moet worden voldaan aan de stichtingsnorm. Voor een brede scholengemeenschap met alle niveaus zou dat gaan om bijna 1100 leerlingen. • Aangezien er ook uit omliggende gemeenten leerlingen in Barneveld op school zitten kan het werkelijke aantal aan potentiële leerlingen iets groter zijn. De leerlingen uit de gemeente Ede vormen hierin de grootste groep. Een ruwe schatting leidt tot een potentieel van 63 extra leerlingen uit de gemeente Ede die mogelijk in Barneveld naar een openbare school gaan. Onduidelijk is hoe groot de kans is dat deze leerlingen daadwerkelijk voor een openbare school in Barneveld kiezen. Een bestaand alternatief ligt voor deze leerlingen op gelijke (of soms kortere) reisafstand dan een openbare vo-school in Barneveld.

Het is onwaarschijnlijk dat deze extra leerlingen uit Ede (en andere omliggende gemeenten) ertoe zullen leiden dat de stichtingsnorm wél kan worden behaald. • Een openbare vo-school met alleen een onderbouwafdeling in Barneveld zal naar verwachting op niet meer dan 50 leerlingen kunnen rekenen. De interesse van ouders in een school waar niet alle leerjaren gevolgd kunnen worden is veel kleiner dan voor een school met alle leerjaren. Conclusie algemeen behoefteonderzoek De resultaten van dit algemeen behoefteonderzoek laten zien dat het stichten van een zelfstandige school voor openbaar voortgezet onderwijs met alle niveaus op dit moment niet haalbaar is. De resultaten later echter ook zien dat de voorkeursrichting van ouders voor hun kind(eren) verschillend zijn en breder zijn dan het huidige aanbod. Ondanks een breed gevoelde wens dat alle kinderen en daarmee ook de ouders een keuze hebben om naar een school van hun voorkeur in Barneveld te gaan is de stichting van een zelfstandige school met een nieuwe richting in het voortgezet onderwijs nu niet aan de orde. Het is aan de

schoolbesturen in het voortgezet onderwijs om een klimaat te scheppen, waar ook de kinderen die een keuze hadden willen maken voor openbaar onderwijs dichtbij huis, zich thuis blijven voelen, waarbij diversiteit er mag zijn. Wij zullen de resultaten daarom ook overleggen aan en bespreken met de schoolbesturen. Tot slot De resultaten van het onderzoek en de prognose tonen nu aan dat het Barneveldse voortgezet onderwijs voor veel kinderen uit Barneveld en Scherpenzeel, en vanuit een ruwe schatting ook uit omliggende gemeenten, de school van hun voorkeur biedt. Het toont echter ook aan dat er een groep is van 400 tot 500 kinderen waarvan de ouders een andere voorkeur hebben aan richting dan nu wordt geboden binnen de gemeentegrenzen. Deze groep is weliswaar in omvang onvoldoende voor het stichten van een zelfstandige nieuwe school, maar is wel zo groot dat wij hierover het gesprek verder willen voeren met bestaande schoolbesturen in het VO en Stichting Eem-Vallei Educatief (STEV). STEV heeft aangegeven met partijen in gesprek te zijn, om in samenwerking met andere partijen verder te zoeken naar mogelijkheden voor het stichten van een, al dan niet zelfstandige school.

Als er in de (nabije) toekomst verdere initiatiefnemers zijn om, rekening houdend met deze resultaten, verdere mogelijkheden te onderzoeken voor het stichten van een school voor voortgezet onderwijs, dan zijn wij bereid met hen in gesprek te gaan. Hierbij kunnen wij de initiatiefnemer indien nodig in contact brengen met andere lokale organisaties. Ook kan het gemeentelijk beleid rondom jeugd- en onderwijs, huisvesting en de Lokale Educatieve Agenda besproken worden met de initiatiefnemers.

Bijlage: Rapport KBA verlangd voortgezet onderwijs in Barneveld

Verlangd voortgezet onderwijs in Barneveld en omgeving Een behoeftepeiling

Rita Kennis Kelly Beurskens November 2021

Projectnummer: 2021.024

© 2021 KBA Nijmegen Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van KBA Nijmegen. No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.

ii

Inhoudsopgave

1 Inleiding 1.1 Onderzoeksopzet 1.2 Leeswijzer

5 5 9

2 Verlangd voortgezet onderwijs in Barneveld en omgeving 2.1 Voorkeuren voor richting in het voortgezet onderwijs 2.2 Richting huidige school en voorkeursrichting voortgezet onderwijs 2.3 Voorkeursrichting en reistijd 2.4 Naar school in de voorkeursrichting?

11 11 12 13 14

3 Prognoses leerlingaantallen 3.1 Potentieel aantal leerlingen voor een openbare vo-school met alle leerjaren 3.2 Schatting potentieel uit bredere voedingsgebied 3.3 Belangstelling school met onderbouw

17 17 19 20

4 Samenvattende conclusies

21

Bijlage 1 – Vergelijking van onderzoek met richtlijnen voor marktonderzoek

23

Bijlage 2 – Overzicht 4-cijferige postcodes voedingsgebied

25

Bijlage 3 – Overzicht van aantal leerlingen op VO Barneveld

27

Bijlage 4 – Gemiddeld aantal 10- en 11-jarige kinderen per gezin

29

Bijlage 5 – Vragenlijst behoeftepeiling voortgezet onderwijs Barneveld en omgeving

31

iii

1 Inleiding

Er zijn in de gemeente Barneveld drie scholen voor voortgezet onderwijs. Deze scholen hebben een protestants-christelijke of reformatorische identiteit. Ouders die hun kinderen graag naar een openbare school voor voortgezet onderwijs willen laten gaan, zijn aangewezen op scholen buiten de gemeente Barneveld (in Ede, Veenendaal, Amersfoort). Om er achter te komen aan welke denominaties voor voortgezet onderwijs behoefte is, heeft de gemeente Barneveld KBA Nijmegen opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de behoefte aan openbaar voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs van andere richtingen in de gemeente. Om de vraag naar behoefte aan openbaar voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs van andere richtingen te kunnen beantwoorden bestaat dit onderzoek uit twee onderdelen: - Behoeftepeiling onder ouders - Prognose voor de belangstelling aan specifiek openbaar voortgezet onderwijs In de volgende paragraaf is uitgewerkt hoe beide onderdelen zijn opgezet.

