CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.21 Memo over onderzoeksrapport BUIG d.d. 5-12-23

Commissie Samenleving 3 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Onderzoeksrapport BUIG & evaluatie re-integratiemiddelen6.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmemo Onderzoeksrapport BUIG

Datum:

Onderwerp:

Ter attentie van:

27 november 2023

Onderzoeksrapport BUIG De Raad

Afzender:

W. Oosterwijk

Portefeuillehouder

W. Oosterwijk

Mail behandelaar

d.jonker@barneveld.nl Telefoonnummer 06-13076513 Samenvatting De gemeente Barneveld heeft een aantal jaren op rij een tekort op het BUIG-budget. Daarom heeft onderzoekbureau Berenschot op ons verzoek onderzoek gedaan naar de oorzaken daarvan. Hoewel het onderzoek geen volledig uitsluitsel kan geven, is het beeld dat een aantal indicatoren in het verdeelmodel nadelig voor de gemeente uitvallen. Inmiddels heeft het ministerie van SZW ook zelf onderzoek uit laten voeren en is het landelijke verdeelmodel aangepast. Daardoor is het definitieve BUIG budget voor de gemeente Barneveld hoger uitgevallen dan het voorlopige budget. Doel Het doel van deze memo is uw raad informeren over de uitkomsten van het onderzoek en inzicht te geven in de recente ontwikkelingen rondom het BUIG budget en de nog te nemen stappen in de interne organisatie. Het volledige onderzoeksrapport is toegevoegd in de bijlagen. Inhoud memo Systematiek BUIG-budget Jaarlijks ontvangen gemeenten vanuit het Rijk budget om de uitkeringen Participatiewet te kunnen betalen; de gebundelde uitkering (BUIG).

Gemeenten bekostigen hiermee uitkeringen in het kader van: - Participatiewet - IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers) - IOAZ (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) - Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) - Inzet Loonkostensubsidie (LKS) Het Rijk stelt op basis van de gegevens van het CBS het macrobudget vast. Het ministerie streeft ernaar om het macrobudget zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de werkelijke landelijke uitgaven. Zodat op macroniveau de gemeenten voldoende middelen hebben voor het betalen van

bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Welk bedrag iedere gemeente ontvangt is niet afhankelijk van de werkelijke bijstandsuitgaven. Als het aantal bijstandsuitkeringen stijgt, gaat het budget niet automatisch ook omhoog. Achterliggend idee hierbij is dat gemeenten een financiële prikkel ervaren om de bijstandsuitgaven zo laag mogelijk te houden. Hoe veel BUIG-budget een gemeente ontvangt, wordt berekend aan de hand van geavanceerde econometrische technieken (= objectieve indicatoren). De methodiek/het verdeelmodel is erop gericht dat gemeenten, gegeven hun sociaaleconomische omstandigheden, genoeg budget ontvangen. De theorie stelt dat een tekort op het budget, wijst op een minder goede score van beleid en uitvoering dan landelijk gemiddeld en vice versa. Wanneer een gemeente meer uitgaven heeft dan het toegekende budget, is er een regeling om (onder voorwaarden) dit tekort voor een deel vanuit het Rijk gecompenseerd te krijgen. Dit is de vangnetregeling. Die is in Barneveld de afgelopen 3 jaar aangevraagd en ook steeds toegekend. Bij deze vangnetregeling geldt (naast andere voorwaarden) een drempel. Het tekort onder de drempel valt onder risico van gemeenten en wordt betaald vanuit de algemene middelen. In Barneveld is dit steeds opgenomen in de begroting, omdat tekorten werden voorzien.

Aanleiding onderzoek Berenschot De gemeente Barneveld heeft in 2023 voor het derde jaar op rij een tekort en daarom een beroep op de vangnetregeling gedaan. Het tekort liep ieder jaar op, ondanks dat steeds maatregelen zijn genomen om deze terug te dringen. Daarom heeft de gemeente onderzoeksbureau Berenschot (in eerste instantie) de opdracht gegeven om te onderzoeken of er aanwijsbare redenen zijn binnen onze eigen invloedsfeer op het gebied van gegevensregistratie. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de reden niet op het gebied van de gegevensregistratie ligt. De aanbeveling is gedaan om een nadere analyse uit te voeren naar de factoren die van invloed zijn op de bijstandsinkomsten- en uitgaven en in hoeverre zij voor Barneveld al dan niet nadelig uitwerken in de verdeling van het macrobudget BUIG. De gemeente Barneveld heeft deze aanbeveling opgevolgd en Berenschot ook dit onderzoek uit laten voeren. De resultaten van dit onderzoek delen we bij deze met uw raad. Conclusie onderzoek Allereerst heeft Berenschot een positief beeld over de werkwijze die in Barneveld wordt gehanteerd.

En hoewel Berenschot aangeeft dat het om zeker te zijn verdiepend onderzoek nodig is, heeft zij wel vastgesteld dat een aantal indicatoren in het verdeelmodel voor de gemeente Barneveld nadelig uitpakken: • Zo zijn een aantal bevolkingsgroepen waaronder alleenstaanden, paren zonder kinderen en huishoudens met een thuiswonend meerderjarig kind oververtegenwoordigd (volgens het verdeelmodel). • Ook zijn er in de gemeente Barneveld relatief veel mensen tot 30 jaar en boven de 50 jaar afhankelijk van een uitkering. • Als laatste stijgt de bevolkingsgroei in de gemeente Barneveld veel harder dan gemiddeld genomen in Nederland. De bevolkingsomvang wordt als verdeelfactor met één jaar vertraging opgenomen in het bijstandsbudget en er is door Berenschot berekend dat dit leidt tot 1% lager budget dan wanneer de bevolking ‘conform’ landelijke gemiddelde zou stijgen.

Berenschot doet een tweetal aanbevelingen. Berenschot geeft aan dat de indruk bestaat dat een deel van het tekort te wijten valt aan indicatoren van het verdeelmodel, die nadelig uitpakken voor de gemeente Barneveld. Om de uitgaven meer in balans te brengen met de inkomsten adviseert Berenschot het volgende: 1. Onverminderd in blijven zetten op lage instroom en hoge uitstroom. Ondersteuning (mede) ook richten op het aan het werk helpen van mensen die dit zelfstandig niet kunnen (bijvoorbeeld door inzet van Loonkostensubsidie – LKS) 2. Deelname aan begeleidingsgroepen SZW om input te leveren ter verbetering van de verdeelsystematiek (en de situatie van Barneveld goed onder de aandacht brengen).

