CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Apeldoornsestraat-Roelenengweg_Toelichting_Bijlage 1 Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie, Hamaland advies, juli 2019.pdf

Gemeenteraad 26 mei 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Apeldoornsestraat - Roelenengweg (Voorthuizen).8.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengeweg te Voorthuizen, gemeente Barneveld

Opdrachtgever Buro Ontwerp en Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Dhr. S. Schut 06-10992255 s.schut@ontwerpenomgeving.nl Projectnummer 192365 Kenmerk DWS/DIR/HAMA/192365

Eindredactie/kwaliteitscontrole Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Paraaf

Datum 25-07-2019

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Colofon

Opdrachtgever

Buro Ontwerp en Omgeving

Project

Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen

Projectnummer

192365

Titel

Bureauonderzoek, Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied ApeldoornsestraatRoelenengweg te Voorthuizen, gemeente Barneveld

Datum en versie

25-07-2019, versie 2.0 (definitief)

Auteurs

D. Woolschot MSc en drs. E.E.A. van der Kuijl

Redactie

Drs. E.E.A. van der Kuijl – Hamaland Advies (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)

Afbeelding voorzijde:

Luchtfoto met plangebied binnen het rode kader (maps.google.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

2 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 1.

2

3

4

Inleiding .......................................................................................................................................... 6 1.1

Inleiding en onderzoekskader ............................................................................................... 6

1.2

Doel en vraagstelling van het onderzoek .............................................................................. 7

1.3

Werkwijze .............................................................................................................................. 7

1.4

Beleidskaders ........................................................................................................................ 8

1.5

Administratieve gegevens ................................................................................................... 10

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel ..................................................................................... 11 2.1

Landschapsgenese ............................................................................................................. 11

2.2

Archeologische waarden ..................................................................................................... 17

2.3

Archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................................... 19

2.4

Advies ................................................................................................................................. 21

Resultaten van het Booronderzoek............................................................................................... 22 3.1

Werkwijze Booronderzoek................................................................................................... 22

3.2

Resultaten ........................................................................................................................... 22

Conclusie en Advies ..................................................................................................................... 25 4.1

Conclusie ............................................................................................................................ 25

4.2

Selectieadvies ..................................................................................................................... 25

4.3

Selectiebesluit ..................................................................................................................... 25

4.4

Voorbehoud ......................................................................................................................... 25

Informatiebronnen................................................................................................................................. 26 Gebruikte literatuur ........................................................................................................................... 26 Geraadpleegde websites .................................................................................................................. 26

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

3 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Samenvatting In het kader van de herontwikkeling van het plangebied aan de Apeldoornsestraat-Roelenengweg heeft Hamaland Advies, in opdracht van Buro Ontwerp en Omgeving, een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB 4003 uitgevoerd voor deze locatie in Voorthuizen, gemeente Barneveld. De nieuwe ontwikkelingen betreffen de bouw van woningen en de aanleg van nutsvoorzieningen. De verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal vermoedelijk meer dan 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Op de nieuwe beleidskaart van de gemeente Barneveld heeft het grootste deel van het plangebied, het zuidelijke deel, een lage verwachting. Het noordelijke deel heeft een middelhoge verwachting. Bij meerdere verwachtingen is de hoogste waarde leidend. In dit geval dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij plangebieden groter dan 1.500 m² en wanneer bodemingrepen dieper dan 30 cmmv plaats zullen vinden. Ook de laagste waarde (meer dan 10.000 m² en dieper dan 30 cm-mv) wordt overschreden aangezien het plangebied meer dan 2 hectare bedraagt. Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Erfgoedwet te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA 4.1 conform bureauonderzoek en een karterend booronderzoek.

Conclusie Op basis van de aardwetenschappelijke gegevens is er in het plangebied vermoedelijk sprake van een dekzandrug of dekzandflank in het noordelijk deel en een dalvormige laagte in het zuidelijk deel. De ondergrond bestaat uit dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden, waarin een hoge zwarte enkeerdgrond ontwikkeld is. Onderzoek in de omgeving van het plangebied heeft aangetoond dat er onder de enkeerd sprake kan zijn van een podzolgrond. Agrarische activiteiten in het plangebied, alsmede het gebruik als kwekerij, kan ervoor gezorgd hebben dat de bodem tot in het archeologisch niveau verstoord is geraakt. De aanwezigheid van een eerdlaag van meer dan 50 centimeter dikte kan mogelijk aanwezige archeologische resten echter beschermd hebben. Uit het booronderzoek is gebleken dat de natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 65 cm-mv en maximaal 140 cm-mv waargenomen. In het dekzand heeft zich aanvankelijk een veldpodzol ontwikkeld, die tijdens de ontginningen verstoord is. Na de ontginningen is er een beekeerdgrond ontstaan, die subrecentelijk eveneens verstoord is. Onder de eerdlaag zijn in twee boringen 19e eeuwse dempingen van voormalige (ontwaterings)greppels aangetroffen.

Selectieadvies Op basis van het booronderzoek, waarbij aangetoond is dat de bodem tot in de C-horizont verstoord is, adviseert Hamaland Advies om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. De kans dat er met de geplande bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan, wordt gering geacht. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat booronderzoek in tegenstelling tot gravend onderzoek niet geschikt is voor het opsporen van kleinschalige steentijdvindplaatsen. Dergelijke vindplaatsen kunnen daarom niet op voorhand uitgesloten worden.

