CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.16 Besluit B&W inzake minima-effectrapportage gemeente Barneveld d.d. 18-10-22.pdf

Commissie Samenleving 30 november 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Besluit B&W inzake minima-effectrapportage gemeente Barneveld20.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

-1Afdeling: Sociaal Domein Behandelaar: Olthof, Suzanne Telefoonnummer: 06-21322879 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. 2398 Barneveld, 12-10-2022 Portefeuillehouder: P.J.T. van Daalen Op overzicht Bestaand beleid (website)

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022 (MER 2022)

Gevraagde beslissing: 1. Kennis te nemen van de 'minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022' (MER 2022). (bijlage 1) 2. De conclusies en aanbevelingen in de MER 2022 te onderschrijven. 3. Dit besluit inclusief bijlage ter kennisgeving aan te bieden aan de raad (via rubriek B).

1. Inleiding Een minima-effectrapportage (MER) geeft inzicht in de lokale minima-ondersteuning en het effect hiervan op groepen huishoudens. Het Nibud stelt deze rapportage in opdracht van gemeenten op. Naast een doorrekening van regelingen en ondersteuning, adviseert het Nibud in de MER ook waar zaken beter of anders kunnen en signaleert aandachtpunten. In 2017 en in 2019 is eerder voor Barneveld door het Nibud een Minima Effect Rapportage opgesteld. Vanwege de corona-pandemie is er in 2021 voor gekozen geen MER op te laten stellen, maar dit nu in 2022 te doen. Deze MER 2022 ligt nu voor ter vaststelling. De belangrijkste conclusies van de MER 2022: • De gemeente Barneveld heeft een ruimhartig minimabeleid. • Bijna alle huishoudensgroepen kunnen rondkomen, inclusief sociaal participeren. • De oorzaak van de twee groepen die niet rond kunnen komen vloeit voort uit het Rijksbeleid; Kosten voor oudere kinderen (leeftijd 12-18) drukken sterk op de begroting en worden onvoldoende via landelijke toeslagen gecompenseerd. • Er zijn relatief veel huishoudens met een armoedeval* met een inkomen op 130 procent. Dit is logisch verklaarbaar door de energietoeslag. * Definitie van ‘armoedeval’ is opgenomen in paragraaf 4.3 van de MER.

Kortgezegd is er sprake van een armoedeval als een huishouden met een bepaald inkomensniveau (bijvoorbeeld 130% minimum) netto minder overhoudt dan een voorliggend inkomensniveau (bijvoorbeeld 120% minimum).

De belangrijkste aanbevelingen n.a.v. de MER 2022: • Houd de collectieve zorgverzeke3 • ring in stand en communiceer duidelijk over de voordelen. • Onderzoek of niet-vergoede zorgkosten via andere wegen gecompenseerd kunnen worden. • Zet verder in op het verhogen van het gebruik van de minimaregelingen, bijvoorbeeld door communicatie en voorlichting van intermediairs. • Onderzoek of kindregelingen getrapt afgebouwd kunnen worden. • Stimuleer goed financieel beheer. • Zet breed in op het bereiken van de doelgroep die recht heeft op de energietoeslag. • Ga met de Woningcorporatie in gesprek over woningisolatie om de energielasten te beperken. Maak hier afspraken over, bijvoorbeeld in de jaarlijks vast te stellen Prestatieafspraken. • Houd aandacht voor gezinnen (met name 2-ouder huishoudens) met oudere kinderen. • Zet in op de begeleiding naar werk. De adviezen en aandachtspunten worden meegenomen in zowel de communicatie als de (door)ontwikkeling van minima-ondersteuning. Ook geven zij onderbouwing voor de wijze waarop de gemeente Barneveld inwoners, die het door de huidige maatschappelijke ontwikkelingen (gas- en energieprijzen en inflatie) financieel moeilijk hebben, aanvullend gaat ondersteunen.

-2-

2. Beoogd effect • • •

Voldoen aan eerder genomen besluit door de raad en toezegging door het college om eens per 4 jaar, en zo wenselijk vaker, een MER op te laten stellen. Zo houden we inzicht in de effectiviteit van de gemeentelijke minima-ondersteuning. Inzicht in het effect van lokale minimaregelingen op groepen huishoudens. Aanknopingspunten hebben voor de doorontwikkeling naar een effectief samenhangend gemeentelijk armoedebeleid.

3. Argumenten 1. De MER 2022 is opgesteld, conform opdracht. Op 23 juni 2022 is de opdracht aan het Nibud tot het opstellen van een de MER 2022 verstrekt. Het rapport voldoet aan de verstrekte opdracht. 2. De conclusies en aanbevelingen zijn helder. De conclusies en aanbevelingen zijn goed onderbouwd. Zij geven duidelijk inzicht in de effectiviteit van de minima-ondersteuning. Daarnaast geeft zij handvatten en adviezen voor de inrichting en communicatie van het bestaande aanbod en de aandachtspunten. 3. De raad wordt op de hoogte gesteld. Het toezenden aan de raad van de stukken via Rubriek B, is de gebruikelijke werkwijze.

4. Kanttekeningen 1. Het Nibud rekent voor de MER met standaarden en gemiddelden, realistisch voor inkomensgroepen tot 130 procent van het sociaal minimum. Hierdoor geeft de MER een goed beeld van de effecten voor een groep, maar is dit niet één-op-één realistisch op individuele situaties. 2. De opdracht tot het opstellen van de MER is gegeven in het voorjaar van 2022. Gerekend is met de meest recent beschikbare cijfers (januari en juli 2022). Voor een deel is meegenomen wat de verwachte effecten van de huidige maatschappelijke ontwikkelingen (o.a. hoge inflatie en maatregelen Prinsjesdag) zijn. Maar willen we daar een goed beeld van krijgen, is een aanvullende doorrekening begin 2023 nodig.

