CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Apeldoornsestraat e.a._Toelichting_Bijlage 15 Hunnenweg 5-7 - Quickscan

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012” (in Voorthuizen, Kootwijk en Kootwijkerbroek)7.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA HUNNENWEG 5 TE VOORHUIZEN

Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cozijnsenflorafaunaadvies.nl

Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming

Plangebied aan de Hunnenweg 5 te Voorthuizen. Perceelsgrens Blauw omkaderd, de bebouwing (globaal) rood omkaderd zal worden gesloopt. Bron kaart: www.perceelloep.nl

Opdrachtgever Contactpersoon Kenmerk rapport Datum veldbezoek Datum rapport Versie Auteur

Struikhoeve Advies BV. Dhr. A. Ruitenbeek 23VC161-02 16 november 2023 24 november 2023 aangepast d.d. 1312-2023 1.0 Gertjan Cozijnsen

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

1

Inhoudsopgave 1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED

3 3 4

2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING

5 5 5

3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK

6 6 6 6

4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 WET NATUURBESCHERMING 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN

7 7 7

5.DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN

9 9

6. HOUTOPSTANDENBESCHERMING 6.1 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN 6.2 EFFECTENBEOORDELING HOUTOPSTANDENBESCHERMING

9 9 9

7. SOORTENBESCHERMING 7.1 BESCHERMING VAN SOORTEN 7.2 VERWACHTING/BUREAU ONDERZOEK 7.3 FLORA 7.4 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 7.5 VLEERMUIZEN 7.6 VOGELS 7.7 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 7.8 VISSEN 7.9 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 7.10 EFFECTENBEOORDELING SOORTENBESCHERMING

10 10 10 11 12 13 15 17 18 18 19

8 GEBIEDENBESCHERMING 8.1 BESCHERMING VAN NATURA 2000 GEBIEDEN 8.2 NNN EN OVERIGE NATUURGEBIEDEN 8.3 EFFECTENBEOORDELING GEBIEDENBESCHERMING

21 21 23 24

9.CONCLUSIE EN ADVIES 9.1 CONCLUSIE 9.2 ADVIES

25 25 26

10.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER

27 28 30 31 33

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

2

1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Struikhoeve Advies BV. heeft Cozijnsen flora fauna advies een QuickScan uitgevoerd aan de Hunnenweg 5 te Voorthuizen, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De aanleiding voor dit verzoek is de sloop van een verouderde veestal op het perceel. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de wet natuur bescherming (Wnb).

Figuur 1.1: Plangebied aan de Hunnenweg 5, de veestal aangeven (in rood nr. 1) zal gesloopt gaan worden.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

3

1.2 Omschrijving gebied Het perceel bevindt zich aan de Hunnenweg 5 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland. Ten zuiden van de projectlocatie is de provinciale weg N344 gelegen. Ten westen van de locatie is de dorpskern van Voorthuizen gelegen en op korte afstand ten noordwesten is het buurtschap Prinsenkamp gelegen. Prinsenkamp is een gehucht waar voornamelijk de landbouw ruim is vertegenwoordigd, daarnaast is er veel toerisme in de omgeving vanwege de hoge concentratie van campings. De Hessenweg van Amsterdam naar Deventer maakte in het verleden van Voorhuizen een belangrijke stopplaats.

1975

2022 Bron: www.topotijdreis.nl

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

4

2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied is te vinden aan de Hunnenweg 5 te Voorthuizen in de gemeente Barneveld, provincie Gelderland. Op het perceel is een verouderde veestal aanwezig, de initiatiefnemer is voornemens deze te gaan slopen.

Figuur 2.1: De bebouwing (rood omkaderd nr.1) zal gesloopt worden met de voorgenomen plannen. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.

