B-1.13 Besluit B&W inzake 4e jeugdrapportage werkprogramma jeugd d.d. 16-11-21.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Sociaal Domein Behandelaar: Essousi, Ali Telefoonnummer: 0342-495 248 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. 1762 Barneveld, 16 november 2021 Portefeuillehouder: P.J.T. van Daalen Op overzicht Bestaand beleid (website)
4e Jeugdrapportage Werkprogramma Jeugd 2019-2021 (periode: januari-augustus 2021)
Gevraagde beslissing: 1. Kennis te nemen van de analyse op hoofdlijnen en het eindrapport van de visitatiecommissie (inclusief bestuurlijke reactie). 2. In te stemmen met de 4e jeugdrapportage Werkprogramma Jeugd 2019-2021 (periode: januari-augustus 2021) 3. De gemeenteraad te informeren (rubriek B) en de rapportage als bijlage mee te zenden.
Inleiding Op 3 maart 2021 is in de commissie Samenleving de derde jeugdrapportage besproken. Hierbij is de commissie bijgepraat over de (tussentijdse) voortgang en onzekerheden binnen de jeugdhulp gedurende de coronacrisis. Na bekendmaking (eind augustus) van de tweede voortgangsrapportage Jeugdhulpregio FoodValley bleek dat de kostengroei binnen de jeugdhulp groter is dan oorspronkelijk geprognotiseerd. Om de kostengroei te kunnen duiden is een analyse uitgevoerd. De uitkomsten van deze analyse, de link met corona en de kostengroei in relatie tot het kostenniveau van Barneveld zijn als bijlage toegevoegd. Daarnaast is de zorginhoudelijke verdieping en aanpak nader uitgewerkt in de bijgevoegde 4e jeugdrapportage Jeugd 2019-2021 (januariaugustus 2021). De acties die hieruit volgen worden opgepakt in de Taskforce Jeugd. Verder heeft de gemeente Barneveld zich laten visiteren om ook een onafhankelijk oordeel te krijgen over de mate van grip binnen het Sociaal Domein. Daarbij is het positief dat de visitatiecommissie heeft geconcludeerd dat het niveau van grip van de gemeente Barneveld kan worden gezien als: goed en in voortdurende ontwikkeling. De commissie is van mening dat Barneveld als voorbeeld kan dienen voor andere gemeenten uit de regio of zelfs uit geheel Nederland. Daarnaast wordt ook ingegaan op zaken waar mogelijk nog verbetermogelijkheden zijn.
Het eindrapport van de landelijke visitatiecommissie (VNG) is als bijlage toegevoegd. Onze bestuurlijke reactie is als onderdeel opgenomen in het rapport. Eén van de adviezen van de visitatiecommissie is het opstellen van een gezamenlijk ontwikkel- en preventieplan rondom onderwijs, waarbij uiteen wordt gezet hoe scholen en zorgaanbieders elkaar kunnen versterken. In overleg met de scholen zijn wij gestart met een gezamenlijke preventieplan. Een onderdeel van het preventieplan is een gezamenlijk werk en ontwikkelagenda. Voor het vullen van een gezamenlijke werk- en ontwikkelagenda sluiten wij aan bij verkenningen die lopen in het kader van Nationaal Programma Onderwijs. Bijlage -
Analyse op hoofdlijnen: verloop jeugdhulp 2021 4e Jeugdrapportage 2019-2021 (januari-augustus 2021) Eindrapport: Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein (Gemeente Barneveld)
Analyse op hoofdlijnen: verloop jeugdhulp 2021
Datum: 16 november 2021 Ter attentie van:
Afzender:
Gemeenteraad College
Inleiding Tijdens de behandeling van de programmabegroting 2021 op 11 november 2020 is de Raad geïnformeerd over een verhoogde prognose voor 2021 vanwege een (te verwachten) kostengroei, die deels het gevolg is van de coronacrisis. Daarbij is ook opgemerkt dat de definitieve kostengroei sterk afhankelijk is van de mate waarin de jeugdhulptrajecten zich ontwikkelen gedurende de coronacrisis. In de tekst van de voorgaande programmabegroting staat: de aantallen en de zorgzwaarte van jeugdhulptrajecten kunnen om diverse redenen op, onder of boven het niveau van vóór de coronacrisis uitkomen en dat maakt het een onzekere factor in de prognose. Op 3 maart 2021 is de Raad in de commissie Samenleving bijgepraat over het verloop binnen de jeugdhulp. Daarbij is melding gemaakt van een kostengroei terwijl er minder kinderen gebruik maken van de jeugdhulp. Dit was deels een verwezenlijking van de eerdergenoemde verwachting van verzwaarde jeugdhulptrajecten gedurende en na de coronacrisis. Na de lockdown lijken hulpvragen intensiever van aard. Daarnaast is ook geconstateerd dat de doorzetting van het transformatie-effect is gestagneerd omdat de uitvoering transformatieprojecten grotendeels is vertraagd tijdens de coronacrisis. Hierdoor nam ook de demping van de kostengroei af.
Na bekendmaking (eind augustus) van de tweede voortgangsrapportage Jeugdhulpregio FoodValley bleek dat de kostengroei binnen de jeugdhulp groter is dan eind 2020 geprognotiseerd. In de maandrapportage van september 2021 is de Raad medegedeeld dat de transformatie Specialistische Jeugdhulp negatief afwijkt op financieel vlak. De definitieve kostengroei krijgt steeds meer omlijning en is fors hoger dan eerder verwacht en geprognosticeerd. Op basis van deze actuele financiële werkelijkheid moet het budget voor 2021 worden bijgesteld. Om de kostengroei te kunnen duiden is een analyse uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zijn vertaald naar een aanpak om erger te voorkomen en/of verbeteringen toe te passen in het jeugdhulpveld van Barneveld. Deze memo bevat de hoofdlijnen van deze analyse waarbij wordt ingegaan op de uitkomsten van deze analyse, de link met corona en de kostengroei in relatie tot het kostenniveau van Barneveld. De zorginhoudelijke verdieping en aanpak zijn nader uitgewerkt in de bijgevoegde 4e jeugdrapportage Jeugd 2019-2021 (januari-augustus 2021). De acties die hieruit volgen worden opgepakt in de Taskforce Jeugd.
Verder heeft de gemeente Barneveld zich laten visiteren om ook een onafhankelijk oordeel te krijgen over de mate van grip binnen het Sociaal Domein. Daarbij is het geruststellend dat de visitatiecommissie heeft geconcludeerd dat het niveau van grip van de gemeente Barneveld kan worden gezien als: goed en in voortdurende ontwikkeling. Daarnaast wordt ook ingegaan op zaken waar mogelijk nog verbetermogelijkheden zijn. Het eindrapport van de landelijke visitatiecommissie (VNG) is als bijlage toegevoegd.
Analyse jeugdhulp in hoofdlijnen Gedurende de lockdowns (t/m februari 2021) Aantal cliënten
Waarde per cliënt
Bedrag goedgekeurd
Na de lockdowns zijn duidelijke trends zichtbaar geworden. Deze trends hebben betrekking op het aantal cliënten in zorg, clientwaardes en zorgkosten gerelateerd aan 3 belangrijke fasen: intelligente lockdown (maart 2020 – juni 2020), gedeelte lockdown (oktober 2020 – december 2020) en de harde lockdown (december 2020 – februari 2021). Daarnaast is er een trend zichtbaar na de deze lockdowns (zogenaamde inhaalzorg). Gedurende alle lockdowns is zichtbaar geworden dat er minder jeugdigen zijn geholpen binnen de jeugdhulp. Tijdens deze perioden duikt het aantal jeugdigen in de jeugdhulp onder het niveau van dezelfde periode een jaar daarvoor (zie 1e plaatje). Dit lijkt een logisch gevolg van fysiek beperkende maatregelen gedurende de lockdowns. Niet alle zorgvormen zijn geschikt om op afstand te leveren. Tegelijkertijd zijn de clientwaardes gedurende dezelfde periodes toegenomen (zie 2e plaatje). Dit duidt erop dat de jongeren die wel jeugdhulp kregen, meer of zwaardere jeugdhulp ontvingen dan voorheen. Daarnaast zijn jeugdhulpaanbieders op basis van landelijke richtlijnen gecompenseerd voor omzetverlies. Mede door de toegenomen clientwaardes en omzetcompensatie heeft een afname van aantal jeugdigen nooit geleid tot een afname van jeugdhulpkosten.
