CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.11 Besluit B&W over minima-effectrapportage d.d. 10-10-23

Gemeenteraad 25 oktober 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken16.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Organisatieonderdeel: Samenleving Behandelaar: S. Olthof - Jongbloed Telefoonnummer: 0342495824 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. 3026 Barneveld, 2 oktober 2023 Portefeuillehouder: J. de Heer-Verheij Op overzicht Bestaand beleid (website)

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023 (Sam-SO)

Gevraagde beslissing: 1. Kennis te nemen van de 'minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023' (MER 2023). (bijlage 1) 2. De MER 2023 te onderschrijven en het rapport te betrekken in de geplande herijking van het minimabeleid. 3. Dit besluit inclusief bijlage ter kennisgeving aan te bieden aan de raad (via rubriek B)

1. Inleiding Een minima-effectrapportage (MER) geeft inzicht in de lokale minima-ondersteuning en het effect hiervan op groepen huishoudens. Het Nibud stelt deze rapportage in opdracht van gemeenten op. Naast een doorrekening van regelingen en ondersteuning, adviseert het Nibud in de MER ook waar zaken beter of anders kunnen en signaleert aandachtpunten. De laatste keer is in 2022 voor Barneveld door het Nibud een minima-effectrapportage opgesteld. In Barneveld is afgesproken dat eens in minimaal 4 jaar een MER wordt uitgevoerd. Tijdens de behandeling van de MER 2022 in de commissie Samenleving in november 2022, is door het college toegezegd ook in 2023 een doorrekening van het minimabeleid te laten maken. De belangrijkste aanleiding daarvoor was dat het Rijk maatregelen had aangekondigd, zoals energietoeslag en aanpassingen in het belasting- en toeslagensysteem, om inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen. De data daarvan waren toen nog niet beschikbaar. Nu, in de zomer van 2023, heeft Nibud een nieuwe doorrekening van het minimabeleid (landelijk en lokaal) uitgevoerd. Op basis van landelijke data van januari 2023 en lokale data van juli 2023. Vanwege de relatief weinige extra inspanning is er voor gekozen weer een volledig nieuwe minima-effectrapportage op te leveren. Deze ligt nu ter kennisgeving voor.

2. Beoogd effect a) Meetbaar effect Doorrekening van het minimabeleid van de gemeente Barneveld met en zonder extra impuls armoedebeleid. Inzicht in de vrije bestedingsruimte van groepen inwoners met een laag inkomen, voor het jaar 2023. Op hoofdlijnen in algemene zin 2022 vergelijken met 2023. Aanknopingspunten hebben voor de doorontwikkeling van het minimabeleid.

b) Maatschappelijk effect Met het minimabeleid beogen we zo goed mogelijk inwoners met een laag inkomen passend te ondersteunen. De MER is opgesteld voor intern gebruik.

3. Argumenten 1. De MER 2023 is opgesteld, conform opdracht. Op 30 mei 2023 is de opdracht aan het Nibud tot het opstellen van de MER 2023, op te leveren in het najaar van 2023, verstrekt. Ook is naast het reguliere beleid een variant doorgerekend, zijnde de effecten van de lokale armoede-impuls 2023. Het rapport voldoet aan de verstrekte opdracht.

-22. De conclusies en aanbevelingen zijn helder. De conclusies en aanbevelingen zijn goed onderbouwd. Zij geven duidelijk inzicht in de effectiviteit van de minima-ondersteuning. Daarnaast geeft zij handvatten en adviezen voor de inrichting en communicatie van het bestaande aanbod en de aandachtspunten. Het rapport wordt meegenomen in de herijking van het minimabeleid. 3. De raad wordt op de hoogte gesteld. Het toezenden aan de raad van de stukken via Rubriek B, is de gebruikelijke werkwijze.

4. Kanttekeningen 1. Het Nibud rekent voor de MER met standaarden en gemiddelden, realistisch voor inkomensgroepen tot 130 procent van het sociaal minimum. Hierdoor geeft de MER een goed beeld van de effecten voor een groep, maar is dit niet één-op-één realistisch op individuele situaties. 2. De MER is opgesteld voor het jaar 2023. Prinsjesdag 2023 heeft duidelijk gemaakt dat er in 2024 meer geld voor armoedebestrijding vrij wordt gemaakt, maar ook dat de energietoeslag niet wordt voortgezet. Het Nibud (e.a.) heeft haar zorgen hierover uitgesproken. Zie https://www.nibud.nl/nieuws/nibud-verdwijnen-energietoeslag-aderlating-voor-laagste-inkomens 3. Een MER is een doorrekening van bestaand beleid, achteraf. In de herijking van het minimabeleid vinden we het belangrijk om naast achteraf toetsen, ook tijdens de ontwikkeling te focussen op de effecten. Daarom wordt met het Nibud gekeken hoe zij hierin aan de voorkant een goede rol kunnen vervullen.

5. Financiën De MER 2023 is uitgevoerd binnen de bestaande begroting en binnen de daarvoor beschikbare en afgesproken middelen.

6. Participatie en communicatie a) Participatie Er is geen actieve participatie uitgevoerd. Dat is voor het doen van een technische doorrekening, wat de MER is, ook niet nodig.

b) Communicatie Dit besluit wordt niet actief bij inwoners onder de aandacht gebracht. Het besluit wordt via de gebruikelijke kanalen gepubliceerd.

7. Uitvoering De aanbevelingen worden meegenomen in zowel de communicatie als de herijking van het minimabeleid.

8. Bijlagen 1. Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Marcel Warnaar, Nouschka Veerman

20 september 2023

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Auteurs Marcel Warnaar Nouschka Veerman

Nibud, Utrecht,20 september 2023 In opdracht van de gemeente Barneveld

Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld, zoals gedragsaspecten. Daarmee kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: direct voor consumenten (via onze websites, (sociale) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen en de helpdesk), via onderwijs/educatie door derden en door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop. Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid.

Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Barneveld. Met dit onderzoek wil de gemeente Barneveld inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, september 2023

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Centrale vraag 1.2 Kern minima-effectrapportage 1.2.1 Huishoudtypen 1.2.2 Inkomensniveaus 1.2.3 Armoedeval 1.2.4 Voorbeeld huur 1.3 Leeswijzer 2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding 2.2 Inkomsten 2.3 Uitgaven 2.4 Uitgavensoorten 2.5 Voorwaarden aan de begrotingen 2.6 De begrotingen 3 Minimabeleid 3.1 Landelijk beleid 3.2 Lokaal minimabeleid 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering 3.2.3 Individuele inkomenstoeslag 3.2.4 Vergoeding schoolkosten 3.2.5 Vergoeding computer en printer 3.2.6 Sport- en cultuurregeling 3.2.7 Sportkleding- en accessoires 3.2.8 Jeugdfonds Sport en Cultuur en Volwassenenfonds.

3.2.9 Vergoeding zwemlessen en zomerzwemabonnement 3.2.10 Kinderopvang en peuteropvang 3.2.11 Vergoeding kosten woon-werkverkeer 3.2.12 Energietoeslag 3.2.13 Bibliotheekregeling 3.2.14 Individuele bijzondere bijstand 3.3 Huishoudens met een zorgvraag 3.3.1 Uitgangspunten huishoudens met zorgvraag 3.3.2 Collectieve zorgverzekering 3.3.3 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 3.3.4 Begroting huishoudens met zorgvraag 4 Resultaten 4.1 Inkomsten min uitgaven 4.2 Armoedevallen 4.3 Huishoudens met langdurig een laag inkomen 4.4 Resultaten variant 5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen Stem bedragen voor sportkleding vanuit jeugdfonds en eigen regeling op elkaar af Houd aandacht voor paren met oudere kinderen 5.3 Vergelijking met 2022 op hoofdlijnen Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Bijlage 2 | Begrotingen

1 Inleiding 1.1 Centrale vraag Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Barneveld? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk. Deze rapportage sluit aan bij de minima-effectrapportage die in 2022 voor Barneveld is gemaakt.

1.2 Kern minima-effectrapportage Om tot een antwoord te komen op de onderzoeksvraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.

1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Barneveld is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: a. Alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd b. Alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) c. Paar zonder kinderen d. Ouder paar (AOW-gerechtigd) e. Eenoudergezin met 2 jongere kinderen (1 en 3 jaar) f. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (12 en 15 jaar) g. Paar met 2 jongere kinderen (1 en 3 jaar) h. Paar met 2 oudere kinderen (12 en 15 jaar) i. Alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag j. Alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) met een zorgvraag

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. In overleg met de gemeente Barneveld is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand of AOW, 110, 120 en 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Bij hogere inkomens krijgen mensen meer keuzes en zijn de minimum-uitgavenplaatjes niet meer zo representatief.

1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een dergelijke armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, namelijk een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn dat ze minder overhouden met een hoger inkomen.

1.2.4 Voorbeeld huur De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de gemeente. In de minimaeffectrapportage van 2019 en 2022 is gerekend met een huur van 447 euro voor een éénof tweepersoonshuishouden en 530 euro voor huishoudens met drie personen of meer. Voor deze minima-effectrapportage in 2023 is er, in overleg met de gemeente, voor gekozen om de huurprijzen van 2019 verder te indexeren. Hierbij maken we gebruik van de huurverhoging van 2020, 2021, 2022 en 2023 (op 1 juli vindt de huurverhoging bij de woningcorporaties plaats). De gemiddelde huurverhoging in de sociale huursector was in 2020 2,3 procent, in 2021 0 procent en in 2022 2,0 procent. De maximaal mogelijke huurverhoging per 1 juli 2023 is 3,1 procent 1 De gemiddelde huurprijzen in de gemeente Barneveld komen hiermee op 480 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 570 euro voor meerpersoonshuishoudens. Mochten inwoners momenteel een sociale huurwoning toegewezen krijgen, dan zullen de huren hoger liggen (rond de aftoppingsgrenzen van 647 en 694 euro per maand) dan de gemiddelde huren waarmee we in dit rapport rekenen.2

____________________ Bron: https://aedes.nl/media/document/corporatiemonitor-huurbeleid-2022 Voor huishoudens met een inkomen tot 120 procent, die op of vóór 1 maart 2023 een sociale huurwoning huren bij een woningcorporatie én 575 euro of meer aan kale huur betalen, komen in aanmerking voor een eenmalige huurverlaging. Zij betalen dan maximaal 575 euro per maand aan huur.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

1.3 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden kort de resultaten weergegeven: Wat houdt een huishouden met een laag inkomen over of heeft het te maken met een tekort? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen? Hierbij maken we onderscheid tussen het huidige minimabeleid van de gemeente Barneveld en aanvullend beleid voor 2023. Ten slotte staan in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en de inkomensopbouw.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de onderzochte huishoudens in de gemeente Barneveld, zoals beschreven in hoofdstuk 1.2.1,af te lezen. Uit het WoonOnderzoek van het CBS komt naar voren dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in dit onderzoek vanuit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Wel wordt duidelijk in hoeverre een groep huishoudens een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter wel vaker voor onder huishoudens met lage inkomens.

Zo heeft bijna 40 procent van de huishoudens met een problematische schuld een besteedbaar jaarinkomen tot 20.000 euro.3 Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.

2.2 Inkomsten In deze rapportage worden op vier inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent, 120 procent en 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 lid 1 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, zorgtoeslag, huurtoeslag, vakantiegeld, kinderbijslag en kindgebonden budget. In de begrotingen is geen rekening gehouden met eigen vermogen of eventuele inkomsten daaruit. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn. ____________________ 3

https://dashboards.cbs.nl/v3/SchuldenproblematiekInBeeld/

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

2.3 Uitgaven Het uitgavenpakket bevat goederen en diensten die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. De begroting bestaat uit een pakket aan vrij goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We rekenen niet met tweedehands artikelen. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Deze pakketten zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. Sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. Dit pakket is opgesteld in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat bijvoorbeeld om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt door velen als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten onderdeel van het minimabeleid. Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen persoonlijk moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid.

