CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 20 april 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Achterveldseweg IV' partiele herziening Buitengebied 2012 (Achterveld)14.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012 (November, 2021) bestemmingsplan Plannr. 1637

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Inhoudsopgave Toelichting

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3

8

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Waterschap 4.5 Regio 4.6 Gemeente

9 9 9 11 14 14 16

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

23 23 24 25 27 28 28 29 29 29 30 31 32 32 32 32

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

34 34 34 34 34 35 35

Hoofdstuk 7

37

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Quickscan Flora Fauna

Bijlage 2

Verkennend- en nader bodemonderzoek

2

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

38 38 38 38

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

3

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

4

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel aan de Achterveldseweg 39 te Achterveld is een verzoek ingediend om op dit perceel met de inzet van sloopmeters een extra woning te realiseren. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggend partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld. 2

afbeelding 1.1.: ligging plangebied Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en van de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van deze partiële herziening.

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

5

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Achterveldseweg 39 nabij de kern Achterveld en ten westen van de kern Barneveld. Het plangebied ligt in een agrarisch gebied en wordt aan alle zijden begrensd door agrarische percelen. Het plangebied wordt aan de noordkant ontsloten op de Achterveldseweg. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding 2.1.: begrenzing plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch' met bouwvlak en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1', 'Beplanting en Verkaveling', 'Waarde - Openheid en Reliëf' en 'Waterstaat - Waterhuishouding'. Realisatie van een extra woning is binnen de geldende bestemming niet mogelijk.

6

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

afbeelding 2.2.: geldende bestemming op het perceel Achterveldseweg 39 In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

7

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Op het plangebied is momenteel een intensieve veehouderij aanwezig. Op het perceel is een opfok- en handelsstal aanwezig. Initiatiefnemers zijn voornemens om door middel van functieverandering van 'Agrarisch' naar 'Wonen' te gaan en een extra woning te realiseren door de inzet van sloopmeters. Een deel van de agrarische bebouwing wordt gesloopt. Daarnaast blijft de paardrijbak en bijbehorende paddock gedeeltelijk behouden voor uitsluitend hobbymatig gebruik. Woningen De aangevraagde woning zal een inhoud krijgen van 539 m3 en voldoet hiermee aan de te hanteren inhoudscriteria voor de inhoud volgens het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". De aangekochte sloopmeters voorzien in de realisatie van de woning met een bijgebouw van 80 m2. De nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen het bestaande bouwvlak met de bestemming 'Agrarisch'. Binnen de nieuwe bestemming 'Wonen' zullen twee bouwvlakken worden opgenomen waarbij voor beide bouwvlakken geldt dat er één woning is toegestaan. De bestaande bedrijfswoning zal worden omgezet naar een reguliere woning met een vergroting van de bestaande woning met 60 m2. Het een en ander resulteert in de volgende situatieschets. In totaal bedraagt het aantal inzetbare sloopmeters 633 m2 op het plangebied.

Afbeelding 2.3.: situatieschets nieuwe situatie. Paardrijbak en paddock De oppervlakte van een paardrijbak voor hobbymatig gebruik bij een woning mag maximaal 800 m² bedragen. Hier voldoet het verzoek aan. De paardenpaddock blijft behouden. Voor hobbymatig gebruik wordt deze maximaal 360 m² zijn. Daarnaast dient parkeren op eigen terrein te worden opgelost. Er is voldoende riumte voor parkeren op eigen terrein en daarmee wordt voldaan aan de Nota parkeernormen. Per saldo levert het plan een kwaliteitswinst op voor het buitengebied door vermindering van overtollige bebouwing in het buitengebied en door de extra landschappelijke inpassing.

8

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.

Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor

behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) "Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

9

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012 Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig plan.

4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen.

Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want er is geen sprake van een project dat valt onder de reikwijdte van de Crisis- en herstelwet.

10

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied Vanuit de visie gelden geen specifieke eisen op de onderhavige locatie die betrekking hebben op het realiseren van een enkele functieveranderingswoning waarvoor ter compensatie een agrarisch bedrijf wordt gesaneerd. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw (Plussenbeleid) Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 4: Regels Natuur Het plangebied ligt binnen het gebied dat op kaart 2 is aangewezen als 'Plussenbeleid'. Daarbinnen is uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderij door een bestemmingsplan alleen mogelijk als de uitbreiding voldoet aan door het gemeentebestuur in overeenstemming met de handreiking Plussenbeleid vastgestelde beleidsregels. Omdat het hier niet gaat om het voortzetten van het agrarisch bedrijf, maar juist om de beëindiging daarvan, volgen vanuit deze kaart geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor onderhavig bestemmingsplan. "Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

