Apeldoornsestraat e.a._Toelichting_Bijlage 13 Apeldoornsestraat - Quickscan
Tekst van het document
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Ecologische quickscan
Apeldoornsestraat naast 113 te Voorthuizen In h e t k ade r van b e s t e m m i n g s w i j zi g i n g e n herinrichting
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 info@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl
Colofon Titel
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat 113 te Voorthuizen
Betreft Ecologische quickscan Locatie
Apeldoornsestraat naast 113 te Voorthuizen
Auteur
B. Visser, ecoloog
Contactpersoon B. Visser, ecoloog visser@deslijpkruik.nl Opdrachtgever Struikhoeve Advies B.V. Datum
23-10-2023
Status
Versie concept
Projectcode
23STR06 QS Apeldoornsestraat naast 113 te Voorthuizen
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Inhoud 1
Inleiding 4
1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2
Resultaten beschermde flora en fauna
8
2.1 Bron- en literatuuronderzoek 2.2 Vaatplanten 2.3 Vogels 2.4 Vleermuizen 2.5 Grondgebonden zoogdieren 2.6 Amfibieën 2.7 Vissen 2.8 Overige soortgroepen 2.9 Algemeen 3 Gebeidsbescherming 16 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) 3.2 Natura 2000 4
Conclusies en aanbevelingen
18
4.1 Overzicht van de bevindingen 4.2 Conclusies en aanbevelingen Bijlagen 20 Bijlage A Wettelijk Kader
3
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1
Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan de Apeldoornsestraat naast huisnummer 113 te Voorthuizen in het kader van een bestemmingswijziging en herinrichting. Toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ is noodzakelijk, omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of andere natuurgebieden zoals Gelders Natuur Netwerk (GNN) beoordeeld. Er is geen sprake van kap van bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen of houtopstanden groter dan in totaal 10 are buiten de bebouwde kom. Een Toets Houtopstanden is dus niet nodig. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen.
De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De projectlocatie betreft een agrarisch perceel naast Apeldoornsestraat 113 te Voorthuizen (afbeelding 1.1 & 1.2). De projectlocatie is gelegen aan de N344 te Voorthuizen en bestaat uit een maïsakker. Ten noorden van het plangenbied loopt een watergang. Tussen dit water en het plangebied staat een rij bomen. Ten oosten loopt de akker door en om de gehele akker loopt een sloot (behalve aan de noordoostzijde waar de akker aan een erf grenst). Ten westen van het plangebied ligt een huis en wordt het plangebied begrensd door een hek (afbeelding 1.2). De projectlocatie betreft het zuidwestelijke deel van een akker perceel waar een woning en een bijgebouw gebouwd zal worden (afbeelding 1.3). De beoordeelde ingreep bestaat uit de aanleg van een betonklinker uitrit, de aanplant van bomen en houtsingels en de nieuwbouw van een woning en bijgebouw (afbeelding 1.3). Een planning van de werkzaamheden is nog niet bekend op het moment van schrijven. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, NDFF, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 16 oktober 2023 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie.
Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op leefgebied en sporen van dassen, (mogelijke) verblijfplaatsen van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van marterachtigen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 5 0C.
4
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.
5
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afb. 1.1: Kaart van het plangebied met het onderzochte gebied (rode kaders). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2023.
Voorthuizen
Afb. 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode pointer) ten opzichte van Voorthuizen. Bron ondergrond: GoogleEarth, 2023.
6
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
renvooi
Water Huishoudelijke afvalwater aansluiten op drukriolering Hemelwater infiltreren op eigen terrein - overloop afvoeren naar watergang aan de Apeldoornestraat.
woning
De inrit vanaf de Apeldoornsestraat voorzien van duiker Ø 400mm, te voldoen aan de Algemene Regels van Waterschap Vallei en Veluwe.