5. Financiën De MER 2022 is uitgevoerd binnen de daarvoor beschikbare en afgesproken middelen.

6. Uitvoering De adviezen en aandachtspunten worden meegenomen in zowel de communicatie als de (door)ontwikkeling van minima-ondersteuning.

7. Bijlagen 1. Minima Effect Rapportage 2022

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

oktober 2022

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Auteurs Corinne van Gaalen Sanne Lamers

Nibud, Utrecht, oktober 2022 In opdracht van de gemeente Barneveld

Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld, zoals gedragsaspecten. Daarmee kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: direct voor consumenten (via onze websites, (sociale) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen en de helpdesk), via onderwijs/educatie door derden en door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop. Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid.

Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Barneveld. Met dit onderzoek wil de gemeente Barneveld inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, oktober 2022

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2

1.3 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3 3.1 3.2

3.3

4 4.1 4.2

4.3 4.4 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Inleiding..................................................................................................................... 3 Centrale vraag ........................................................................................................... 3 Kern minima-effectrapportage ..................................................................................... 3 1.2.1 Huishoudtypen ................................................................................................ 3 1.2.2 Inkomensniveaus ............................................................................................ 3 1.2.3 Armoedeval .................................................................................................... 4 1.2.4 Voorbeeld huur ............................................................................................... 4 Leeswijzer ................................................................................................................. 4 Onderzoeksmethode: begrotingen ............................................................................. 5 Inleiding.................................................................................................................... 5 Inkomsten .................................................................................................................

5 Uitgaven: Basispakket & Sociale participatie .................................................................. 6 Uitgavensoorten ......................................................................................................... 7 Voorwaarden aan de begrotingen ................................................................................. 7 De begrotingen .......................................................................................................... 8 Minimabeleid .............................................................................................................. 9 Landelijk beleid ..........................................................................................................

9 Lokaal minimabeleid ..................................................................................................11 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid ......................................................................................11 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering .........................................................11 3.2.3 Individuele inkomenstoeslag ............................................................................12 3.2.4 Vergoeding schoolkosten .................................................................................13 3.2.5 Vergoeding computer en printer .......................................................................13 3.2.6 Sport- en cultuurregeling ................................................................................13 3.2.7 Sportkleding- en accessoires............................................................................14 3.2.8 Vergoeding zwemlessen en zomerzwemabonnement ..........................................14 3.2.9 Kinderopvang en peuteropvang ........................................................................14 3.2.10 Vergoeding kosten woon-werkverkeer...............................................................15 3.2.11 Energietoeslag ...............................................................................................15 3.2.12 Individuele bijzondere

bijstand.........................................................................16 Huishoudens met een zorgvraag .................................................................................16 3.3.1 Uitgangspunten huishoudens met zorgvraag ......................................................16 3.3.2 Collectieve zorgverzekering .............................................................................17 3.3.3 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) .....................................................17 3.3.4 Begroting huishoudens met zorgvraag ..............................................................18 Resultaten ................................................................................................................

20 Inkomsten min uitgaven ............................................................................................20 Bestedingsruimte ......................................................................................................23 4.2.1 Na invulling van alleen het basispakket .............................................................23 4.2.2 Na invulling van het basispakket inclusief sociale participatie ...............................23 Armoedeval ..............................................................................................................25 Huishoudens met langdurig een laag inkomen ..............................................................26 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................

27 Conclusies ................................................................................................................27 Aanbevelingen ..........................................................................................................28 Wijzigingen in 2023 ...................................................................................................31 Vergelijking met 2019 op hoofdlijnen ...........................................................................32 Inkomensgrens naar 130 procent ................................................................................33

Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven .......................................................................................34 Bijlage 2 | Begrotingen .........................................................................................................37 Bijlage 3 | Overzicht saldo inkomsten minus uitgaven ...............................................................48 Bijlage 4 | Koopkracht ..........................................................................................................51

1 Inleiding 1.1 Centrale vraag Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Barneveld? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk.

1.2 Kern minima-effectrapportage Om tot een antwoord te komen op de onderzoeksvraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.

1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Barneveld is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: a. Alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd b. Alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) c. Eenoudergezin met 2 jongere kinderen (1 en 3 jaar) d. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (12 en 15 jaar) e. Paar zonder kinderen f. Ouder paar (AOW-gerechtigd) g. Paar met 2 jongere kinderen (1 en 3 jaar) h. Paar met 2 oudere kinderen (12 en 15 jaar) i. Alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag j. Alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) met een zorgvraag

1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

In overleg met de gemeente Barneveld is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand of AOW, 110, 120 en 130 procent van de geldende bijstandsnorm.

1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een dergelijke armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, namelijk een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn dat ze minder overhouden met een hoger inkomen.

1.2.4 Voorbeeld huur De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de gemeente. In de vorige minima-effectrapportage (2019) is gerekend met een huur van 447 euro voor een één- of tweepersoonshuishouden en 530 euro voor huishoudens met drie personen of meer. Voor deze minima-effectrapportage in 2022 is er, in overleg met de gemeente, voor gekozen om de huurprijzen van 2019 verder te indexeren. Hierbij maken we gebruik van de huurverhoging van 2020, 2021 en 2022 (op 1 juli vindt de huurverhoging bij de woningcorporaties plaats). De gemiddelde huurverhoging in de sociale huursector was in 2020 2,3 procent, in 2021 0 procent en in 2022 2,0 procent.1 De huurprijzen in dit onderzoek komen hiermee op 466 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 553 euro voor meerpersoonshuishoudens.