Selectiebesluit Op 22 juli 2019 heeft het bevoegd gezag, mw. P. Kloosterman, het conceptrapport getoetst. De opmerkingen op het conceptrapport zijn verwerkt in de onderhavige definitieve rapportage. Het selectiebesluit van Hamaland Advies om geen vervolgonderzoek uit te voeren omdat er geen archeologie meer aanwezig is, is door mw. Kloosterman onderschreven.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

4 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de gemeente Barneveld en de Regioarcheoloog (mw. drs. P. Kloosterman).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

5 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader In het kader van de herontwikkeling van het plangebied aan de Apeldoornsestraat-Roelenengweg heeft Hamaland Advies, in opdracht van Buro Ontwerp en Omgeving, een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB 4003 uitgevoerd voor deze locatie in Voorthuizen, gemeente Barneveld (zie Afbeelding 1). De nieuwe ontwikkelingen betreffen de bouw van woningen en de aanleg van nutsvoorzieningen. De verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal vermoedelijk meer dan 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Op de nieuwe beleidskaart van de gemeente Barneveld heeft het grootste deel van het plangebied, het zuidelijke deel, een lage verwachting. Het noordelijke deel heeft een middelhoge verwachting. Bij meerdere verwachtingen is de hoogste waarde leidend. In dit geval dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij plangebieden groter dan 1.500 m² en wanneer bodemingrepen dieper dan 30 cmmv plaats zullen vinden. Ook de laagste waarde (meer dan 10.000 m² en dieper dan 30 cm-mv) wordt overschreden aangezien de omvang van het plangebied meer dan 2 hectare bedraagt. Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Erfgoedwet te worden onderzocht.

Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB 4003. Op het dekzandkopje was in overleg met de Regioarcheoloog aanvankelijk een karterend booronderzoek gepland, vanwege de brede verwachting op zowel steentijdvindplaatsen als vindplaatsen van landbouwende samenlevingen. Doordat het dekzandkopje bij aankomst in het veld reeds afgegraven bleek te zijn, zijn de karterende boringen komen te vervallen. Het bevoegd gezag, gemeente Barneveld en haar archeologisch adviseur, (mw. P. Kloosterman, Regioarcheoloog Barneveld, Scherpenzeel en Wageningen), hebben de resultaten van het onderzoek op 22 juli 2019 getoetst. De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve rapportage.

Afbeelding 1: Topografische kaart met de situering van het plangebied in het rode kader (Archis3)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

6 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

1.2

Doel en vraagstelling van het onderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn? Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied. Het doel van het verkennend en karterend booronderzoek is het toetsen en aanvullen van een verwachtingsmodel. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden1: • Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied • In hoeverre is deze bodemopbouw nog intact? • Wat is de geo(morfo)logische opbouw van de ondergrond in het plangebied? • Bevinden zich archeologische relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte t.o.v. het maaiveld en NAP? • Moeten de archeologische verwachtingen uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? Zo ja, waarom? Hierbij wordt aangegeven of een nader onderzoek en zo ja, in welke vorm, noodzakelijk is.

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01); 2. beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); 3. beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); 4. beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); 5. het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5). Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd die gespecificeerd is opgenomen in de literatuurlijst. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland • Bodemkaart van Nederland • Geologische kaart Nederland • Historisch kaartmateriaal • Relevante rapporten en literatuur • Telefonisch overleg op 15-07-2019 met mw. Kloosterman n.a.v.

de constatering in het veld dat het aanwezige dekzandkopje ten tijde van het booronderzoek reeds ontgraven was t.b.v. een wegcunet en wadi’s.

1

Vossen, 2015

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

7 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

1.4

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.

De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland voor cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma2: • Erfgoedwaarden zijn inzichtelijk van natuur en landschap, buitenplaatsen en buitenplaatsrijke gebieden • Bescherming van erfgoedwaarden in natuur en landschap en buitenplaatsen is verankerd in plannen • Maatwerk in de (toepassing van) regelgeving zodat ontwikkeling mogelijk is • Investeren in de instandhouding en kwaliteit van het erfgoed van natuur en landschap en van buitenplaatsen (restauratie, functieverandering, duurzaamheidsbevordering). Ook kunst en cultuur hiervoor inzetten • Versterken van de programmatische samenwerking en afstemming met het netwerk, vergroting van het cultuurhistorisch besef en draagvlak. In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: − Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie − Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen, methoden en technieken) is noodzakelijk om de onderhoudstermijn van erfgoed te verlengen en daardoor onderhoudskosten te besparen. − Archeologische en cultuurhistorische Waardenkaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek.

2 http://www.gelderland.nl/

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

8 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

− − − − − − −

We actualiseren de Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten de Erfgoedwet op goede wijze implementeren. Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek naar het vraagstuk hoe beter om te kunnen gaan met leegstand van monumentaal vastgoed. Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving. Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten, restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering Een netwerk van alle relevante partijen zorgt voor programmatische samenwerking. De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen (zie Documenten), Landgoed Sevenaer.

Het plangebied ligt buiten deze genoemde gebieden, zodat de provincie geen sturing geeft in het beleid.

Gemeentelijk Beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Barneveld beschikt over eigen archeologiebeleid. De gemeente beschikt tevens over een beleidskaart. Vanuit de gemeente is mw. P. Kloosterman als Regioarcheoloog betrokken bij de archeologische toetsing.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

9 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

1.5

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever

Buro Ontwerp en Omgeving

Projectnaam

Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg

Uitvoerder, Beheer en Plaats documentatie

Hamaland Advies (contactpersoon dhr. E. van der Kuijl), Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Bevoegd gezag