In de begrotingen is geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. Inflatie en bestedingsruimte Het afgelopen jaar hebben zich veel prijsstijgingen voorgedaan, vooral voor energie. Dit heeft gevolgen voor de Nibud-uitgavencijfers en daarmee voor de bestedingsruimte van huishoudens. In dit onderzoek zijn de energie cijfers gebruikt die beschikbaar waren in januari 2023, inclusief het prijsplafond voor energie. Sinds januari is de inflatie afgezwakt, maar prijsstijgingen zijn er op onderdelen nog steeds. Zeker bij beperkte positieve bestedingsruimte is het goed om te realiseren dat dit op korte termijn wellicht kan omslaan in een tekort. Het Nibud adviseert hier rekening mee te houden bij de interpretatie van de resultaten.

2.4 Uitgavensoorten In alle begrotingen onderscheidt het Nibud drie soorten uitgaven: Vaste lasten: Komen regelmatig terug. Meestal vaste bedragen waar een contract aan ten grondslag ligt. Voorbeelden zijn de huur, energiekosten en verzekeringen. Reserveringsuitgaven: Komen niet regelmatig voor. De hoogte is niet precies bekend. Voorbeelden hiervan zijn de kosten voor inventaris (meubels, apparatuur/witgoed) en kleding. Huishoudelijke uitgaven: Steeds terugkerende uitgaven die maandelijks kunnen variëren. Voorbeelden zijn voeding, was- en schoonmaakartikelen, persoonlijke verzorging.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk.

2.5 Voorwaarden aan de begrotingen Aan de begrotingen worden drie belangrijke voorwaarden opgelegd. 1. Zeer goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Het tijdig doorgeven van gegevens is hierbij noodzakelijk. En daarmee dus ook een vrij actieve houding. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op de noodzakelijke uitgaven. In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, zoals ze in dit rapport zijn opgesteld, ontstaat het gevaar dat er teveel bezuinigd wordt en er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen.

2.6 De begrotingen Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de structurele lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod. In paragraaf 4.4. worden bij de resultaten ook de tijdelijke maatregelingen besproken.

3.1 Landelijk beleid Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting en de [alleenstaande] ouderenkorting), landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget) en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2023 is er ten opzichte van 2022 het volgende veranderd dat van invloed is op de inkomsten van een huishouden met een laag inkomen: 1. Tarief eerste belastingschijf daalt en heffingskortingen stijgen (sterk); 2. De toeslagen stijgen (sterk); 3. Minimumloon en uitkeringen stijgen; 4. Aftrekposten nadeliger voor hoogste inkomens en zzp’ers dan voor lage inkomens. Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Met de heffingskorting betalen zij minder belasting. Er zijn verschillende heffingskortingen. • • •

•

Algemene heffingskorting: voor iedereen boven de 18 die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt. Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minst verdienende fiscale partner. Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden.

Tabel 1: Landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar Heffingskorting Algemene heffingskorting Onder AOW leeftijd Vanaf AOW leeftijd Arbeidskorting Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting

2022 € 2.888 € 1.494 € 4.260 € 2.534

2023 € 3.070 € 1.583 € 5.052 € 2.694

€ 1.726 € 449

€ 1.835 € 478

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren (bijvoorbeeld inkomen). De volgende toeslagen zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het inkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar

€ 30.998 € 40.944 € 120.020 € 151.767 € 111 € 121

€ 38.520 € 48.224 € 127.582 € 161.329 € 154 € 265

Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen harde inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag geldt per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur 4 volledige huurtoeslag tot een bepaalde huur. Voor een huur boven dit bedrag wordt dit voor een- en tweepersoonshuishoudens 65 procent. Voor huishoudens vanaf drie personen is dit een hogere huur. Alleenstaanden of ouderen/ hulpbehoevenden krijgen boven deze huur tot vervolgens nog 40 procent vergoed. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen

Huurtoeslaggrens Huurgrens volledige huurtoeslag Huurgrens 65% huurtoeslag 1p en 2p Huurgrens 65% huurtoeslag 3p of meer

Huurgrens 40%

€ 763,47 € 442,46 € 633,25 € 678,66 € 763,47

€ 808,60 € 452,20 € 647,19 € 693,60 € 808,06

Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang ____________________ 4 De minimale basishuur is inkomensafhankelijk en bedraagt voor huishoudens op minimumniveau 225,54 euro.

(Voor AOW-gerechtigden is dit voor eenpersoonshuishoudens 223,72 euro en voor meerpersoonshuishoudens 221,91 euro). Bij een hoger inkomen wordt de basishuur hoger.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier dus niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur5 Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang

€ 8,50 € 7,31

€ 9,12 € 7,85

Kindgebonden budget Elk huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar komt in aanmerking voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens. Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. Het bedrag aan kindgebonden budget is afhankelijk van het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen. Alleenstaande ouders ontvangen meer dan paren. Het kindgebonden budget voor het tweede kind is lager dan voor het eerste kind en vanaf het derde kind eveneens lager dan voor het tweede kind. Vanaf 12 jaar is het kindgebonden budget hoger. Tabel 5: Kindgebondenbudget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar Alleenstaande ouder kop

€ 22.356 € 39.596 € 273,75

€ 25.070 € 43.397 € 320,67

Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: Kinderbijslag 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar

€ 249,31 € 302,74 € 356,16

€ 269,76 € 327,56 € 385,37

____________________ 5

Let op: de tarieven voor kinderopvang kunnen in de praktijk hoger liggen.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

3.2 Lokaal minimabeleid Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Barneveld voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de berekeningen komen in de volgende paragrafen aan bod. 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Barneveld kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij het vaststellen van de kwijtschelding wordt getoetst aan 100 procent van de norm op grond van de Participatiewet. Bij een inkomen boven bijstandsniveau wordt de betalingscapaciteit berekend door het inkomen te verminderen met het norminkomen. Er vindt een correctie plaats voor eigen uitgaven aan huur en voor nominale ziektekostenpremies exclusief eigen risico. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van het netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen. De gemeente Barneveld maakt geen gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van een verhoogde norm voor AOW-gerechtigden bij de berekening van de kwijtschelding.