1.1 Onderzoeksopzet Belangstellingsmeting Voor het oprichten van een nieuwe bekostigde school is het nodig om een belangstellingsmeting uit te voeren. Dit gebeurt, zoals beschreven in de memorie van toelichting op de wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’1, op basis van ouderverklaringen of een marktonderzoek. Omdat op dit moment geen concrete plannen zijn voor het oprichten van een school voor openbaar voortgezet onderwijs in de gemeente Barneveld, is het huidige onderzoek geen officieel marktonderzoek zoals uitgewerkt in de Memorie van Toelichting. Wel sluiten we zoveel mogelijk aan bij de eisen zoals die volgen uit de wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’. Deze richtlijnen zijn ook uitgewerkt in de Regeling voorzieningenplanning VO 2020. 2 Ouders in het voedingsgebied zijn uitgenodigd een vragenlijst in te vullen over de belangstelling voor openbare voortgezet onderwijs en onderwijs van andere richtingen in Barneveld. Hieronder volgt een toelichting op de werkwijze. Onderzoeksgebied en populatie Eén van de randvoorwaarden voor een belangstellingsmeting voor een vo-school is dat de belangstelling wordt gemeten onder ouders van tien- tot twaalfjarigen kinderen. De kinderen van deze ouders gaan binnenkort naar het voortgezet onderwijs of zitten maximaal één jaar op een vo-school.

In het onderzoek zijn ouders uitgenodigd van kinderen die op 1 september 2021 tussen de 10 en 12 jaar oud zijn. In de wet ‘Ruimte voor nieuwe scholen’ wordt er voor het voortgezet onderwijs uitgegaan van een voedingsgebied dat een straal van vijftien kilometer beslaat rondom de beoogde plaats van vestiging. Aangezien huidig onderzoek niet een meting voor een specifieke school betreft, is er

1 2

Kamerstukken II 2018-2019, 35050, nr.3 In bijlage 1 is weergegeven op welke onderdelen de opzet/vraagstelling in dit onderzoek afwijkt van een marktonderzoek zoals benodigd vanuit de Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen / Regeling voorzieningenplanning VO 2020.

5

besloten om het centrum van de plaats Barneveld als uitgangslocatie te gebruiken. Binnen dit voedingsgebied vallen (delen van) verschillende gemeenten. In Bijlage 2 is te zien welke 4-cijferige postcodes binnen het voedingsgebied van een potentiële vo-school Barneveld vallen. Uiteindelijk is het onderzoek niet in alle gemeenten die binnen het voedingsgebied vallen uitgevoerd. Dat had te maken met het feit dat deze gemeenten op basis van eigen afweging (waaronder grondslag om adressen te leveren, aanwezigheid van voldoende onderwijs binnen eigen grens) niet wilden meewerken. Concreet zijn ouders met 10-12-jarige kinderen bevraagd woonachtig in de gemeenten Barneveld (volledige gemeente, ook de delen die buiten de straal van 15 kilometer vallen) en Scherpenzeel. Dit maakt het onderzoek niet representatief voor het hele voedingsgebied (straal van 15 kilometer). Voor de meeste omliggende gemeenten geldt dat het aantal leerlingen dat daar vandaar komt en momenteel al in Barneveld naar het voortgezet onderwijs gaat beperkt is. Het gaat enerzijds om kleinere gemeenten met weinig leerlingen in de middelbare schoolleeftijd en anderzijds ook om gemeenten waar vo-scholen in meerdere plaatsen op vergelijkbare afstand (of dichterbij) zijn gelegen (in de eigen gemeente of aangrenzende gemeenten). In deze gemeenten gaan vo-leerlingen dus ook naar scholen in andere plaatsen dan Barneveld.

De gemeenten die niet in het onderzoek zijn betrokken vertegenwoordigen samen circa 30 procent van alle vo-leerlingen die momenteel in Barneveld naar school gaan. 3 Het overgrote deel van deze leerlingen is afkomstig uit Ede (22%). Een overzicht van hoeveel leerlingen er per gemeente naar een vo-school in Barneveld gaan is te vinden in Bijlage 3. Het onderzoek is daarmee alleen representatief voor de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. In deze twee gemeenten woont ongeveer twee derde van alle vo-leerlingen die momenteel (al) in Barneveld naar school gaat. Om toch een ruwe schatting te maken van het potentiële aantal leerlingen uit het bredere voedingsgebied, is in hoofdstuk 3 wel een ruwe schatting gemaakt voor het potentiële aantal leerlingen dat vanuit Ede – als grootste gemeente in het voedingsgebied – voor een openbare vo-school in Barneveld zou kiezen. Een uitgebreidere toelichting daarop is in hoofdstuk 3 terug te lezen. Tabel 1.1 geeft de omvang van de populatie in de gemeenten die in het onderzoek zijn betrokken weer. Tabel 1.1 – Omvang populatie 10-11 jarigen, per gemeente Gemeente

Populatie

Barneveld

1732

Scherpenzeel

265

Totaal

1997

Bron: Basisregistratie Personen van de betreffende gemeenten

Gezien de omvang van de doelgroep is voor gekozen om de ouders/verzorgers van de hele populatie 10-12-jarigen te bevragen. De belangstellingspercentages en aantallen potentiële leerlingen zijn berekend op basis van de ingevulde vragenlijsten door deze ouders.

3

6

Bron: DUO. 31 procent van de leerlingen op Barneveldse vo-scholen is afkomstig uit Ede, Leusden, Nijkerk, Putten en Renswoude. Daarnaast is 65 procent afkomstig uit Barneveld en Scherpenzeel. Circa 4 procent is afkomstig uit in totaal 32 verschillende andere gemeenten.

Huishoudens kunnen meerdere kinderen tussen de 10 en 12 hebben. In de wet ‘Ruimte voor nieuwe scholen’ staat aangegeven dat ouders per kind binnen de genoemde leeftijdscategorie een vragenlijst in dienen te vullen. Om de onderzoeksbelasting voor ouders te beperken, is besloten ouders slechts te vragen om één vragenlijst te laten invullen4. Per adres is er dus één brief verstuurd. Er zijn in totaal 1.887 brieven verstuurd (Barneveld 1.635 en Scherpenzeel 252), die betrekking hebben op de in tabel 1.1. genoemde 1.997 kinderen. De vragenlijst De belangstelling van ouders voor openbaar voortgezet onderwijs en onderwijs van andere richtingen is gemeten aan de hand van een vragenlijst. De uitnodiging voor de vragenlijst is per post verstuurd, naar de door de gemeenten aangeleverde adresgegevens. De vragenlijst zelf was digitaal. Ouders hadden de mogelijkheid om middels een QR-code of link naar de vragenlijst te navigeren. In de vragenlijst zijn er vragen gesteld over de volgende onderwerpen: - De woongemeente - De voorkeursrichting voor een vo-school - Het huidige onderwijstype - De huidige onderwijsrichting - De maximaal acceptabele reistijd naar een vo-school, per fiets en openbaar vervoer - Of zij hun kind naar een vo-school van hun voorkeursrichting in Barneveld zouden sturen, zowel voor alle leerjaren als alleen voor de onderbouw De gehele vragenlijst is te vinden in Bijlage 5.

