Apeldoornsestraat e.a._Toelichting_Bijlage 16 Joostweg - Quickscan
Tekst van het document
Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cozijnsenflorafaunaadvies.nl
VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA AAN DE JOOSTWEG 6-8, KOOTWIJKERBROEK
Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie Auteur
Fam. van den Brink Mevr. van den Brink 23VC068 13 juni 2023 22 juni 2023 1.0 Gertjan Cozijnsen
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
1
Inhoudsopgave
1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED
3 3 4
2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING
5 5 5
3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK
7 7 7 7
4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 WET NATUURBESCHERMING 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN
8T/M 9 8 8 T/M 9
5.EFFECTEN VAN HET PLAN / DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN 5.2 BESCHERMING HOUTOPSTANDEN 5.3 BESCHERMING VAN SOORTEN 5.4 FLORA 5.5 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 5.6 VLEERMUIZEN 5.7 VOGELS 5.8 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 5.9 VISSEN 5.10 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 5.11 EFFECTENBEOORDELING 5.12 GEBIEDSBESCHERMING
10 10 10 10 11 12 13 16 17 17 18 18 20 T/M 21
6.CONCLUSIE EN ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 ADVIES
22 22 22
7.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER
23 24 25 T/M 26 27 T/M 28 29 T/M 30
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
2
1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de fam. van den Brink heeft Cozijnsen flora fauna advies een QuickScan uitgevoerd aan de Joosweg 6-8, te Kootwijkerbroek, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De aanleiding voor dit verzoek is een bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar wonen, hierbij zullen agrarische opstallen gesloopt gaan worden. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de wet natuur bescherming (Wnb).
Bestaande situatie plangebied.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
3
1.2 Omschrijving gebied Het perceel bevindt zich aan de Joostweg 6-8 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland. Op korte afstand ten noorden is een loonwerkersbedrijf gelegen. Op wat grotere afstand te oosten is Harskamp gelegen met daarachter de Veluwe. Het perceel is gelegen in buurtschap Essen.
1975
2022
Bron: topotijdreis.nl
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
4
2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied voor deze QuickScan betreft een agrarisch erf welke in gebruik is t.b.v. een veehouderij. Het plangebied is gelegen aan de Joostweg 6-8, te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland.
Globale aanduiding: blauwe arcering betreft de te slopen bebouwing. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.
2.2 Beschrijving In onderstaande afbeelding A wordt in het rood de te slopen bebouwing weergegeven. In afbeelding B wordt de nieuw gewenste situatie weergegeven.
A B
Legenda:
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
5
Beschrijving De planlocatie bestaat uit meerdere gebouwen de gebouwen 2B, 3, 4, 5 en 7 hieronder in het rood gearceerd zullen worden gesloopt, de overige bebouwing blijft bij de beoogde ruimtelijke ontwikkeling behouden.
De te slopen bebouwing (rood gearceerd) de cijfers corresponderen met de cijfers in de onderstaande tekst.
Schuur 2B: Is een schuur die is opgetrokken uit enkel steens muren en heeft op het dak blikken dakpanpanelen zonder dakbeschot aan de binnenzijden. De schuur is geschakeld met schuur 2A welke behouden blijft. Stal 3: Dit betreft een stal met enkel steens muren zonder spouwruimte, de geïsoleerde wandplaat is hier reeds verwijderd. De stal heeft een zadeldak van golfplaten zonder dakbeschot. Stal 4: Deze stal betreft een stal met stenen muren met (vermoedelijk) een spouwruimte er zijn geen openingen (openstootvoegen) aanwezig. De stal heeft een zadeldak van golfplaat zonder dakbeschot, de stal is geheel afgesloten met vogelwerend gaas. Veldloods 5: Dit betreft een veldloods welke open is aan de voorzijde en is op gebouwd uit damwandplaat en heeft geen dakbeschot. Bijgebouw 7: Dit betreft een klein bijgebouw welke in gebruik is als opslagruimte en is gebouwd van hout met een zadeldak van golfplaat zonder binnenbetimmering.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
6
3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden.
3.2 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het veldonderzoek is doormiddel van beschikbare literatuur, online raadpleegbare websites met verspreidingsgegevens(o.a., NDFF, RAVON, SOVON, Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, FLORON, telmee.nl) een goed beeld verkregen van de (potentieel) te verwachten beschermde soorten in of nabij het plangebied. Deze kennis is vervolgens meegenomen tijdens het veldonderzoek.
