CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Apeldoornsestraat-Roelenengweg_Toelichting_Bijlage 4 Quickscan Flora en Fauna, atkb, april 2019.pdf

Gemeenteraad 26 mei 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Apeldoornsestraat - Roelenengweg (Voorthuizen).6.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming

Apeldoornseweg te Voorthuizen

Rapportnummer: Status rapport: Datum rapport:

20190224/rap01 versie 1 12 april 2019

Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:

Bastiaan van de Wetering Pim Godschalk Pim Godschalk

Opdrachtgever:

De Bunte Vastgoed Oost B.V. T.a.v. de heer D. Joosten Amsterdamseweg 34a 6712 GJ EDE

Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 1 1.2 Wet natuurbescherming ................................................................................................................. 1 1.2.1 Soortenbescherming ................................................................................................................ 1 1.2.2 Gebiedenbescherming ............................................................................................................. 2 1.2.3 Houtopstanden ......................................................................................................................... 2 1.3 Overige gebiedenbescherming ...................................................................................................... 2 1.4 Doel ................................................................................................................................................ 2 1.5 Kwaliteitsborging ............................................................................................................................

3 1.6 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 3 2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................... 4 2.1 Beschrijving huidige situatie .......................................................................................................... 4 2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie ...................................................................................... 6 3 METHODE ............................................................................................................................................ 7 3.1 Opzet onderzoek ............................................................................................................................ 7 3.2 Literatuuronderzoek ....................................................................................................................... 7 3.3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 7 4 RESULTATEN LITERATUUR- EN VELDONDERZOEK ..................................................................

10 4.1 Flora ............................................................................................................................................. 10 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat.1 t/m 4) ...................................................... 10 4.3 Broedvogels met niet jaarrond beschermde nesten, inventarisatie gewenst (cat. 5) .................. 10 4.4 Algemene broedvogels ................................................................................................................ 10 4.5 Vleermuizen ................................................................................................................................. 10 4.6 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 11 4.7 Amfibieën ..................................................................................................................................... 11 4.8 Reptielen ...................................................................................................................................... 12 4.9 Vissen .......................................................................................................................................... 12 4.10 Vlinders, libellen en overige ongewervelden .............................................................................

12 4.11 Samenvatting resultaten ............................................................................................................ 13 5 EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN .................................................................................... 14 5.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 14 5.2 Algemene broedvogels ................................................................................................................ 14 5.2.1 Effecten .................................................................................................................................. 14 5.2.2 Maatregelen ........................................................................................................................... 14 5.3 Aanvullende maatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten) ................................................... 15 6 GEBIEDENBESCHERMING .............................................................................................................. 16 6.1 Natura 2000 ................................................................................................................................. 16 6.2 Planologische gebiedenbescherming ..........................................................................................

16 7 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.............................................................................................. 17 7.1 Soortenbescherming .................................................................................................................... 17 7.2 Gebiedenbescherming ................................................................................................................. 17

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding De Bunte Vastgoed heeft het voornemen om woningen te bouwen op verschillende kavels aan de Apeldoornsestraat/Roelengweg te Voorthuizen. Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de vigerende natuurwetgeving, is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. 1.2 Wet natuurbescherming 1.2.1 Soortenbescherming Algemeen Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse inheemse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb), geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: - vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); - overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); - nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10). Het is volgens de Wnb niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden1.

Vrijstelling binnen provincie Gelderland Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Gelderland worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, middelste groene kikker, aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, en woelrat (bron: Wijziging Omgevingsverordening Gelderland vanwege vaststelling Natuurparagraaf, d.d. 27 januari 2017). Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb is soms te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding).

Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen.

1

In artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming wordt meerdere malen gesproken over het verbod tot opzettelijke handelingen (o.a. opzettelijke doding, verstoring en vernieling). Binnen de Wet natuurbescherming omvat de term ‘opzettelijk’ tevens voorwaardelijk opzet, waardoor (evenals onder de voormalige Flora- en faunawet) een groot aantal handelingen onder de verbodsbepalingen vallen. In verband met de leesbaarheid wordt de term ‘opzettelijk’ in voorliggende rapportage niet meer aangehaald. Uiteraard wordt dit (in de situaties waarvoor dit van toepassing is) wel bedoeld.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 1 van 18

Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (in deze de provincie Gelderland). De provincie (het bevoegd gezag) toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria: • Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bijv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)? • Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? • Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort? 1.2.2 Gebiedenbescherming Via de Wnb is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd. De gebiedenbescherming houdt samengevat in dat een ingreep geen significant negatieve effecten op kwalificerende habitats en/of soorten van Natura 2000-gebieden mag hebben. Indien significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast plannen in of nabij Natura 2000-gebieden, kunnen ook plannen op grotere afstand van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten op kwalificerende habitats en/of soorten tot gevolg hebben: •

Bij plannen op relatief grote afstand van Natura 2000-gebieden kunnen nadelige effecten optreden door toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Een toename van 0,05 mol/ha/jr is meldings- of vergunningplichtig.