Wel houdt de gemeente rekening met de kosten van kinderopvang, mits de opvang is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LKR) en er ook kinderopvangtoeslag over wordt verleend vanuit de Belastingdienst. Daarnaast heeft de gemeente sinds 1 januari 2023 de vermogensgrenzen gemaximaliseerd naar de mogelijkheid vanuit het rijk. Bij het waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de waterzuiveringsheffing en de ingezetenenheffing. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van 100 procent van de toepasselijke norm. De kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en het waterschap wordt apart berekend. 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom biedt de gemeente Barneveld inwoners met een laag inkomen (met een inkomensgrens van 130 procent) een collectieve zorgverzekering aan. Het gaat om de basisverzekering plus een aanvullende verzekering en daarbij een Tandverzekering. Deelnemers kunnen kiezen uit verschillende pakketten bij zorgverzekeraar Menzis: GarantVerzorgd 1, GarantVerzorgd 2 en GarantVerzorgd 3. In de meest uitgebreide variant (GarantVerzorgd 3) is tevens het verplichte eigen risico meeverzekerd. In de begrotingen rekenen we met de premie van GarantVerzorgd 2.

Alleen bij de huishoudens met een zorgvraag wordt gerekend met GarantVerzorgd 3. Omdat bij dit pakket het eigen risico is meeverzekerd vanuit het collectieve pakket, zetten we voor het huishouden met een zorgvraag bij de post “eigen risico” de kosten op nul. Voor de huishoudens met GarantVerzorgd 2 rekenen we wel met een bedrag voor de reservering van het eigen risico. Daarnaast gaan we uit van de minimale aanvullende tandverzekering van 250 euro per jaar (GarantTandVerzorgd 250). In 2023 bedraagt de premie van GarantVerzorgd 2 163,90 euro per maand. In dit bedrag zijn de korting en de gemeentelijke bijdragen al verrekend. Voor GarantVerzorgd 3 komt

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

de premie in 2022 uit op 185,99 euro. Dit is inclusief een GarantTandVerzorgd van 250 euro. Om voor deelname aan de collectieve zorgverkering in aanmerking te komen, hanteert de gemeente Barneveld een inkomensgrens van 130 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. Er geldt geen vermogensgrens. De kosten van de premie zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavepost “zorgverzekering”. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. 3.2.3 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag in de gemeente Barneveld is bedoeld voor inwoners: • tussen de 21 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd; • die geen scholier of student zijn; • die gedurende een periode van minimaal drie jaar over een inkomen beschikken dat gemiddeld niet hoger is dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm; • die zich voldoende hebben ingespannen om aan het werk te komen; • die een vermogen hebben dat niet hoger is dan de voor hen van toepassing zijnde vermogensvrijlating. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is afhankelijk van het type huishouden en de hoogte van het inkomen. In onderstaande tabel staat een overzicht. Tabel 7: Individuele inkomenstoeslag Barneveld Inkomen tot 100%

Inkomen tussen 100 – 110%

Alleenstaande zonder kinderen

€ 350

€ 175

Alleenstaande ouder met kind(eren) jonger dan 12 jaar

€ 450

€ 225

Alleenstaande ouder met kind(eren) ouder dan 12 jaar

€ 500

€ 250

Paar zonder kinderen

€ 500

€ 250

Paar met kind(eren) jonger dan 12 jaar

€ 600

€ 300

Paar met kind(eren) ouder dan 12 jaar

€ 650

€ 325

Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag apart gepresenteerd. 3.2.4 Vergoeding schoolkosten Voor huishoudens met schoolgaande kinderen tot en met 17 jaar en een inkomen niet hoger dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm stelt de gemeente vergoedingen beschikbaar voor de schoolkosten. Deze vergoeding kunnen ouders zelf aanvragen, en is juist bedoeld voor de indirecte schoolkosten zoals rekenmachines, schooltassen, woordenboeken, pennen en stiften. Voor de vrijwillige ouderbijdrage heeft de gemeente ook een regeling. De gemeente stelt vergoedingen beschikbaar voor kinderen in het primair onderwijs (50 euro per schooljaar), kinderen die de overstap maken van primair naar voortgezet onderwijs (eenmalig 200 euro per schooljaar ) en kinderen in het voortgezet onderwijs (125 euro per schooljaar).

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

Voor de huishoudens met kinderen van 12 en 15 jaar gaan we ervan uit dat de 12-jarige een overstap maakt naar het voortgezet onderwijs. Deze huishoudens ontvangen hiervoor de eenmalige jaarlijkse vergoeding van 200 euro. Daarnaast ontvangen deze huishoudens voor de 15-jarige de jaarlijkse vergoeding van 125 euro. Deze vergoedingen worden verrekend met de post “Onderwijs”. Deze vergoedingen zijn voldoende om alle onderwijskosten mee te verrekenen voor huishoudens tot 120 procent. 3.2.5 Vergoeding computer en printer Huishoudens met kinderen in leeftijd van 8 tot en met 17 jaar kunnen eenmaal in de 5 jaar in aanmerking komen voor een vergoeding (per gezin) voor een computer en printer van maximaal 500 euro. Om voor deze regeling in aanmerking te komen mag het inkomen niet hoger zijn dan 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. In de begrotingen van de huishoudens met oudere kinderen (vanaf 12 jaar) is het bedrag voor een laptop verrekend in de post “onderwijs”. In deze post is een (ruimer) bedrag opgenomen voor ICT. In onze berekeningen gaan we er al vanuit dat het huishouden een printer heeft, daarom hebben we deze kosten niet verrekend met de begroting. 3.2.6 Sport- en cultuurregeling De gemeente Barneveld komt huishoudens met een laag inkomen financieel tegemoet in de kosten voor sport en cultuur.