Verloop van het onderzoek Zoals eerder besproken is de uitnodiging voor de digitale vragenlijst per post verstuurd. Deze bieven zijn verstuurd in week 35. Voor het verhogen van de respons is er na 2,5 week een reminderbrief verstuurd gericht aan de ouders die de vragenlijst nog niet hadden ingevuld. In totaal zijn er 807 vragenlijsten ingevuld. Dat betekent dat ruim 40 procent van de aangeschreven ouders heeft gerespondeerd. In tabel 1.2 zijn per gemeente de responsaantallen en -percentages te zien. Tabel 1.2 – Aantal benaderde ouders, ingevulde vragenlijsten en responspercentage, per gemeente Gemeente

Populatie (aantal ouders)

Respons

Responspercentage

Barneveld

1635

714

43,7

Scherpenzeel

252

93

36,9

Totaal

1887

807

40,4

4

Bij de analyse is er wel gekeken naar het aantal kinderen tussen de 10 en 12 dat ouders hebben, uitgesplitst naar voorkeursrichting (Bijlage 4). Ouders met een voorkeur voor reformatorisch onderwijs hebben gemiddeld meer kinderen in deze leeftijdscategorie dan ouders met een voorkeur voor andere denominaties. We hebben berekend of het belangstellingspercentage voor verschillende denominaties zou veranderen als je zou wegen voor het aantal kinderen (ouders met veel kinderen zwaarder meetellen, omdat zij meer kinderen vertegenwoordigen). Dat zou echter niet leiden tot significant andere belangstellingspercentages. Om die reden is er niet voor gewogen.

7

Betrouwbaarheid van de gegevens Omdat niet alle aangeschreven ouders de vragenlijst hebben ingevuld, kunnen meetfouten optreden. We weten de respons en daardoor kunnen we nagaan hoe betrouwbaar en nauwkeurig de gevonden resultaten zijn. Dit gebeurt aan de hand van de standaardfout waarbij rekening wordt gehouden met de grootte van de populatie en de grootte van de responsgroepen. 5 De maximale afwijking is 2,61 procent voor het hele onderzoeksgebied. Dit is de geschatte afwijking omdat niet alle ouders de vragenlijst hebben ingevuld. Per gemeente zijn de foutenmarges maximaal 8,07 procent. Dat maximale foutenpercentage ligt voor Scherpenzeel hoger (8,07%) dan voor Barneveld (2,75%), omdat de populatie kleiner is. De genoemde foutenmarge geldt bij een uitkomst (p-waarde) van 50 procent. Bij lagere uitkomstpercentages is de afwijking geringer. Bij de berekening van de behoefte aan openbaar voortgezet onderwijs gevestigd in de gemeente Barneveld is de betrouwbaarheidsmarge voor het hele onderzoeksgebied bijvoorbeeld maar 1,73 procent. Dit is onderzoekstechnisch een goede marge. Weging en representativiteit De verdeling in de respons tussen gemeenten wijkt, zoals te zien in tabel 1.3, licht af van de verdeling in populatie. In Barneveld hebben naar verhouding meer ouders de vragenlijst ingevuld dan in Scherpenzeel. Om dit verschil te corrigeren is er in de analyses gewogen.

De gehanteerde wegingsfactoren zijn te zien in tabel 1.3. Tabel 1.3 – Aantal ouders in populatie en responsgroep, verhoudingen gemeenten in populatie en responsgroep en wegingsfactoren. Gemeente

Populatie (aantal ouders)

% totaal populatie

Bruikbare respons

% in responsgroep

wegingsfactor

Barneveld

1635

86,6

710

88,5

0,98

Scherpenzeel

252

13,4

92

11,5

1,17

Totaal

1887

100

802

100

Behoeftepeiling In hoofdstuk 3 berekenen we op basis van de uitkomsten van de vragenlijst in combinatie met cijfers over de ontwikkeling van de bevolking in de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel hoe groot het potentiële aantal leerlingen is dat bij de komst van een openbare vo-school in Barneveld naar die school zal gaan. Een verdere toelichting daarop wordt in hoofdstuk 3 gegeven. In de Regeling voorzieningenplanning VO wordt gesproken over het gebruiken van CBS data hiervoor. In dit onderzoek is ervoor gekozen om met de demografische gegevens afkomstig van ABF-Primos te werken, omdat met deze gegevens de beoogde populatie meer gedetailleerd in beeld kan worden gebracht. Met behulp van de cijfers van ABF-Primos kunnen we op 4-cijferig postcodeniveau en per leeftijdsjaar een beeld vormen van de ontwikkeling van de bevolking.

5

8

Uitgangspunten in de berekening is de omvang van de populatie (N = 1.887), de omvang van de respons (N = 807), de kans op de gebeurtenis/het aandeel respondenten met een bepaalde uitkomst (p) en de Cronbach’s alpha (5%).

1.2 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk bespreken we de uitkomsten van de vragenlijst. In dat hoofdstuk komen onder andere de richtingsvoorkeur voor onderwijs, acceptabele reisafstand en of ouders hun kinderen naar een school met hun voorkeursrichting zouden sturen als die gevestigd zou zijn in Barneveld, aan bod. In hoofdstuk 3 maken we op basis van de uitkomsten van de vragenlijst een prognose van het potentieel aantal leerlingen dat zou kiezen voor een vo-school voor openbaar onderwijs in Barneveld. Het rapport wordt afgesloten met een korte samenvatting en conclusie.

9

2 Verlangd voortgezet onderwijs in Barneveld en omgeving

In de vragenlijst zijn verschillende vragen gesteld over de richtingsvoorkeur voor onderwijs, acceptabele reisafstand en of ouders hun kinderen naar een school met hun voorkeursrichting zouden sturen als die gevestigd zou zijn in Barneveld. In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de vragenlijst besproken.

