Aanvullende informatie n.a.v. inspraakreactie commissie grondgebied .docx
Tekst van het document
Aan: gemeenteraad Van: wethouder Wijnne 5 juli 2021 Naar aanleiding van de inspraakreactie in de commissie grondgebied en van vragen van individuele raadsleden heb ik nog navraag gedaan (bij de ODDV en onze deskundigen) over eventuele belemmeringen of gevaar in verband met de aanwezigheid van het aanwezige bedrijf van Davelaar brandstoffenhandel. Daarbij heb ik de volgende informatie gekregen die ik graag wil delen met de Raad. De route van en naar Davelaar is geen route die in het kader van externe veiligheid behoeft te worden onderzocht. Het betreft hier een beperkt aantal transporten over de weg, waarbij de stoffen ook overwegend vloeistoffen zijn welke minder makkelijk ontbranden. Het eventuele risico beperkt zich dan tot een mogelijke plasbrand welke dan beperkt van grootte blijft. Het risico op dergelijke ongelukken en de gevolgen van dergelijke ongelukken zijn der mate klein dat deze geen onderzoek behoeven. Wel gelden er voor het transport regels waaraan moet worden voldaan. Dit wordt onder meer geregeld in het ADR. De regels bestaan dan uit een verplichte opleiding voor de chauffeurs, goedgekeurde transportmiddelen en tanks, regels voor de grootte en deugdelijkheid van de verpakkingen (bijvoorbeeld gasflessen), het zoveel mogelijk vermijden van dichtbebouwde omgevingen etc.
Toezicht hierop vindt plaats door de inspectie leefomgeving en transport door onder meer het uitvoeren van broncontroles en systeemtoezicht. Eventuele nader informatie is op de site van deze inspectie dienst te vinden.
De olie en benzine die Davelaar vervoert vallen niet onder het begrip ‘gevaarlijke stoffen’. De risicobronnen voor gevaarlijke stoffen worden beschreven in de paragraaf 5.4 ‘externe veiligheid’. Hieruit blijkt dat dit onderzocht is en geen belemmeringen geeft. Hieronder de passage uit de conclusie in het bestemmingsplan: “Vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over het over de weg is er geen toename van het groepsrisico als Kootwijkerbroek Oost gerealiseerd gaat worden. Het groepsrisico ligt ver onder de oriënterende waarde. Externe veiligheid geeft geen beperkingen voor dit plan”. Bij de ontwikkeling van de woonwijk Oostbroek is het bedrijf Davelaar dan ook geen belemmering welke de realisatie van deze wijk in de weg staat. Zie paragraaf 5.11. Hier is gekeken naar het bedrijf en wat de bestemming en activiteiten zijn. Hiermee kan de afstand tot woningen bepaald worden. Om deze reden (rijbewegingen van de inrichting) zijn ook maatregelen in het plan opgenomen zoals de geluidsvoorzieningen. Ook is de strook direct ten zuiden nog niet opgenomen omdat je dan tegen het perceel van Davelaar aan ontwikkeld en ook daar dan maatregelen nodig zouden zijn (denk hierbij bijvoorbeeld aan afstandseisen/maatregelen t.b.v. de opslag van gasflessen). Het neemt niet weg dat we dit bedrijf liever zien verplaatsen.
Het ideale scenario dat wij zien is dat we de wijk nu gaan ontwikkelen en dat het perceel van Davelaar bij realisatie van het tweede deel ontwikkeld zal worden en voor Davelaar een alternatieve locatie is gevonden. Overigens is de realisatie van Oostbroek I ook met aanwezigheid van Davelaar mogelijk. Met vriendelijke groet, Bennie Wijnne Wethouder