bijgebouw onderlegger (GBKN)
grens bestemmingsvlak
perceelsgrens
B houtsingel nieuw aan te planten houtsingel (gemengd)
A
| Plantmaat 10 - 12 | Aantal: 9 stuks - Betula pubescens (berk) - Alnus glutinosa (zwart els)
gerin zon 200m ieu mil arisch agr
mil Cu ieuzo ltu n rec ur, s ering rea por t tie 10 en m
| Plantmaat 80-100 | Plantafstand 1,5m x 1,5m | Aantal: 40 stuks - Crataegus monogyna (meidoorn) - Prunus spinosa (sleedoorn) - Prunus padus (vogelkers) - Viburnum opulus (gelderse roos)
nieuwe woning 450 m3
C nieuwe haag
1.500,00 m2
nieuw aan te planten houtsingel (gemengd)
B
| Plantmaat 10 - 12 | Aantal: 5 stuks - Betula pubescens (berk) | Plantmaat 1,5m x 1,5m | Aantal: 28 stuks - Crataegus monogyna (meidoorn) - Prunus spinosa (sleedoorn) - Prunus padus (vogelkers) - Viburnum opulus (gelderse roos)
D solitaire boom beuk
bijgebouw 80 m2
nieuw aan te planten haag
C
grens bestemmingsvlak
| Plantmaat 80 - 100 | Plantafstand: 4 per m1 - Fagus Sylvatica (beukenhaag)
A houtsingel
2268
2495 nieuw aan te planten solitaire boom | Plantmaat 12-14 | Aantal: 1 - Fagus sylvatica (beuk)
D 2270
2269
Kadastraal bekend:
uitrit breedte 4m uitvoering betonklinker
at
ra est
s
rn doo
1638
l Ape
113
113
0318 744 150 | Struikweg 8, Harskamp | struikhoeve.nl | sloopmeters.nl 111
111 projectnr.
onderwerp
3698
NIEUWE SITUATIE
datum:
LANDBORG
HOLEVOETPLEIN 301
POSTBUS 2
APELDOORNSESTRAAT 113, VOORTHUIZEN 3925 ZG
SCHERPENZEEL
033 - 30 31 060
INFO@LANDBORG.NL
schaal:
- Gemeente
VOORTHUIZEN
- sectie:
E
- perceel nr.:
2495
- schaal:
1 : 500
22 juni 2021 1 : 500
WWW.LANDBORG.NL
Afb. 1.3: Nieuwe situatie. Bron: 3698, Nieuwe situatie, Landborg, 2023.
7
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2
Resultaten bescher mde f lora en fauna 2.1 Bron- en literatuuronderzoek Tabel 2.1: Waarnemingen van de afgelopen 5 jaar in de directe omgeving (< 1 km) van het plangebied per soort(groep) vanuit de NDFF (nationale databank flora en fauna). Soortgroep
Soorten
Vleermuizen
-
Vogels
Overige zoogdieren
8
Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Buizerd Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Huismus Kleine bontespecht Koolmees Pimpelmees Ransuil Sperwer Spreeuw Steenuil Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Boommarter Das Eekhoorn Egel Haas Huispitsmuis Konijn Ree
Beschermingsregime VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 4 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 2 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 4 VR - categorie 4 VR - categorie 5 VR - categorie 1 VR - categorie 5 VR - categorie 5 VR - categorie 5
Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Amfibieën
Overige soortgroepen (vissen, reptielen, vaatplanten, ongewervelden, weekdieren & schimmels)
Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Groene kikker (onb.) Kamsalamander Kleine watersalamander Poelkikker Grote vos Levendbarende hagedis
Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten HR Wnb - andere soorten HR Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten
2.2 Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde/bijzondere vaatplanten in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen 5 jaar (tabel 2.1). Het plangebied bestaat geheel uit een maïs akker. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en zijn de randen van de akker geïnspecteerd op bijzondere flora. Hier zijn enkel algemene soorten waargemen zoals duizendblad en braam (afbeeldingen 2.1 & 2.2). Op de akker zelf is het terrein ook ongeschikt voor beschermde vaatplanten. De maïs stond nog hoog, waardoor zonlicht niet tot de bodem kon rijken. Gezien de beperkte lichtbeschikbaarheid op de bodem en het menselijk gebruik van het plangebied is het gebied ongeschikt als biotoop voor beschermde/bijzondere vaatplanten. Het plangebied voldoet derhalve niet aan de eisen die beschermde vaatplanten aan hun leefgebied stellen. Aanwezigheid van beschermde planten is derhalve uitgesloten. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. 2.3 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen.
Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen. In de NDFF zijn in de omgeving rondom het plangebied in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten. Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij categorie 1-4 soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn en categorie 5 soorten alleen onder zwaarwegende ecologische omstandigheden. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende categorie 1-4 soorten en categorie 5 soorten waargenomen (tabel 2.1). De categorie 1-4 soorten die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen zijn: buizerd, huismus, ransuil, sperwer en steenuil.
9
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Huismus Huismussen nestellen uitsluitend in bebouwing. Hierbij bestaat een sterke voorkeur voor nestplaatsen onder een pannendak en soms komen nestjes van huismussen ook op andere plekken onder de dakbedekking of in bebouwing voor. Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van huismussen. Ook waren er geen geschikte nestlocaties aanwezig voor huismussen binnen het plangebied omdat bebouwing ontbreekt (afbeelding 2.3). Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van huismussen kan dus worden uitgesloten. Vervolgonderzoek naar huismussen is daarom niet noodzakelijk. Steenuil De nesten van de steenuil zijn jaarrond beschermd en functioneren ook buiten het broedseizoen als vaste rust- en verblijfplaats. Steenuil nestelt in natuurlijke holtes van (oude) bomen (met name knotwilgen en oude (hoogstam) fruitbomen. Ook rustige hoeken en nissen van gebouwen of schuren en speciale nestkasten zijn geschikte nestplekken. Steenuil maakt gebruik van open terreinen met jaarrond lage vegetatie om te jagen. Tijdens het veldbezoek zijn dergelijke elementen niet aangetroffen in het plangebied. Van bebouwing in het plangebied is geen sprake en de bomen bestonden voornamelijk uit berken (afbeelding 2.6). De berken zijn geinspecteerd op mogelijke nestplaatsen en die zijn niet gevonden. Bovendien blijven de bomen in de nieuwe situatie behouden.
Het plangebied zelf bestaat uit een maïsakker, wat het ongeschikt maakt als jachtgebied van steenuil. Het plangebied is derhalve ongeschikt als leefgebied voor steenuil. Een negatief effect op de soort of op het leefgebied is daarom uitgesloten en nader onderzoek is niet nodig. Uilen en roofvogels De bomen in en rondom het plangebied zijn geïnspecteerd en er zijn geen horsten, kraaiennesten of andere mogelijk jaarrond beschermde nesten waargenomen. Aanwezigheid van nestplaatsen van uilen of roofvogels is derhalve uitgesloten. Bovendien blijven alle bomen in en in de omgeving van het plangebied behouden. Effect: Er zijn geen beschemde soorten of nesten aangetroffen in het plangebied. Alle bomen blijven behouden. Effecten zijn daarom uitgesloten. Vervolgonderzoek is niet nodig. Overige broedvogels Met uitzondering op de bomenrij is het plangebied ongeschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels, zoals onder andere merel en houtduif. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen van algemene broedvogels in de bomen. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor ouders het nest permanent verlaten. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen.
Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen (van met name houtduif ) kunnen voorkomen. Van de te verwachten overige broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. 2.4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen
10
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Uit de omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF geen waarnemingen bekend van vleermuizen (tabel 2.1). Wel is het vanuit eigen gebiedskennis duidelijk dat de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis kunnen voorkomen in de omgeving van het plangebied. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden voornamelijk in gebouwen en holten en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig, daarom zijn geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen in het plangebied uitgesloten. Alle bomen binnen en direct nabij het plangebied blijven behouden en er zijn geen holten of andere voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen in de bomen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is daarmee ook uitgesloten. Effect: Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig in het plangebied. Overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming Artikel 3.5 lid 1 (doden/ verwonden), 2 (opzettelijk verstoren) en 4 (beschadigen/vernielen verblijfplaatsen) betreffende vleermuizen is daarom uitgesloten.
Nader onderzoek naar genoemde soorten is niet noodzakelijk. Foerageergebied en vliegroutes Het terrein is matig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, omdat er niet veel opgaande begroeiing aanwezig is in het plangebied. Verder is het landschap ten noorden van het plangebied geschikter voor vleermuizen (afbeelding 1.1). Hierdoor is het plangebied niet essentieel foerageergebied. De bomenrij aan de noordwestkant van het plangebied kan eventueel gebruikt worden als vliegroute, maar dit maakt geen deel uit van een groter netwerk of is niet aangesloten op andere mogelijke vliegroutes. Alle bomen zullen behouden blijven, waardoor geen negatief effect is te verwachten op het niet-essentieel foerageergebied en mogelijke vliegroute van vleermuizen. Nader onderzoek naar foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen is daarom niet nodig. Wel dient (tijdelijke) lichtverstoring van foerageergebied en mogelijke vliegroute gedurende de werkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden. 2.5 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de omgeving kwamen in de afgelopen 5 jaar diverse grondgebonden zoogdieren voor volgens de NDFF (tabel 2.1).