Ontwikkeling oktober 2023: Definitief budget 2023 en nader voorlopig budget 2024 Ieder jaar op uiterlijk 1 oktober maakt het ministerie het definitieve budget voor het lopende jaar en het nader voorlopige budget voor het komende jaar bekend. Het definitieve budget voor 2023 is hoger uitgevallen en het voorlopige budget voor 2024 komt zo’n € 3 miljoen hoger uit dan nu in de begroting is opgenomen. Dit wordt ten eerste veroorzaakt door een hoger macrobudget o.a. als gevolg van de verhoogde instroom van statushouders. Ten tweede is sprake van een aanpassing van de verdeelsystematiek, wat een voordelig effect heeft. Zo zijn in het verdeelmodel een aantal huishoudkenmerken aangepast, verwijderd of toegevoegd en zijn er regionale arbeidsmarktkenmerken toegevoegd. Kanttekening hierbij is dat het voordeel deels teniet gedaan door structureel hogere lasten (Uitgebreide informatie hierover is met uw Raad gedeeld middels de Memo septembercirculaire 2023 en ontwikkelingen BUIG) Vervolgacties Evaluatie en herijking re-integratiemiddelen Welke re-integratiemiddelen worden nu (veelvuldig) ingezet (en voor wie?) en wat zijn daar de resultaten van? De start van deze evaluatie is gemaakt en verwachting is dat deze evaluatie en analyse in de loop van Q4 van 2023 gereed is. Mogelijk leiden de uitkomsten van de analyse tot aanpassingen in de uitvoering van de re-integratie.

Ook heeft de analyse van Berenschot laten zien dat de inzet van LKS (loonkostensubsidie) in de gemeente Barneveld lager is dan landelijk gezien. We onderzoeken of daar nog mogelijkheden zitten om hiermee juist mensen de stap naar betaalde arbeid te zetten. Daarnaast wordt onderzocht op welke wijze de gemeente een objectieve analyse door een externe partij ingezet kan worden. Op dit moment wordt er geen meetinstrument of iets dergelijks als instrument ingezet. De gespreksvoerder is de professional en maakt de afweging/beslissing welke inzet nodig is voor een inwoner om stappen te zetten e/o te re-integreren. We willen verkennen of een externe partij het klantenbestand kan analyseren. Bijvoorbeeld de groepen, zoals jongeren, die nu volgens het verdeelmodel, oververtegenwoordigd zijn in het klantenbestand. Dit heeft als voordeel dat het klantenbestand nog beter in beeld komt evenals waar de potentie zit. Deelname begeleidingsgroepen SZW Hoewel de aanpassing in het verdeelmodel voor de gemeente Barneveld gunstig uit lijkt te pakken, is wel bij SZW te kennen gegeven dat we als gemeente graag input willen leveren hoe de verdeelsystematiek verbeterd kan worden. Het ministerie heeft te kennen gegeven dat het verdeelmodel

op zichzelf na de laatste aanpassingen is uitontwikkeld, maar wel met gemeenten wil verkennen welke andere maatregelen genomen kunnen worden. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de wijze van aanvragen van de vangnetregelening. Vervolg Wanneer er in de toekomst opnieuw een aanvraag vangnetregeling gedaan moet worden, wordt uw raad hierbij betrokken. Bijlagen Onderzoekrapport Analyse BUIG gemeente Barneveld

Analyse BUIG Budget en uitgaven gemeente Barneveld

29 JUNI 2023

70048-Vertrouwelijk

Inleiding Aanleiding Gemeente Barnveld vroeg ons om een analyse te maken van de verklarende factoren van de hoogte van het BUIG-budget en de BUIGuitgaven van de gemeente Barneveld. Barneveld had in de afgelopen jaren forse tekorten op het bijstandsbudget. De tekorten worden verklaard door enerzijds stijgende uitgaven en een budgetontwikkeling die daarbij achterblijft. De uitgaven zijn – tot op zekere hoogte – beïnvloedbaar. Dat geldt niet voor het budget. Naast de factoren die het budget bepalen, is het voor gemeenten belangrijk om inzicht te hebben in de factoren die de omvang van de bijstandsafhankelijkheid en de bijstandsuitgaven beïnvloeden en in de mogelijkheden om de uitgaven omlaag te brengen. Op basis daarvan kunnen maatregelen worden genomen.

Uit te voeren opdracht Naar aanleiding van deze ontwikkelingen gaf Barneveld ons de volgende opdracht: Voer een analyse uit van de factoren die van invloed zijn op de hoogte van bijstandsuitgaven en het bijstandsbudget. Beantwoord daartoe de volgende vragen:

1. 2.

3.

4. 5.

Hoe kunnen de tekorten op het bijstandsbudget in de afgelopen jaren worden verklaard? Is er sprake van tekortkomingen in het objectief verdeelmodel of laat de gemeente Barneveld kansen liggen om de bijstandsafhankelijkheid in de gemeente omlaag te brengen? Hoe kan de stijging van het budgetaandeel in 2022 en 2023 worden verklaard? Komt dat door LKS-naar-realisatie? Of waren er veranderingen in het objectief aandeel? Wat kunnen we zeggen over de toekomstige ontwikkeling van zowel het budget als de uitgaven. Moet Barneveld rekening houden met een verdere stijging van het uitgavenaandeel? Hoe gaat het bijstandsbudget zich ontwikkelen? En wat betekent dat voor het saldo op het bijstandsbudget?

Onze analyse heeft – gegeven de doorlooptijd van het onderzoek – het karakter van een quick scan. De analyse is uitgevoerd op basis van publieke data. We baseren ons voorts op gesprekken met medewerkers van de uitvoeringsorganisatie. We hebben geen aparte doorlichting uitgevoerd.

Hoe kan de stijgende trend van de bijstandsuitgaven worden verklaard? Kunnen de bijstandsuitgaven en in het bijzonder de stijgende trend omlaag worden gebracht door beleid en uitvoering?

