AANGEPASTE VERSIE Tweede Tussenrapportage 2025
Tekst van het document
Tweede Tussenrapportage 2025
Inhoudsopgave
1. Aanbieding en inleiding
1
2. Uitgangspunten en leeswijzer
3
3. Algemeen beeld
4
4. Programma’s
8
Programma 1 – Participatie & Ondersteuning Programma 2 – Bedrijvigheid & Bereikbaarheid Programma 3 – Woon- en Leefomgeving Programma 4 – Samenwerken, dienstverlenen en besturen
5. Voortgang taakstellingen
21
6. Stand van zaken investeringen
23
7. Stand van zaken Budgetoverheveling 2024
25
8. Budgetoverheveling 2025
29
Bijlage 1 – Voorstellen Budgetoverheveling 2025
30
Bijlage 2 – Instellen en opheffen reserves
32
Aan de raad Barneveld, oktober 2025 Aanbieding Tweede Tussenrapportage 2025 Wij bieden u de Tweede Tussenrapportage 2025 aan waarin we rapporteren over de eindprognose van 2025. Gedurende het lopende jaar zetten we ons actief in voor een uitvoering van het beleid en het bereiken van de afgesproken doelen binnen de budgetten zoals vastgesteld in de actuele Programmabegroting 2025. De actuele Programmabegroting 2025 heeft als peildatum 1 augustus 2025. Dat betekent dat alle raadsbesluiten tot en met 1 augustus 2025 zijn verwerkt in de actuele begroting. In deze rapportage rapporteren we over beleidsmatige afwijkingen via een stoplichtenmodel. Dit betreffen afwijkingen in de voortgang van de speerpunten, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2025. Eventuele beleidsmatige afwijkingen, die geen relatie hebben met een speerpunt, lichten we toe als een overige ontwikkeling van een programma. Daarnaast stellen wij, indien nodig, aanpassingen voor van budgetten. De ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen lichten we toe per beleidsproduct. Nieuw is dat we eerst financiële mutaties benoemen met een effect op het resultaat. Daarna benoemen we de (vele) budgetneutrale mutaties, zoals bijvoorbeeld een verschuiving tussen twee of meerdere beleidsproducten. Op die manier is het makkelijker om alle mutaties met een effect op het resultaat in beeld te krijgen.
Met de gevraagde aanpassingen (financiële mutaties) in 2025 in de Tweede Tussenrapportage 2025 blijven we ook in de laatste maanden van 2025 onverminderd werken aan het welzijn van onze gemeente en haar inwoners. Uitgangspunt daarbij blijft realistisch begroten. Daaraan zijn verbonden: realistische doelen en actuele uitvoeringsplannen. Gedurende het jaar monitoren we de voortgang en sturen we actief en adequaat bij waar nodig. Het bijstellen van doelen, plannen en/of budgetten doen we alleen als er omstandigheden zijn die we niet in de hand hebben of krijgen. Ook geven we via de Tweede Tussenrapportage 2025 inzicht in devoortgang van de taakstellingen, de stand van zaken investeringen en de stand van zaken Budgetoverheveling 2024. De Tweede Tussenrapportage 2025 heeft betrekking op het lopende jaar en de Programmabegroting 2026 op het komende jaar. Dat betekent dat we in de Tweede Tussenrapportage 2025 alleen mutaties verwerken voor het lopende jaar (2025). Meerjarige effecten van autonome ontwikkelingen worden verwerkt via de Programmabegroting 2026. Deze P&C producten zijn in uw raad tegelijkertijd geagendeerd in november 2025 zodat ze in samenhang kunnen worden behandeld. Bijgesteld verwacht resultaat In de primitieve begroting 2025 (Programmabegroting 2025) werd voor 2025 een resultaat verwacht van € 456.000 euro voordelig.
In de actuele begroting (met peildatum 1 april 2025) werd dit bijgesteld naar een resultaat van € 2,26 miljoen nadelig. Het verwachte resultaat voor 2025 wordt door de huidige mutaties in de Tweede Tussenrapportage 2025 (€ 7,97 miljoen voordelig) nu bijgesteld naar: € 5,71 miljoen voordelig. Budgetoverheveling 2025 Nieuw is dat de voorstellen voor de Budgetoverheveling 2025 eerder in het jaar aan u worden voorgelegd via de tweede tussenrapportage. Zo kunnen we deze voorstellen betrekken bij het opstellen van de programmabegroting en het plannen van activiteiten in 2026. Hiermee geven we opvolging aan de toezegging om de consequenties van budgetoverhevelingen mee te nemen in de programmabegroting (gemeenteraad 5 februari 2025). Het totaalsaldo van de voorstellen voor voorlopige Budgetoverheveling 2025 is € 2,97 miljoen. De hoogte van het totaalsaldo is iets hoger dan die van de (definitieve) Budgetoverheveling 2024, dit was € 2,53 miljoen. Het saldo voor Budgetoverheveling 2025 wordt definitief vastgesteld in de Jaarverslaggeving 2025 na afsluiting van het boekjaar. Dan wordt definitief bepaald wat de hoogte van de resterende budgetten in 2025 is. Omdat de voorstellen in categorie A beïnvloedbaar zijn kijken we met extra aandacht naar het totaalsaldo van deze categorie.
Ook dit totaalsaldo van € 1,47 miljoen is iets hoger dan die van van de (definitieve) Budgetoverheveling 2024, dit was € 1,23 miljoen. In Budgetoverheveling 2025 gaan we hier nader op in. Een toelichting per voorstel is te vinden in Bijlage 1 - Voorstellen Budgetoverheveling 2025. Vaststelling Wij bieden u de Tweede Tussenrapportage 2025 aan en stellen voor om: 1. de aangepaste budgetten voor 2025 per programma te autoriseren, exclusief budgetoverheveling, zoals vermeld in de Tweede Tussenrapportage 2025; 2. de mutaties in de stortingen en onttrekkingen in 2025 in reserves te autoriseren, exclusief de mutaties in de reserve Budgetoverheveling, zoals vermeld in de Tweede Tussenrapportage 2025; 3. de reserve Bovenformatieven, reserve Co-financiering FoodValley en reserve Stamkapitaal op te heffen; 4. de reserve Budgetoverheveling in te stellen, zoals opgenomen inBijlage 2 van de Tweede Tussenrapportage 2025; 5a. de reguliere exploitatiebudgetten, zoals opgenomen in Bijlage 1 van de Tweede Tussenrapportage 2025, (voorlopig) over te hevelen van 2025 naar 2026, als begrotingswijziging op de Programmabegroting 2026, onder voorbehoud dat de Programmabegroting 2026 door de raad wordt vastgesteld; 5b. het (voorlopige) saldo van de budgetoverheveling van € 2,85 miljoen in 2025 te storten in de reserve Budgetoverheveling; 5c.
het (voorlopige) saldo van de budgetoverheveling van € 2,26 miljoen in 2026 te onttrekken aan de reserve
1
Budgetoverheveling, en aanvullend in 2027 € 358.000, in 2028 € 133.000 en in 2029 € 100.000, onder voorbehoud dat de Programmabegroting 2026 wordt vastgesteld in raad. 6. in aanvulling op het in maart 2025 vastgestelde IHP Onderwijshuisvesting de investeringskredieten voor Onderwijshuisvesting bij te stellen voor een bedrag van € 631.613, zoals vermeld in de stand van zaken investeringen. 7. de investeringskredieten die als onderhanden werk zijn opgenomen per saldo bij te stellen voor een bedrag van in totaal € 993.000 zoals opgenomen in de stand van zaken investeringen. Burgemeester en wethouders van Barneveld, W. Wieringa Secretaris
J. van der Tak Burgemeester
2
Uitgangspunten De uitgangspunten voor de Tweede Tussenrapportage 2025 zijn: Peildatum: We rapporteren over verwachte afwijkingen in 2025 ten opzichte van de actuele Programmabegroting 2025. De actuele Programmabegroting 2025 heeft als peildatum 1 augustus 2025. Dat betekent dat alle raadsbesluiten tot en met 1 augustus 2025 in de actuele begroting zijn verwerkt. Beleidsmatige afwijkingen: In de tussenrapportage worden geen (nieuwe) beleidsdoelstellingen voorgesteld. We rapporteren over beleidsmatige afwijkingen door per programma te kijken naar de voortgang van de speerpunten zoals opgenomen in de Programmabegroting 2025. Afwijkingen in de voortgang van een speerpunt op het gebied van inhoud, financiën, planning of risico's zijn toegelicht. Als er geen afwijking is in de voortgang van een speerpunt (volledig "groene" speerpunten) is er geen toelichting. We gebruiken een "stoplichtenmodel" met de volgende kleuren: Geen afwijking in de voortgang van het speerpunt op de inhoud, financiën, planning of risico's. Mogelijk een afwijking in de voortgang van het speerpunt op de inhoud, financiën, planning of risico's. Er is een nieuwe ontwikkeling waarvan de gevolgen nog niet (volledig) duidelijk zijn. Er is een negatieve afwijking in de voortgang van het speerpunt op de inhoud, financiën, planning of risico's. Mogelijk is er heroverweging van college of raad nodig.
