CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.10 Besluit B&W inzake Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen d.d. 13-7-21.pdf

Gemeenteraad 6 oktober 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken13.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

HOOFDSTUK 2 BIJZONDERE BIJSTAND De artikelen in hoofdstuk 2 hebben alleen betrekking op bijzondere bijstand en zijn niet van toepassing op de minimaregelingen. 2.1 Algemene bepalingen Voor alle situaties die niet vallen onder de standaardsituaties in deze beleidsregels, kan nog steeds bijzondere bijstand mogelijk zijn. In deze paragraaf zijn een aantal algemene bepalingen opgenomen die niet alleen van toepassing zijn op de genoemde standaardsituaties in deze beleidsregels, maar ook op alle niet-genoemde situaties.

Artikel 6 Algemeen Lid 1 Bijzondere bijstand wordt alleen als lening verstrekt in die gevallen die benoemd zijn in deze beleidsregels en/of de wet. Lid 2 De achtergrond van bijzondere bijstand is dat de cliënt niet in staat is, vanwege bijzondere omstandigheden, om de noodzakelijke kosten te betalen. Als de cliënt de kosten niet kan betalen, zal eerst de bijzondere bijstand aangevraagd moeten worden voordat de cliënt de kosten kan maken. In de praktijk worden de kosten nog wel eens gemaakt voordat de bijzondere bijstand is aangevraagd. Daarom wordt geaccepteerd dat de aanvraag wordt ingediend binnen een maand nadat de kosten zich voor doen. De factuurdatum wordt aangenomen als het moment dat de kosten zich voor doen. Lid 3 De bijzondere bijstand wordt pas verstrekt als de cliënt zijn financiële draagkracht volledig heeft ingezet en daarmee nog niet alle kosten zijn voldaan.

Artikel 7 Draagkracht Bij het vaststellen van de draagkracht bepaalt het college welke financiële ruimte de cliënt per jaar heeft om zelf de noodzakelijke kosten te betalen. Als alle noodzakelijke kosten in een jaar samen meer zijn dan de draagkracht, kan er bijzondere bijstand verstrekt worden voor het meerdere. Door over de eerste 10% boven de bijstandsnorm slechts 50% als draagkracht aan te merken ontstaat er geen harde grens waarboven er geen bijzondere bijstand meer mogelijk is.

Artikel 8 Draagkrachtperiode De draagkrachtperiode is de periode waarin de vastgestelde draagkracht per jaar ‘geldig’ is. Zolang de draagkrachtperiode nog niet is verstreken, wordt de draagkracht niet opnieuw berekend. De draagkrachtperiode start op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag voor bijzondere bijstand is ontvangen. In uitzonderlijke gevallen kunnen dan de vergoedde kosten buiten draagkrachtperiode vallen (in maand voorafgaand). Bijvoorbeeld als de factuur van 6 februari is en aanvraag op 3 maart wordt ingediend. De draagkrachtperiode start dan op 1 maart, terwijl de kosten zich in februari hebben voorgedaan. Dit kan alleen als het een nieuwe draagkrachtperiode betreft. In

dergelijke situaties, worden de kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd wel meegenomen in het nieuw vastgestelde draagkrachtjaar. Als er lopende een draagkrachtperiode een aanvraag wordt gedaan van periodieke bijzondere bijstand, kan de lopende draagkrachtperiode verlengd worden met maximaal 3 maanden, als de gebruikelijke duur van de toekenning de draagkrachtperiode zou overschrijden. Wanneer periodieke bijzondere bijstand gebruikelijk voor een jaar toegekend wordt en de draagkrachtperiode is nog maar 10 maanden ‘geldig’, dan kan de draagkrachtperiode eenmalig verlengd worden met 2 maanden, zodat deze weer aansluit bij de periode waarvoor de periodieke bijzondere bijstand vertrekt wordt. De draagkracht hoeft dan niet opnieuw beoordeeld te worden. Is de resterende draagkrachtperiode korter dan 9 maanden, maar langer dan 6 maanden, dan wordt geadviseerd om de verlenging toe te passen én de duur van de toekenning van de bijzondere bijstand aan te passen tot einde verlening van de draagkrachtperiode. Is de resterende draagkrachtperiode korter dan 6 maanden, dan wordt geadviseerd om de draagkracht opnieuw vast te stellen en een nieuwe draagkrachtperiode vast te stellen. 2.2 Aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud

Artikel 9 Uitzondering draagkrachtbepaling De situaties genoemd in paragraaf 2.2 hebben allen betrekking op kosten waarvoor een groot deel van de bijstandsnorm bedoeld is. In beginsel zou er geen reden zijn om nog extra (bijzondere) bijstand te verstrekken voor deze kosten. In de uitzonderlijke situaties waarin toch aanvullend bijzondere bijstand verstrekt wordt, gebeurt dat zo minimaal mogelijk. Dat betekent dat er een aangepaste, strengere draagkrachtbepaling van toepassing is, waarbij alles boven de bijstandsnorm voor 100% gezien wordt als draagkracht. Ook is de kostendelersnorm van toepassing, omdat het gaat om de situaties waarin in geval van medebewoners de kosten gedeeld kunnen worden.

Artikel 10 Zelfstandig wonende of in een inrichting verblijvende jongere in de leeftijd 18, 19 en 20 jaar Voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar zijn ouders nog onderhoudsplichtig. Als een jongere kosten heeft die de jongerennorm van de bijstand te boven gaat, dan worden de ouders geacht bij te dragen in de kosten van het onderhoud. Wanneer de jongere zelfstandig woont of in een inrichting verblijft, is aannemelijk dat de noodzakelijke kosten van bestaan de jongerennorm overstijgen. Als de jongere dan zijn ouder niet kan aanspreken om een financiële bijdrage in zijn onderhoud te leveren, is aanvullende bijzondere bijstand mogelijk. In het derde lid worden de omstandigheden opgesomd waarin wordt aangenomen dat de ouder niet aan te spreken is op zijn onderhoudsplicht. Beide ouders zijn hoofdelijk aansprakelijk, dus als er één ouder niet aan te spreken is, moet alsnog de andere ouder voldoen aan zijn onderhoudsplicht. Aanvullende bijzondere bijstand is pas mogelijk als beide ouders niet aan te spreken zijn. Het inkomen van de jongere en de aanvullende bijzondere bijstand kunnen samen in ieder geval nooit meer zijn dan de bijstandsnorm van een 21-jarige. Daarbij maakt het niet uit of de jongere inkomen uit bijstand, loon of een andere uitkering ontvangt.

Om de hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand te bepalen wordt gekeken naar de feitelijke noodzakelijke kosten van de jongere. Er wordt dus niet automatisch aangevuld tot aan de bijstandsnorm van de 21-jarige.

Artikel 11 Woonkostentoeslag De huur van een (nieuwe) woning moet vooruit betaald worden. Het is niet altijd mogelijk om al een toekenningsbesluit van de huurtoeslag te hebben voordat de huur betaald moet worden. Ter overbrugging tot het moment dat de huurtoeslag ontvangen wordt, kan er in de vorm van een lening, bijzondere bijstand verstrekt worden. De bijzondere bijstand mag maximaal de hoogte van de (te verwachten) huurtoeslag hebben, omdat de bijstand na ontvangst van de huurtoeslag direct terugbetaald moet worden.

Een cliënt die door verlies van inkomsten de huur boven de huurtoeslaggrens niet meer kan betalen, kan tijdelijk bijzondere bijstand verkrijgen, omdat de cliënt, ondanks het lage inkomen, door de te hoge huur geen huurtoeslag kan verkrijgen. De hoogte van de bijzondere bijstand is dan de maximale huurtoeslag die bij het inkomen van de cliënt hoort, verhoogd met het verschil tussen de huurtoeslaggrens en de feitelijke (hogere) huurprijs. Ook als een cliënt de woonkosten van zijn koopwoning niet meer kan opbrengen, door verlies van inkomsten, kan er voor deze (meer)kosten tijdelijk bijzondere bijstand verstrekt worden. De cliënt kan ondanks zijn lage inkomen geen huurtoeslag verkrijgen, omdat hij geen huurwoning bewoont. De bijzondere bijstand bedraagt dan wat de cliënt aan huurtoeslag zou hebben ontvangen als het wel een huurwoning betrof. Als de woonkosten hoger zijn dan de huurtoeslaggrens wordt de bijzondere bijstand nog verhoogd met het verschil tussen de huurtoeslaggrens en de feitelijke (hogere) woonkosten. Wat onder woonkosten wordt verstaan is opgesomd in artikel 1 van deze beleidsregels. De bijzondere bijstand wordt alleen tijdelijk verstrekt en de cliënt met kosten boven de huurtoeslaggrens heeft de plicht om er alles aan te doen om zo snel mogelijk een goedkopere woning te verkrijgen, zodat de bijzondere bijstand niet meer nodig is.