2.2 Beschrijving De voormalige varkensstal bestaat uit een drietal aaneengesloten stallen. Er is geen zolderruimte aanwezig. De voormalige stalinrichting is reeds verwijderd en de ruimtes zijn leeg en opgeruimd, hierdoor waren de stallen deze goed te beoordelen op mogelijk aanwezige potentiële verblijfplaatsen en/of- sporen. Het dakvlak bestaat uit golfplaat deze is niet geïsoleerd en heeft geen beschoten kap waardoor verborgen ruimtes ontbreken. Aan de gootzijde zijn de golfopeningen open. De gevels bestaan uit metselwerk de bovenzijde van de zijgevel is afgesloten met een balk. De kopgevels zijn niet met een lijst afgewerkt, hierdoor is er opening tussen de gevel en de dakrand aanwezig. Deze opening zit vol met oud spinrag. De gevels bevatten geen scheuren en/of openstootvoegen. Het gebied rondom de bebouwing is kaal en deels halfverhard, rondom het perceel zijn groenstructuren in de vorm van bomen en struiken aanwezig. Deze blijven behouden. De omgeving van het perceel bestaat uit agrarisch gebied en woonerven. Voor een verdere beschrijving van de stallen en de planlocatie verwijzen we u naar de fotobijlage hier zijn een aantal detail foto’s in opgenomen.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

5

3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden.

3.2 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het veldonderzoek is doormiddel van beschikbare literatuur, online raadpleegbare websites met verspreidingsgegevens(o.a., NDFF, RAVON, SOVON, Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, FLORON, telmee.nl) een goed beeld verkregen van de (potentieel) te verwachten beschermde soorten in of nabij het plangebied. Deze kennis is vervolgens meegenomen tijdens het veldonderzoek.

3.3 Veldbezoek De locatie is op 16 november 2023 in de middag bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het bewolkt en viel er af en toe een bui de tempratuur was circa 10°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het veldbezoek is uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur, actief vrijwilliger bij de Zoogdiervereniging (Vleermuiswerkgroep Leusden), ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, zaklamp warmtebeeldcamera en holtecamera voorhanden.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

6

4.Natuurwetgeving en beleid 4.1 Wet natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren en planten die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier of plant. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.

4.2 zorgplicht en verbodsbepalingen De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In de Wet natuurbescherming bestaat uit een drietal hoofdstukken waarin de volgende zaken worden beschermd: • • •

Houtopstandenbescherming Soortenbescherming Gebiedenbescherming (Natura 2000)

In de wet spreekt men van ‘algemene zorgplicht’. Daarnaast bevat de wet een aantal verbodsbepalingen. Alleen de meest relevante verbodsbepalingen worden hieronder genoemd. Artikel 2 de zorgplicht: De Zorgplicht houdt in dat je schade aan Natura 2000-gebieden en in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving probeert te; a. Voorkomen b. Beperken c. Ongedaan maken. Verboden soortbescherming: In de wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen soorten welke onder het beschermingsregime van de Europese soorten: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en de Nationale soorten: overige beschermde soorten vallen. Hiervoor gelden de volgende verboden:

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

7

Om aantoonbaar invulling te geven aan de zorgplicht moet er aantoonbaar zorgvuldig gehandeld worden. Dit kan: • •

Praktisch: voorkomen/beperken overtreden van de verbodsbepalingen. Juridisch: Inzet van het juiste instrument voor werkzaamheden op locaties met beschermde soorten (zie bijlage 3: Beschermde soorten van Ministerie van LNV)

De instrumenten zijn: •

Vrijstelling: o Provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen: Slechts de zorgplicht van toepassing. Geldt voor bepaalde soorten. Bron: provinciale verordening. • Gedragscode: o Een specifieke vrijstelling voor het uitvoeren van beheer en/of ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld door de branche/sector en goedgekeurd door de rijksoverheid en provincie. • Ontheffing: o (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie • Omgevingsvergunning: (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

8

5.De Activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Slopen van de reeds leegstaande agrarische bebouwing (1). *Netjes afwerken van de ontstane bouwput. Voor zover ons bekend zijn er vooralsnog geen nieuwbouwplannen.

6.Houtopstandenbescherming 6.1 Bescherming van houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.

6.2 Effectenbeoordeling Houtopstandenbescherming *Er zal niet worden gekapt op de locatie waardoor er geen effecten plaatsvinden.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

9

7.Soortenbescherming 7.1 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.

7.2 Verwachting/bureau onderzoek Op basis van het bureau onderzoek wordt onderzocht welke soorten er op de planlocatie en de directe omgeving voor kunnen komen en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggend onderzoek is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt.

Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit tabel 1: 1. Niet te verwachten soortgroepen Vissen Vaatplanten Libellen Reptielen Kevers

Mogelijk aanwezige soortgroepen Vogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën vleermuizen

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

10

Figuur 7.2: Bron, www.habitus.nl

7.3 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: er wordt in een straal van 1-5 km alleen melding gemaakt van akkerogentroost. Akkerogentroost groeit voornamelijk in akkers (akkerranden en graanakkers). Vanuit het bureauonderzoek worden diverse vaatplanten waargenomen op grote afstand van de projectlocatie. De aanwezigheid van water, bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Binnen de projectlocatie is vast te stellen dat deze beschermde vaatplanten op de projectlocatie niet zijn te verwachten. De aangetroffen wilde vaatplanten zijn alle algemene soorten die kenmerkend zijn voor vrij rijke tot zeer rijke gronden en veelal kenmerkend voor rijke graslanden en verstoorde situaties. Het plangebied rondom de bebouwing is voornamelijk kaal en opgeschoond. Daardoor is het voorkomen van bovengenoemde beschermde planten uitgesloten op de planlocatie. Er zijn geen muren met (beschermde) muurvegetatie aanwezig. De beoogde ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot het habitat van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht.

Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Soortenbescherming Flora

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

11

7.4 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: das, egel, eekhoorn, ree, haas, vos en veldmuis (in een straal van 0-1km). Op groter afstand (1-5km) wordt er melding gemaakt van de boommarter, bunzing, steenmarter, wezel en aardmuis. De das leeft in allerlei soorten biotopen en heeft een voorkeur voor een kleinschalig landschap, met akkers, bosjes, weiland en houtwallen. Leefgebied van de das moet voldoende dekking bieden, met weinig verstoring, een groot voedselaanbod, een bodem waarin ze goed kunnen graven en met een grondwaterstand lager dan 1,5m onder het maaiveld. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. Ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Maar ook spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. Een wezel leeft het liefst in een open en droog natuurlandschap. Hij kan leven in zowel bosgebieden, duinen, weilanden en akkerlanden. Bij voorkeur leeft hij in een gebied waar woelmuizen voorkomen.

De wezel heeft graag een plek waar hij zich kan verschuilen, zoals oude muizenholen of konijnenholen. De rode eekhoorn leeft in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos (Zoogdiervereniging eekhoorn, 2022). De boommarter heeft een voorkeur voor oud (loof-)bos, maar is ook in andere typen bos te vinden. De soort komt soms ook in meer open terreinen voor, mits er voldoende bosjes en lijnvormige elementen in de omgeving zijn, zoals heggen en houtwallen. De boommarter komt slechts incidenteel voor in de nabijheid van gebouwen. De bomen in de nabijheid van het te slopen gebouw zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten/holten van de boommarter. Deze zijn niet aangetroffen. Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van de eekhoorn is uitgesloten. In de bebouwing zijn geen geschikte schuilplaatsen aanwezig die als vaste rust- en verblijfplaats voor de steenmarter kunnen dienen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door de steenmarter. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen.

In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van bunzing, wezel en das deze kunnen de omgeving van het plangebied gebruiken om te foerageren. Als gevolg van de voorgenomen ingreep vindt er geen aantasting in functioneel leefgebied van deze soorten plaats. De ingreep heeft met name betrekking op verharding en bebouwing waar de bunzing, wezel en das geen gebruik van zullen maken. Van deze soorten zijn tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen zoals latrines, krabsporen of prooiresten. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen. Door voorgenoemde is het uitgesloten dat er sprake Hunnenweg 5 - Voorthuizen

12

is van een essentiële functie op de planlocatie voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten (mol, algemene muissoorten en bruine rat). Voor deze soorten in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt de algemene zorgplicht ten aanzien van deze soorten mochten deze worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden. De zorgplicht houdt in dat negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten. Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Grondgebondenzoogdieren

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen Algemene soorten / Zorgplicht