11

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Het plan, binnen het gebied op kaart 3, voorziet niet in het toevoegen of wijzigen van glastuinbouw, zodat de regels Glastuinbouw niet relevant zijn. Kaart 4 geeft aan dat het voorliggende plan is gelegen in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Binnen het GO zijn ontwikkelingen onder voorwaarden mogelijk. De locatie is gelegen in het gebied 'Erica - Het Paradijs', waar diverse kwaliteiten gelden. Op de huidige locatie zullen meerdere landschapsontsierende bedrijfsgebouwen gesloopt worden. Hiervoor zal in de plaats één extra woning met bijgebouw op het perceel worden gerealiseerd. Het deelgebied 'Erica - Het Paradijs' kent meerdere kernkwaliteiten, te weten: kleinschalig kampen- en heideontginningslandschap met veel hoogwaardige natuur; schakel in de verbinding tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug; verbindingen langs de Barneveldse Beek voor o.a. das, amfibieën en reptielen, vissen; Parel Erica/Kleine Barneveldse Beek: natte heide, natuurlijke beek met beekbegeleidend bos; plaatselijk natte elementen en kwel; cultuurhistorische waarden van o.m.

oude ontginningen en boerderijen; bijzonder verkavelingspatroon bij Kallenbroek; abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir; plaatselijk nog rust, ruimte, donkerte; ecosysteemdiensten: recreatie, rust, waterberging; alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied. Bij ontwikkelingen gelegen in de Groene Ontwikkelingszone dient aangetoond te worden dat de kernkwaliteiten versterkt moeten worden. In de toelichting dient hier nader op ingegaan te worden. De ontwikkeling van één extra woning kan aangemerkt worden als een kleischalige ontwikkeling. Daarnaast zal in plaats van landschapsontsierende bebouwing, bomen aangeplant worden en een poel worden aangelegd. Om te komen tot een goede afwatering zal er een poel in het noordoosten van het plangebied aangelegd worden. Dit sluit aan bij de kernkwaliteiten van het gebied (natte elementen en kwel). Het water kan hier op een natuurlijke manier de bodem intrekken en door middel van flauwe oevers biedt dit veel mogelijkheden voor onder andere reptielen en salamanders. Een en ander is geduid op onderstaande afbeelding.

12

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding 4.1.: Nieuwe situatieschets. De bomenrijen en singels worden aangevuld met inheemse soorten. Meerdere solitaire bomen worden geplant en kavelgrensbeplanting wordt aangelegd. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de kernkwaliteiten van de groene ontwikkelingszone, te weten het kleinschalige landschap. Om zichtlijnen vanuit de nieuwe woning te creëeren is het van belang dat er tussen de bomenrijn ruimte blijft. Richting deze agrarische gronden aan de oostzijde is daarom gekozen voor een deel meer open inrichting/doorzicht naar het achterliggende landschap. Door middel van een Quickscan Flora en Fauna is aangetoond dat er geen beschermde soorten en leefgebieden worden aangetast waardoor aangesloten wordt op deze kernkwaliteit. Hiermee is aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt. Nu de inrichting van het terrein planologisch is verankerd (met een voorwaardelijke verplichting, zie artikel 7.1 van de regels van dit bestemmingsplan) is deze ontwikkeling niet strijdig met de omgevingsverordening. Gelet op de uitgevoerde Quickscan natuurwaarden en het inrichtings-/beplantingsplan kan gesteld worden dat er sprake is van een versterking van de kernkwaliteiten. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan het beleid voor de GO.

Nu er vanuit de kaarten geen specifieke aanduidingen volgen die relevant zijn voor het dit plan dan wel dat er vanuit de kaarten geen regels worden gesteld, is deze wijziging in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

13

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

4.4

Waterschap

4.4.1

Waterbeheerprogramma 2016-2021Waterschap Vallei en Veluwe

Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.

Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5

Regio

4.5.1

Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016

In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.

Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en 14

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012 Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'. Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter.

Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen.

Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerking in plangebied Door de ontwikkeling zal een agrarisch bedrijf verdwijnen met 633 m2 aan landschapsontsierende bebouwing. Hiervoor in de plaats komt één nieuwe woning met bijgebouw. Daarnaast zal het overgebleven bouwvlak weg bestemd worden en zullen de woningen landschappelijk ingepast wordt conform Erfinrichting-/beplantingsplan. Gezien de omschakeling van intensieve veehouderij naar wonen, afname aan bebouwing en de landschappelijke inpassing is er een substantiële verbetering van de kernkwaliteiten. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Aangezien er vanuit de kaarten geen specifieke aanduidingen volgen die relevant zijn voor het onderhavig plan dan wel dat er vanuit de kaarten geen regels worden gesteld.