Artikel 12 Eerste maand huur, administratiekosten en waarborgsom Lid 1 De bijstandsuitkering wordt na afloop van de maand uitbetaald en de huur moet voorafgaand aan de maand betaald worden. Cliënten die voor vestiging in de nieuwe woning geen inkomen hebben vallen hierdoor in een financieel gat, die niet meer in te halen is als hiervoor geen bijzondere bijstand wordt verstrekt. Uiteraard is de huurtoeslag een voorliggende voorziening en wordt deze in mindering gebracht op de bijzondere bijstand. In afwachting van de eerste uitbetaling van de huurtoeslag, kan op grond van artikel 11 sub a onder 1 een lening verstrekt worden tot de huurtoeslag is uitbetaald. Lid 2 Bij een noodzakelijke verhuizing kan cliënt bijzondere bijstand krijgen voor de administratiekosten, als de verhuurder deze in rekening brengt. De dubbele huur die iemand heeft door tijdens de verhuizing twee woningen te hebben, wordt voor een halve maand vergoed. In deze halve maand wordt de cliënt in de gelegenheid gesteld om de woning iets op te knappen en de inboedel te verhuizen naar de nieuwe woning. De cliënt moet er zelf zorg voor dragen dat de huur van de oude woning tijdig opgezegd wordt, zodat er niet meer overlap ontstaat dan een halve maand. Voor de waarborgsom wordt alleen een lening verstrekt, omdat dit bedrag uiteindelijk door de verhuurder aan de cliënt terugbetaald wordt.

Artikel 13 Woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen In artikel 1 is opgenomen dat woninginrichting meubels en lampen betreft en duurzame gebruiksgoederen zijn witgoed (koelkast, wasmachine enz) en zwartgoed (televisie). Bijzondere bijstand voor woninginrichting en/of duurzame gebruiksgoederen is alleen mogelijk als er sprake is van een noodzakelijke verhuizing. In alle andere gevallen wordt de cliënt geacht zelf voor deze kosten te reserveren. Daarnaast is de toegang beperkt tot de noodzakelijke verhuizingen die genoemd zijn in artikel 12 derde lid sub a tot en met d, omdat dit de situaties zijn waarin de cliënt (nog) niet over een (volledige) inboedel beschikt. In de andere situaties kan de cliënt zijn inboedel gewoon meenemen uit de oude woning. De bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een lening. Enige uitzondering is als de cliënt al is toegelaten tot het minnelijke of wettelijke schuldhulptraject. Deze cliënten mogen geen nieuwe schulden maken tijden hun traject, dus geen bijstand in de vorm van een lening ontvangen. Om deze cliënte niet tussen wal en schip te laten vallen, is hiervoor een uitzondering gemaakt.

De bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt afgestemd op de goedkoopste mogelijkheid om de goederen aan te schaffen. Dat betekent dat de cliënt moet benoemen welke goederen noodzakelijk zijn. van cliënt mag verwacht worden om ook het tweedehands aanbod te bekijken. Van de woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen mag verwacht worden dat deze minimaal 5 jaar gebruikt kunnen worden. mocht de cliënt binnen 60 maanden weer verhuizen, dan wordt ervan uitgegaan dat cliënt de woninginrichting en de duurzame gebruiksgoederen dus mee kan nemen naar de nieuwe woning. Bijzondere bijstand voor woninginrichting is dan alleen nog mogelijk voor het bedrag dat bij de eerste verhuizing niet is gebruikt. 2.3 Bijzondere omstandigheden

Artikel 14 Opknapkosten In geval van een medische noodzaak voor de verhuizing kan Wmo een voorliggende voorziening zijn.