2.1 Voorkeuren voor richting in het voortgezet onderwijs Een eerste vraag die ouders is gesteld, is de vraag naar hun voorkeursrichting voor een school voor voortgezet onderwijs. In tabel 2.1 is de verdeling van de antwoorden op de vraag naar de richtingsvoorkeur te zien. Tabel 2.1 – Richtingsvoorkeur voortgezet onderwijs Voorkeursrichting

Belangstellingspercentage (%)

Openbaar

18,8

Algemeen bijzonder

2,6

Evangelisch

3,6

Gereformeerd

3,5

Islamitisch

0,2

Protestants-christelijk

38,7

Reformatorisch

29,6

Rooms-katholiek

1,0

Anders*

2,0

Totaal aantal (=100%)

802

* In de categorie ‘anders’ zijn verschillende antwoorden gegeven, deze variëren van ‘geen voorkeur’ tot een combinatie van meerdere richtingsvoorkeuren. Ook wordt de richting ‘vrije school’ door 3 ouders genoemd.

Uit het overzicht van tabel 2.1 komt naar voren dat de voorkeur van ouders voor protestantschristelijk onderwijs het grootst is. Ongeveer 39 procent van de ouders/verzorgers heeft aangegeven een voorkeur te hebben voor onderwijs in deze richting. Met een belangstellingspercentage van bijna 30 procent volgt het reformatorisch onderwijs. De derde vaakst genoemde onderwijsrichting is openbaar onderwijs. Voor bijna 19 procent van de ouders/verzorgers heeft deze onderwijsrichting de voorkeur. Uit het onderzoek dat het ITS in 2009 uitvoerde voor de gemeente Barneveld werden dezelfde drie voorkeursrichtingen, in dezelfde volgorde, het vaakst genoemd. Naast een overzicht van het belangstellingspercentage voor alle denominaties wordt voor de drie vaakst genoemde voorkeursrichtingen ook het belangstellingspercentage per gemeente weergegeven (tabel 2.2).

11

Tabel 2.2 – Belangstellingspercentage vaakst genoemde richtingsvoorkeuren voortgezet onderwijs, per gemeente Gemeente

Openbaar (%)

Protestants-christelijk (%)

Reformatorisch (%)

Barneveld

18,2

40,1

28,6

Scherpenzeel

22,8

29,3

35,9

Totaal

18,8

38,8

29,6

Tussen de gemeente Barneveld en Scherpenzeel zijn er verschillen zichtbaar in de voorkeursrichting van ouders. Waar veertig procent van de ouders in Barneveld kenbaar maken dat hun voorkeursrichting voor onderwijs protestants-christelijk is, is dit in Scherpenzeel dertig procent. Deze verschillen zijn omgekeerd te zien voor de voorkeursrichting reformatorisch. Ongeveer eenzelfde deel van de ouders, circa één of de vijf, geeft de voorkeur aan openbaar onderwijs. Wanneer deze belangstellingspercentages per gemeente worden vergeleken met de cijfers uit 2009 zijn er geen grote verschillen te zien. Wat wel opvalt is dat de vaakst genoemde voorkeursrichting in Scherpenzeel van protestantst-christelijk (in 2009) is veranderd naar reformatorisch.

2.2 Richting huidige school en voorkeursrichting voortgezet onderwijs Er is in de vragenlijst ook gevraagd naar de richting van de huidige school. In deze paragraaf wordt geschetst hoe de voorkeursrichtingen van het voortgezet onderwijs zich verhouden tot de richting van de huidige school. Uit de vraag naar het huidig type onderwijs blijkt dat een deel (11%) van de 10- en 11-jarige kinderen al onderwijs volgt op een school voor voortgezet onderwijs. Veruit het grootste deel (83%) volgt onderwijs op regulier basisonderwijs. Bij de analyses zijn alle typen onderwijs meegenomen. In tabel 2.3 is voor de drie vaakst genoemde voorkeursrichtingen te zien welke richting de huidige school heeft. Tabel 2.3 – Voorkeursrichting voortgezet onderwijs in relatie tot richting huidige school Richting huidig onderwijs Voorkeursrichting vo

Openbaar (%)

Protestants-christelijk (%)

Reformatorisch (%)

Overig (%)

Openbaar

37,8

Protestants-christelijk

2,3

48,6

-

13,6

91,9

1,3

Reformatorisch

3,5

-

4,6

94,5

0,9

Totaal

8,6

51,4

28,8

9,3

In de bovenstaande tabel is te zien dat kinderen van ouders die een voorkeur hebben voor protestants-christelijk of reformatorisch onderwijs bijna allemaal ook al naar een basisschool gaan die overeenkomt met de voorkeursrichting. Voor kinderen van ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs is dit in veel mindere mate het geval. Van slechts 38 procent van de ouders met een voorkeur voor openbaar voortgezet onderwijs gaan de kinderen al naar een basisschool

12

voor openbaar onderwijs. Veel van hun kinderen zitten op protestants-christelijke basisscholen. Ook in het onderzoek van het ITS in 2009 is dit verschil terug te zien. Onbekend is in hoeverre dit het gevolg is van het ontbreken van een openbare basisschool in de directe woonomgeving (bijvoorbeeld in kleine kernen, maar bijvoorbeeld ook op grotere afstand van het woonadres binnen grotere plaatsen). Andersom bekeken (niet in de tabel) wil ruim 81 procent van de ouders van wie hun kind al op een openbare basisschool zit, hun kind ook graag naar een openbare vo-school sturen. De wens om de richting van de vo-school aan te laten sluiten bij de richting van de huidige basisschool is bij ouders met een kind op een reformatorische basisschool nog veel groter (97%), maar bij ouders met een kind op een protestants-christelijke basisschool juist iets kleiner (70%). Dit iets lagere percentage bij kinderen op protestants-christelijke basisscholen lijkt het eerder genoemde punt dat bij een deel van de ouders met een voorkeur voor openbaar voortgezet onderwijs geen openbare basisschool in de directe woonomgeving is gevestigd, te bevestigen.