De regeling is bedoeld voor het hele gezin (voor kinderen tussen de 5 en 18 jaar en volwassenen). Het inkomen van het huishouden mag niet hoger zijn dan 110 procent van de bijstandsnorm en het vermogen mag niet hoger zijn dan het wettelijk vrij te laten vermogen. Ook gezinnen waarvan de ouders in een minnelijk of wettelijk schuldentraject zitten komen hiervoor in aanmerking. Het betreft een in natura regeling. Er moet worden gekozen uit een sportactiviteit of een culturele activiteit. Met betrekking tot sport vergoedt de gemeente de basiscontributie bij veel voorkomende sportactiviteiten. Voorwaarde is dat deze activiteiten bij een vereniging of instelling in de gemeente Barneveld plaatsvinden. De contributie voor activiteiten op het gebied van muziek, zang, dans en theater wordt vergoed tot een maximum van 600 euro per jaar. Daarnaast kan voor kinderen (5 tot 18 jaar) het gehele lesgeld van de muziekschool Barneveld vergoed worden. Voor sport geldt een maximum vergoeding van 350 euro per jaar. In onze berekeningen gaan we uit van één sport abonnement voor zowel kinderen als volwassenen, deze kosten hebben we uit de post ‘sociale participatie’ gehaald. 3.2.7 Sportkleding- en accessoires Voor noodzakelijke sportkleding en/of sportaccessoires stelt de gemeente Barneveld voor volwassenen en voor kinderen van 5 tot en met 17 jaar een vergoeding beschikbaar.

De hoogte van de vergoeding is maximaal 50 euro per jaar of maximaal 150 euro ineens voor drie jaar vooruit. Hierbij geldt dat het inkomen van het huishouden niet hoger mag zijn dan 110 procent van de bijstandsnorm. In de begrotingen is deze vergoeding verrekend met de post “kleding en schoenen”. 3.2.8 Jeugdfonds Sport en Cultuur en Volwassenenfonds. De gemeente Barneveld doet een pilot van twee jaar om in samenwerking met Be Active & Creative fondsen beschikbaar te stellen voor inwoners die te veel verdienen om in aanmerking te komen voor minimaregelingen, maar die te weinig geld hebben om lessen te betalen voor hun kind(eren) of zichzelf. Het gaat hierbij om een keuze uit of sport of

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

cultuur. Zwemles loop daarnaast. Inwoners kunnen een bijdrage uit de fondsen aanvragen via intermediairs.6 Volwassenenfonds (18+): Maximaal 250 euro voor sport of 400 euro voor cultuur per jaar. Als de contributie lager is, kan voor het restant ook een bedrag toegekend worden voor kleding of materialen, met een maximum van 90 euro per jaar. Jeugdfonds (0-17 jaar): - Richtlijn 225 euro voor sport of 425 euro voor cultuur per jaar. - Er mag maximaal 90 euro toegekend worden aan kleding, materialen of huur van bijvoorbeeld instrumenten als er nog niet aan het maximale (richtlijn)bedrag is voldaan. - Eén aanvraag per persoon per jaar. - Maximaal één jaar lang (daarna nieuwe aanvraag mogelijk). - Geen vergoeding met terugwerkende kracht. - Geen korte workshops, theaterbezoek, sportkampen of privélessen; het betreft aanvragen met een structureel karakter. - Online aanvragen door intermediairs (niet door ouders/volwassenen of sport/cultuuraanbieders). - Betaling rechtstreeks aan sport- en cultuuraanbieders. De vergoedingen voor sport en cultuur worden in onze begrotingen verrekend met de post “sociale participatie”. Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. Hierin staan ook bedragen voor uitgaven aan contributies en abonnementen.

Deze uitgaven zijn verrekend met de sport- en cultuurregeling voor huishoudens die rechthebbend zijn. Voor volwassenen blijft nog een klein bedrag van 30 euro per jaar over die we verrekend hebben met de post ‘kleding’. Voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar blijft er geen bedrag over van de 225 euro om aan kleding te besteden. Dit komt omdat we voor kinderen vanaf 12 jaar hetzelfde bedrag rekenen voor sport en contributie als volwassenen. 3.2.9 Vergoeding zwemlessen en zomerzwemabonnement De kosten voor zwemlessen voor het behalen van diploma A worden voor inwoners met een laag inkomen (niet hoger dan 120 procent van de bijstandsnorm) volledig door de gemeente vergoed. De kosten worden rechtstreeks aan het zwembad verstrekt. Ook de kosten voor het zomerzwemabonnement voor één van de zwembaden in de gemeente Barneveld kunnen vergoed worden. Hierbij geldt een inkomensgrens van 110 procent van de bijstandsnorm. Omdat in de begrotingen wordt uitgegaan van het lidmaatschap van één (sport)vereniging per persoon, wordt ook de contributie van slechts één sport of activiteit in mindering gebracht. Hiervoor rekenen we in dit onderzoek met de vergoedingen vanuit de sport- en cultuurregeling. Echter, in de praktijk is het mogelijk om met de gemeentelijke vergoedingen aan meerdere activiteiten deel te nemen.

Een kind kan bijvoorbeeld lid zijn van een voetbalvereniging én zwemlessen volgen. Dit stapelingseffect is niet direct uit de begrotingen af te lezen, maar is dus wel mogelijk.

____________________

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

3.2.10 Kinderopvang en peuteropvang Een alleenstaande ouder met een inkomen boven bijstandsniveau zal enkele dagen per week werken en daarbij gebruik maken van de kinderopvang. In deze rapportage wordt bij een inkomen op 110 procent van de bijstandsnorm gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 en 130 procent van de norm wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang per week. Op grond van de Wet kinderopvang kunnen huishoudens met kinderen tot twaalf jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang. Voorwaarde is dat een alleenstaande ouder werkt of in geval van een paar, beide ouders werken. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. Voor deze eigen bijdrage is in de gemeente Barneveld alleen een tegemoetkoming mogelijk bij een sociaal medische indicatie. Hiervan gaan we niet uit in dit onderzoek. Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering (en die niet werkt) hoeft geen gebruik te maken van de kinderopvang; daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen. Dit geldt ook voor het paar waarbij we in dit onderzoek uitgaan van één werkende. Voor de contacten en ontwikkeling van de kinderen gaan we in dit onderzoek er wel vanuit dat de jonge kinderen naar peuteropvang gaan. We rekenen met twee dagdelen per week.