Marterachtigen Het plangebied is niet geschikt als vaste rust- of verblijfplaats voor boommarter of kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Boommarter (of kleine marterachtigen) heeft zijn verblijfplaats vooral in boomholten, in takkenstapels maar ook in verlaten holen van vossen, dassen of konijnen. Soms maakt boommarter nesten in bebouwing (vooral als dit gebouw aan de bosrand staat). Tijdens het veldbezoek zijn bovengenoemde elementen binnen het plangebied niet waargenomen. Door het bovengenoemde is de maïsakker ongeschikt als leefgebied voor boommarter (en kleine marterachtigen). Bovendien blijven alle bomen nabij het plangebied behouden. Nader onderzoek naar marterachtigen is dus niet noodzakelijk.
11
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Das Het is bekend dat er in de omgeving van het plangebied een dassenburcht aanwezig is. Tijdens het veldbezoek is er daarom extra aandacht besteedt aan het zoeken naar sporen van dassen. De watergang ten noorden van het plangebied loopt ver door naar het oosten en deze vormt een natuurlijke barrière voor dassen. Het erf ten zuidwesten van het plangebied is afgescheiden door een hek welke een kunstmatige barrière vormt voor dassen. Tussen de watergang en de akker en tussen het hek en de akker zijn in het plangebied geen sporen van das aangetroffen. Ook is er geen dassenburcht aangetroffen in het plangebied. Verblijfplaatsen van dassen binnen het plangebied zijn daarom uitgesloten. Het plangebied is geen essentieel leefgebied voor das. Dit omdat het plangebied slecht bereikbaar is voor das, omdat het hek en de watergang barrières vormen en omdat er geen sporen van das zijn aangetroffen in het plangebied. Bovendien is er in de omgeving van het plangebied geschikter leefgebied voor das aanwezig in de vorm van het gebied ten noorden van het plangebied (afbeeldingen 2.4 & 2.5). Alle voorgaande redenen wijzen erop dat het plangebied geen essentieel leefgebied betreft. Nader onderzoek naar das is daarom niet nodig. Eekhoorn De bomen nabij het plangebied kunnen mogelijk onderdeel zijn van het leefgebied van eekhoorn. Eekhoorns komen voor in loof-, naald- en gemengd bos.
Voedselbeschikbaarheid en nestgelegenheid zijn hierbij belangrijk. Eekhoorns eten vooral boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen. Aanvullend en afhankelijk van jaargetijde worden knoppen, bladeren, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels ook gezien als voedsel. De rij bomen ten noorden van het plangebied bestaan uit berken, daaronder is braam aanwezig. Alle bomen in en direct buiten het gebied zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van eekhoornnesten. Er zijn geen nesten in of nabij het plangebied aangetroffen. Alle bomen blijven in de nieuwe situatie behouden dus zullen de werkzaamheden geen effect hebben op mogelijk leefgebied van eekhoorn buiten het plangebied. Het plangebied zelf (de maïsakker) heeft geen bomen of andere elementen waar eekhoorn in kan klimmen voor beschutting en voedsel. Daarom is het plangebied ongeschikt leefgebied voor eekhoorn en is een negatief effect op de soort of het leefgebied uitgesloten. Vervolgonderzoek naar eekhoorn is daarom niet nodig. Geschikte verblijfplaatsen voor andere beschermde zoogdieren (zonder vrijstelling) ontbreken binnen het plangebied. Het voorkomen van soorten als konijn, haas en egel is niet geheel uit te sluiten. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Wel geldt voor deze en alle andere in het wild levende dieren de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals veldmuis, aardmuis, huismuis, rosse woelmuis, huisspitsmuis en bruine rat kunnen voorkomen in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor deze soorten geldt eveneens een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Effect: Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Ook is geen sprake van effecten op essentieel leefgebied. Daarom is nader onderzoek naar deze soortgroep niet nodig. De overige soorten die te verwachten zijn binnen het plangebied, zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten. Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn.