1.3 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden kort de resultaten weergegeven: Wat houdt een huishoudens met een laag inkomen over of heeft het te maken met een tekort? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen? Ten slotte staan in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en de inkomensopbouw.

____________________ Bron: https://aedes.nl/media/document/corporatiemonitor-huurbeleid-2022

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. Uit het WoonOnderzoek van het CBS komt naar voren dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in deze rapportage vanuit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Wel wordt duidelijk in hoeverre een groep huishoudens een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter wel vaker voor onder huishoudens met lage inkomens. Zo heeft bijna 40 procent van de huishoudens met een problematische schuld een besteedbaar jaarinkomen tot 20.000 euro.2 Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen.

In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.

2.2 Inkomsten In deze rapportage worden op vier inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent, 120 procent en 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 lid 1 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, zorgtoeslag, huurtoeslag, vakantiegeld, kinderbijslag en kindgebonden budget. In de begrotingen is geen rekening gehouden met eigen vermogen of eventuele inkomsten daaruit. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2.

____________________ 2

https://dashboards.cbs.nl/v3/SchuldenproblematiekInBeeld/

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn.

2.3 Uitgaven: Basispakket & Sociale participatie De uitgavenkant vullen we in volgens de methode van het basispakket en apart de sociale participatie. Het basispakket bevat uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. De begroting bestaat uit een pakket aan vrij goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We rekenen niet met tweedehands artikelen. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Deze pakketten zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. Sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. Dit pakket is opgesteld in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat bijvoorbeeld om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt door velen als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten onderdeel van het minimabeleid. Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen persoonlijk moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn.

Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. In de begrotingen is geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. Inflatie en bestedingsruimte Op het moment van het opstellen van deze MER is er sprake van flinke prijsstijgingen, vooral voor energie. Dit heeft gevolgen voor de Nibud-uitgavencijfers en daarmee voor de bestedingsruimte van huishoudens. De uitgavencijfers die het Nibud gebruikt zijn die beschikbaar zijn per januari per juli. In dit onderzoek zijn dat de cijfers die beschikbaar waren op juli 20223. Het is vanwege deze hoge inflatie mogelijk dat de bestedingsruimte gepresenteerd in deze MER daarom te positief wordt ingeschat. Zeker bij beperkte positieve bestedingsruimte is het goed om te realiseren dat dit op korte termijn wellicht kan omslaan in een tekort. Het Nibud adviseert hier rekening mee te houden bij de interpretatie van de resultaten.

____________________ 3

De energietarieven CBS in juli 2022 zijn van mei 2022.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

2.4 Uitgavensoorten In alle begrotingen onderscheidt het Nibud drie soorten uitgaven: Vaste lasten: Komen regelmatig terug. Meestal vaste bedragen waar een contract aan ten grondslag ligt. Voorbeelden zijn de huur, energiekosten en verzekeringen. Reserveringsuitgaven: Komen niet regelmatig voor. De hoogte is niet precies bekend. Voorbeelden hiervan zijn de kosten voor inventaris (meubels, apparatuur/witgoed) en kleding. Huishoudelijke uitgaven: Steeds terugkerende uitgaven die maandelijks kunnen variëren. Voorbeelden zijn voeding, was- en schoonmaakartikelen, persoonlijke verzorging. Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk.

2.5 Voorwaarden aan de begrotingen Aan de begrotingen worden drie belangrijke voorwaarden opgelegd. 1. Zeer goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Het tijdig doorgeven van gegevens is hierbij noodzakelijk. En daarmee dus ook een vrij actieve houding. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op de noodzakelijke uitgaven. In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, zoals ze in dit rapport zijn opgesteld, ontstaat het gevaar dat er teveel bezuinigd wordt en er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

2.6 De begrotingen Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod.

3.1 Landelijk beleid Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting en de [alleenstaande] ouderenkorting), landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget) en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Door de heffingskorting betalen zij minder belasting. De volgende heffingskortingen (2022) zijn voor de voorbeeldhuishoudens van belang: - Algemene heffingskorting Voor iedereen boven de 18 die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. De algemene heffingskorting bedraagt maximaal 2.888 euro per jaar voor mensen onder de AOW-gerechtigde leeftijd en 1.494 euro vanaf de AOW gerechtigde leeftijd. - Arbeidskorting Voor iedereen die betaald werk heeft, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt. De arbeidskorting bedraagt maximaal 4.260 euro per jaar. - Inkomensafhankelijke combinatiekorting Voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouder of aan de minst verdienende fiscale partner. Deze heffingskorting bedraagt maximaal 2.534 euro per jaar.

- Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting Heffingskortingen voor AOW-gerechtigden. De ouderenkorting bedraagt maximaal 1.726 euro per jaar; de alleenstaande-ouderenkorting is 449 euro per jaar. Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren (bijvoorbeeld inkomen). De volgende toeslagen zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: - Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Het inkomen moet wel onder de inkomensgrens vallen. Een alleenstaande heeft recht op zorgtoeslag bij een toetsinkomen van 31.998 euro of minder. Voor samenwonenden is deze grens 40.944 euro. Naast de inkomensgrens is

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. In 2022 bedraagt deze voor alleenstaanden 120.020 euro en voor paren 151.767 euro. De zorgtoeslag voor een alleenstaande is maximaal 111 euro per maand. Voor een stel is de zorgtoeslag maximaal 212 euro. Hoe lager het inkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. -

Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. Een- en tweepersoonshuishoudens krijgen boven de minimale basishuur4 huurtoeslag tot een huur van 442,46 euro. Voor een huur boven dit bedrag wordt 65 procent van de huur tot 633,25 euro vergoed (678,66 euro voor driepersoonshuishoudens of meer). Alleenstaanden of ouderen/hulpbehoevenden krijgen boven deze huur tot een huur van maximaal 763,47 euro vervolgens nog 40 procent vergoed. Voor ouderen is de minimale basishuur enkele euro’s lager. De basishuur is inkomensafhankelijk waardoor de huurtoeslag daalt bij een hoger inkomen.