Artikel 15 Verhuiskosten De mogelijkheid van bijzondere bijstand voor de kosten van het transport van en de inpakmiddelen voor de inboedel, is beperkt tot de noodzakelijke verhuizingen genoemd in artikel 12 derde lid sub d tot en met f. Dit zijn de situaties waarin de cliënt beschikt over een volledige inboedel. In de andere gevallen is de inboedel beperkt. In geval van een medische noodzaak voor de verhuizing kan Wmo een voorliggende voorziening zijn. Overzicht artikel 12 tot en met 15 Situaties: a. Eerste vestiging vanuit dakloosheid b. Zelfstandige vestiging vanuit AZC c. Uitstroom Beschermd Wonen d. Echtscheiding /verbreking relatie e. Medische noodzaak verhuizing f. Verhuisverplichting naar goedkopere woning Wat: Woninginrichting Duurzame gebruiksgoed Opknapkosten Verhuiskosten

meubels, lampen wit- en zwartgoed verf/behang, raam-/vloer transport

Situaties a, b, c, d a, b, c, d a, b, c, d, e, f, d, e, f

Vorm lening lening om niet om niet

Drgkracht artikel 9 9 7 7

Artikel 16 Baby-uitzet De cliënt wordt geacht zelf te reserveren voor deze kosten. Alleen de minderjarige, die vaak geen eigen inkomen hebben, en de statushouder, die korter dan 5 maanden voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum het AZC heeft verlaten, hebben onvoldoende mogelijkheden gehad om voor deze kosten te reserveren. Daarom krijgen deze cliënt bijzondere bijstand in de vorm van een lening.

Artikel 17 Chronisch zieken en gehandicapten De aandoening kan ervoor zorgen dat kleding en beddengoed eerder vervuild raakt of dat kleding eerder slijt. Ook kan de aandoening ervoor zorgen dat de cliënt meer behoefte heeft aan een warmere woonomgeving. Dit brengt extra kosten met zich mee. Om deze cliënten tegemoet te komen is bijzondere bijstand mogelijk. Het bedrag aan bijzondere bijstand is afgeleid van de (geïndexeerde) GMD-lijst en de Nibudprijzengids ‘20-’21. Het bedrag kan zo nodig jaarlijks aangepast worden op het Normenblad.

GMD staat voor Gemeenschappelijke Medische Dienst. De GMD is inmiddels opgeheven. Het bedrag wordt per jaar toegekend, en in maandelijkse termijnen uitbetaald.

Artikel 18 Zelfzorgmiddelen In uitzonderlijke gevallen is de cliënt aangewezen op chronisch gebruik van medicatie die zonder recept bij apotheek of drogist verkrijgbaar is, bijvoorbeeld paracetamol. Dit moet dan voorgeschreven zijn door een arts. Doorgaans worden deze kosten niet vergoed door de zorgverzekering. Als de collectieve zorgverzekering van de gemeente deze kosten wel vergoedt, is géén bijzondere bijstand mogelijk.

Artikel 19 Reiskosten In geval van het bezoeken van een gezinslid worden de kosten van de aangegeven aantal retours vergoed. Daarbij kiest de cliënt zelf of deze op verschillende dagen voor één persoon ingezet worden, of op (bijvoorbeeld) één dag met meerdere personen uit het gezin. De cliënt moet de reisbewijzen overhandigen voordat de bijzondere bijstand wordt uitbetaald. Alleen de kosten voor de kortste route worden vergoed. Als de cliënt een snellere route wil reizen, zijn de meerkosten voor eigen rekening. Een afstand kleiner dan 7 kilometer, of binnen de gemeente Barneveld kan de cliënt met de fiets afleggen.

Artikel 20 Uitvaartkosten Nabestaanden kunnen onverwacht worden geconfronteerd met hoge kosten van een begrafenis of crematie van een naaste. Soms kunnen die kosten niet worden voldaan uit de nalatenschap, een daartoe strekkende verzekering en/of kon daarvoor onvoldoende worden gereserveerd of kon reservering daarvoor in redelijkheid niet verlangd worden. In dergelijke situaties kan bijzondere bijstand worden verleend voor de specifiek genoemde kosten tot een maximum totaalbedrag zoals is vermeld in het Normenblad.