12
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2.6 Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van een aantal beschermde amfibieën (tabel 2.1). Dit zijn: bastaard kikker, bruine kikker, gewone pad, groene kikker, kamsalamander, kleine watersalamander en poelkikker. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig welke de functie als voortplantingswater voor amfibieën kan vervullen. De watergang ten noordwesten van het plangebied is grotendeels beschaduwd en troebel. Licht komt niet tot de bodem vanwege kroos (afbeelding 2.3). Kamsalamander Kamsalamander komt voor in matig voedselrijke tot voedselrijke, stilstaande wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. De poel mag niet volledig beschaduwd zijn en moet permanent water bevatten. De directe omgeving van het voorplantingswater is bij voorkeur kleinschalig, bosrijk met houtwallen of struweel. De watergang ten noordwesten van het plangebied is te troebel en beschaduwd om als essentieel leefgebied van kamsalamander te functioneren. Dit maakt de watergang nabij het plangebied ongeschikt als leefgebied voor kamsalamander. Poelkikker De poelkikker is een kritische soort die vooral voorkomt in zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op hogere zandgronden. Verder heeft de soort de voorkeur naar onbeschaduwd, voedselarm en schoon water.
De soort is vooral aan te treffen in vennen, poelen, watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden. De watergang nabij het plangebied ligt grotendeels beschaduwd en het wateroppervlak is geheel bedekt met kroos (afbeelding 2.3). Kroos voorkomt niet alleen dat zonlicht naar de bodem rijkt, maar is ook een indicator voor voedselrijke wateren. In het plangebied zelf zijn geen geschikte watergangen aanwezig. Het plangebied en nabije omgeving is dus niet geschikt als leefgebied voor de poelkikker. Nader onderzoek naar de soort is niet nodig. Ten noorden van het plangebied is een watergang aanwezig en het plangebied kan aangedaan worden als landhabitat door algemeen voorkomende amfibieën. De struweellaag onder de bomenrij kan namelijk als landhabitat functioneren voor vrijgestelde soorten, maar omdat hier niks mee gaat gebeuren is een mogelijk effect op aanwezige soorten uitgesloten. Bovendien geldt voor de te verwachten soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is de zorgplicht van toepassing. Effect: Het plangebied isgeschikt als leefgebied voor amfibieën. Soorten die te verwachten zijn betreffen algemeen voorkomende soorten, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ingrepen. Nader onderzoek naar deze soortgroep is daarom niet nodig. Wel is de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, van toepassing.
2.7 Vissen Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten in de omgeving van het plangebied (tabel 2.1). Er is geen oppervlaktewater aanwezig in het plangebied. Aanwezigheid van (beschermde) vissen is daarom uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soortgroep is niet nodig.
13
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2.8 Overige soortgroepen (reptielen en ongewervelden) Vanuit de NDFF zijn in de laatste 5 jaar enkele waarnemingen bekend van overige soortgroepen in de omgeving van het plangebied (tabel 2.1). Dit zijn de grote vos (dagvlinder) en levendbarende hagedis (reptiel). De grote vos is een dagvlinder die vooral de iep, maar ook zoete kers, populier en sommige wilgensoorten als waardplant heeft. De soort heeft een voorkeur voor warme, zonnige, open, maar beschutte plekken in open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Deze soort overwinterd onder andere in holle bomen en houtstapels. Tijdens het veldbezoek is de soort niet waargenomen. De rij bomen bestaat voornamelijk uit berken (afbeelding 2.6). Waardplanten van de soort waren niet aanwezig in het plangebied, waardoor het plangebied geen essentieel leefgebied is voor de grote vos. De aanwezigheid van de soort in het plangebied is uitgesloten. De levendbarende hagedis heeft de voorkeur voor heide- en hoogveengebieden. Ook in bermen van (spoor)wegen en in een deel van de duinen komt de soort voor. Hier heeft de soort de voorkeur voor vochtige delen in de landschapstypen, zoals op oevers en vochtig terrein. Aan de noordwestelijke grens van het plangebied loopt een oever van een watergang.