Per 1 januari 2018 zijn peuterspeelzalen omgevormd tot kinderdagverblijven. Dit is geregeld in de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Hierdoor krijgen sommige ouders die gebruik maken van de peuteropvang recht op kinderopvangtoeslag. Eenverdieners (kostwinnergezin) of werkloze alleenstaande ouders komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Voor hen gaan we uit van tarieven voor huishoudens met een laag inkomen. In de gemeente Barneveld zijn de maandtarieven voor de peuteropvang identiek aan de hoogte van de eigen bijdrage die gelden voor de kinderopvangtoeslag. Dit geldt voor maximaal twee dagdelen per week. 7 De kosten voor kinderopvang en de peuterspeelzaal zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “kinderopvang”. De kinderopvangtoeslag (of de vergoeding die door de gemeente wordt verstrekt) is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. 3.2.11 Vergoeding kosten woon-werkverkeer In de begrotingen wordt ervan uitgegaan dat bij een inkomensniveau van 100 procent het betreffende huishouden een bijstandsuitkering ontvangt. Uiteraard kan er ook bij een inkomen van 100 procent van de bijstandsnorm sprake zijn van werk, maar we willen in deze rapportage juist de positie van huishoudens met een bijstandsuitkering inzichtelijk maken en wat er met het inkomen gebeurt bij werkaanvaarding.

Bij de hogere inkomensniveaus gaan we daarom uit van inkomen uit werk. In dat laatste geval worden ook kosten voor woon-werkverkeer in de begroting opgenomen. In de gemeente Barneveld bestaan mogelijkheden om deze reiskosten vergoed te krijgen. Men kan een beroep doen op de algemene bepaling voor reiskosten waarbij individuele bijzondere bijstand kan worden verstrekt als de bestemming is gelegen buiten de gemeente Barneveld (maar binnen Nederland) en de reisafstand enkele reis tussen het hoofdverblijf en de bestemming 7 kilometer of meer bedraagt. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van het OV-tarief voor de kortste route of ____________________ 7

Let op: de tarieven voor kinderopvang kunnen hoger uitvallen.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

een vergoeding van 21 cent per kilometer voor de kortste route als geen gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer. Er wordt in de praktijk weinig gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, waarschijnlijk omdat inwoners of te dicht bij hun werk wonen, of omdat de werkgever deze reiskosten vergoedt. Mocht dit niet het geval zijn, dan is een beroep op artikel 28 mogelijk. Om die reden zijn in de begrotingen van de gemeente Barneveld geen kosten voor woonwerkverkeer opgenomen. 3.2.12 Energietoeslag Net als in 2022 kunnen gemeenten in 2023 aan huishoudens met een laag inkomen een (eenmalige) energietoeslag uitkeren. Het Rijk heeft aan gemeenten hiervoor geld ter beschikking gesteld. Gemeenten kunnen zelf invulling geven aan welke groepen ze welk bedrag geven. Voor het verstrekken van deze energietoeslag wordt van de categoriale bijzondere bijstand gebruik gemaakt. Zo kan de gemeente de toeslag uitkeren aan huishoudens die aan de voorwaarde voldoen, zonder te controleren of de energiekosten daadwerkelijk gestegen zijn of voldoende middelen (vermogen) beschikken de energierekening te betalen. De gemeente Barneveld heeft voor 2023 een voorschot van 500 euro toegekend aan huishoudens met een inkomen niet hoger dan 120 procent van de bijstandsnorm. In de berekeningen is de energietoeslag eenmalig verrekend met de post “gas”.

Waarschijnlijk wordt dit bedrag in de loop van 2023 verhoogd (naar 1.300 euro). Zie voor de effecten hiervan paragraaf 4.4. 3.2.13 Bibliotheekregeling Een volwassen inwoner met een inkomen tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm kan in aanmerking komen voor vergoeding van een standaard jaarabonnement bij de Bibliotheek Barneveld. Het betreft een in natura regeling. Deze regeling wordt niet in dit onderzoek meegenomen omdat een bibliotheekabonnement niet expliciet in de begrotingen voor noodzakelijke uitgaven is opgenomen. 3.2.14 Individuele bijzondere bijstand De gemeente Barneveld verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. De grens voor de bijzondere bijstand is gesteld op 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. Voor het inkomen dat boven dit percentage komt, hanteert de gemeente Barneveld de volgende draagkrachtsystematiek: • bij inkomsten tussen de 100 procent en 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt de draagkracht 50 procent van het meerinkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm; • bij inkomsten die meer bedragen dan 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt de draagkracht daarnaast 100 procent van het meerinkomen boven de 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.

De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen bij de huishoudens zonder zorgprofiel, omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. Bij de huishoudtypen met een zorgvraag gaan we uit van een aantal veronderstellingen (zie ook paragraaf 3.3.1). Indien voor een of meer van deze

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting. Overige verstrekkingen vanuit de individuele bijzondere bijstand worden, net als bij de andere huishoudtypen, niet meegenomen.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

3.3 Huishoudens met een zorgvraag In dit onderzoek worden twee huishoudens met extra zorgkosten onderzocht, namelijk een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd en een alleenstaande oudere (AOWgerechtigd). Het zorgprofiel volgt hieronder. Vervolgens worden de landelijke en lokale regelingen genoemd die voor een huishouden met een zorgvraag gelden. En tenslotte op welke manier de regelingen doorwerken op de maandbegroting van de huishoudens met een zorgvraag. 3.3.1 Uitgangspunten huishoudens met zorgvraag Om de begrotingen voor huishoudens met een zorgvraag op te maken, zijn de zogenoemde zorgprofielen opgesteld. Hiermee bepalen we welke extra kosten dit huishouden heeft, en welke vergoedingen daar tegenover staan. De profielen zijn opgesteld door het Nibud, in samenspraak met Ieder(In) 8.