70048-Vertrouwelijk

2

Het BUIG-budget Financiering van de Participatiewet Gemeenten ontvangen via drie kanalen geld van de rijksoverheid voor de uitvoering van de Participatiewet. Het gaat om de volgende geldstromen:

• Middelen voor het betalen van de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies (ook wel het bijstandsbudget, inkomensdeel of BUIG-budget genoemd). • Middelen voor de Wsw en voor de begeleiding van mensen op een nieuw beschutte werkplek. • Middelen voor de uitvoering, re-integratie, begeleiding en minimabeleid in de algemene uitkering in het gemeentefonds. Onze analyse heeft betrekking op de eerst genoemde geldstroom: het BUIG-budget. Werking van de systematiek De rijksoverheid stelt landelijk het macrobudget vast. Het ministerie van SZW streeft ernaar om het macrobudget zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de werkelijke landelijke uitgaven, zodat op macroniveau de gemeenten voldoende middelen hebben voor het betalen van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Het macrobudget is gebaseerd op een raming van het Centraal planbureau (CPB) en wordt in september van het lopende begrotingsjaar definitief vastgesteld. Gemeentelijke tekorten of besparingen op het BUIG-budget ontstaan meestal doordat het aandeel in het BUIG-budget kleiner respectievelijk groter is dan het aandeel in de werkelijke uitgaven. 70048-Vertrouwelijk

Het gemeentelijk aandeel in het bijstandsbudget is onafhankelijk van de werkelijke bijstandsuitgaven van gemeenten. Als het aantal bijstandsuitkeringen oploopt, gaat het budget niet mee omhoog en vice versa. De achterliggende gedacht is dat gemeenten op die manier financieel gestimuleerd worden om de bijstandsuitgaven zo laag mogelijk te houden, door uitkeringsafhankelijkheid te voorkomen en mensen die afhankelijk worden van een uitkering, zo snel mogelijk weer aan de slag te helpen. Het gemeentelijk aandeel in het landelijk macrobudget wordt berekend op basis van geavanceerde econometrische technieken. De methodiek is erop gericht dat gemeenten gegeven hun sociaal-economische omstandigheden, een budget ontvangen dat toereikend is voor het betalen van de bijstandsuitkeringen. Volgens de theorie wijst een tekort op het budget erop dat beleid en uitvoering minder goed scoren dan landelijk gemiddeld. Een besparing op het budget wijst volgens die redenering op relatief goed beleid en een goede uitvoering.

Wat zegt het saldo over beleid en uitvoering? Echter, de ervaring leert dat het saldo niet altijd een goede afspiegeling vormt van het gevoerde beleid. Het verdeelmodel bevat tekortkomingen. Dat wordt door het ministerie erkend. Voor een deel zijn die bekend, maar (vooralsnog) niet oplosbaar. En voor een deel zijn die nog onbekend. Voor gemeenten betekent dat dat het belangrijk is om het saldo op het BUIG-budget goed in de gaten te houden en het beleid hier mede op af te stemmen. Maar, voorkomen moet worden dat op basis van het BUIGsaldo (te gemakkelijk) conclusies worden getrokken over beleid en uitvoering. 3

Bijstandsuitgaven en BUIG-budget gemeente Barneveld

70048-Vertrouwelijk

4

MEERJARIG BEELD BIJSTANDSUITGAVEN EN BUIG-BUDGET

Toelichting De eerste (bovenste) grafiek hiervoor toont de jaarlijkse bijstandsuitgaven (waaronder vanaf 2015 de loonkostensubsidies) van de gemeente Barneveld, de jaarlijkse BUIG-budgetten en het saldo van budget en uitgaven. Vanaf 2014 zien we – met uitzondering van 2018 – jaarlijks een tekort op het BUIG-budget. De jaarlijkse omvang van het tekort wisselt. Hier zit nauwelijks of geen patroon in.

Dat leidt tot de volgende vragen: 1. Waarom gaat na 2018 het uitgavenaandeel omhoog, terwijl het budgetaandeel t/m 2021 omlaag gaat? 2. Wat is de verklaring voor de stijging van het budgetaandeel in 2022? 3. Wat verklaart de structurele stijging van het aandeel in budget en uitgaven?

De tweede (onderste) grafiek toont het jaarlijkse aandeel in de landelijke uitgaven en het jaarlijkse aandeel in het BUIG-budget. Door alleen naar het aandeel te kijken, laten we het effect van een besparing of tekort op het macrobudget buiten beeld. We zien dat zowel het aandeel in het budget als het aandeel in de uitgaven trendmatig omhoog gaat. Wat opvalt is dat er in 2019, 2020 en 2021 sprake is van een daling van het budgetaandeel, terwijl in die jaren het aandeel in de uitgaven – in lijn met de trend – omhoog gaat.

70048-Vertrouwelijk

5

Verklaring trendmatige stijging Eerst kijken we naar de trendmatige ontwikkeling in de bijstandsuitgaven en in het BUIG-budget. Deze ontwikkeling kan in ieder geval deels worden verklaard door de trendmatige stijging van het aantal inwoners van de gemeente Barneveld. Het aantal inwoners stijgt harder dan het aantal inwoners op landelijk niveau. In 2004 woonden er 50.026 personen in de gemeente Barneveld. In 2022 was dat aantal toegenomen tot 61.649 personen (bron CBS). Dat is een stijging van 23%. Landelijk was de toename 10%. Na 2014 zien we een versnelling van de bevolkingsgroei in Barneveld. De groei gaat ongeveer drie keer zo snel als in de rest van Nederland. De bevolking is sinds 2014 met ongeveer 15% gestegen. Landelijk was de stijging circa 5%. De bevolkingsomvang wordt als verdeelfactor met één jaar vertraging opgenomen in het bijstandsbudget. Dus, als de gemeente jaarlijks sneller groeit dan gemiddeld, is de kans groot dat dat structureel leidt tot een tekort op het BUIG-budget. Grosso modo leidt dat voor Barneveld jaarlijks tot een lager bijstandsbudget van circa 1% ten opzichte van het budget dat zou zijn berekend bij een bevolkingsontwikkeling die gelijk is aan de landelijke ontwikkeling. De vervolgvraag is hoe de bijstandsafhankelijkheid zich in de gemeente Barneveld ontwikkelt.

Neemt deze toe? Neemt deze af? Of blijft deze over de tijd gelijk? De vraag die daarna gesteld moet worden is wat de verklaringen zijn van het geschetste beeld.