Artikel 21 Kosten van griffie en rechtsbijstand Degene die om rechtsbijstand verzoekt dient ingevolge de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) eerst een advies te vragen bij het Juridisch Loket. Pas bij een positief advies zal een toevoeging worden verleend door de Raad voor de Rechtsbijstand (RvR). Zonder advies, of bij een negatief advies, zal de toevoeging in de regel worden geweigerd: de RvR acht de procedure dan niet noodzakelijk. In het geval van een toevoeging worden de kosten van de advocaat vergoed op grond van de Wrb. De Wrb is voor die kosten dan ook een voorliggende voorziening in de zin van artikel 15 lid 1 PW. De Wrb is voor de inkomensafhankelijke eigen bijdrage en voor de griffiekosten geen voorliggende voorziening. Voor die kosten kan eventueel bijzondere bijstand worden verleend als wordt voldaan aan de criteria van artikel 35 lid 1 PW. Wanneer een toevoeging is verleend, wordt de noodzaak voor de procedure aanwezig geacht en kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de griffiekosten en voor de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. 2.4 Kosten voor curator, bewindvoerder en/of mentor

Artikel 22 Kosten voor curator, bewindvoerder en/of mentor Let op, bij deze kosten is er een afwijkende draagkrachtbepaling. Zodra de cliënt inkomen boven 110% van de toepasselijke bijstandsnorm heeft, wordt dit meerinkomen volledig aangemerkt als draagkracht. Er is geen sprake van draagkracht over het inkomen tussen de 100% en 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De reden hiervan is dat sprake is van periodieke bijzondere bijstand voor deze kosten. Daardoor

zouden belanghebbenden met een inkomen tussen de 100%-110% van de toepasselijke bijstandsnorm langdurig op vrijwel het minimumniveau terecht komen. Het gevolg daarvan is dat de financiële ruimte, slagkracht en reserveringscapaciteit bij deze belanghebbenden relatief gezien fors en langdurig wordt ingeperkt. Daarnaast is bij een groot deel van de belanghebbenden met een inkomen op dit niveau geen sprake van mogelijkheden (meer) om de inkomenspositie te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan belanghebbenden met een WAJONG-uitkering en pensioengerechtigden met een klein aanvullend pensioen. Als de rechter de cliënt onder bewind of curatele heeft gesteld, en/of bepaald heeft dat de cliënt onder mentorschap staat, staat ook de noodzakelijkheid va deze kosten vast. De kosten van een curator of bewindvoerder die door de rechter benoemd is ten behoeve van de afwikkeling van een faillissement en/of een wettelijk schuldsaneringstraject, komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Dat is alleen mogelijk als dit uit de uitgebreide (wettelijke) individuele beoordeling van bijzondere bijstand zou blijken. 2.5 Draagkracht nvt

Artikel 23 Draagkracht niet van toepassing Vanwege de aard van de regelingen, opgenomen in deze paragraaf, wordt eventuele draagkracht buiten beschouwing gelaten.

Artikel 24 Overbruggingsuitkering voeding Als iemand voorafgaand aan de bijstandsuitkering geen (toereikend) inkomen heeft, moet de maand tot uitbetaling van de (aangevraagde) bijstandsuitkering overbrugd worden. De bijstand wordt over een maand achteraf betaald, dus in de lopende maand heeft de cliënt dan geen inkomen om voedsel te kopen. Een voorschot van de uitkering biedt geen oplossing, omdat het voorschot weer in mindering gebracht wordt op de uitbetaling van de uitkering, waardoor de cliënt in de maand daarop weer tekort komt. Zo blijft de cliënt financieel achter de feiten aanlopen. Voor de eventuele huur, zie artikel 11 en 12. Als de cliënt wel inkomen en/of vermogen heeft, dan wordt dit in mindering gebracht op de overbruggingsuitkering. Is het inkomen en/of vermogen meer dan de hoogte van de berekende overbruggingsuitkering, dan beschikt de cliënt dus over voldoende eigen middelen en is er geen aanspraak op bijzondere bijstand. Het Nibudprijzengids ‘20-’21 is bij vaststelling van deze beleidsregels als richtlijn genomen voor het bedrag per persoon, per dag. Het bedrag kan zo nodig jaarlijks aangepast worden op het Normenblad.