De bestaande kostengroei heeft zich evenredig doorgezet (zie 3e plaatje) gedurende de lockdowns ondanks de periodieke afname van jeugdhulptrajecten. Op basis van de toenmalige cijfers werd eind 2020 ingeschat dat er na deze lockdowns een nieuwe piek kan worden verwacht van gestaakte jeugdhulptrajecten, die wellicht in een zwaardere vorm zal worden herstart (zogenaamde inhaalzorg). Deze piek is gaan spelen na de laatste lockdown (vanaf februari 2021) en blijkt vele malen hoger dan de verhoogde prognose eind 2020 (zie 3e plaatje). Na de lockdowns (vanaf maart 2021) De prognose was op basis van de toenmalige bevindingen eind 2020 verhoogd maar de daadwerkelijke groei blijkt op basis van de Tweede Voortgangsrapportage (Q2) veel malen hoger dan verwacht. Het totaal aantal cliënten en jeugdhulpkosten lijken vooral te pieken gedurende en na de lockdowns en weer te stabiliseren vanaf juli 2021 maar het is te vroeg om op basis hiervan conclusies te trekken. Tegelijkertijd zien wij (na een nadere verdieping) dat de onderdelen ‘Begeleiding specialistisch’ en ‘JeugdGGZ’ fors hoger uitkomen dan een jaar geleden. Deze onderdelen zijn overwegend verantwoordelijk voor de forse kostengroei van de afgelopen maanden:
Begeleiding Specialistisch Aantal cliënten
Waarde per cliënt
Bedrag goedgekeurd
Waarde per cliënt
Bedrag goedgekeurd
Jeugd-GGZ Aantal cliënten
De kostengroei is dus grotendeels toe te schrijven aan toenames binnen de deelsegmenten Begeleiding Specialistisch en Jeugd-GGZ. Bij Begeleiding Specialistisch ligt het aantal cliënten en de jeugdhulpkosten fors hoger zonder dat er zicht is op stabilisatie van deze toenames. Bij de Jeugd-GGZ lijken de pieken zich meer om te zetten in dalen en bewegen zich richting het niveau van een jaar geleden. Deze trend moet langer gemonitord worden om daadwerkelijk te kunnen concluderen dat het om een stabilisatie gaat. Begeleiding specialistisch en Jeugd-GGZ Op basis van deze kwantitatieve bevindingen heeft een kwalitatieve vervolgverdieping plaatsgevonden in de vorm van dossieronderzoek van actieve jeugdzorgbeschikkingen binnen deze kostenverhogende onderdelen van de jeugdhulp. Momenteel zijn meer dan 300 dossiers geanalyseerd binnen ‘Begeleiding Specialistisch’ en ‘Jeugd-GGZ’. Begeleiding Specialistisch Het betreft vooral gedragsproblematiek en opvoedproblematiek samenhangend met een diagnose bij de jongere en soms ook ouders. Hierbij valt vaak op dat de diagnose ASS, ADHD, of aanverwanten zijn gesteld bij de jongere. Hulp is vaak gericht op psycho-educatie, pedagogische handvatten voor ouders en school, helpen initiatief nemen in sociale situaties. Vaak vindt deze hulp plaats na een GGZ-traject.
Begeleiding Specialistisch wordt overwegend door de gemeente toegewezen (70%), daarna door de Gecertificeerde instelling (24%) en huisarts/medische specialist (6%). Het gaat regelmatig om trajecten van langer dan een jaar. Jeugd-GGZ Jeugd-GGZ betreft een gevarieerde ondersteuningsvraag met betrekking tot diagnostiek, (breed) onderzoek, trauma, ambulante ondersteuning, behandeling en/of begeleiding. De meeste trajectenduren maximaal 2 jaar. Een aantal trajecten duren langer dan 2 jaar. Bij 55% van de cliënten is de huisarts de verwijzer. Bij 34% van de cliënten is de gemeente de verwijzer. De gespreksvoerders zijn dus bij ongeveer 1/3 van de cliënten betrokken. Afgelopen periode kent een lichte groei van verwijzingen, het sterkst bij de gemeente. De financiële waarde van de verwijzing is het hoogst bij GI en medisch specialisten, maar dit betreft slechts een klein aantal kinderen. Ook de gemiddelde trajectwaarde ligt bij de gemeente hoger dan bij de huisarts (+35%).
Een verdergaande verdieping en de vertaling daarvan naar een aanpak zijn integraal uitgewerkt in de 4e Jeugdrapportage Jeugd 2019-2021 (januari-augustus 2021).
Kostengroei in relatie tot kostenniveau De bovenbeschreven kostengroei gaat vooral over een toename in kosten die niet in deze mate waren begroot (oorspronkelijk geprognotiseerd). De uitgewerkte analyse is gericht op het creëren van begrip voor onderliggende (maatschappelijke) ontwikkelingen en de vertaling naar een aanpak om erger te voorkomen en/of verbeteringen toe te passen in het jeugdhulpveld van Barneveld. De (toegenomen) kostengroei leidt tot een verhoging van het kostenniveau maar geeft in essentie geen waardeoordeel over het kostenniveau van de jeugdhulp in de gemeente Barneveld. Hooguit een indicatie van zorgvormen die een bepaalde alertheid vragen. Om een waardeoordeel te kunnen vormen over het kostenniveau van de jeugdhulp van de gemeente Barneveld is het relevant om het lokale kostenniveau ook in regionaal en landelijk context te bezien. Hierdoor ontstaat een compleet beeld van lokale ontwikkelingen in relatie tot regionale/landelijke ontwikkelingen. Regionaal Regionaal bekeken is ook zichtbaar dat begeleiding en de Jeugd-GGZ de grootste stijgers zijn. Barneveld is daar niet uniek in maar kent wel een grote kostengroei binnen deze onderdelen: Barneveld Ede Nijkerk Renswoude Rhenen Scherpenzeel Veenendaal
Begeleiding 0,6 0,5 0,2 0,0 0,2 0,1 0,4
Behandeling 0,2 0,6 0,4 0,1 -0,2 -0,1 -0,5
GGZ 0,6 0,1 0,4 0,1 0,0 0,3 1,2
Groep 0,0 -0,1 -0,2 0,0 0,0 0,0 0,2
Verblijf 0,2 -1,2 -0,2 -0,1 -0,1 0,1 -0,1
Eindtotaal 1,4 -1,1 0,3 0,1 -0,2 0,3 1,5
* Alleen de velden met significante afwijkingen in miljoenen euro’s zijn gemarkeerd. Leeg veld 0 betekent niet dat er geen verandering van kosten zijn. ** Let wel: Dit is de stand van het Dashboard in juli 2021 (geladen facturaties t/m juni 2021)
Op basis van CBS-data (2020) ligt het aandeel Barneveldse jeugdigen (8,2%) binnen de ambulante jeugdhulp lager dan het regionale gemiddelde (9,7%).
Landelijk Op basis van CBS-data (2020 ligt het aandeel Barneveldse jeugdigen (8,2%) binnen de ambulante jeugdhulp ook lager dan het landelijke gemiddelde (10,1%).
Samenvattend kan worden gezegd dat de ambulante jeugdhulp in alle regiogemeenten toeneemt, waarbij begeleiding en Jeugd-GGZ de grootste stijgers zijn. Barneveld kent wel een grotere kostengroei vergeleken met de regiogemeenten. Alleen Veenendaal groeit harder in relatie tot Jeugd-GGZ. Het lijkt erop dat het corona-effect in Barneveld iets forser is vergeleken met regiogemeenten. - Een constatering uit het dossieronderzoek is dat Barneveldse jeugdigen zwaardere ambulante jeugdhulpverlening krijgen. Als reactie hierop zijn transformatieprojecten uitgewerkt in de 4e jeugdrapportage Jeugd. Deze worden opgepakt in de Taskforce Jeugd. - Daarnaast zien we dat een deel van ambulante hulp wordt gestapeld op de residentiele jeugdhulp van jeugdigen die op basis van voogdij zijn geplaatst. Het aandeel voogdijplaatsingen in Barneveld is groter in vergelijking met de regiogemeenten. Ook de visitatiecommissie is opgevallen dat gestapelde voorzieningen een uitdaging zijn voor de financiële beheersbaarheid: één van de bevindingen van de visitatiecommissie is dat het onduidelijk is of transformatieprojecten voldoen om deze stijgende kosten structureel af te buigen. Deze ontwikkelingen worden opgelost met het nieuwe woonplaatsbeginsel per 2022.
Als we (los van de kostengroei) kijken naar de het totaal aantal jeugdigen dat gebruik maakt van ambulante jeugdhulp ligt het verbruik binnen Barneveld (vooralsnog) onder het regionale en landelijke gemiddelde.
Rapportage Werkprogramma Jeugd 2019-2021 Gezond opgroeien en opvoeden in Barneveld
Peildatum: Periode:
5 november 2021 januari 2021 – augustus 2021
De rapportage Jeugd geeft een samenvatting op hoofdlijnen van de financiële en inhoudelijke uitwerking van het Werkprogramma Jeugd. Deze rapportage geeft een actueel beeld van de kostenprognose, financieel- en inhoudelijk verloop en de verwijsstromen. Daarnaast gaan we in op de toe- en afname van de jeugdhulpkosten, het transformatie-effect en de reservering voor na te komen kosten. De rapportage zoomt in op de kostenontwikkeling binnen de gemeten periode in verhouding tot dezelfde periode vorig jaar (VJ).