-

Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier dus niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. De vergoeding wordt berekend over een maximaal uurtarief van 8,50 euro voor kinderen tot vier jaar (dagopvang) en van 7,31 euro voor kinderen in de basisschoolleeftijd (buitenschoolse opvang). Wanneer iemand per uur meer dan dit bedrag betaalt, ontvangt hij of zij over dit extra deel geen toeslag. Er gelden grenzen voor het totaal aantal uren waarvoor kinderopvangtoeslag aangevraagd kan worden.

-

Kindgebonden budget Iedereen met kinderen jonger dan 18 jaar kan in aanmerking komen voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. In 2022 ontvangt iemand met een bepaald verzamelinkomen (alleenstaande ouders tot 22.356 euro en paren tot 39.596 euro) het maximale bedrag aan kindgebonden budget. Na dit inkomen wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. Het bedrag aan kindgebonden budget is afhankelijk van het aantal

____________________ 4

De minimale basishuur is inkomensafhankelijk en bedraagt voor huishoudens op minimumniveau 237,62 euro. (Voor AOW-

gerechtigden is dit voor eenpersoonshuishoudens 235,80 euro en voor meerpersoonshuishoudens 233,99 euro). Bij een hoger inkomen wordt de basishuur hoger.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

kinderen en de leeftijd van de kinderen. Het kindgebonden budget voor het tweede kind is lager dan voor het eerste kind en vanaf het derde kind eveneens lager dan voor het tweede kind. Vanaf 12 jaar is het kindgebonden budget hoger. Voor alleenstaande ouders is het kindgebondenbudget hoger dan voor paren, omdat zij recht hebben op een extra vast bedrag van 273,75 euro per maand. Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor thuiswonende eigen kinderen, stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind. De kinderbijslag voor een kind van 12 tot 18 jaar bedraagt 356,16 euro. Voor 6 tot 12 jaar en voor 0 tot 6 jaar is het respectievelijk 302,74 euro en 249,31 euro.

3.2 Lokaal minimabeleid Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Barneveld voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de berekeningen komen in de volgende paragrafen aan bod.

3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Barneveld kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij het vaststellen van de kwijtschelding wordt getoetst aan 100 procent van de norm op grond van de Participatiewet. Bij een inkomen boven bijstandsniveau wordt de betalingscapaciteit berekend door het inkomen te verminderen met het norminkomen. Er vindt een correctie plaats voor eigen uitgaven aan huur en voor nominale ziektekostenpremies exclusief eigen risico. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van het netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen. De gemeente Barneveld maakt geen gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van een verhoogde norm voor AOW-gerechtigden bij de berekening van de kwijtschelding. Wel houdt de gemeente rekening met de kosten van kinderopvang, mits de opvang is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LKR) en er ook kinderopvangtoeslag over wordt verleend vanuit de Belastingdienst. Bij het waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de waterzuiveringsheffing en de ingezetenenheffing.

Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van 100 procent van de toepasselijke norm. De kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en het waterschap wordt apart berekend.

3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom biedt de gemeente Barneveld inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

Het gaat om de basisverzekering plus een aanvullende verzekering. Tandverzorging is ook in het pakket inbegrepen. Deelnemers kunnen kiezen uit verschillende pakketten bij zorgverzekeraar Menzis: GarantVerzorgd 1, GarantVerzorgd 2 en GarantVerzorgd 3. In de meest uitgebreide variant (GarantVerzorgd 3) is tevens het verplichte eigen risico meeverzekerd. In de begrotingen rekenen we met de premie van GarantVerzorgd 2. Alleen bij de huishoudens met een zorgvraag wordt gerekend met GarantVerzorgd 3. Omdat bij dit pakket het eigen risico is meeverzekerd, wordt voor het huishouden met een zorgvraag de post “eigen risico” op nul gezet. Voor de huishoudens met GarantVerzorgd 2 rekenen we wel met een bedrag voor de reservering van het eigen risico. In 20225 bedraagt de premie van GarantVerzorgd 2 150,45 euro per maand. In dit bedrag zijn de korting en de gemeentelijke bijdragen al verrekend. Voor GarantVerzorgd 3 komt de premie in 2022 uit op 172,45 euro. Om voor deelname aan de collectieve zorgverkering in aanmerking te komen, hanteert de gemeente Barneveld een inkomensgrens van 130 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. Er geldt geen vermogensgrens. De kosten van de premie zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavepost “zorgverzekering”. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

3.2.3 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag in de gemeente Barneveld is bedoeld voor inwoners: • tussen de 21 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd; • die geen scholier of student zijn; • die gedurende een periode van minimaal drie jaar over een inkomen beschikken dat gemiddeld niet hoger is dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm; • die zich voldoende hebben ingespannen om aan het werk te komen; • die een vermogen hebben dat niet hoger is dan de voor hen van toepassing zijnde vermogensvrijlating. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is afhankelijk van het type huishouden en de hoogte van het inkomen. In onderstaande tabel staat een overzicht. Inkomen tot 100%

Inkomen tussen 100 – 110%

Alleenstaande zonder kinderen

€ 350

€ 175

Alleenstaande ouder met kind(eren) jonger dan 12 jaar

€ 450

€ 225

Alleenstaande ouder met kind(eren) ouder dan 12 jaar

€ 500

€ 250

Paar zonder kinderen

€ 500

€ 250

Paar met kind(eren) jonger dan 12 jaar

€ 600

€ 300

Paar met kind(eren) ouder dan 12 jaar

€ 650

€ 325

____________________ 5

In november 2022 zijn de bedragen voor 2022 bekend.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag apart gepresenteerd.