•

Plannen kunnen een negatief effect hebben op (leefgebied van) kwalificerende soorten buiten een Natura 2000-gebied, waardoor nadelige effecten optreden op de doelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied. Dit kan het geval zijn wanneer het foerageergebied van een kwalificerende soort van een Natura 2000-gebied binnen het plangebied ligt. Effecten op het foerageergebied kunnen leiden tot afname van aantallen binnen het Natura 2000-gebied (bijvoorbeeld bij bruine kiekendief, kleine zwanen, ganzen).

1.2.3 Houtopstanden Volgens artikel 4.2 Wnb is het verboden een houtopstand buiten de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te vellen zonder melding bij het bevoegd gezag. Bovendien geldt een herplantplicht. Een houtopstand beslaat 10 are of meer of is een rijbeplanting van meer dan 20 rijen en moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Voor een aantal gevallen geldt een uitzondering, bijvoorbeeld voor houtopstanden op erven, fruitbomen voor productie of grienden en hakhout (zie voor de volledige lijst art. 4.1 van de Wnb). Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom is de Wnb niet van toepassing, maar geldt het beleid van de gemeente waarbinnen de projectlocatie gelegen is. 1.3 Overige gebiedenbescherming Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS) geldt het ‘Nee, tenzij’beschermingsregime. Significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN (per saldo) is niet toegestaan, tenzij sprake is van een groot openbaar belang en er geen alternatieven zijn. De wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN zijn onder andere bodemkenmerken, landschappelijke waarden en natuurwaarden. Eventuele schade moet worden gemitigeerd, of (indien mitigatie niet mogelijk is) worden gecompenseerd. 1.4 Doel De quickscan is een verkennende toets om na te gaan of door uitvoering van de voorgenomen plannen mogelijk overtreding van de Wnb optreedt.

Het doel van de quickscan is geformuleerd in enkele onderzoeksvragen: Onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming: Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 2 van 18

S1. Welke Wnb-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk 2? S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen? S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wnb aan te vragen? Onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN? G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming (voortoets, verslechteringstoets, passende beoordeling en/of Nee, tenzij-toets) noodzakelijk? 1.5 Kwaliteitsborging De quickscan is uitgevoerd door een ervaren ecoloog van ATKB. De ecoloog voldoet aan de definitie die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hanteert van een ter zake kundige voor het opstellen van toetsingen aan de Wnb. Daarnaast is ATKB aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB); een brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. 1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied weergegeven en de uit te voeren werkzaamheden zijn hier benoemd.

In hoofdstuk 3 wordt de methode beschreven, waarop een quickscan wordt uitgevoerd. Hoofdstuk 4 gaat in op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. In hoofdstuk 5 worden globaal de effecten bepaald van het plan op de soorten die (mogelijk) gebruik maken van het plangebied. Hier worden ook beknopt maatregelen voorgesteld om zorgvuldig te handelen ten aanzien van beschermde soorten. In hoofdstuk 6 wordt kort beargumenteerd of een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk is. In hoofdstuk 7 worden (middels beantwoording van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.3) de conclusies en aanbevelingen uit voorliggend rapport op een rij gezet.

2

In sommige gevallen kan de aanwezigheid van beschermde soorten op basis van een quickscan niet worden uitgesloten. Dit aangezien sommige beschermde soorten met een eenmalig veldbezoek lastig zijn waar te nemen of enkel in een bepaalde periode van het jaar waarneembaar zijn. Als met de quickscan de aanwezigheid van deze soorten niet valt uit te sluiten, kan een aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk zijn.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 3 van 18

2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1 Beschrijving huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van het dorp Voorthuizen. Het plangebied bestaat uit een oude maisakker en intensief beheerd grasland. De akker is een ruderaal terrein waar maisstoppels aanwezig zijn en enkele algemene kruiden. De watergang buiten het plangebied (aan de oost- en noordzijde) is een zwak stromende beek, met enkele plukken onderwatervegetatie, helder water en een diepte van ca. 80 cm. Binnen het plangebied zijn geen bomen en bebouwing aanwezig. De woning tussen de akker en het grasland valt buiten het plangebied. Wat betreft de verlichting worden alleen de rand van het plangebied aan de Apeldoornsestraat verlicht door straatverlichting. Aan de noord- oost- en westkant van de akker buiten het plangebied is een laag lijnvormig element aanwezig bestaande uit een hekwerk met braamstruweel en meidoorn.

Figuur 2-1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd) aan de noordoostkant van Voorthuizen (bron ondergrond: https://pdokviewer.pdok.nl).

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 4 van 18

Figuur 2-2. Huidige situatie plangebied, de bovenste twee foto’s en de foto linksonder tonen de akker inclusief de rand. De foto rechtsonder toont het intensief beheerde grasland.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 5 van 18

2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie De maisakker en het grasland worden afgegraven (verwijderen toplaag) en bouwrijp gemaakt. In de toekomstige situatie worden binnen het plangebied woningen gebouwd. De planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. Ten behoeve van het planvoornemen worden geen bomen gekapt of bebouwing gesloopt.