2.3 Voorkeursrichting en reistijd Ouders is ook gevraagd wat volgens hen een acceptabele reistijd is om een middelbare school te bereiken, zowel per fiets als met het OV. Bijna de helft van de ouders vindt een half uur reistijd per fiets (47%) of met het openbaar vervoer (51%) acceptabel. Een kleinere groep ouders is bereid hun kind langer (ca. 33%) of juist korter (15-17% afhankelijk van het vervoersmiddel) te laten reizen om de middelbare school te bereiken. Dit is weergegeven in tabel 2.4 en tabel 2.5. Tabel 2.4 – De maximaal acceptabele reistijd per fiets, per voorkeursrichting Maximaal acceptabele reistijd per fiets Voorkeursrichting vo

Kwartier

Half uur

Drie kwartier

Eén uur

Meer dan één uur

Openbaar

32,4

45,3

18,9

2,7

0,7

Protestants-christelijk

16,1

58,4

19,4

6,1

-

Reformatorisch

6,8

35,6

22,5

31,8

3,4

Totaal

17,6

47,9

20,5

12,9

1,1

Tabel 2.5 – De maximaal acceptabele reistijd per openbaar vervoer, per voorkeursrichting Maximaal acceptabele reistijd per openbaar vervoer Voorkeursrichting vo

Kwartier

Half uur

Drie kwartier

Één uur

Meer dan één uur

Openbaar

19,6

53,4

20,9

5,4

0,7

Protestants-christelijk

16,8

58,1

19

5,8

0,3

Reformatorisch

6,8

41,5

26,3

22,9

2,5

Totaal

14,6

51,2

22,3

10,9

1,0

Opvallend is dat ouders met een voorkeur voor reformatorisch onderwijs veel vaker bereid zijn om hun kind langer te laten reizen (vooral langer dan één uur), terwijl ouders met een voorkeur voor openbaar voortgezet onderwijs hun kind vaker dan gemiddeld niet langer dan een kwartier 13

onderweg willen laten zijn. De bereidheid om een school voor openbaar onderwijs te bezoeken onder ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs lijkt dus kleiner dan de bereidheid van ouders met een voorkeur voor reformatorisch onderwijs om hun kind ook onderwijs te laten volgen op een reformatorische school. Dit beeld kwam uit het eerder uitgevoerd onderzoek in 2009 ook al op vergelijkbare wijze naar voren.

2.4 Naar school in de voorkeursrichting? De vraag die nu gesteld kan worden is in hoeverre ouders hun kind ook daadwerkelijk naar een school van hun voorkeursrichting zou sturen, als die er in Barneveld zou komen. We hebben ouders zowel de optie voorgelegd van een school in hun voorkeursrichting met aanbod in alle leerjaren als een school waar alleen een onderbouwafdeling wordt aangeboden. De gemeente Barneveld wil in het bijzonder graag weten in hoeverre er behoefte is aan openbaar voortgezet onderwijs in Barneveld. Twee derde van de ouders woonachtig in de gemeente Barneveld en Scherpenzeel met een voorkeur voor openbaar voortgezet onderwijs geeft aan hun kind(eren) zeker of vrijwel zeker naar een openbare vo-school in Barneveld te sturen als die school er zou zijn voor alle leerjaren. Dat percentage daalt zeer sterk (naar 18%) als een dergelijke school/vestiging alleen een onderbouwafdeling zou hebben. Dit is weergegeven in de tabellen 2.6 en 2.7. Tabel 2.6 – De mate waarin ouders aangeven hun kind naar een vo-school in de voorkeursrichting met alle leerjaren in Barneveld te sturen. Zekerheid naar school met alle leerjaren in Barneveld Voorkeursrichting vo

Zeker

Vrijwel zeker

Misschien

Zeker niet

Openbaar

37,2

29,0

32,4

1,4

Protestants-christelijk

63,9

22,3

12,5

1,3

Reformatorisch

70,2

16,6

11,5

1,7

Totaal

58,7

22,4

17,1

1,8

Tabel 2.7 – De mate waarin ouders aangeven hun kind naar een vo-school in de voorkeursrichting met alleen onderbouw in Barneveld te sturen. Zekerheid naar school met alleen onderbouw in Barneveld Voorkeursrichting vo

Zeker

Vrijwel zeker

Misschien

Zeker niet

Openbaar

5,6

12,5

49,3

32,6

Protestants-christelijk

13,8

7,5

52,5

26,2

Reformatorisch

62,1

11,1

18,7

8,1

Totaal

26,8

10,2

41,2

21,8

Ouders met een andere voorkeursrichting geven veel vaker aan dat zij zeker of vrijwel zeker hun kind naar een vo-school van hun voorkeursrichting zouden sturen. Ouders met een voorkeur voor reformatorisch onderwijs zouden ook bij een school van hun voorkeursrichting in Barneveld die

14

alleen een onderbouwrichting heeft hun kind relatief vaak (73%) zeker of vrijwel zeker naar deze school sturen. Uit de toelichting van ouders met een voorkeur voor reformatorisch onderwijs komt veel vaker dan bij ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs (en in mindere mate ook protestants-christelijk onderwijs) naar voren dat de identiteit van de school belangrijker is dan de reisafstand en ook belangrijk dan het aanbod van dit onderwijs in alle leerjaren. Ouders zijn dus bereid om hun kind verder/langer te laten reizen, of tussentijds van locatie te laten wisselen om hun kind naar een school van hun voorkeursrichting te laten gaan. Ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs noemen vaker ook andere aspecten of kenmerken belangrijk bij de schoolkeuze, zoals de kwaliteit van het onderwijs, de sfeer, vakkenaanbod of imago. Hierbij speelt mogelijk mee dat Barneveld momenteel al wel protestants-christelijk onderwijs en reformatorisch onderwijs kent en ouders met een voorkeur voor die identiteiten al bekend zijn met de kwaliteit, sfeer, etc. op deze scholen. Voor ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs zijn deze aspecten onbekend omdat een dergelijke vo-school niet in Barneveld gevestigd is.

De zekerheid waarmee ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs aangeven hun kind naar een dergelijke school in Barneveld te laten gaan, hangt af van de woongemeente van de ouders. De bereidheid van ouders die woonachtig zijn in de gemeente Barneveld, om hun kind naar een openbare vo-school met alle leerjaren in Barneveld te laten gaan is groter (75%) dan ouders uit Scherpenzeel (14%). Uit de toelichting die ouders mochten geven, blijkt dat dit voor een belangrijk deel samenhangt met het feit dat (bestaande) openbare vo-scholen in andere gemeenten (o.a. Veenendaal, Ede en Amersfoort) een vergelijkbare reisafstand of betere bereikbaarheid hebben voor deze ouders dan een openbare vo-school die gevestigd zou worden in Barneveld. Dat verschil neemt af bij een situatie waarin een openbare vo-school in Barneveld alleen een onderbouwrichting zou kennen. In dat geval zouden zowel veruit het grootste deel van de ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs uit Barneveld als ouders woonachtig in Scherpenzeel zeker niet of alleen misschien ervoor kiezen hun kind(eren) naar die school toe te sturen. Uit de toelichtingen blijkt dat veel ouders het niet wenselijk vinden dat hun kind na twee jaar weer van school zou moeten wisselen.