70048-Vertrouwelijk

6

Benchmark – bijstandsdichtheid

Referentiegemeenten: • Pijnacker-Nootdorp • Horst aan de Maas • Peel en Maas • Hoeksche Waard • Lansingerland • Meierijstad • Altena • Nijkerk • Houten • Stichtse Vecht

In de bovenstaande grafiek links, laten we zien hoe de

De rechtergrafiek toont de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid,

bijstandsdichtheid zich in de gemeente Barneveld ontwikkelt. De

waarbij de bijstandsdichtheid in 2011 op 100% is gesteld.

bijstandsdichtheid is het aantal huishoudens als percentage van het

Hieruit volgt dat de bijstandsontwikkeling vergelijkbaar is met de

totaal aantal huishoudens, dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering.

referentiegemeenten, maar dat de daling eerder inzette dan in de

We vergelijken de bijstandsdichtheid met het landelijk niveau van de

referentiegemeenten. Vanaf 2020 stabiliseert de bijstandsdichtheid,

bijstandsdichtheid en de bijstandsdichtheid in een groep van tien

terwijl landelijk en bij de referentie meer sprake is van een daling. In

referentiegemeenten. Als referentiegemeenten nemen we de gemeenten

2016 valt de sprong in de ontwikkeling op. Deze sprong wordt verklaard

met meer dan 40.000 inwoners die volgens het objectief verdeelmodel

door het de toename van het aantal huishoudens van Syrische afkomst.

een vergelijkbare verwachte bijstandsdichtheid hebben als de gemeente

In dat jaar kwamen er in Barnveld 50 uitkeringsdossiers bij. In 2017 en

Barneveld. De bijstandsdichtheid van Barneveld zit vanaf 2018 min of

2018 ging de bijstandsafhankelijk fors omlaag (daar komen we hierna

meer op het niveau van de referentiegemeenten. Conclusie: Barneveld

op terug) en in de periode daarna (met grote BUIG-tekorten) ging deze

heeft een bijstandsdichtheid die lager is dan landelijk gemiddeld, maar

nauwelijks omlaag, terwijl landelijk wel sprake was van een daling van

gelijk met vergelijkbare gemeenten.

de bijstandsafhankelijkheid.

70048-Vertrouwelijk

7

Categorisering van de BUIG-uitgaven

Het BUIG-budget wordt verstrekt voor verschillende uitgavencategorieën.

De rechter grafiek laat het aandeel van de verschillende categorieën zien

Naast uitkeringen wordt het budget verstrekt voor het betalen van de

in de totale uitgaven ten laste van het bijstandsbudget. We zien dat het

loonkostensubsidies in het kader van de Participatiewet. De uitkeringen

bijstandsaandeel landelijk 89% is en dat het in Barneveld 82% is. Het

worden verstrekt in het kader van algemene bijstand, Bbz

verschil wordt bijna volledig verklaard door het verschil in LKS-aandeel.

(levensonderhoud startende ondernemers), IOAW en IOAZ. In de linker

Met andere woorden, de uitgaven aan LKS groeiden in Barneveld harder

grafiek zien we dat de stijging van de bijstandsuitgaven voor een

dan in de rest van Nederland. Daardoor is het aandeel van

belangrijk deel verklaard wordt door de stijging van de uitgaven aan

bijstandsuitgaven lager dan gemiddeld in Nederland.

loonkostensubsidies (afgekort als LKS).

Met het oog op de ontwikkeling van het saldo bijstandsbudget is dat een

De vraag is hoe de LKS-ontwikkeling zich verhoudt tot de landelijke

opvallend beeld. We hadden verwacht dat door een actieve inzet van

ontwikkeling. Gemeenten hebben sinds 2015 de mogelijkheid om LKS in

LKS voor mensen vanuit de bijstand, de bijstandsuitgaven en daarmee

te zetten. De groep die in aanmerking komt voor LKS wordt elk jaar

het saldo BUIG op een gunstiger niveau zou hebben gelegen. Kennelijk

groter.

heeft de extra inzet van LKS niet dat effect gehad. De vraag is waarom.

70048-Vertrouwelijk

8

Transitie van de Participatiewet Met de Participatiewet wordt een grote transitie doorgevoerd. De groep mensen in de Wsw wordt steeds kleiner, doordat de toegang tot de Wsw is afgesloten (oranje). Mensen die voorheen in de Wsw kwamen, kunnen nu beroep doen op de Participatiewet voor ondersteuning. Daarvoor in de plaats kunnen gemeenten mensen een loonkostensubsidie verstrekken (geel) of mensen kunnen aan de slag op een beschutte werkplek (blauw). Voorwaarde is dat er een beperkte loonwaarde is vastgesteld respectievelijk dat mensen een indicatie hebben van het UWV voor beschut werk. Daarnaast kunnen alleen nog jonggehandicapten (mensen die in hun jeugd arbeidsongeschikt zijn geraakt en geen kans hadden om betaald werk te verrichten) die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn beroep doen op de Wajong. Mensen met een beperkte loonwaarde die voorheen beroep konden doen op de Wajong, kunnen nu beroep doen op ondersteuning van de gemeente op grond van de Participatiewet (rood). Dat leidt tot een toename van het aantal mensen met een bijstandsuitkering. Voorts is de bijstand onderdeel van de Participatiewet. Voorheen ging het om de Wet werk en bijstand (WWB). Deze groep houden we in het linker plaatje elk jaar gelijk, omdat de veranderingen in het kader van de Participatiewet voor deze groep beperkt zijn.

De transitie heeft met name betrekking op de groep voormalige Wsw-ers en voormalige Wajongers. 70048-Vertrouwelijk

9

Ontwikkeling LKS en beschut werk De diagrammen links tonen de verwachte en gerealiseerde ontwikkeling van de mensen in de Participatiewet op landelijk niveau en in de gemeente Barneveld. De aantallen staan op de verticale assen. De jaren staan op de horizontale assen. De bovenste twee grafieken gaan over Barneveld, maar over verschillende perioden: Barneveld tot nu (realisatie in het verleden) en de verwachte ontwikkeling voor Barneveld (toekomstverwachting). De onderste twee grafieken gaan over Nederland respectievelijk Barneveld. Hierna gaan we verder op deze grafieken in.

70048-Vertrouwelijk

10

LKS naar realisatie

Vanaf 2022 wordt het deelbudget LKS in het BUIG-budget verdeeld naar realisatie. Dat betekent dat het budget dat een gemeente ontvangt gelijk is aan het aandeel in de werkelijke LKS-uitgaven in jaar t-1 maal het macrobudget LKS in jaar t. Hierboven laten we zien wat grosso modo het effect is voor de gemeente Barneveld. We gaan na hoe hoog het budget is op basis van realisatie. En we gaan na hoe hoog het budget is als het objectief berekende aandeel zou zijn toegepast. We zien dat in 2022 en in 2023 het budget voor LKS – door de relatief hoge uitgaven van Barneveld aan LKS - rond de 500.000 euro hoger is dan als het LKS-budget objectief zou zijn verdeeld. Met andere woorden, LKS naar realisatie leidde voor de gemeente Barneveld tot een voordeel van circa 500.000 euro per jaar. Met andere woorden, als LKS naar realisatie niet zou zijn toegepast, dan zou het BUIGtekort in 2022 en in 2023 hoger zijn dan nu.

