CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.2 Besluit B&W bestuursopdracht programma bestaanszekerheid d.d. 4-7-23

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken4.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Organisatieonderdeel: Samenleving Behandelaar: J. Kervel Telefoonnummer: Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. 2908 Barneveld, Portefeuillehouder: J. de Heer-Verheij Op overzicht Bestaand beleid (website)

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid

Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met een meer programmatische sturing voor het vergroten van bestaanszekerheid onder inwoners en in te stemmen met het inrichten van een programma-organisatie bestaanszekerheid, 2. In te stemmen met bijgevoegde bestuursopdracht voor deze programmasturing, 3. Deze bestuursopdracht ter kennisname aan te bieden aan de gemeenteraad (via Rubriek B).

1. Inleiding Als gemeente staan we voor belangrijke opgaven voor de samenleving. Eén daarvan is het vergroten van bestaanszekerheid. Deze opgave is omvangrijk en complex en vraagt een integrale benadering. Rondom het vergroten van bestaanszekerheid wordt veel urgentie gevoeld, zowel maatschappelijk als politiek. We zien mogelijkheden tot het benutten van dit momentum, onder andere bij het ontstaan van diverse burgerinitiatieven en een groter wordende behoefte bij het onderwijs om aandacht te hebben voor armoede in de klas. Daarnaast gaat in het maatschappelijk debat veel aandacht uit naar bestaanszekerheid, nu een steeds grotere groep inwoners problemen ervaart door de gestegen kosten van bestaan. Met bijgevoegde bestuursopdracht maken we de vraag expliciet om het vergroten van bestaanszekerheid (opgave) in een programma (vorm) aan te vliegen.

2. Beoogd effect a) Meetbaar effect Voor de bouwfase, waarin het programma en bijbehorende inspanningen verder worden geoperationaliseerd, zijn vijf tot zes maanden nodig. Na deze fase ligt er een programmacontract, waarin de visie, doelen en inspanningen zijn uitgewerkt. Daarnaast vormen ook een (aanzet voor) communicatie, governance en daarbij horend stakeholdermanagement hier onderdeel van. Met het programmacontract wordt ook een jaarplan met focusactiviteiten voor 2024 aangeboden. b) Maatschappelijk effect Bij het vergroten van bestaanszekerheid zijn diverse partijen betrokken – naast de overheid spelen ook maatschappelijke organisaties en initiatieven een grote rol. De zekerheid van betaalbaar wonen, voldoende en voorspelbaar inkomen en positieve gezondheid dragen bij aan rust en ruimte bij inwoners om zich te ontwikkelen en daarmee in brede zin mee te kunnen doen.

3. Argumenten 1. De programma-organisatie leidt tot een beter inzicht in onze activiteiten en inspanning voor de komende tijd. Veel inspanningen die bijdragen aan het vergroten van bestaanszekerheid vinden al plaats. Een programmaorganisatie bevordert een verdere integrale aanpak en geeft beter inzicht in onze activiteiten en inspanningen en de prioritering die daarbij plaatsvindt. In het programmacontract wordt opgenomen welke visie, doelstellingen en inspanningen plaatsvinden binnen het programma. 2. Met de bestuursopdracht geeft het college richting aan de inhoud van het programma en focus op de werkzaamheden die de komende maanden worden opgepakt. In de bestuursopdracht wordt de opdracht die aan de organisatie wordt gegeven concreter gemaakt. Hierbij wordt een doorkijk gegeven in de thema’s die onlosmakelijk verbonden zijn met het vergroten van bestaanszekerheid: financiële zekerheid, geldvragen en geldzorgen, positieve gezondheid en

-2basisvaardigheden. Dit is een eerste doorkijk in de thema’s waaruit het programma opgebouwd zou kunnen worden. De definitieve thema’s worden in de bouwfase nader uitgewerkt, waarbij ook ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Daarnaast houden we ruimte om, op basis van inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen, zo nodig op een later moment thema’s te herijken of toe te voegen.

4. Kanttekeningen 1. Als we geen programma-organisatie bouwen kunnen er eveneens werkzaamheden door de teams worden opgepakt. Op dit moment worden er ook werkzaamheden gedaan en die worden gecontinueerd. Het programma zal verder inzicht geven in de gemeentelijke rolneming en de activiteiten en inspanning die daaruit voortvloeien.

5. Financiën De financiële budgetten die worden aangewend staan nader toegelicht in de bestuursopdracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van reguliere budgetten, een werkbudget voor het programma en personele inzet. Dit vraagt geen extra budget voor 2023. In het programmacontract volgt een nadere uitwerking van mogelijk gewenst extra budget voor de uitvoering van het programma en/of een nadere prioritering van inzet voor 2024 en verder.