4.5.2

Landschapsontwikkelingsplan

In regionaal verband is in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld, namelijk het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling door particulieren, instanties en de gemeente. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en de groenblauwe structuur voorop. Het LOP dient er voor om bouwstenen te bieden voor ontwikkelingen in het buitengebied en deze actief te geleiden. Het LOP vormt de basis voor een actief landschapsbeleid. Enkele onderdelen van de visie zijn per landschapstype nader uitgewerkt:

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

15

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012 de erfinrichting en kleine landschapselementen; de spelregels voor nieuwe landgoederen; de inrichting van de beken; het soortenbeleid. Doorwerking in plangebied Door initiatiefnemer is een erfinrichtings-/beplantingsplan ingediend. Dit plan is besproken in het overleg voor verzoeken in het buitengebied. De inrichting is akkoord bevonden, evenals de opzet/situering van de aangegeven bebouwing. De beeldkwaliteit van de te realiseren bebouwing wordt bij het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning beoordeeld door de dorpsbouwmeester.

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.

Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. 16

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

17

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding 4.2.: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het volgende deelgebied. 4.6.1.1

Agrarisch bekenlandschap

De functie landbouw in het gebied is richtinggevend naast het versterken van dagrecreatief medegebruik. Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. Karakteristiek Het agrarisch bekenlandschap wordt gekarakteriseerd door een afwisseling van hogere ruggen met dichtere beplanting (onder andere lanen) en bebouwing en lagere open delen waar de beken lopen. Langs de beken is sprake van langere doorzichten. Delen van het gebied zijn zeer kleinschalig door kleinschalige landschapselementen en bosjes. In dit deelgebied zijn een aantal relatief gave relicten van het kampenlandschap. Gebruik In een groot deel van het gebied is de functie landbouw richtinggevend, ingepast in het streven naar behoud en versterking van de structuurbepalende natuur en landschapselementen in het gebied. In de natuurkerngebieden van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur is de landbouwfunctie niet 18

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012 richtinggevend. In die gebieden wordt gestreefd naar duurzame landbouw binnen de natuurdoelstellingen. In het gemeentelijk ruimtelijk beleid wil de gemeente rekening houden met passende schaalvergroting, waardoor enerzijds bedrijven kunnen groeien en anderzijds bedrijven hun agrarische activiteiten zullen beëindigen. Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. In het agrarisch bekenlandschap wordt gestreefd naar een goede dagrecreatieve structuur. Voor versterking van die toeristisch-recreatieve functie van het gebied besteedt de gemeente aandacht aan mogelijkheden voor het realiseren en verbeteren van wandel-, fiets- en ruiterpaden. De gemeente is terughoudend ten aanzien van verblijfsrecreatie, uitgezonderd het stimuleren van recreatief medegebruik van agrarische gronden als onderdeel van het beleid met betrekking tot nevenactiviteiten en functieverandering. Daarnaast is het gebied ook gelegen in de 'Overgangszone landschap, landbouw en recreatie'.

Ontwikkelingen ten opzichte van het huidige landschap moeten zijn ontwikkelingen gewenst die zijn gericht op de toename van kleinschalige landschapselementen, waardoor er een variatie ontstaat van door houtsingels omgeven open ruimtes van wisselende grootte en kleinere bossages. Doorwerking plangebied De voorgestelde ontwikkeling is in lijn met het 'Functieveranderingsbeleid Regio Foodvalley 2016'. Het is hiermee passend binnen de structuurvisie Buitengebied Barneveld. Daarnaast wordt zowel de open ruimte op en rondom het terrein gerespecteerd en zullen er verschillende bossages aangeplant worden. Een en ander is vastgelegd in Bijlage 1. 4.6.2 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking.

Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middeldure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000. In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen.

Voor de periode 2017 t/m 2020 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gen betekent dit zo'n 435 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2020) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 991,- in 2020). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en "Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

19

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012 koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2018 is dit € 41.056). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking plangebied De toevoeging van één extra woning in het buitengebied is voorzien in het meerjaren woningbouwprogramma van de gemeente Barneveld, waarin ruimte is opgenomen voor particulier initiatief. De gemeentelijke taakstelling woningbouwprogramma is regionaal afgestemd en er is ruimte om te groeien. Toevoeging van één woning behoort derhalve tot de mogelijkheden. In de woonvisie is in de realisatie van duurdere woningen voorzien. Volkshuisvestelijk is het plan voor de realisatie van de extra woning op deze locatie acceptabel. 4.6.3

Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.6.4

Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.

Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). 20

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden.

Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden.

Doorwerking in plangebied Het plan betreft het toevoegen van één enkele woning welke middels particulier opdrachtgeverschap wordt gerealiseerd. Een deel van de duurzame mogelijkheden wordt binnen het plan aangebracht. De overige aspecten en onderwerpen aangehaald ter inspiratie om mee te nemen in het plan. Op het moment van het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt het aspect duurzaamheid verder op mogelijkheden onderzocht. 4.6.5 4.6.5.1

Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities Saldering

Salderen van bouwvlakgroei, nieuwvestiging en omschakeling In de beleidsnotitie 'Kaders herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012' heeft de gemeenteraad een aantal beleidskeuzes vastgelegd die een aanvulling vormen op de Structuurvisie Buitengebied en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Een deel van deze beleidskeuzes heeft betrekking op de groeimogelijkheden voor agrarische bedrijven. Het gaat hierbij om een herverdeling van de ruimte die nu reeds in het bestemmingsplan geboden wordt. Deze herverdeling wordt bereikt door de introductie van een "Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

21

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012 salderingsregistratie. Deze salderingsregistratie is een gemeentelijke administratie waarin twee elementen worden geregistreerd: 1. hoeveel agrarische bedrijven in planologische zin verdwijnen (bijvoorbeeld door functieverandering), respectievelijk worden toegevoegd; 2. welke oppervlakte aan agrarisch bouwvlak verdwijnt; respectievelijk wordt toegevoegd. Salderen van de oppervlakte agrarisch bouwvlak Het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' maakt door middel van een wijzigingsbevoegdheid onder voorwaarden de vergroting van agrarische bouwvlakken mogelijk. Deze groeimogelijkheden zijn afgestemd op de twee reconstructieplannen Veluwe en Gelderse Vallei/Utrecht-Oost. Onze verwachting is dat de groeiruimte die in theorie geboden wordt door het vastgestelde plan niet in zijn geheel noodzakelijk is in de komende planperiode. Het is daarom beter deze groeiruimte in te kaderen. Dit wordt gedaan door een salderingssystematiek te introduceren waarbij er een koppeling wordt gelegd tussen de oppervlakte aan bouwvlakken die vrij komt door stoppers (b.v. via functieverandering) en de agrarische bedrijven die willen groeien. Hierbij wordt de oppervlakte aan bouwvlak die vrij komt door een stopper opgenomen in een salderingsregistratie.

Een bedrijf dat gebruik wil maken van de wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten van zijn bouwvlak kan vervolgens kosteloos gebruik maken van het saldo dat aanwezig is op de salderingsregistratie. Op deze manier zal de totale oppervlakte aan bouwvlak in het plangebied niet toenemen. De salderingsregistratie zorgt er daarbij voor dat de ruimte die beschikbaar komt (door stoppers) ook op de gewenste plek kan worden ingezet door groeiers. Op basis van de ervaringen de afgelopen jaren met ons functieveranderingsbeleid en de ervaring met de aantallen stoppende agrarische bedrijven, verwachten wij dat het saldo van de salderingsregistratie voldoende zal zijn om daar waar nodig het vergroten van bouwvlakken te faciliteren. Doorwerking plangebied Door dit plan wordt een bouwvlak van 9418 m² gesaneerd uit het buitengebied van Barneveld. Hiervoor in plaats komen geen nieuwe agrarische activiteiten. Het plan is daarmee niet in strijd met gemeentelijke beleidsnota's en notities.

22

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op het perceel is een verkennend- bodem en asbest in de grond/puinonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 2. Aan de hand van dit onderzoek is een nader aanvullend onderzoek uitgevoerd en zijn er een aantal kwaliteitsvragen gesteld. Deze zijn ook opgenomen in het onderzoek. Het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek is correct uitgevoerd en geeft een globaal beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De aangetoonde sterke asbestverontreiniging ter plaatse van aanwezige druppelzone dient onder milieukundige begeleiding, vooruitlopend op de voorgenomen sloop van de schuur, te worden gesaneerd.