Gemeente Barneveld, toetser mw. P. Kloosterman

Provincie, Gemeente, Plaats

Gelderland, Barneveld, Voorthuizen

Adres en Toponiem

Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen

Kaartblad

32F

plangebied x, y coördinaten N

3

170.794 / 466.983

Centrum-coördinaat O

170.973 / 466.902

ZW

170.884 / 466.902 170.733 / 466.832

NW

170.707 /466.907

Hoogte centrumcoördinaat 3

14.286 m+NAP

CMA/AMK Status en nr. 3

n.v.t

Kadastrale gegevens 3

Gemeente Voorthuizen, sectie E, perceel 1132, 2498, 2499, 2489, 2490

CIS code/Archis Onderzoekmeldingsnummer 3

4720489100

Oppervlakte plangebied

4

Circa 2 ha

Oppervlakte onderzoeksgebied 4

Circa 2 ha

Huidig grondgebruik 3

Weiland/grasland, bebouwing en erf

Toekomstig grondgebruik 3

Bebouwing

Geomorfologie

22R23

Dalvormige laagte

Bodemtype 3

zEZ21

Hoge zwarte enkeerdgrond, leemarm en zwak lemig fijn zand

Grondwatertrap 3

VI

Geologie

5

Periode

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (dekzand) en/of Laagpakket van Delwijnen (rivierduinzand) Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd

3

Archis3 Opgave opdrachtgever 5 Geologische kaart 4

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

10 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Geologie 6

Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied. De diepere ondergrond maakt deel uit van een groot preglaciaal bekken.7 Dit bekken is in eerste instantie gevormd door een voorloper van de Rijn, waarna het subglaciaal verder is geërodeerd door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saaliën (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden). Het landijs stuwde de ondergrond op, waardoor stuwwalcomplexen gevormd werden. In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000-11.700 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Het landschap veranderde in een open taiga-achtig landschap met geïsoleerde bosopstanden, dwergstruiken, heide en kruiden. Gedurende het Weichselien raakten de diverse dalsystemen voor een belangrijk deel opgevuld met smeltwaterafzettingen, veen en klei. Tussen 32.500 en 19.000 jaar geleden werd het steeds droger en kouder. Het sneeuwsmeltwater stroomde tijdens het voorjaar van de stuwwallen naar beneden over de ondiep ontdooide hellingen, waardoor (nu) droge dalen of erosiedalen ontstonden die later weer opgevuld raakten. In de Middeleeuwen vond ontbossing plaats, waardoor opnieuw erosie langs de hellingen van de stuwwal plaats begon te vinden. In het plangebied komt de Formatie van Boxtel voor. Hierbij kan sprake zijn van het Laagpakket van 8 Wierden; dekzand (Bx5) en/of van het Laagpakket van Delwijnen; rivierduinzand (Bx4).

Geomorfologie Het noordelijk deel van het plangebied is op de geomorfologische kaart9 (zie Afbeelding 2) gekarteerd als dekzandrug (3B53yc). Het zuidelijk deel is gelegen in een dalvormige laagte (22R23).

Dekzandrug Dalvormige laagte

Afbeelding 2: Geomorfologische kaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

6

Archis3 Berendsen, 2008 http://grondwatertools.nl/ 9 Archis3 7 8

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

11 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Bodem Op de bodemkaart10 (zie Afbeelding 3) is het plangebied gekarteerd als een hoge zwarte enkeerdgrond in leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21). Enkeerdgronden hebben een eerdlaag van meer dan 50 centimeter dikte. Zwarte enkeerdgronden zijn ontstaan door bemesting met heideplaggen.

Hoge zwarte enkeerdgrond

Afbeelding 3: Bodemkaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

Grondwater In het plangebied is sprake van grondwatertrap VI.11 Hierbij ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) tussen de 40 en 80 centimeter onder het maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) ligt dieper dan 120 centimeter onder maaiveld.

Hoogte 12

Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (zie Afbeelding 4) heeft het zuidelijk deel van het plangebied een hoogte van circa 13.915 m+NAP, terwijl het noordelijk deel met een hoogte van circa 14.642 m+NAP meer dan een halve meter hoger ligt. Dit natuurlijke hoogteverschil betreft de aanwezigheid van een dekzandwelving in het noordelijk deel van het plangebied.

10

Archis3 http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp 12 Archis3 11

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

12 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Afbeelding 4: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met het plangebied in het rode kader (bron: AHN2)

Milieu- en geotechnische gegevens In het bodemloket13 is één melding opgenomen (gemeentelijk BIS AA020300114). De melding heeft betrekking op het oostelijk deel van het plangebied. Volgens de melding dient op de locatie een nader onderzoek uitgevoerd te worden om de omvang en ernst van de vastgestelde verontreiniging te bepalen. De onderzochte verontreinigende activiteiten betreffen een fruitkwekerij/boomgaard, erfverharding met puin en/of bouw en sloopafval en een bovengrondse dieseltank. 14 In het Dinoloket (zie Afbeelding 5) staat in het plangebied één boring geregistreerd (B32F0065). Deze boring is tot 50,40 m-mv doorgezet. Tot 22,10 m-mv is een afwisseling van zeer grof, sterk grindig, humeus zand tot uiterst fijn, sterk humeus, sterk siltig zand aangetroffen. Hieronder is de Eem Formatie (klei en zeer grof, sterk grindig zand) aanwezig tot 29,60 m-mv. De basis van het boorprofiel bestaat uit zeer grof, zwak grindig tot matig fijn zand van de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Schaarsbergen.

Op 215 meter ten noordoosten is boring B32F0466 tot 4,00 m-mv gezet. Tot 1,10 is sprake van matig fijn, sterk humeus zand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Daaronder is tot 2,00 m-mv matig fijn, grindig zand aanwezig dat overgaat in een 50 centimeter dik pakket matig fijn zand. Tussen 2,50 – 2,65 m-mv is matig grof, grindig zand aanwezig. De basis van het boorprofiel bestaat uit matig fijn, grindig zand. De afzettingen onder het Laagpakket van Wierden behoren eveneens tot de Formatie van Boxtel. Boring B32F0410 is op 385 meter ten zuiden van het plangebied gezet. Het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel is tot 30 cm-mv aangetroffen en bestaat uit matig fijn, matig humeus zand. Daaronder is het matig fijne zand sterk grindig en wordt het eveneens tot de Formatie van Boxtel gerekend.