6. Participatie en communicatie a) Participatie Het voorkomen en tegengaan van (intergenerationele) armoede en het vergroten van de bestaanszekerheid van de inwoners vraagt ook het betrekken van deze inwoners. Via diverse participatietrajecten betrekken we inwoners (jong én oud) en de maatschappelijke partners, waaronder leerlingen en scholen, maar ook de Adviesraad Sociaal Domein, de klankbordgroep Werk & Inkomen en de Jongerenraad hierbij. De uitkomsten van burgerparticipatie worden meegenomen in de (door)ontwikkeling van het programma bestaanszekerheid. Zowel bij het toetsen van de inhoudelijke doorontwikkeling tijdens de bouwfase als bij de uitvoeringsfase. b) Communicatie Communicatie wordt verder uitgewerkt als onderdeel van het programmacontract. Daarnaast vindt er communicatie over het programma plaats. Dit richt zich op de interne organisatie en stakeholders.

7. Uitvoering Planning: De planning is opgenomen in de bijlage met de programma-opzet. Evaluatie/controle Het programmacontract wordt besproken met de stuurgroep. Hierna wordt het college gevraagd een besluit te nemen over het programmacontract en het jaarplan met focusactiviteiten voor 2024. Daarbij kan worden getoetst of aan alle onderdelen van de opdracht tegemoet is gekomen. Daarnaast speelt doorlopende monitoring en evaluatie een belangrijk onderdeel van het programmatisch werken. Naast het gebruiken van kwalitatief meetbare doelstellingen speelt ook kwantitatieve (narratieve) verantwoording een grote rol bij de monitoring van de te behalen doelstellingen.

8. Bijlage 1. Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid

Bestuursopdracht Programma Bestaanszekerheid

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 1

Bestaanszekerheid “Meedoen is belangrijk en moet ook voor inwoners met een kleine beurs mogelijk zijn. Wij delen de landelijke ambitie in te zetten op het verder tegengaan van armoede en schuldenproblematiek en het halveren van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede.”

Het vergroten van bestaanszekerheid draagt bij aan het tegengaan van armoede. Dit raakt aan vele verschillende levensgebieden. Kort gezegd willen we van pleisters plakken naar een stevige basis van bestaan. Maar wat betekent bestaanszekerheid concreet?

In Nederland liggen dagelijks mensen wakker vanwege geldzorgen. In 2020 leefden 900.000 mensen in armoede, waaronder 221.000 kinderen. Mogelijk heeft momenteel een nog grotere groep inwoners een risico op armoede, vanwege de inflatie en sterk gestegen energieprijzen. Het kabinet wil het aantal mensen dat in 2030 in armoede leeft halveren en heeft hiervoor per 2022 maatregelen getroffen.

Bestaanszekerheid is een abstract begrip, maar wordt in de praktijk concreet beleefd door inwoners die geen zekerheid van bestaan ervaren. Het dagelijks bestaan draait om (een gebrek aan) geld en daarmee om overleven. Bijvoorbeeld door zorgen over het betalen van de huur of hypotheek of het hebben van passende woonruimte. Beperkte financiële middelen staan een gezonde leefstijl in de weg en het ontbreken van bestaanszekerheid kan gezondheidsproblemen (zowel mentaal als fysiek) vergroten. Inwoners met een lage opleiding en laag inkomen ervaren leven gemiddeld 6 jaar korter dan mensen met een hbo of universitaire opleiding en een hoog inkomen. Ook leven zij gemiddeld 15 jaar in minder goede gezondheid en wonen zij vaak in buurten waar de omgeving ongezonder is (minder groen, minder beweegmogelijkheden, ongezondere woningen, minder sociale cohesie, et cetera).

Ook in de gemeente Barneveld ervaren inwoners stress en problemen van geldzorgen. In de huidige sociaal economische situatie is duidelijk geworden dat geldproblemen iedereen kunnen raken en dat deze groep inwoners groeit. Het college van de gemeente Barneveld vindt het belangrijk armoede, binnen haar invloedssfeer, aan te pakken en meedoen van inwoners te vergroten en borgen.

Daarnaast kan armoede gepaard gaan met schaamte, eenzaamheid en stress. Een gebrek aan bestaanszekerheid bij ouders heeft ook invloed op de ontwikkeling van kinderen. Kinderen die opgroeien in armoede hebben twee keer zo veel kans om later ook zelf in armoede te leven. Bovendien loopt de helft van de mensen die moeite heeft met lezen en schrijven een verhoogd risico op het ontstaan van problematische schulden.

Coalitieakkoord Ondernemend, betrouwbaar en zorgzaam, 2022-2026.