De oevers zijn vanwege de bomenrij schaduwrijk, waardoor de koudbloedige soort geen plekken heeft om in de zon op te warmen. In het plangebied zijn geen elementen die de levendbarende hagedis als leefgebied beschouwt aangetroffen. Behalve een vochtige, oeverkant heeft het plangebied geen geschikte elementen die de levendbarende hagedis nodig heeft om voor te komen. Het plangebied zelf is een maïsakker. Dit is vanwege bovengenoemde redenen ongeschikt om als leefgebied te dienen voor levendbarende hagedis. Negatieve effecten op de soort zijn daarom uitgesloten. Het plangebied voldoet niet aan de eisen die beschermde soorten uit overige soortgroepen stellen aan hun leefomgeving. Het voorkomen van dergelijke soorten is daarmee uitgesloten. Verder is het niet waarschijnlijk dat algemeen voorkomende soorten libellen of vlinders voorkomen binnen het plangebied. Nader onderzoek naar genoemde soortgroepen is niet noodzakelijk. 2.9 Algemeen • Ten aanzien van alle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden.
• Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
14
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afb. 2.1: Aan de noordkant van het plangebied ligt Afb. 2.2: De westkant van het plangebied: een een strook gras. smalle strook gras tussen de akker en het hek.
Afb. 2.3: De watergang ten noorden van het Afb. 2.4: Het gebied achter de watergang, ten plangebied. noorden van het plangebied.
Afb. 2.5: Het gebied aan de overkant van de Afb. 2.6: Een rij berken tussen het plangebied en watergang. de watergang.
15
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
3
Gebiedsbescher ming
De Wet natuurbescherming maakt onderscheidt tussen soort- en gebieds bescherming. Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van b eschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en overige onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland en de beoordeling of er van het voornemen een (in)directe effect uitgaat behandeld. Is er sprake van een mogelijk negatief effect, dan is planaanpassing en/of nader onderzoek nodig.
3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszones (GO) liggen aan de overkant van de weg, ten zuiden van het plangebied (afbeelding 3.1). In het Gelders Natuurnetwerk is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten. Voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het ‘nee, tenzij’ principe. Indien voorgenomen werkzaamheden significant negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van het deelgebied kunnen deze alleen plaatsvinden indien de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade gecompenseerd. De doorgaande weg vormt een kunstmatige barrière tussen het plangebied en de GNN en GO waardoor het plan gebied niet direct aansluit bij bovengenoemde gebieden. Tijdens de werkzaamheden kan een tijdelijke verstoring optreden, maar gezien de aard en schaal van de ontwikkelingen (bouw van een woning en bijgebouw nabij een drukke weg), is een negatief extern effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN uitgesloten. Het uitvoeren van een ‘Nee, tenzij’-toets is niet aan de orde. 3.2 Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Veluwe’, ligt op ongeveer 930 meter ten noord-oosten van het plangebied (afbeelding 3.2). Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand.
Gezien de aard en schaal van de ontwikkelingen is het uitgesloten dat de voorgenomen activiteiten van invloed zijn op aangewezen doelsoorten en habitattypen van Natura 2000-gebieden, met mogelijke uitzondering van effecten door stikstof. Sinds 2 november 2022 is de bouwvrijstelling van de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering komen te vervallen. Activiteiten met tijdelijke emissies dienen getoetst te worden op lokale effecten. Bouwwerkzaamheden leiden mogelijk tot een tijdelijke toename van stikstofemissie door inzet van machines en aan- en afvoer van materialen. Voor de werkzaamheden is mogelijk een stikstofberekening nodig. Ook de toekomstige situatie kan misschien leiden tot toename in stikstofemissie door de verwarming van de woning en de extra verkeersbewegingen die een extra woning met zich meebrengt.
16
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 3.1: Het plangebied (groene stip) ligt tegen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) (donker groen) en Groene Ontwikkelingszone (licht groen) aan. Bron: Webkaart provincie Gelderland, 2023.
Afbeelding 3.2: Afstand van het plangebied (blauwe cirkel) tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (ca. 930m). Bron: AERIUS calculator, 2023.