3.2.4 Vergoeding schoolkosten Voor huishoudens met schoolgaande kinderen tot en met 17 jaar en een inkomen niet hoger dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm stelt de gemeente vergoedingen beschikbaar voor de schoolkosten. De gemeente stelt vergoedingen beschikbaar voor kinderen in het primair onderwijs (50 euro per schooljaar), kinderen die de overstap maken van primair naar voortgezet onderwijs (eenmalig 200 euro per schooljaar) en kinderen in het voortgezet onderwijs (125 euro per schooljaar). Voor de huishoudens met kinderen van 12 en 15 jaar gaan we ervan uit dat de 12-jarige een overstap maakt naar het voortgezet onderwijs. Deze huishoudens ontvangen hiervoor de eenmalige jaarlijkse vergoeding van 200 euro. Daarnaast ontvangen deze huishoudens voor de 15-jarige de jaarlijkse vergoeding van 125 euro. Deze vergoedingen worden verrekend met de post “Onderwijs”.

3.2.5 Vergoeding computer en printer Huishoudens met kinderen in leeftijd van 8 tot en met 17 jaar kunnen eenmaal in de 5 jaar in aanmerking komen voor een vergoeding voor een computer en printer. Om voor deze regeling in aanmerking te komen mag het inkomen niet hoger zijn dan 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. In de begrotingen van de huishoudens met oudere kinderen is dit verrekend in de post “onderwijs”. In deze post is een bedrag opgenomen voor ICT. Voor een computer en printer zijn de kosten 553,50 euro (449 euro en 104,50 euro). We gaan uit van een afschrijving van 5 jaar. Per maand gaat het om een bedrag 9,23 euro.

3.2.6 Sport- en cultuurregeling De gemeente Barneveld komt huishoudens met een laag inkomen financieel tegemoet in de kosten voor sport en cultuur. De regeling is bedoeld voor kinderen tussen de 5 en 18 jaar en volwassen. Het inkomen van het huishouden mag niet hoger zijn dan 110 procent van de bijstandsnorm en het vermogen mag niet hoger zijn dan het wettelijk vrij te laten vermogen. Ook gezinnen waarvan de ouders in een minnelijk of wettelijk schuldentraject zitten komen hiervoor in aanmerking. Het betreft een in natura regeling. Er moet worden gekozen uit een sportactiviteit of een culturele activiteit. Met betrekking tot sport vergoedt de gemeente de basiscontributie bij veel voorkomende sportactiviteiten. Voorwaarde is dat deze activiteiten bij een vereniging of instelling in de gemeente Barneveld plaatsvinden. Wanneer wordt gekozen voor fitness vergoedt de gemeente maximaal 215 euro per jaar. De contributie voor activiteiten op het gebied van muziek, zang, dans en theater wordt vergoed tot een maximum van 215 per jaar. Daarnaast kan voor kinderen (5 tot 18 jaar) het gehele lesgeld van de muziekschool Barneveld vergoed worden. Voor volwassenen wordt dit lesgeld vergoed tot een maximum van 350 euro per jaar. De vergoedingen voor sport en cultuur worden in onze begrotingen verrekend met de post “sociale participatie”.

Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. Hierin staan ook bedragen voor uitgaven aan contributies en abonnementen. Deze uitgaven zijn verrekend met de sport- en cultuurregeling voor huishoudens die rechthebbend zijn.

3.2.7 Sportkleding- en accessoires Voor noodzakelijke sportkleding en/of sportaccessoires stelt de gemeente Barneveld voor volwassenen en voor kinderen van 5 tot en met 17 jaar een vergoeding beschikbaar. De hoogte van de vergoeding is maximaal 50 euro per jaar of maximaal 150 euro ineens voor drie jaar vooruit. Hierbij geldt dat het inkomen van het huishouden niet hoger mag zijn dan 110 procent van de bijstandsnorm. In de begrotingen is deze vergoeding verrekend met de post “kleding en schoenen”.

3.2.8 Vergoeding zwemlessen en zomerzwemabonnement De kosten voor zwemlessen voor het behalen van diploma A worden voor inwoners met een laag inkomen (niet hoger dan 110 procent van de bijstandsnorm) volledig door de gemeente vergoed. De kosten worden rechtstreeks aan het zwembad verstrekt. Ook de kosten voor het zomerzwemabonnement voor één van de zwembaden in de gemeente Barneveld kunnen vergoed worden. Omdat in de begrotingen wordt uitgegaan van het lidmaatschap van één (sport)vereniging per persoon, wordt ook de contributie van slechts één sport of activiteit in mindering gebracht. Hiervoor rekenen we in dit onderzoek met de vergoedingen vanuit de sport- en cultuurregeling. Echter, in de praktijk is het mogelijk om met de gemeentelijke vergoedingen aan meerdere activiteiten deel te nemen. Een kind kan bijvoorbeeld lid zijn van een voetbalvereniging én zwemlessen volgen. Dit stapelingseffect is niet direct uit de begrotingen af te lezen, maar is dus wel mogelijk.