13 14

www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

13 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Afbeelding 5: Bodemgegevens uit het Dinoloket. Het plangebied is gesitueerd binnen het rode kader (bron: Dinoloket)

Historische kaarten De oudst gedetailleerde kaart is de kaart van Passavant uit 1697 (zie Afbeelding 6). Op deze kaart is in het plangebied weergegeven als een boerderij van Gerrit Jans. Omringend liggen meerdere percelen van andere eigenaren. Het plangebied ligt op kadastrale kaart van 1826 (zie Afbeelding 7) direct ten noorden van de Steenweg (huidige Apeldoornsestraat). Alle percelen waarop het plangebied gelegen is, zijn eigendom van Willem Wilbrink. Het landgebruik varieert tussen bos (perceel 99, 100, 105, 110 en 112), bouwland (perceel 98, 101, 102 en 104) en weiland (perceel 103 en 109). Daarnaast betreft perceel 107 de uitweg van het bouwland en perceel 106 het huis en erf. Het huis staat bekend als Heuvelskamp en het weiland op perceel 109 als Achterste Neienoord. Volgens de gegevens in het BAG-register dateert de huidige bebouwing uit 1910. Hoewel er meerdere wisselingen in landgebruik plaatsvinden, is de eerste grotere verandering weergegeven op de kaart van 1962 (zie Afbeelding 8). De bebouwing die in het centraal-noordelijk deel van het plangebied stond, is uitgebreid met een tweede gebouw. Ten oosten van deze bebouwing staat mogelijk een schuur in het veld. Daarna vinden vrijwel alleen veranderingen in landgebruik plaats, tot het plangebied vanaf de kaart van 1986 (zie Afbeelding 9) in gebruik is als kwekerij.

De huidige situatie is voor het eerst op de kaart van 1997 weergegeven.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

14 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Afbeelding 6: Uitsnede uit de kaart van Passavant uit 1697 met bij de gele pijl de boerderij van Gerrit Janse (bron: mw. P. Kloosterman)

Afbeelding 7: Plangebied op het minuutplan van 1826, met de locatie van het plangebied binnen het rode kader (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

15 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Afbeelding 8: Uitsnede van de kaart van 1962 met het plangebied binnen het rode kader (bron: topotijdreis)

Afbeelding 9: Uitsnede van de kaart van 1986 met het plangebied binnen het rode kader (bron: topotijdreis)

Tweede Wereldoorlog Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed15 ligt het plangebied in een niet nader gedefinieerde zone waar resten van kleinere objecten en structuren worden verwacht. In het Verliesregister16 staat voor Voorthuizen één crash gemeld. Deze crash vond in de nacht van 9 op 10 oktober 1944 plaats ter 15

http://www.ikme.nl https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/rs.php?aircraft=&sglo=&date=&location=Voorthuizen&pn=&unit=& name=&cemetry=&airforce=&target=&area=&airfield= 16

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

16 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

hoogte van de Hunnenweg, ten oosten van het plangebied. Het neergestorte vliegtuig betreft een Mosquito.

2.2

Archeologische waarden In het plangebied is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie Afbeelding 11). •

In 2000 heeft RAAP voor een groot gebied ten oosten van Voorthuizen een booronderzoek17 uitgevoerd (2029758100). Tijdens het booronderzoek zijn er geen boringen in het huidige plangebied gezet. Ten noorden en oosten zijn diverse bodemprofielen aangetroffen, waarvan deze in slechts twee boringen intact was. De voorkomende profielen betreffen een dun cultuurdek, een dik esdek, een begraven bodemprofiel en dagzomend zand met een bouwvoor.

•

In 2007 heeft RAAP een bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het opstellen van de beleidsadvieskaart (2179284100). Dit onderzoek beslaat een groot gebied. De resultaten hiervan zijn vertaald naar het beleid van de gemeente Barneveld.

•

Binnen het oostelijk deel heeft Arcadis in 2011 een bureauonderzoek18 (2332787100) uitgevoerd. 19 Voor vrijwel hetzelfde tracé heeft BAAC in 2017 een verkennend booronderzoek gedaan (4037034100). Binnen het huidige plangebied zijn geen boringen gezet, maar daar direct aan grenzend wel. Het betreft boringen 17, 18, 19, 20, 21, 37, 38, 39 en 41 direct grenzend aan het plangebied en boringen 16, 33, 34, 35, 36 en 40 in een raai ten noorden daarvan. Op basis van de boringen is een geomorfologische kaart opgesteld (zie Afbeelding 10), waaruit gebleken is dat er grenzend aan het plangebied sprake is van een dekzandflank (boringen 17, 19, 33, 34, 35, 37, 38, 40 en 41) die wordt doorsneden door een beekdal van de Ganzenbeek (boringen 16, 20, 21 en 39) en waarin tevens in twee boringen een dekzandrug aanwezig is (boring 18 en 36). Op de opgestelde verwachtingskaart heeft het beekdal een lage verwachting gekregen, en hebben de overige afzettingen een middelhoge en hoge verwachting. In dit deelgebied zijn vondstnummers 201, 202 en 203 geregistreerd. Ter plaatse van de hierboven genoemde boringen van BAAC komen relatief natte gronden afgewisseld met wat drogere en hoger gelegen gronden voor. In een groot aantal boringen is hier sprake van een dunne laag dekzand op de verspoelde dekzanden.

