CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.23 Memo B&W over rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd, d.d. 30 september 2025

Gemeenteraad 8 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken5.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aandachtsgebied: Samenleving Team Beleid Behandelaar: P. Mol Lous Telefoonnummer: 06-21581712

Voorstelnr. Barneveld, 19 september 2025 Portefeuillehouder: J. de Heer-Verheij

Onderwerp: Raadsmemo rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd 2025-2028

Gevraagde beslissing: 1. 2.

Kennis te nemen van de raadsmemo met bijlage “Rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd”. De raadsmemo en bijlage “Rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd” door te laten zenden naar de gemeenteraad.

1. Inleiding In maart 2025 heeft de gemeenteraad het lokaal plan Hervormingsagenda jeugd 2025-2028 vastgesteld. Het doel hiervan is om het Barneveldse jeugdstelsel inhoudelijk en financieel te verbeteren en daarmee de zorg voor jeugdigen in de meest kwetsbare situaties beschikbaar te houden.

2. Beoogd effect De gemeenteraad informeren over de inhoudelijke en financiële stand van zaken van het lokaal plan Hervormingsagenda jeugd 2025-2028.

3. Argumenten 2.1 Voldoen aan de toezegging aan de gemeenteraad In het voorstel aan de raad in maart 2025 is opgenomen dat de gemeenteraad twee keer per jaar (maart en september) middels een raadsmemo wordt geïnformeerd over de inhoudelijke en financiële voortgang van de acties uit het lokaal plan Hervormingsagenda jeugd.

4. Kanttekeningen N.v.t.

5. Financiën De financiële effecten van het plan zijn nog niet zichtbaar omdat veel acties pas net zijn gestart. Door de korte looptijd zijn er nog geen concrete financiële resultaten te benoemen. Bij de voorjaarsnota 2025 heeft het Rijk extra middelen voor de jeugdzorg beschikbaar gesteld voor de jaren 2025 tot en met 2027. Dit is in lijn met het advies van de Deskundigencommissie Van Ark waarin gesteld wordt dat in deze jaren nog steeds sprake zal zijn van een tekort op de budgetten voor jeugdzorg en dat de besparingen die in de landelijke Hervormingsagenda zijn opgenomen in deze jaren niet haalbaar zijn. In de lokale Hervormingsagenda is een besparing opgenomen van afgerond 1,5 miljoen in 2027. Het streven is nog steeds om deze besparing te realiseren (exclusief de indexatie wegens loon- en prijsontwikkeling), maar het is gezien de landelijke ontwikkelingen en adviezen (commissie Van Ark) zeer onzeker of deze besparing in 2026 en de jaren daarna behaald zal worden. In de raadsmemo van maart 2026 verwachten we hier meer concreet over te kunnen zijn.

6. Participatie en communicatie

-2-

a) Participatie N.v.t. b) Communicatie N.v.t.

7. Vervolgstap Na vaststelling van het collegevoorstel zal de memo worden doorgezet naar de gemeenteraad.

8. Bijlagen Bijlage 1: Raadsmemo Rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd 2025-2028 Bijlage 2: Rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd 2025-2028

Raadsmemo rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd

Datum: Onderwerp: Ter attentie van: Afzender:

19 september 2025

Rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd De Raad College van Burgemeester en Wethouders

Portefeuillehouder

J. de Heer-Verheij

Mail behandelaar

p.mollous@barneveld.nl Telefoonnummer 06-21581712

Samenvatting De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de voortgang van het lokaal plan Hervormingsagenda Jeugd 2025–2028. Financiële effecten zijn nog niet zichtbaar; inhoudelijke rapportage is bijgevoegd. Doel De gemeenteraad informeren over de voortgang van de acties uit het lokaal plan Hervormingsagenda jeugd. Inhoud memo In maart van dit jaar heeft uw raad het Lokaal Plan Hervormingsagenda Jeugd 2025-2028 vastgesteld. Conform de gemaakte afspraken informeren wij u over de voortgang. In de bijlage Rapportage Lokaal Plan Hervormingsagenda Jeugd 20252028 vindt u een overzicht van de inhoudelijke voortgang. Op dit moment worden er nog geen financiële effecten gerapporteerd. Daarvoor zijn de volgende redenen: •

•

Zoals aangegeven in het raadsvoorstel van maart 2025 (onder het kopje kanttekeningen), vergt het tijd voordat de (financiële) effecten van de ingezette acties zichtbaar worden. Veel acties bevinden zich nog in de opstartfase. In de zomermaanden is de inzet van jeugdhulp beperkt. Bovendien kijkt de Jeugdmonitor altijd twee maanden terug om betrouwbare cijfers te kunnen leveren — in dit geval tot eind juni. Dat betekent dat we voor de financiële analyse uitgaan van de