Achtergrond

Ook VNG en Divosa zien dat de zekerheid van betaalbaar wonen, toegang tot (betaalbare) zorg, voldoende en voorspelbaar inkomen en

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 2

mogelijkheden om onverwachte uitgaven op te kunnen vangen bijdragen aan rust en ruimte bij inwoners om zich te ontwikkelen en mee te doen.

Aanleiding De gemeente Barneveld gaat opgavegericht werken. We zitten als organisatie nog midden in de doorontwikkeling richting opgave gericht werken en de implementatie van het sturingsconcept. Tegelijkertijd wordt rondom het vergroten van bestaanszekerheid veel urgentie gevoeld, zowel maatschappelijk als politiek. We zien mogelijkheden tot het benutten van dit momentum, onder andere bij het ontstaan van diverse burgerinitiatieven en een groter wordende behoefte bij het onderwijs om aandacht te hebben voor armoede in de klas. Daarnaast gaat in het maatschappelijk debat veel aandacht uit naar bestaanszekerheid, nu een steeds grotere groep inwoners problemen ervaart door de gestegen kosten van bestaan. Met deze bestuursopdracht maken we de vraag expliciet om het vergroten van bestaanszekerheid (opgave) in een programma (vorm) aan te vliegen.

Opdrachtformulering Met deze bestuursopdracht krijgt de programmamanager de opdracht om het programma bestaanszekerheid samen met een bouwteam verder vorm te geven in een programmacontract. Onderdeel van het programmacontract is een jaarlijks terugkerend jaarplan met focusactiviteiten.

Dynamisch en flexibel programma Een programma kent 3 fasen: 1. De bouwfase 2. De uitvoeringsfase 3. De afbouwfase Deze bestuursopdracht ziet op de opdracht om een bouwteam aan te stellen voor de bouwfase, die het programma verder vorm geeft in een programmacontract. Hierna start de uitvoeringsfase. Door het programma jaarlijks te monitoren en te evalueren blijft het actueel en kan tijdig bijgestuurd worden op (onvoorziene) ontwikkelingen of nieuwe inzichten. Dit plan is daarmee een dynamisch document dat jaarlijks wordt aangevuld met focusactiviteiten voor het volgende jaar (het jaarplan), op basis van de evaluatie van het voorgaande jaar.

Opdrachtgever en opdrachtnemer Bestuurlijk opdrachtgever: wethouder Jolanda de Heer Ambtelijk opdrachtgever: concerndirecteur Loes Mulder Ambtelijk opdrachtnemer: programmamanager Janine Kervel Vanuit de inhoudelijke portefeuilles zijn diverse wethouders betrokken. Wethouder Wim Oosterwijk levert als portefeuillehouder financiële zekerheid (een van de beoogde thema’s) specifiek een grote bijdrage aan de doelstellingen die samenhangen met het vergroten van bestaanszekerheid op het vlak van werk en meedoen naar vermogen. Wethouder Jolanda de Heer is als portefeuillehouder betrokken bij de andere beoogde thema’s positieve gezondheid, geldvragen/geldzorgen

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 3

(hieronder vallen het minimabeleid en schulddienstverlening) en basisvaardigheden. Daarnaast zijn er ook raakvlakken met de portefeuilles sport en bewegen en cultuur van wethouder Mijntje Pluimers en krijgt het thema betaalbaar wonen een plek in het programma Prettig leven in vitale dorpen. Daarmee is ook wethouder Bennie Wijnne betrokken.

en voorspelbaar inkomen en mogelijkheden om onverwachte uitgaven op te kunnen vangen dragen bij aan rust en ruimte bij inwoners om zich te ontwikkelen en mee te doen. Het vergroten van de bestaanszekerheid draagt daarom bij aan de opgave ‘Iedereen doet mee'. Bij het programma duurzaamheid, dat al langere tijd loopt, zijn diverse

Nadere uitwerking opdrachtformulering De concrete doelstellingen en te behalen resultaten worden uitgewerkt in het programmacontract, waarbij inwonerparticipatie een belangrijke rol speelt. We sluiten aan bij de uitgangspunten van het participatiebeleid binnen de organisatie en kijken hoe ervaringsdeskundigen passend kunnen worden betrokken bij de uitwerking en het vervolg. De volgende thema’s zijn onlosmakelijk verbonden met het vergroten van bestaanszekerheid: financiële zekerheid, geldvragen en geldzorgen, positieve gezondheid en basisvaardigheden. Dit is een eerste doorkijk in de thema’s waaruit het programma opgebouwd zou kunnen worden. De definitieve thema’s worden in de bouwfase nader uitgewerkt, waarbij ook ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Daarnaast houden we ruimte om, op basis van inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen, zo nodig op een later moment thema’s te herijken of toe te voegen.