Voorafgaand aan de bodemsanering dient een BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. Door het betreffende adviesbureau wordt vermeld dat de matig verhoogde concentratie aan zink naar verwachting een natuurlijke oorsprong heeft (verhoogde achtergrondwaarde). Men adviseert dat volstaan kan worden met een gebruiksbeperking van het freatisch grondwater voor beregening, veedrenking etc. Op de onderzoekslocatie is ook sprake van een aangebrachte halfverharding waarvan het bovenste deel bestaat uit relatief nieuw repac (variërend van een dikte van 0,1 tot 0,5 m) in vergelijking tot de onderliggende lagen. Van deze betreffende repac laag is mogelijk een kwaliteitscertificaat beschikbaar. Ter plaatse van het westelijke deel van de halfverharding is onder het repac sprake van een laag bestaande uit gebroken asfalt (variërend van een dikte van 0,1 tot 0,25 m) welke analytisch niet is onderzocht. Op het midden deel van de halfverharding is onder een laag aangebracht zand met sporen beton sprake van een volledig uit brokken beton, baksteen en metselpuin bestaande laag (variërend van een dikte van 0,8 tot 1,0 m) waarin asbesthoudend (plaat)materiaal is aangetroffen. Vermoedelijk is ter plaatse sprake van een verkapte stort van bouwpuin.

In kader van de voorgenomen functiewijziging en de bouw van een extra woning met tuin ter plaatse dient rekening te worden gehouden met het vrijkomen van deze aangebrachte halfverharding en de voor zover bekend plaatselijk aanwezige verkapte stort met bouwpuin. Bouwen en wonen op deze aangebrachte halfverharding en verkapte stort van bouwpuin is niet echt mogelijk/wenselijk. Ondanks dat het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd conform de geldende protocollen/richtlijnen betreft het een steekproefsgewijze benadering van de bodemkwaliteit. Bij de voorgenomen sloop- en bouwactiviteiten en de daarbij behorende grondroerende werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van onvoorziene bodemverontreiniging. Aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc. naar/van de locatie dient te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader PFAS. Voor de sloop van de loods dient een asbestinventarisatie uitgevoerd te worden Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmeringen voor dit plan.

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

23

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologie lage en middelhoge verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage en middelhoge archeologische verwachting geldt. Zie onderstaande kaart voor een overzicht.

Afbeelding: Uitsnede nieuwe archeologische beleidskaart. Het plangebied met blauwe contouren. De hierboven opgenomen afbeelding geeft binnen het plangebied (blauwe contour) het volgende aan: Geel: middelhoge verwachting; dekzandwelving 25-50 cm; Groen: lage archeologische verwachting; dekzandvlakte. De aanvraag betreft een bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar wonen. Op de locatie van de te slopen paardenstallen zal een nieuwbouwwoning gerealiseerd worden van ca. 100 m2. Het is volgens de plantekening niet helemaal duidelijk of de bestaande bijgebouwen gerenoveerd zullen worden of niet. Wel gaat het om dezelfde locatie. Het plangebied ligt in een zone met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Daarbij horen de volgende vrijstellingsgrenzen: 2000 m2 en 30 cm onder maaiveld. 24

"Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

De huidige sloop- en nieuwbouwplannen zullen deze vrijstellingsgrenzen niet overschrijden. Er is geen archeologisch onderzoek nodig. Wel een dubbelbestemming archeologie (middelhoog en laag, zie afbeelding 1). Tevens geldt altijd onderstaande meldingsplicht: Meldingsplicht Indien bij de werkzaamheden vondsten (aardewerk, vuursteen, oude funderingen, opvallende donkere verkleuringen in het gele zand etc.) worden gedaan waarvan men redelijkerwijs mag vermoeden dat deze van archeologische betekenis zijn, dient hiervan onmiddellijk melding te worden gemaakt (art. 5.10 Erfgoedwet). 5.2.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n). 5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

Het plangebied ligt in een gebied dat op de cultuurlandschappelijke waardenkaart Barneveld wordt aangeduid als een zone met een open karakter met oud groen, met een middelmatige waarde (waarde 3). De cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de huidige ontwikkelingen binnen het plangebied. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.

5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Het plangebied ligt niet in (de nabijheid van) GNN of een Natura 2000-gebied, waardoor deze ontwikkeling geen significant negatief effect op deze beschermde gebieden zal hebben. In dit geval zal het per saldo juist een positieve ontwikkeling betreffen vanwege de terugdringing van stikstof en dergelijke. Gezien de aard van de ingreep en de ligging van het plangebied, zijn negatieve effecten voor alle verstoringsfactoren uitgezonderd stikstofdepositie uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=4604bf6d-61f7-4203-bdbb-4ad388aff92d