Het verspoelde dekzand bestaat uit matig tot sterk siltig, zeer tot matig fijn, matig gesorteerd en goed afgerond zand. Het niet-verspoelde dekzand is beter gesorteerd en iets grofkorreliger. De beekafzettingen die in dit deel aangetroffen zijn, bestaan veelal uit uiterst siltig, zeer fijn, slecht gesorteerd zand met enkele grindjes tot zandige leem. In de beekafzettingen en omliggende verspoelde dekzanden zijn tekenen van podzolisatie aangetroffen (veldpodzol). Onder de bouwvoor is in een aantal boringen een dikkere oudere ploeglaag of A-horizont met fragmenten bouwpuin in de top van het (verspoelde) dekzand aangetroffen. Mogelijk gaat hiet hier om een woongrond die in en direct onder de bouwvoor aanwezig is en omringd wordt door tuintjes of lokale akkertjes. Langs de noord(oost)elijke flank van de akker zijn deels afgetopte (haar)podzolbodems waargenomen. In twee boringen zijn in de BC-horizont fragmenten bouwpuin en houtskoolspikkels aangetroffen die mogelijk een aanwijzing kunnen zijn voor bebouwing die behoort tot het landgoed Zandbergen in het noordoostelijke deel van de akker. Ter plaatse van het (zuid)oostelijke deel van de akker zijn bodemverstoringen tot in de C-horizont waargenomen tot een maximale diepte van 85 cm-mv. Op basis van het onderzoek beveelt BAAC planaanpassing aan ter hoogte van die delen met een middelhoge of hoge verwachting.

Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om hier een karterend proefsleuvenonderzoek uit te voeren.

17

Oude Rengerink, 2000 Arcadis, 2011 19 Kalisvaart, 2017 18

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

17 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Afbeelding 10: Geomorfologische boorpuntenkaart booronderzoek BAAC met het plangebied in het blauwe kader (bewerkt naar: Kalisvaart, 2017)

20

•

Op 325 meter ten zuiden van het plangebied heeft Oranjewoud in 2006 een bureau- en booronderzoek21 (2124008100) uitgevoerd. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw globaal tot 60 cm-mv uit een bouwvoor bestaat met daaronder een circa 20 centimeter dikke A/Chorizont en vanaf 70 à 80 cm-mv de C-horizont. De C-horizont bestaat uit fijn zand met roestvlekken dat plaatselijk iets grover of lemiger is. In geen van de boringen is een intact profiel aangetroffen en archeologische indicatoren ontbreken eveneens.

•

Op 350 meter ten noordwesten heeft RAAP in 2006 een proefsleuvenonderzoek22 (2118144100) uitgevoerd dat op deze locatie heeft geresulteerd in een opgraving (2118144100). Alleen het rapport van het proefsleuvenonderzoek is beschikbaar via DansEasy. Het proefsleuvenonderzoek heeft 3 vindplaatsen opgeleverd. Vindplaats 1 is een historisch boederijcomplex. In de proefsleuf zijn bewoningsresten uit de vroege 17e eeuw aangetroffen. De resten behoren mogelijk tot een e e omgrachte herenboerderij uit de late 16 of vroege 17 eeuw. Tevens zijn vondsten aangetroffen e e e e e e die dateren in de 12 /13 eeuw, 14 /15 eeuw en uit de late 17 /midden 18 eeuw. Op vindplaats 2 zijn sporen van bewoning uit de Volle Middeleeuwen aangetroffen en is een deel van een gebouwplattegrond aangetroffen. Er is sprake van twee gescheiden erven uit de 12e of vroege 13e eeuw, die gelegen waren op een kleine dekzandrug, evenwijdig aan een smal beekdal. Vindplaats 3 heeft bewoningsresten uit de IJzertijd en/of Laat Romeinse tijd prijsgegeven. De resten bestaan uit een gebouwplattegrond, een waterkuil en aardewerk.

20

Milojkovic, 2006 La Fèber en Marinelli, 2006 22 Schabbink, 2006 21

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

18 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

De vondstmeldingen die in Archis3 zijn opgenomen, zijn gerelateerd aan het proefsleuvenonderzoek en de opgraving. De aanvullende informatie die verkregen kan worden van de melding met betrekking tot de opgraving, is dat vindplaats 3 opgegraven is. Hierbij zijn nauwelijks nieuwe gegevens verkregen ten opzichte van het proefsleuvenonderzoek. Vindplaats 3 betreft de perifirie van een nederzettingsterrein dat zich naar het zuiden voortzet. •

Op 300 meter ten noordwesten heeft BAAC in 2018 een proefsleuvenonderzoek (4644884100) uitgevoerd, in navolging van het hierboven beschreven booronderzoek. Het onderzoek is nog niet afgemeld.

•

Op 25 juni 2019 heeft mw. P. Kloosterman schriftelijk aangegeven dat ten noordwesten van het plangebied een aantal vuursteenvindplaatsen uit het Mesolithicum aangetroffen zijn en dat dergelijke vindplaatsen mogelijk ook op de dekzandwelving in het plangebied voor kunnen komen.

Afbeelding 11: Uitsnede uit de kaart met vondst- en onderzoeksmeldingen met het plangebied in het rode kader (Archis3)

2.3

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Barneveld23 (zie Afbeelding 12) ligt het plangebied grotendeels in een zone met een lage archeologische verwachting. De rest van het plangebied heeft een middelhoge verwachting ter plaatse van de dekzandwelvingen.

23

Opgenomen in de principetoezegging van de gemeente Barneveld

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

19 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Afbeelding 12: Uitsnede uit de Archeologische beleidskaart van de gemeente Barneveld met het plangebied binnen het blauwe kader (bron: principetoezegging gemeente Barneveld)

Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen kunnen op basis van de in het bureauonderzoek verkregen informatie als volgt worden beantwoord: •

Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?