periode april tot en met juni. Gezien de korte looptijd van het plan tot nu toe, zijn er nog geen concrete financiële effecten te benoemen. Bij de voorjaarsnota 2025 heeft het Rijk extra middelen voor de jeugdzorg beschikbaar gesteld voor de jaren 2025 tot en met 2027. Dit is in lijn met het advies van de Deskundigencommissie Van Ark waarin gesteld wordt dat in deze jaren nog steeds sprake zal zijn van een tekort op de budgetten voor jeugdzorg en dat de besparingen die in de landelijke Hervormingsagenda zijn opgenomen in deze jaren niet haalbaar zijn. In de lokale Hervormingsagenda is een besparing opgenomen van afgerond 1,5 miljoen in 2027. Het streven is nog steeds om deze besparing te realiseren (exclusief de indexatie wegens loon- en prijsontwikkeling), maar het is gezien de landelijke ontwikkelingen en adviezen (commissie Van Ark) zeer onzeker of deze besparing in 2026 en de jaren daarna behaald zal worden. In de raadsmemo van maart 2026 verwachten we hier meer concreet over te kunnen zijn. Vervolg Eind februari/ begin maart 2026 volgt de volgende raadsmemo rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd 2025-2028.

Rapportage lokaal plan Hervormingsagenda jeugd 20252028 September 2025

Actielijn 1: Versterken van de pedagogische basis Actie 1.1: Opvoeden met kennis over de normale ontwikkeling. ‘Normaliseren’ betekent accepteren dat de ontwikkeling van jeugdigen met hobbels verloopt en dat daar vaak lastig gedrag bij hoort. Ouders kunnen dat gedrag in goede banen leiden door geduld te hebben, te relativeren, en bij te sturen. Hiervoor is kennis over een gezonde basis als levensstijl van belang. Maar ook bewustzijn bij ouders en andere volwassenen dat zij een belangrijke rol hebben bij het bieden van deze basis. In die brede blik op ontwikkeling past ook een focus op wat de jeugdige wel kan, in plaats van uitgaan van problemen of een tekort.

Doel Ontmoetingen van ouders of opvoeders met gelijksoortige vragen, van elkaar leren en steun vinden bij elkaar.

Stand van zaken maart-september 2025 Opvoeden met kennis over de normale ontwikkeling doen we door inzet op ouderbetrokkenheid, ouderverbondenheid en het versterken van de pedagogische basis. Voorbeelden hiervan zijn ontmoetingsochtenden door het CJG, de website van het CJG en themabijeenkomsten. Hieronder worden deze voorbeelden verder toegelicht. Een van de manieren waarop we ouders in Barneveld met elkaar in contact laten komen, is via ontmoetingsochtenden. Op het CJG zijn wekelijks ontmoetingsochtenden voor ouders met jonge kinderen (0-4 jaar). Deze ochtenden loopt al een aantal jaren goed en trekt een gemêleerd publiek. Ouders kunnen elkaar daar ontmoeten en ervaringen delen over het gewone leven. Voor de kinderen is er ruimte om te spelen.

Regelmatig zijn er thema-ochtenden, bijvoorbeeld om een bepaald opvoedthema te bespreken, of het consultatiebureau komt langs. Ook is dit jaar in de wijk Oldenbarneveld het mamacafé in Bronveld gestart voor soortgelijke ontmoetingsochtenden. De opkomst was tot nu toe niet hoog. Daarom zal vanaf september extra worden ingezet om ouders te betrekken bij de ontmoetingsochtenden. Bijvoorbeeld door samen te werken met peuteropvang in de wijk en sleutelfiguren te betrekken. Via de website van het CJG kunnen ouders in Barneveld allerlei informatie vinden over opvoeding, ontwikkelingsfases en gedrag van kinderen. Deze kennis helpt ouders om hun kind in elke levensfase op een goede manier te begeleiden. Ook is er te vinden welk (preventief) aanbod voor ouders of kinderen beschikbaar is bij verschillende soorten hulpvragen. In de motie ‘een andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik’ wordt gevraagd om aandacht te hebben voor zelfzorg apps. Om actief naar deze apps te verwijzen, wordt eerst een inventarisatie gedaan welke eHealth mogelijkheden er momenteel zijn, en wat de ervaringen/kwaliteit daarvan is. In oktober vindt er vanuit de Wise-aanpak in samenwerking met het CJG de Opvoedchallenge plaats. De Opvoedchallenge start met een lezing waarin het belang van contact binnen het gezin centraal staat. Daarna wordt de Opvoedchallenge online uitgezet.

Na aanmelding ontvangen ouders iedere morgen een uitnodiging om in te loggen in de persoonlijke en veilige ‘leeromgeving.’ In deze omgeving hebben ze dagelijks toegang tot een informatieve video, achtergrondinformatie en diverse opdrachten. De opdrachten zijn kort en altijd gericht op de praktijk in hun gezin. Naast de individuele lessen is het mogelijk mee te doen aan meet-ups; georganiseerd om andere deelnemende ouders te ontmoeten. Deze vinden in oktober plaats. Nadat de opvoedchallenge is geweest, gaan we door met een mediacampagne, gericht op opvoeden en normaliseren. Hier vinden momenteel de voorbereidingen voor plaats.