Er is een positieve afwijking in de voortgang van het speerpunt op de inhoud, financiën, planning of risico's. Als er significante beleidsmatige afwijkingen zijn voor een programma, die geen relatie hebben met een speerpunt, worden deze toegelicht in het onderdeel "overige ontwikkelingen". Financiële bijstellingen: Conform de financiële verordening ligt de autorisatie voor het aanpassen van budgetten op het niveau van het programma voor de raad. We rapporteren over financiële afwijkingen in 2025 op het niveau van het beleidsproduct. Afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan lasten of baten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct in de primitieve begroting worden toegelicht. Op deze manier geven we invulling aan het aangenomen amendement 12 bij de Programmabegroting 2024. De afwijkingen met een financieel resultaat (voordeel of nadeel) worden per beleidsproduct als eerste toegelicht. Daarna volgen de budgetneutrale mutaties. Dit betreft het verhogen van baten én lasten, het verlagen van baten én lasten en/of een budgetneutrale verschuiving tussen programma's of beleidsproducten. Ook worden mutaties in reserves en voorzieningen toegelicht. De bedragen in de financiële tabellen zijn x €1.000 euro. De "S" staat voor structureel en de "I" staat voor incidenteel. In de Tweede Tussenrapportage 2025 worden aanpassingen van budgetten alleen in 2025 verwerkt.
Een meerjarig effect van financiële afwijkingen wordt via de Programmabegroting 2026 verwerkt. De "V" staat voor voordeel en de "N" staat voor nadeel. Opbouw financiële tabellen Begroting 2025 primitief: de Programmabegroting 2025 zoals vastgesteld in de raad in november 2024. Dit wordt ook wel de primaire begroting genoemd. Begroting 2025 actueel: de primitieve begroting 2025 inclusief alle aanpassingen tot en met 1 augustus 2025, bijvoorbeeld de begrotingswijziging door de Eerste Tussenrapportage 2025. Mutaties 2e tussenrapportage: de aanpassingen in de begroting die in deze rapportage worden voorgesteld voor 2025 op basis van de eindprognose van 2025. Begroting 2025 t/m 2e tussenrapportage: de begroting 2025 actueel inclusief de aanpassingen (mutaties) uit de Tweede Tussenrapportage 2025. Leeswijzer De opzet van de Tweede Tussenrapportage 2025 is als volgt: Algemeen beeld: een korte analyse van de belangrijkste ontwikkelingen. Een rode draad in de beleidsmatige en financiële afwijkingen op de programma's. Rapportage per programma bestaat uit: 1. Voortgang speerpunten in lopende jaar (beleidsmatige afwijkingen) 2. Financiële afwijkingen per beleidsproduct 3. Overige ontwikkelingen Voortgang taakstellingen: rapportage over de realisatie en de prognose van de taakstellingen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2025.
Stand van zaken investeringen: inzicht in de besteding van alle openstaande kredieten, ook wel het onderhanden werk. Stand van zaken Budgetoverheveling 2024: inzicht in de (prognose van de) besteding van de overgehevelde
3
budgetten vanuit 2024 naar 2025 en welk (gedeelte van het) budget vrij kan vallen. Budgetoverheveling 2025: inzicht in de over te hevelen budgetten per categorie en programma. Bijlage - Voorstellen Budgetoverheveling 2025: een overzicht van alle voorstellen en een toelichting per voorstel. Bijlage - Instellen en opheffen reserves: een overzicht en toelichting van in te stellen en op te heffen reserves.
Algemeen beeld
In onderstaande infographic zijn de inkomsten en de uitgaven (inclusief reservemutaties) van de gemeente Barneveld voor 2025 (het lopende jaar) weergegeven. De actuele begroting is de raming inclusief alle raadsbesluiten tot en met 1 augustus. De mutaties zijn de wijzigingen die worden voorgesteld in deze Tweede Tussenrapportage 2025.
4
Financiële hoofdlijnen
Resultaat Stand Programmabegroting 2025 Primitieve begroting Begroting tot en met Eerste Tussenrapportage 2025 Inclusief raadsbesluiten tot en met 1 april 2025 Begroting tot en met Tweede Tussenrapportage 2025 Inclusief raadsbesluiten tot en met 1 augustus 2025
Bedrag € 456.000 voordelig € 2,26 miljoen nadelig € 5,71 miljoen voordelig
In de primitieve begroting 2025 (Programmabegroting 2025) werd voor 2025 een resultaat verwacht van € 456.000 euro voordelig. In de actuele begroting (met peildatum 1 april 2025) werd dit bijgesteld naar een resultaat van € 2,26 miljoen nadelig. Het verwachte resultaat voor 2025 wordt door de huidige mutaties in de Tweede Tussenrapportage 2025 (€ 7,97 miljoen voordelig) nu bijgesteld naar: € 5,71 miljoen voordelig. In de Tweede Tussenrapportage 2025 verwerken we alleen mutaties voor het lopende jaar (2025). Meerjarige effecten van autonome ontwikkelingen worden verwerkt via de Programmabegroting 2026. De grootste mutaties in 2025 zijn: een vrijval vanuit een reserve voor Beschermd Wonen van de gemeente Ede als regiogemeente (voordeel € 2,8 miljoen) lagere rentelasten door een lagere financieringsbehoefte (voordeel € 1,5 miljoen) een hogere uitkering vanuit gemeentefonds (voordeel € 4,5 miljoen) In 2025 behouden we een focus op realistisch begroten. Daaraan zijn verbonden realistische doelen en actuele uitvoeringsplannen. Gedurende het jaar monitoren we de voortgang en sturen we actief en adequaat bij waar nodig. Het uitgangspunt is dat we plannen en/of budgetten alleen bijstellen als er omstandigheden zijn die we niet in de hand hebben of krijgen. Een actuele begroting en actuele uitvoeringsplannen zijn gedurende het lopende jaar zo onze basis.
We hebben daarbij in het bijzonder ook aandacht voor het melden van voordelen. In de Jaarverslaggeving 2025 analyseren we in welke mate dit voldoende of onvoldoende is gelukt voor 2025. Als we daarin nieuwe inzichten op doen passen we deze toe om zo steeds meer realistisch te begroten. In de Jaarverslaggeving 2025 houden we rekening met een afwijking op de grondexploitaties G ( REX). De actualisatie van de grondexploitaties vindt plaats via de Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG), waarbij het de reguliere werkwijze is om (eventuele) financiële effecten te verwerken in de Jaarverslaggeving 2025 en niet gedurende het lopende jaar (via een tussenrapportage). Daarnaast houden we rekening met een afwijking in de BUIG omdat we op een later moment de definitieve beschikking ontvangen en nu uitgaan van een voorlopige prognose. Ook kunnen de inkomsten vanuit het Rijk in 2025 nog wijzigen. Wij worden daarover geïnformeerd via de September- en Decembercirculaire 2025, deze worden niet verwerkt via de Tweede Tussenrapportage 2025. Voortgang taakstellingen Voor de taakstellingen die gekoppeld zijn aan de kostendekkendheid leges en de opbrengst van de onroerende -zaakbelasting zitten we op koers voor 2025. Voor het overige gedeelte van de taakstellingen is onzeker of deze gerealiseerd worden in 2025, we rapporteren over realisatie in de Jaarverslaggeving 2025.