Op basis van de aardwetenschappelijke gegevens is er in het plangebied vermoedelijk sprake van een dekzandrug of dekzandflank in het noordelijk deel en een dalvormige laagte in het zuidelijk deel. De ondergrond bestaat uit dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden, waarin een hoge zwarte enkeerdgrond ontwikkeld is. Onderzoek in de omgeving van het plangebied heeft aangetoond dat er onder de enkeerd sprake kan zijn van een podzolgrond. Agrarische activiteiten in het plangebied, alsmede het gebruik als kwekerij, kan ervoor gezorgd hebben dat de bodem tot in het archeologisch niveau verstoord is geraakt. De aanwezigheid van een eerdlaag van meer dan 50 centimeter dikte kan mogelijk aanwezige archeologische resten echter beschermd hebben. Op basis van onderzoek dat direct ten noorden en oosten van het plangebied uitgevoerd is, worden archeologische resten al vanaf 30 cm-mv verwacht. De top van de C-horizont komt naar verwachting vanaf circa 40 cm-mv voor. •

Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn?

Ja. In de omgeving zijn archeologische resten aangetroffen die dateren vanaf het Mesolithicum tot de Nieuwe tijd. Op basis van het bureauonderzoek mag aangenomen worden dat er in het plangebied sprake is van een eerdlaag, waardoor eventueel aanwezige archeologische resten beschermd kunnen zijn tegen bodemingrepen. Op basis van cartografisch onderzoek is aangetoond dat het plangebied al op de kadastrale kaart van 1826 bebouwd was, maar dat dit mogelijk al eerder het geval was. De bebouwing heeft zich echter altijd in het centraal-noordelijk deel van het plangebied geconcentreerd en de rest van het plangebied is onbebouwd geweest. De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is opgenomen in Tabel 2. Indien er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn in het plangebied, dan komen deze voor direct onder de huidige bouwvoor en in en onder de basis van de eerdlaag.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

20 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied Periode

Verwachting

Verwachte vindplaatstypen

Verwachte grondlaag (diepte)

Tweede Wereldoorlog

Laag

Geen

n.v.t.

Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd

Hoog

Waterputten, afvaldumps, haardkuilen, percelleringen

In of direct onder de bouwvoor of in het plaggendek daaronder tot maximaal 60 cm-mv

Romeinse Tijd - Vroege Middeleeuwen

Hoog

Laag

Mesolithicum-NeolithicumBronstijd-IJzertijd

Nederzettingsterreinen, grafvelden, dumps, meilers

Hoog

Laag

Laat-Paleolithicum

Ter plaatse van de dekzandwelving: onder het plaggendek vanaf maximaal 60 cm-mv

Ter plaatse van de dekzandwelving: in de top van de C-horizont vanaf maximaal 80 cm-mv Nederzettingsterreinen, jachtkampen, grafheuvels, haardplaatsen/haardkuilen

Hoog

Laag

Ter plaatse van de dalvormige laagte: onder het plaggendek vanaf maximaal 60 cm-mv

Jachtkampen, losse vuursteenstrooiingen, haardplaatsen

Ter plaatse van de dalvormige laagte: in de top van de C-horizont vanaf maximaal 80 cm-mv Ter plaatse van de dekzandwelving: in de top van de C-horizont vanaf maximaal 80 cm-mv Ter plaatse van de dalvormige laagte: in de top van de C-horizont vanaf maximaal 80 cm-mv

Onverbrande organische resten en bot zullen door de wisselend droge-natte en zuurstofrijke bodemomstandigheden matig tot slecht zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk goed geconserveerd. •

Is er nader onderzoek door middel van boringen nodig?

Ja. Op basis van het bureauonderzoek is gebleken dat er in het plangebied archeologische resten vanaf het Mesolithicum aanwezig kunnen zijn. De kans bestaat echter dat de bodem in het plangebied geroerd is als gevolg van activiteiten die er in het verleden hebben plaatsgevonden. Dit dient aangetoond te worden door middel van een booronderzoek.

2.4

Advies In de principetoezegging is opgenomen dat voor het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd dient te worden, waarbij ter plaatse van de dekzandwelving een boordichtheid van 10 boringen per hectare gehanteerd dient te worden en ter plaatse van de rest van het plangebied volstaan kan worden met een boordichtheid van 5 boringen per hectare. Met mw. P. Kloosterman is overlegd dat de boringen als karterend gezet zullen worden. Voor aanvang van het veldwerk is een Plan van Aanpak opgesteld dat op 9 juli 2019 getoetst is door mw. Kloosterman.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

21 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

3

Resultaten van het Booronderzoek

3.1

Werkwijze Booronderzoek Aan de hand van het bureauonderzoek kwam naar voren dat een gecombineerd verkennend en karterend bodemonderzoek noodzakelijk is om de mate van intactheid van de bodemopbouw te toetsen. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03, het vooraf opgestelde Plan van Aanpak24 en de BRL SIKB 4003. In het totaal zijn op 15 juli 2019 op de onderzoekslocatie door E. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) negen (9) grondboringen gezet. Dit is in afwijking van de geplande 15 boringen, omdat bij aankomst op de locatie bleek dat het plangebied ter plaatse van het dekzandkopje al vergraven was door de aanleg van wadi’s en een ontsluitingsweg. De foto’s van de huidige toestand van het plangebied zijn opgenomen in Bijlage 6. Ter plaatse heeft telefonisch contact plaatsgevonden met mw. P. Kloosterman (bevoegd gezag) waarna in overleg met de Regioarcheoloog besloten is dat het ontgraven deel niet meer onderzocht hoeft te worden. Hierdoor is zijn in relatie tot de omvang van het resterende deel van het onderzoeksgebied 9 verkennende boringen gezet in plaats van de geplande 15 boringen (9 verkennende boringen en 6 karterende boringen ter plaatse van de inmiddels vergraven dekzandkop).