7.5 Vleermuizen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis (in een straal van 1-5 km). Onderzoek: Tijdens een veldbezoek worden bomen en eventueel aanwezige bebouwing onderzocht op mogelijkheden voor potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen, daarbij wordt er gelet op eventuele openingen die geschikt kunnen zijn en gebruikt bouwmateriaal, eventuele aangetroffen sporen van vleermuizen, eventuele verlichting rondom het pand etc. Ons onderzoek is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2021, verschillende literatuur van onder andere Drs H.J.G.A. Limpens en eigen ervaring met vleermuisonderzoek. De locatie was goed te beoordelen als hulpmiddel is een verrekijker gebruikt met 8x42 vergroting. Verblijfplaatsen: Vleermuizen zitten overdag vooral op beschutte donkere plekken, zoals in de spouw of onder de dakbedekking. Ook achter betimmering van daken of in dubbelwandige schoorstenen vinden vleermuizen soms een geschikt onderkomen. De temperatuur in het verblijf is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van de jongen. Afhankelijk van de buitentemperatuur zoeken vleermuizen warme, heel warme of juist iets koelere plekken op.

Vleermuizen kiezen dan ook het liefst gebouwen met een spouwruimte uit, waarbinnen ze de ruimten met verschillende temperaturen kunnen gebruiken. Herkennen verblijfplaatsen aan de hand van sporen: Er zijn twee soorten sporen die kunnen worden onderscheiden: uitwerpselen, veeg en vetsporen. Sporen van vleermuizen worden gevonden aan de buitenschil van objecten (bijvoorbeeld op gevels, raamkozijnen, lekdorpels, zonneschermen, en boomschors) en aan de binnenzijde van objecten (open ruimtes die vleermuizen gebruiken om te verblijven). Vet en veeg sporen worden gevonden op oppervlaktes waar vleermuizen regelmatig en veelvuldig langs bewegen en schuren. Naast sporen die duiden op aanwezigheid, wordt er ook gezocht naar sporen die duiden op afwezigheid van vleermuizen. Vleermuizen maken alleen gebruik van vrije invliegopeningen en het gebruik van een in vliegopening door vleermuizen houdt de invliegopening ook relatief vrij en schoon (op sporen van aanwezigheid na). Openingen die gevuld zijn met stof spinrag worden niet gebruikt door vleermuizen. Daarnaast zijn vleermuizen relatief schone dieren, ze gaan niet tussen vuil zitten. Wanner een ruimte te stoffig is, te tochtig is, te veel spinrag bevat en/of te gevuld is met rommel, mestgeur (ammoniak) dan wordt een ruimte ongeschikt om als verblijfplaats te gebruiken.

Wanneer er geen sporen van aanwezigheid worden Hunnenweg 5 - Voorthuizen

13

aangetroffen in of op een object, dan kan de aanwezigheid van stof, tocht, spinrag, rommel en mestgeur een bevestiging zijn voor de afwezigheid van vleermuizen in een object. Om een verblijfplaats van vleermuizen vast te stellen op basis van sporen is het niet noodzakelijk de gehele ruimte op de cm te controleren op de aanwezigheid van sporen. Sporen van vleermuizen zijn altijd te vinden binnen 1.tot 1,5 m van een invliegopening, zowel aan de binnenkant als buitenkant van een verblijfplaats. Daarbij wordt er tijdens het veldbezoek altijd gelet op een combinatie van factoren en op de bouwkundige aspecten. Wanneer tijdens het sporenonderzoek blijkt dat er potentieel geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn die niet zijn te overzien wordt er aanvullend onderzoek geadviseerd.