In het hoofdstuk Voortgang taakstellingen wordt de voortgang per taakstelling toegelicht. Stand van zaken investeringen In de afgelopen tijd is gebouwd aan meer inzicht in de stand van zaken van investeringen. De komende tijd zetten we deze inzichten in om meer grip te krijgen en (waar aanwezig) het planningsoptimisme rondom de investeringen te verminderen. Op basis van de huidige stand van zaken investeringen actualiseren we de kapitaallasten. We verwerken daarom een voordeel van € 217.000. De mutaties van de rente zijn per saldo budgetneutraal, maar hebben wel een effect op verschillende beleidsproducten. Daarnaast stellen we de kredieten per saldo bij met € 993.000. In het hoofdstuk Stand van zaken investeringen gaan we hier nader op in. Stand van zaken Budgetoverheveling 2024 In totaal werd (definitief) € 2,53 miljoen overgeheveld vanuit 2024 naar 2025. Op 1 augustus 2025 is de verwachting dat € 1,81 miljoen hiervan wordt besteed in 2025. Per onderwerp wordt een (eventuele) onderschrijding van budget toegelicht. Het resterende budget (€ 714.000) laten we niet vrijvallen, dit wordt grotendeels meegenomen in de voorstellen voor Budgetoverheveling 2025 (€ 684.000). In het hoofdstuk Stand van zaken Budgetoverheveling 2024 wordt dit nader toegelicht.
Budgetoverheveling 2025 Er is geïnventariseerd welke resterende budgetten vanuit 2025 nodig zijn voor het alsnog uitvoeren van activiteiten in 2026. Het totaalsaldo van de voorstellen voor voorlopige Budgetoverheveling 2025 is € 2,97 miljoen. De hoogte van het totaalsaldo is iets hoger dan die van de (definitieve) Budgetoverheveling 2024, dit was € 2,53 miljoen. Het saldo voor Budgetoverheveling 2025 wordt definitief vastgesteld in de Jaarverslaggeving 2025 na afsluiting van het boekjaar. Dan wordt definitief vastgesteld wat de hoogte van de resterende budgetten in 2025 zijn. Omdat de voorstellen in categorie A beïnvloedbaar zijn kijken we met extra aandacht naar het totaalsaldo van deze categorie. Ook dit totaalsaldo van € 1,47 miljoen is iets hoger dan die van van de (definitieve) Budgetoverheveling 2024, dit was € 1,23 miljoen. In het hoofdstuk Budgetoverheveling 2025 gaan we hier nader op in. Een toelichting per voorstel is terug te vinden inBijlage 1 - Voorstellen Budgetoverheveling 2025.
5
Actualiseren salarissen en doorbelasting We hebben de verdeling van medewerkers over teams en de doorbelasting naar beleidsproducten (in de systemen) geactualiseerd. Zo is deze weer in overeenstemming met de werkelijkheid. Dit heeft een technische verschuiving van budgetten tussen beleidsproducten tot gevolg. Per saldo is dit een een budgetneutrale wijziging. Per beleidsproduct wordt aangegeven hoe de financiële verwerking eruit ziet.
Financiële mutaties
bedragen x € 1.000 Huidige begroting Programma
Voorstel begroting Begroting 2025 t/m 2e tussenrapportage
Begroting 2025 Primitief
Begroting 2025 Actueel
Programma's 1. Participatie en ondersteuning 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen
- 137.871 - 55.474 - 5.092 - 43.051 - 34.255
- 144.001 - 60.253 - 4.616 - 43.934 - 35.197
Incidenteel 7.614 V 3.687 V 1.066 V 2.112 V 749 V
Structureel - 183 N - 785 N - 218 N - 1.311 N 2.131 V
- 136.570 - 57.351 - 3.768 - 43.134 - 32.318
Algemene dekkingsmiddelen
136.118
135.612
1.419 V
4.128 V
141.158
Saldo van baten en lasten
- 1.753
- 8.389
9.032 V
3.945 V
4.588
Mutatie reserves
2.210
6.133
- 5.010 N
-
1.122
3.945 V
Resultaat
Mutaties 2e tussenrapportage
456
- 2.256
4.022 V
Waarvan incidenteel
- 4.141
- 7.273
4.022 V
Structureel resultaat
4.597
5.017
5.710 - 3.252
3.945 V
8.962
Mutaties Tweede Tussenrapportage 2025 De grootste aanpassingen van de begroting zijn: Programma 1 Participatie en ondersteuning (€ 2.902.000 V) Een voordeel van € 2,8 miljoen komt door de uitbetaling van de regionale reserve Beschermd Wonen vanuit de gemeente Ede al regiogemeente aan onder andere de gemeente Barneveld. Programma 2 Bedrijvigheid en bereikbaarheid (€ 849.000 V) Een voordeel van € 740.000 op de grondexploitatie bedrijven die wordt gestort in de reserve Bovenwijks. Voorheen deden we deze storting via de Jaarverslaggeving, nu verwerken we hem eerder in het jaar via de tweede tussenrapportage op basis van NBI en MPG. Programma 3 Woon- en leefomgeving (€ 801.000 V) Een voordeel van € 1,3 miljoen op de grondexploitatie woningen die wordt gestort in de reserve Bovenwijks. Voorheen deden we deze storting via de Jaarverslaggeving, nu verwerken we hem eerder in het jaar via de tweede tussenrapportage op basis van NBI en MPG. Programma 4 Samenwerken, dienstverlenen en besturen - exclusief Algemene dekkingsmiddelen (€2.880.000 V) Een voordeel van € 1,5 miljoen door lagere rentelasten door een lagere financieringsbehoefte. Algemene dekkingsmiddelen (€ 5.547.000 V) Een voordeel van € 4,5 miljoen in de algemene uitkering vanuit het gemeentefonds. In de memo over de meicirculaire 2025 is toegelicht waarom we meer ontvangen vanuit het Rijk via het gemeentefonds.
Daarnaast een voordeel van € 420.000 vanuit de OZB woningen en niet-woningen. Mutaties reserves (€ 5.040.000 N) Storting reserve Bovenwijks (€ 2.047.000 N) Een voordeel van € 740.000 die wordt gestort in de reserve Bovenwijks. Voorheen deden we deze storting via de Jaarverslaggeving, nu verwerken we hem eerder in het jaar via de tweede tussenrapportage op basis van de NBI (2025) die als onderdeel van de Jaarverslaggeving 2024 is vastgesteld. In totaal wordt € 2.047.000 gestort in de reserve omdat er ook een voordeel van € 1.307.000 op Beleidsproduct 312 Grondexploitatie woningen aanwezig is. Storting reserve Budgetoverheveling (€ 2.850.000 N) Het voordeel van € 2.850.000 in 2025 door lagere lasten (omdat we minder uitvoeren dan oorspronkelijk gedacht) wordt gestort in de reserve budgetoverheveling en in een volgend jaar onttrokken zodat de activiteiten dan afgerond kunnen worden. Mutatie reserve Bovenformatieven (€ 55.000 N) Met deze mutatie (per saldo) wordt opvolging gegeven aan de vastgestelde nota Reserves en Voorzieningen, zodat deze reserve in 2025 opgeheven kan worden.
6
Storting reserve Sociaal domein (€ 119.000 N) Dit betreft een correctie door een terug ontvangen subsidie voor de versterking eerstelijnszorg wijk. Dit vloeit terug in de reserve Sociaal Domein omdat de subsidie daaruit gedekt werd. Onttrekking reserve Sociaal domein (€ 60.000 V) Een nadeel van € 25.000 komt door de aanpassing in de ontsluiting van minimaregeling (collegebesluit 4012). Deze kosten worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein, welke bedoeld is voor Innovaties binnen het Sociaal Domein. Een nadeel van € 35.000 voor de WISE Opvoedchallenge dekken we vanuit de reserve Sociaal Domein. Mutaties voorzieningen Het financiële effect van (mutaties in de) voorzieningen wordt verwerkt binnen de exploitatie van het programma. Onttrekking egalisatievoorziening riolering GRP: € 67.674 Onttrekking voorziening afvalstoffenheffing: € 250.000 Storting voorziening wegen incidenteel: € 120.000
Belangrijke ontwikkelingen
Het realistisch begroten heeft onze aandacht. Dat betekent dat we extra nadruk blijven leggen op het rapporteren van meevallers en het verminderen van planningsoptimisme.