-1-
Leeswijzer Kostenprognose
Analyse Kosten- en Cliënten Ontwikkeling
De kostenprognose is een actuele verwachting van de jeugdhulpkosten in een betreffend jaar ten opzichte van de begroting. Naast de kosten voor de specialistische jeugdhulp bevat de prognose ook de kosten voor PGB en lokale voorzieningen. Daarnaast is het transformatie-effect verwerkt.
De veranderingen binnen de diverse zorgvormen zijn het resultaat van de maatschappelijke in- en uitstroom binnen de Jeugdhulp. Per zorgvorm volgt een toelichting op de cijfers, betrokken jeugdhulpaanbieders en welke acties in gang zijn gezet.
Kosten- en cliënten ontwikkeling
Transformatie-effect
Dit onderdeel brengt het totale kosten- en cliëntenverloop in beeld. Totale kostenverloop Het totale kostenverloop is een resultaat van de totale toe- en afname van de jeugdhulpkosten in de gemeten periode. Dit resultaat wordt nader geduid door een uitsplitsing van jeugdhulpkosten binnen diverse zorgvormen, indexatie, reservering en het transformatie-effect. Het kostenverloop wordt via deze onderdelen in beeld gebracht om de veranderingen binnen deze onderdelen zo zuiver mogelijk te presenteren. Totale cliëntenverloop Het totale cliëntenverloop is een resultaat van de totale toe- en afname van de cliënten in de gemeten periode.
Het transformatie-effect is het resultaat van de transformatieprojecten. Het gaat om acties en casussen die zijn opgepakt als uitvoering van de transformatieprojecten uit het Werkprogramma Jeugd en waarvan de transformatiedoelen zijn behaald.
Reservering De reservering is een calculatorische berekening gebaseerd op schattingen voor nog te ontvangen facturen. Deze scenario’s zijn gebaseerd op het facturatiegedrag van jeugdhulpaanbieders.
Verwijsstromen Een deel van de toegang tot de Jeugdhulp loopt buiten de gemeente om. Deze verwezen cliënten dragen een aanzienlijk deel van de jeugdhulpkosten. Het aandeel in cliënten en kosten van deze verwijzers wordt inzichtelijk gemaakt bij Verwijsstromen.
-2-
Januari 2021 t/m Augustus 2021 ONTWIKKELING CLIENTEN (#)
Het aantal cliënten is afgenomen met 6 cliënten.
- 6
ONTWIKKELING KOSTEN (€)
+€ 1.371.663
Het kostenniveau is € 1.371.663 hoger in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Deze kostengroei bestaat voor € 500.000 uit een loon- en prijsindexatie.
+€ 625.322 16,9% +19 cliënten 3,4% +€ 327.454 15,2% +35 cliënten 4,5% +€ 500.849 €110.348 7,0% +9 cliënten 10,1% -€ 375.207 12,6% -39 cliënten 7,0%
Groep, Begeleiding & Behandeling
Jeugd-GGZ
RESERVERING Residentieel
Overige Zorgvormen
RESERVERING
€ 293.245 -3-
Samenvatting Deze kostengroei is lager dan de potentiële kostengroei omdat het transformatie-effect (een deel van) de totale potentiële kostengroei dempt. Het transformatie-effect is het resultaat van behaalde projectdoelen binnen de gemeten periode.
TRANSFORMATIE-EFFECT
-€ 322.371
De (gedempte) kostengroei bestaat uit het de groei van jeugdhulpverbruik binnen diverse zorgvormen en de reservering voor na te komen facturen. Samen tellen deze op tot de kostengroei (€ 1.371.663).
Kosten- en Cliënten Ontwikkeling 2021 Bijgaand overzicht bevat de maandelijkse trend in 2021. De kosten- en cliëntenontwikkeling zijn in beeld gebracht in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. TOT EN MET:
Januari Februari Maart April Mei € 1.678.919 € 3.306.344 € 5.010.270 € 6.592.901 € 8.251.963
Juni € 10.056.509
Juli € 12.306.146
Augustus € 13.800.287
GOEDGEKEURDE KOSTEN 2021 waarvan indexatie
€ 1.962.890
€ 3.766.537 € 5.867.240
€ 7.749.387
€ 9.525.676
€ 11.349.101
€ 13.349.195
€ 14.878.705
(55.085)
(104.915)
(242.803)
(275.213)
(342.740)
(398.610)
(500.000)
KOSTENVERLOOP
+283.970 +460.194 +856.969 +1.156.486 +1.273.713 +1.292.592 +1.043.049 +1.078.418
GOEDGEKEURDE KOSTEN 2020
(167.368)
September
Oktober
November
December
Septemb er
Oktober
November
December
RESERVERING
0
6.924
24.379
56.888
137.475
TOTALE KOSTENVERLOOP
+283.970
+467.118
+881.348
+1.213.374
+1.411.188 +1.602.397 +1.190.691 +1.371.663
TRANSFORMATIE EFFECT
-75.618
-134.972
-182.797
-224.307
-262.013
-290.902
-310.569
-322.371
TOT EN MET:
Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
AANTAL CLIENTEN 2020 AANTAL CLIENTEN 2021
1089
1192
1265
1321
1355
1402
1446
1501
1075
1150
1222
1284
1332
1376
1453
1495
CLIENTEN (#) ONTWIKKELING
-14
-42
-43
-37
-23
-26
+7
-6
309.805
-4-
295.104
293.245
Kostenprognose 2021 Kosten specialistische jeugdhulp
Primitieve Begroting 2021
Bijgestelde Prognose 2021 (Q1)
Bijgestelde Prognose 2021 (Q2)
Actuele Prognose 2021
19.500.000
20.700.000
23.200.000
23.200.000
Prognose kosten Jeugdhulp 2021 Transformatie-effect 2021
23.200.000 -400.000
Begroting 2021 Tekort realisatie ten opzichte van budget
19.500.000 3.800.000
Structureel budget specialistische Jeugdhulp 2021: in de primitieve begroting van 2021 is € 19.500.000 opgenomen op basis van de inschatting eind 2020. Hierbij is uitgegaan van een extra kostengroei a € 250.000 als mogelijke aanvullende inhaalzorg na de coronacrisis. Begin 2021 (Q1) bleek (na eindafrekening van de compensatie omzetverlies jeugdhulpaanbieders) een structurele verhoging van € 1.200.000 aan de orde tot een budget van € 20.700.000. Na de zomer (Q2) bleek de verhoging nog groter tot een budget a € 23.200.000 (scenario II). Dit is een verhoging van € 3.800.000 ten opzichte van de primitieve begroting.
Ondanks de kostengroei is er nog steeds een (verminderde) transformatie-effect. Deze dempt de kostengroei (deels) maar is (nog) niet zo groot dat het de kostengroei aanzienlijk terugdringt.
Deze prognose is exclusief aanvullende (hoge) kosten die de gemeente Barneveld moet maken voor jongeren die bij het sluiten van De Hoenderloo Groep naar De Glind zijn verhuisd, en waarbij nog niet gewerkt wordt volgens het nieuwe woonplaatsbeginsel. Naar aanleiding hiervan ontvangt Barneveld (zoals uitgewerkt in de laatste meicirculaire) een voorfinanciering vooruitlopend op de afsluitende compensatieregeling.
-5-
Analyse Kosten- en Cliënten Ontwikkeling Jan-Aug 2021 ONTWIKKELING KOSTEN (€)
+€ 1.371.663
Het kostenniveau is € 1.371.663 hoger in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Het aantal cliënten binnen de specialistische Jeugdhulp is met 6 cliënten afgenomen. Vanaf pagina 7 zijn de onderliggende ontwikkelingen nader uitgewerkt.
INDEXATIE
€ 500.000
De kostengroei wordt deels veroorzaakt door een loon- en prijsindexatie. De huidige indexatie (tot en met augustus 2021) heeft een kostenverhogend effect (€ 500.000).