Strategische doelstelling Het college heeft vijf bestuurlijke opgaves vastgesteld. Onder deze bestuurlijke opgaves hangen programma's die door het CT zijn vastgesteld. In de inleiding is er een uitgebreide toelichting op bestaanszekerheid gegeven. De zekerheid van betaalbaar wonen, betaalbare zorg, voldoende

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 4

procesdoelen geformuleerd die ook binnen het Programma Bestaanszekerheid van toepassing kunnen zijn. Daarnaast zijn er procesdoelen denkbaar die aanvullend hierop een plek krijgen binnen het Programma Bestaanszekerheid. Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op passende ondersteuning (maatwerk, herijking minimabeleid), de toegang (hoe zorgen we voor de georganiseerde toegang, hoe nemen we drempels weg en zorgen we ook voor toegankelijkheid in sociale zin), en het doenvermogen van inwoners. Deze procesdoelen worden in de bouwfase verder uitgewerkt. Looptijd Het vergroten van bestaanszekerheid vergt een lange adem. Om de hoofddoelstelling te behalen worden subdoelstellingen omschreven, waar ook op kortere termijn resultaten te behalen zijn. Daarnaast worden procesdoelen geschetst, die bijdragen aan hoe de subdoelstellingen worden behaald. Het programma loopt tot 2030 - dit is gelijk aan een aantal doelstelling die landelijk worden gehanteerd bij het terugdringen van armoede. Door het programma jaarlijks te monitoren en te evalueren blijft het actueel en kan tijdig bijgestuurd worden op (onvoorziene) ontwikkelingen of nieuwe inzichten. Het jaarplan met focusactiviteiten voor het volgende jaar wordt op basis van evaluatie van het voorgaande jaar gevormd. Dit kan ook aanleiding zijn de looptijd van het programma te verlengen.

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 5

Afbakening en scope Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor diverse inspanningen die bijdragen aan het vergroten of behouden van bestaanszekerheid van inwoners. Denk bijvoorbeeld aan de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet publieke Gezondheid en de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Het thema ‘bestaanszekerheid’ is veelomvattend, complex en domein-overstijgend. We zien de thema’s die we hieronder schetsen als belangrijke beoogde pijlers om de hoofddoelstelling, het vergroten van bestaanszekerheid, te bereiken. Zoals hiervoor geschetst behouden we de ruimte om deze gedurende de bouwfase nader te toetsen en aan te passen. De focusactiviteiten die als inspanning bijdragen aan het bereiken van de subdoelen, worden door het bouwteam verder uitgewerkt. De verdere ontwikkeling rond programmatisch werken is van invloed op dit programma. Dit betekent dat ook de verdere uitwerking van andere programma’s effect kan hebben op de verdere uitwerking van de invulling van het programma Bestaanszekerheid. Er zijn reguliere werkzaamheden binnen de organisatie die bijdragen aan de doelen van het programma bestaanszekerheid. Het programma kan zorgen voor een verandering in reguliere werkzaamheden, waarbij bijvoorbeeld de focus verschuift. Hier is sprake van een wisselwerking.

Bovendien spelen maatschappelijke organisaties, initiatieven en ervaringsdeskundigen een grote rol bij de totstandkoming van de inhoud van het programmacontract en de jaarlijks vast te stellen focusactiviteiten. Dit kan betekenen dat tijdens de operationalisering of gedurende de

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 6

looptijd van het programma, nog thema’s kunnen wijzigen, aangescherpt, of ontstaan.

programma bestaanszekerheid zijn we nauw betrokken en hebben we baat bij de resultaten die met betrekking tot de doelstelling behaald worden.

Betaalbaar wonen

Energiearmoede

Betaalbaar wonen valt niet onder het programma bestaanszekerheid, maar is onderdeel van de bestuurlijke opgave prettig leven in vitale dorpen en de fysieke ontwikkelopgave (dit is van belang bij zowel nieuwbouw als bestaande bouw). Echter, het zorgen voor betaalbaar wonen draagt fundamenteel bij aan het vergroten en borgen van bestaanszekerheid. Daarom benoemen we deze apart binnen de afbakening en scope. Vanuit het

Energiearmoede heeft een grote plek binnen programma duurzaamheid, maar specifieke onderdelen hiervan kunnen vanuit het programma bestaanszekerheid worden opgepakt. Dit wordt helder bij de verdere operationalisering van het programma.