70048-Vertrouwelijk

11

ONTWIKKELING LKS EN BESCHUT WERK

Toelichting en analyse • In de grafiek linksboven laten we de ramingen zien (van het

• De grafiek rechtsboven toont de (door SZW) verwachte ontwikkeling

ministerie van SZW) voor de gemeente Barnveld voor de groepen

van de mensen met beperkte loonwaarde in de Participatiewet. We

Wsw, beschut, begeleiding regulier en voormalig Wajong. De lijn met

zien dat het totaal oploopt tot meer dan 450 personen in de

bolletjes laat het aantal LKS zien ten opzichte van het aantal Wsw. We

structurele situatie.

zien dat het aantal LKS in de gemeente Barneveld harder gegroeid is

• Links onder zien we naast het totaal aantal LKS het totaal aantal

dan landelijk. Met name in de jaren 2017 en 2018 zijn veel mensen

beschutte werkplekken. Landelijk zit het aantal LKS iets boven de

met LKS aan de slag geholpen en kwam Barneveld op een hoger

verwachting. Het aantal beschutte werkplekken zit op 2/3e van de

niveau te liggen dan landelijk. Dat verklaart het hoge niveau aan

landelijke taakstelling.

uitgaven aan LKS in Barneveld. We merken echter op dat het hogere

• Barneveld doet het qua aantallen LKS en beschut beter dan landelijk.

niveau aan LKS in Barneveld niet leidde tot een – ten opzichte van de

Het aantal LKS zit ruim boven de verwachting van SZW en het aantal

referentiegemeenten – lager niveau aan bijstandsafhankelijkheid.

beschutte werkplekken zit ongeveer op de taakstelling. Echter, na

Hoewel we hiervoor wel constateerden dat juist in de jaren 2017 en

2018 zien we dat het aantal LKS zich minder snel ontwikkelt dan

2018 de bijstandsafhankelijkheid ten opzichte van de

landelijk. De snelle groei in 2017 en 2018 is dus omgebogen naar een

referentiegemeenten wel snel omlaag ging. De snelle daling van het

tragere ontwikkeling. Wij maken hier een belangrijke opmerking. Het

aantal bijstandsgerechtigden en het gunstige BUIG-saldo in 2018 kan

aantal LKS is feitelijk geen doelstelling. Wel is het een doelstelling om

hiermee worden verklaard. Onze inschatting is dat het bijstandsniveau

zoveel mogelijk LKS te realiseren voor mensen die anders (deels) van

en daarmee de bijstandsuitgaven nu op een (nog) hoger niveau

een uitkering afhankelijk zouden zijn. De betrokken medewerkers van

zouden liggen als betrokkenen niet met LKS aan de slag zouden zijn

de gemeente geven aan dat de ontwikkelmogelijkheden van mensen

geholpen.

met LKS goed worden gemonitord en dat mensen die een stap kunnen zetten, actief worden gestimuleerd om zoveel en zo regulier mogelijk – eventueel elders - aan de slag te gaan.

70048-Vertrouwelijk

12

Verklaring tekorten op het bijstandsbudget Barneveld Het saldo BUIG is gelijk aan het verschil tussen bijstandsuitgaven en –budget. Het tekort van de gemeente Barnveld wordt veroorzaakt doordat – volgens het objectief verdeelmodel - een aantal groepen in de bijstand is oververtegenwoordigd. De hoogte van het budget is afhankelijk van objectieve factoren. Groepen (volgens verdeelmodel) oververtegenwoordigd (zie ook tabel hierna):

•

Volgens de rekentools van het ministerie van SZW wordt het tekort op het bijstandsbudget binnen de huishoudtypen vooral verklaard door een oververtegenwoordiging van alleenstaanden, paren zonder kinderen en huishoudens met een thuiswonend meerderjarig kind.

•

Bij de leeftijdsgroepen zien we relatief veel mensen tot 30 jaar en mensen boven de 50 jaar die afhankelijk zijn van een uitkering. Opvallend dat vooral mensen met (veel) medicijngebruik relatief vaak afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. We zien in Barneveld geen (opvallende) stijging van de uitgaven aan instellingbewoners.

Verdeelfactoren die leiden tot een lager budget: Verder hebben we onderzocht of aan de budgetkant factoren aanwezig zijn die ertoe leiden dat Barneveld een onevenredig laag budget ontvangt van de rijksoverheid.

•

Op basis van onze analyse blijkt dat met name de WW-afhankelijkheid sterk van invloed is op het berekende budgetaandeel. Het aantal WW-ers in Barneveld is laag. Het aantal WW-uitkeringen ging in Barneveld bovendien relatief sterk omlaag. Daardoor ging het bijstandsbudget in de periode 2018-2021 relatief sterk omlaag. Conclusie is dat de daling van het aantal WW-gerechtigden zich in Barneveld onvoldoende vertaalde in minder mensen in de bijstand.

•

Eerder lieten we al zien dat de relatief sterke groei van Barneveld leidt tot een relatief sterke groei van het gemeentelijk aandeel in de landelijke bijstandsuitgaven. Aandachtspunt is dat niet alleen de omvang, maar ook de samenstelling van de bevolking stijgt, die leidt tot een extra stijging van de kans op bijstand van de Barneveldse inwoners.

70048-Vertrouwelijk

13

Verklaringen BUIG-tekort vervolg De volgende factoren lijken niet te leiden tot een onevenredig groot tekort op het BUIGbudget voor Barneveld.

•

In het verdeelmodel wordt rekening gehouden met de woningvoorraad sociale huurwoningen. Percentage sociale huurwoningen in de gemeente Barneveld is 21%. Landelijk gemiddelde is 29%. Het gemiddelde bij vergelijkbare gemeenten ligt ongeveer op 25%. In principe leidt dat tot een lager budget, waar lagere uitgaven tegenover staan. Het lagere aantal sociale huurwoningen draag mede bij aan de lage bijstandsdichtheid van de gemeente Barneveld. Maar we hebben geen aanwijzingen dat Barneveld hier onevenredig veel nadeel aan ondervindt.