Artikel 25 Collectieve zorgverzekering De jongerennormen en/of kostendelersnormen worden voor het bepalen van de toepasselijke norm niet toegepast, omdat de kosten van een zorgverzekering voor iedereen gelijk is, ongeacht de leeftijd of het aantal medebewoners. De collectieve verzekering bestaat uit een Basisverzekering, een aanvullende verzekering en een verplichte tandartsverzekering. Er kan gekozen worden uit diverse pakketsamenstellingen met verschillende premies en verschillende (maximale) vergoedingen. Op het Normenblad is terug te vinden welke bijdrage de gemeente doet en in welk pakket de gemeente het wettelijke eigen risico vergoedt. Deelname vangt in beginsel altijd aan per 1 januari van het komende jaar. Als de cliënt al een zorgverzekering heeft bij de zorgverzekeraar waarmee de gemeente een collectieve zorgverzekering heeft afgesloten, kan ook gedurende het kalenderjaar worden overgestapt. Het is niet mogelijk gedurende het jaar over te stappen naar het pakket Gezond Verzekerd 3, waarbij het eigen risico is meeverzekerd. Aanvang van deelname gedurende het kalenderjaar is ook mogelijk voor nieuwkomers in Nederland die een verblijfsvergunning hebben gekregen, of personen die, na emigratie vanuit Nederland, zich weer in Nederland vestigen. Uiteraard kunnen jongeren, die 18 jaar

worden en zich voor het eerst een zorgverzekering moeten afsluiten, zich gedurende het jaar aanmelden. Kosten die door het meest uitgebreide pakket van de collectieve verzekering vergoed worden, komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Ook niet als de cliënt voor een ander pakket en/of andere verzekeraar gekozen, die dezelfde kosten niet vergoedt.

Artikel 26 Individuele inkomenstoeslag In deze beleidsregels zijn alleen de uitzonderingen opgenomen wanneer er géén aanspraak op de individuele inkomenstoeslag is. Voor de voorwaarden om wèl in aanmerking te komen wordt verwezen naar artikel 36 van de wet en hoofdstuk 4 van de Participatieverordening. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de omstandigheden van de persoon. In artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die omstandigheden in ieder geval worden gerekend: - de krachten en bekwaamheden van de persoon, en - de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen Als het de cliënt te verwijten is dat hij een verplichting niet is nagekomen, dan heeft de cliënt onvoldoende inspanningen verricht om tot een inkomensverbetering te komen. Het kan de cliënt alleen verweten worden als deze inspanningen bij de krachten en bekwaamheden van de cliënt passen. Een cliënt die een opleiding volgt (als genoemd in WTOS en WStufi) heeft vaak wel langdurig een laag inkomen, maar valt niet in de doelgroep van de inkomenstoeslag en is daarom uitgesloten. In beginsel heeft een student ook uitzicht op een inkomensverbetering.

HOOFDSTUK 3 MINIMAREGELINGEN De artikelen in hoofdstuk 3 hebben alleen betrekking op de minimaregelingen en zijn niet van toepassing op bijzondere bijstand.

Artikel 27 Geen aanspraak De cliënt met een vermogen hoger dan de vermogensgrens uit artikel 34 van de wet, beschikt over voldoende middelen om zelf de kosten te dragen, waarvoor de minimaregelingen bedoeld zijn. Dat geldt ook voor de inwoner die een inkomen heeft van meer dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Artikel 28 Computer Een computer wordt onmisbaar geacht in het onderwijs en wordt met deze regeling beschikbaar gesteld voor gezinnen met kinderen in de leeftijd van 8 tot en met 17 jaar. Bij toekenning wordt geen geld uitgekeerd maar een budget toegekend waarvoor de cliënt bij deelnemende lokale leveranciers een computer (desktop of laptop) en een printer kan bestellen die aan een aantal minimumspecificaties dient te voldoen. De betreffende leverancier krijgt na inzending van de factuur rechtstreeks betaald door de gemeente Barneveld. Er kan slechts één computer met printer per gezin, per 60 maanden, worden toegekend. Het is niet toegestaan om een computer zonder printer te bestellen.