7
Programma's
Overzicht speerpunten Programma 1
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
Inhoud
Financiën Planning Risico's
Inhoud
Financiën Planning Risico's
1. Participatie & Ondersteuning 113 Maatschappelijke zorg Iedereen kan meedoen
Omschrijving 1. Participatie & Ondersteuning 122 Sociaal-cultureel werk Cultuur- en sportstimulering
Omschrijving 1. Participatie & Ondersteuning 123 Volksgezondheid en preventie Veilig en gezond opgroeien en samenleven
Jeugdhulp De trend van de stijging van jeugdhulpkosten zet in 2025 door. Onder andere door: Loon en prijscompensatie (5,12%). Dit is nodig om een financieel gezond jeugdhulpveld te behouden. Autonome ontwikkeling (0,9%). Het totaal aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt blijft nagenoeg gelijk, Hierbinnen zien we een toename van het aantal jeugdigen bij begeleiding en GGZ en een afname bij verblijf. De uitgaven bij verblijf zijn echter niet gedaald omdat de hulp inkleinere groepen wordt geboden en intensiever is. In maart van dit jaar zijn we gestart met de uitvoering van de acties uit het Lokaal Plan Hervormingsagenda Jeugd. De meeste acties zitten nog in een opstartfase. Hierdoor kost het nog tijd voordat de financiële effect van maatregelen zichtbaar zijn. Proeftuin Binnen de proeftuin Kind- en Gezinsbescherming werd gewerkt met een Regionaal Veiligheidsteam. Deze organisatorische samenwerking is per 1 april 2025 gestopt. Voor de doorgang van de proeftuin werd een wetswijziging en kabinetsbesluit verwacht. Door de val van het kabinet is deze wijziging en de bijbehorende middelen er niet gekomen. Daardoor hebben de ketenpartners besloten zich terug te trekken uit de proeftuin. Hierdoor worden er minder middelen uitgegeven dan begroot. Integraal Zorgakkoord (IZA) Bij het opstellen van de begroting zijn we uitgegaan van een voorzichtige inschatting van de inkomsten vanuit
8
het IZA. Dit was mede ingegeven door de onduidelijkheid over de exacte omvang van de middelen die beschikbaar zouden komen vanuit het Rijk. Daarnaast was nog niet duidelijk hoe de verdeling tussen lokale en regionale middelen zou zijn. De afgesproken verdeelsleutel in de Gelderse Vallei heeft geleid tot meer lokaal beschikbare middelen dan aanvankelijk begroot.
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
1. Participatie & Ondersteuning 123 Volksgezondheid en preventie Samen oud worden
Financieel Overzicht Programma 1 bedragen x € 1.000 Begroting 2025 t/m 2e tussenrapportage
Begroting 2025 Primitief
Begroting 2025 Actueel
Mutaties 2e tussenrapportage
Mutaties 2e tussenrapportage
Baten Lasten Saldo
10.431 - 17.826 - 7.396
9.429 - 19.105 - 9.676
Incidenteel - 45 N 180 V 135 V
Structureel 629 V 629 V
9.384 - 18.296 - 8.912
Saldo Saldo Saldo
- 3.333 - 1.769 - 2.294
- 3.175 - 1.924 - 4.577
275 V - 140 N
314 V 220 V 95 V
- 2.587 - 1.704 - 4.622
Baten Lasten Saldo
948 - 9.996 - 9.048
872 - 10.077 - 9.205
215 V 372 V 587 V
257 V 257 V
1.087 - 9.448 - 8.361
Saldo Saldo Saldo
195 - 2.005 - 7.239
- 476 - 1.506 - 7.224
265 V - 100 N 422 V
-8N 81 V 184 V
- 219 - 1.525 - 6.617
Baten Lasten Saldo
12.320 - 51.351 - 39.030
13.041 - 54.413 - 41.372
3.061 V - 96 N 2.965 V
- 40 N - 1.631 N - 1.671 N
16.062 - 56.140 - 40.077
Saldo Saldo
- 2.824 - 36.206
- 3.447 - 37.925
- 51 N 3.016 V
108 V - 1.779 N
- 3.390 - 36.688
Totaal baten Programma 1 Totaal lasten Programma 1
Baten Lasten
23.699 - 79.173
23.342 - 83.595
3.231 V 456 V
- 40 N - 745 N
26.533 - 83.884
Saldo van baten en lasten Programma 1
Saldo
- 55.474
- 60.253
3.687 V
- 785 N
- 57.351
1. Participatie en ondersteuning
1.1 Zelfredzame inwoners
Mutaties bij: 111 Lokaal onderwijsbeleid 112 Reïntegratie 113 Maatschappelijke zorg 1.2 Sociale en vitale samenleving
Mutaties bij: 121 Sportstimulering 122 Sociaal-cultureel werk 123 Volksgezondheid en preventie 1.3 Gemeentelijk vangnet
Mutaties bij: 131 Inkomensvoorziening 132 Voorzieningen inwoners met beperking
Financiële bijstellingen
Op basis van de huidige verwachting is sprake van een voordeel van € 2.902.000 binnen programma 1. Dit saldo bestaat uit € 3.191.000 aan hogere baten en € 289.000 aan hogere lasten ten opzichte van de actuele begroting. De financiële afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan baten of lasten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct worden hieronder toegelicht. 111 Lokaal onderwijsbeleid (€ 589.000 V) Een voordeel van € 280.000 komt door lagere kosten voor leerlingenvervoer dan begroot. Dit komt doordat de NEA-index over 2025 lager is dan eerder verwacht. Daarnaast zijn er geen kosten meer voor het vervoer van Oekraïners. Een voordeel van € 30.000 door een lagere bijdrage aan gemeente Ede voor peuteropvang. Een nadeel van € 35.000 door gestegen kosten voor handhaving en toezicht kinderopvang. Een voordeel van € 713.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen. Een nadeel van € 400.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. 112 Re-integratie (€ 220.000 V) Een voordeel van € 220.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten.
113 Maatschappelijke zorg (€ 45.000 N) Een nadeel van € 260.000 door hogere kosten voor subsidies. Dit betreft een administratieve overheveling vanuit het Beleidsproduct 123 Volksgezondheid en preventie. Verschillende subsidies hebben betrekking op deze beide beleidsterreinen, waarbij de realisatie enigszins kan fluctueren tussen beide beleidsterreinen. Een voordeel van € 120.000 door het stopzetten van de proeftuin kind- en gezinsbescherming. Door het regionaal stopzetten van deze proeftuin vervallen de begrote lasten en baten.
9
Een voordeel van € 95.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. 121 Sportstimulering (€ 257.000 V) Een voordeel van € 270.000 op dit beleidsproduct komt door een grotendeels budgetneutrale verschuiving van de lasten van de Brede specifieke uitkering naar andere beleidsproducten. Een nadeel van € 8.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Enkele kleine afwijkingen leiden tot een nadeel van € 5.000. 122 Sociaal-cultureel werk (€ 19.000 N) Een nadeel van € 115.000 komt door de budgetneutrale verschuiving van een deel van de Brede specifieke uitkering naar dit beleidsproduct. Zie ook Beleidsproduct 121 Sportstimulering. Een voordeel van € 81.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een voordeel van € 15.000 door een kleine afwijking. 123 Volksgezondheid en preventie (€ 606.000 V) Een voordeel van € 173.000 komt door lagere kosten voor subsidies. Dit betreft een administratieve overheveling van het beleidsproduct 113 Maatschappelijke Zorg. Verschillende subsidies hebben betrekking op deze beide beleidsterreinen, waarbij de realisatie enigszins kan fluctueren tussen beide beleidsterreinen.