3.2.9 Kinderopvang en peuteropvang Een alleenstaande ouder met een inkomen boven bijstandsniveau zal enkele dagen per week werken en daarbij gebruik maken van de kinderopvang. In deze rapportage wordt bij een inkomen op 110 procent van de bijstandsnorm gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 en 130 procent van de norm wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang per week. Op grond van de Wet kinderopvang kunnen huishoudens met kinderen tot twaalf jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang. Voorwaarde is dat een alleenstaande ouder werkt of in geval van een paar, beide ouders werken. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. Voor deze eigen bijdrage is in de gemeente Barneveld alleen een tegemoetkoming mogelijk bij een sociaal medische indicatie. Hiervan gaan we niet uit in dit onderzoek. Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering (en niet werkt) hoeft geen gebruik te maken van de kinderopvang; daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen. Dit geldt ook voor het paar waarbij we in dit onderzoek uitgaan van één werkende. Voor de contacten en ontwikkeling van de kinderen gaan we in dit onderzoek er wel uit van een dat de jonge kinderen naar peuteropvang gaan. We rekenen met twee dagdelen

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

per week. Per 1 januari 2018 zijn peuterspeelzalen omgevormd tot kinderdagverblijven. Dit is geregeld in de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Hierdoor krijgen sommige ouders die gebruik maken van de peuteropvang recht op kinderopvangtoeslag. Eenverdieners (kostwinnergezin) of werkloze alleenstaande ouders komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Voor hen gaan we uit van tarieven voor huishoudens met een laag inkomen. In de gemeente Barneveld zijn de maandtarieven voor de peuteropvang identiek aan de hoogte van de eigen bijdrage die gelden voor de kinderopvangtoeslag. Dit geldt voor maximaal twee dagdelen per week. De kosten voor kinderopvang en de peuterspeelzaal zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “kinderopvang”. De kinderopvangtoeslag (of de vergoeding die door de gemeente wordt verstrekt) is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

3.2.10 Vergoeding kosten woon-werkverkeer In de begrotingen wordt ervan uitgegaan dat bij een inkomensniveau van 100 procent het betreffende huishouden een bijstandsuitkering ontvangt. Uiteraard kan er ook bij een inkomen van 100 procent van de bijstandsnorm sprake zijn van werk, maar we willen in deze rapportage juist de positie van huishoudens met een bijstandsuitkering inzichtelijk maken en wat er met het inkomen gebeurt bij werkaanvaarding. Bij de hogere inkomensniveaus gaan we daarom uit van inkomen uit werk. In dat laatste geval worden ook kosten voor woon-werkverkeer in de begroting opgenomen. In de gemeente Barneveld bestaan mogelijkheden om deze reiskosten vergoed te krijgen. Men kan een beroep doen op de algemene bepaling voor reiskosten (artikel 28). Dit artikel bepaalt dat individuele bijzondere bijstand kan worden verstrekt als de bestemming is gelegen buiten de gemeente Barneveld (maar binnen Nederland) en de reisafstand enkele reis tussen het hoofdverblijf en de bestemming 7 kilometer of meer bedraagt. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van het OV-tarief voor de kortste route of een vergoeding van 19 cent per kilometer voor de kortste route als geen gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer.

Er wordt in de praktijk weinig gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, waarschijnlijk omdat inwoners of te dicht bij hun werk wonen, of omdat de werkgever deze reiskosten vergoedt. Mocht dit niet het geval zijn, dan is een beroep op artikel 28 mogelijk. Om die reden zijn in de begrotingen van de gemeente Barneveld geen kosten voor woonwerkverkeer opgenomen.

3.2.11 Energietoeslag De afgelopen maanden zijn de gemiddelde huishoudelijke kosten van energie sterk gestegen. De verwachting is dat de energieprijzen voorlopig hoog zullen blijven. Het kabinet heeft aangegeven dat de gevolgen voor huishoudens gedempt zullen gaan worden. Zo is vanaf 1 juli dit jaar de btw op energie voor een half jaar verlaagd van 21 procent naar 9 procent. Voor huishoudens met een laag inkomen kunnen gemeenten een (eenmalige) energietoeslag uitkeren. Het Rijk heeft aan gemeenten geld ter beschikking gesteld om huishoudens met een laag inkomen een eenmalige tegemoetkoming te geven vanwege de gestegen energiekosten. Gemeenten kunnen zelf invulling geven aan welke groepen ze welk bedrag geven.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

Voor het verstrekken van deze energietoeslag wordt van de categoriale bijzondere bijstand gebruik gemaakt. Zo kan de gemeente huishoudens de toeslag uitkeren aan inwoners die aan de voorwaarde voldoen, zonder te controleren of de energiekosten daadwerkelijk gestegen zijn of voldoende middelen (vermogen) beschikken de energierekening te betalen. De gemeente Barneveld volgt de richtlijn van het Rijk en keert 1.300 euro uit aan huishoudens met een inkomen niet hoger dan 120 procent van de bijstandsnorm. In de berekeningen is de energietoeslag eenmalig verrekend met de post “gas”.