Figuur 2-3: Toekomstig beeld van het plangebied (rode lijnen).

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 6 van 18

3 METHODE 3.1 Opzet onderzoek Een quickscan Wet natuurbescherming is een eenmalige beoordeling van het plangebied, waarin globaal wordt gekeken naar aanwezige en te verwachten (beschermde) soorten. Hiertoe worden een literatuur- en veldonderzoek uitgevoerd. Er wordt tijdens de quickscan een volledige beoordeling van het plangebied als leefgebied voor beschermde soorten uitgevoerd. Een quickscan is echter geen volledig ecologisch onderzoek naar alle mogelijk voorkomende soorten, in de daarvoor geschikte perioden van het jaar. Hierdoor is een quickscan vaak niet voldoende als onderbouwing van een eventuele aanvraag voor een ontheffing op de Wet natuurbescherming. Indien uit de quickscan echter blijkt dat geen noodzaak bestaat tot nader onderzoek of een ontheffing, is een quickscan een afdoende ecologische onderbouwing voor het bevoegd gezag. Dit geldt ook als de quickscan onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan. De bevindingen uit de quickscan Wet natuurbescherming zijn in de regel 5 jaar geldig, tenzij het gebied in de tussentijd dermate is gewijzigd dat er ander biotoop is ontstaan. Een (nader) onderzoek naar beschermde soorten uit de Habitatrichtlijn is 3 jaar geldig. 3.2 Literatuuronderzoek Het literatuuronderzoek heeft tot doel een beeld te krijgen van (eventueel) aanwezige Wnbbeschermde soorten in (de omgeving van) het plangebied.

Voor het literatuuronderzoek is een straal van 3 kilometer rondom het plangebied als zoekgebied gebruikt. Voor het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF); dit is de meest complete databank in Nederland met verspreidingsinformatie van flora en fauna. De NDFF is geraadpleegd op 5 maart 2019. Aangezien ook de NDFF niet volledig is, is tevens gebruik gemaakt van eigen soort- en gebiedskennis (expert judgement). 3.3 Veldonderzoek Het veldonderzoek heeft tot doel te bepalen of de beschermde soorten die in de omgeving van het plangebied (kunnen) voorkomen (deze volgen uit het literatuuronderzoek) tevens in het plangebied (kunnen) voorkomen. Op 20 maart 2019 is het veldbezoek uitgevoerd; hierbij was sprake van droge en bewolkte weersomstandigheden. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de geschiktheid van het plangebied als groeiplaats/verblijfplaats voor (in de omgeving aanwezige) beschermde soorten. Tevens is tijdens het veldbezoek gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen hiervan (zoals uitwerpselen, pootafdrukken, vraatsporen en aanwezige (oude) nesten / verblijfplaatsen). De bepaling van de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten is op onderstaande manier uitgevoerd: Flora Het plangebied wordt beoordeeld op geschiktheid als habitat voor beschermde plantensoorten.

Tevens wordt gelet op eventuele groeiplaatsen van beschermde plantensoorten (deze zijn echter niet jaarrond zichtbaar). Broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat.1 t/m 4) De nesten van vogelsoorten binnen categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. Dit geldt ook voor de directe omgeving die nodig is om de jongen succesvol groot te brengen (rust- en foerageergebied). Jaarrond beschermde nesten kunnen aanwezig zijn in bomen (bijv. roofvogelhorsten) of

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 7 van 18

gebouwen (bijv. gierzwaluw en huismus). Tijdens het veldbezoek bepalen we of in het plangebied vaste nesten aanwezig (kunnen) zijn. Daarnaast wordt gezocht naar sporen van jaarrond beschermde nesten, bijvoorbeeld braakballen van uilen en roofvogels, uitwerpselen op de grond/muren en territoriale aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten. Tenslotte wordt beoordeeld of het plangebied mogelijk essentieel rust- en foerageergebied voor vogels van categorie 1 t/m 4 vormt. Broedvogels met niet jaarrond beschermde nesten, inventarisatie gewenst (cat. 5) Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (categorie 5-broedvogels) betreffen broedvogels die in principe niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het ministerie van EZ wel een inventarisatie verlangt. Deze soorten zijn enkel jaarrond beschermd als de ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen, oftewel als verwacht wordt dat uitvoering van de plannen grote nadelige effecten zouden kunnen hebben op de lokale populatie van een soort. Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of in het plangebied nesten van categorie 5 aanwezig (kunnen) zijn. Daarnaast zoeken we ook naar sporen van deze nesten, bijvoorbeeld braakballen, uitwerpselen op de grond of muren, territoriale aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten. Algemene broedvogels Nesten van algemene broedvogels zijn enkel tijdens het broedseizoen beschermd.

Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of binnen het plangebied broedgelegenheid is voor algemene broedvogels zoals winterkoning, heggenmus en vink. Tevens letten we op aanwijzingen voor broedgevallen, zoals territoriale en/of zingende vogels, oude nesten en uitwerpselen. Vleermuizen Van alle van nature in Nederland voorkomende vleermuizen worden zowel de verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageerroutes beschermd. Voor vleermuizen wordt bepaald of gebouwen en/of bomen in het plangebied geschikt (kunnen) zijn als vleermuisverblijfplaats: Gebouwbewonende vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) gebruiken vaak spouwruimten als verblijfplaats, welke zij bijvoorbeeld via een open stootvoeg of via kieren in de buitenmuur kunnen bereiken. Ook gebruiken ze regelmatig ruimtes achter daklijsten of betimmeringen als verblijfplaats. De geschiktheid van gebouwen wordt beoordeeld op basis van de aanwezigheid van dergelijke structuren. Tijdens het veldbezoek zijn de gebouwen zelf niet betreden, maar van buiten geïnspecteerd; Boombewonende vleermuizen (o.a. ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis) verblijven in holtes, spleten of onder loshangend schors van bomen. Bomen worden met een verrekijker vanaf de grond beoordeeld op aanwezigheid van dergelijke kenmerken.

Tevens wordt tijdens het veldonderzoek bepaald of sprake is van lijnvormige landschapsstructuren die van belang kunnen zijn als vliegroute. Hierbij wordt bepaald of sprake is van doorgaande watergangen en aaneengesloten bomenrijen. Tevens wordt (om de essentie van de vliegroute te bepalen) gelet op vergelijkbare structuren in de directe omgeving van het plangebied die als alternatief kunnen fungeren. Tenslotte wordt bepaald of sprake is van landschapsstructuren (bijvoorbeeld opgaand groen) die van belang kunnen zijn als foerageergebied. Om de essentie van het foerageergebied te bepalen, wordt tijdens het veldbezoek gelet op vergelijkbare structuren in de directe omgeving van het plangebied die als alternatief kunnen fungeren.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 8 van 18

Grondgebonden zoogdieren Het gebied wordt beoordeeld op geschiktheid als leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren (o.a. eekhoorn, das, kleine marterachtigen), waarbij wordt gelet op sporen, zoals uitwerpselen, pootafdrukken, vraatsporen, wissels, looppaadjes) en aanwezige (oude) nesten / verblijfplaatsen. Tevens worden eventuele zichtwaarnemingen genoteerd. Amfibieën Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of het plangebied geschikt voortplantingshabitat, zomerhabitat en/of overwinteringsplekken voor beschermde amfibieën biedt. Bij aanwezigheid van een potentieel geschikt voortplantingswater voor beschermde soorten, wordt het water steekproefsgewijs met een (RAVON-)schepnet bemonsterd. Bij aanwezigheid van potentieel geschikt landhabitat wordt direct (steekproefsgewijs) gecontroleerd op de mogelijke aanwezigheid van beschermde amfibieën tussen de vegetatie en op donkere, vochtige plekken (onder stukken hout e.d.). Reptielen Tijdens het veldbezoek wordt gelet op de mogelijke aanwezigheid van geschikt habitat voor reptielen, zoals zanderige, structuurrijke plekken en schuilmogelijkheden. Indien sprake is van geschikt habitat wordt (bij uitvoering van het veldbezoek in de geschikte periode) direct (steekproefsgewijs) gecontroleerd op eventueel aanwezige individuen (onder takkenhopen e.d.).

Vissen Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of oppervlaktewater (indien aanwezig) geschikt is voor beschermde vissoorten. Hierbij wordt gelet op o.a. bodemsubstraat, helderheid, voedselrijkdom en de aanwezigheid van onderwater- en oevervegetatie. Bij ogenschijnlijke geschiktheid van de watergang voor beschermde soorten, wordt het water steekproefsgewijs met een (RAVON-)schepnet bemonsterd. Vlinders, libellen en overige ongewervelden Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of het plangebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten vlinders, libellen en overige ongewervelden (o.a. kevers en tweekleppigen). Hierbij wordt o.a. gelet op de aanwezigheid van waardplanten (voor vlinders), water met geschikte ei-afzetplaatsen (voor libellen) en helder water met een rijke waterbeplanting (voor platte schijfhoren). Tijdens het veldbezoek wordt direct gelet op aanwijzingen van gebruik van het plangebied door beschermde ongewervelden (o.a. poppen, vervellingshuidjes, larven, nimfen). Bij aanwezigheid van potentieel geschikte watergang/poel (voor beschermde libellen, waterkevers en platte schijfhoren) wordt het water steekproefsgewijs met een (RAVON-)schepnet bemonsterd.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 9 van 18