Een voordeel van € 119.000 komt door een gedeeltelijk terug ontvangen subsidie voor de versterking van eerstelijns jeugdhulp in de wijk, omdat deze subsidie niet volledig besteed kon worden. Dit bedrag vloeit terug in het Innovatiebudget Sociaal Domein, waar de subsidie oorspronkelijk ook uit gedekt is. Een voordeel van € 80.000 komt doordat VGGM een voordeel over 2024 heeft behaald, waarvan een deel terugbetaald wordt aan de deelnemende gemeenten. Een voordeel van € 80.000 komt doordat een deel van de kosten van het lokaal aanbod van jeugdgezondheidszorg uit de specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid (OAB) gedekt kan worden, waardoor het gemeentelijke budget vrij kan vallen. Een nadeel van € 35.000 komt door de toekenning van subsidie voor uitvoering van de Opvoedchallenge (collegevoorstel 4258). Dit bedrag wordt gedekt uit het Innovatiebudget Sociaal Domein. Een voordeel van € 184.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Enkele kleine afwijkingen leiden tot een voordeel van € 5.000. 131 Inkomensvoorziening (€ 57.000 V) Een nadeel van € 25.000 komt door de aanpassing in de ontsluiting van minimaregeling (collegebesluit 4012). Deze kosten worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein, welke bedoeld is voor Innovaties binnen het Sociaal Domein.
Een voordeel van € 99.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Enkele kleine afwijkingen leiden tot een nadeel van € 17.000. 132 Voorzieningen inwoners met beperking (€ 1.237.000 V) Een voordeel van € 2.836.000 komt door de uitbetaling van de regionale reserve Beschermd Wonen. De gemeente Ede heeft, als regiogemeente, jarenlang de rijksmiddelen voor beschermd wonen gekregen en hieruit de regionale kosten betaald. Omdat de baten jaarlijks hoger waren dan de lasten is hier een (regionale) reserve voor gevormd door Ede, welke jaarlijks in omvang toenam. Een groot deel van deze reserve wordt nu uitbetaald aan de gemeenten. Deze middelen vallen vrij ten gunste van het resultaat. Dit is conform de afgesproken systematiek, waarbij we (nog) geen middelen reserveren als er (nog) geen uitgewerkte plannen zijn. Bij toekomstige plannen die zullen worden voorgesteld kan gerefereerd worden aan de vrijval van deze middelen. Een nadeel van € 740.000 komt door hogere lasten voor jeugdzorg. Door indexatie en gemiddeld duurdere trajecten zijn deze kosten meer gestegen dan begroot. Een nadeel van € 210.000 komt door hogere lasten m.b.t. WRV-voorzieningen (Wonen, Rolstoelen, Vervoer). Dit komt met name door enkele dure incidentele woningaanpassingen en de plaatsing van meer trapliften dan begroot.
Een voordeel van € 180.000 heeft betrekking op de sociale werkvoorziening: 1. € 90.000 komt door lagere loonkosten dan begroot, 2. € 50.000 komt door een extra bijdrage die via Ede ontvangen wordt voor de doorontwikkeling van sociale ontwikkelbedrijven en 3. € 40.000 komt doordat de baten en lasten m.b.t. de detachering van Sociale Werkvoorziening-medewerkers binnen de groenvoorziening overgeheveld worden naar het beleidsproduct Groen (programma 3). Een nadeel van € 130.000 komt door hogere lasten m.b.t. PGB's Jeugd en Wmo. Deze stijging komt door hogere tarieven en nieuwe regels mbt de berekening van het PGB. Een nadeel van € 110.000 komt door hogere lasten voor Wmo immateriële voorzieningen, wegens hogere indexaties dan voorzien. Daarnaast is sprake van complexere hulpvragen, waardoor er een stijging is in de duurdere vormen van ondersteuning. Een voordeel van € 255.000 komt door lagere lasten voor Bestaanszekerheid. Dit programma is in 2025 begonnen en het heeft tijd nodig om de geplande acties in gang te zetten. Daarom is de verwachting dat € 255.000 overgeheveld dient te worden van 2025 naar 2026, zie voor de toelichting Bijlage 1 Een nadeel van € 845.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten.
Overige ontwikkelingen Programma 1
Er zijn geen overige ontwikkelingen.
10
Overzicht speerpunten Programma 2
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 211 Promotie economie Dorpspromotie (en evenementenstimulering)
Evenementenfonds De huidige subsidieregeling van het Evenementenfonds Barneveld kent een jaarlijks subsidieplafond van € 30.000. Dit bedrag is inmiddels volledig uitgeput, terwijl er nog meerdere maatschappelijke evenementen in voorbereiding zijn voor de tweede helft van 2025. Onder deze evenementen bevinden zich ook jaarlijks terugkerende initiatieven die in voorgaande jaren structureel subsidie ontvingen, maar dit jaar nog geen aanvraag hebben gedaan. Zij dreigen nu, ondanks hun maatschappelijke waarde en waarbij voorzien wordt dat zij net als de afgelopen jaren aan de criteria voldoen, buiten de boot te vallen. In lijn met het op 11 december 2024 vastgestelde raadsvoorstel 3768 (dd 23 oktober 2024) werkt de gemeente aan een vernieuwde subsidieregeling voor het Evenementenfonds Barneveld. Deze regeling zal op 1 januari 2026 in werking kunnen treden. Om in de overgangsfase richting een vernieuwde toekomstbestendige regeling per 1 januari 2026 toch recht te doen aan waardevolle initiatieven en tegelijkertijd transparantie en rechtszekerheid te borgen, stelt het college voor een tijdelijke subsidietenderregeling open te stellen. Deze tijdelijke regeling biedt maatschappelijke initiatiefnemers de kans alsnog subsidie aan te vragen voor maatschappelijke evenementen die plaatsvinden in de 2e helft van 2025.
Dat binnen een duidelijk afgebakend tijdelijk subsidieplafond van € 15.000 en op basis van inhoudelijke beoordelingscriteria, de dekking hiervoor is reeds aanwezig in de begroting.
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
Inhoud
Financiën Planning Risico's
Inhoud
Financiën Planning Risico's
2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 211 Promotie economie Innovatiebevordering en human capital
Omschrijving 2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 211 Promotie economie Recreatie en toerisme
Omschrijving 2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 222 Grondexploitatie bedrijventerreinen
11
Bedrijventerreinen
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 231 Verkeer Interne bereikbaarheid
Door het uitbreiden van de scope van het project Herinrichting oversteek Burgemeester Kuntzelaan met het gedeeltelijk bovengronds halen van de Kleine Barneveldse beek, schuift de planning van het uitwerken van een Definitief Ontwerp voor het aanpassen van de fiets- en voetgangersoversteek ongeveer een half jaar op. Wij hebben u hierover geïnformeerd door middel van een memo van 9 april jl. Het DO zal mogelijk niet dit jaar maar begin 2026 gereed zijn. Ten aanzien van het GVVP-maatregelenpakket 2025 merken wij op dat een aantal projecten/uitgaven mogelijk niet in 2025 worden behaald. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn verloop van medewerkers, moeilijk in te vullen vacatureruimte en het geven van prioriteiten aan andere dossiers zoals Knooppunt Hoevelaken, A1-A30 en de Omgevingsvisie die meer inzet vroegen dan voorafgaand aan 2025 voorzien.
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 231 Verkeer Externe bereikbaarheid
Een aantal activiteiten wordt niet in 2025 worden behaald. Specifiek noemen wij een onderzoek naar de robuustheid van de Valleilijn en een visie op de A1-corridor. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn verloop van medewerkers, moeilijk in te vullen vacatureruimte en het geven van prioriteiten aan andere dossiers zoals Knooppunt Hoevelaken, A1-A30 en de Omgevingsvisie die meer inzet vroegen dan voorafgaand aan 2025 voorzien.