Bebouwing/plangebied: Gewone dwergvleermuizen hebben in de periode half augustus-half september de massawinterverblijfplaatsen bezocht (middernachtzwermen), wat vaak nog duidelijk zichtbaar is door de aanwezige uitwerpselen en urine op muren, ramen en op de grond nabij de invliegopening(en). Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rustverblijfplaatsen van vleermuizen. Daarbij is gezocht naar vleermuizen en aanwijzingen die op de aanwezigheid van een verblijfplaats in het plangebied duiden. De varkensstallen bieden nauwelijks geschikte verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen. Het dakvlak bestaat uit golfplaat deze is niet geïsoleerd en heeft geen beschoten kap waardoor verborgen ruimtes ontbreken, aan de gootzijde zijn de golfopeningen open. De gevels bestaan uit metselwerk de bovenzijde van de zijgevel is afgesloten met een balk, de kopgevels zijn niet met een lijst afgewerkt hierdoor is er een relatief ruime opening tussen de gevel en de dakrand aanwezig bij inspectie bleek de opening vol met oud spinrag te zitten waardoor kan worden gesteld dat deze reeds lange tijd niet in gebruik zijn geweest. De gevels bevatten geen scheuren en/of openstootvoegen. In de stallen is geen zolderruimte aanwezig daarnaast is er veel tocht aanwezig door het verouderde dak, de enkel laags platen en de ventilatie openingen.

Hierdoor zijn de stallen goed toegankelijk voor predatoren (ratten) en ontstaat geen stabiel verblijfklimaat. Ervaring met vleermuisonderzoek leert dat dergelijk veestallen zelden tot nooit in gebruik zijn door vleermuizen. Mogelijk is de sterke ammoniakgeur hiervoor de belangrijkste reden. Er zijn dan ook geen sporen van vleermuizen als keutels, vetstrepen, prooiresten en dergelijke aangetroffen. Door het ontbreken van geschikte potentiële invliegopeningen, verblijfplaatsen ,donkere schuilplaatsen met een voldoende stabiel klimaat en het niet vinden aantreffen van soorten en/of sporen zijn negatieve effecten door de sloop van de bebouwing uit te sluiten.

Verblijfplaatsen buiten het plangebied: Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Bomen: De bomen op het perceel blijven behouden er zijn geen bomen met holtes waargenomen op de onderzochte locatie die potentieel geschikt zijn voor boombewonende vleermuizen als watervleermuis en rosse vleermuis. Foeragerende vleermuizen: Gelet op de omgeving en de inrichting van het perceel, wordt het daadwerkelijke plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd en zal er door de voorgenomen plannen geen verslechtering optreden ten opzichte van de huidige situatie.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

14

Vliegroutes: Vleermuissoorten gebruiken lijnvormige elementen als oriëntatie punten tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook lantarenpalen en gevels van gebouwen. De planlocatie vormt geen schakel in een lijnvormig element en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Soortenbescherming Vleermuizen

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

Kader-Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Watervleermuis is voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de stand van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant verblijfklimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2,5cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.

Kader- Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt daarom onderzocht of er voldoende alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze afwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.

7.6 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: blauwe reiger, boerenzwaluw, gierzwaluw, huiszwaluw, huismus, spreeuw, grote gele kwikstaart, zwarte roodstaart buizerd, havik, sperwer, torenvalk, raaf, roek kerkuil, ransuil, en steenuil deze komen voor in een straal van (0-5 km).

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

15

De gebouwen zijn onderzocht op eventuele nesten / verblijfplaatsen van vogels. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. Steenuilen foerageren gemiddeld tot op een afstand van 300 meter van de nestlocatie (BIJ12 2017). Dit gebied wordt ook actief verdedigd tegen andere territoriumhouders. De steenuil zoekt voedsel op plaatsen waar lange en korte vegetatie elkaar afwisselen, zoals schapen en paardenweitjes, erven, moestuinen en tuinen. De kerkuil is een standvogel. Na vestiging blijven ze in de meeste gevallen hun hele leven in hetzelfde gebied. De soort komt voor in cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerlanden, heggen, bosjes of houtwallen. Kerkuilen nestelen met voorkeur in hoge, donkere tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, torens en kastelen of in geplaatste nestkasten. Binnen het territorium zijn een aantal vaste plekken die worden gebruikt als nest- of rustplaats. De functionele leefomgeving van een nest moet het hele jaar voldoende voedsel leveren en is daarom van groot belang. Naast foerageergebied en nestlocatie zijn zit- en uitkijkposten binnen het functioneel leefgebied ook van belang (Kennisdocument Kerkuil). Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing.

Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2023). De boerenzwaluw nestelt vaak binnen gebouwen van boerderijen. Deze soort maakt een komvormig nest van gras, stro en modder. Van de boerenzwaluw zijn geen nesten aangetroffen. Verstoring ten aanzien van de boerenzwaluw kan op voorhand worden uitgesloten. Huiszwaluwen maken hun nesten tegen de gevel onder de dakrand van de bebouwing. De komvormige nesten worden van klei en zand gemaakt. Aan de bebouwing op de onderzoekslocatie zijn géén nestkommen waargenomen. Hierdoor is de aanwezigheid van de huiszwaluw uit te sluiten. De gierzwaluw is een koloniebroeder en geeft de voorkeur aan stedelijk gebied met een ruim aanbod aan van nestlocaties. De planlocatie is gelegen in agrarisch gebied, op de planlocatie zijn geen potentiële nestlocaties waargenomen. Uilen broeden in bebouwing, speciale nestkasten en in bomen.

Aanwezigheid van uilen is veelal goed in beeld te brengen op basis van sporen er is gezocht naar de aanwezigheid van sporen/braakballen deze zijn niet aangetroffen. Bij regelmatig gebruik zijn er veel sporen zoals braakballen, krijtstrepen en ruiveren aan te treffen dit is op de onderzoekslocatie niet het geval. Bij aanwezigheid van een vaste rust- of verblijfplaats van uilen, buiten de onderzoekslocatie, treedt bij de voorgenomen plannen geen verlies van essentieel foerageergebied op doordat deze elementen buiten de planlocatie liggen en behouden blijven. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen huismussen waargenomen aangezien deze soort zeer honkvast is en het gehele jaar in zijn territorium verblijft, kan doordat er geen huismussen zijn waargenomen de aanwezigheid van deze soort worden uitgesloten. De gebouwen zijn bedekt met golfplaten. Door het ontbreken van pan gedekte daken is de te slopen bebouwing niet geschikt als verblijfplaats voor de huismus. Hunnenweg 5 - Voorthuizen

16

De groenstrook aan de randen van het perceel bevat een aantal hogere bomen. In dergelijke bomen kunnen soorten als buizerd, roek, havik en sperwer tot broeden komen. Tijdens het veldbezoek konden de bomen goed onderzocht worden op de aanwezigheid van nesten (het meeste blad is reeds van de bomen). Deze zijn niet aangetroffen De aanwezigheid van nesten van bovengenoemde soorten is redelijkerwijs uit te sluiten. Voor algemeen voorkomende vogels geldt dat deze tijdens de broedperiode het meest gevoelig zijn voor verstoring. De rest van het jaar zijn zij flexibeler en is de kans op nadelige effecten door de werkzaamheden aanzienlijk minder. De bebouwing en de omgeving vormt voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 augustus. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen de sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Soortenbescherming Algemene Vogels

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen Broedvogelcheck bij sloop binnen het broedseizoen

7.7 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, gewone pad, poelkikker, kamsalamander en de kleine watersalamander, levendbarende hagedis (in een straal van 0-1km). Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van amfibieën en reptielen. Op basis van landschappelijke kenmerken kan goed beoordeeld worden wat de potentie van het onderzoeksgebied is voor beschermde soorten. In het plangebied zijn geen geschikte structuren of schuilmogelijkheden aangetroffen voor reptielen en amfibieën. Rond de bebouwing is het terrein voornamelijk kaal en opgeschoond er ontbreekt geschikt winterhabitat en voortplantingsgebied voor de soorten die op basis van het bronnenonderzoek worden verwacht. Op basis van het locatiebezoek wordt niet verwacht dat beschermde reptielen of amfibieën in het plangebied aanwezig zullen zijn. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad voorkomen op de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Er is ten aanzien van amfibieën geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.