De boringen (ø 12 centimeter) zijn regelmatig verspreid over het zuid(west)elijk deel van het plangebied gezet en zijn doorgezet tot minimaal 25 centimeter in de C-horizont. De exacte locaties zijn ingemeten met een GPS. Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland. Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Alle afzonderlijke bodemlagen zijn door dhr. R. de Graaf (veldmedewerker) gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 millimeter en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.

3.2

Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar Bijlage 3. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in Bijlage 4. In het plangebied is sprake van een uniforme bodemopbouw waarbij de bodem tot in de top van de C-horizont verstoord is. De aangetroffen bodemopbouw is weergegeven in Tabel 3 Tabel 3: Bodemopbouw in het plangebied (boring 4)

Diepte (cm – mv) 0-10 10-45 45-65

65-90

Samenstelling Gras Grijsbruin, zwak siltig, fijn zand met iets puin en iets oerbrokjes Donkerbruin, humeus, sterk siltig, fijn zand gemengd met wit, matig siltig, fijn zand met oerbrokken Wit, zwak siltig, fijn zand met oerbrokken

Interpretatie Ap1; bouwvoor A/C; menglaag

C; dekzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Wierden)

van van

In boring 1, 3, 4, 5 en 7 is onder de antropogene horizonten (Ap-horizonten) een A/C-horizont aangetroffen. Deze menglaag duidt erop dat er voor het ontstaan van de diepe bodemverstoringen 24

Woolschot en Van der Kuijl, 2019

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

22 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

sprake was van een beekeerdgrond. Deze beekeerdgrond (A1-horizont) is in boring 2 nog wel aangetroffen tussen 70 en 95 cm-mv. Het pakket bestaat uit donkerbruin, sterk siltig, humeus zand. Het fragment creamware (vondstnummer 1) dat in deze laag aangetroffen is, dateert in de periode 1875-1925. In boring 7 en 8 is op een diepte van respectievelijk 75-85 cm-mv en 110-130 cm-mv een B/C-horizont aangetroffen. Ook dit betreft een menglaag, die erop wijst dat er voor het ontstaan van de beekeerdgrond sprake was van een veldpodzol. In een aantal boringen is als bijmening sprake van grijze leem, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor een voormalige landbeek, mag er vanuit gegaan worden dat het materiaal mogelijk van elders aangevoerd is. In twee boringen (6 en 9) is een uit grijsbruin tot donkerbruine sterk gevlekte, humeuze, matig tot sterk siltige zandvulling aangetroffen met daarin bloempotscherven (terra cotta) en houtresten. Het betreft een slootvulling die in boring 6 tussen 60-140 cm-mv en in boring 9 tussen 85-140 cm-mv aanwezig is. Op geen van de geraadpleegde historische kaarten is echter (op deze locatie) een sloot of greppel aangegeven. Mogelijk gaat het om voormalige ondiepe ontwateringsgreppels.

De natuurlijke, ongeroerde bodem in het plangebied bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top van het dekzandpakket is op een diepte van minimaal 65 cm-mv (boring 4) en maximaal 140 cm-mv (boring 6 en 9) aangetroffen. Alle laagovergangen zijn scherp, wat erop duidt dat er geen intacte horizonten meer aanwezig zijn in het plangebied. In de vermengde grondlagen zijn veel oerbrokjes aangetroffen, wat erop duidt dat voor de ontginning een veldpodzol aanwezig is geweest. Resten van een veldpodzol zijn tevens visueel waargenomen op het naastgelegen reeds ontgraven deel van het plangebied. Archeologie Tijdens het booronderzoek zijn alle afzonderlijke bodemlagen visueel geïnspecteerd en gezeefd. Hierbij zijn twee archeologische indicatoren aangetroffen in de eerdlaag (zie Tabel 4). Op basis van het vondstmateriaal kan geconcludeerd worden dat de beekeerdgrond na de ontginningen ontstaan is en e ste dat de bodemverstoringen in het laatste kwart van de 19 eeuw en het begin van de 20 eeuw plaatsgevonden hebben. Tabel 4: Vondstenlijst

Vondst

Boring Diepte cm-mv en horizont

1

2 70-95; A1

2

5 45-70; A/C

Omschrijving

Datering

1 wandfragment creamware 1 wandfragment creamware (theekopje) met een fragment van een blauwgrijs drukmotief

1875-1925

1900-1950

Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen kunnen hiermee als volgt worden beantwoord: -

Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?

De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 65 cm-mv en ter plaatse van een aantal gedempte greppels op maximaal 140 cm-mv waargenomen. In het dekzand heeft zich aanvankelijk een veldpodzol ontwikkeld, die tijdens de ontginningen verstoord is. Na de ontginningen is er een beekeerdgrond ontstaan, die subrecentelijk eveneens verstoord is. In een aantal boringen is als bijmening sprake van een grijze leem, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor een voormalige landbeek, mag er vanuit gegaan worden dat het materiaal mogelijk van elders aangevoerd is. -

Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?

In geen van de boringen is een intact bodemprofiel aangetroffen. Als gevolg van ontginningen en subrecente bodemingrepen is de bodem tot in de top van de C-horizont verstoord geraakt. Daarmee reikt de bodemverstoring tot minimaal 65 cm-mv en ter plaatse van de gedempte greppels maximaal 140 cm-mv.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

23 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

-

Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?

Intacte bodemprofielen ontbreken. Wel zijn twee archeologische indicatoren verzameld uit de geroerde lagen, waaruit opgemaakt kan worden dat de beekeerdgrond rond 1875-1925 ontstaan is en dat diepe bodemverstoringen aan het begin van de 20ste eeuw plaatsgevonden hebben. De vondsten betreffen twee fragmenten creamware, waarvan op één fragment een deel van een transferprint zichtbaar is. -

Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?