Financieel overzicht Programma 2 bedragen x € 1.000 Begroting 2025 t/m 2e tussenrapportage
Begroting 2025 Primitief
Begroting 2025 Actueel
Mutaties 2e tussenrapportage
Mutaties 2e tussenrapportage
Baten Lasten Saldo
- 1.759 - 1.759
- 1.513 - 1.513
Incidenteel -
Structureel - 81 N - 81 N
- 1.594 - 1.594
Saldo
- 1.759
- 1.513
-
- 81 N
- 1.594
Baten Lasten Saldo
50 - 126 - 76
50 - 293 - 243
740 V 740 V
17 V 17 V
790 - 275 515
Saldo Saldo
- 76 -
- 76 - 167
740 V
17 V -
- 58 573
Baten Lasten Saldo
885 - 4.141 - 3.257
1.031 - 3.891 - 2.860
250 V 77 V 327 V
- 155 N - 155 N
1.281 - 3.969 - 2.688
Saldo Saldo
- 3.541 284
- 3.290 430
77 V 250 V
- 262 N 107 V
- 3.475 787
Totaal baten Programma 2 Totaal lasten Programma 2
Baten Lasten
935 - 6.026
1.081 - 5.697
990 V 77 V
- 218 N
2.071 - 5.839
Saldo van baten en lasten Programma 2
Saldo
- 5.092
- 4.616
1.066 V
- 218 N
- 3.768
2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid
2.1 Aantrekkelijk ondernemingsklimaat
Mutaties bij: 211 Promotie economie 2.2 Uitbreidings- en vestigingsmogelijkheden
Mutaties bij: 221 Economisch structuurbeleid 222 Grondexploitatie bedrijventerreinen 2.3 Bereikbaarheid
Mutaties bij: 231 Verkeer 232 Parkeren
Financiële bijstellingen
Op basis van de huidige verwachting is er sprake van een voordeel van € 849.000 binnen programma 2. Dit saldo bestaat uit € 990.000 aan hogere baten en € 141.000 aan hogere lasten ten opzichte van de actuele begroting. De financiële afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan baten of lasten én meer dan 2% van
12
het budget op het beleidsproduct worden hieronder toegelicht.
211 Promotie economie (€ 81.000 N) Een nadeel van € 70.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een nadeel van € 11.000 door een kleine afwijking. 221 Economisch structuurbeleid (€ 17.000 V) Een voordeel van € 17.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. 222 Grondexploitatie bedrijven (€ 740.000 V) Een voordeel van € 740.000 die wordt gestort in de reserve Bovenwijks. Voorheen deden we deze storting via de Jaarverslaggeving, nu verwerken we hem eerder in het jaar via de tweede tussenrapportage op basis van de NBI (2025) die als onderdeel van de Jaarverslaggeving 2024 is vastgesteld. In totaal wordt € 2.047.000 gestort in de reserve omdat er ook een voordeel van € 1.307.000 op Beleidsproduct 312 Grondexploitatie woningen aanwezig is. 231 Verkeer (€ 185.000 N) Een voordeel van € 75.000 door een budgetoverheveling naar 2026 voor de PL snelwegaansluiting Barneveld, zie voor de toelichting Bijlage 1 Een nadeel van € 273.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een voordeel van € 13.000 door een kleine afwijking.
232 Parkeren (€ 357.000 V) Een voordeel van € 250.000 doordat sprake is van extra inkomsten uit parkeerboetes, met name bij het Gowthorpeplein. Een voordeel van € 103.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een voordeel van € 4.000 door een kleine afwijking.
Overige ontwikkelingen Programma 2
Er zijn geen overige ontwikkelingen.
13
Overzicht speerpunten Programma 3
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
3. Woon- en Leefomgeving 311 Volkshuisvesting Visie op en groei van Barneveld
Opleveren woningen Hoewel de visie en op Wonen helder geformuleerd zijn en in principe het afsprakenkader staat, loopt de productie van woningen niet volgens de geformuleerde ambitie van het opleveren van 600 woningen op jaarbasis. Hoewel de redenen bekend zijn (bezwaar- en beroepsprocedures en wijzigingen c.q. aanpassingen in wet- en regelgeving) is er nog geen modus gevonden om hier adequaat op in te springen waardoor het bouwtempo toch gerealiseerd wordt. Hierdoor is de planning een aandachtspunt en de risico's ook.
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
Inhoud
Financiën Planning Risico's
3. Woon- en Leefomgeving 326 Milieu & ruimtelijke ordening Klimaat en energietransitie
Omschrijving 3. Woon- en Leefomgeving 326 Milieu & ruimtelijke ordening Toekomst van het buitengebied
Toekomst van het buitengebied Inhoud op groen: we weten wat ons te doen staat en een fase plan voor 2026 is in afronding. Oranje op de andere onderdelen: dit heeft te maken met externe factoren waaronder het uitblijven van besluitvorming bij hogere overheden ten aanzien van beleidskaders landelijk gebied en de impasse op stikstofdossier, tevens risico van doorloop van (bouw)projecten. Daarnaast wordt er wel door Rijk en provincie gevraagd om een bijdrage te leveren aan gebiedsprocessen (met accent op stikstofreductie en natuurherstel). Voor GEUS is dit geborgd (in een overeenkomst) voor de andere (twee) processen moet de inzet en daarmee ook de middelen nog (langjarig) geborgd worden om tot uitvoering te kunnen komen.
14
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
3. Woon- en Leefomgeving 336 Overige accommodaties Leefbare dorpen en Wijken
Financieel overzicht Programma 3 bedragen x € 1.000 Begroting 2025 t/m 2e tussenrapportage
Begroting 2025 Primitief
Begroting 2025 Actueel
Mutaties 2e tussenrapportage
Mutaties 2e tussenrapportage
Baten Lasten Saldo
- 2.365 - 2.365
132 - 3.499 - 3.366
Incidenteel 1.307 V 299 V 1.606 V
Structureel - 215 N - 215 N
1.439 - 3.415 - 1.976
Saldo Saldo
- 2.365 -
- 3.361 -5
299 V 1.307 V
- 215 N -
- 3.277 1.301
Baten Lasten Saldo
21.276 - 43.941 - 22.666
22.065 - 44.425 - 22.360
- 137 N 112 V - 26 N
- 120 N - 283 N - 403 N
21.807 - 44.596 - 22.789
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo
- 7.008 - 5.605 - 617 2.563 1.872 - 6.456 - 6.282 - 1.133
- 7.115 - 4.832 - 356 2.440 1.741 - 6.850 - 6.181 - 1.207
120 V -6N 113 V - 62 N - 190 N -
195 V - 806 N 131 V 6V - 113 N - 211 N 104 V 293 V
- 6.801 - 5.638 - 225 2.440 1.741 - 7.124 - 6.267 - 915
Baten Lasten Saldo
5.765 - 23.786 - 18.021
5.809 - 24.017 - 18.208
531 V 531 V
6V - 698 N - 692 N
5.815 - 24.184 - 18.369
Mutaties bij: 331 Publiekszaken 332 Huisvesting onderwijs 333 Bibliotheek 334 Kunst en cultuur 335 Sportaccommodaties 336 Overige accomodaties 337 Speelvoorzieningen
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo
- 599 - 6.881 - 1.121 - 2.929 - 4.875 - 1.274 - 344
- 653 - 6.517 - 1.317 - 2.819 - 5.717 - 826 - 358
- 140 N 100 V 75 V 496 V -
413 V - 1.055 N - 23 N - 207 N 135 V 45 V
- 381 - 7.572 - 1.217 - 2.766 - 5.428 - 692 - 314
Totaal baten Programma 3 Totaal lasten Programma 3
Baten Lasten
27.041 - 70.092
28.006 - 71.940
1.170 V 942 V
- 114 N - 1.197 N
29.061 - 72.195
Saldo van baten en lasten Programma 3
Saldo
- 43.051
- 43.934
2.112 V
- 1.311 N
- 43.134
3. Woon- en leefomgeving
3.1 Woningen (kwantitatief en kwalitatief)
Mutaties bij: 311 Volkshuisvesting 312 Grondexploitatie woningen 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving
Mutaties bij: 321 Veiligheid 322 Groen 323 Begraven 324 Afvalinzameling en -verwerking 325 Riolering & water 326 Milieu & ruimtelijke ordening 327 Wegen 328 Reiniging en vuilbeheersing 3.3 Adequate voorzieningen
Financiële bijstellingen
Op basis van de huidige verwachting is er sprake van een voordeel van € 801.000 binnen programma 3. Dit saldo bestaat uit € 1.056.000 aan hogere baten en € 255.000 aan hogere lasten ten opzichte van de actuele begroting. De financiële afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan baten of lasten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct worden hieronder toegelicht. 311 Volkshuisvesting (€ 83.000 V) Een nadeel van € 25.000 door meerkosten (i.v.m. herstelwerkzaamheden) voor de geluidssanering in de kern Barneveld. Een nadeel van € 50.000 door een budgetneutrale verschuiving naar het werkbudget voor Waardevol Landelijk Gebied. Een nadeel van € 155.000 door hogere lasten die worden gedekt uit middelen vanuit de Meicirculaire 2025 bestemd ter uitvoering van de implementatie van de omgevingswet en -plannen. Een nadeel van € 329.000 door hogere lasten die worden gedekt uit middelen vanuit de Meicirculaire 2025 bestemd voor het uitvoeringsprogramma Waardevol Landelijk Gebied. Een nadeel van € 155.000 door hogere lasten die worden gedekt uit middelen vanuit de Meicirculaire 2025 bestemd voor het opstellen van een uitvoeringsprogramma omgevingsvisie. Een voordeel van € 100.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen.