Voor de alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd geldt het zorgprofiel waarbij voor het betreffende huishouden álle volgende uitgangspunten gelden: • Hartklachten • Bril • Gehoorapparaat • Rollator • Een medicijn dat door (aanvullende) zorgverzekering vergoed wordt • Lichte vorm van incontinentie • Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening • 3 uur huishoudelijke verzorging per week • 14 uur persoonlijke verzorging per week • 4 uur verpleging per week • Personenalarmering • Gebruik belbus/collectief vervoer • Woningaanpassing (drempels weg, verhoogde wc) Voor de alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd gelden álle volgende uitgangspunten: • Stofwisselingsziekte • Longproblemen • Hoog medicijngebruik (deels eigen bijdrage voor betalen) • Rolstoelgebonden • 2 uur huishoudelijke verzorging per week • 12 uur persoonlijke verzorging per week • 4 uur verpleging per week • Woningaanpassing (drempels weg, verhoogde WC) • Personenalarmering • Gebruik belbus / collectief vervoer

____________________ 8

Ieder(In) is een belangenorganisatie voor mensen met een beperking of een chronische ziekte

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

3.3.2 Collectieve zorgverzekering Zoals in paragraaf 3.2.2 staat beschreven, kent de gemeente Barneveld een uitgebreide collectieve zorgverzekering waar huishoudens met extra zorgkosten veel profijt van kunnen hebben: GarantVerzorgd 3. Via dit pakket is onder meer het verplicht eigen risico van 385 euro per jaar meeverzekerd, evenals de eigen bijdrage voor Wmo. 3.3.3 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Naast algemene taken, zoals het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente, heeft de gemeente op basis van de Wmo de volgende taken: • ondersteuning van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving, bijvoorbeeld door begeleiding, zinvolle daginvulling, huishoudelijke verzorging, woningaanpassing, vervoer of een rolstoel; • ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door trainingen, of ondersteuning in het geval dat de mantelzorger of vrijwilliger ziek is.

3.3.4 Begroting huishoudens met zorgvraag Gezien de zorgprofielen volgens paragraaf 3.3.1, zullen de beide begroting van de huishoudens met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen. •

De huishoudelijke verzorging heet in de gemeente Barneveld huishoudelijke ondersteuning en is een maatwerkvoorziening. Hiervoor betaalt de inwoner een eigen bijdrage. Deze huishoudelijke ondersteuning valt onder de eigen bijdragesystematiek van 19 euro per maand. Deze is inkomensonafhankelijk. De eigen bijdrage wordt volledig vergoed in alle pakketten (ook bij GarantVerzorgd 3). De verrekening van de huishoudelijke verzorging valt onder de post “eigen bijdragen/betalingen zorg”.

•

De persoonlijke verzorging en verpleging vallen in het basispakket van de zorgverzekering. Hiervoor komen er dus geen extra kosten bij.

•

De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid. Volgens het bovenstaande zorgprofiel maakt een oudere met zorgvraag gebruik van de maaltijdvoorziening. Een warme maaltijd, besteld bij stichting Maaltijd aan Huis en Welzijn Barneveld, kost gemiddeld 7,86 euro. Voor de maaltijdvoorziening is geen bijzondere bijstand mogelijk. Volgens de Nibud Prijzengids kost een warme maaltijd voor een oudere alleenstaande 2,70 euro per keer. Uitgaande van vijf maaltijden per week, zijn de meerkosten ten opzichte van een zelf gemaakte maaltijd 112 euro per maand. Van de kosten die iemand betaalt voor een bezorgde warme maaltijd zijn de normale kosten van een (zelfgemaakte) maaltijd afgehaald. Deze meerkosten voor de maaltijdvoorziening zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “voeding”.

•

Het huishouden met een zorgvraag maakt gebruik van aanvullend vervoer. In de gemeente Barneveld geldt voor personen met een indicatie (daarvan gaan we uit

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

bij de huishoudens met zorgvraag) een instaptarief van 1,08 euro. Daarnaast betaalt men 0,19 euro per kilometer. Bij meer dan 25 kilometer reizen kan gebruik gemaakt worden van Valys. Hiervoor betaalt de reiziger 0,22 euro per kilometer. - In de begrotingen wordt gerekend met vier ritten per maand van 5 kilometer enkele reis, wat neerkomt op 16,24 euro per maand. - Daarnaast rekenen we een aantal langere reizen voor bijvoorbeeld het bezoeken van een specialist. Daarbij gaan we uit van 4 ritten per jaar van 50 kilometer enkele reis. Omgerekend per maand gaat dit om een bedrag van 7 euro. Totaal gaat het dus om een bedrag van 23 euro per maand aan extra vervoerskosten vanwege zorg. Verder gaan we ervan uit dat er geen gebruik wordt gemaakt van de fiets; deze kosten (9,50 euro per maand) zijn daarom uit de begroting van de betreffende huishoudens gehaald. De vervoerskosten zijn opgenomen onder de post “vervoer”. •

Voor de extra waskosten in verband met incontinentie gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op 10 euro per maand. Voor deze kosten kan op basis van een medische indicatie bijzondere bijstand worden verstrekt. De kosten en de eventuele ondersteuning in het geval dat het huishouden op basis van de draagkrachtregels hiervoor in aanmerking komt, verrekenen we met de post “was- en schoonmaakmiddelen”.

•

De eigen bijdrage voor medicijnen wordt voor 100 procent vergoed door de collectieve zorgverzekering als gekozen is voor het pakket GarantVerzorgd 3. Voor de huishoudens met een zorgvraag zijn we hiervan uitgegaan. Er komen in de begroting daarom geen extra kosten bij voor medicijnen.