Tabel 2.8 – De mate waarin voorstanders van openbaar onderwijs aangeven hun kind naar een openbare vo-school met alle leerjaren in Barneveld te sturen, per gemeente Zekerheid naar school met alle leerjaren in Barneveld Gemeente

Zeker

Vrijwel zeker

Misschien

Zeker niet

Barneveld

44,3

31,1

23,8

0,8

-

14,3

81,0

4,8

37,8

28,7

32,2

1,4

Scherpenzeel Totaal

Tabel 2.9 – De mate waarin voorstanders van openbaar onderwijs aangeven hun kind naar een openbare vo-school met alleen onderbouw in Barneveld te sturen, per gemeente Zekerheid naar school met alleen onderbouw in Barneveld Gemeente

Zeker

Vrijwel zeker

Misschien

Zeker niet

Barneveld

6,6

12,3

51,6

29,5

Scherpenzeel

0,0

14,3

38,1

47,6

Totaal

5,6

12,6

49,7

32,2

15

3 Prognoses leerlingaantallen

Om zicht te krijgen op de (eventuele) levensvatbaarheid van een openbare voortgezet onderwijsschool op lange termijn is het nodig om een prognose voor de belangstelling aan specifiek openbaar voortgezet onderwijs te berekenen. In dit hoofdstuk zijn de belangstellingspercentages die uit de vragenlijst naar voren komen gecombineerd met de bevolkingsprognoses van Primos.

3.1 Potentieel aantal leerlingen voor een openbare vo-school met alle leerjaren In de memorie van toelichting van de wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ staat beschreven dat de belangstelling van een school duurzaam moet zijn. Om dit aan te tonen moet er een prognose worden gemaakt voor het elfde jaar na de aanvraag. Aangezien dit onderzoek geen concrete aanvraag betreft, wordt er een prognose gemaakt voor het elfde jaar na de uitvoer van dit onderzoek. Er wordt dus gekeken naar de belangstelling voor een vo-school voor openbaar onderwijs in Barneveld in 2032. Voor het berekenen van het potentieel aantal leerlingen voor openbaar voortgezet over elf jaar zijn drie elementen nodig: - Het belangstellingspercentage voor openbaar onderwijs; - Het aantal vo-leerlingen in 2032; - De wettelijk bepaalde correctiefactor Belangstellingspercentage voor openbaar onderwijs Het belangstellingspercentage is aan de hand van de analyse in het voorgaande hoofdstuk berekend. Het aantal ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs dat aan heeft gegeven hun kind(eren) zeker of vrijwel zeker naar een school met openbaar onderwijs in Barneveld te sturen (N = 99) wordt gedeeld door het totaal aantal ouders dat de vragenlijst heeft ingevuld (N = 802; bruikbare respons). Dit komt uit op een belangstellingspercentage van 12,3 procent.

Aantal vo-leerlingen in 2032 Het aantal leerlingen op het voortgezet onderwijs in Barneveld is berekend door de prognose 6 van het gemiddeld aantal 12- en 13-jarigen7 in Barneveld en Scherpenzeel in 2032 te vermenigvuldigen met de gemiddelde verblijfsduur in het voortgezet onderwijs in Barneveld en Scherpenzeel.8 In 2032 zullen er naar verwachting 4.930 leerlingen uit Barneveld en Scherpenzeel op het voortgezet onderwijs zitten.

6 7 8

ABF-Primosprognose, met daarin de bevolkingsprognose van het aantal 12- en 13-jarigen binnen de postcodes die in het onderzoek zijn meegenomen (postcodes in de gemeente Barneveld en Scherpenzeel). Dit is het totale aantal 12-jarigen en het totale aantal 13-jarigen gedeeld door twee. De gemiddelde verblijfsduur op het vo is berekend aan de hand van de verhoudingen van het aantal leerlingen woonachtig in Barneveld en Scherpenzeel per onderwijstype, vermenigvuldigd met het nominaal aantal verblijfsjaren op dat onderwijstype (vmbo*4 jaar, havo*5 jaar en vwo*6 jaar). Bron van het aantal leerlingen per onderwijstype is CBS Statline.

17

Wettelijk bepaalde correctiefactor In de praktijk blijkt dat het daadwerkelijke aantal leerlingen van een gewenste school lager uitvalt dan uit de belangstellingsmeting naar voren komt. In de memorie van toelichting van de wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ is daarom opgenomen dat een correctiefactor van 0,7 toegepast dient te worden. De hierboven beschreven elementen worden met elkaar vermenigvuldigd. De uitkomst van deze formule geeft het potentieel aantal leerlingen voor openbaar voortgezet onderwijs in 2032. In Figuur 3.1 is schematisch weergegeven hoe het potentieel aantal leerlingen is berekend. Figuur 3.1 –De berekening van het potentieel aantal leerlingen voor een openbaar voortgezet onderwijs school in Barneveld, in 2032

Zoals te zien in figuur 3.1 zijn er potentieel 426 leerlingen in 2032 voor een openbare school voor voortgezet onderwijs in Barneveld. Rekening houdend met de foutmarge van +/- 1,73 procent9, betekent dit dat er met 95 procent zekerheid tussen de 365 en 484 leerlingen woonachtig in de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel voor een openbare vo-school in Barneveld zouden kiezen. Het gaat om een totale groep leerlingen, verspreid over alle leerjaren en alle niveaus in het voortgezet onderwijs. Dit aantal is gebaseerd op de aanname dat deze school van gelijke kwaliteit is als de reeds aanwezige scholen. Rekening houdend met leerjaren en niveaus zou het naar schatting gaan om10: - 181 leerlingen brugklas 1-2 - 12 leerlingen praktijkonderwijs - 53 leerlingen vmbo-b/k leerjaar 3-4 - 52 leerlingen vmbo-g/t leerjaar 3-4 - 73 leerlingen havo leerjaar 3-5 - 55 leerlingen vwo leerjaar 3-6 Stichtingsnorm Voor het stichten van een nieuwe vo-school – zodat de school in aanmerking komt voor bekostiging door de overheid – gelden wettelijk voorgeschreven stichtingsnormen. Voor een scholengemeenschap waarbij meerdere schoolsoorten worden aangeboden, geldt dat er per schoolsoort (niveaus) moet worden voldaan aan de stichtingsnorm.