Een nadeel van € 315.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een voordeel van € 1.020.000 door budgetoverheveling naar 2026 voor het plan van aanpak omgevingsplannen, vervolg uitvoering omgevingsvisie, participatie omgevingswet en waardevol landelijk gebied, zie voor de toelichting Bijlage 1 Een nadeel van € 8.000 door een kleine afwijking.
15
312 Grondexploitatie woningen (€ 1.307.000 V) Een voordeel van € 1.307.000 die wordt gestort in de reserve Bovenwijks. Voorheen deden we deze storting via de Jaarverslaggeving, nu verwerken we hem eerder in het jaar via de tweede tussenrapportage op basis van NBI (2025) die als onderdeel van de Jaarverslaggeving 2024 is vastgesteld. In totaal wordt € 2.047.000 gestort in de reserve omdat er ook een voordeel van € 740.000 op Beleidsproduct 222 Grondexploitatie bedrijven aanwezig is. 321 Veiligheid (€ 315.000 V) Een voordeel van € 120.000 doordat VGGM een voordeel over 2024 heeft behaald, waarvan een deel terugbetaald wordt aan de deelnemende gemeenten. Een voordeel van € 195.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. 322 Groen (€ 806.000 N) Een nadeel van € 80.000 ontstaan door een nieuwe overeenkomst voor medewerkers vanuit de WSW. Een voordeel van € 28.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen. Een nadeel van € 755.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. 323 Begraven (€ 131.000 V) Een voordeel van € 128.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting.
Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een voordeel van € 3.000 door een kleine afwijking. 324 Afvalinzameling en -verwerking (€ 6.000 V; budgetneutraal na mutatie voorziening) Een nadeel van € 250.000 doordat de inkomsten vanuit de heffing lager zijn dan begroot. Ieder jaar wordt een prognose gemaakt van het totaal aantal te verwachten aansluitingen in het volgend jaar. Geconstateerd is dat er een afwijking is. Een voordeel van € 120.000 door budgetoverheveling naar 2026 voor de realisatie van een tijdelijke milieustraat, zie voor de toelichting Bijlage 1 Een voordeel door een toevoeging vanuit de voorziening van €127.000 Een voordeel van € 8.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen. Overige kleine afwijkingen 325 Riolering & water (€ 113.000 N; budgetneutraal na mutatie voorziening) Een nadeel van € 96.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een nadeel van € 17.000 door een kleine afwijking. Beide mutaties worden verrekend met de egalisatievoorziening riolering & water.
326 Milieu & ruimtelijke ordening (€ 273.000 N) Een voordeel van € 50.000 omdat de processen voor de professionalisering van energiecoöperaties meer tijd vragen dan voorzien. Een nadeel van € 66.000 door het bijstellen van de bijdrage aan de regio Food Valley. Een nadeel van € 46.000 door een budgetneutrale verschuiving vanuit een centraal inhuurbudget. Een voordeel van € 50.000 door het realistisch ramen van de kosten van planschades en advisering planschades. Een nadeel van € 89.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een nadeel van € 200.000 door het realistisch ramen (op niveau 2024) van de opbrengsten van verhaalde planschades. Een voordeel van € 28.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen. 327 Wegen (€ 86.000 N) Een voordeel van € 105.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een nadeel van €175.000 door hogere energiekosten n.a.v. een hoog uitgevallen eindafrekening voor elektra. Een nadeel van €15.000 als gevolg van een dotatie aan de voorziening onderhoud wegen.
328 Reiniging en vuilbeheersing (€ 293.000 V) Een voordeel van € 294.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een nadeel van € 1.000 door een kleine afwijking. 331 Publiekszaken (€ 273.000 V) Een nadeel van € 140.000 doordat dit jaar landelijke verkiezingen worden georganiseerd, waar geen rekening mee was gehouden. Een voordeel van € 384.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een voordeel van € 29.000 door kleine afwijkingen. 332 Huisvesting onderwijs (€ 1.054.000 N) Een nadeel van € 703.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen. Een nadeel van € 351.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een
16
budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. 333 Bibliotheek (€ 100.000 V) Via een decentralisatie-uitkering is € 185.000 ontvangen ter voorbereiding op de zorgplicht t.a.v. openbare bibliotheken. Omdat het tijd kost de geplande acties in gang te zetten, is de verwachting dat € 100.000 overgeheveld dient te worden van 2025 naar 2026. Zie voor de toelichting ook Bijlage 1 334 Kunst en cultuur (€ 52.000 V) Via het collegebesluit 3990 is de Uitvoeringsagenda Integrale Cultuurvisie vastgesteld. Omdat het tijd kost de geplande acties in gang te zetten, is de verwachting dat € 75.000 overgeheveld dient te worden van 2025 naar 2026. Zie voor de toelichting ook Bijlage 1 Een nadeel van € 23.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. 335 Sportaccommodaties (€ 289.000 V) Een nadeel van € 53.000 door de (eerder dan voorzien) vervanging van de warmtepomp installatie voor de accommodatie van MCHB. Een voordeel van € 50.000 door het realistisch ramen van de huuropbrengsten voor sporthal Voorde. Een voordeel van € 439.000 door budgetoverheveling naar 2026 in verband met de toegezegde subsidie aan Flying bikes en mtb Tour de Force omdat de eindafrekening doorschuift naar 2026.
Een voordeel van € 80.000 door budgetoverheveling naar 2026 voor het integraal huisvestingsplan sport en € 30.000 voor de nieuwe accomodatie van Veluwse Boys, zie voor de toelichting Bijlage 1. Een nadeel van € 254.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een nadeel van € 3.000 door een kleine afwijking. 336 Overige accommodaties (€ 135.000 V) Een voordeel van € 16.000 door het aframen van een subsidie op dit beleidsproduct. Deze subsidie bleek tevens reeds geraamd op Beleidsproduct 122 sociaal cultureel werk. Een nadeel van € 44.000 door het aframen van de opbrengsten voor een dorpshuis op dit beleidsproduct. De opbrengsten bleken tevens reeds geraamd als onderdeel van de huurinkomsten van Optipsort. Een voordeel van € 163.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen. 337 Speelvoorzieningen (€ 45.000 V) Een voordeel van € 44.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een voordeel van € 1.000 door een kleine afwijking
Overige ontwikkelingen Programma 3
Financiële ontwikkeling grondexploitaties Grondexploitatie Verbindingsweg (800045) In het verleden is een bijdrage van € 765.000 (i.v.m. een hindercontour zeugenfokkerij) ten gunste van de grondexploitatie Verbindingsweg verantwoord. Recent is vastgesteld dat de gemaakte kosten m.b.t. de geurcontour geen onderdeel uitmaken van de grondexploitatie en dat daarmee ook de bijdrage onterecht in de grondexploitatie is verantwoord. Gezien het bovenwijkse karakter van deze kosten worden de kosten en opbrengsten verwerkt via de reserve Bovenwijks. Voor de grondexploitatie leidt dit in beginsel tot een verslechtering van het resultaat (stand eind 2024 € 3,1 mln. negatief). De lagere opbrengsten leiden tot een toename van de verliesvoorziening met een negatief effect op het exploitatie resultaat 2025. Bij de gebruikelijke eindejaars actualisatie van de Meerjarenprognose Grondexploitaties wordt o.b.v. een integrale actualisatie van de grondexploitatie de definitieve mutatie in de verliesvoorziening bepaald. Grondexploitatie de Eendracht (800085) Een tussenuitspraak van de Raad van State heeft, vanwege de te realiseren wateropgave, consequenties voor het te realiseren woningbouwprogramma en de hiermee te realiseren opbrengsten. De verwachte opbrengsten uit het woonprogramma dalen met ca. € 800.000,- tot € 1.000.000,-.