Artikel 29 Schoolkostenregeling Deze regeling is iets breder toegankelijk, door ook de cliënt met een inkomen tussen 110 en 120% toegang te geven. Het is belangrijk dat kinderen voor hun onderwijs kunnen beschikken over de spullen die zij daarvoor nodig hebben en niet achtergesteld worden door een gebrek daaraan. Kosten variëren afhankelijk van de fase van het onderwijs. Daarom zijn voor de verschillende fase verschillende bedragen in het Normenblad opgenomen.

Artikel 30 Bibliotheek De cliënt verkrijgt bij de Bibliotheek Barneveld het lidmaatschapspasje nadat hij de toekenningsbeschikking heeft laten zien. Het lidmaatschap eindigt na een jaar automatisch, zonder opzegging.

Artikel 31 Cultuur en sport Voor de vergoeding moet een keuze gemaakt worden tussen deelname aan sportieve of culturele activiteiten. Voor slechts één activiteit wordt een vergoeding verstrekt, tot het maximum dat in het Normenblad is opgenomen. De contributie wordt rechtstreeks aan de organisatie betaald en dus niet aan de cliënt zelf. Het is de bedoeling dat de betalingen gelijk lopen met de verenigingsjaren. Als de cliënt lopende het verenigingsjaar start, wordt alleen voor het resterende verenigingsjaar een vergoeding toegekend. De cliënt zal dan binnen een jaar wederom een vergoeding kunnen aanvragen, namelijk wanneer het nieuwe (aansluitende) verenigingsjaar begint. Een lidmaatschap bij de sportschool zal geen verenigingsjaar kennen. Daarbij start het verenigingsjaar op het moment dat de cliënt lid wordt en loopt vervolgens een geheel kalenderjaar door. De cliënt heeft dan voor een heel jaar een vergoeding ontvangen en krijgt niet eerder een nieuwe toekenning dan na verloop van dat jaar. Uitgangspunt is een keer per week minimaal 1 uur trainen (zoveel mogelijk in groepsverband), voor zover meer training meer kosten oplevert. Voor de culturele activiteiten geldt hetzelfde systeem. Onder culturele activiteiten wordt verstaan: beeldend, muzikaal en theater.

Dansen wordt bij de uitvoering van deze beleidsregels gezien als een sportactiviteit en niet als een culturele activiteit. Voor de aanschaf van sportkleding of bijvoorbeeld een muziekinstrument is een vergoeding per jaar mogelijk. Als de cliënt daar specifiek om vraagt, mag tot maximaal 3 jaar vooruit de vergoeding voor attributen verstrekt worden. dat wil zeggen 3 maal het jaarbedrag. Dat betekent ook dat de cliënt vervolgens gedurende 3 jaar daarna geen vergoeding meer krijgt hiervoor.

Artikel 32 Zwemlessen De gemeente Barneveld vindt het belangrijk dat de inwoners met een laag inkomen in de gelegenheid zijn om basis-zwemvaardigheden op te doen. Die gelegenheid wordt gegeven door een vergoeding te verstrekken voor het volgen van zwemlessen en het behalen van zwemdiploma A bij het zwembad De Veluwehal of het zwembad De Heuvelrand. De vergoeding wordt door de gemeente rechtstreeks aan het betreffende zwembad betaald. Het zwembad garandeert dat de cliënt en/of het ten laste komend kind het zwemdiploma A haalt. Het zwembad bewaakt de voortgang maar bij veelvuldig verzuim worden de zwemlessen gestaakt en garandeert het zwembad het behalen van het diploma niet langer als: • bijzonderheden die van invloed kunnen zijn op deelname aan de zwemles niet tijdig, onvolledig of onjuist aan de kassamedewerkers wordt doorgegeven; • minder dan 90% van de zwemlessen gevolgd is. Als sprake is van langere tijd afwezigheid wegens ziekte wordt apart op individuele basis door de gemeente een regeling getroffen.