TRANSFORMATIE-EFFECT
-€ 322.371
De toegenomen kostengroei werd in verhouding groter dan het transformatie-effect (demping) door een tijdelijke staking/vertraging van transformatieprojecten. Desondanks is er een transformatie-effect bereikt. Het transformatie-effect is grotendeels een doorlopend resultaat van de inspanningen uit 2019. Dat geeft aan dat de bereikte transformaties van 2019 een duurzaam effect heeft Domein-overstijgende kosten (WMO) Het bovengenoemde transformatie-effect is grotendeels bereikt door een versnelde uitstroom uit de residentiele jeugdhulp. Dit vraagt in sommige gevallen om vervolgvoorzieningen in andere domeinen waarvoor kosten worden gemaakt. Tijdens het ontwikkelen van vervolgvoorzieningen voor jongeren die richting zelfstandigheid gaan, zijn diverse WMO-producten ingezet als vervolgvoorziening om afschaling mogelijk te maken. Hierbij zijn aanvullend WMO-kosten gemaakt. Specifiek gaat het om afschalingen waarvoor in de periode januari-augustus 2021 WMO-kosten zijn gedeclareerd ten bedrage van: € 22.280
Het transformatie-effect bedraagt netto +/- €300.000 na aftrek van de WMO-kosten.
RESERVERING
€ 293.245
In de totale kosten is een reservering opgenomen voor na te komen facturen. € 293.245 is een calculatorische berekening van te verwachten/na te komen kosten in de periode januari 2021augustus 2021. De berekening is gebaseerd op het betaalgedrag van jeugdhulpaanbieders.
Daarnaast zien we een groei binnen de zorgvormen behandeling, begeleiding en GGZ. De daling binnen Residentieel is aan het stagneren ten opzichte van vorig jaar.
Groep, Begeleiding & Behandeling
Jeugd- GGZ
Residentieel
6
Algemeen
Groep, Begeleiding en Behandeling Toename van € 625.322 en 19 cliënten Periode Januari 2021
Aantal cliënten
Aantal cliënten VJ
Aantal cliënten Groei tov VJ
577
558
+ 19
Augustus 2021
Bedrag Goedgekeurd
Bedrag Goedgekeurd VJ Bedrag Goedgekeurd Groei tov VJ
€ 4.328.520
€ 3.703.198
+€ 625.322
Analyse De kosten- en cliëntenontwikkeling ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden binnen Groep, Begeleiding en Behandeling is als volgt op te splitsen: - Groep Toename van € 74.662 en afname van 7 cliënten - Begeleiding Toename van € 490.885 en 15 cliënten - Behandeling Toename van € 59.775 en 9 cliënten Groep
Toename van € 74.662 en afname van 7 cliënten
Ruim 87% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 83% van de jeugdhulpkosten binnen groepsbegeleiding.
De kosten nemen toe en de cliënten dalen. De grootste zorgintensiteit (per client) zit bij aanbieders met specialistische voorschoolse dagbehandelingen. Dit gaat om jeugdigen in de leeftijd 0-4 jaar bij aanbieders zoals Addullam, Het Robertshuis, Amerpoort, Youke en ’s Heerenloo. We zien dat er regelmatig jeugdhulp wordt ingezet tijdens schooltijd. Dit gaat over de segmenten heen. Dit betreft vaak groeps -en individuele begeleiding (inzet zorgboerderij, aanvullende begeleiding, dagbehandelingen). Boer&Zorg is de aanbieder met de meeste cliënten binnen het segment (42%) terwijl de kosten relatief meevallen (26%). Er zit wel een lichte groei bij Boer&Zorg. Een afname van groepsbegeleiding is overwegend zichtbaar bij Stichting Breder en Youké. Dit duidt op een positieve werking van het actieplan van ‘exclusieve’ opvang naar ‘inclusieve’ opvang.
7
Begeleiding
Toename van € 490.885 en 15 cliënten
Ruim 79% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 64% van de jeugdhulpkosten binnen groepsbegeleiding. Ruim 17% van de cliënten zijn door de Gecertificeerde Instelling verwezen. Deze cliënten dragen 29% van de jeugdhulpkosten binnen begeleiding.
De kosten binnen begeleiding stijgen forser samen met het aantal cliënten; dit duidt op meer zorgverbruik. In de bovengenoemde kostengroei is een uitzonderlijk dure (buitenregionale) plaatsing in De Glind verwerkt. Deze plaatsing heeft via een GI plaatsgevonden en bevat een intensief ambulant begeleidingstraject. Het aandeel van deze plaatsing is € 225.747 in de periode januari-augustus. Binnen begeleiding regulier is een afname aan cliënten en kosten zichtbaar. Dit duidt op een positieve werking van het projectplan ‘Ambulante gezinsbegeleiding in het preventieveld’. De evaluatie loopt momenteel. De groei zit overweging binnen begeleiding specialistisch. Naar aanleiding hiervan heeft een dossieronderzoek plaatsgevonden: Doelgroep: Betreft vooral gedragsproblematiek en opvoedproblematiek samenhangend met een diagnose bij de jongere en soms ook ouders. Hierbij valt vaak op dat de diagnose ASS, ADHD, of aanverwanten zijn gesteld bij de jongere. Hulp is vaak gericht op psycho-educatie, pedagogische handvatten voor ouders en school, helpen initiatief nemen in sociale situaties. Vaak vindt deze hulp plaats na een GGZ-traject. Bevindingen: Afweging bij inzet van reguliere of specialistische begeleiding is niet helder terwijl specialistische begeleiding het dubbele kost.
Mogelijke inzet van interventies die niet onder de jeugdwet vallen zoals vaktherapie-achtige hulpvormen en vormen die lijken op relatietherapie. Sommige jeugdhulpaanbieders krijgen hun verwijzingen overwegend van andere verwijzers zonder betrokkenheid van de gemeente. Bij sommige jeugdhulpaanbieders roept de verwijsroute vragen op. De inzet van trajecten starten in meerdere gevallen vanuit school en komen via de huisarts in de Jeugdhulp terecht. Een aantal dossiers kennen in de tijd veel verschillende aanbieders (en soms ook gespreksvoerders). Gebrek aan specifieke hulpvormen zoals Moederkind-voorzieningen. Er lopen momenteel twee moeder en kind plaatsingen. De aanbieder rekent naast een verblijfstarief een aanzienlijke inzet aan aanvullende individuele specialistische begeleiding (€ 192.387) in de periode januari-augustus.
Behandeling
Toename van € 59.775 en 9 cliënten
Ruim 60% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 55% van de jeugdhulpkosten binnen behandeling. Ruim 29% van de cliënten zijn door de Gecertificeerde Instelling verwezen. Deze cliënten dragen 41% van de jeugdhulpkosten binnen behandeling.
De kosten binnen behandeling en het aantal cliënten stijgen. In Barneveld zien we een forse toename van Ambulant Specialistisch (licht, middel en zwaar). De toename van de inzet van deze behandelingsvormen speelt voornamelijk bij De Rading, Pluryn en Reinarde. De casussen binnen de Behandeling kennen dezelfde kenmerken als begeleiding specialistisch. Deze worden meegenomen als vervolg op bovengenoemde dossieronderzoek.
8
Acties De volgende acties zijn in gang gezet:
Afname groepsbegeleiding na schooltijd of in het weekend Ontwikkelpotentieel We zien dat er in Barneveld (en ook in de regio FoodValley) veel gebruik wordt gemaakt van ‘exclusieve’ opvangvoorzieningen. Kinderen worden meer en vaker opgevangen na schooltijd/in het weekend samen met andere kinderen met een ondersteuningsvraag. Dit komt niet overeen met onze opdracht, onze ambitie om te streven naar een inclusieve maatschappij. Aan de hand van een actieplan zijn de eerste resultaten zichtbaar. Een verbreding naar meerdere jeugdhulpaanbieders binnen ‘Groep’ gaat worden ingezet.
Beoogd resultaat
Status
1. Afwegingskader ‘exclusieve’ opvang naar ‘inclusieve’ opvang. 2. Afname inzet van specialistische groepsbegeleiding door o.a. inzet op passende vrijetijdsvoorzieningen
Afgerond Lopend: verloop monitoren
Ambulante begeleiding in het voorveld Omschrijving Een primaire analyse van deze ontwikkeling maakt inzichtelijk dat ambulante begeleiding- en behandelingsvormen specialistischer worden. Volgens betrokken jeugdhulpaanbieders heeft dat te maken met zwaardere hulpvragen. Samen met het CJG wordt bekeken in hoeverre ambulante begeleidingsvormen in het voorveld kunnen worden aangeboden zodat hulpvragen eerder (in een lichtere fase) worden gesignaleerd en opgepakt.
Beoogd resultaat
Status
1. Ambulante begeleidingsvormen organiseren in het voorveld.
Lopend
2. Afname inzet van individuele begeleiding (regulier)
Lopend: evaluatie gestart
Specialistische voorschoolse dagbehandelingen Ontwikkelpotentieel Er is een forse (financiële) inzet binnen groepsbegeleiding vindt plaats in de leeftijd 0-6 jaar. Dit zijn specialistische voorschoolse dagbehandelingen. Door de ondersteuning naar de reguliere peuteropvang/voorschoolse locaties te brengen kunnen we werken aan inclusieve voorschoolse opvang. Peuters met een extra ondersteuningsvraag worden niet verplaatst naar specialistische settings, maar krijgen de ondersteuning zoveel als mogelijk op de regulier plek. Ouders betalen de peuteropvang en de gemeente betaalt de benodigde ondersteuning. Ook de uitstroom naar onderwijs vanaf 4 jaar wordt vroegtijdig voorbereid.