In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Soortenbescherming Amfibieën en reptielen

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen Algemene soorten / Zorgplicht

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

17

7.8 Vissen Op de planlocatie vind er geen aantasting plaats van oppervlaktewater. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Vissen

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

7.9 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: gevlekte witsnuitlibel, kempense heidelibel, grote vos en grote weerschijnvlinder (In een straal van 1-5km). De gevlekte witsnuitlibel komt voor in laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duin en bosplassen. Het habitat van de kempense heidelibel bestaat vaak uit ondiepe moerassen en brede verlandingszones van vennen en plassen. De grote vos is een vlinder die vanwege een sterk zwervend gedrag op veel plekken in het land wordt gezien. De waardplant van deze soort is iep, zoete kers en enkele wilgensoorten. De weerschijnvlinder komt voor in oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De grote weerschijnvlinder vliegt in het genoemde habitat vooral op open plaatsen, bij bospaden, bosranden of daar waar beekjes het bos doorsnijden. Op de vliegplaatsen groeien wilgen op beschutte plaatsen in de halfschaduw en staan enkele grotere, markante bomen. Op de planlocatie groeien voorgenoemde waardplanten niet. Er is geen sprake van voortplantingsplaats op de planlocatie. Gedurende het veldbezoek zijn geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen.

Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Insecten, libellen en ongewervelden

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

18

7.10 Effectenbeoordeling soortenbescherming Invloedsfeer: Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie is er gekeken naar de uitvoering van de sloopwerkzaamheden en is er een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten. Beoordeling: De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. Samenvatting soortbescherming: Soortenbescherming Flora Grondgebondenzoogdieren Vleermuizen Algemene vogels Vogels jaarrond Beschermd Amfibieën en reptielen Vissen Insecten, libellen en ongewervelden

Effecten Wnb Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t. Algemene soorten / Zorgplicht N.v.t. Broedvogelcheck bij sloop binnen het broedseizoen N.v.t. Algemene soorten / Zorgplicht N.v.t. N.v.t.

Beschermde soorten De inrichting en het gevoerde beheer maken het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Vleermuizen, vogels en amfibieën kunnen het erf benutten als foerageergebied. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

19

Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk als er geen bezette nesten worden verstoord. Verlichting: Veel algemene en beschermde diersoorten (bijvoorbeeld vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken.

Bron afbeelding: www.rijkswaterstaat.nl

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

20

8. Gebiedenbescherming 8.1 Bescherming van Natura 2000 gebieden Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied is Veluwe en bevindt zich op circa 1.3km afstand ten oosten van de onderzoekslocatie.

Bron: www.pdok.nl

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

21

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

22

Bron: www.natura2000.nl

Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De sloop wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied buiten Natura 2000 gebied. Er zullen sloopwerkzaamheden uitgevoerd gaan worden, echter is dit kortstondig. De agrarische activiteiten zijn reeds in 2021 beëindigd. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof wordt een AERIUS berekening voor de aanlegfase (sloopfase) niet noodzakelijk geacht. De werkzaamheden zijn minimaal. Een en ander zal nog wel afgestemd moeten worden met bevoegd gezag. Een berekening ten aanzien van stikstof voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er vooralsnog geen plannen voor nieuwbouw zijn.

8.2 NNN gebieden en overige natuurgebieden De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘nee, tenzij’- beschermingsregime. Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

23

Bron: www.gelderland.maps.arcgis.com

De onderzoeklocatie is niet in het Gelders Natuurnetwerk en/of in een groene ontwikkelingszone gelegen. De gebieden rondom de projectlocatie zijn dat wel. Doordat er bebouwing verwijderd wordt en het terrein minder intensief gebruikt gaat worden, zal dat de GNN en Groene ontwikkelingszone ten goed komen.

8.3 Effectenbeoordeling gebiedenbescherming Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels (Natura2000) zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bebouwd en verhard plangebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Van significante effecten door trillingen en ontwatering vanwege de sloopwerkzaamheden is geen sprake. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Veluwe zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof wordt een AERIUS berekening voor de aanlegfase (sloopfase) niet noodzakelijk geacht. De werkzaamheden zijn minimaal. Een en ander zal nog wel afgestemd moeten worden met bevoegd gezag. Een berekening ten aanzien van stikstof voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er vooralsnog geen plannen voor nieuwbouw zijn. Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van een NNN gebied. De situatie blijft ten opzichte van bestaande bebouwing blijft vrijwel onveranderd. Van afname van areaal is eveneens geen sprake, tevens worden mede door de ligging buiten een NNN gebied geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van een NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