4 RESULTATEN LITERATUUR- EN VELDONDERZOEK 4.1 Flora Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde soorten voor (kunnen) komen. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied door de intensieve landbouw eenvormig is met een hoge voedselrijkdom. Hiermee wordt niet voldaan aan de standplaatseisen van beschermde vaatplanten. 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat.1 t/m 4) Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende broedvogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4 broedvogels) voorkomen: buizerd, gierzwaluw, huismus, steenuil, sperwer, ransuil en havik. Niet alleen de nesten van deze vogels zijn jaarrond beschermd, maar ook de directe omgeving die nodig is om de jongen succesvol groot te brengen (rust- en foerageergebied). Derhalve is bij het veldbezoek zowel op de geschiktheid als broedlocatie als de geschiktheid als rust- en foerageergebied gelet. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en in de nabije omgeving daarvan geen vogels waargenomen met jaarrond beschermde nesten. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied door het ontbreken van bebouwing en bomen met holten en/of grote nesten ongeschikt is als broedplaats voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten.

Huismussen zijn in de omgeving en bij het woonhuis niet waargenomen, foerageergebied van de huismus wordt (mede door het ontbreken van een permanente voedselbron) uitgesloten. 4.3 Broedvogels met niet jaarrond beschermde nesten, inventarisatie gewenst (cat. 5) Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten (categorie 5-broedvogels) voor (kunnen) komen: boerenzwaluw, boomkruipers, ekster, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, ijsvogel, koolmees, pimpelmees, zwarte roodstaart en zwarte kraai. Vogels uit deze categorie betreffen broedvogels waarvan de nesten in principe niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het ministerie van EZ wel een inventarisatie verlangt en waarvan de soorten jaarrond beschermd zijn als de ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is voor broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van steile oevers bij de beek, bebouwing met holten en grote bomen met potentie voor holten of nesten. Tijdens de bouw kunnen steile zandhopen wel geschikt zijn voor oeverzwaluw, de mogelijke effecten en benodigde maatregelen ten aanzien van oeverzwaluwen besproken in paragraaf 5.3.

4.4 Algemene broedvogels Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied diverse algemene broedvogels voor (kunnen) komen, waaronder: graspieper, grauwe gans, kievit en merel. Nesten van algemene broedvogels zijn enkel tijdens het broedseizoen beschermd. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende soorten waargenomen: vink, roodborst en heggenmus. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied door de aanwezigheid van groenstructuren langs de randen geschikt is als broedplaats voor algemene broedvogels. 4.5 Vleermuizen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende vleermuizen voor (kunnen) komen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 10 van 18

Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied door het ontbreken van bebouwing en bomen met holten en/of nesten ongeschikt is als verblijfplaats van vleermuizen. Door de aanwezigheid van een bosrand is min of meer een lijnvormig element aanwezig buiten het plangebied. Het lijnvormig element van het hek, braamstruweel en struiken is te laag en te klein om als functionele vliegroute te dienen. Binnen het plangebied is foerageergebied aanwezig van vleermuizen. De akker en het grasland zijn monotone gewassen met weinig potentie voor insecten als voedsel voor de vleermuizen. Het gaat om een kleine oppervlakte potentieel, matig geschikt foerageergebied. Het plangebied betreft nietessentieel foerageergebied, wanneer het plangebied ongeschikt wordt als foerageergebied, blijft voldoende alternatief over in de nabije omgeving van het plangebied. Het voorkomen van verstoring op passerende vleermuizen op de mogelijke vliegroute of foeragerende dieren wordt behandeld in de zorgplicht (par 5.3)

Figuur 4-1: Buiten het plangebied (geel omlijnd) blijven voldoende alternatieve groenstructuren (rood gearceerd) over in de vorm van bos, lanen en tuinen. De mogelijke vliegroute net buiten het plangebied is de blauwe stippellijn. (bron ondergrond: PDOK)

4.6 Grondgebonden zoogdieren Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde grondgebonden zoogdieren voor (kunnen) komen: boommarter, steenmarter, bunzing en das. Uit het veldonderzoek blijkt dat binnen het plangebied geen mogelijkheden zijn voor een vaste rust- en verblijfplaats van beschermde grondgebonden zoogdieren. Buiten het plangebied, langs het lijnvormig element van hekwerk en struweel is aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren zoals bunzing, hermelijn, wezel of das niet uitgesloten. Deze rand langs de akker biedt door het ontbreken van dood hout en/of een burcht geen verblijfplaats aan deze soorten, maar kan wel dienen als foerageergebied en looproute tussen hun verblijfplaats en een foerageerplek. 4.7 Amfibieën Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde amfibieën voor (kunnen) komen: heikikker en poelkikker

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 11 van 18

Uit het veldonderzoek blijkt dat de watergangen grenzend aan het plangebied ongeschikt zijn als verblijfplaats. De beek langs de akker is ongeschikt als voortplantingswater door de aanwezigheid van stromend water en het vrijwel ontbreken van onderwatervegetatie. Op de grens met het grasland is nog een smalle watergang/greppel aanwezig, deze is door beschaduwing ongeschikt als voorplantingsplaats en zal snel droogvallen in het voorjaar. Door het ontbreken van een strooisellaag en dood hout is het plangebied ongeschikt als winterbiotoop voor deze soorten. 4.8 Reptielen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde reptielen voor (kunnen) komen: hazelworm en levendbarende hagedis. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is als leefgebied voor de hazelworm en levendbarende hagedis door het ontbreken van bosachtige omgeving en (open) zandgrond binnen het plangebied. 4.9 Vissen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vissen voor komen. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied door het ontbreken van permanent oppervlaktewater ongeschikt is voor beschermde vissen. 4.10 Vlinders, libellen en overige ongewervelden Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde ongewervelden voor komen.

Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied niet voldoet aan de specifieke eisen die ongewervelden stellen aan hun habitat. Deze habitats worden vrijwel alleen nog in natuurgebieden gevonden.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 12 van 18

4.11 Samenvatting resultaten In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de beschermde soorten die op basis van het literatuur- en veldonderzoek (mogelijk) aanwezig zijn binnen het plangebied. Tabel 4-1. Mogelijk aanwezige beschermde soorten. (Kans op) aanwezigheid beschermde soorten? Soortgroep Ja

Nee

Flora

x

Broedvogels jaarrond beschermd (cat. 1 t/m 4)

x

Broedvogels niet jaarrond, inventarisatie gewenst beschermd (cat. 5)

x

Algemene broedvogels

x

Vleermuizen

x

Zoogdieren (grondgebonden)

x

Amfibieën

x

Reptielen

x

Vissen

x

Vlinders, libellen en overige ongewervelden

x

Bij het planvoornemen dient men rekening te houden met de (potentieel) aanwezige beschermde soorten (tabel 4-1, soorten uit kolom ‘ja’). Daarnaast dient men (in het kader van de zorgplicht) tevens rekening te houden met de (binnen de provincie Gelderland) van bescherming vrijgestelde soorten (o.a. rosse woelmuis en bosmuis). Doordat reeds duidelijk is dat de beschermde soorten uit de soortgroepen flora, broedvogels met jaarrond beschermde nesten, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden niet aanwezig zijn binnen het plangebied, worden deze in het vervolg van voorliggende rapportage verder niet behandeld.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 13 van 18

5 EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN 5.1 Inleiding De onderstaande effectenanalyse en de beschrijving van de maatregelen richten zich op de verbodsbepalingen ten aanzien van de beschermde soorten (Wnb-artikelen, 3.1, 3.5 en 3.10) die mogelijk hun leefgebied hebben binnen het plangebied en de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (Wnb-artikel 1.11) die mogelijk binnen het plangebied voorkomen. In paragrafen 5.2 t/m 5.3 worden per (mogelijk) aanwezige soortgroep (zie paragraaf 4.11) de mogelijke effecten op beschermde soorten en benodigde maatregelen besproken. In paragraaf 5.4 worden enkele aanvullende maatregelen (ten aanzien van de zorgplicht én het voorkomen van tussentijdse vestiging van beschermde soorten) beschreven. 5.2 Algemene broedvogels 5.2.1 Effecten Het plangebied is geschikt voor roodborst, heggenmus en winterkoning in de groenstructuren. Zonder voldoende voorzorg kunnen nesten van bovengenoemde soorten worden verstoord en/of vernield. De verstoring die als gevolg van de werkzaamheden kan optreden, is niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Dit aangezien de te verwachten soorten algemeen in Nederland voorkomen en de verstoring slechts van tijdelijke aard is. Verstoring van nesten veroorzaakt derhalve geen overtreding van de Wnb. Door vernieling van nesten wordt de Wnb echter wel overtreden.

5.2.2 Maatregelen Middels onderstaande voorzorgsmaatregelen kan overtreding van de Wnb (als gevolg van vernieling van vogelnesten) worden voorkomen en kunnen de werkzaamheden doorgang vinden: -

Werkzaamheden buiten het reguliere broedseizoen (15 maart t/m 15 juli) uitvoeren. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode 15 maart t/m 15 juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Het is mede afhankelijk van weersomstandigheden of ook buiten deze periode wordt gebroed door vogels. Derhalve dient men voorafgaande aan het werk contact op te nemen met een ecoloog om te bepalen of er kans is op broedgevallen.

-

Indien de werkzaamheden in het reguliere broedseizoen uitgevoerd dienen te worden: o

voorafgaand aan de werkzaamheden en buiten het broedseizoen de bomen, struiken en andere beplanting rooien. Voorafgaand aan het rooien dient men contact op te nemen met een ecoloog om te bepalen of er kans is op broedgevallen;

o

als de struiken niet kunnen worden gerooid buiten het broedseizoen: voorafgaande aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren. Broedgevallen worden tijdens deze controle gemarkeerd en tijdens de werkzaamheden ontzien. Het kan noodzakelijk zijn om gedurende de werkzaamheden periodiek controles uit te voeren op broedgevallen van vogels in plaats van een éénmalige controle. Dit is vooral van toepassing als langdurig werkzaamheden in het reguliere broedseizoen worden uitgevoerd.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 14 van 18

5.3 Aanvullende maatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten) Om een zorgvuldige omgang met alle in het wild levende soorten (zorgplicht) te garanderen, zijn de volgende maatregelen geformuleerd: • •

Werken van één kant af om fauna de kans te geven zelfstandig te vluchten; Enkel bij daglicht werken om verstoring van nacht-actieve soorten (zoals vleermuizen op mogelijke vliegroute) te voorkomen.