Beoogd resultaat
Status
1. Inventariseren casussen/gespreksverslagen.
Afgerond
2. Toegang via MDO-jonge kind positioneren en regie intensiveren
Moet starten: zsm
3. Benodigde voorwaarden inventariseren bij aanbieders en regulier voorschools aanbod +voorwaarden realiseren.
Moet starten: zsm
9
Alternatieve inzet jeugdhulp tijdens schooltijd Ontwikkelpotentieel We zien dat er regelmatig jeugdhulp wordt ingezet tijdens schooltijd over de segmenten heen (groeps- en individuele begeleiding). Samen met het onderwijs kunnen wij op schoolniveau een efficiencyslag maken. Dit raakt ook de regionaal nog op te starten pilots in het speciaal onderwijs.
Beoogd resultaat
Status
1. Inventarisatie inzet van jeugdhulp tijdens onderwijstijd.
Lopend
2. Beoordeling resultaten ahv matrix passende samenwerking
Lopend
3. Verkennen kansen efficiency op schoolniveau.
Lopend
Afschalen begeleiding en behandeling Ontwikkelpotentieel Binnen perceel ambulant zit de grootste kostengroei vooral bij begeleiding en behandeling. De kosten binnen deze deelsegmenten zijn bijna verdubbeld tov vorig jaar. Dat wil zeggen dat de individuele begeleiding steeds zwaarder wordt en/of de trajecten zijn langer. Om de afschaling van begeleidingsvormen te versnellen heeft een dossieronderzoek plaatsgevonden. Op basis hiervan is een aanpak geformuleerd.
Beoogd resultaat
Status
1. Integrale analyse begeleiding specialistisch.
Afgerond
2. Benodigde expertise/ondersteuning herontwikkelen met preventieve partners.
Lopend
3. Benodigde voorwaarden mogelijk maken.
Lopend
De volgende acties zijn afgerond:
Opschalen uitzonderlijke plaatsing Ontwikkelpotentieel In de Glind heeft een uitzonderlijke plaatsing plaatsgevonden met een hoge intensiteit individuele begeleiding. De uitzonderlijke plaatsing wordt opgepakt met het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) en aangedragen bij Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ).
Beoogd resultaat
Status
1. Landelijke bekostiging gezien de unieke en specialistische aard van de casus. Op dit moment zijn alle (opschalings)acties benut en lijkt de gemeente Barneveld terug te vallen op de gebruikelijke compensatieregeling volgens de zogenoemde T-2 systematiek.
10
Afgerond
Terugdringen stapeling van zorgproducten naast verblijf Ontwikkelpotentieel In Barneveld zien wij dat er bij bepaalde cliënten van Pluryn individuele ambulante producten worden ingezet naast verblijf. Om te komen tot een zorgvuldiger proces van het inzetten van maatwerk willen wij afspraken maken met Pluryn waarbij de gemeente Barneveld aan de voorkant wordt betrokken.
Beoogd resultaat
Status
1. Procesafspraken over inzet van maatwerk.
Afgerond
2. Afname inzet van stapelingen door betere screening.
Lopend: monitoren
Jeugd-GGZ
Toename van € 327.454 en 35 cliënten
Periode Januari 2021
Aantal cliënten
Aantal cliënten VJ
Aantal cliënten Groei tov VJ
811
776
+ 35
Augustus 2021
Bedrag Goedgekeurd
Bedrag Goedgekeurd VJ Bedrag Goedgekeurd Groei tov VJ
€ 2.483.416
€ 2.155.962
+€ 327.454
Analyse Ruim 55% van de cliënten zijn door de huisarts verwezen. Deze cliënten dragen 53% van de jeugdhulpkosten binnen Jeugd-GGZ. Ruim 34% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 29% van de jeugdhulpkosten binnen Jeugd-GGZ.
Bij 55% van de cliënten is de huisarts de verwijzer. Bij 34% van de cliënten is de gemeente de verwijzer. De gespreksvoerders zijn dus bij ongeveer 1/3 van de cliënten betrokken. Afgelopen periode kent een lichte groei van verwijzingen, het sterkst bij de gemeente. De financiële waarde van de verwijzing is het hoogst bij GI en medisch specialisten, maar dit betreft slechts een klein aantal kinderen. Ook de gemiddelde trajectwaarde ligt bij de gemeente hoger dan bij de huisarts (+35%). Op basis van deze ontwikkelingen heeft ook binnen de Jeugd-GGZ een dossieronderzoek plaatsgevonden: Doelgroep: Jeugd-GGZ betreft een gevarieerde ondersteuningsvraag met betrekking tot diagnostiek, (breed) onderzoek, trauma, ambulante ondersteuning, behandeling en/of begeleiding. De meeste trajectenduren maximaal 2 jaar. Een aantal trajecten duren langer dan 2 jaar. Bevindingen: De meeste Barneveldse cliënten binnen de GGZ krijgen top-specialistische zorg (Karakter). Op basis van dit top-specialisme is de verwachting dat mindere cliënten deze top-specialistische zorg nodig hebben, maar ook geholpen konden worden door een minder specialistische aanbieder. Er wordt vaak voor Karakter gekozen omdat zij een hoogstaand ambulant aanbod hebben i.t.t. andere aanbieders. De grootste groei zit bij Eleos. Zij hebben recent hun aanbod in Barneveld uitgebreid. Opvallend t.o.v.
vorig jaar zijn 14 cliënten met een bovengemiddelde zorgwaarde. De helft daarvan is niet door de gemeente verwezen. Dit betreft zware interventies zoals gezinsopname, MST-trajecten of zware 1-op-1 trajecten.
11
Wijken met veel kinderen met GGZ-behandeling zijn De Burgt, Veller en Rootselaar West (veel kinderen). Relatief gezien zijn dit de Steenkamp, Rootselaar Oost en Terschuur. In het dossieronderzoek kwam naar voren dat er veel stapeling van zorg plaatsvindt. We zagen veel casuïstiek waarbij er met lichte hulp wordt gestart en waarbij de trajecten steeds zwaarder worden. Het blijkt lastig om direct de best passende zorg in te zetten. GGZbehandelingen worden vanuit verschillende aanbieders achterelkaar ingezet.
Acties De volgende acties zijn in gang gezet:
Inzet van aanvullende gezinsondersteuning huisartsen Ontwikkelpotentieel Samen met het CJG is gestart met het inzetten van gezinsondersteuners op huisartspraktijken. De gezinsondersteuners kunnen in overleg met de huisarts een bredere screening van jeugdhulpvragen aanbieden. Het CJG is inmiddels gestart bij 7 huisartspraktijken.
Beoogd resultaat
Status
1. Gezinsondersteuners op alle huisartspraktijken.
Lopend: actueel bereik 7/12
2. Eerder signaleren van (potentiële) GGZ problematiek/ afname inzet van specialistische Jeugd-GGZ.
Lopend: effect monitoren
Verbeterde samenwerking GGZ-aanbieders en CJG Ontwikkelpotentieel We willen scherp blijven op tijdige inzet van GGZ-behandeling indien nodig en dat kinderen tijdig op de juiste plek worden behandeld als dit nodig is. Ook zien we dat na een GGZ-traject de handelingsverlegenheid op school of thuis nog steeds aanwezig is. Hierdoor is er aansluitend ondersteuning thuis of op school nodig. Een verbeterde verbinding tussen de GGZ en het CJG (jeugd en opvoedhulp) kan hieraan bijdragen. Ook zien we binnen de GGZ kansen voor efficiency door onderdelen meer aan de voorkant in te zetten om knelpunten in de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen te signaleren ism preventieve partners. Een concretisering is nodig samen met het CJG en GGZ-aanbieders
Status
Beoogd resultaat 1. Meer kennis over ambulant preventief aanbod bij specialistische partijen zodat er eerder afgeschaald kan worden of samengewerkt kan worden.
Lopend: effect monitoren
2. Bij verwijzing context meenemen van client (ter voorkoming van onnodig medicaliseren)
Lopend: effect monitoren
3. Concretiseren samen met CJG, gespreksvoerders en GGZpartijen welke ondersteuningsvragen (al dan niet in samenwerking) kunnen worden opgepakt door het CJG. Te denken valt aan vormen van psycho-educatie en groepsaanbod.