Voor een school waar alle niveaus binnen het vmbo, havo en vwo worden aangeboden gelden de volgende stichtingsnormen: tenminste 120 leerlingen per vmbo-niveau (basis, kader, gemengd), tenminste 195 leerlingen vmbo-t, ten minste 243,75 havo-leerlingen en ten minste 292,5 vwo-leerlingen.11 Opgeteld zijn dat bijna 1.100

9 Zie de toelichting die is gegeven in de inleiding. 10 Deze cijfers zijn berekend aan de hand van de huidige verdeling over onderwijsniveaus van vo-leerlingen woonachtig in de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. 11 VO Raad - Kennisdocument stichtingsnormen en opheffingsnormen in het vo.

18

leerlingen bij de stichting van een brede scholengemeenschap met alle niveaus (of ruim 970 als er geen vmbo-g zou worden aangeboden). Het huidige potentieel van 426 leerlingen zou dus niet voldoende zijn om de stichtingsnorm voor een brede scholengemeenschap te behalen, noch voor een school waarin alleen bepaalde onderwijssoorten/niveaus zouden worden aangeboden.

3.2 Schatting potentieel uit bredere voedingsgebied We zien dus dat er potentieel 426 leerlingen naar een openbare school voor voortgezet onderwijs zullen gaan. De bestaande scholen in Barneveld trekken voornamelijk leerlingen uit Barneveld, maar er gaan ook leerlingen vanuit andere gemeenten in Barneveld naar school. Het voedingsgebied van een vo-school beslaat in een marktonderzoek normaal gesproken een straal van vijftien kilometer rondom de beoogde plaats van vestiging. Binnen het voedingsgebied van een potentiële vo-school in Barneveld (de plaats) vallen dus ook nog andere (delen van) gemeenten. Een overzicht van de postcodes die binnen het voedingsgebied vallen is te vinden in Bijlage 2. De vragenlijst is, zoals in de inleiding benoemd, door omstandigheden alleen onder ouders in Barneveld en Scherpenzeel afgenomen. Het exacte aantal leerlingen dat naar een openbare voschool in Barneveld zou gaan is dus waarschijnlijk groter dan 426. Op dit moment komen er uit 38 gemeenten leerlingen die in Barneveld naar school gaan. Voor het overgrote deel van de gemeenten gaat het om een beperkt aantal leerlingen. Voor een aantal gemeenten gaat het om een groter aantal leerlingen. Ten opzichte van het aantal leerlingen op Barneveldse scholen, vormt (naast Barneveld) alleen de groep leerlingen uit Ede een substantiële groep.

Van alle Barneveldse vo-leerlingen komt bijna 22 procent uit (dorpen binnen) de gemeente Ede. Een overzicht van hoeveel leerlingen er per gemeente naar een vo-school in Barneveld gaan is te vinden in Bijlage 3. In 2009 is door het ITS ook een onderzoek gedaan naar het verlangd voortgezet onderwijs in Barneveld en omgeving.12 In dit onderzoek zijn naast ouders uit Barneveld en Scherpenzeel ook ouders uit (delen van) de gemeenten Renswoude, Putten, Nijkerk, Ede en Leusden bevraagd. De belangstellingspercentages voor voortgezet onderwijs bij ouders uit de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel tóen, komen in grote lijnen overeen met de huidige belangstelling van ouders voor voortgezet onderwijs. Om toch een ruwe schatting te maken van het potentiële aantal leerlingen uit het bredere voedingsgebied, hebben we voor vier postcodegebieden13 in de gemeente Ede een schatting gemaakt van het aantal potentiële leerlingen dat in Barneveld naar een openbare vo-school zou gaan.14 Daarbij maken we gebruik van het belangstellingspercentage dat naar voren kwam uit het ITS onderzoek in 2009.15 De berekening voor potentiële aantal leerlingen uit Ede voor een openbare vo-school in Barneveld is op dezelfde manier uitgevoerd als de berekening voor de

12 Van Kessel, N., & Wester, M. (2009). Verlangd voortgezet onderwijs in Barneveld en omgeving. Nijmegen: ITS. 13 Deze vier postcodegebieden zijn: 6732 Harskamp, 6733 Wekerom, 6741 Lunteren, en 6744 Ederveen. 14 Omdat alleen uit de gemeente Ede een substantieel aantal leerlingen op een school in Barneveld zit, hebben we de berekening alleen voor de genoemde postcodes in de gemeente Ede uitgevoerd. 15 De gedachte is dat we met het belangstellingspercentage van ouders uit Ede in het onderzoek van het ITS in 2009 een ruwe schatting kunnen maken, omdat de belangstellingspercentages van ouders uit Barneveld en Scherpenzeel tussen 2009 en 2021 ongeveer hetzelfde zijn gebleven. Het belangstellingspercentage van ouders uit Ede in het onderzoek van 2009 was 5,97%.

19

leerlingen uit Barneveld en Scherpenzeel.16 Uit deze berekening komt een aantal van 63 leerlingen naar voren die in potentie naar een school voor openbaar voorgezet onderwijs in Barneveld zouden gaan. Daar moet één voorbehoud bij geplaatst worden. Een deel van de (huidige) leerlingen uit deze vier postcodegebieden gaat al naar een school voor openbaar voortgezet onderwijs in Ede (Pallas Athene College). Een nieuwe openbare vo-school in Barneveld is voor leerlingen uit deze postcodegebieden niet dichterbij qua reisafstand dan de bestaande openbare voschool in Ede. Het is daarom de vraag in hoeverre ouders/leerlingen in deze postcodegebieden zullen kiezen voor een openbare vo-school in Barneveld als die daar gevestigd zou worden.

3.3 Belangstelling school met onderbouw De berekening van een openbaar voortgezet onderwijs school met alleen een afdeling voor onderbouw is op dezelfde manier uitgevoerd als de berekening voor een school met alle leerjaren. Het enige verschil is dat de berekening voor het aantal vo-leerlingen in 2032 niet vermenigvuldigd is met de gemiddelde verblijfsduur, maar met twee jaren (dat is het aantal leerjaren in de onderbouw). Dit komt uit op 2.100 vo-onderbouwleerlingen. Het belangstellingspercentage is 3,4 procent. Wanneer dit samen met de correctiefactor vermenigvuldigd wordt komt het potentiële aantal (onderbouw)leerlingen in 2032 voor een openbaar vo-onderbouw school uit op 50.