•

We hebben onderzocht of sprake is van regionale verschillen in het bijstandssaldo. We hebben geen significante verschillen kunnen aantonen. Het gemiddeld procentueel saldo is in de provincie Gelderland lager dan in de rest van Nederland, maar het verschil is niet significant. Als we op kleinere schaal kijken, blijkt dat het aantal tekortgemeenten binnen FoodValley relatief laag is (alleen Ede en Barnveld). Het aantal tekortgemeenten in de Stedendriehoek – waar Barneveld geen deel van uitmaakt - is daarentegen relatief hoog: 8 van de 15 gemeenten hebben een negatief saldo. Maar het aantal (15 gemeenten) is te klein om daar harde conclusies aan te verbinden.

De tabel laat per categorie huishoudens in de bijstand het verschil zien tussen het berekende aantal door het objectief verdeelmodel en het werkelijke aantal in model 2023.

70048-Vertrouwelijk

14

ALLE NEDERLANDSE GEMEENTEN EN GEMEENTE BARNEVELD IN ROOD

Procentuele daling WW tussen 2018 en 2021 We lieten zien dat de daling van het aantal WW-ers in Barneveld een belangrijke verklaring vormt voor de daling van het budgetaandeel. Uit de grafiek links blijkt dat het aantal WW-ers met ruim 60% omlaag ging. Dat is een relatief zeer grote daling in die periode in Nederland. Conclusie: het lage aantal WW-ers draagt bij aan een relatief laag bijstandsbudget voor de gemeente Barneveld. In Barneveld wordt een relatief zeer grote daling van het aantal WW-ers gezien, terwijl tegelijkertijd het bijstandsbestand stabiel blijft. Je zou verwachten dat wanneer de WW daalt en het aantal banen toeneemt, ook een deel van de bijstandspopulatie zou uitstromen.

Daar wordt in het verdeelmodel vanuit gegaan. De inwoners die een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben stromen ook relatief snel uit. Het Barneveldse bestand is relatief klein (lage bijstandsdichtheid) en bestaat met name uit inwoners die langere tijd afhankelijk zijn van ondersteuning en waar sprake is van complexe problematiek. Uitstroom naar werk voor deze groep is lastig, ook als sprake is van veel werkgelegenheid. Hierbij merken we op dat het BUIG-tekort van Barneveld deels verklaard kan worden door de hoge instroom en daarmee relatief sterke stijging van de bijstandsafhankelijkheid tot 2016. Verschillende gemeenten met een minder grote stijging in die periode scoren beter op het BUIG-budget. Dat onderstreept het belang om instroom in de bijstand zoveel mogelijk te voorkomen. In het algemeen geldt dat een sterke focus op het voorkomen van instroom leidt tot structureel lagere bijstandsafhankelijkheid (voorkomen is beter dan genezen). We beweren hiermee niet dat Barneveld de groei voor 2016 had kunnen voorkomen. Onderzoek daarnaar valt buiten het bestek van dit onderzoek. 70048-Vertrouwelijk

15

Jaarlijkse mutatie saldo verklaard

70048-Vertrouwelijk

• In de periode 2018-2021 is voor Barneveld sprake van een elk jaar groter tekort op het BUIG-budget. We gaan na hoe de jaarlijkse verandering van het saldo BUIG in de jaren 2019 tot en met 2022 kan worden verklaard. • In 2018 was (nog) sprake van een positief saldo op het BUIG-budget. • In 2019 ontstond een negatief saldo. Het saldo ging ten opzichte van 2018 omlaag met 0,7 mln (zie onderste grafiek). Dat werd vooral veroorzaakt door een budgetdaling van afgerond 0,7 mln (onderste grafiek). De uitgaven in 2019 waren min of meer gelijk aan de uitgaven in 2018: met name de bijstandsuitgaven gingen omlaag, maar daar stond (vooral) een stijging van de LKS-uitgaven tegenover (zie bovenste grafiek). • In 2020 verslechterde het saldo verder met bijna 0,3 mln: Het bijstandsbudget ging evenwel omhoog met 0,2 mln, maar daar stond een stijging van de uitgaven met 0,5 mln tegenover (onderste grafiek). De stijging van de uitgaven werd in 2020 vooral verklaard (zie bovenste grafiek) door extra uitgaven aan LKS (155K) en Bbz (108K). • In 2021 verslechterde het saldo verder, met 0,4 mln. Deze verslechtering wordt vooral verklaard door een extra stijging van de uitgaven (onderste grafiek). De uitgavenstijging in 2021 wordt vooral verklaard door hogere bijstandsuitgaven en in mindere mate hogere LKS-uitgaven (bovenste grafiek). • In 2022 is sprake van een beperkte verbetering van het saldo.

De uitgaven gaan in 2022 omhoog. Het budget gaat iets meer omhoog dan de uitgaven (onderste grafiek). De hogere uitgaven in 2022 worden vooral verklaard door de hogere uitgaven aan LKS en aan algemene bijstand. De uitgaven aan IOAW gaan in dat jaar omlaag (bovenste grafiek). • In de periode 2018-2022 gingen alle uitgavencategorieën omhoog en in het bijzonder de bijstandsuitgaven en de LKS-uitgeven (bovenste grafiek, kolom Totaal). Het BUIGbudget ging in die periode per saldo (!) nauwelijks omhoog. Echter, de LKS-uitgaven worden (grotendeels) gecompenseerd (LKS naar realisatie). De bijstandsuitgaven niet. • Conclusie: Het tekort op het BUIG-budget wordt verklaard door de stijging van de uitgaven aan uitkeringen, zonder dat daar een toename van het BUIG-budget tegenover stond.

16

Veroorzaken beleid en uitvoering het BUIG-tekort? I • We spraken medewerkers van de gemeente Barneveld over het beleid

• Als de uitkering is toegekend en als de stap naar werk (nog) niet

en de uitvoering. De uitkomsten van het gesprek geven niet direct

gezet kan worden, dan komt de kandidaat terecht bij de

aanknopingspunten voor een verklaring van de jaarlijkse tekorten op

combimedewerker. De combimedewerker is verantwoordelijk voor het

het BUIG-budget. Het beleid is gericht op het voorkomen van

uitkeringsbeheer en het begeleiden van de kandidaat naar werk of

onnodige instroom en het zo snel mogelijk en passend bij de

participatie. De combimedewerker spreekt elke kandidaat in de

mogelijkheden weer aan de slag helpen van mensen die afhankelijk

caseload (72 personen en bij statushouders 36 personen) tenminste

zijn geworden van een uitkering.