Lopend: effect monitoren
12
Samenwerking Jeugdhulp-Onderwijs op scholen Ontwikkelpotentieel Op dit moment lopen 3 pilots op verschillende scholen waarbij specialistische jeugdhulp en pedagogische expertise elkaar versterken. Het doel is om potentiële (ontwikkel)problematiek eerder te signaleren en aan te pakken door inzet van het preventieve aanbod van het CJG. Ook willen we voorkomen dat kinderen via de school naar de huisarts worden verwezen voor jeugdhulp, maar dat dit via het CJG of gespreksvoerders loopt.
Beoogd resultaat
Status
1. Jeugdhulp-Onderwijs pilots i.s.m. scholen. Evalueren en werkzame factoren verduurzamen.
Lopend: actueel bereik = 3
2. Schoolmaatschappelijk werk (preventieve inzet CJG) beter positioneren ter voorkoming van specialistische jeugdhulp
Lopend: effect monitoren
3. Ondersteuningstructuur gemeente – CJG en samenwerkingsverband gezamenlijk in beeld brengen voor de scholen
Lopend: effect monitoren
13
Residentieel
Toename van € 500.849 en 9 cliënten
Periode Januari 2021
Aantal cliënten
Aantal cliënten VJ
Aantal cliënten Groei tov VJ
138
129
D++ + 9
Augustus 2021
Bedrag Goedgekeurd
Bedrag Goedgekeurd VJ Bedrag Goedgekeurd Groei tov VJ
€ 5.459.568
€ 4.958.719
+€ 500.849
Analyse Ruim 64% van de cliënten zijn door de Gecertificeerde Instellingen verwezen. Deze cliënten dragen 66% van de jeugdhulpkosten binnen residentieel. Ruim 32% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 31% van de jeugdhulpkosten binnen residentieel.
De residentiële jeugdhulp stijgt in kosten en het aantal cliënten. De grootste groei zit bij Jeugddorp De Glind (14 cliënten tov 5 cliënten vorig jaar). 11 daarvan zijn geplaatst onder een voogdijmaatregel. De grootste groei van Barneveldse kinderen zit bij Stichting Breder (20 cliënten tov 15 cliënten vorig jaar). Verder drukken de twee eerdergenoemde moeder en kind plaatsingen ook op de groei binnen residentieel.
Acties De volgende acties zijn in gang gezet:
Implementeren Beweging-van-0 (uithuisplaatsingen) Ontwikkelpotentieel Het afgelopen jaar zijn wij zowel regionaal als lokaal aan de slag met de Beweging van 0 als ultieme ambitie om uithuisplaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen, te doen wat nodig is en de zorg te bieden waar kinderen wonen. Het is een anker om voortdurend na te gaan welke drempels moeten worden weggenomen om Barneveldse jeugdigen gezond en veilig te laten opgroeien.
Status
Beoogd resultaat 1. Startbijeenkomst met Peter Dijkshoorn, gespreksvoerders en lokale partners.
Afgerond
2. Opstellen 0-platen die inzoomen op onderdelen.
Afgerond
3. Vertalen van 0-platen naar acties, doorlopend inzoomen op verdere onderdelen en evalueren voorgaande acties.
Lopend: effect monitoren
14
Alternatieven voor gezinsopnamen en moeder-kind plaatsingen Ontwikkelpotentieel De afgelopen jaren is er meermaals gebruik gemaakt van gezinsopnames en moederkindplaatsingen. Dit zijn kostbare trajecten bij niet ingekochte aanbieders waar ouders en kinderen noodgedwongen uit hun sociale omgeving (sociaal netwerk, school en vrije tijdsactiviteiten) worden gehaald omdat het aanbod in stenen ver weg is. Vaak is de hulp gericht op het voorkomen van langdurige uithuisplaatsing van de kinderen. Wij willen onderzoeken of deze hulpvorm, als hulp echt niet in de eigen woning te realiseren is, zo dicht mogelijk in de buurt flexibel te organiseren op een daarvoor ter beschikking gestelde locatie.
Beoogd resultaat
Status
1. Verkenning benodigde kennis, partners, middelen, schaal (regionaal/lokaal).
Lopend
2. Lokaal flexibel maatwerk bieden bij complexe hulpvragen ter voorkoming van uithuisplaatsing. De hulp komt naar ouders en jongere toe in plaats van andersom.
Moet starten: zsm
Voorkomen doorplaatsingen vanuit pleegzorg Ontwikkelpotentieel In 2019 zijn we gestart met het actief ondersteunen van pleegouders met complexe pleegkinderen. Het doel is om de doorplaatsing vanuit pleegzorg naar zwaardere residentiële vormen van hulp te beperken. De uitwerking van Module X als pilotproject is afgerond met de betrokken aanbieders. In Barneveld is Module X in één casus ingezet per 01-08-2019.
Status
Beoogd resultaat 1. Uitwerken en implementatie ondersteunende module.
Afgerond
2. Afname doorplaatsingen vanuit pleegzorg naar zwaardere residentiële vormen.
Lopend: effect monitoren ‘21
Bevorderen uitstroom uit de verlengde Jeugdhulp Ontwikkelpotentieel Actieve regie op residentiële jongeren met een duidelijk perspectiefplan en passende vervolgvoorzieningen door de behoefte/vragen m.b.t. wonen en zorg los te koppelen.
Beoogd resultaat
Status
1. Afname inzet verlengde Jeugdhulp.
Lopend: effect monitoren
2. Meer passende WMO-vervolgvoorzieningen voor uitstromende jongeren.
Lopend: actueel bereik 8
15
Verbeteren aansluiting Wet Langdurige Zorg (WLZ) Ontwikkelpotentieel In veel casussen is de aanname dat deze op den duur in de WLZ zal instromen. Vanwege een (nog) ontbrekende grondslag en/of onvolledige dossieropbouw is deze instroom niet aan de orde. Ondersteund met de juiste expertise zullen passende casussen worden aangedragen voor een nadere analyse.
Beoogd resultaat
Status
1. Verbeteren doorstroom naar de WLZ als meest passende voorziening.
Lopend: 4 doorplaatsingen
De volgende acties zijn afgerond:
Toetsen inzet residentiële vormen aan de oorspronkelijke kostprijsanalyse Ontwikkelpotentieel Alle declaraties boven het tarief ‘middel’ verblijf zijn in samenspraak met regio Foodvalley bekeken op juistheid en eventueel gecorrigeerd.
Beoogd resultaat
Status
1. Eventuele correctie van overbetalingen in het verleden.
Afgerond
Algemeen Voor deze jeugdrapportage is er de afgelopen maanden een uitgebreide casus-analyse uitgevoerd in de vorm van dossieronderzoek van actieve jeugdzorgbeschikkingen. Er zijn meer dan 300 dossiers geanalyseerd binnen ‘Begeleiding Specialistisch’ en ‘Jeugd-GGZ’. Uit deze casus-analyse zijn ook een aantal bevindingen gedaan die niet specifiek zijn voor een zorgvorm, maar overkoepelend van toepassing zijn. Belangrijkste overkoepelende thema’s uit de analyse: Regie De gespreksvoerders worden nog niet altijd betrokken bij evaluaties en verlengingen van ingezette jeugdhulp. Ook als de ingezette ondersteuning niet leidt tot de verwachte resultaten kan er daardoor niet altijd worden bijgestuurd. Het is onbekend voor de gespreksvoerders (en bij ouders) hoeveel hulp er daadwerkelijk gedeclareerd wordt door aanbieders in trajecten. Passende zorg In het dossieronderzoek kwam naar voren dat er veel stapeling van zorg plaatsvindt. We zagen veel casuïstiek waarbij er met lichte hulp wordt gestart en waarbij de trajecten steeds zwaarder worden. Het blijkt lastig om direct de best passende zorg in te zetten. We zien dat een grote groep cliënten jarenlang in begeleiding of behandeling zijn
16
Afbakening Jeugdwet
Systeem of ouderproblemen zijn in sommige gevallen onderliggend aan jeugdhulp, waardoor jeugdhulp niet altijd leidt tot gewenste resultaat, omdat dit het hoofdprobleem niet aanpakt. Er worden vormen van jeugdhulp ingezet die nauw verwant zijn aan vormen van vaktherapie (die momenteel onder de aanvullende zorgverzekering worden vergoed) Er worden methodieken ingezet die niet (wetenschappelijk) onderbouwd zijn.
Acties Reikwijdte van de jeugdzorg Ontwikkelpotentieel De casusanalyse roept ook de vraag op wat de reikwijdte van de jeugdzorg is. De jeugdwet zelf is zeer onduidelijk over wat jeugdhulp kan zijn. Er wordt redelijk veel jeugdhulp ingezet op relatief lichte problematiek en soms ook met weinig wetenschappelijk onderbouwde methodieken (paardencoaching, vaktherapie). Soms geadviseerd vanuit onderwijs en met als onderbouwing dat dit zwaardere hulp in de toekomst voorkomt. Maatschappelijke druk op kinderen vanuit school/ouders kan ook bijdragen aan deze vraag (op zoek naar goede formulering, ieder kind een 8). Geld wat hieraan besteed wordt kan minder besteed worden aan jongeren met zwaardere problematiek.