Stand van zaken maart-september 2025

Actie 1.2: Versterken van kennis over normaliseren Soms is het nodig om bij problemen eerst goed te kijken, af te wachten, te verdragen en te volgen hoe een probleem zich ontwikkelt. Problemen kunnen namelijk ook gewoon overgaan. Deze houding wordt ‘watchful waiting’ genoemd. Professionals moeten soms ‘nee’ verkopen als ze vinden dat er onvoldoende reden is voor het inzetten van (gespecialiseerde) jeugdhulp. Of wanneer er nog onvoldoende naar de context van de jeugdige is gekeken om vast te stellen waar de kern van het probleem ligt. Daarvoor moeten professionals in staat zijn om met ouders een goed gesprek te voeren over het hobbelige pad van opgroeien en opvoeden en wat ouders zelf kunnen doen. En daarnaast bespreken welke andere mogelijkheden er nog zijn, zoals sporten en cultuur.

Doel De professionals uitdagen om te onderscheiden: wanneer jeugdhulp noodzakelijk is; wanneer alternatieve oplossingen binnen het gezin, school of gemeenschap mogelijk zijn; of het tijdelijk verdragen van uitdagingen in bepaalde gevallen voldoende is.

Professionals spelen een belangrijke rol in het opvoeden met kennis over de normale ontwikkeling. Hieronder volgen een aantal voorbeelden van de gezamenlijke inzet. Om ouders in Barneveld consistente en gelijkwaardige adviezen te kunnen geven, wordt de goede afstemming bij Wise tussen betrokken partijen omgezet in een structurele samenwerking. Door deze samenwerking kunnen professionals binnen het brede jeugdveld beschikken over gelijke kennis, onder andere op het gebied van normaliseren. Dit draagt bij aan een gezamenlijke aanpak en versterkt de kwaliteit van de ondersteuning aan ouders. In het eerste kwartaal van 2026 werken we het uitgangspunt van terughoudendheid in diagnostiek verder uit voor jeugdigen vanaf 7 jaar. Dit betekent dat we bij verzoeken om diagnostiek uitgaan van ‘nee, tenzij’. We blijven daarbij alert op situaties waarin jeugdigen of hun ouders/verzorgers zelf minder goed in staat zijn om een hulpvraag rondom diagnostiek te verwoorden of te onderbouwen. Diagnostiek blijft altijd mogelijk wanneer duidelijk is dat dit bijdraagt aan een passende oplossing. We starten met een inventarisatie onder de gespreksvoerders Jeugd, waarin we hun positieve ervaringen en knelpunten ophalen. Ook het onderwijs wordt hierbij betrokken, aangezien de vraag naar diagnostiek daar regelmatig naar voren komt.

De Voor kinderen van 0 tot 6 jaar blijft dit onderwerp structureel op de agenda staan binnen het MDO jonge kind en bij de betrokken gespreksvoerders.

Actie 1.3: Hulp rondom relaties en scheidingen Jaarlijks krijgen 86.000 thuiswonende jeugdigen in Nederland te maken met een echtscheiding. Dit is voor iedere jeugdige een ingrijpende gebeurtenis. Ongeveer 10-15% van alle scheidingen wordt een complexe scheiding. Een complexe scheiding is een scheiding waarbij ouders door aanhoudende, ernstige conflicten het belang en welzijn van hun jeugdigen uit het oog verliezen.

Doel Enerzijds het voorkomen van (complexe) scheidingen. Anderzijds het zo goed mogelijk ondersteunen van gezinnen waar een (complexe) scheiding aan de orde is. Het doel is dan om de onderlinge strijd van de ouders om te buigen naar gerichtheid op de jeugdige, zodat ze hun gezamenlijk ouderschap (opnieuw) op een adequate wijze vorm kunnen geven.

Stand van zaken maart-september 2025 De maatschappelijke partners in Barneveld brengen momenteel hun aanbod op het gebied van echtscheidingsproblematiek in kaart en hebben ervoor gekozen om op dit onderwerp de samenwerking te versterken. Het doel is om een overzicht te maken dat door professionals in Barneveld gebruikt kan worden. Aan de hand van dit overzicht kijken we waar in het aanbod eventueel nog leemtes zitten en waar aanvullend aanbod op nodig is. Op 30 oktober organiseert het CJG het symposium over echtscheiding. In een van de workshops zal hier aandacht aan besteed worden. Op regionaal vlak wordt er gewerkt aan een ketenaanpak (voorkomen van) echtscheiding. In de regionale projectgroep is in de afgelopen maanden in beeld gebracht welke mogelijke aanpakken er in Nederland zijn op het gebied van hulp bij echtscheidingsproblematiek. Ook is er in de lokale teams een uitvraag geweest waar men in de praktijk tegenaan loopt. Hieruit komt naar voren dat aan de ene kant er behoefte is aan een laagdrempelig, samenhangend aanbod dat bekend is bij inwoners en professionals. Aan de andere kant is behoefte aan tools en ondersteuning als een echtscheiding is geëscaleerd. Door op dit thema nauwer samen te werken, spelen maatschappelijke partners goed in op de wens van ouders voor een toegankelijk en preventief aanbod.