Artikel 33 Zomerzwemabonnement De periode waarin een aanvraag kan worden ingediend sluit in beginsel aan bij het begin van de voorverkoop en eindigt op het moment van sluiting van de buitenbaden. Alleen voor het bedrag van de voorverkoop wordt een vergoeding verstrekt. De vergoeding wordt rechtstreeks aan het zwembad betaald. De cliënt krijgt bij het zwembad het abonnement op vertoon

van de toekenningsbeschikking. Als de cliënt het abonnement afhaalt buiten de voorverkoopperiode, moet de cliënt zelf het resterend bedrag bij betalen. De borg voor het pasje krijgt cliënt weer terug van het zwembad, zodra het pasje terug ingeleverd wordt, dus daarvoor ontvangt de cliënt geen vergoeding.

HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN Artikel 34 Normenblad Het normenblad kan aangepast worden, zonder de overige beleidsregels aan te passen. Zo kunnen bedragen geactualiseerd of aangepast worden, zonder dat de essentie van de beleidsregel gewijzigd wordt.

Artikel 35 Overgangsrecht Voor zover de cliënt een toekenning heeft die gebaseerd is op oude beleidsregels, blijft deze toekenning van kracht tot de periode van toekenning is verstreken. Pas als er een nieuwe aanvraag ingediend wordt, zijn de nieuwe beleidsregels van toepassing. Dat geldt ook voor de draagkrachtperiode. Alleen in het geval de cliënt een toekenning heeft voor medische kosten, kan deze toekenning (ongewijzigd) worden verlengd tot 1 januari 2022. Deze overgangstermijn stelt de cliënt in de gelegenheid om over te stappen naar de collectieve zorgverzekering, waar deze medische kosten wel vergoed worden.

Artikel 36 Inwerkingtreding en citeertitel De oude beleidsregels worden niet gewijzigd, maar vervallen in het geheel. Daarvoor in de plaats komen deze beleidsregels.

Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van het Normenblad bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld; gelet op Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld; besluit: vast te stellen het Normenblad bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld

ARTIKEL Artikel 13

KOSTENSOORT Woninginrichting Onzelfstandige woonruimte Zelfstandige woonruimte - alleenstaande - gehuwden - per kind

Artikel 14

Opknapkosten eerste kamer iedere extra kamer (tot max. 5 kamers) vloerbedekking per m²

Artikel 15

Verhuiskosten alleenstaande gehuwden gehuwden met kind(eren)

Artikel 16

Baby-uitzet

Artikel 17

Chronisch zieken en gehandicapten bewassing en kledingslijtage stookkosten

Artikel 19

Reiskosten bij geen gebruik Openbaar Vervoer

Artikel 20

Uitvaartkosten

Artikel 24

Overbruggingsuitkering per persoon/gezinslid

Artikel 25

Collectieve zorgverzekering Garant Verzorgd 1 Garant Verzorgd 2 Garant Verzorgd 3

Artikel 28

Computer laptop/desktop en printer

Artikel 29

Schoolkostenregeling basisonderwijs eerste jaar middelbaar onderwijs na eerste jaar middelbaar onderwijs mbo BOL

BEDRAG Maximaal: € 600,€ 2.400,€ 3.000,+ € 350,Maximaal: € 208,+ € 55,€ 10,- / totaal € 750,Maximaal: € 1.000,€ 1.500,€ 2.000,Maximaal: € 500,Per maand: € 45,€ 40,Per kilometer: € 0,19 Maximaal: € 3.500,Per dag: € 6,50 Per maand: € 20,€ 20,€ 50,Maximaal: € 500,Per schooljaar € 50,€ 200,€ 125,€ 125,-

ARTIKEL Artikel 31

KOSTENSOORT Cultuur en sport Sport anders dan fitness, per verenigingsjaar Fitness per (verenigings)jaar Culturele activiteiten per (verenigings)jaar Vergoeding voor attributen

Aldus vastgesteld op datum collegevergadering , Burgemeester en wethouders voornoemd, W. Wieringa Secretaris

J.J. Luteijn, Burgemeester

BEDRAG Maximaal: € 350,€ 215,€ 600,Per jaar: € 50,-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=615102f4-f8ca-470a-a364-a791bb652fb8