3.3 Veldbezoek De locatie is op 13 juni 2023 in de middag bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het droog weer de tempratuur was circa 25°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d.. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het verkennend onderzoek is op 13 juni 2023 uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, holtecamera en een zaklamp voorhanden.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
7
4.Natuurwetgeving en beleid 4.1 Wet natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren en planten die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier of plant. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.
4.2 zorgplicht en verbodsbepalingen De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In de Wet natuurbescherming bestaat uit een drietal hoofdstukken waarin de volgende zaken worden beschermd: • • •
Gebiedenbescherming (Natura 2000) Soortenbescherming Houtopstandenbescherming
In de wet spreekt men van ‘algemene zorgplicht’. Daarnaast bevat de wet een aantal verbodsbepalingen. Alleen de meest relevante verbodsbepalingen worden hieronder genoemd. Artikel 2 de zorgplicht: De Zorgplicht houdt in dat je schade aan Natura 2000-gebieden en in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving probeert te; a. Voorkomen b. Beperken c. Ongedaan maken. Verboden soortbescherming: In de wet natuurbescherming wordt onderscheidt gemaakt tussen soorten welke onder het beschermingsregime van de Europese soorten: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en de Nationale soorten: overige beschermde soorten vallen. Hiervoor gelden de volgende verboden:
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
8
Om aantoonbaar invulling te geven aan de zorgplicht moet er aantoonbaar zorgvuldig gehandeld worden. Dit kan: • •
Praktisch: voorkomen/beperken overtreden van de verbodsbepalingen. Juridisch: Inzet van het juiste instrument voor werkzaamheden op locaties met beschermde soorten (zie bijlage 3: Beschermde soorten van Ministerie van LNV)
De instrumenten zijn: •
Vrijstelling: o Provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen: Slechts de zorgplicht van toepassing. Geldt voor bepaalde soorten. Bron: provinciale verordening. • Gedragscode: o Een specifieke vrijstelling voor het uitvoeren van beheer en/of ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld door de branche/sector en goedgekeurd door de rijksoverheid en provincie. • Ontheffing: o (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie • Omgevingsvergunning: (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
9
5.Effecten van het plan / de activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Veilig stellen van de te behouden bebouwing *Amoveren van de voormalige agrarische bebouwing *Opschonen van het terrein *Natuur inclusief inrichten van het terrein
5.2 Bescherming houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website. Er worden geen bomen gekapt.
5.3 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
10
Verwachting/bureau onderzoek Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit de volgende groepen: Niet te verwachten soortgroepen Vissen Vaatplanten Libellen Reptielen Kevers Mogelijk komen de volgende soortgroepen in het gebied voor: Mogelijk aanwezige soortgroepen Vogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën vleermuizen
5.4 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: goot spiegelklokje, akkerogentroost in een straal van (1-5km). Groot spiegelklokje staat op open, zonnige, vochtige, stikstofarme, matig voedselrijke bodems (zowel op zand, zavel, leem, lichte klei als löss en mergel). Ze groeit op zandige stroomruggen in rivierdalen, op open plekken van dijken en bermen, in graanakkers, op stoppelvelden en braakliggende terreinen. Akkerogentroost groeit voornamelijk in akkers (akkerranden en graanakkers) op Zonnige, open plaatsen op matig voedselarme, vochtige en kalkrijke grond (krijt, leem en zandige klei). Akkerogentroost is een halfparasiet, die woekert op de wortels van grassen en cypergrassen. Kluwenklokje komt voor op kalkgrasland, ruderale plaatsen, zandige ruggen in uiterwaarden, lichte bossen en langs bermen, bosranden en rivierdijken. De planlocatie is volledig verhard. Derhalve is het voorkomen van bovengenoemde beschermde planten (groot spiegelklokje, kluwenklokje en akkerogentroost) uitgesloten op de planlocatie. Enkele waargenomen soorten betreffen: brandnetel, hondsdraf, paardenbloem en straatgras. Op de muren van de bebouwing is geen (beschermde) muurvegetatie aangetroffen. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie.
Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot het habitat van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied Soortenbescherming Flora
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t. Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
11
5.5 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: egel, woelrat, das, boommarter, bosmuis, huisspitsmuis, veldmuis, rosse woelmuis, bunzing, wezel, steenmarter eekhoorn, haas, konijn, ree, edelhert en vos (in een straal van 0-5km). Voor de volgende soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: das, bunzing, rode eekhoorn, steenmarter en wezel.
De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Zelfs in afgravingen en onder gebouwen worden soms verblijfplaatsen van de das aangetroffen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring en een groot voedselaanbod. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. Ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Wezels leven vooral in kleinschalige en structuurrijke landschappen met veel natuurlijke elementen en overgangen. Er is een duidelijke binding met vochtig-natte terreinen en oppervlaktewater. Deze beschermde soorten (das, wezel en bunzing ) vereisen oppervlaktewater in hun voorkeurs habitat. Daarnaast zijn ze afhankelijk van voldoende vegetatie en een lage mate van verstoring. Op de planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Er zijn ook geen planten en bomen aanwezig. Tot slot is het bedrijf nog actief, waardoor er in ruime mate menselijk verstoring optreedt. Derhalve is de planlocatie geen geschikt leefgebied voor das, bunzing en wezel. Het voorkeurshabitat van de steenmarter betreft een kleinschalig parklandschap.
De soort wordt met name aangetroffen in, en nabij steden, dorpen en boerderijen. Voor steenmarter is het noodzakelijk dat er voldoende beschuttingen elementen aanwezig zijn zoals bermen, greppels, bosjes en heggen. De planlocatie bestaat uit ruime stallen en een volledig verhard terrein. Er zijn geen geschikte structuren aanwezig die essentieel zijn voor steenmarter ten tijde van foerageren en rusten. Tevens zijn er geen donkere zolder ruimtes en/of sporen zoals: prooiresten, uitwerpselen, krabsporen in de stallen aangetroffen. Op de planlocatie ontbreekt geschikt leefgebied voor steenmarter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van (beschermde) zoogdieren. Door de genoemde reden is het uitgesloten dat er sprake is van een essentiële functie op de planlocatie voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name bruine rat, huismuis en huisspitsmuis. Voor deze soorten zijn in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen. Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.
Soortenbescherming Grondgebondenzoogdieren
Effecten Wnb Geen
Vervolgstappen N.v.t. Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
12
5.6 Vleermuizen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : gewone dwergvleermuis, bosvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis (in een straal van 1 - 5 km). Verblijfplaatsen in het plangebied Tijdens ons bezoek is de bebouwing onderzocht op mogelijkheden voor potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen, daarbij wordt er gelet op eventuele openingen die geschikt kunnen zijn en gebruikt bouwmateriaal, eventuele aangetroffen sporen van vleermuizen, eventuele verlichting rondom het pand etc. Onze expert judgement is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2021, verschillende literatuur van onder andere Drs H.J.G.A. Limpens en eigen ervaring met vleermuisonderzoek. De bebouwing was goed te beoordelen als hulpmiddel is een verrekijker gebruikt met 8x42 vergroting. In de fotobijlage is als aanvulling beeldmateriaal toegevoegd.
De bebouwing Vleermuizen zitten overdag vooral op beschutte donkere plekken, zoals in de spouw of onder de dakbedekking. Ook achter betimmering van daken of in dubbelwandige schoorstenen vinden vleermuizen soms een geschikt onderkomen. De temperatuur in het verblijf is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van de jongen. Afhankelijk van de buitentemperatuur zoeken vleermuizen warme, heel warme of juist iets koelere plekken op. Vleermuizen kiezen dan ook het liefst gebouwen uit, waarbinnen ze ruimten met verschillende temperaturen kunnen gebruiken. Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. De veestal (4) beschikt (vermoedelijk) over een luchtspouw maar er zijn geen invliegopeningen zoals open stootvoegen of ventilatieopeningen aangetroffen die vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten. In het plangebied zijn twee stallen (openloodsen) wel toegankelijk voor vleermuizen maar deze beschikken niet over (dak)isolatie of spouwruimtes en zijn te open waardoor het er licht is en er veel tocht ontstaat wat vleermuizen willen vermijden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rustplaats in deze stallen bezetten.