17
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
4
Conclusies en aanbevelingen 4.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Flora - beschermde soorten nee geen geen Vleermuizen - verblijfplaatsen nee geen geen Vleermuizen - vliegroutes mogelijk geen geen Vleermuizen - essentieel foerageergebied nee geen geen Vleermuizen - lichtverstoring n.v.t. mogelijk zie 4.2.1 Zoogdieren - gebouwbewonend nee geen geen Zoogdieren - grond-/boombewonend nee geen geen Zoogdieren - vrijgestelde soorten mogelijk mogelijk zorgplicht Vogels - jaarrond beschermde nesten nee geen geen Vogels - algemene broedvogels mogelijk mogelijk zie 4.2.1 Amfibieën - vrijgestelde soorten mogelijk mogelijk zorgplicht Overige beschermde soorten nee geen geen Gebiedsbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Natura 2000 - doelsoorten/habitattypen nee geen geen Natura2000 - stikstof n.v.t mogelijk zie 4.2.2 GNN nee geen geen
4.2
Conclusies en aanbevelingen
4.2.1 Soortenbescherming Vleermuizen • Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden niet tot het overtreden van een verbodsbepaling zoals genoemd in artikel 3.5 lid 1 (doden/verwonden) lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen of vernielen van jaarrond beschermde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen) van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Er is daarom geen nader onderzoek nodig naar verblijfplaatsen voor vleermuizen. • Er is sprake van lijnvormige structuren in de vorm van de bomenrijen die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. Er is mogelijk matig geschikt foerageergebied aanwezig vanwege de bomen en groenstructuren in het plangebied. Vervolgonderzoek naar vliegroutes en foerageergebied is niet noodzakelijk, omdat de bomen en groenstructuren behouden blijven en geen negatief effect te verwachten is. Wel dient vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming onnodige lichtverstoring van eventueel foerageergebied voorkomen te worden. Dit kan door tijdens de sloop-, bouwfase en de toekomstige situatie uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting naar boven te voorkomen.
Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig.
18
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Zoogdieren - gebouwbewoond en grondbewoond • Het plangebied kan worden gebruikt als leefgebied door algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld konijn, haas en egel. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Vogels - jaarrond beschermde nesten •
Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied is uitgesloten. Vervolgonderzoek naar jaarrond beschermde nesten is niet nodig.
Vogels - algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in en rondom het plangebied verstoord, beschadigd of vernield worden. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle flora en fauna, beschermd of niet. t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna.
Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. 4.2.2 Gebiedsbescherming • De locatie ligt buiten het GNN en GO. De activiteiten zullen niet leiden tot aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van GNN. Een ‘nee, tenzij’-toets is daarom niet aan de orde. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard van het project niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. • In de bouwfase en in de toekomstige situatie kan er mogelijk een toename in stikstofuitstoot optreden. Het uitvoeren van een stikstofberekening kan daarom nodig zijn.
19
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving de Wet natuurbescherming. In deze bijlage vind u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Wet natuurbescherming in het kort De Wet natuurbescherming (Wnb) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurge bieden reguleert. De wet is in 2017 ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe Wet natuurbescherming regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 1.1 Algemene Zorgplicht Onder de algemene bepalingen (hoofdstuk 1) van de Wnb wordt de algemene zorgplicht bepaald. Hierin is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.
Artikel 1.11 lid 2 van de Wnb luidt als volgt: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. b. c.
dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
1.2 Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •
De Vogelrichtlijnsoorten (VR) (Art. 3.1-3.4) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) (Art. 3.5-3.9) Overige soorten (Art 3.10-3.11)
Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden voldaan om ontheffing of vrijstelling te verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina te vinden (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de VR en HR zijn vastgesteld door de EU. voor de soorten uit de derde categorie geld dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.
20
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Wet natuurbescherming Paragraaf
Artikel Lid Verbodsbepaling
§ 3.1: Beschermingsregime Vogelrichtlijn
3.1
§ 3.2: Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
§ 3.3: Beschermingsregime andere soorten
3.5
3.10
1
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
2*
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
4
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
5
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
1
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
2
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren
3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
4
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
5
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
1
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
* Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.
21
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura2000 gebieden. Natura2000 gebieden zijn op te delen in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnnen hebben op Natura-2000 gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat doorde geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in de wet Ecologische Hoofdstructuur EHS genaamd). Dit De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.
In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd.
22
Ecologische quickscan Apeldoornsestraat naast 113 Voorthuizen
23 oktober 2023