24

9.Conclusie en advies 9.1 Conclusie Houtopstandenbescherming * Er zal niet worden gekapt op de locatie waardoor er geen effecten plaatsvinden. Soortenbescherming *De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden (sloop) geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. *Er zijn geen (potentiële) vast rust en/of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten aangetroffen. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. *In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

*Veel algemene en beschermde diersoorten (bijvoorbeeld vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken. * Zorgplicht is altijd van toepassing. Gebiedenbescherming * Er zijn geen gevolgen voor het Natura2000 gebied Veluwe (afstand ca. 1.3km) *Ten aanzien van stikstof wordt een AERIUS berekening voor de aanlegfase (sloopfase) niet noodzakelijk geacht. De werkzaamheden zijn minimaal. Een en ander zal nog wel afgestemd moeten worden met bevoegd gezag. *Een berekening ten aanzien van stikstof voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er vooralsnog geen plannen voor nieuwbouw zijn. *Er zijn geen negatieve gevolgen voor de Groene ontwikkelingszone en/of NNN gebieden.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

25

9.2 Advies * Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). * Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk als er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt zal worden zal er eerst een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden. *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. * Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct gestopt te worden met de werkzaamheden en contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

26

10.Bronnen

www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Cozijnsen Flora Fauna Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

27

Bijlage 1 foto overzicht De voormalige varkensstal (rood omkaderd) bestaat uit een drietal aaneengesloten stallen die in verbinding met elkaar staan. Er is geen zolderruimte aanwezig. De voormalige stalinrichting is reeds verwijderd. Het dakvlak bestaat uit golfplaat, deze is niet geïsoleerd en heeft geen beschoten kap waardoor verborgen ruimtes ontbreken aan de gootzijde zijn de golfopeningen open. De gevels bestaan uit metselwerk de bovenzijde van de zijgevel is afgesloten met een balk, de kopgevels zijn niet met een lijst afgewerkt hierdoor is er opening tussen de gevel en de dakrand aanwezig. De gevels bevatten geen scheuren en/of openstootvoegen. In de stallen is veel tocht aanwezig door het verouderde dak de enkel laags platen en de ventilatie openingen. Het gebied rondom de bebouwing is kaal en deels half verhard, rondom het perceel zijn groenstructuren in de vorm van bomen en struiken aanwezig deze blijven behouden.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

28

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

29

Bijlage 2 overzichtstekening

Plangebied betreft gebouw nr.1 in rood.

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

30

Bijlage 3 Registratieformulier Flora Fauna inventarisatie

Registratieformulier Flora en fauna inventarisatie Deel 1: (Vaste) rust en voortplantingsplaatsen (V)RVP), groeiplaatsen (GP) en geef de locaties op de kaart aan. Maak zo nodig een duidelijke schets op de achterzijde voor de locatie van de (V)RVP en GP> Benoem kort alle mogelijk gevonden kenmerken en geef zo nodig aan of inspectie nodig is. Deel 2: Leefgebied, invoeren indien soort slechts is waargenomen of sporen aanwezig zijn en geen rust- en voortplantingsplaats is gevonden. Begrens het leefgebied op de kaart. Plaats: Voorthuizen Straat: Hunnenweg 5 Nadere plaatsbepaling: N.v.t.

Deel 1: Vaste rust/ voortplantingsplaatsen en groeiplaatsen Volg Type (V)RVP plaats Beheer groep Nr: of GP

gebruik

Soortgroep

Soort

T-P

Opmerking/ Inspectie Geen

1

Inspectie ……………………………………………

2

Inspectie ……………………………………………

3

Inspectie

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

31

2 Leefgebied Code A V13

Soortgroep

Soort houtduif

waarneming Omgeving plangebied

Opmerking/Inspectie x GEEN Inspectie

B

V23

Merel

Groenstrook

x

GEEN Inspectie

C

V13

Tortel duif

Vliegend

x GEEN Inspectie

D

V29

Kauw

Boom

x GEEN Inspectie

E

GEEN Inspectie

F

GEEN Inspectie

G

GEEN Inspectie

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

32

Bijlage 4 Toelichting Registratieformulier

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

33

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

34

Hunnenweg 5 - Voorthuizen

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=c1e83867-e3bc-495c-a0a3-8c56d17adf9b