Rustplaatsen van vleermuizen in gebouwen zijn doorgaans eenvoudig vast te stellen aan de hand van uitwerpselen onder de hangplek. Verder zijn in het plangebied geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter een boeiboord, windveer, loodslab, vensterluik, zonnewering of gevelbetimmering aangetroffen. Ervaring met vleermuisonderzoek op dergelijke erven heeft aangetoond dat vleermuizen doorgaans geen verblijfplaats bezetten in de vaak tochtige veestallen. Wel bezetten vleermuizen veelal een verblijfplaats in de (bedrijfs)woning. In voorliggend geval, staan deze woningen buiten het plangebied. Door het ontbreken van donkere schuilplaatsen met een voldoende stabiel klimaat, het niet vinden aantreffen van soorten en/of sporen zijn negatieve effecten door de sloop van de bebouwing uit te sluiten. Sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen Er zijn geen meststrepen, keutels, prooiresten of bruinverkleuringen aangetroffen die vaak onder een verblijfplaats/ hangplek te vinden zijn.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
13
Bomen Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig. In de bomen nabij de planlocatie zijn geen boomholten of andere potentiële verblijfplaatsen aangetroffen. Er worden geen bomen gekapt in de beoogde ruimtelijke ingreep. De ontwikkeling resulteert niet in het wegnemen van verblijfplaatsen van boom bewonende vleermuizen.
Foeragerende vleermuizen Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het beheer, wordt het plangebied als een beperkt geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren soorten als, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis rond de beplanting en vliegen ze over het plangebied terwijl ze foerageren. Gelet op de omgeving en de inrichting van het perceel , wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vliegroutes Vleermuissoorten gebruiken lijnvormige elementen als oriëntatie punten tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook lantarenpalen en gevels van gebouwen. De bebouwing vormt geen schakel in een lijnvormig element en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Verlichting Het gebied rond de stallen is in de nacht verlicht, vleermuizen zijn gevoelig voor lichtverstoring bij hun verblijfplaatsen, op de vliegroutes en in het jachtgebied.
Deze verlichting kan leiden tot pijnlijke verblinding bij deze nachtdieren. Het blauwe en ultraviolette licht die bijvoorbeeld straatlantaarns uitstralen nemen vleermuizen zeer sterk waar. Licht kan vleermuizen op verschillende manieren verstoren. Soorten die relatief langzaam zijn, vliegen laat uit en blijven altijd in het donker om predatie te voorkomen. Licht dwingt ze nog later uit te vliegen, waardoor ze minder tijd hebben om te jagen, of tot verlaten van de verblijfplaats. Jachtgebieden worden na verlichten minder of helemaal niet meer gebruikt.
Soortenbescherming Vleermuizen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
14
Kader-Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Watervleermuis is voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de stand van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant verblijfklimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2,5cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.
Kader- Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt daarom onderzocht of er voldoende alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze afwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
15
5.7 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: boerenzwaluw, gierzwaluw, huiszwaluw, oeverzwaluw, zwarte roodstaart, huismus, spreeuw boomkruiper, boomvalk, buizerd, havik, raaf, roek, kerkuil, ransuil en steenuil deze komen voor in een straal van (0-5 km). Het gebied is visueel onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar vogels. Vrijwel alle zomergasten zijn teruggekeerd en de meeste vogelsoorten bezetten een territorium in deze tijd van het jaar en vertonen territorium/ nest gedrag. Veel vogelsoorten bezetten een nestplaats of hebben al uitgevlogen jongen. Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2023).
In deze tijd van het jaar zijn nestlocaties van vogels makkelijk op te sporen doordat vogels actief zijn met een nestbouw, voederen van jongen en er vaak bedelende jongen te horen zijn. Het erf behoort tot functioneel leefgebied van verschillende algemene vogelsoorten. Vogels benutten het erf als foerageergebied en er nestelen vermoedelijk ieder voortplantingsseizoen vogels in het gebied en daarbuiten, deze kunnen tot broeden komen in de aanwezig bomen en struiken aan de randen van het erf, in de twee open stallen (veldloods) en onder het dak van de (bedrijfswoningen). Tijdens het veldbezoek zijn er huismussen waargenomen, deze nestelen niet in de te slopen stallen (dit was goed te beoordelen door het ontbreken van dakbeschot) maar onder de dakpannen van de te behouden woning , tijdens het onderzoek is er een roepend mannetje op de rand van de dakgoot waargenomen en waren huismussen aanwezig in het groen aan de voorzijde van het huis. De woning en het groen blijven in de nieuwe situatie behouden en staan buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Vogelsoorten die mogelijk in het plangebied nestelen zijn merel, houtduif, holenduif, pimpelmees en koolmees, er zijn geen nesten aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat steen- of kerkuil er een vaste rust- of nestplaats bezetten.