De resultaten van de regionale projectgroep worden in oktober bestuurlijk besproken. Daarna zal bekend worden op welke manier de regionale projectgroep een vervolg krijgt. Wat in ieder geval uit het regionale project duidelijk is geworden, is dat het Familiehuis zoals dat functioneert in Veenendaal (of vergelijkbaar aanbod) een interessante mogelijkheid is voor Barneveld en kan voorzien in een behoefte. In juli 2024 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin het college wordt verzocht te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om (een deel van de) kosten voor mediation of relatietherapie te vergoeden. Het doel hiervan is het voorkomen van (v)echtscheidingen en het ondersteunen van ouders aan het begin van het ouderschap. Dit onderzoek wordt meegenomen in het bredere traject dat zich richt op het ontwikkelen van een passend aanbod rondom echtscheidingsproblematiek en het voorkomen daarvan.

Actie 1.4: Aanbod na jeugdhulp Soms vinden ouders het lastig om een traject af te sluiten uit angst voor terugval. Daardoor worden trajecten in veel gevallen verlengd uit voorzorg, terwijl de ondersteuning nog minimaal nodig is.

Doel Voorkomen dat ouders en jeugdigen langer dan nodig jeugdhulp gebruiken en het voorkomen van mogelijke terugval.

Stand van zaken maart-september 2025 Er heeft een eerste overleg plaatsgevonden met het regionale inkoopbureau voor jeugdhulp over de mogelijkheid om nazorg aan te bieden via een zogenoemde ‘strippenkaart’. Deze kaart zou ingezet kunnen worden na afloop van een jeugdhulptraject. De gesprekken hierover worden in de komende periode voortgezet. In 2026 gaan we samen met de gespreksvoerders jeugd verkennen waar ouders en jeugdigen behoefte aan hebben op het gebied van nazorg. Daarbij onderzoeken we ook of er aanleiding is om hier specifiek aanbod voor te ontwikkelen binnen het preventieve veld.

Actielijn 2: Versterken van samenwerking tussen onderwijs en ondersteuning Actie 2.1: Samenwerkingsafspraken in en bij scholen Er zijn verschillende professionals in en bij de scholen betrokken. Naast leerkrachten en intern begeleiders/zorg coördinatoren zijn dit schoolmaatschappelijk werkers, jeugdverpleegkundigen/ jeugdartsen, jongerenwerkers, gespreksvoerders jeugd en onderwijs en medewerkers van de Samenwerkingsverbanden onderwijs. Een goede samenwerking is van belang. Hier zijn verschillende afspraken over gemaakt.

Doel De afgesproken werkwijze tussen de gemeente en het onderwijs uitvoeren, waardoor jeugdigen de juiste ondersteuning krijgen (in de context van school, thuis en vrije tijd).

Stand van zaken maart-september 2025 In het vierde kwartaal van 2025 wordt gestart met het ontwikkelen van een routekaart voor opvoed- en opgroeiproblemen binnen het voortgezet onderwijs. De doelstelling is om deze routekaart in december gereed te hebben voor alle vier de scholen, zodat er direct mee gewerkt kan worden. Voor het basisonderwijs staat een herziening van de bestaande routekaart gepland in 2026. Tijdens het schooljaar 2024-2025 is bij de gespreksvoerders jeugd en onderwijs gewerkt met een klankbordgroep onderwijs-jeugd, bestaande uit drie gespreksvoerders. Deze groep fungeert als intern adviesorgaan en wordt door gespreksvoerders jeugd en onderwijs geraadpleegd bij de te nemen stappen in de routekaart en bij inhoudelijke vraagstukken rondom casussen. Deze werkwijze bevordert een integrale benadering van casussen die zowel jeugd als onderwijs raken. Vanwege de positieve ervaringen wordt deze aanpak voortgezet in het schooljaar 2025-2026.

In 2026 gaan we in gesprek met de Samenwerkingsverbanden van het onderwijs en de schoolbesturen om inzicht te krijgen in de basisondersteuning die scholen bieden, zodat we onze ondersteuning beter hierop kunnen afstemmen.

Actie 2.2: Inzet jeugdmonitor bij de scholen Samenwerking op scholen vindt plaats op basis van signalen van professionals in en bij de school. We willen dit verrijken met data uit de Jeugdmonitor. Hierin staat per school informatie over het jeugdhulpgebruik van de leerlingen. Op basis van die informatie per school kan de (extra) inzet per school mede bepaald worden.

Doel Creëren van een gedeelde verantwoordelijkheid en samen optrekken in de ondersteuning van jeugdigen, ouders en leerkrachten.

Stand van zaken maart-september 2025 In het derde en vierde kwartaal van 2025 wordt de koppeling van gespreksvoerders jeugd aan enkele scholen geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie wordt besloten of we deze koppeling voortzetten, uitbreiden of beëindigen. Basisonderwijs Een aantal schoolbesturen in het basisonderwijs hebben, met ondersteuning van de gemeente, voor meerdere jaren subsidie ontvangen vanuit de landelijke Gelijke Kansen Alliantie. Deze subsidie wordt ingezet om de coördinatie te bekostigen die nodig is om de samenwerking tussen professionals rondom jeugdigen op school te versterken.