16 In de vier postcodegebieden wordt volgens prognoses van de gemeente Ede (bron: Bevolkingsprognose gemeente Ede 2011-2025) tot 2025 een groei verwacht die nagenoeg nihil is. Er is daarom gerekend met het huidige aantal voleerlingen uit deze postcodegebieden (1.510 leerlingen, bron: DUO). Ook in deze berekening is de correctiefactor van 0,7 toegepast.

20

4 Samenvattende conclusies

Hieronder worden puntsgewijs de belangrijkste samenvattende conclusies besproken. Aanleiding en opzet van het onderzoek • In het onderzoek is in opdracht van de gemeente Barneveld onderzocht hoe groot de behoefte is aan een openbare school voor voortgezet onderwijs. Daarvoor is eerst middels een vragenlijst een behoeftepeiling onder ouders gehouden en is vervolgens een prognose gemaakt voor de belangstelling voor een openbare school voor voortgezet onderwijs in de plaats Barneveld. Bij het onderzoek is waar mogelijk aangesloten bij de richtlijnen zoals opgenomen in de Regeling voorzieningenplanning VO 2020 en de memorie van toelichting op de wet ‘meer ruimte voor nieuwe scholen’. • Het onderzoek is uitgevoerd onder ouders van alle 10- en 11-jarige kinderen in de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. In totaal hebben 807 ouders een vragenlijst ingevuld, ruim 40 procent van alle aangeschreven ouders hebben daarmee aan het onderzoek meegewerkt. De respons is voldoende om betrouwbare uitspraken te doen. Voorkeur voor openbaar voortgezet onderwijs • Van alle ouders heeft 18,8 procent een voorkeur voor een school voor openbaar onderwijs voor hun kind(eren). Dat percentage ligt onder ouders woonachtig in Scherpenzeel iets hoger (22,8%) dan ouders woonachtig in Barneveld (18,2%).

• In vergelijking met ouders met een voorkeur voor protestants-christelijk of reformatorisch voortgezet onderwijs, willen ouders met een voorkeur voor openbaar onderwijs hun kind gemiddeld minder lang laten reizen. Meer dan de helft van de ouders met een voorkeur voor reformatorisch onderwijs accepteert een reistijd van drie kwartier of langer. Van de ouders met een voorkeur voor openbaar voortgezet onderwijs vindt ongeveer de helft een reistijd van een half uur acceptabel voor hun kind om de vo-school te bereiken. • Twee derde van de ouders woonachtig in de gemeente Barneveld en Scherpenzeel met een voorkeur voor openbaar voortgezet onderwijs geeft aan hun kind(eren) zeker of vrijwel zeker naar een openbare vo-school in Barneveld te sturen als die school er zou zijn voor alle leerjaren. De bereidheid van ouders die woonachtig zijn in de gemeente Barneveld, om hun kind naar een openbare vo-school met alle leerjaren in Barneveld te laten gaan is groter (75%) dan ouders uit Scherpenzeel (14%). De bereidheid van ouders daalt zeer sterk (naar 18%) als een dergelijke school/vestiging alleen een onderbouwafdeling zou hebben. Daarin spelen bestaande alternatieven een rol, evenals de onwenselijkheid die veel ouders noemen om hun kinderen na twee jaar van school/locatie te laten wisselen.

Prognose • Om zicht te krijgen op de (eventuele) levensvatbaarheid van een openbare voortgezet onderwijsschool op lange termijn is een prognose gemaakt voor de belangstelling voor een openbare vo-school in Barneveld. Daarvoor zijn de uitkomsten van de vragenlijst gecombineerd met bevolkingsprognoses van Primos. • In 2032, 11 jaar na de uitgevoerde belangstellingsmeting, zullen er potentieel 426 leerlingen uit Barneveld en Scherpenzeel onderwijs volgen op een openbare school voor voortgezet onderwijs met alle leerjaren in Barneveld, mocht die daar gevestigd worden. Rekening houdend

21

met een 95 procent betrouwbaarheidsinterval, gaat het om 365-484 leerlingen woonachtig in de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. • Belangrijke nuance op de genoemde schatting van 426 leerlingen, is dat dit een totale groep leerlingen betreft, verspreid over alle leerjaren en alle niveaus in het voortgezet onderwijs. Op basis van de huidige verdeling over onderwijsniveaus van leerlingen woonachtig in Barneveld en Scherpenzeel betekent dat het zou gaan om circa 180 (brede) brugklasleerlingen, ruim 50 vmbo-b/k leerlingen, eveneens ruim 50 vmbo-g/t leerlingen, bijna 75 havoleerlingen en ruim 50 vwo-leerlingen, verspreid over de leerjaren 3, 4, 5 (havo en vwo) en 6 (vwo). Met deze aantallen wordt de stichtingsnorm voor een scholengemeenschap niet gehaald. • Die groep kan in werkelijkheid iets groter zijn, omdat er ook uit omliggende gemeenten leerlingen in Barneveld op school zitten. Leerlingen uit de gemeente Ede vormen daarin de grootste groep. Een ruwe schatting leidt tot een potentieel van 63 extra leerlingen uit de gemeente Ede die in Barneveld naar een openbare school zou kunnen gaan. Onduidelijk is hoe groot de kans is dat deze leerlingen daadwerkelijk voor een openbare school in Barneveld zouden kiezen. Een bestaand alternatief ligt voor deze leerlingen op gelijke (of soms kortere) reisafstand dan een openbare vo-school in Barneveld.

Het is onwaarschijnlijk dat deze extra leerlingen uit Ede (en andere omliggende gemeenten) ertoe zullen leiden dat de stichtingsnorm wél kan worden behaald. • Een openbare vo-school met alleen een onderbouwafdeling in Barneveld kent een in omvang zeer beperkte doelgroep. De interesse van ouders in een school waar niet alle leerjaren gevolgd kunnen worden is veel kleiner dan voor een school met alle leerjaren. Een dergelijk initiatief – met alleen een onderbouw – zal naar verwachting op niet meer dan 50 leerlingen kunnen rekenen (verspreid over alle niveaus / dakpanbrugklassen).

22

Bijlage 1 – Vergelijking van onderzoek met richtlijnen voor marktonderzoek Onderwerp

Richtlijn waarop huidig onderzoek verschilt

Keuzes in huidig onderzoek

Reden verschil

Onderzoeksgebied

Locatie van de gewenste school

Centrum van Barneveld

Er zijn nog geen concrete plannen voor een specifieke school inclusief locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e6656b12-2376-4340-9c2f-8ef6c1f1f85e