Aanwezigheid van deze soorten is doorgaans gemakkelijk vast te stellen aan de hand van braakballen, krijtsporen en ruiveren. Er zijn geen nesten van beschermde, in bomen broedende soorten als roek, boomvalk, ransuil of ekster aangetroffen in de bomen rondom de planlocatie. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de sloop uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, zal er een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
16
Soortenbescherming Vogels
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen Broedvogelcheck bij sloop binnen het broedseizoen
5.8 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, bastaardkikker, poelkikker, gewone pad en de kleine watersalamander. Verder hazelworm, gladde slang en zandhagedis (in een straal van 0-10km). Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van amfibieën en reptielen. Op basis van landschappelijke kenmerken kan goed beoordeeld worden wat de potentie van het onderzoeksgebied is voor beschermde soorten. Binnen het grotendeels verharde plangebied is geen open water aanwezig beschermde amfibieën en reptielen worden niet verwacht. Broeihopen, structuurrijke vegetaties, heidevelden, voedselarme poelen en zandverstuivingen zijn in het plangebied afwezig. Derhalve kunnen deze worden uitgesloten. Het plangebied is beperkt geschikt voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Gelderland een vrijstelling geldt, zoals gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en kleine watersalamander gelet op de inrichting, wordt het plangebied als een weinig geschikt leefgebied voor amfibieën beschouwd. Mogelijk duikt er incidenteel een ‘verdwaalde’ kikker of salamander op in het plangebied, maar amfibieën bezetten er geen (winter)rust- of voortplantingsplaats.
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen amfibieën of reptielen verwond of gedood en worden geen (winter)rust- of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield. Soortenbescherming Amfibieën en reptielen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
5.9 Vissen Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde ruimtelijke ingreep bevindt zich geen oppervlaktewater. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Vissen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
17
5.10 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: gevlekte witsnuitlibel, rivierrombout(1-5km). Verder grote vos, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart (1-5km). De grote vos is een vlinder die vanwege een sterk zwervend gedrag op veel plekken in het land wordt gezien. De waardplant van deze soort is iep, zoete kers en enkele wilgensoorten. De teunisbloempijlstaart is een nachtvlinder en maakt van gebruik van specifieke waardplanten: Wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Het voorkeurshabitat van de vlinder zijn open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. De weerschijnvlinder komt voor in oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De grote weerschijnvlinder vliegt in het genoemde habitat vooral op open plaatsen, bij bospaden, bosranden of daar waar beekjes het bos doorsnijden. Op de vliegplaatsen groeien wilgen op beschutte plaatsen in de halfschaduw en staan enkele grotere, markante bomen. Op de planlocatie groeien voorgenoemde waardplanten niet. Er is geen sprake van voortplantingsplaats op de planlocatie. Gedurende het veldbezoek zijn geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen.
Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Insecten, libellen en ongewervelden
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
5.11 Effectenbeoordeling Invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloopwerken en bouwwerkzaamheden. Beoordeling: De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn echter incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
18
Samenvatting soortbescherming: Soortenbescherming Effecten Wnb Flora Geen overtreding Grondgebondenzoogdieren Geen overtreding Vleermuizen Geen overtreding Vogels Geen overtreding Vogels jaarrond Beschermd Amfibieën en reptielen Vissen Insecten, libellen en ongewervelden
Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t. N.v.t. N.v.t. Broedvogelcheck bij sloop in het broedseizoen N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Beschermde soorten Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Binnen het plangebied is alleen huismus aangetroffen als broedvogel met jaarrond beschermd nest, nesten bevinden zich buiten de planlocatie in het woonhuis welke gehandhaafd blijft. Op basis van het veldbezoek is beoordeeld of het functioneel leefgebied van jaarrond beschermde vogelsoorten in het geding komt. De mus broed onder de dakpannen van het woonhuis en gebruikt het groen in de omgeving van het huis als leefgebied dit woonhuis en het groen blijft bij de ontwikkeling gehandhaafd. Het wordt niet verwacht dat de voorgenomen werkzaamheden een negatieve invloed zal hebben op soorten waarvan het functionele leefgebied is beschermd doordat deze elementen behouden blijven en na het groen inrichten van het terrein naar verwachting zal verbeteren. Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport.
Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Verlichting: Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien ook in de schemering en het donker wordt gewerkt dan dient eventuele bouwverlichting afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
19
5.12 Gebiedsbescherming Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. Het plangebied is niet in een Natura 2000 gebied gelegen. *Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om, in overleg met bevoegd gezag, een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase (in deze sloopfase). Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen. *Een AERIUS berekening voor de gebruiksfase is niet noodzakelijk aangezien er geen nieuwbouwplannen zijn.
NNN gebieden / Groene ontwikkelingszone De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘nee, tenzij’- beschermingsregime. Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. Het plangebied is niet in een NNN gebied of groene ontwikkelingszone gelegen.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
20
Bron: https://www.natura2000.nl
Bron: https://www.atlasleefomgeving.nl
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
21
6.Conclusie en advies 6.1 Conclusie *Er zijn geen nadelige gevolgen voor wat betreft streng en strikt beschermde soorten of hun beschermde verblijfplaats(Wnb-soorten). * Juridische borging door instrumenten; gedragscode, ontheffing of vrijstelling is niet noodzakelijk *Zorgplicht is altijd van toepassing. *Er zijn geen gevolgen aangaande het onderdeel Wnb-houtopstanden. (er wordt niet gekapt) *Het plangebied ligt niet in een Natura2000 of NNN gebied. *Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om, in overleg met bevoegd gezag, een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase (in deze sloopfase). Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen. *Een AERIUS berekening voor de gebruiksfase is niet noodzakelijk aangezien er geen nieuwbouwplannen zijn.
6.2 Advies * Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). * Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. * Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan. *Het terrein leent zich er uitstekend voor om een plus te creëren voor wat betreft het verbeteren van de biodiversiteit door middel van het aanbrengen van leefgebied, bloemenmengsels en nestgelegenheden. Indien gewenst kunnen wij dit verzorgen en of hierin begeleiden.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
22
7.Bronnen
www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Cozijnsen Flora Fauna Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
23
Bijlage 1 foto overzicht Foto impressie bebouwing
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
24
Bijlage 2 overzichtstekening
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
25
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
26
Bijlage 3 Registratieformulier Flora Fauna inventarisatie
Registratieformulier Flora en fauna inventarisatie Deel 1: (Vaste) rust en voortplantingsplaatsen (V)RVP), groeiplaatsen (GP) en geef de locaties op de kaart aan. Maak zo nodig een duidelijke schets op de achterzijde voor de locatie van de (V)RVP en GP> Benoem kort alle mogelijk gevonden kenmerken en geef zo nodig aan of inspectie nodig is. Deel 2: Leefgebied, invoeren indien soort slechts is waargenomen of sporen aanwezig zijn en geen rust- en voortplantingsplaats is gevonden. Begrens het leefgebied op de kaart. Plaats: Kootwijkerbroek Straat: Joostweg 6-8 Nadere plaatsbepaling: n.v.t.
Deel 1: Vaste rust/ voortplantingsplaatsen en groeiplaatsen Volg Type (V)RVP plaats Beheer groep Nr: of GP
1
4
db
1
gebruik
Soortgroep
Soort
T-P
Opmerking/ Inspectie
ja
V32
huismus
p
x Nestplaats blijft behouden Inspectie ……………………………………………
2
Inspectie ……………………………………………
3
Inspectie
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
27
2 Leefgebied Code A V23
Soortgroep
Soort merel
waarneming Omgeving plangebied
Opmerking/Inspectie x GEEN Inspectie
B
V30
kraai
Naastgelegen weide
x
GEEN Inspectie
C
V27
koolmees
Tuin woonhuis
x
GEEN Inspectie
D
V13
houtduif
vliegend
x
GEEN Inspectie
E
V6
wilde eend
vliegend
x
GEEN Inspectie
F
V13
Tortel duif
boom
GEEN Inspectie
G
GEEN x s Inspectie x
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
28
Bijlage 4 Toelichting Registratieformulier
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
29
Joostweg 6-8, Kootwijkerbroek
30