Het gaat hierbij om gespreksvoerders jeugd en onderwijs, het CJG, de GGD en de school zelf. De uitvoering start in het vierde kwartaal van 2025. Voortgezet onderwijs In maart 2025 is het jongerenwerk, mogelijk gemaakt door een NPO-subsidie, gestart op twee scholen voor voortgezet onderwijs. Daarmee is jongerenwerk toegevoegd als extra samenwerkingspartner binnen de schoolomgeving. Jongerenwerkers vervullen een unieke rol in het contact met leerlingen. Zij zijn niet alleen aanwezig op school, maar ook actief in de buitenruimte. Deze brede aanwezigheid geeft hun een waardevolle informatiepositie, waarmee vroegtijdig en preventief kan worden ingespeeld op signalen. Voorwaarde hiervoor is een goede samenwerking: signalen vanuit het jongerenwerk moeten effectief worden doorgeleid binnen de school. De eerste ervaringen laten zien dat het Jongerenwerk Op School (JOS) veel potentie heeft. Om die reden hebben beide scholen besloten om ook in het schooljaar 2025-2026 met JOS door te gaan. Elke school kent een eigen zorgstructuur. In het schooljaar 2025-2026 zal de samenwerking verder worden vormgegeven. Dit betreft een integrale samenwerking tussen jongerenwerkers, zorgcoördinatoren, schoolmaatschappelijk werkers, gespreksvoerders onderwijs, handhaving en andere betrokkenen binnen de zorgstructuur van de school.

Actielijn 3: Effectieve jeugdhulp / bevorderen door-en uitstroom bij jeugdhulp Actie 3.1: Bewustwording kosten jeugdhulp De gemeente betaalt de kosten van jeugdhulp. Door ouders te informeren over het feit dat de inzet van de geboden jeugdhulp geld kost, gaan zij mogelijk bewuster om met de geboden hulp.

Doel (3.1) Kostenbewustzijn vergroten bij ouders en daarmee zorgvuldig gebruik van jeugdhulp.

Stand van zaken maart-september 2025 De beschikkingen zijn inmiddels aangepast. We vragen daarin ouders om wijzigingen zo snel mogelijk door te geven, om jeugdhulp toegankelijk te houden voor iedereen die dit nodig heeft.

Doel (3.2)

Actie 3.2: (Regionaal) actief monitoren aanbieders

Stand van zaken maart-september 2025

Regionaal is zichtbaar dat trajecten steeds langduriger en kostbaarder zijn. Door zorgtrajecten actief te volgen, krijgen zowel gemeenten als jeugdhulpaanbieders inzicht in de effectiviteit van ingezette zorg. Dit maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen, wat ook bijdraagt aan het beheersen van kosten. Binnen de regio verschilt het per gemeente in hoeverre, en op welke manier er op zorgtrajecten wordt gemonitord. Regionaal eenduidige kwaliteitskaders en richtlijnen ontbreken. Om tijdige bijsturing mogelijk te maken, en hierbij gebruik te maken van de expertise van de jeugdhulpregio JeugdFV, is het wenselijk om een regionaal eenduidige aanpak te ontwikkelen.

Door heldere Kritieke prestatie-indicatoren (KPI) afspraken te maken met aanbieders, kunnen we een scherp gesprek voeren, actief monitoren op de kosten en waar nodig eerder ingrijpen .

Binnen de regio wordt momenteel gewerkt aan een opdrachtomschrijving rondom dit thema. Ook andere gemeenten erkennen het belang ervan, waardoor het onderwerp regionaal is geagendeerd in het kader van de Hervormingsagenda. De opdrachtomschrijving wordt naar verwachting in het najaar van 2025 afgerond. Aansluitend zal een regionale projectgroep de verdere uitwerking op zich nemen. Gemeente Barneveld levert een actieve bijdrage (capaciteit) aan deze projectgroep. Via de Jeugdmonitor kunnen we alle gecontracteerde aanbieders binnen de JeugdFV volgen. De persoonsgebonden budgetten (pgb’s) vallen hier echter buiten. Om ook deze groep goed te kunnen monitoren, hebben we alle pgb’s in kaart gebracht. We blijven deze gegevens actief volgen, zodat we tijdig kunnen bijsturen waar nodig.

Doel

Actie 3.3: Inzetten op groepsgerichte begeleiding Veel jeugdhulptrajecten zijn voornamelijk individueel gericht. In bepaalde situaties kan het geven van jeugdhulp in groepsverband effectiever en goedkoper zijn. Deze aanpak zou jeugdigen met vergelijkbare problematiek in groepsverband hulp achter een beschikking kunnen aanbieden. Dit maakt het mogelijk om wachtlijsten aan te pakken door meerdere jeugdigen tegelijk te helpen. Ook kunnen de kosten worden verlaagd, omdat één hulpverlener meerdere jeugdigen tegelijk begeleidt. Ook zijn er binnen de jeugdhulp veel personeelstekorten. Het groepsgericht aanbieden van jeugdhulp kan eraan bijdragen om toch alle jeugdigen te kunnen helpen.

Groepsgerichte ondersteuning achter een beschikking aanbieden waar mogelijk, in plaats van individuele trajecten om effectievere en goedkopere zorg te kunnen bieden.