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 7

Doorkijk in doelstellingen per thema Financiële zekerheid Meer inwoners hebben financiële zekerheid  Een (afname van X) van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2025 ten opzichte van 2015 (gelijk aan landelijke doel)  Een (afname van X) van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 ten opzichte van 2015 (gelijk aan landelijke doel)

Geldvragen / geldzorgen Minder inwoners ervaren geldzorgen  Een (afname van X) van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 ten opzichte van 2015 (gelijk aan landelijke doel) Positieve gezondheid Meer inwoners met een laag inkomen ervaren een goede gezondheid  Een (afname van X) in gezondheidsverschillen tussen sociaal-economische groepen in 2040 ten opzichte van 2020 (gelijk aan landelijke doel)

Basisvaardigheden Meer inwoners kunnen voldoende lezen, schrijven, rekenen en zich digitaal redden  Een (afname van X) van het aantal inwoners dat moeite heeft met basisvaardigheden in 2040 t.o.v. 2015

Wonen Meer inwoners hebben toegang tot een betaalbare woning N.B.: Dit thema en bijbehorende doel worden aangepakt vanuit een ander programma. Vanuit bestaanszekerheid wordt hier een fundamentele bijdrage aan geleverd. Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 8

Operationalisering doelen

Doelstellingen en indicatoren De onder de strategische doelstellingen hangende operationele doelen worden verder uitgewerkt in het programma bestaanszekerheid. Daarbij worden ook diverse inspanningen geformuleerd die bijdragen aan de te behalen doelen.

Strategisch doel: Meer inwoners hebben financiële zekerheid

Operationeel doel (meetbaar):

Inspanning die bijdraagt aan behalen doel(en)

Een halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 ten opzichte van 2015

Inspanning die bijdraagt aan behalen doel(en)

Inspanning die bijdraagt aan behalen doel(en)

Inspanning die bijdraagt aan behalen doel(en)

Inspanning die bijdraagt aan behalen doel(en)

Inspanning die bijdraagt aan behalen doel(en)

Een halvering van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2025 ten opzichte van 2015

Inspanning die bijdraagt aan behalen doel(en)

Inspanning die bijdraagt aan behalen doel(en)

Operationeel doel (meetbaar):

De verdere operationalisering, het uitwerken van meetbare doelen, komt terug in het programmacontract. Het is daarbij van belang te kijken naar een lokale vertaling. We zien dat data verschillend voor handen is, en bovendien is het een beter meetbaar dan het ander. We stellen hoge ambities, maar deze moeten passen bij de gemeente Barneveld en realistisch zijn. Daarbij willen we ook kansen benutten om zo nodig te versnellen in het behalen van doelen waar we die mogelijkheid zien. Ter illustratie: we zien dat het aantal inwoners dat moeite heeft met basisvaardigheden gelijk is aan het landelijk gemiddelde. Daarentegen zien we dat in onze gemeente 2,2% van de inwoners afhankelijk is van een bijstandsuitkering, waar dit landelijk gemiddeld 4% bedraagt. De gezonde levensverwachting in de gemeente Barneveld is hoger dan gemiddeld in Nederland. De spreiding van de sociaal economische status binnen de gemeente is lager dan gemiddeld. Dit geeft aan dat de gezondheidsverschillen tussen wijken waarschijnlijk lager zijn dan gemiddeld in Nederland. Naast het gebruiken van kwalitatief meetbare doelstellingen speelt ook kwantitatieve (narratieve) verantwoording een grote rol bij de monitoring van de te behalen doelstellingen. Landelijke doelstellingen Waar mogelijk en wenselijk wordt hierbij aansluiting gezocht bij de doelen en daarbij horende indicatoren die door het rijk worden gebruikt.

Zo ontwikkelt het rijk een overzicht van subdoelen, handvatten en indicatoren die zicht geven op de resultaten die te behalen zijn op het vlak van het terugdringen van (kinder)armoede en problematische schulden.

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 9

Hierbij spelen de volgende aandachtspunten: •

•

•

Momenteel worden door diverse partijen verschillende definities van armoede gehanteerd. Het rijk wil daarom samen met CBS, VNG en SCP tot een universeel te hanteren grens komen. Hierbij wordt het ‘niet-veel-maar-toereikend’ principe gehanteerd. Deze definitie wordt later dit jaar verwacht. De VNG heeft in het essay Bestaanszekerheid als belofte aangekondigd samen met het rijk en partners te willen komen tot een strategisch plan bestaanszekerheid voor de lange termijn (tien jaar). De ontwikkelingen rond het strategische plan van de VNG worden meegenomen bij de invulling van het programmacontract. Het programma bestaanszekerheid heeft lange termijn doelstellingen. Ook de landelijke aanpak is in ontwikkeling en speelt doorlopend in op maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Zo lijkt het aantal huishoudens dat het risico loopt op armoede aanzienlijk te stijgen in 2024, waarmee de focus kan verschuiven van het halveren van huishoudens in armoede naar het voorkomen dat het aantal gezinnen dat in armoede leeft verder groeit. Ook bij onze lokale aanpak wordt doorlopend bekeken of bijsturing naar aanleiding van ontwikkelingen gewenst is.

