CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.10 Besluit B&W inzake laatste tranche innovatiebudget Sociaal Domein d.d. 20-6-22.pdf

Commissie Samenleving 14 september 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Besluit B&W inzake laatste tranche innovatiebudget Sociaal Domein10.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Percentage van de ondervraagde gemeenten en provincies dat voor vervolgfinanciering doorverwijst naar: Andere subsidies van de gemeente/ provincie

60%

Subsidies van (vermogens) fondsen

50%

Giften van particulieren

33%

Europese subsidies

33%

Leningen Right to challenge, right to bid, social impact bonds, crowdfunding

28

8% 0%

Daarmee komt de overgang van eenmalige subsidie naar structurele of meerjarige bekostiging meer in beeld. Momenteel wijzen de gemeenten en provincies voor vervolgfinanciering nog hoofdzakelijk naar andere subsidies, in het bijzonder van de overheid en van fondsen, en niet naar andere financieringsinstrumenten. In Albrandswaard, Barendrecht, Capelle a/d IJssel en Ridderkerk is de mogelijkheid tot voortzetting van een initiatief met financiering uit de reguliere middelen van de gemeente uitdrukkelijk in de regeling opgenomen. Dordrecht is een gemeente die, zij het informeel, wat meer de makelaarsrol oppakt en kritisch bekijkt of een gesubsidieerd initiatief als zelfstandige organisatie moet blijven bestaan of juist beter bij een bestaande organisatie kan worden ondergebracht. Ook dat is een insteek waarbij een grotere kans bestaat dat de subsidie tot blijvende verandering leidt. Verder komt met enige regelmaat voor dat een initiatief toch een tweede keer subsidie krijgt. In Soest, bijvoorbeeld, geeft de regeling mogelijkheid om drie jaar lang een bijdrage te geven, maar krijgen initiatieven in principe voor maximaal een jaar subsidie. Verschillende initiatieven hebben daar inmiddels een verlenging gekregen. Soms zal het behulpzaam zijn om te verlengen, zodat een initiatief meer tijd heeft om aan borging en bestendiging te werken.

De subsidieverstrekker hecht dan sterker aan het verstevigen van wat in gang is gezet, dan aan zoveel mogelijk nieuwe initiatieven. Het is een van de redenen waarom in Amersfoort op de pauzeknop is gedrukt; om goed na te denken over een balans tussen alleen maar pilots en vernieuwing en het robuust maken van wat al opgestart is. Waar het echter overal aan ontbreekt, is een soort interne ‘workflow’ rond borging, als onderdeel de manier waarop de regeling wordt uitgevoerd. De subsidieverstrekker heeft feitelijk nauwelijks een opvatting over de eigen rol op dat vlak en daar is absoluut winst te behalen.

29

5

Tot slot

Subsidie voor innovatieve activiteiten is een van de instrumenten die gemeenten inzetten in het kader van de decentralisatie in het sociaal domein. Hoewel de motivatie om subsidie te gebruiken in elke gemeente anders wordt verwoord, zijn de meeste regelingen gericht op het stimuleren van vernieuwende lokale initiatieven die een blijvende verandering in zorg, jeugdzorg of arbeidsparticipatie kunnen opleveren. Daarmee onderscheiden deze regelingen zich van subsidies voor bewonersinitiatief en van structurele subsidies in het sociaal domein. Of de doelen die met de subsidies worden nagestreefd ook daadwerkelijk worden behaald, blijkt in de uitvoering van de regelingen lang niet overal topprioriteit te hebben. Dat er snel en flexibel gewerkt kan worden, wordt over het geheel meer gewaardeerd dan een strakke monitoring en zware verantwoordingsmethodiek. Toch voelen veel ambtenaren aan dat er een opgave ligt om steviger op resultaat in te zetten. Daarbij moet dan ook niet de vraag worden geschuwd of de subsidieregeling het meest kansrijke of nuttige instrument is om in te zetten. In een gemeente als Amersfoort zijn die vraagtekens al geplaatst, maar veel andere gemeenten zitten helemaal niet op dat punt. Doelen behalen is echter niet alleen een kwestie van een juiste balans tussen flexibiliteit en sturing op resultaat.