Stand van zaken maart-september 2025 Binnen de regio wordt momenteel gewerkt aan een opdrachtomschrijving rondom de collectivering van het hulpaanbod. De verwachting is dat deze opdrachtomschrijving in het najaar van 2025 wordt afgerond. Ook andere gemeenten hechten veel waarde aan dit onderwerp, waardoor het – mede naar aanleiding van de landelijke Hervormingsagenda – regionaal is opgepakt. Zodra de opdrachtomschrijving gereed is, zal een regionale projectgroep hiermee aan de slag gaan om de opdracht verder uit te werken. Het doel is om te verkennen welk hulpaanbod zich leent voor een collectieve aanpak. Gemeente Barneveld levert een actieve bijdrage (capaciteit) aan deze projectgroep.

Actielijn 4: Versterken van toegang tot geïndiceerde jeugdhulp Doel

Actie 4.1: Actieve regie De gespreksvoerders jeugd zijn het aanspreekpunt voor ouders, de jeugdige en aanbieders. De mate waarin de gespreksvoerders jeugd betrokken zijn, hangt af van de complexiteit en of er onveiligheid speelt binnen een gezin. De hulpvragen die binnenkomen zijn ingedeeld door middel van een weging (zwaarte 1-2-3) en bepaalt daarmee de mate waarin een gespreksvoerder betrokken is. Bij hulpvragen met zwaarte 3, is een gespreksvoerder nauw betrokken bij de jeugdhulp en wordt gekeken of de doelen worden behaald. Op het moment is er, binnen de huidige capaciteit, geen ruimte om ook alle casussen met ‘zwaarte 1 en 2’ ook op die manier te volgen. Hier willen we verandering in brengen. De reden daarvan is, dat meer betrokkenheid ervoor zorgt dat er scherper gestuurd kan worden op de te behalen doelen en de duur van het jeugdhulptraject.

Door het meer inzetten van actieve regie (ook bij hulpvragen van zwaarte 1 en 2) kan er beter toezicht worden gehouden op de voortgang van de jeugdhulp. Er kan dan beter bijgestuurd worden. En daarmee jeugdhulp eerder worden afgerond.

Stand van zaken maart-september 2025 Om de betrokkenheid van jeugdgespreksvoerders jeugd bij casussen met zwaarte 1 en 2 mogelijk te maken, is extra capaciteit aan het team toegevoegd. Voor de invulling van deze betrokkenheid is een concept werkwijze opgesteld, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de aanpak bij casussen met zwaarte 1 en 2 ten opzichte van 3. Voor zwaarte 3 bestaat namelijk al een werkwijze. De conceptwerkwijze voor zwaarte 1 en 2 wordt met het team besproken, zodat de uitvoering eind dit jaar kan starten. Er wordt nog overwogen om te beginnen met intensievere betrokkenheid bij een beperkt aantal casussen. Dit komt doordat het aantal casussen met zwaarte 1 en 2 groot is. Door klein te starten, kunnen de effecten beter worden gevolgd en kan er sneller in de werkwijze worden bijgestuurd indien nodig. Hier wordt in het najaar een besluit over genomen.

Actie 4.2: Casusregie voeren met historische gegevens In de Jeugdmonitor is inzichtelijk welke jeugdhulp een jeugdige heeft gehad. In de Jeugdmonitor is bijvoorbeeld te zien dat bij een jeugdige al meerdere jaren achter elkaar inzet door eenzelfde aanbieder is gepleegd. Daardoor kun je je afvragen of doelen voldoende worden behaald. Daarbij kan inzicht in het jeugdhulpgebruik zorgen voor een onderbouwing om ‘nee’ te kunnen zeggen tegen een nieuw jeugdhulptraject. De gespreksvoerders jeugd kunnen deze gegevens betrekken bij de inzet en voortgang van de jeugdhulp.

Actie 4.3: Implementeren verklarende analyse Als bij een gezin complexe problematiek wordt geconstateerd, is het nodig om een gedeelde verklarende analyse te maken. Een verklarende analyse is een methode die laat zien welke factoren hierop van invloed zijn en hoe die met elkaar samenhangen. Het leidt tot een verklaring van de problematiek en waardoor deze is ontstaan, voortduurt, versterkt of vermindert. Deze methode vraagt meerdere gesprekken met ouders en jeugdige voordat de hulp kan starten. Het gebruik van de verklarende analyse wordt voorgeschreven in de landelijke Richtlijn Uithuisplaatsing en terugplaatsing.

Doel

Doel

Efficiëntere inzet van jeugdhulp door het gebruik van data.

Verbeteren van de kwaliteit van zorg en mogelijke lange termijn besparing door efficiëntere trajecten en doelmatige inzet van zorg.