Beoogd resultaat
Status
1. Brede maatschappelijke discussie over de reikwijdte van jeugdzorg (Raad, inwoners, gemeente, zorgaanbieders). 2. Aanpassen van de verordening jeugdzorg.
Moet starten: zsm Moet starten: zsm
Faciliteren regierol Ontwikkelpotentieel We zien in de analyse dat het in complexe multi-problem gezinnen dat het ingewikkeld is om de meest passende zorg in te zetten. Er wordt veel zorg ingezet zonder altijd het gewenste resultaat. Tussen de dossiers zitten er een aantal met (in de tijd) heel veel verschillende aanbieders en soms ook gespreksvoerders.
Beoogd resultaat
Status
1. Versterken screening gespreksvoerders jeugd (richtlijnen jeugdhulp)
Moet starten: zsm
2. Meer kennis beschikbaar over intensiteit, dienstverlenging en effectiviteit zorgaanbod bij toegangspoorten.
Moet starten: zsm
3. Verscherpen productdefinities en afwegingskader(s) begeleiding en behandeling.
Moet starten: zsm Moet starten: zsm
4. Meer inzicht in zorgpaden cliënten
17
Verwijsstromen Externe verwijzers hebben in Barneveld invloed op een totaal zorgverloop van 56% van de cliënten en een financieel verloop van 60% van de totale jeugdhulpkosten. Hiermee loopt een deel van het zorgverloop buiten formele sturingsmogelijkheden van de gemeente.
Cliënten RECHTER/RvK
11%
OVERIGE
13% 21% 44%
HUISARTSEN LOKALE TOEGANG
11%
GI’s
Jan 2021
Apr 2021
Aug 2021
Jan 2021
Apr 2021
Aug 2021
Kosten RECHTER/RvK
7%
OVERIGE
9%
HUISARTSEN
7% 40%
LOKALE TOEGANG
37%
GI’S
OVERIGE
(#) (€) 18
Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein Gemeente Barneveld
1 Inleiding op het onderzoek 1.1 Aanleiding Bij gemeenten nemen financiële vraagstukken over het sociaal domein toe. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt het daarom belangrijk om gemeenten te ondersteunen bij het verbeteren van hun grip op het sociaal domein. Daarom is de VNG in het voorjaar van 2019 gestart met de visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein (hierna: de commissie). De commissie ondersteunt de gemeenten individueel met een visitatietraject, om in concrete situaties kennis en expertise ter beschikking te stellen en concrete verbeteringen aan te dragen bij individuele gemeenten. Meerdere gemeenten hebben zich aangemeld voor een visitatietraject. Uit de aanmeldingen maakt de VNG een selectie op basis van onder andere urgentie van de lokale opgave, omvang van de gemeente en diversiteit in problematiek. Barneveld is geselecteerd voor een visitatietraject vanwege onder andere de oplopende tekorten en slinkende reserves. De gemeente Barneveld heeft onderstaande context meegeven aan de commissie, voorafgaand aan de visitatie: “De grootste onzekerheid heeft betrekking op de kostenontwikkeling van de Jeugdhulp in Barneveld. Door een gebrek aan objectieve maatstaven om het kostenniveau te voorspellen/beïnvloeden is hier onzekerheid over. Wij zien momenteel geen stabiel functionerend jeugdstelsel ter vergelijking.
De lokale doorontwikkeling en transformatie in Barneveld is vooral gericht op beoogde resultaten in de komende jaren maar er is een gebrek aan objectieve houvast.” Vanuit deze context en op basis van de bestuurlijke en ambtelijke intakegesprekken tussen de gemeente Barneveld en de commissie zijn de volgende vragen tot stand gekomen: • Wat zijn (mogelijke) oorzaken van ontwikkelingen, zoals volumegroei en kostenstijging, in het sociaal domein in de gemeente Barneveld? • Wat zijn interventiemogelijkheden om in te spelen op kostenstijgingen? • Op welke manier kan de begroting voor activiteiten in het sociaal domein sluitend worden gekregen? • Op welke ontwikkelingen en interventiemogelijkheden heeft de gemeente Barneveld directe invloed en op welke indirecte invloed? (Als Barneveld directe invloed heeft, kan erop worden gestuurd. Bij indirecte invloed, ‘overkomt’ het de gemeente Barneveld meer.) • Hoe kan deze invloed gemaximaliseerd worden? Deze rapportage bevat onze bevindingen en adviezen, die we hebben opgesteld na ons bezoek aan de gemeente Barneveld.
1.2 Gemeentelijke situatie en kenmerken Deze paragraaf schetst beknopt de algemene gemeentelijke context, met die informatie die belangrijk is om de situatie in het sociaal domein te begrijpen. De gemeente Barneveld is een middelgrote gemeente met circa 60.000 inwoners, en bestaat uit negen dorpskernen. Het aantal inwoners groeit. De verwachting is dat de gemeente Barneveld de grens van 70.000 inwoners rond 2030 gaat passeren.1 Kenmerkend voor de gemeente Barneveld is jeugddorp De Glind. Dat is een van de negen dorpskernen. De Glind staat in het land al meer dan 100 jaar bekend als de plek waar jeugdigen opgevangen worden in
1
2
Deze inschatting is exclusief het aantal inwoners van Scherpenzeel, dat mogelijk wordt samengevoegd met de gemeente Barneveld.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
gezinnen. In De Glind wonen zo’n 100 - 120 jeugdigen, die bij hun ouders uit huis zijn geplaatst en binnen De Glind in huis zijn geplaatst. Mede door De Glind zijn er relatief veel jongeren onder de 18 jaar (26%) in de gemeente Barneveld ten opzichte van het landelijke gemiddelde (19%). Het totaal aandelen jongeren met jeugdhulp ligt onder het landelijke gemiddelde, maar het aandeel jongeren met verblijf ligt erboven. Dit laatste is eveneens te verklaren door de aanwezigheid van De Glind. Het aanbod van jeugdhulp binnen De Glind is vaak gericht op jeugdigen van wie ouders onder toezicht staan of waarbij om andere redenen het voogdijschap is verschoven, ook naar de zorg.2 In 2019 was dit voor 39% van de residentiële cliënten in de gemeente Barneveld het geval. De inzet voor deze groep kinderen leidde tot 64% van de kosten. Van de totale groep jeugdigen in de Glind had zelfs 71% een aangesteld voogd. 80% van de kosten in de Glind waren voogdijkosten. 30% van alle jeugdhulpkosten in de gemeente Barneveld worden gemaakt in de Glind. De gemeente Barneveld is een leefbare gemeente en is onderdeel van de Jeugdhulpregio FoodValley. De gemeente Barneveld heeft relatief weinig huishoudens met lage inkomens, bijstandsuitkeringen en kinderen in armoede, in vergelijking met het landelijk gemiddelde en gemeenten van vergelijkbare grootte.
Ook het aantal Wmo-voorzieningen en Jeugdhulptrajecten zonder verblijf per 1.000 inwoners ligt relatief laag ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben besloten dat Barneveld en Scherpenzeel één gemeente moeten worden. Hierdoor wijzigt de bestuurlijke indeling de komende jaren mogelijk. Vanuit de provincie Gelderland volgt nog een herindelingsvoorstel en uiteindelijk moet de Tweede Kamer hier een besluit over nemen. We gaan in deze rapportage verder niet in op de herindeling, omdat daar nog weinig over bekend is. Wanneer de herindeling met Scherpenzeel definitief doorgaat, is het zaak om gezamenlijk tot verbinding van het beleid over het sociaal domein te komen.
1.3
Kaders van deze rapportage
Grip… een begrip In dit onderzoek staat het begrip ‘grip’ centraal. Grip op de uitgaven, op de uitvoering en op de inhoudelijke opgave in het sociaal domein om eventuele tekorten terug te kunnen dringen. In dit kader zetten we kort uiteen op welke manier we het begrip ‘grip’ in dit onderzoek hanteren en hebben onderzocht. Daarmee voorkomen we dat het woord verkeerd begrepen wordt in dit verband. Zie bijlage I voor een uitgebreide toelichting op het begrip. Grip in het sociaal domein betekent: 1. inzicht hebben in de ontwikkelingen in het sociaal domein. Dat houdt in dat er inzicht moet zijn in het gebruik van zorg, budgetverloop, in-, door- en uitstroom maar ook in de voortgang van genomen maatregelen. Daarnaast vraagt het om redeneerlijnen (beleidstheorieën) die de inzet van middelen en de uitvoering van activiteiten koppelen aan meetbare resultaten en (in-)directe effecten. 2. sturing geven op basis van het bij punt 1 genoemde inzicht en ook inzicht in de dynamieken die keuzes met zich meebrengen. De praktijk wijst uit dat er vaak onvoldoende inzicht is in de ontwikkelingen in het sociaal domein, omdat redeneerlijnen vaak niet zijn uitgewerkt en geoperationaliseerd. Daarnaast is er ook onvoldoende inzicht in de gevolgen van de verschillende keuzes die gemaakt kunnen worden.