Om tussentijdse vestiging van beschermde (pionier)soorten te voorkomen, zijn nog enkele aanvullende voorzorgsmaatregelen geformuleerd: • •

Vorming van grote zandhopen voorkomen; dit vormt een geschikte broedlocatie voor oeverzwaluwen. Bij grote zandhopen moet de zijkanten afgewerkt worden in een hoek van 45 graden Voorkomen dat er ten tijde van de werkzaamheden vogels van pioniersituaties gaan broeden (bijvoorbeeld witte kwikstaart in bouwmaterialen). Hiertoe dient bij voorkeur buiten het broedseizoen te worden gewerkt (zie tevens paragraaf 5.3). Indien dit niet mogelijk is, dienen (vanaf de start van het broedseizoen) maatregelen te worden genomen om het terrein broedvrij te houden (gebruik van linten, geen kieren openlaten in stapels materiaal of bouwmateriaal insealen met plastic.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 15 van 18

6 GEBIEDENBESCHERMING 6.1 Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied (bronnen: http://gelderland.maps.arcgis.com), maar wel op 2,5 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Gezien de omvang van de uitbreiding van de woonwijk kunnen (externe) negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie niet bij voorbaat worden uitgesloten. We bevelen aan om een AERIUS berekening uit te voeren om de depositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase inzichtelijk te maken. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op grote afstand (circa 2,5 kilometer) van het beschermde natuurgebied Veluwe plaatsvindt, worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht.

Figuur 6-1. Ligging plangebied (rode stip) ten opzichte van het Natura 2000 (zie meetstaaf). Bron: http://gelderland.maps.arcgis.com.

6.2 Planologische gebiedenbescherming Het plangebied ligt niet in het NNN en valt ook niet onder gebieden die zijn aangewezen als belangrijk weidevogelgebied. Direct negatieve effecten kunnen worden uitgesloten, tevens wordt een rondweg aangelegd buiten de te bouwen huizen, waardoor de effecten van woningbouw op het naastgelegen NNN teniet gedaan worden.

Figuur 6-2. Ligging plangebied ten opzichte van het NNN. Bron: http://gelderland.maps.arcgis.com

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 16 van 18

7 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1 Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord: S1. Welke Wnb-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? Algemene broedvogels en langs de randen (net buiten het plangebied) vleermuizen op vliegroute en grondgebonden zoogdieren. Voor de laatste twee groepen volstaat het om maatregelen te nemen in het kader van de zorgplicht. S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? Vernieling en verstoring van nesten en doden van jongen. S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk? Nee. S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen? Tabel 7-1. Overzicht benodigde voorzorgsmaatregelen. (Mogelijk) aanwezige soort(groep)en

Benodigde voorzorgsmaatregelen t.a.v. soorten met aanvullend beschermingsregime (art. 3.1, 3.5 en 3.10)

Vogels

-

Werken buiten het broedseizoen (half maart t/m half juli)

Aanvullende voorzorgsmaatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten) Zorgplicht • Bouwrijp maken van één kant af om fauna de kans te geven zelfstandig te vluchten; • Enkel bij daglicht werken of nachtelijke bouwplaatsverlichting niet richten op opgaande groenstructuren. Tussentijdse vestiging • Vorming van grote zandhopen voorkomen, de zijkanten afwerken in een hoek van 45 graden; • Voorkomen dat er ten tijde van de werkzaamheden vogels van pioniersituaties gaan broeden. Het terrein broedvrij te houden (gebruik van linten, geen kieren openlaten in stapels materiaal of bouwmateriaal bedekken met plastic.

S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wnb aan te vragen? Nee. 7.2 Gebiedenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming worden beantwoord: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied, binnen het NNN of binnen een belangrijk weidevogelgebied? Het plangebied ligt op 2,5 km afstand van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Het plangebied ligt niet in het NNN of een belangrijk weidevogelgebied. G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? Nee, negatieve effecten als gevolgen van stikstoftoename zijn niet bij voorbaat uit te sluiten. Negatieve effecten als gevolg van externe werking (bijvoorbeeld effecten door trillingen, lichtuitstraling

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 17 van 18

of verstoring) zijn wel bij voorbaat uit te sluiten vanwege de grote afstand tussen het plangebied en de Veluwe. G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk? Ja, een AERIUS-berekening is van toepassing indien dit ten behoeve van het bestemmingsplan nog niet is uitgevoerd.