Het gaat er ook om of de juiste doelgroepen worden bereikt, of het doel van de regeling goed wordt begrepen en het vuurtje bij initiatieven aanwakkert om mee te doen. Op het vlak van zichtbaarheid van resultaat valt nog veel te bereiken. Hetzelfde geldt voor het ondersteunen van het voortbestaan en de implementatie van de gesubsidieerde innovaties.

30

Of het nu om een organisatie gaat die daarvoor moet blijven bestaan, een product of een dienst, of een nieuwe manier van werken, het robuuster maken van de innovatie is belangrijk om tot blijvende verandering te komen. De lokale overheid heeft daarin, als belangrijkste financier en afnemer van het sociaal domein, zeker een rol te spelen. In deze verkenning is weliswaar geen poging gedaan om de daadwerkelijke effectiviteit van de subsidies te meten, maar deze drie opgaven liggen sowieso te wachten op gemeenten en provincies die hun regeling voor innovatiesubsidies willen versterken. Wat nog rest is de nog niet gemaakte opmerking dat welke keuzen er dan ook gemaakt worden, op de achtergrond altijd de vraag speelt wat je als overheid vindt dat zo’n regeling en de bijhorende doelen je werkelijk waard zijn. Letterlijk, in geld. Want los van de bedragen die als subsidie worden verspijkerd, kost het opzetten en uitvoeren van de regeling capaciteitsinzet. Een omvangrijke regeling met een grote pr-campagne eromheen is als vanzelfsprekend flink duurder dan een low-profile regeling. De indruk in deze verkenning is dat de innovatiesubsidies vooral in die laatste categorie vallen. Dat hoeft niet erg te zijn, maar is een punt om absoluut rekening mee te houden.

31

Meer lezen Meer informatie over het onderzoek Meer achtergrondinformatie over de opzet en data(verzameling) van het onderzoek is te vinden op de website van Social Finance Matters: https:// socialfinancematters.nl/innovatiesubsidies/onderzoeksinfo.

Over de auteur en Social Finance Matters Dit onderzoek werd opgezet en gecoördineerd door Martijn Arnoldus, die onder de vlag van Social Finance Matters trends en ontwikkelingen volgt, onderzoekt, mede vormgeeft en trainingen verzorgt rond ‘social finance’, financiële arrangementen die gericht zijn op sociale waardecreatie, naast een eventueel economisch rendement. Bij het bekostigen van vernieuwende manieren om actuele maatschappelijke vraagstukken te lijf te gaan, wordt steeds vaker gekeken naar de maatschappelijke impact of meerwaarde die gerealiseerd wordt. Termen als sociaal ondernemen, sociaal financieren en impactinvesteringen worden tegenwoordig regelmatig gebruikt. Naast nieuwe financierings- en bekostigingsinstrumenten worden geregeld ook veel langer bestaande middelen ingezet. Filantropie, investeringsmarkt en publieke financiering komen elkaar vaker tegen. Dat vraagt om nieuwe kennis en competenties bij zowel financiers als geldvragers als allerlei betrokken tussenpartijen. Martijn richt zich met Social Finance Matters op dat dynamische en snel veranderende speelveld. Hij heeft jarenlang ervaring op het terrein van financiering van sociale impact en maatschappelijk initiatief, (sociale) innovatievraagstukken en -methoden, en ontwikkeling van businessmodellen.

Naast Social Finance Matters ontwikkelt hij projecten rond innovatiemethoden en living labs onder de noemer van Scale Matters, en hij is mede-oprichter en oud-directeur van Stichting Voor je Buurt, mondiaal een van de eerste crowdfundingplatformen voor maatschappelijke initiatieven.

32

33

Meer dan dertig Nederlandse gemeenten en twee provincies hebben een subsidieregeling die speciaal bedoeld is voor vernieuwende initiatieven in het sociaal domein, met name jeugd- en ouderenzorg en participatie. Wat hopen de subsidiegevers daarmee te bereiken? Wat zijn de ervaringen met de uitvoer van die regelingen? Waar zitten de verbeterpunten? Deze verkenning geeft een voorzet voor de uitwerking van praktische handvatten voor sterkere innovatiesubsidies.

www.socialfinancematters.nl t: 085-0185071

september 2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=48058b97-2b35-4250-9841-a6421a17ce2b