één keer per jaar.

• De gespreksvoerders aan de poort voeren een activerend gesprek met

• De klantbejegening is gericht op gelijkwaardigheid en de inwoner blijft

de uitkeringsaanvrager. Het gesprek is erop gericht dat mensen –

'probleemeigenaar'. Probleem is ‘niet voldoende inkomen’ en niet

indien mogelijk – zoveel mogelijk (opnieuw) de stap richting werk

'recht op een uitkering’. Bij de re-integratie wordt zoveel mogelijk

maken en zo zelf in hun inkomen kunnen voorzien. Dat draagt positief

aangesloten bij de mogelijkheden van de kandidaat. De kandidaat

bij aan een lagere instroom in de bijstand.

blijft probleemeigenaar en wordt gestimuleerd om zoveel mogelijk

• Daarnaast vindt strenge controle plaats op het recht op de uitkering. Als het beeld is dat de kandidaat relatief snel aan de slag geholpen

eigen verantwoordelijkheid te nemen. Zo wordt niet gesproken over een uitkering, maar over onvoldoende inkomen.

kan worden, blijft hij/zij in de caseload van de gespreksvoerder. De ondersteuning is erop gericht dat hij/zij zo snel mogelijk aan de slag gaat en de uitkering verlaat. Dat draagt bij aan een zo snel mogelijke (volledige en partiële) uitstroom uit de bijstand.

70048-Vertrouwelijk

17

Veroorzaken beleid en uitvoering het BUIG-tekort? II • Actieve deelname aan een traject is de wettelijk verplichte

• Het objectief verdeelmodel is vanaf 2022 niet meer van toepassing op

tegenprestatie die uitkeringsgerechtigden moeten leveren. De

LKS (LKS naar realisatie). Ons valt op dat dat in de berekeningen van

tegenprestatie is een motiveringsmiddel. Barneveld ziet diverse

SZW vooral effect had op de groepen alleenstaanden, mensen zonder

vormen van meedoen naar vermogen als tegenprestatie, maar zet het

migratieachtergrond en mensen jonger dan 25 jaar en mensen ouder

instrument niet sec als tegenprestatie in. Er wordt gekeken naar wat

dan 50 jaar. Deze groepen droegen in 2021 in substantiële mate bij

kandidaten nog wel kunnen in plaats van wat ze niet meer kunnen.

aan het tekort op het budget bepaald op basis van het objectief

Medewerkers werken oplossingsgericht. Ze stemmen met elkaar af en

verdeelmodel. De vraag is of dat ook het profiel is van de groep die

leren van elkaar op basis van casuïstiek (intervisie).

aan de slag is met LKS. Omdat deze groep in 2021 in belangrijke

• De LKS wordt royaal ingezet. Er wordt ook ingezet op ontwikkeling,

mate debet waren aan het tekort op het bijstandsbudget, kan dat

wat wordt meegenomen in het plan en de begeleiding. Er wordt

erop wijzen dat het om een groep gaat die in andere gemeenten

eveneens gebruik gemaakt van de inzet van forfaitaire LKS. Ook voor

vaker (dan in Barneveld) zelfstandig aan de slag is (dus zonder LKS

mensen die nog geen inschrijving in het doelgroepregister hebben

en zonder jobcoach). Ons inziens is dat aanleiding om de groep die

(praktijkroute).

met LKS aan de slag is extra te bezien op mogelijkheden om volledig

• Ons valt op dat het aantal LKS in 2017 en 2018 sterk in omvang

zelfstandig aan de slag te gaan.

toenam. Sindsdien is de stijging minder. Nagegaan zou moeten worden wat hiervan de oorzaak is en of verdere intensivering van de inzet van LKS leidt tot meer financieel en maatschappelijk voordeel.

70048-Vertrouwelijk

18

Verwachte uitgaven en budgetten bij ongewijzigd beleid Bijstand

• We veronderstellen dat het objectief aandeel (= het aandeel dat de gemeenten ontvangen in het BUIG-budget voor het betalen van de uitkeringen) – in lijn met de ontwikkeling in de afgelopen jaren – vanaf 2023 elk jaar toeneemt met 0,003%-punt.

• Voor de bijstandsuitgaven gaan we uit van de werkelijke uitgaven van Barneveld in 2022. We gaan ervan uit dat de uitgaven van Barneveld jaarlijks 0,003%-punt sneller groeien dan het landelijke BUIG-budget voor de bijstandsuitkeringen.

• Het saldo bijstand is gelijk aan het BUIG-budget voor de uitkeringen minus de betaalde uitkeringen. Het saldo gaat bij deze aannames van 0,9 mln negatief in 2022 naar 0,8 mln/jr negatief vanaf 2023. LKS Algemeen We hebben een raming gemaakt van de toekomstige ontwikkeling van het BUIG-budget en de BUIG-uitgaven van de gemeenten Barnveld. Omdat het ministerie geen meerjarige (verwachte) budgetten op gemeenteniveau afgeeft, gaan we uit van het landelijke macrobudget, zoals meerjarig opgenomen in de rijksbegroting. Hierna gaan we na hoe het saldo bij ongewijzigd beleid zich in de komende jaren gaat ontwikkelen. We maken onderscheid tussen het deelbudget voor de bijstandsuitkeringen, de loonkostensubsidies en het totale BUIG-budget.

• Het aandeel in het BUIG-budget voor LKS is gelijk aan het aandeel in de uitgaven in t-1 maal het macrobudget LKS in jaar t.

• Voor de LKS-uitgaven gaan we uit van de werkelijke uitgaven van Barneveld in 2022. We gaan ervan uit dat de uitgaven van Barneveld zich in gelijk tempo ontwikkelen als het landelijke LKS-budget.

• Het saldo LKS is gelijk aan het LKS-budget minus de betaalde loonkostensubsidies. Het saldo gaat bij deze aannames van 0,1 negatief in 2022 naar 0 structureel vanaf 2024. Conclusie: Bij ongewijzigd beleid en uitgaand van het huidige objectief aandeel en voortzetting van de trendmatige groei in uitgaven en budget, groeit het saldo BUIG van Barneveld toe naar 0,8 mln/jr negatief.