Daardoor worden er soms keuzes gemaakt die elkaar niet optimaal ondersteunen of erger nog, die elkaar tegenwerken. De mate waarin gemeenten grip hebben hangt sterk af van de mate waarin zij scoren op de bovengenoemde aspecten. In dit onderzoek brengen we langs deze aspecten in kaart op welke manier de gemeente opereert in het
2
De voogd kan een familielid of andere bekende zijn, of een gecertificeerde instelling.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3
sociaal domein en in welke mate ze sturing kan geven. Daarnaast staan we stil bij de consistentie en mate waarin een centrale visie naar de verschillende onderdelen wordt doorvertaald. Dit als randvoorwaarde om überhaupt van grip te kunnen spreken. De gespreksnotitie Harmonie in het sociaal domein3 vormt het referentiekader van de commissie en is daarmee de kapstok voor deze rapportage. Het vraagstuk van de gemeente Barneveld raakt ook sterk het begrip ‘grip’ en is daarmee een logische insteek voor deze rapportage. In de gespreksnotitie is een brede beschrijving van de thema’s opgenomen die bij elk van de visitatietrajecten bij gemeenten aan de orde komen. Het zijn in elke gemeente de relevante thema’s bij het verkrijgen/verbeteren van grip op het sociaal domein. Het gaat hierbij met name over de wisselwerking tussen de toegang, inkoop, bekostiging en monitoring, die uiteraard geborgd moet zijn in een visie en rekening moet houden met het niveau waarop deze onderdelen worden ingericht (lokaal/regionaal). Het zijn nadrukkelijk thema’s die in samenhang moeten worden gezien, vandaar ‘Harmonie’ in de titel van de gespreksnotitie. In de derde tussenrapportage van de commissie (oktober 2020) schetst de commissie een beeld van de situatie in het sociaal domein en de uitdagingen waarvoor gemeenten staan.
Zo wordt ingegaan op het samenspel tussen bestuur, toegang en uitvoering en het noodzakelijke kostenbewustzijn bij de toegang. De rapportage die voor u ligt, geeft een weerslag van bestuurlijke en ambtelijke gesprekken die de commissie heeft gevoerd over deze thema’s. Tijdens de visitatie werd helder dat er een aantal zaken buiten de gemeente Barneveld speelt, waar zij (negatieve) financiële effecten van ondervindt. Dit is in de eerste plaats het woonplaatsbeginsel, waarvan aanpassingen zijn uitgesteld naar 1 januari 2022. Voornamelijk in De Glind zitten veel jeugdigen uit overige gemeenten. De werking van het huidige woonplaatsbeginsel maakt Barneveld van rechtswege verantwoordelijk. Daarmee veroorzaakt het een onevenredige verdeling van draaglast voor (vooral) jeugdigen die residentiële jeugdhulp nodig hebben. De gemeente wordt gecompenseerd via de T-2-systematiek, maar dit gebeurt niet altijd tijdig en volledig. De verwachting is dat de financiële lasten voor de gemeente Barneveld verminderen bij de vernieuwing van het woonplaatsbeginsel. Hoewel het woonplaatsbeginsel veel effect heeft op de financiële gezondheid van de gemeente Barneveld, is dit niet de focus van deze rapportage. In de rapportage wordt voornamelijk gekeken naar mogelijkheden binnen de directe beïnvloedingssfeer van de gemeente Barneveld.
Tegelijkertijd is het relevant om te benadrukken dat het woonplaatsbeginsel randvoorwaardelijk is voor mogelijke toekomstige keuzes van De Glind. Een andere externe factor die invloed heeft, is het abonnementstarief dat sinds 1 januari 2020 definitief van kracht is. De invoering heeft bij de gemeente Barneveld gezorgd voor een stijging van circa 20% van de geleverde huishoudelijke hulp. De VNG stelt in een ledenbrief dat de invoering van het abonnementstarief leidt tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning -met name huishoudelijke hulp- en heeft eerder mogelijke maatregelen gepresenteerd.4 Aanvullend geeft de gemeente aan dat het abonnementstarief breder invloed heeft, op onder andere het aanpassen van woningen en voorzieningen zoals scootmobielen. Daarnaast is in december 2020 het onderzoek ‘Stelsel in Groei’ van Andersson Elffers Felix (AEF) gepubliceerd. Daarin wordt onder meer ingegaan op de structurele tekorten bij gemeenten. Dit is een belangrijk gegeven voor de context waarbinnen gemeenten moeten handelen en waarbinnen de aanbevelingen van de Commissie kunnen worden toegepast. Aanbevelingen zijn daarom grotendeels gericht op maximale optimalisatie van financiële grip binnen de werkelijkheid met schaarse middelen.5
3 4 5
4
Harmonie in het sociaal domein, Andersson Elffers Felix, 9 oktober 2020 Brief ‘Maatregelen beheersing kosten abonnementstarief’, VNG, 23 november 2020 De Commissie heeft in de rapportage geen rekening gehouden met de gevolgen van het besluit van het Kabinet op 22 april 2021, om gemeenten incidenteel extra geld te geven voor Jeugdhulp, zie ook hier.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
1.4 Leeswijzer/gebruiksaanwijzing In de opbouw van deze rapportage volgen we de gedachte dat een sociaal domein in samenhang begint met een goed begrip van de verschillende aspecten van het sociaal domein. • We geven in hoofdstuk 2 beknopt de bevindingen van de commissie weer, op elk van de thema’s die gerelateerd zijn aan grip in het sociaal domein. • Hoofdstuk 3 beschrijft de bevindingen van de commissie over grip in de gemeente Barneveld. Dit betreft naast feiten ook observaties, specifieke ervaringen en dilemma’s die de commissie en de gemeente in bestuurlijke en ambtelijke gesprekken hebben gedeeld. • De analyse leidt vervolgens tot een aantal conclusies en opvallende thema’s die in hoofdstuk 4 worden omschreven. • Hoofdstuk 5 beschrijft de aanbevelingen van de Commissie op basis van deze conclusies.
1.5 Disclaimer Deze rapportage is geschreven op basis van een bestuurlijk en ambtelijk intakegesprek, een documentstudie en aanvullende gesprekken met een beleidsregisseur sociaal domein, een inkoop- en contractmanager en een data-analist in de regio FoodValley. We maken vooraf een voorbehoud over de diepgang en de juistheid van deze rapportage, vanwege de beperkte doorlooptijd in combinatie met de wijze van informatieverzameling. Er is geen onafhankelijke toetsing geweest, hoewel de gemeente Barneveld de mogelijkheid heeft gekregen om de feitelijke juistheid te controleren. De VNG staat ook na dit visitatietraject in verbinding met Barneveld. Ze biedt waar nodig ondersteuning bij het uitwerken van de volgende stap op weg naar betere grip op de uitgaven in het sociaal domein.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5
2 Samenhang in het sociaal domein Samenhangende keuzes zijn nodig om te komen tot grip in het sociaal domein. Het gaat hierbij met name over de wisselwerking tussen de toegang, inkoop, bekostiging en monitoring, die uiteraard geborgd moet zijn in een visie en rekening moet houden met het niveau waarop deze onderdelen worden ingericht (lokaal/regionaal). In dit hoofdstuk vindt u een beknopte samenvatting van elk van de relevante thema’s. Het hoofdstuk is een weerslag van de manier waarop de gemeente deze thema’s met de commissie heeft besproken. In het geval van de gemeente Barneveld zijn hoofdzakelijk thema’s uitgewerkt die spelen binnen de Jeugdhulp. In afstemming met de betrokkenen is besloten om met name naar de Jeugdhulp te kijken en minder naar de Wmo en Participatiewet. Zaken rondom de Wmo en Participatiewet die relevant zijn, zijn kort benoemd. Overkoepelend viel het de commissie op dat het gebruik van de Wmo-voorzieningen per 1000 inwoners in 2019 relatief laag was ten opzichte van het gebruik daarvan in vergelijkbare gemeenten. Ook het gebruik per 1000 inwoners van hulpmiddelen en diensten, hulp bij het huishouden en ondersteuning thuis is relatief erg laag. Over de jaren heen zijn deze aantallen relatief stabiel, behalve een stijging in hulp bij het huishouden. Die stijging is veroorzaakt door het eerdergenoemde abonnementstarief.