Alleen in boring 2 is sprake van een A1-horizont, die geïnterpreteerd is als beekeerdgrond. Deze laag komt tussen 70 en 95 cm-mv voor en bevatte een fragment creamware uit de periode 1875-1925. -

In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?

Op basis van het bureauonderzoek werd in het zuid(west)elijk deel van het plangebied een hoge zwarte enkeerdgrond verwacht. Deze is niet aangetroffen en in plaats daarvan is sprake van een verstoorde veldpodzol waarin later een beekeerdgrond gevormd is. De ligging hiervan komt overeen met de verwachte dalvormige laagte die uit dekzandafzettingen bestaat. De lage verwachting voor archeologische resten ter plaatse van de dalvormige laagte is bevestigd, echter met als indicatie ‘verstoord’. -

Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt?

Nee, in het plangebied wordt geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De reden hiervoor is de volledige bodemverstoring tot in de top van de C-horizont. Hierdoor worden geen in situ vindplaatsen (meer) verwacht.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

24 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

4

Conclusie en Advies

4.1

Conclusie Op basis van de aardwetenschappelijke gegevens is er in het plangebied vermoedelijk sprake van een dekzandrug of dekzandflank in het noordelijk deel en een dalvormige laagte in het zuidelijk deel. De ondergrond bestaat uit dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden, waarin een hoge zwarte enkeerdgrond ontwikkeld is. Onderzoek in de omgeving van het plangebied heeft aangetoond dat er onder de enkeerd sprake kan zijn van een podzolgrond. Agrarische activiteiten in het plangebied, alsmede het gebruik als kwekerij, kan ervoor gezorgd hebben dat de bodem tot in het archeologisch niveau verstoord is geraakt. De aanwezigheid van een eerdlaag van meer dan 50 centimeter dikte kan mogelijk aanwezige archeologische resten echter beschermd hebben. De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 65 cm-mv en maximaal 140 cm-mv waargenomen. In het dekzand heeft zich een veldpodzol ontwikkeld, die tijdens de ontginningen verstoord is. Na de ontginningen is er een beekeerdgrond ontstaan, die subrecentelijk eveneens verstoord is. In twee boringen zijn 19e eeuwse dempingen van greppels aangetroffen.

4.2

Selectieadvies Op basis van het booronderzoek, waarbij aangetoond is dat de bodem tot in de C-horizont verstoord is, adviseert Hamaland Advies om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. De kans dat er met de geplande bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan, wordt gering geacht. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat booronderzoek in tegenstelling tot gravend onderzoek niet geschikt is voor het opsporen van kleinschalige steentijdvindplaatsen. Dergelijke vindplaatsen kunnen daarom niet op voorhand uitgesloten worden.

4.3

Selectiebesluit Op 22 juli 2019 heeft het bevoegd gezag, mw. P. Kloosterman, het conceptrapport getoetst. De opmerkingen op het conceptrapport zijn verwerkt in de onderhavige definitieve rapportage. Het selectiebesluit van Hamaland Advies om geen vervolgonderzoek uit te voeren omdat er geen archeologie meer aanwezig is, is door mw. Kloosterman onderschreven.

4.4

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de gemeente Barneveld en de gemeentelijk archeoloog (mw. drs. P. Kloosterman).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

25 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Informatiebronnen Gebruikte literatuur Arcadis, 2011. Archeologisch bureauonderzoek Voorthuizen-Noord. Arcadis-rapport 076310860:0.2. Bakker, H. de & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland; de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land, inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen (Fysische geografie van Nederland). Feber, D. la en M. Marinelli, 2006. Inventariserend veldonderzoek fase 1: verkenning. Onderzoek voor de nieuwbouw van een sporthal aan de Jan de Jagerweg te Voorthuizen. Oranjewoud archeologisch rapport 2006/66. Kalisvaart, C.C., 2017. Gemeente Barneveld, plangebied N303 noordelijke rondweg te Voorthuizen. Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC-rapport V-17.0023. Milojkovic, J., 2006. Archeologisch bureauonderzoek locatie Sporthal Voorthuizen, gemeente Barneveld. Oranjewoud archeologisch rapport 2006/14. Oude Rengerink, J.A.M., 2000. Oostelijke omlegging N303 Voorthuizen, gemeente Barneveld; een aanvullende archeologische inventarisatie (AAI-1). RAAP-rapport 581. Tol, drs. A. et al., 2012; Leidraad inventariserend veldonderzoek Deel: verkennend booronderzoek, 4 december 2012, versie 2.0 vastgesteld door het CCvD Archeologie. Gouda.

Geraadpleegde websites https://zoeken.cultureelerfgoed.nl; Archis3 voor informatie over meldingen, Bonneblad ca. 1900, geomorfologie, bodem en grondwater, luchtfoto, hoogtekaart, kadaster, bodemgebruik, archeoregio, rd-coördinaten https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor doen van melding http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl voor kadastrale minuutplannen 1811-1832 www.topotijdreis.nl; voor informatie historische kaarten vanaf 1845 http://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens voor informatie over boringen in de omgeving http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen voor bestemmingsplaninformatie www.dans.easy.nl voor rapporten http://www.ikme.nl voor informatie over de Tweede Wereldoorlog

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

26 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

BIJLAGEN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

27 van 42

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Bijlage 1: Plangebied binnen het rode kader (bron: opdrachtgever)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Bijlage 2: Overzicht van archeologische en geologische perioden

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Bijlage 3: Boorpuntenkaart

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Bijlage 4: Boorlegenda en boorstaten (separaat bijgevoegd)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

Bijlage 5: Coördinaten boorpunten

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Apeldoornsestraat-Roelenengweg Voorthuizen Kenmerk : DWS/DIR/HAMA/192365

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=0c643d5b-464d-4e81-8b1a-ea3def3f6256