Met een separaat voorstel zal de raad gevraagd worden in te stemmen met deze (planologische) wijziging. Voor de grondexploitatie leidt dit in beginsel tot een verslechtering van het resultaat (stand eind 2024 € 0,2 mln. negatief). De opbrengstdaling leidt tot een toename van de verliesvoorziening met een negatief effect op het exploitatie resultaat 2025. Bij de gebruikelijke eindejaars actualisatie van de Meerjarenprognose Grondexploitaties wordt o.b.v. een integrale actualisatie van de grondexploitatie de definitieve mutatie in de verliesvoorziening bepaald. Grondexploitatie Bloemendal (800043) In de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2024 is opgenomen dat rekening is gehouden met de mogelijke rijksopdracht (waarschijnlijk wettelijk ondersteund) om 67% betaalbare woningbouw te realiseren in de lopende woningbouwprojecten. Deze programmamutatie naar 67% betaalbaar heeft grote financiële consequenties voor met name de grote woningbouwprojecten (m.n. Bloemendal). Op deze ontwikkeling is (financieel) in de Jaarverslaggeving 2024 reeds geanticipeerd door de toevoeging van een aparte risicopost bij de berekening van het weerstandsvermogen. Voor de grondexploitatie leidt deze programmamutatie tot een verslechtering van het resultaat. Bij de gebruikelijke eindejaars actualisatie van de Meerjarenprognose Grondexploitaties wordt o.b.v.
verdere afstemming en beoordeling bepaald hoe de programmamutatie op verantwoorde wijze in de plannen kan worden verwerkt, en welke impact dit heeft op het eindresultaat van de grondexploitatie. Vooralsnog is niet bekend of de bijstelling van het programma en de actualisatie van kosten en opbrengsten leiden tot het treffen van een verliesvoorziening en tot een beroep op het weerstandsvermogen.
17
Overzicht speerpunten Programma 4
Omschrijving
Inhoud
Financiën Planning Risico's
Inhoud
Financiën Planning Risico's
Inhoud
Financiën Planning Risico's
Inhoud
Financiën Planning Risico's
4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen 411 Raad Samenwerken in netwerken
Omschrijving 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen 411 Raad Versterken positie gemeente Barneveld binnen en buiten de regio
Omschrijving 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen 411 Raad Dienstverlening en communicatie
Omschrijving 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen 422 Ondersteuning organisatie Versterken realisatiekracht middels Barneveld groeit
18
Financieel overzicht Programma 4 bedragen x € 1.000 Begroting 2025 t/m 2e tussenrapportage
Begroting 2025 Primitief
Begroting 2025 Actueel
Mutaties 2e tussenrapportage
Mutaties 2e tussenrapportage
Baten Lasten Saldo
288 - 3.652 - 3.364
288 - 3.712 - 3.424
Incidenteel - 65 N - 65 N
Structureel - 60 N - 60 N
288 - 3.837 - 3.549
Saldo Saldo Saldo
- 1.546 - 1.162 - 656
- 1.606 - 1.162 - 656
- 65 N -
- 60 N
- 1.606 - 1.227 - 716
Baten Lasten Saldo
1.657 - 32.547 - 30.891
2.362 - 34.136 - 31.773
814 V 814 V
- 120 N 2.311 V 2.191 V
2.242 - 31.011 - 28.769
Saldo Saldo
- 1.451 - 29.440
- 1.486 - 30.288
17 V 796 V
1.145 V 1.046 V
- 323 - 28.446
Baten Lasten Saldo
135.493 626 136.118
136.086 - 474 135.612
- 43 N 1.462 V 1.419 V
5.074 V - 946 N 4.128 V
141.117 41 141.158
Mutaties bij: 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo
1.258 18.930 113.419 200 2.311
720 18.930 114.012 200 1.749
1.402 V 46 V - 30 N
- 183 N 490 V 4.500 V - 680 N
1.939 19.467 118.512 200 1.040
Totaal baten Programma 4 Totaal lasten Programma 4
Baten Lasten
137.437 - 35.574
138.736 - 38.322
- 43 N 2.210 V
4.954 V 1.305 V
143.647 - 34.807
Saldo van baten en lasten Programma 4
Saldo
101.864
100.414
2.167 V
6.259 V
108.840
4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen
4.1 Bestuur
Mutaties bij: 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking 4.2 Interne dienstverlening
Mutaties bij: 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie 4.3 Algemene dekkingsmiddelen
Financiële bijstellingen
Op basis van de huidige verwachting is er sprake van een voordeel van € 8.426.000 binnen programma 4. Dit saldo bestaat uit € 4.911.000 aan hogere baten en € 3.515.000 aan lagere lasten ten opzichte van de actuele begroting. De financiële afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan baten of lasten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct worden hieronder toegelicht.
412 B&W (€ 65.000 N) Een nadeel van € 65.000 door hogere lasten representatiekosten B&W door hogere deelname aan gelegenheden. In 2026 wordt representatie een vast onderdeel van de Programmabegroting. 413 Bestuurlijke samenwerking (€ 60.000 N) Een nadeel van € 60.000 door een hogere contributie bijdrage aan de VNG. 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden (€ 1.163.000 V) Een nadeel van € 50.000 door het realistisch ramen van de huuropbrengsten uit diverse gemeentelijke eigendommen. Een voordeel van € 50.000 door het realistisch ramen van de opbrengsten uit de verkoop van snippergroen i.v.m. de toegenomen vraag naar locaties voor transformatiehuisjes.. Een nadeel van € 20.000 via een budgetneutrale verschuiving vanuit het centrale budget voor flexibele inhuur. Een voordeel van € 50.000 door budgetoverheveling naar 2026 voor strategisch vastgoedbeleid, zie voor de toelichting Bijlage 1 Een voordeel van € 43.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen. Een voordeel van € 1.103.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een nadeel van € 13.000 door een kleine afwijking.
422 Ondersteuning organisatie (€ 1.842.000 V) Een voordeel van € 40.000 doordat er minder advieskosten gemaakt worden. Een voordeel van € 130.000 voor licenties en onderhoud software vanwege een mix van minder aantal en lagere prijs. Een structureel nadeel van € 120.000 is het gevolg van de actualisering nota reserves en voorzieningen. Een voordeel van € 775.000 door budgetoverheveling naar 2026. Voor I-portfiolio € 200.000, digitaliseringstraject € 300.000, implementatie Wet open overheid € 60.000, robuuste frontoffice en klanttevredenheidsmeting € 35.000, strategisch vastgoedbeleid € 50.000 en trainees Foodvalley € 130.000. Zie voor de toelichting Bijlage 1. Een voordeel van € 180.000 door een budgetneutrale verschuiving naar (meerdere) andere beleidsproducten. Een voordeel van € 1.039.000 door het actualiseren van de salarissen en doorbelasting. Dit is een budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten. Een voordeel van € 10.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit is met name een technische wijziging en budgetneutrale verschuiving tussen beleidsproducten, zie ook stand van zaken investeringen.