3.2.12 Individuele bijzondere bijstand De gemeente Barneveld verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. De grens voor de bijzondere bijstand is gesteld op 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. Voor het inkomen dat boven dit percentage komt, hanteert de gemeente Barneveld de volgende draagkrachtsystematiek: • bij inkomsten tussen de 100 procent en 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt de draagkracht 50 procent van het meerinkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm; • bij inkomsten die meer bedragen dan 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt de draagkracht daarnaast 100 procent van het meerinkomen boven de 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen bij de huishoudens zonder zorgprofiel, omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. Bij de huishoudtypen met een zorgvraag gaan we uit van een aantal veronderstellingen (zie ook paragraaf 3.3.1). Indien voor een of meer van deze voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting. Overige verstrekkingen vanuit de individuele bijzondere bijstand worden, net als bij de andere huishoudtypen, niet meegenomen.

3.3 Huishoudens met een zorgvraag In dit onderzoek worden twee huishoudens met extra zorgkosten onderzocht, namelijk een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd en een alleenstaande oudere (AOWgerechtigd). Het zorgprofiel volgt hieronder. Vervolgens worden de landelijke en lokale regelingen genoemd die voor een huishouden met een zorgvraag gelden. En tenslotte op welke manier de regelingen doorwerken op de maandbegroting van de huishoudens met een zorgvraag.

3.3.1 Uitgangspunten huishoudens met zorgvraag Om de begrotingen voor huishoudens met een zorgvraag op te maken, zijn de zogenoemde zorgprofielen opgesteld. Hiermee bepalen we welke extra kosten dit huishouden heeft, en welke vergoedingen daar tegenover staan.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

De profielen zijn opgesteld door het Nibud, in samenspraak met Ieder(In) 6. Voor de alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd geldt het zorgprofiel waarbij voor het betreffende huishouden álle volgende uitgangspunten gelden: • Hartklachten • Bril • Gehoorapparaat • Rollator • Een medicijn dat door (aanvullende) zorgverzekering vergoed wordt • Lichte vorm van incontinentie • Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening • 3 uur huishoudelijke verzorging per week • 14 uur persoonlijke verzorging per week • 4 uur verpleging per week • Personenalarmering • Gebruik belbus/collectief vervoer • Woningaanpassing (drempels weg, verhoogde wc) Voor de alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd gelden álle volgende uitgangspunten: • Stofwisselingsziekte • Longproblemen • Hoog medicijngebruik (deels eigen bijdrage voor betalen) • Rolstoelgebonden • 2 uur huishoudelijke verzorging per week • 12 uur persoonlijke verzorging per week • 4 uur verpleging per week • Woningaanpassing (drempels weg, verhoogde WC) • Personenalarmering • Gebruik belbus / collectief vervoer

3.3.2 Collectieve zorgverzekering Zoals in paragraaf 3.2.2 staat beschreven, kent de gemeente Barneveld een uitgebreide collectieve zorgverzekering waar huishoudens met extra zorgkosten veel profijt van kunnen hebben: GarantVerzorgd 3. Via dit pakket is onder meer het verplicht eigen risico van 385 euro per jaar meeverzekerd, evenals de eigen bijdrage voor Wmo.

3.3.3 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Naast algemene taken, zoals het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente, heeft de gemeente op basis van de Wmo de volgende taken: • ondersteuning van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving, bijvoorbeeld door ____________________ 6

Ieder(In) is een belangenorganisatie voor mensen met een beperking of een chronische ziekte

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

•

begeleiding, zinvolle daginvulling, huishoudelijke verzorging, woningaanpassing, vervoer of een rolstoel; ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door trainingen, of ondersteuning in het geval dat de mantelzorger ziek is.

3.3.4 Begroting huishoudens met zorgvraag Gezien de zorgprofielen volgens paragraaf 3.3.1, zullen de beide begroting van de huishoudens met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen. •

De huishoudelijke verzorging heet in de gemeente Barneveld huishoudelijke ondersteuning en is een maatwerkvoorziening. Hiervoor betaalt de inwoner een eigen bijdrage. Deze huishoudelijke ondersteuning valt onder de eigen bijdragesystematiek van 19 euro per maand. Deze is inkomensonafhankelijk. De eigen bijdrage wordt volledig vergoed bij GarantVerzorgd 3. De verrekening van de huishoudelijke verzorging valt onder de post “eigen bijdragen/betalingen zorg”.

•

De persoonlijke verzorging en verpleging vallen in het basispakket van de zorgverzekering. Hiervoor komen er dus geen extra kosten bij.

•

De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid. Volgens het bovenstaande zorgprofiel maakt een oudere met zorgvraag gebruik van de maaltijdvoorziening. Een warme maaltijd, besteld bij stichting Maaltijd aan Huis en Welzijn Barneveld, kost gemiddeld 6,97 euro. Voor de maaltijdvoorziening is geen bijzondere bijstand mogelijk. Volgens de Nibud Prijzengids kost een warme maaltijd voor een oudere alleenstaande 2,51 euro per keer. Uitgaande van vijf maaltijden per week, zijn de meerkosten ten opzichte van een zelf gemaakt maaltijd 96,68 euro per maand. De meerkosten voor de maaltijdvoorziening zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “voeding”.

•

Het huishouden met een zorgvraag maakt gebruik van aanvullend vervoer. In de gemeente Barneveld geldt voor personen met een indicatie (daarvan gaan we uit bij de huishoudens met zorgvraag) een instaptarief van 1,01 euro. Daarnaast betaalt men 0,18 euro per kilometer. Bij meer dan 20 kilometer reizen betaalt de reiziger 1,75 euro per extra kilometer. - In de begrotingen wordt gerekend met vier ritten per maand van 5 kilometer enkele reis, wat neerkomt op 15,28 euro per maand. - Daarnaast rekenen we een aantal langere reizen voor bijvoorbeeld het bezoeken van een specialist. Daarbij gaan we uit van 4 ritten per jaar van 50 kilometer enkele reis. Omgerekend per maand gaat dit om een bedrag van 38,07 euro. Totaal gaat het dus om een bedrag van 53,35 euro per maand aan extra vervoerskosten vanwege zorg. Verder gaan we ervan uit dat er geen gebruik wordt gemaakt van de fiets; deze kosten (9,20 euro per maand) zijn daarom uit de begroting van de betreffende huishoudens gehaald. De vervoerskosten zijn opgenomen onder de post “vervoer”.