definities, om de lokale situatie te kunnen afzetten ten opzichte van de regionale of landelijke situatie. De beschikbaarheid van data wisselt echter van kwaliteit en periodieke beschikbaarheid. Het rapporteren over de voortgang van de doelstellingen van het programma vindt plaats via de reguliere Planning & Control cyclus. De monitoring van de focusactiviteiten biedt input voor de focusactiviteiten voor het daaropvolgende jaar.

Maatschappelijk effect Zoals geschetst bij de definitie van bestaanszekerheid, draagt de zekerheid van betaalbaar wonen, voldoende en voorspelbaar inkomen en mogelijkheden om onverwachte uitgaven op te kunnen vangen bij aan rust en ruimte bij inwoners om zich te ontwikkelen en daarmee in brede zin mee te kunnen doen.

Monitoring en evaluatie Er is behoefte aan een monitor die inzicht geeft in de behaalde resultaten en ontwikkelingen, waar ook een integraal beeld uit volgt. Zo wordt er gekeken naar de diverse thema’s binnen het programma, maar ook naar de onderlinge samenhang. Daarvoor wordt een monitor opgesteld die periodiek wordt gevuld en die inzicht geeft in de resultaten die worden geboekt. Bij deze monitor wordt waar mogelijk aangesloten bij landelijke Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 10

Zelf – samen – gemeente Volgens ons motto ‘zelf-samen-gemeente’ levert ieder een bijdrage. Middels een stakeholdersanalyse wordt inzichtelijk gemaakt welke belanghebbenden en belangen gepaard gaan met het programma bestaanszekerheid. Hierbij wordt gekeken welke rol is weggelegd voor belanghebbenden. Zo zijn diverse maatschappelijke organisaties betrokken vanuit hun professie en opdracht vanuit gemeente, maar zien we ook dat steeds meer maatschappelijke initiatieven ontstaan vanuit betrokken inwoners.

Inwonerparticipatie Het voorkomen en tegengaan van (intergenerationele) armoede en het vergroten van de bestaanszekerheid van de inwoners vraagt ook het betrekken van deze inwoners. Via diverse participatietrajecten betrekken we inwoners (jong én oud) en de maatschappelijke partners, waaronder leerlingen en scholen, maar ook de Adviesraad Sociaal Domein, de klankbordgroep Werk & Inkomen en de Jongerenraad hierbij. De uitkomsten van burgerparticipatie worden meegenomen in de (door)ontwikkeling van het programma bestaanszekerheid. Zowel bij het toetsen van de inhoudelijke doorontwikkeling tijdens de bouwfase als bij de uitvoeringsfase.

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 11

Werkvorm We pakken het vergroten van bestaanszekerheid programmatisch aan. Een programma is passend, omdat dit gericht is op veranderdoelen, in dit geval het vergroten van de bestaanszekerheid van onze inwoners. De samenhangende werkzaamheden (projecten, routines, improvisaties) samen moeten leiden tot het realiseren van doelstelling(en): een verandering, verbetering of vernieuwing, die te beïnvloeden is, maar niet af te dwingen. In het programma worden doelstellingen en subdoelstellingen verder uitgewerkt. Er wordt daarin gekeken naar lange termijn doelen (thematische doelen, wat willen we bereiken per subdoel) en naar de korte termijn (procesdoelen: hoe willen we dat bereiken).

Organisatie Inzet medewerkers De uitvoering van de bestuursopdracht verloopt grotendeels door inzet en verschuiving van reeds beschikbare interne capaciteit. Er zijn diverse overlegstructuren waar de thematrekkers vertegenwoordigd zijn. Een groot deel van de inspanningen die bijdragen aan het vergroten van bestaanszekerheid vindt al plaats. Maar voor een verdere integrale aanpak en intensivering van inspanningen is een eigen overlegstructuur vanuit het programma en daarbij horende inzet noodzakelijk.

inzet. Hierbij dient ook een integrale afweging met andere programma’s en reguliere werkzaamheden plaats te vinden. Dit wordt bij de vaststelling van het programmacontract inzichtelijk. Benodigde inzet interne medewerkers Bouwteam Rol

Toelichting

Programmamanager

Met het bouwteam komen tot een programmacontract en jaarplan 2024 Inhoudelijk experts op thema, betrokken bij verdere operationalisering van doelstellingen