•

De kosten voor hulpmiddelen en woningaanpassing (drempels weg, verhoogde wc), die vanuit de Wmo wordt toegekend, vallen onder de eigen bijdrage systematiek. Deze eigen bijdrage wordt vergoed vanuit de collectieve zorgverzekering. Voor de kosten die niet onder de Wmo vallen kan belasting worden teruggevraagd. Dit bedrag is berekend en te zien in de inkomstenpost “voorlopige aanslag”. De hoogte van de uiteindelijke kosten inclusief de vergoeding is verrekend bij de post “eigen bijdrage/betalingen zorg”.

•

De kosten voor de personenalarmering worden volledig vergoed vanuit de GarantVerzorgd 3. In de begrotingen komt er daarom geen bedrag meer bij.

•

Naast bovengenoemde zorgkosten rekenen we nog acht euro per maand voor attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc. Deze kosten zijn opgenomen onder de post “eigen bijdragen/betalingen zorg”.

De kosten en bijbehorende vergoedingen hebben betrekking op de zorgprofielen die voor dit onderzoek als uitgangspunt zijn genomen. Uiteraard kan het zorgprofiel per individu anders zijn en daarmee dus verschillend in kosten.

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

4 Resultaten 4.1 Inkomsten min uitgaven Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De begrotingen zijn gepresenteerd in bijlage 2, hierbij zijn de inkomsten afgezet tegen de uitgaven. Het resultaat van deze begroting (inkomsten minus uitgaven) geeft het beeld weer wat het huishouden overhoudt of tekort komt als alle uitgaven zijn gedaan. Deze resultaten zijn in de volgende tabel gepresenteerd en kunnen positieve of negatieve waarden opleveren, het huishouden houdt geld over of komt geld tekort. Als het huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven. Wanneer het huishouden minder overhoudt bij een hoger inkomen in vergelijking tot één of meerdere lagere inkomens (armoedeval), dan is dit zichtbaar gemaakt via een oranje kleur. Tabel 1. Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand

Saldo inkomsten min uitgaven 100

110

120

130

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

136

211

329

406

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

362

384

492

536

03. paar zonder kinderen tot AOW-leeftijd

118

224

338

366

04. paar zonder kinderen vanaf AOW-leeftijd

369

416

497

561

05. alleenstaande met 2 jonge kinderen

454

475

531

543

06. alleenstaande met 2 oudere kinderen

220

274

383

408

07. paar met 2 jonge kinderen

159

265

376

398

08. paar met 2 oudere kinderen

-65

41

146

123

09. alleenstaande tot AOW-leeftijd met zorg

124

199

317

394

10. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

245

257

364

408

Saldo inkomsten min uitgaven incl. IIT 100

110

120

130

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

165

226

329

406

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

362

384

492

536

03. paar zonder kinderen tot AOW-leeftijd

160

245

338

366

04. paar zonder kinderen vanaf AOW-leeftijd

369

416

497

561

05. alleenstaande met 2 jonge kinderen

492

494

531

543

06. alleenstaande met 2 oudere kinderen

262

295

383

408

07. paar met 2 jonge kinderen

209

290

376

398

08. paar met 2 oudere kinderen

-11

68

146

123

09. alleenstaande tot AOW-leeftijd met zorg

153

214

317

394

10. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

245

257

364

408

Minima-effectrapportage gemeente Barneveld 2023

Hieronder volgt de bespreking van de resultaten per huishoudtype. a. Alleenstaande Een alleenstaande met een bijstandsuitkering heeft nadat alle uitgaven zijn gedaan, een saldo van 136 euro. Dit loopt op naar een saldo van 406 euro op 130 procent. b. Alleenstaande oudere Bij een alleenstaande oudere is het saldo hoger dan bij een alleenstaande onder de AOWleeftijd. Dat komt omdat de AOW-uitkering hoger is dan de bijstandsuitkering en doordat de bijstandsnorm (gehanteerd voor de inkomensgrenzen van de regelingen) vanaf de AOW-leeftijd hoger is dan onder de AOW-leeftijd. We gaan voor ouderen uit van iets hogere uitgaven voor energie en voor niet-vergoede ziektekosten (zoals zelfzorgmiddelen), die worden enigszins gedempt door iets lagere uitgaven aan verzekeringen en vervoer. c. Paar zonder kinderen Het paar zonder kinderen houdt op bijstandsniveau 118 euro over. Dit is wat lager dan bij de alleenstaande zonder kinderen, terwijl het hier om twee volwassenen gaat. Een belangrijke oorzaak van het lagere bedrag ligt in het feit dat een paar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. Deze kosten worden niet gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande. d. Ouder paar Het oudere paar heeft, net als de alleenstaande oudere, geen tekorten op de begroting.

De AOW-norm ligt hoger dan de bijstandsnorm voor een huishouden onder de AOWleeftijd en de extra uitgaven zijn dat verschil hoger. Met alleen een AOW-uitkering houdt dit huishouden 369 euro per maand over en dit loopt op naar 561 euro bij het inkomen op 130 procent. e. Eenoudergezin met 2 jongere kinderen (1 en 3 jaar) Het eenoudergezin met 2 jongere kinderen houdt het meeste over van alle voorbeeldhuishoudens. Door de alleenstaande ouderkop hebben ze een ruimere uitgangssituatie en houdt dit huishouden op bijstandsniveau 492 euro per maand over. f. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (12 en 15 jaar) Ook het eenoudergezin met kinderen van 12 en 15 jaar kan de noodzakelijke uitgaven bekostigen. Het bedrag dat ze overhouden per maand is lager dan bij het eenoudergezin met jongere kinderen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere kosten voor onderwijs, voeding en vervoer. De hogere uitgaven van oudere kinderen worden ten dele gecompenseerd door iets hogere landelijke toeslagen (kinderbijslag en kindgebonden budget). g. Paar met 2 jonge kinderen (1 en 3 jaar) Het paar met twee jonge kinderen houdt op bijstandsniveau 209 euro over als alle noodzakelijke uitgaven zijn gedaan. Het paar met jonge kinderen heeft daarmee een hoger bedrag dan het paar zonder kinderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=4ff9b999-f9c7-4815-9cf1-31cbda63c388