•

Voor de extra waskosten in verband met incontinentie gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op 10 euro per maand. Voor deze kosten

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

kan op basis van een medische indicatie bijzondere bijstand worden verstrekt. De kosten en de eventuele ondersteuning in het geval dat het huishouden op basis van de draagkrachtregels hiervoor in aanmerking komt, verrekenen we met de post “was- en schoonmaakmiddelen”. •

De eigen bijdrage voor medicijnen wordt voor 100 procent vergoed door de collectieve zorgverzekering als gekozen is voor het pakket GarantVerzorgd 3. Voor de huishoudens met een zorgvraag zijn we hiervan uitgegaan. Er komen in de begroting daarom geen extra kosten bij voor medicijnen.

•

De kosten voor hulpmiddelen en woningaanpassing (drempels weg, verhoogde wc), die vanuit de Wmo wordt toegekend, vallen onder de eigen bijdrage systematiek. Deze eigen bijdrage wordt vergoed vanuit de collectieve zorgverzekering. Voor de kosten die niet onder de Wmo vallen kan belasting worden teruggevraagd. Dit bedrag is berekend en te zien in de inkomstenpost “voorlopige aanslag”. De hoogte van de uiteindelijke kosten inclusief de vergoeding is verrekend bij de post “eigen bijdrage/betalingen zorg”.

•

De kosten voor de personenalarmering worden volledig vergoed vanuit de GarantVerzorgd 3. In de begrotingen komt er daarom geen bedrag meer bij.

•

Naast bovengenoemde zorgkosten rekenen we nog acht euro per maand voor attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc. Deze kosten zijn opgenomen onder de post “eigen bijdragen/betalingen zorg”.

De kosten en bijbehorende vergoedingen hebben betrekking op de zorgprofielen die voor dit onderzoek als uitgangspunt zijn genomen. Uiteraard kan het zorgprofiel per individu anders zijn en daarmee dus verschillend in kosten.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

4 Resultaten

4.1 Inkomsten min uitgaven Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De begrotingen zijn gepresenteerd in bijlage 2, hierbij zijn de inkomsten afgezet tegen de uitgaven. Het resultaat van deze begroting (inkomsten minus uitgaven) geeft het beeld weer wat het huishouden overhoudt of tekort komt als alle uitgaven zijn gedaan. Deze resultaten zijn in de volgende tabel gepresenteerd en kunnen positieve of negatieve waarden opleveren, het huishouden houdt geld over of komt geld tekort. Deze tabel 1 bestaat naast de eerste kolom met daarin de inkomensgrenzen, uit vier andere kolommen. De bedragen in deze kolommen zijn de resultaten van de begrotingen uit bijlage 2, als het huishouden: 1. alleen de uitgaven uit het basispakket heeft; 2. zowel de uitgaven uit het basispakket als voor sociale participatie heeft; 3. alleen de uitgaven uit het basispakket heeft, rekening houdend met de Individuele Inkomenstoeslag (IIT); 4. zowel de uitgaven uit het basispakket als voor sociale participatie heeft, rekening houdend met de Individuele Inkomenstoeslag (IIT). Als het huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven.

Wanneer het huishouden minder overhoudt bij een hoger inkomen in vergelijking tot één of meerdere lagere inkomens (armoedeval), dan is dit zichtbaar gemaakt met een pijltje. Hierbij geldt dat: • een rood pijltje een armoedeval is ten opzichte van de situatie met een bijstandsuitkering of AOW is (uitstroomval/werkloosheidsval); • een grijs pijltje een armoedeval is ten opzichte van het eerdere inkomensniveau in de kolom (doorstroomval). Het kan voorkomen dat een huishouden op een bepaald inkomensniveau te maken heeft met zowel een doorstroom- als een uitstroomval. In dat geval kleurt het pijltje rood. Belangrijk te realiseren is dat bij lezen van de tabel het pijltje al zichtbaar is bij een verschil van 1 euro. En het pijltje verandert niet in grote als de armoedeval groter is, een verschil van een paar euro geeft een zelfde formaat pijltje als een verschil van tientallen euro’s. Zo kunnen we in de tabel lezen dat een alleenstaande van de bijstandsuitkering 207 euro per maand overhoudt nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan. Als naast de uitgaven uit het basispakket ook alle uitgaven aan sociale participatie zijn gedaan, dan heeft dit huishoudtype 122 euro. Bij alle inkomsten en uitgaven is rekening gehouden met alle landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen waarop het huishouden recht heeft.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2022

Heeft dit huishouden te maken met een langdurig laag inkomen en voldoet het aan de andere voorwaarden genoemd in paragraaf 3.2.3, dan staan de resultaten in de tabel in de derde en vierde kolom. Zo houdt de alleenstaande met een bijstandsuitkering bij recht op individuele inkomenstoeslag 29 euro per maand meer over dan als er geen recht is op deze IIT. Bij alleen de basisuitgaven is dat bedrag 236 euro en wanneer het huishouden daarnaast ook de uitgaven aan sociale participatie betaalt is dat 151 euro.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=fa8ef165-6ccd-43d4-a9d8-205b70c1cb32