Quickscan Wet natuurbescherming Apeldoornsestraat te Voorthuizen Kenmerk: 20190224/rap01, versie 1, d.d. 12 april 2019

Blz. 18 van 18

ATKB - van meetwerk tot maatwerk voor uw milieuvraagstuk

ATKB is een adviesbureau voor bodem, water en ecologie

ATKB beschikt over een Veiligheids- en Kwaliteitsmanagementsysteem en is gecertificeerd volgens NEN-ENISO9001:2015 en VCA**. Daarnaast beschikken we over diverse kwaliteitscertificaten (zie website) en hebben we een vergunning in het kader van de Wet op de Dierproeven. ATKB houdt zich aan een eigen beleidsplan ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Om onze CO2-uitstoot in kaart te brengen en te reduceren zijn we gecertificeerd volgens de CO2-prestatieladder.

Vo di or e en e st n c e o Z.O nov mp .Z erz lee . ich t t

Praktisch, deskundig en nuchter. Dat is de kracht waarmee wij, als onafhankelijk adviesbureau, overheden en bedrijfsleven helpen bij het oplossen van complexe milieuvraagstukken. Dat we daarbij geregeld met onze voeten in de klei staan maakt ons deskundige aanpakkers, die u begeleiden in het uitvoeren van projecten en het ondersteunen van processen. Met oog en respect voor onze leefomgeving. Met heldere adviezen van hoge kwaliteit en een duurzaam karakter. Zodat u ook morgen iets aan onze adviezen van vandaag heeft. Wij werken in heel Nederland, en daarbuiten. Op de achterzijde van deze flyer vindt u een overzicht van de werkzaamheden die wij graag voor u uitvoeren.

· Verkennend en nader bodemonderzoek · Partijkeuringen grond, baggerspecie en niet vormgegeven bouwstof · Opstellen saneringsplannen en bestekken conventionele, in-situ landbodemsaneringen · Begeleiding en evaluatie van conventionele en in-situ landbodemsanering · (3D)-grondradaronderzoek · Arbitrage en juridisch advies bodemzaken · Civieltechnisch onderzoek naar asfalt, zand en klei · Coördinatie archeologisch onderzoek

· Soortgericht onderzoek (o.a. vleermuizen, amfibieën, kleine marterachtigen) · Toetsingen aan natuurwetgeving · Ecologisch werkprotocol en begeleiding · Vegetatiekarteringen · Hydrobiologisch onderzoek · Waterplantenonderzoek en Ecoscans · Visstandbemonstering · Vismigratieonderzoek (vistelemetrie, pit-tag) · Actief Biologisch Beheer · Visserijmanagement · Visbeheerplannen · Schouw en kwaliteitsbeoordeling nieuwe natuur · SNL-monitoring en gebiedsanalyses

· Monitoring grondwater/oppervlaktewater (meetstrategie, inrichting/beheer meetnet, kwaliteit & kwantiteit) · Waterbodemonderzoek (NEN 5717, NEN 5720) · Kwantitatief waterbodemonderzoek · Voorbereiding en begeleiding van baggerwerken, inclusief waterbodemsaneringen · Baggerplan en werkplan · Bemalingsadvies · Ondersteuning en advies bij (stedelijk) waterbeheer · Ondersteuning en advies bij wettelijke procedures, inclusief vergunningen en meldingen

· Asbestinventarisatie gebouwen en objecten · Risicobeoordeling asbest in gebouwen NEN2991 · Opstellen en onderhouden asbestbeheersplan · Begeleiding, directievoering, saneringsonderzoek bij asbestverwijdering · Bewijsmateriaal duurzaamheidscertificering onder BREEAM-NL (diverse milieukundige credits onder Nieuwbouw en renovatie, In Use, Gebiedsontwikkeling en Sloop) · Beleidsondersteuning · Beleidsstudies, beheerplannen en adviezen · Second opinions · Monitoring en nazorg · Directievoering & toezicht · Uitvoeringsbegeleiding · Coördinatie · Detachering

Hoe doen we dat? Dit doen wij door de inzet van een projectteam, dat met zorg wordt samengesteld voor uw opdracht. Zodat onze kennis optimaal voor u wordt ingezet. Het projectteam weet daarbij onze moderne vloot en meetapparatuur doelmatig in te zetten. Hiertoe behoren onder andere de (3D-) grondradar, drone, warmtebeeldcamera en daarnaast nauwkeurige plaatsbepalingsapparatuur ((d)GPS/GNNS), waterniveaumeters, elektrovisapparatuur, visnetten, fuiken en verschillende vaartuigen en de machinale boorstellingen Geoprobe en Vibrocore. Al deze apparatuur heeft ATKB in eigen beheer. Detachering van onze specialisten bij uw organisatie is bespreekbaar. T 088 115 32 00 www.at-kb.nl info@at-kb.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=a72c241c-1817-4d92-9ce0-878924092ef9