Apeldoornsestraat-Roelenengweg_Toelichting_Bijlage 5 Onderzoek externe veiligheid, buro ontwerp en Omgeving 17 juli 2019.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing
Quick scan Externe veiligheid Pierikstraat 11 te Gaanderen
De Poort te Voorthuizen Gemeente Doetinchem
Gemeente Barneveld
Projectnummer: 2684.02 Datum: 17 juli 2019
Inhoudsopgave 1
Inleiding ................................................................................................................. 3
1.1
Aanleiding .................................................................................................................................................. 3
1.2
Doel van de quick scan ............................................................................................................................... 3
1.3
leeswijzer.................................................................................................................................................... 3
2
Toetsingskader ....................................................................................................... 4
2.1
Algemeen ................................................................................................................................................... 4
2.2
Plaatsgebonden Risico (PR) ........................................................................................................................ 4
2.3
Groepsrisico (GR)........................................................................................................................................ 4
3
Toetsing ................................................................................................................. 6
3.1
Algemeen ................................................................................................................................................... 6
3.2
Stationaire bronnen ................................................................................................................................... 6
3.3
Mobiele bronnen ........................................................................................................................................ 7
3.3.1
Buisleidingen .............................................................................................................................................. 7
3.3.2
Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor .............................................................................. 7
4
Conclusie ................................................................................................................ 7
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Het voornemen bestaat om binnen plangebied Het Poortje in Voorthuizen 55 woningen, waarvan 18 in een appartementencomplex, te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de geldende juridisch planologische kaders. Daarom stelt de gemeente Barneveld een nieuw bestemmingsplan op. In dat bestemmingsplan moet de haalbaarheid van het plan worden aangetoond voor wat betreft diverse (milieu)aspecten. Het aspect ‘externe veiligheid’ is één van deze aspecten.
1.2
Doel van de quick scan Bij ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, moet worden aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het aspect externe veiligheid vormt een onderdeel van de toetsing. Daarnaast moet vanuit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) afgewogen worden of het aanvaardbaar is om het initiatief in het plangebied te realiseren. De te onderzoeken bronnen zijn te onderscheiden in twee groepen. Het gaat hierbij enerzijds om de opslag, productie en het gebruik van gevaarlijke stoffen en anderzijds om het vervoer van gevaarlijke stoffen. De opslag, productie en het gebruik van gevaarlijke stoffen heeft betrekking op bedrijven en inrichtingen (zogenaamde stationaire bronnen). Het vervoer van gevaarlijke stoffen heeft betrekking op auto-, vaar-, en spoorwegen, alsmede buisleidingen en hoogspanningsleidingen (zogenaamde mobiele bronnen). De aanleiding voor deze quick scan is het aantonen van de haalbaarheid van het plan ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Dit aspect is een van de haalbaarheidsaspecten die onderzocht moeten worden in het kader van het nieuwe bestemmingsplan. Op basis van de planmaximalisatie is er sprake van een intensivering van het gebruik, waardoor het groepsrisico toeneemt.
Om de haalbaarheid van het plan aan te kunnen tonen is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van stationaire en mobiele bronnen in de omgeving van het onderzoeksgebied.
1.3
leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een korte beschrijving van de externe veiligheid in relatie tot ruimtelijke plannen. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het plangebied en het plan opgenomen en is een opsomming gegeven van de bronnen die zijn geraadpleegd. Aan de hand van deze informatie is bepaald of er stationaire en mobiele bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn en welke invloed dit heeft op de voorgenomen ontwikkeling. Tot slot is in hoofdstuk 4 de conclusie van de quick scan opgenomen.
3
2
Toetsingskader
2.1
Algemeen Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in respectievelijk het ‘Besluit Externe Veiligheid Transportroutes’ (BEVT), de Regeling Basisnet en het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’ (Bevb). Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, namelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
2.2
Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.
2.3
Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
4
Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport. In het Bevi, het Basisnet, Bevt en het Bevb is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, Bevt en het Bevb zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. Conform het Bevt dient bij een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde verantwoord te worden. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. In het Bevb is voor de verantwoordingsplicht een onderscheid gemaakt tussen het 100%-letaliteitsgebied en het 1%-letaliteitsgebied. Binnen eerstgenoemd gebied geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatstgenoemd gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden.
5
3
Toetsing
3.1
Algemeen De aanleiding voor deze quick scan is het aantonen van de haalbaarheid van het plan ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Dit aspect is een van de haalbaarheidsaspecten die onderzocht moeten worden in het kader van het nieuwe bestemmingsplan. Op basis van de planmaximalisatie is er sprake van een intensivering van het gebruik, waardoor het groepsrisico toeneemt. Om de haalbaarheid van het plan aan te kunnen tonen is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van stationaire en mobiele bronnen in de omgeving van het onderzoeksgebied.
3.2
Stationaire bronnen Voor het in beeld brengen van de stationaire bronnen in de omgeving van het onderzoeksgebied is de risicokaart geraadpleegd. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart Nederland. De globale ligging van het onderzoeksgebied is aangeduid met een blauw kader.
Uitsnede risicokaart met weergave ligging onderzoeksgebied en omliggende stationaire bronnen Uit de risicokaart blijkt dat er geen Bevi-inrichtingen in de omgeving van het onderzoeksgebied aanwezig zijn.
6
3.3
Mobiele bronnen In de omgeving van het onderzoeksgebied kunnen verschillende mobiele bronnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Dit betreft hogedrukaardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Hierbij wordt tevens gebruik gemaakt van de risicokaart Nederland (zie vorige paragraaf). In de navolgende paragrafen wordt nader ingegaan op de mobiele bronnen in de omgeving van het onderzoeksgebied.
3.3.1
Buisleidingen In de nabijheid van het onderzoeksgebied bevinden zich geen buisleidingen die een risico vormen voor het initiatief.
3.3.2
Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Voor het in beeld brengen van de stationaire bronnen in de omgeving van het onderzoeksgebied zijn de meest recente telgegevens van de werkelijke intensiteiten van het transport van gevaarlijke stoffen op het Basisnet en andere wegvakken opgevraagd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De meest recente telgegevens dateren van juni 2019. Hieruit blijkt dat over de Apeldoornsestraat geen structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Op een afstand van circa 1.000 m ten zuidwesten van het projectgebied bevindt zich de N303 (Baron van Nagellstraat). Uit de telgegevens blijkt dat over deze weg, weliswaar in beperkte mate, gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied voor deze weg is daardoor 355 m. Ook reikt plasbrandaandachtsgebied van deze weg niet tot de grenzen van onderhavige locatie. Een nadere toetsing kan hiermee achterwege blijven. Op een afstand van circa 2.000 m ten zuiden van het projectgebied bevindt zich de Rijksweg A1. Uit de telgegevens blijkt dat over deze weg gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied voor deze weg is 880 m. Ook reikt plasbrandaandachtsgebied van deze weg niet tot de grenzen van onderhavige locatie. Een nadere toetsing kan hiermee achterwege blijven.
In de nabijheid van het onderzoeksgebied bevinden zich geen rivieren en/of spoorlijnen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
4
Conclusie Het groepsrisico hoeft niet verder te worden verantwoord, omdat het onderzoeksgebied buiten het invloedsgebied van de aangegeven risicobronnen ligt. De planontwikkeling heeft daardoor geen effect op het groepsrisico. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
7