70048-Vertrouwelijk

19

Conclusies en aanbevelingen • De belangrijkste verklaring voor de daling van het BUIG-budget is de

• Barneveld zet veel in op LKS. Dat werkt – voor de groep die anders in

afname van het aantal WW-ers. Deze groep is sterk gedaald in

de bijstand zou zitten - positief uit op het saldo BUIG. Intensieve en

Barneveld, ten opzichte van andere Nederlandse gemeenten. Deze

actieve inzet van dit instrument is en blijft van belang.

variabele werkt sterk door in de objectieve verdeling van het

• Een belangrijk uitgangspunt van de Participatiewet is dat ook mensen

bijstandsbudget. Daardoor ‘verwachtte’ het objectief verdeelmodel dat

aan de slag worden geholpen met arbeidsbeperkingen, beperkte

de bijstandsafhankelijkheid in Barneveld zou gaan dalen. Maar in de

loonwaarde en mensen die vanuit de uitkering partieel aan de slag

praktijk bleek dat niet het geval. Hierdoor ontstond een fors tekort op

kunnen. Naast reguliere plaatsingen moeten gemeenten met

het bijstandsbudget.

werkgevers aan de slag om plekken te realiseren voor deze groepen.

• De relatief beperkte daling van de bijstandsafhankelijkheid in de

• Voorts zien we sommige groepen die – volgens het objectief

afgelopen jaren kan verklaard worden doordat mensen die nu nog in de

verdeelmodel – relatief veel in de bijstand zitten: alleenstaanden, paren

bijstand zitten moeilijk aan de slag komen. De bijstandsdichtheid van

zonder kinderen, huishoudens met meerderjarige kinderen en mensen

Barneveld is relatief laag. Barneveld zet er sterk op in dat mensen hun

met relatief veel medicijngebruik. Verder zijn jongeren tot 30 jaar en

eigen regie kunnen pakken, maar dat leidt gezien de problematiek van

mensen boven de 40 jaar oververtegenwoordigd. Beleidsintensiveringen

de huidige groep bijstandsgerechtigden (lang) niet altijd tot uitstroom.

gericht op een lagere bijstandsafhankelijkheid, richten zich bij voorkeur

De tekorten op BUIG komen deels voort uit de hoge instroom voor

op deze groepen.

2016. Dat onderstreept het belang om te sturen op een zo laag mogelijk

• Uit de gesprekken met de medewerkers volgt dat het beleid en de

instroom en het aan de slag helpen van mensen voordat ze afhankelijk

uitvoering sterk zijn gericht op het sterken van inwoners in het zelf

zijn geworden van een bijstandsuitkering.

verwerven van inkomen. Volgens de theorie van budgettering van de

• Daarnaast is de bevolkingsgroei en de verandering van de

bijstand zou dat moeten leiden tot een gunstig saldo op het BUIG-

bevolkingssamenstelling in gemeente Barneveld debet aan de groei van

budget. Dat is in Barneveld niet het geval. Op basis daarvan is de

de bijstandsafhankelijkheid en in mindere mate debet aan het tekort op

verwachting dat het tekort op het bijstandsbudget vooral te maken

het bijstandsbudget.

heeft met tekortkomingen in het verdeelmodel en minder met tekortkomingen in beleid en uitvoering.

70048-Vertrouwelijk

20

Aanbevelingen Advies: onverminderd inzetten op lage instroom en snelle en hoge

Wat kan Barneveld doen aan de budgetkant?

uitstroom. En het aan de slag helpen en houden van mensen die daar

• De hoogte van het budget wordt objectief bepaald en is voor

zelfstandig niet toe in staat zijn (de nieuwe doelgroep).

• Gemeente Barneveld kampt met een groot BUIG-tekort, waar het

gemeente Barneveld niet beïnvloedbaar.

• Gemeente Barneveld kan in bezwaar gaan tegen de hoogte van het

verdeelmodel naar alle waarschijnlijkheid mede debet aan is. Het is

budget. De ervaring leert dat SZW bezwaren afwijst. De rechter wijst

gegeven de beleidsinzet en de huidige budgetten geen sinecure om

beroepszaken ook vaak af. Hoewel wij inschatten dat het BUIG-tekort

het tekort omlaag te brengen, laat staan om te zetten in een positief

voor een belangrijk deel bepaald wordt door het verdeelmodel (wij

saldo. De uitvoering zal daarom blijvend focus moeten houden op het

kunnen het niet hard bewijzen), is de kans beperkt dat gemeente

terugdringen van het tekort en de bijstandsafhankelijkheid, door een

Barneveld in het gelijk wordt gesteld. Verdiepend econometrisch

zo laag mogelijk instroom en zo snel en hoog mogelijke uitstroom

onderzoek kan nadere inzichten opleveren, maar die kans is eveneens

door middel van voldoende aandacht voor de werkzoekenden en re-

klein. Kortom, bezwaar- en beroepszaken kosten veel tijd, geld en

integratie.

energie en het resultaat is voor veel gemeenten beperkt.

• Naast volledige uitstroom moet de uitvoering gericht zijn op het aan

• SZW doet momenteel onderzoek naar de oorzaak van tekorten op het

de slag helpen en houden van (de steeds grotere groep) mensen die

BUIG-budget. De uitkomst is dat de BUIG-saldi niet altijd een goede

daartoe zelfstandig niet in staat zijn: beschut werk, detachering,

afspiegeling vormen van de kwaliteit van beleid en uitvoering. Er moet

loonkostensubsidies, partiële arbeid. Dat vraagt om goede afspraken

rekening mee worden gehouden dat dat (op termijn) gaat leiden tot

met werkgevers en samenwerking met ketenpartners zoals onderwijs

aanpassingen van het verdeelmodel.

en zorginstellingen.

• Belangrijk is om duidelijke doelen te formuleren en de volume- en

• Tot slot kan ook ambtelijk invloed worden uitgeoefend door actief deel te nemen in de begeleidingsgroepen van het ministerie van SZW

uitgavenontwikkeling op de voet te volgen (maandelijks) en deze te

gericht op verdere verbeteringen van het verdeelmodel en actief mee

vergelijken met de landelijke ontwikkeling (zie daarvoor CBS-data en

te denken bij met name Divosa en de VNG.

Divosa-benchmark). Bijsturen als de cijfers daartoe aanleiding geven. 70048-Vertrouwelijk

21

Berenschot

www.berenschot.nl linkedin.com/berenschot Auteur: Martin Heekelaar M.Heekelaar@Berenschot.nl M: 06-23152767

70048-Vertrouwelijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f07f18fb-307c-46ec-a7da-808a1fea4a39