Stand van zaken maart-september 2025 Op dit moment maken nog niet alle gespreksvoerders gebruik van de Jeugdmonitor. Het gebruik ervan vraagt extra handelingen. In het vierde kwartaal van 2025 stappen de gespreksvoerders over op een nieuw registratiesysteem, ZorgNed. Dit systeem is gekoppeld aan de Jeugdmonitor, waardoor de informatie gemakkelijker toegankelijk wordt en het gebruik ervan wordt gestimuleerd. Alle gespreksvoerders jeugd krijgen in diezelfde periode een training in het gebruik van het nieuwe systeem, inclusief de Jeugdmonitor. Daarnaast hebben alle gespreksvoerders jeugd voor de tweede helft van 2025 een gesprek ingepland met de gedragswetenschapper om alle lopende casussen te bespreken. Centrale vraag hierbij is of de ingezette jeugdhulp nog voldoende effectief is. Daarbij wordt ook gekeken of de situatie inmiddels stabiel genoeg is en er geen wezenlijke verbeteringen meer te verwachten zijn door verdere hulpverlening — oftewel: Kan de casus worden afgesloten omdat een voldoende resultaat (‘een zes’) is behaald.

Stand van zaken maart-september 2025 Een essentiële voorwaarde voor toepassen van de verklarende analyse is dat gespreksvoerders hierin zijn opgeleid. De nieuw aangestelde gespreksvoerders Jeugd zullen in Q4 een training volgen in deze methodiek. De overige gespreksvoerders hebben deze scholing al afgerond. Daarnaast is een goed werkend registratiesysteem cruciaal om de methodiek effectief te kunnen vastleggen en verwerken. Het nieuwe systeem, ZorgNed, wordt momenteel ingericht om dit proces digitaal te ondersteunen. Hierdoor wordt de verklarende analyse een geïntegreerd onderdeel van het werkproces. Naar verwachting kunnen gespreksvoerders vanaf december 2025 gebruikmaken van deze digitale ondersteuning. In de praktijk zullen gespreksvoerders Jeugd de regieindeling (zwaarte 1, 2 of 3) gebruiken als richtlijn voor het toepassen van de verklarende analyse. Bij zwaarte 1 wordt een verkorte versie ingezet, terwijl bij zwaarte 2 en 3 standaard de volledige verklarende analyse wordt toegepast. De eerste indruk van de gespreksvoerders is dat bovenstaande werkwijze toereikend is, al blijft bijstelling mogelijk op basis van verdere praktijkervaring.

Doel

Actie 4.4: Versterken samenwerking huisartsen In de Jeugdwet is geregeld dat een huisarts verwijzingen naar jeugdhulp mag doen. De werkwijze van een huisarts bij een verwijzing naar jeugdhulp is anders dan de werkwijze van een gespreksvoerder jeugd bij de gemeente. De gespreksvoerder heeft meer tijd om de achtergronden uit te vragen. Zo komen jeugdigen vaker meteen op de juiste plek terecht via de gespreksvoerder. Sinds 2019 is een Ondersteuner Huisarts Jeugd (OHJ) van het CJG aanwezig bij bijna alle huisartspraktijken in de gemeente Barneveld. Het inzetten van de OHJ heeft drie doelen: Het ondersteunen van de huisarts bij beslissingen rond de inzet van passende zorg Het bieden van snelle hulp bij de huisarts in korte trajecten. Het voorkomen van (onterechte/onnodige) verwijzingen naar de specialistische jeugdhulp.

Versterken samenwerking huisartsen en de Ondersteuner Huisarts Jeugd om de juiste inzet van zorg te verbeteren.

Stand van zaken maart-september 2025 Vanaf 2026 is het de bedoeling om bij gesprekken tussen de gemeente, de Ondersteuner Huisarts Jeugd (OHJ) en huisartsen efficiënter en effectiever te laten verlopen door een vaste set gespreksonderwerpen te hanteren. Daarnaast wordt gewerkt aan een vaste jaarplanning voor deze gesprekken. Op dit moment leggen de OHJ’s al notities vast waarin informatie te vinden is over het aantal gevoerde gesprekken, het type hulpvraag en het gegeven advies, zoals een eventuele doorverwijzing naar een jeugdhulpaanbieder. De wijze waarop deze gegevens worden vergeleken met gemeentelijke Jeugdmonitor is nog in ontwikkeling. Een mogelijke aanpak is het hanteren van een uniforme registratievorm, zoals beschreven in het onderzoek ‘Jeugdhulp bij de huisarts’ van Accare, Molendrift, Karakter en het Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie. Deze methode maakt onderlinge vergelijking mogelijk door eenduidige registratie. Bovenstaande gesprekken zullen ook worden gebruikt om werkafspraken te maken met huisartsen over verwijzingen naar hoog-specialistische zorg.

Actielijn 5: Zo thuis mogelijk Doel

Actie 5.1: Voorkomen van uithuisplaastingen ‘Uithuisplaatsing’ wil zeggen, dat een jeugdige vrijwillig of gedwongen (tijdelijk) niet bij de ouder woont. Dat is een ingrijpende gebeurtenis voor het hele gezin. Een jeugdige wordt alleen uit huis geplaatst als er geen andere oplossingen zijn voor de problemen thuis. Zoals wanneer het thuis zo onveilig is, dat de ontwikkelkansen van de jeugdige stelselmatig worden bedreigd. Onderzoek heeft laten zien dat jeugdigen die een uithuisplaatsing hebben meegemaakt, twee keer zo veel kans maken op problemen in het latere leven. Het lukt ons in Barneveld steeds beter om jeugdigen thuis te laten opgroeien. Toch zijn er nog wel jeugdigen bij wie een uithuisplaatsing niet kon worden voorkomen. Daarbij zien we dat zij veel vormen van hulp voorafgaand aan de uithuisplaatsing hebben ontvangen.