Thematrekkers (financiële zekerheid, geldvragen/geldzorgen, positieve gezondheid, basisvaardigheden) Projectleider

Programma ondersteuner Data analist / informatie adviseur

Het bouwen van een programma neemt tijd in beslag. Naast het bouwteam doet een programma-organisatie een beroep op verschillende disciplines in de organisatie. Dat vraagt capaciteit, kennis en kunde en het kunnen beschikken over instrumenten. Om onze doelen te bereiken is het nodig om te komen tot een prioritering in werkzaamheden en daarbij horende

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 12

Het uitwerken van een plan rondom participatie van maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen en stakeholdersanalyse Ondersteuning van het programmateam Het inventariseren van beschikbare data met bouwteam, plan maken voor opstellen (integraal) monitoringsinstrument, in beeld brengen capaciteit en benodigde middelen

Aantal uur 20 uur per week 9 - 12 uur per week

Periode

15-20

September t/m februari

10 uur per week 4 uur per week

September t/m februari September t/m februari

September t/m februari September t/m februari

Communicatie adviseur

Communicatie activiteiten binnen programma en communiceren over programma (in en extern)

4 uur per week

September t/m februari

Bovenstaande ziet op de beoogde inzet van interne medewerkers. Aanvullend op het bouwteam worden onder andere gespreksvoerders, juridisch adviseurs en applicatiebeheer betrokken. Dit zijn, bezien vanuit de opgave en doelstellingen die voorliggen, ook collega’s van buiten aandachtsgebied Samenleving. Daarnaast worden maatschappelijke partners en ervaringsdeskundigen betrokken via participatietrajecten.

Interne overlegvormen Overleg Stuurgroep

Samenstelling • • • • •

Bouwteam

In het programmacontract wordt nader beschreven wat de benodigde inzet van diverse medewerkers voor het uitvoeren van het programma bestaanszekerheid is.

• • • • •

Bestuurlijke afstemming Afstemming opdracht

• • • •

Bestuurlijk opdrachtgever Ambtelijk opdrachtgever Programmamanager Eventueel: andere betrokken bestuurder Incidenteel: thematrekker(s) Programmamanager Thematrekkers Programma ondersteuner Data analist / informatie adviseur Incidenteel: teamleiders die capaciteit leveren Bestuurlijk opdrachtgever Programmamanager Ambtelijk opdrachtgever Programmamanager

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 13

Frequentie 1 x per maand

1 x per week

1 x per 2 weken 1 x per 2 weken

Financiële kaders Personele inzet Reguliere budgetten Het programma betreft een integrale aanpak van activiteiten die ook in de reguliere werkzaamheden plaatsvinden. Veelal is hier al budget voor beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan middelen voor re-integratie, basisvaardigheden of vroegsignalering van schulden. In het programmacontract en jaarplan komen een nadere uitwerking van de inspanning en eventueel extra budget dat hiervoor benodigd is. Werkbudget Voor aanvullende activiteiten die een integraal karakter hebben of samenhangen met de monitoring en evaluatie van programma-doelen is per 2024 een werkbudget beschikbaar van € 70.000 per jaar. Het werkbudget biedt flexibele ruimte, waarmee het mogelijk wordt uitgaven te dekken die naast de reguliere activiteiten opkomen en die een integraal karakter hebben. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van format voor monitoring van het programma, communicatie activiteiten, inspiratiesessies of het kunnen inspelen op (het faciliteren of aanjagen van initiatieven waar geen budget voor gereserveerd is maar die wel op korte termijn een bijdrage kunnen leveren aan het behalen van de doelen van het programma. Ervaring vanuit Programma Duurzaamheid leert dat de mogelijkheid van het inzetten van dit budget hiervoor gewenst is.

Veel inspanningen die bijdragen aan het vergroten van bestaanszekerheid vinden al plaats en vallen onder bestaande taken van beleidsmedewerkers. Toch is een extra intensivering van inzet van medewerkers benodigd om als bouwteam te komen tot het programmacontract. Dit vraagt o.a. de inzet van beleidsmedewerkers, juristen en medewerkers van de uitvoering. Ook het groeiend aantal maatschappelijke initiatieven vraagt aandacht. Daarnaast lopen we vooruit op ontwikkelingen in de organisatie, en dit pionieren zal extra tijdsinzet met zich meebrengen. Vanuit de programmabegroting voor 2023 en 2024 is extra budget beschikbaar gesteld voor personele (beleids)inzet rond het thema armoede. Dit bedraagt € 80.000. Dit budget is voldoende om in 2023 de extra personele inzet te dekken. In het programmacontract volgt een nadere uitwerking van mogelijk gewenste extra personele inzet of een nadere prioritering van inzet voor 2024 en verder.