Doel We willen uithuisplaatsingen zoveel mogelijk voorkomen.

Stand van zaken maart-september 2025 De dalende lijn in het aantal uithuisplaatsingen in Barneveld zet zich voort. Toch blijft het belangrijk om hier aandacht aan te besteden, zolang er nog jeugdigen uit huis worden geplaatst. We onderzoeken hoe we data kunnen inzetten om uithuisplaatsingen te voorspellen, zodat we effectiever en tijdiger regie kunnen inzetten om het te voorkomen.

Actie 5.2: Inzet Doorbraakmethode® In sommige situaties hebben ouders en jeugdigen iets anders nodig dan via jeugdhulp geboden kan worden. Maatwerk is dan gewenst om te voorkomen dat problematiek complexer wordt met alle gevolgen van dien. Op deze manier kunnen soms ook zwaardere vormen van hulp en ondersteuning worden voorkomen, zoals een uithuisplaatsing. Het Instituut voor Publieke Waarden heeft hier een werkwijze voor ontwikkeld: de Doorbraakmethode®.

Andere oplossingen buiten de jeugdhulp vinden om uithuisplaatsingen te voorkomen.

Stand van zaken maart-september 2025 Er is contact gelegd met het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) om te verkennen hoe de Doorbraakmethode® het meest effectief kan worden ingezet. Daarbij worden drie mogelijke benaderingen overwogen: 1. Toepassing bij vijf casussen IPW kan de Doorbraakmethode® inzetten bij vijf concrete casussen. Dit biedt een kleinschalige start, maar roept de vraag op: wat is de vervolgstap na deze eerste fase? 2. Training van medewerkers Een duurzamere aanpak is het trainen van medewerkers in de Doorbraakmethode®. Niet iedereen hoeft deze training te volgen; het is denkbaar om per team twee aandachtsfunctionarissen aan te wijzen. Deze kunnen worden aangevuld met vertegenwoordigers van maatschappelijke partners zoals woningcorporaties, het CJG en andere betrokken organisaties. Dit betreft het uitvoerende niveau. Ook op beleidsniveau zijn aandachtsfunctionarissen nodig, en het is essentieel dat de organisatie deze werkwijze breed ondersteunt. Zo ontstaat een structurele en bredere aanpak. 3. Gefaseerde implementatie Een derde optie is om klein te beginnen met vijf casussen en van daaruit stapsgewijs toe te werken naar een duurzame werkwijze. Deze aanpak sluit aan bij het programma Bestaanszekerheid en het integraal werken zoals verwoord in de visie op het Sociaal Domein.

Deze opties worden om die reden in het derde kwartaal van 2025 in een bredere context besproken.

Actie 5.3: Passende en beschikbare plekken Wanneer een jeugdige uit huis wordt geplaatst zoeken we eerst naar een oplossing binnen het eigen netwerk (netwerkpleegzorg). Wanneer dit niet lukt, zoeken we een oplossing binnen de pleegzorg. Pas als laatste wijken we uit naar een gezinshuis of kleinschalige woonvoorziening. Deze plek moet in de regio beschikbaar zijn. Daarom hebben we een regionale kleinschalige woonvoorziening opgestart en gaan we regionale, beschikbare gezinshuisplekken inkopen.

Doel Voldoende beschikbare plekken in de buurt voor jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen. (Meerdere) doorplaatsingen bij één jeugdige zoveel mogelijk voorkomen.

Stand van zaken maart-september 2025 Op dit moment zijn er in de regio slechts beperkt gezinshuiszorgplekken ingekocht. Hierdoor wordt gezinshuiszorg voornamelijk via zogeheten lightcontracten georganiseerd, wat leidt tot een aanzienlijke administratieve belasting voor zowel de aanbieders, de regionale inkooporganisatie JeugdFV als de gemeenten. Het perceel Verblijf is namelijk gesloten voor nieuwe toetreders. In de afgelopen maanden hebben er diverse bijeenkomsten plaatsgevonden met aanbieders van gezinshuiszorg. Tijdens deze sessies zijn de toetredings- en leveringsvoorwaarden besproken, met als doel het product 'gezinshuizen' beschikbaar te maken binnen het perceel verblijf. Op basis van deze gesprekken is een voorstel opgesteld dat in het eerste kwartaal van 2026 ter besluitvorming wordt voorgelegd aan het regionaal bestuurlijk overleg jeugd. Bij een positief besluit kan het product gezinshuiszorg worden opengesteld, waardoor het mogelijk wordt om gezinshuisplekken in de regio in te kopen. Zodra het product gezinshuiszorg beschikbaar is en de aanbestedingsprocedure is afgerond, wordt duidelijk welke gezinshuizen in Barneveld onderdeel zijn van het ingekochte aanbod. Naar verwachting kan vanaf medio 2026 binnen deze gezinshuizen onderzoek worden gedaan naar wat zij nodig hebben om jeugdigen vanuit residentiële zorg op te vangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=51858e25-efd1-4503-987b-514abd7b2f00