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 14

Kanttekeningen – risico’s Wanneer we geen extra aandacht besteden aan het vergroten van bestaanszekerheid, lopen we het risico dat een groter aantal huishoudens wordt getroffen door armoede- en schuldenproblematiek en daarmee belemmerd wordt in het meedoen in brede zin. •

Maatschappelijke en economische ontwikkelingen

We hebben geen invloed op maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen in de economie. Hierdoor kunnen we bestaanszekerheid niet helemaal garanderen. Een continue schakelen hierin is van belang. Daarnaast is er sprake van een spanningsveld tussen dat wat behoort tot de taken van het rijk, en dat waar gemeenten lokaal invloed op kunnen uitoefenen. Daarbij zien we dat er steeds meer taken richten gemeenten komen. Bijvoorbeeld als het gaat om de uitvoering van de energietoeslag, het uitkeren van leefgeld aan Oekraïners of de toeslagenaffaire. Dit zorgt voor extra werkdruk bovenop de huidige werkzaamheden. Daarnaast zien we ook steeds meer lokale initiatieven ontstaan. Als gemeente vinden we het van belang om hierop aangehaakt te zijn. Dit kost echter wel tijd en vraagt ook vaak een bepaalde snelheid. Het is daarom van belang om bij een (nieuw) vraagstuk te kiezen welke taken we dan niet of later oppakken. •

Wantrouwen richting overheid

Het vertrouwen van burgers in de politiek maakt schommelingen door. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) stelt dat het de uitdaging voor de overheid is om nu te luisteren naar burgers en zich betrouwbaar op te stellen. Dit zodat kritische burgers niet volledig afhaken. Ook in het lokale

bestuur vertaalt dit wantrouwen zich door. De toeslagenaffaire heeft hierin ook zeker niet geholpen. Het is goed om hier aandacht voor te hebben, ook omdat we hier geen volledige controle op hebben. Van belang is dat we dit in de communicatie richting inwoners meegeven. Een voorbeeld hiervan is de energietoeslag. Soms vroegen inwoners deze toeslag niet aan omdat ze bang waren dat het gevolgen had voor hun huurtoeslag en andere 5toeslagen. In de communicatie richting de inwoners moet dan duidelijk aangegeven worden dat het ontvangen van een energietoeslag (of bijvoorbeeld een minima-regeling) geen gevolgen heeft voor andere toeslagen. Ook door inwoners en ervaringsdeskundigen te betrekken bij beleidsontwikkelingen en uitvoering hopen we het wantrouwen enigszins te herstellen. Desondanks hebben we nog wel een brug te slaan als het gaat om het herstellen van het vertrouwen, zowel op lokaal als landelijk niveau. •

Aantal regelingen voor uitvoering inkomensondersteuning bij gemeenten stijgt

Naast de groeiende groep inwoners die een beroep doen op inkomensondersteuning, stijgt ook het aantal regelingen op het vlak van inkomensondersteuning dat bij gemeenten wordt neergelegd. Dit vraagt om een goede prioritering van inspanningen, als ook het beschikbaar hebben van voldoende en kundig personeel. De VNG illustreert dat in de figuur hiernaast, waarin het aantal uitkeringen wordt weergegeven (gepubliceerd in het essay ‘Bestaanszekerheid als belofte’).

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 15

Planning Na de zomer wordt verder invulling gegeven aan het programma Bestaanszekerheid in een programmacontract. Hierin wordt ook een uitgebreide planning opgenomen voor het jaarplan 2024 met focusactiviteiten. De planning voor de totstandkoming van het programmacontract is als volgt: Stap:

Activiteit:

Planning

1

Afstemming bestuursopdracht met stuurgroep

Voor zomerreces 2023

2

Vaststellen bestuursopdracht en delen met raad

Juli 2023

3

Start opstellen programmacontract – verdere operationalisering van doelstellingen

September 2023 – Februari 2024

4

Opstellen jaarplan 2024 met focus activiteiten

Januari 2024 – Februari 2024

5

Afstemming stuurgroep

6

Besluitvorming college programmacontract

Februari / Maart 2024

7

Programmacontract en Jaarplan 2024 ter informatie naar gemeenteraad

Maart 2024

concept

programmacontract

met

Communicatie De bestuursopdracht wordt ter informatie gedeeld met de gemeenteraad.

Gevraagd besluit: Het college wordt gevraagd akkoord te gaan met deze bestuursopdracht.

Februari 2024

Bestuursopdracht programma bestaanszekerheid - pagina 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=23a4f1be-27a4-4b54-8897-17c4cc4bd6d7